Voorouderlijst Leerbijls Joannes

 

Leerbyls, Lederbyl, Leerbels, Lerebels

Familienaam uit het Nederduitse leer (leer/schede) en het Middelnederlandse/Oudsaksische bijl/bil/byl (g. bijl/zwaard). Wellicht beroepsnaam.

 


De oudste gegevens en de aktes met dank aan Christine Savat en Michael Roekaerts. Meer info op hun website.

 

XVIII - Leerbijls Joannes (S + M), ° ca. 1420, x met ...

 

1421: Symon dictus Lederbyl, Margareta relicta Johannis quondam de Breedzijp, ejus soror Mathilda, relicta Henrici guondam Van Dieve, Katharina relicta Johannis quondam Vanden Panhuijse, sororis dictorum Symonis et Margareta, Wilhelmus et Gerardus Lederbyl, fratres, filli Johannes dicti Lederbyl, fratres dictorum Symonis, Margarete, Machtildis et Matharine (familiearchief Bols, - SAL - G akte dd 21.10.1421. L. p. 87. a° 1489 R°1545: Deusel bij Sijmon Leerbijls houdende 7 boender heeft gehuert Jan Molemans

RTS1628 fo 87:

- item Jan Leerbijls hult te lene drij dm eussels gelegen neven t’Rotselaerenbroeck tuschen de goeden Leonard Bloems in twee zijden
- item denselven Jan hult te lene en dm ende 75r eusels gelegen te Linden tyusschen Aert Bastijns ende den h geest van Wackerzeel
- Gheert Leerbijls hult te lene onderhalf dm lants te

- Lijsbeth Vandendijcke we wijlen Geert Leerbijls hult te lene na de dood van haar man Geert onderhalf dm lants opt Rotselaerenbroeck ‎(Cathelijne Corsbouts ende Hendrik Van Dieven)‎ ende heuer voorganger is Aert De Pelsmaker Aertssone
- 18 jan 1489: Willem Lerbijls Geertsone heeft te leen ontfangen na de dood van Lijsbeth Vandendijck de voers goedenh? kinderen/kleinkinderen van Geert ?1542: Geerdt Leerbijls van 3 vierendeel wijngaert
Jan Leerbijls van 1 dachm lants op Helchtervelt
Willem Leerbijls van syne lant opt Vaken
Symon Leerbels van 1 dachmael lants, hernieuwd in 1545, 1548.
 

 

Uit dit huwelijk:

 

Leerbijls Gerardus, XVII,

 

Lederbyl  Symon,

 

Lederbyl Wilhelmus,

 

Lederbyl Mathildis, x met Hendrik Van Dieve,

 

Lederbyl Margaretha, x met Johannes Van Breezyp,

 

Laderbyl Catharina. x met Johannes Vandenpanhuijsen.

 


 

XVII - Leerbijls Gerardus, ° ca. 1450, x met Lijsbeth Vandendijcke.

 

Uit dit huwelijk:

 

Leerbijls Willem, XVI.

 


 

XVI - Leerbijls Willem, ° ca. 1480, x met ...

 

Uit dit huwelijk:

 

Leerbijls Willem, XV,

 

Leerbijls Jacob.

 


 

XV - Leerbijls Willem (M18952 + S25048), ° ca. 1510, + > 1598, x met Kerincx Lijsbeth, zij x 2 met Jacob Goorts (deze x 1 met Anna Van Beringen), x 3 met Vranck Verpaelt.

 

H835: Fo 69v: 22 okt 1598:

Jan Leerbijls zone wijlen Willems uit Wakkerzeel heeft opgedragen de helft van een rente van 6 rinsgl waerop de ghelicht is toebehorende aan Jacob Cluppels ook uit Wakkerzeel, op C verstorven door Huijbrecht Verpaelt sone wijlen Vranckx beset sijnde op Peeter Smets gewoont hebbende tot Keerbergen – volgens erfbrief moet betaeld woorden door erfgen Bartholomeus Van Heetvelde.

 

Onderstaande aktes met dank aan Paul Peeters

BRON : S.AL., Inventaris Cuvelier, register nr. 7482, akte dd. 16 maart 1590.

