Met dank aan Paul Peeters ...

 

Het hoeft niet altijd even serieus te zijn. Af en toe staat er een verklaring of een akte van attestatie (met dank aan Paul Peeters) in de registers. De volgende leek me plezant om eens mee te delen. Voor wat men al voor de schepenen verscheen, men kan het zo gek niet bedenken ! Dus je hoeft niet te zoeken naar een familieverband.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7517, folio 193v., akte dd. 10 januari 1628.

Allen, et(ceter)a, dat voor ons comen en(de) gecompareert sijn d' eersaeme persoonen s(ieu)r Ph(i)l(ip)s Appelmans, tegenwoordich overdeken van(den) cremers ambachte alhier, Dominicus Reyniers, cleermaecker van sijn(en) style, en(de) jo(uffrouw)e Elizabeth Van Broeckhoven, alle woonen(de) te Loven, die welcke t' saemenderhandt en(de) elck besondert hebben verclaert ende geattesteert, gel(ijck) sij v(er)claeren en(de) attesteren bij desen, dat Peeter De Paye, woonen(de) tegenwoordel(ijck) te Loven, seer constich en(de) ervaren is in sekere wetenschappe van schoon te maecken alderhande hoyen en(de) cleederen, van wat stoffen die oock moghen sijn, tsij van armosijn, wullen laecken oft andere die gepleckt sijn met olie, smout oft andere vette ende vuyle plecken, voor redene van wetentheyt verclaert die voors(chreven) eerste comp(aran)t dat die voors(chreven) Peeter een(en) hoet van sijnen knecht, die t' sijnen huyse in(de) olie gevallen was, soo schoon gemaeckt heeft datmen niet en can sien waer die plecke geweest heeft en(de) den tweeden comp(aran)t v(er)cleirt bij den voors(chreven) Peeter De Paye t' sijnen woonhuyse geheel schoon gemaeckt te sijn diversche karsacken van wullen laecken van v(er)scheyde coleuren, die stijff van vuyle en(de) vette plecken waren, en(de) die derde comp(aran)te verceirt dat sij sekeren tabbaert van armozijn ende eenige vrouwe hoyen die seer gepleckt waren van smout en(de) anderssints, t' haeren huyse soo schoon heeft gemaeckt datmen die plaetse niet en can sien daer die plecken geweest hebben, presenteren(de) hun v(er)cleiren voor alle hoven ende gherichten te vernieuwen ende compareren(de) heer en(de) m(eeste)r Jan Schorenbroot, pensionaris en(de) secretaris deser voors(chreve) stadt, heeft v(er)claert op heden date deser dat den voors(chreven) Peeter De Paye in vollen raede deser stadt t' anderen tijde heeft voortsgebrocht en(de) gethoont een mans hoedt, bij hem op d' een sijde schoon gemaeckt sijnde, op d' ander sijde vol plecken, presenteren(de) aen eenighe van(de) hoymaeckers ambachte deser stadt dat sij d' eene hellicht van(den) hoedt, die vol plecken was, soo schoon souden maecken als hij die wederhellicht, die nu schoon was, gemaeckt hadde om te doen eene proeve, wie van beyde sijden beter was ervaren in alsulcke wetenschappe, d' welck die van(de) voors(chreve) hoymaeckers ambachte hebben geweygert te doen, coram Borchgrave, Hapere, januarii xa., a(nn)o 1628.

 

Eens iets anders ...

Diefstal was van alle tijden. Dit blijkt uit de volgende getuigenis.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7516, folio 108r., akte dd. 21 oktober 1626.

Allen, etc(etera), dat comen sijn voor borgm(eeste)ren, schepenen ende raedt der stadt van Loven Adriaen Verchouteren, woonende te Kessel onder Loven, ende Jan Van Dinant, woonen(de) insgel(ijcx) te Kessel, en(de) Pauwel Notteyns, woonen(de) binnen Loven, die wel(cke) hebben eendrachtel(ijck) verclaert ende geattesteert, soo sij verclaeren ende attesteren mits desen, op henne waerheyt in plaetse van gestaefden eede, dijen sij bereet sijn te doen, waerachtich te sijn dat Peeter Vander Geten heeft gehadt een root bruyn ruyn peert met een witte ronde sterre voor sijn hooft, staen(de) op sijn seven jaeren, d' welck hem vuytte weyde en sondach lestleden s' nachts, soo hij Peeter vercleerde, is ontvuert geweest, en(de) want goddelijck is der waerheyt getuygenis te geven, besundere des versocht sijn(de), hebben hier aff doen depescheren acte om hen te dienen daer en(de) alsoo t' selve sal bevonden worden te behooren, coram Roeloffs, Dielbeeck, xxi. octob(ris) 1626.