Transcriptie folio 265v°

Item in tegenwoirdich(ey)t des meyers en(de) der schepenen van

Loven(en) naerbes(creven) gestaen Jan Leerbijls sone wijlen

Willems, woonen(de) tot Wackerseele, per mo(nitionem), heeft

opgedrag(en) met behoorl(ijcke) verthijdenisse een stuck

S(olvi)t iiii s(tuyvers)                    winnens landts, groot drije dachm(alen), gelijck het selve

                                                                            onbegrepen vander juyster maten, geleg(en) is tot Kelft

Es gebleken bijder                         onder Herent, opde Groote Waterlee aldaer,

hantgeschrifte jo(nckheers)  regen(oten) jonckhe(re) Rychaert van Pulle ter eende(re),

Peeters va(n) Griecken            die voers(creven) Jan Leerbijls, opdrage(re), boven met

in date viien. maii                           een(en) dachmale ter tweede(re), Aerdt Van Langendonck

1590, die pontpen(ningen)    ter derde(re) en(de) sheeren strate ald(aer) ter vierde(re) zijden,

ter sak(en) va(n) des(en)

bij Aerd(en) Van

Langendonck bet(ael)t

te zijn(e).

 

Transcriptie folio 266v°

ende den voers(creven) opdrage(re) bij ordine van rechte daervuyt ontgoedt

ende onterft zijnde, soe is daerinne gegoedt en(de) geerft

ten erffelijcken rechte die voers(creve) Aerdt Va(n) Langendonck

sone wijlen Henrix, woonen(de) te Loven(en), per mo(nitionem) et sat(is)

die voers(creven) Jan Leerbijls, oblig(ando) et submitt(endo) se et sua

omnia et singula in forma, et war(as) elck dachm(ael)

vande selve opgedrag(en) goeden op xv mijten tsiaers

aen jo(nckhere) Peete(re) van Griecken, ende den selven opgedrag(en) grondt int geheele op drije tournoysen tsiaers oudt

cheyns aenden ouden grondtheere, terminis debitis

et consuetis persolven(dis) tanq(uam) prout jure, coram

Impens, Vekemans, martii xvia., 1590.


BRON : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7482, akte dd. 16 maart 1590.

Transcriptie folio 266v°

Item in tegenwoirdich(ey)t der schepen(en) van Loven(en)

naerbes(creven) gestaen Jan Leerbijls sone wijlen Willems,

woonende tot Wackerzeele, heeft bekindt en(de) bekinde

midts desen schuldich te zijne Godevaerd(en) Mertens

als voergange(re) vander religieusen en(de) eerw(eerde) vrouwe,

mij vrouwe Jehenne de Ferry, abdisse des goidtshuys

van Vrouwenperck, tot behoeff der selver vrouwen

die somme van vijfftich carolusg(uldens) eens, dat ter

zaken van vertheerden montcost(en) bij Anneken Leerbijls

dochtere desselffs Jans, bijder voers(creve) religieus(en) en(de)

eerw(eerde) vrouwe vertheert, geloven(de) die selve voers(creve) somme

van vijfftich carolusg(uldens) eens, oblig(ando) et submitt(endo), se et

sua, omnia et singula, p(rese)ntia et futura, in forma

amplissima, wel en(de) loffel(ijck) te betalen in payen

naerbes(creven), te weten(e) bynnen den tijde van vierthien

dagen naestcomen(de) vijffthien carolusg(udens) eens, den

 

Transcriptie folio 267r°

vierden dach voer Paeschdach naest(comen)de thien carolusg(uldens)

eens, op Sint Jans Baptist(en) avonde noch vijffthien gelijcke

rinsg(uldens) eens ende ten lest(en) te Loven kermisse naest(comen)de,

al in des(en) loopend(en) jae(re) xvc. tnegentich, alnoch

thien gelijcke carolusg(uldens) eens, telcken termijn(e) als

schult met rechte verwonnen en(de) soe verre hij

bekindere die voers(creve) twee yerste termijn(en) liet

overstrijcken, dat alsdan al gevallen sal zijn

ass(ecutu)m, coram Impens, Vekemans, martii xvia., a(nn)o

xvc. xc.

Hieronder een schepenakte met vermelding van Joannes Leerbijls zone wijlen Willems uit Wakkerzeel en wijlen zijn zuster Anna Leerbijls, die gehuwd was met Jacobus Cluppels, zoon van Nicolaus.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7867, fol. 348r., akte dd. 20 april 1587.

Item, in p(rese)ntia vil(lici), etc(etera), gestaen Jan Leerbijls zone wijlen Willems, woonen(de) nutertijt tot Wackerzeel, heeft opgedragen met behoorl(ijcke) verthijdenisse de parcheelen nabescreven, te wetene ierst huys en(de) hoff met zijnen toebehoorten, groot ontrent drije dachmaelen, gel(ijck) tselve gelegen is, ter plaetsen geheeten de Lips straete onder Wackerseel voers(creven), regenoten de voers(creven) Jan Leerbijls ter eenre, de wed(uw)e Jan Verherebrugge ter tweede(re) en(de) de Lips straete voers(creven) ter derder zijden, item noch een halff dachmael lants, gelegen voer tvoers(creven) hoff, ter plaetsen geheeten opt Lipservelt, regen(oten) derffgen(aemen) Van Malcote ter eenre, den Heyligen Geest van Wackerzeel ter tweedere, derffgen(aemen) Denijs De Wijngaerd(er) ter derder en(de) sheeren straete aldaer ter iiiier., item noch een halff boender lants, geleghen ter plaetsen, geheeten op den Grooten Laecke, onder Wackerzeel voers(creven) regenoten jonch(eer) Rijchalt van Pulle ter eenre, jouffrouwe Bottma ter tweeder, derffgen(aemen) Peeters Van Langenbuck ter derder en(de) de beke aldaer vlietende ter vierder zijden, item noch een halff boender bempts, gelegen int Schoubroeck onder Haecht, regenoten tclooster van Gruenendaele ter eenre, tgoidshuys van Perck ter tweeder, derffgenaemen Jacops Van Meerbeke ter derder, item noch een stuck landts, groot vijff vierendeelen, geleghen ter plaetsen, geheeten opt Duyldervelt onder Thildonck, regen(oten) Jan Leerbijls ter eenre, Ph(i)l(ip)s Smets ter tweedere, derfgen(aemen) Adriaens V(er)heyd(en) ter derder, item noch een dachmael lants, geleghen ter plaetsen, geheeten tGroot Kesselerevelt onder Thildonck voers(creven), regen(oten) Jacop Cluppels ter eenre, Merten Van Malcote ter tweeder en(de) sheeren straete aldaer ter derder zijden, item noch een halff boender lants, geleghen opt selve velt voers(creven), regen(oten) tgoidshuys van Terbanck ter eenre, tCleyn Keystervelt ter tweeder, sheeren straete aldaer ter derder, item noch alle dactie, paert en(de) deel van have ende vliegen(de) erffve, bij Anna wijlen Leerbijls achtergelaeten en(de) den voers(creven) Jannen bij wijlen Anna Leerbijls voers(creven), zijn(e) suste(re), blijckende bij seke(re) testamente en(de) vuytersten wille desselffs, opden ... [n.v.] gepasseert voer Cornelis Cloet als not(ari)s en(de) zekere getuyghen verstorven, exp(osito) imp(ositus) Jacop Cluppels sone Nicolaes en(de) dat in plaetse van sijn tocht, hem competeren(de) en(de) achtergelaeten van Anna wijlen Leerbijls, zijne huysvrouwe, jure et satis obligan(do) et submitten(do) et waras op den last daer te voeren vuytgaen(de), voirts renunchieert en(de) renunchieert midts desen de voers(creven) Jacop Cluppels alle trecht van(den) selven testamente, hem verstorven, hem eenichsings int voers(creven) sterffhuys van wijlen sijn(e) huysvrouwe zoude moghen competeren, ta(n)q(uam) prout, coram Schore, Ympens, aprilis xx, a(nn)o xvc. lxxxviitich.

            In de marge.

S(olvi)t.

 

Hieronder een akte met vermelding van Joannes Leerbijls, zoon van Guilielmus en Elisabeth Kerincx.  Hij was een halfbroer van Hubertus Verpaelt, zoon van Franconis en voornoemde Elisabeth Kerincx.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7864, fol. 221v°, akte dd. 20 februari 2013.

Item, in presentia vill(ici), etc(etera), Jan Leerbijls sone wijlen Willems heeft opghedraghen met behoorlijcke v(er)thijdenisse derffrenten naerbeschreven, te weeten yerst twee car(olus) gulden erffel(ijck), bekindt bij Geerarden De Moor ende Marien Huens, gehuyschen, met schepen(en) brieven van Loven in date januarii viia. a(n)no xiiiic. lxxxvii, onderteeckent ... [n.v.], te quyten(e) den penninck xviii, jaerl(ijcx) verschijn(ende) den xvien. dach maii aen ende op drije dachmael landts, gheleghen onder de prochie van Werchter, ter plaetse gheheeten Kelfst opt Kestervelt tuschen de goeden juffr(ouwe) Cecilie Van Brecht ter eenre, derffghen(aemen) Jans Opden Berch ter ander, tgodtshuys van Terbanck ter derde(re) ende derffghen(aemen) Jacops Van Malcote ter iiiier. zijden, nu toebehooren(de) der erffghen(aemen) Vrancx Van Mechelen ende Mathijs Smeets, bijden v(oor)s(chreven) opdrager v(er)cregen voor deen hellicht teghen Merten Van Malcote met schepen(en) brieven van ... [n.v.] in date xvi. februarii lestleden ende dander hellicht hem verstorven bijder afflijvicheyt van Huybrecht(en) Verpaelt, sijnen halven broeder, noch twee carolus gulden erffel(ijck), verschijnen(de) jaerl(ijcx) den ven. dach meerte, te quyten teghen den penninck xviiie. aen ende op Henr(ick) Verdonck ende zijne goeden, gheleghen te Wackerzeele inde Leepst(rae)te, groot vijff dachmael(en), reghen(ooten) derffghenamen Peeters Keerincx in iie. zijden, Gielis De Rijcke ter derder ende sheeren straete ter iiiier. zijden, nu derffghen(aemen) Jans V(er)donck, toebehooren(de) met schepen(en) brieven van Werchter in date xvc. xlviii, ... [n.v.] octobr(is), den v(oor)s(chreven) opdraeger(e) v(er)storven bijd(er) afflijvicheyt van El(i)z(abe)t Keerincx, zijnder moeder, zoo hij v(er)cleerde, exp(osito) imp(ositus) h(eer) ende m(eeste)r Jan Pieremont, priester, canoni(n)ck der kercke van S(in)te Peeters te Loven per mo(nitionem) jure et sat(is) obligant(es) et submitten(tes), etc(etera), et war(as) voor een goede, deughdelijcke ende ombelaste rente, ende tot meerder verseckerheyt den v(oor)s(chreven) h(eer) Jan Piermont vande v(oor)s(chreve) gheluefte van ghenoch doen en(de) warantschap te doen, heeft de v(oor)s(chreven) Jan Leerbijls de licen(tia) dicti vil(lici) titulo inst(...) ? subpignor(...) ? verbonden vijff dachmael(en) landts, gheleghen tot ... [n.v.] in zijn grechten tuschen de goeden der erffghenaemen meesters Bartholome(us) Vanden Heetvelde ter eenre, Huybrecht Van Hougaerden ter ande(re), Jan Mergaerts ter iiie. ende sheeren straet(e) ter iiiier. zijden, de quo quid(em) sat(is) obligant(es) et submitten(tes) ... ? et war(as) sub sensu d(omi)ni fundi tanqua(m) prout, geloven(de) daerenboven de v(oor)s(chreven) Jan Leerbijls den v(oor)s(chreven) h(eer) Jan(nen) in dien hij nyet ghevuechelijcke betalinghe van(de) v(oor)s(chreve) ghetransporteerde renten en conste ghecrijghen, dat hij den v(oor)s(chrev)en Jan(nen) indijen gevalle de zelve betalinghe d(aer)aff sal doen tanquam ass(ecu)tum, cederen(de) ende transporterende daerenboven voorts den selven h(ee)ren Jan Pieremo(n)t dachterstellen(e) der voorghen(oempde) renten eodem jure, cor(am) Schoerbroot, Impens, februarii xx, a(n)no xvc. lxxxi.

            In de marge.

S(olvit).

Transport van dese twee rinsg(uldens) erffel(ijck), gedaen tot behoeff van(den) v(oor)s(chreven) Jan Leerbijls, staet xviii. novembris a(nn)o et libro 1611 in hac camera.

 

En deze:

Met betrekkking tot hogergenoemde link gaat in bijlage een foto van een akte met de transcriptie, waarin melding wordt gemaakt van Joannes Leerbijls, zoon van Guilielmus.  Hij was van Wakkerzeel afkomstig, maar blijkbaar ook naar Leuven uitgeweken (ik veronderstel echter gevlucht zoals zovele anderen).  De datering van de akte is gebaseerd op de datum van de voorgaande akte in het register.  Joannes Leerbijls werd gearresteerd.  De reden is niet duidelijk, maar vermoedelijk gaat het om achterstallige schulden die hij had bij Jan Hulstkens en Peter Stuckens.

BRON : Stadsarchief Leuven, register nr. 7473, folio 7r°, akte dd. 8 juli 1579.

Transcriptie.

Item Jan Leerbijls sone wijlen Willems, nutertijt

woonen(de) te Loven(e), geboren van Wackerzeele,

alhier gearresteert bij Joes(en) Carpentiers, dienaer

deser stadt, ten v(er)suecke Jans Hulstkens ende

Peeters Stuckens, in p(rese)ntia, heeft geloeft en(de) geloeffde

midts desen tegen de selve te dage ende te

rechte te comen(e) ende tgewijsde te voldoen(e), d(aer)voe(r)

verbindende zijn(en) pers(oen) ende goeden, p(rese)nt en(de)

toecomen(de), cor(am) eisd(em).

     In de marge.

S(olvi)t.

 

Uit dit huwelijk:

 

1a. Leerbijls Joannes, XIV (M9476 + S12524),

 

Lerebyls Anna, x (wellicht) met Jacob Cluppels, meer info bij Cluppels, akte bij broer Joannes,

 

1b. Goorts Anna,

 

Goorts Jan,

 

Goorts Nicolaus,

 

Goorts Thomas,

 

Goorts Susanna,

 

3. Verpaelt Huijbrecht.

 


 

XIV - Leerbels Joannes (M9476 + S12524), ° ca. 1540, + Wakkerzeel 30.05.1626, x 1 met Barbara De Schrijnmaecker, x 2 met Catharina Van Malcote, fa Martinus, x 3 (of alias van de vorige) Mechelen OLV 07.02.1586 (g...) met Custers - Scosters Catharina (M9477 + S12525), Sav+, + Terbeeck onder Tildonk (Beca) 27.10.1638.

 
1545: Jan Leerbyls, Willem Leerbyls van zynen lande opt Vakenvelt
1545: Jan Bijstervelt van een dm beempts wijlen Lysbethen Leerbyls gelegen int Helchterbroeck tusschen Joesen Vander Hofstadt ter eendre ende Jan Van Pangate ter ander syden
1545: Geerdt Leerbyls
In het begin van de 16de eeuw bezaten de erfgenamen van Willem Leerbyls ‎(zoon van Simon) drie vierendeel wyngaerts te Bexem onder den Ruyterbergh in Rotselaar: 1542: Geerdt Leerbijls van 3 vierendeel wijngaert.
BMB237: 21 feb 1579:
Jan Leerbijls verkoopt een dm & thien roijen lants gelegen onder die prochie van Wespelaer opt Broeckvelt ‎(erfgen Jan De Rijcke)‎ aen Dierick De Moor x Joanna Van Paepenbroeck.
Wer1847: Go 87v: 22 mrt 1591:
Jan Leerbijls in eigen naam en in naam van Govaerde en Peeter Kerinckx kinderen zijns ooms, ende Nicolaes Goorts zone wijlen Jacops hebben klacht gedaan en gedaagt voor gebrek aan betaling een erfelijke rente bij de we Joes Kerincs geheeten Margriet Van Nijpe tot behoef van Philips De Rijcke Raessone gedaan op een huis en hof.

 

Aert De Schrijnmaecker meijer van Werchter in den naem van zijn zelven ter eendere en in plaetse van Henrick De Schrijnmaecker sijn outsten broeder ende Elisabeth De Schrijnmaecker zijn sustere daer man en momboir af was Jan Kerincx Goort sone, ter derder, ende Margriet Van Langendonck die huijsvrouwe geweest es van Eloij De Schrijnmaecker ter vierder en Jan Leerbijls met eenen momboir hem met recht verleent Lodewijck Smets in de naem van Anneken Leerbijls sijne dochter daer moeder af was Berbel De Schrijnmaecker ter vijfder sijde .. om te deylen alsulcken erfgoederen als hen verstorven zijn van Jan De Schrijnmaker ende Joanna Van Beringen gelegen tot Wackerzeel. ? 

Cristiaen Joossens x Heilken Schrijnmakers is gequeten van Janne Leerbijls als erfgen van Anna Leerbijls sijn dochter dewelkce Anna de we Heijlken hadde gemaeckt twintig stuijvers erfelijck.
Wer1847: Fo 20V: 11 ju 1601:
Jan Leerbijls uit krachte van testament van Anna Leerbijls voor heer Nicolaes Cluppels dd 27 mrt 1592 tot behoef van Jan Van Langendonck Willemsone x Maria Van Haecht, Jan Docx x Anna Van Langendonck den hellicht van een half boender bempt int Wechterbroeck ‎(erfgen Wouter Verthiers)‎
.

Wer1847: Fo 119: 11 apr 1595:
Jan Leerbijls zone wijlen Willem draagt op tot behoef van Jan Mergaert x Margriet Van Goubergen zeker
oft cant met een stuksken lants daaraan gelegen groot 14 roeden onder Wakkerzeel.
SAL 6340/ B: bedezetting Werchter °1597:
93. Jan Leerbijls eijgenaer van huis & hof groot mette land ende bempt drij bunderen een dm, huert ses dm bempt en heeft een ploeg, twee paarden en vier koeien.
Wer1847: Fo 154v: 17 feb 1599:
Peeter ‎(?)‎ Vandenputte x Anna Baddelijns voor de tocht voor een derdedeel in de naerbes goeden, Jan Fobelets en Lodewijck Smets als geede momboirs van Hansken & Jenneken Schrijnmakers wettige kinderen van wijlen Aert De Schrijnmaker dmai Anna Badelijns voor de erfelijkheijt voor een derdedeel,
item Jan Leerbijls als erfgen testamentaire van wijlen Anna Leerbijls zijn dochter was die hij behouden hadde van Barbara Schrijnmakers zuster was van wijlen Aerden De Schrijnmaker voor een derdedeel, oock mede de vs Leerbijls als erfgen testamentair van wijlen Hendrik De Schrijnmaker zijn oom was ‎(schepen van Loven dd 14 okt 1571)‎.
Wer1875: Fo 284:
- 26 feb 1545: Coenraedt Van Vlasselaer zone wijlen Jans heeft gederft die hellicht van twee en half dm lant opt Leepservelt onder Wakkerzeel
de wederhelcht toebehorende Jacob Goorts aan Willem Lederbijl den jongen zone Willems
- 22 jan 1547: Jan Kerincx als momboir van Jan & Anna Lederbijls kinderen wijlen Willems na de dood van hun vader
- 30 okt 1596: Jan Leerbijls na de dood van Jan Kerincx 18 mrt 1611: Jan Leerbijls x Catharina De Custer heeft opgedragen de helft van twee en half dm land opt Lipsevelt als onderpand van een rente uit handen van Cornelis Moelen woonende in den Wijngaert tot Loven
- 14 feb 1628: Willem Leerbijls heeft ontvangen na de dood van Jan Leerbijls zijn vader.
WSP1949: 9 mrt 1601:
Catlijn Ceusters x Jan Leerbijls verkoopt onderhalf dm opt achterste Broeckvelt aen Roelant Van Mol x Elisabeth Diericx.
WSP1949: 7 feb 1624:
Christiaen Verschoer x Elisabeth Leerbijls, dochter van Jan Leerbijls x Catharina De Coster, hebben ontvangen van mr Jan Bogaerts rentmr van Ste Peeters tot Mechelen de som van 150 gl en betalen een rente en hebben verbonden een dm genoemt het Rode Bempdeken, Jan Leerbijls & Catlijn De Coster verbinden een besloten block goet coren lant oijck gelegen in Wespelaer ter Hulst.
WSP1949: 8 feb 1624:
Jan Leerbijls x Cathlijn De Coster hebben geapprobeert de bekentenisse van een erfelijcke rente als Christiaen Verschoer x Elisabeth Leerbels hunnen respective schoonsoen ende dochter den vij deser maent hebben bekent quod attestot Jan Leerbijls scabinus Werchterensis.
AVT2: 27 juli 1672:
Lucas Mertens Niclaesone geboren in Wakkerzeel 67 jaar heeft geattesteert dat hij twelf jaer out wesende dat hij opt Groot Terwelant heeft gehoogst op een stuk land groot een half bonder welkce alnoch toebehoorde de we Lantrop altoen besaeyt was geweest met terwe en dat aldaer was gecomen Willem Lerebels sone Jans jongman sijnde inden naeme van sijnen voors vader ‎(coster sijnde van Wakkerzeel?)‎ die alstoen gecomen is opt voors half boender om die ceusterschooven te haelen ende dat Jan Van Lantrop aldoen meijer tot Werchter die tselve lant toebehoorde alsdaer opt selve lant sijnde bij sijn Werckblock seggende tegen den voors Lerebels nempt uwen schoven daerop soo sij tegen daerde lagen, dwelck den voors Lerebels oock heeft gedaen ende daer mede en wegh gegaen.
Idem heeft Jan Verpaelt sone Peeters geboren in Wakkerzeel en 57 jaar verklaart dat hij C oudt sijne twelf of 13 jaeren gesien heeft dat Willem Lerebels Jansone met sijnen sone Jan Lerebels op twerwelant tsamen hebben die cuesterschooven vergadert

Item Jan Van Leemputten 54 jr inden jaere 1636 op een stuk land int grot terwelant welcke sijns C vaders was labeurende woonende tot Haecht ende hem toebehorende twee stukken lants groot samen drij dm dat hij alsoo metten wagen het graen quamp haelen voor zijn voors vader ende dat aldaer gecomen es Willem Lerebels cister tot Wakkerzeel en om sijne schooven te haelen die hij alsdan heeft mede gedragen.
 


Goert Leerbijls Janssone wijlen diemen heet inde tusschen ..
Lijsbeth Gooris ter andere sijden ‎(jaar?)‎
H851: Fo 78:
- 4 mei 1499: Jan Vanderherbrugge Aertsone heeft na de dood van Geert Vanderherbrugge ontvangen drij vd bempts int Schoubroeck ts Willem Wants ende Hendrik De Plecker
- 17 nov 1516: Mathijs Hobbouts sone Aerts ontvangt na de dood van Jan Vanderherbrugge zijn oom drij vd...
- 21 jul 1552: Mathijs Hobbouts sone wijlen Aerts heeft gederft drij vd aan Vranck Verpaelt
- 15 nov 1579: Jan Leerbijls zone wijlen Willems daer moeder af es Lijsbeth Kerincx  ontvangen voor hem en voor Huijbrecht Verpaelt zone wijlen Vranckx Verpaelt ende de voors Lijsbetten Kerincx zijns half broeders ‎(sic)‎ bij doode des voors Vranckx Verpaelt drij vd
- 23 jan 1598: op 26 aug ll is tegen Jan Leerbijls in deijlinge gevallen die voors drij vd bempt doende Remeijs Van Haecht den eed van trouw.
Rotselaar? Fo 289:
- 26 juni 1531: Willem Lederbijls zone Willems heeft na de dood van Jacops wijlen Lederbijls ten bij zijne ende met consente des voors zijns vaders, ontvangen twee mudden rogs mate van Loeven, staende bepant soe de voorschreven Willem verclaerde op sesse dachm lants gelegen te Varent in de prochie van Thieldonck ‎(Kathlijne Van Beringen x Jan Vandendriessche)‎ ende noch een dachmael lants gelegen opter Berckt ‎(mr Jan Van den Heetvelde)‎ item noch op een half dm lants oijck onder Thieldonck gelegen, opden Borstinkc, Willem Lederbijl ter eenre, toebehorende Simon Verherbruggen ende noch op een half dm lants, Henrick De Witte oijck opde Bortinck, den voor Simon ter eenre, item noch op een dachmael lants gelegen opten Berckt, Jan Drijdons ter eenre, Merten Wiege ter derder, item noch op een dm lants oijck opde Borstinck gelegen, Willem Geldens ‎(Merten Smacx, Jan wijlen Van Breezijp)‎ item noch op een dm lants derselfs Jans wijlen Van Breezijp, den voors Merten jre, Willem Gielis ter ander, doende den voors Willem met consent van zijn vader hier af behoorlijcke hulde ende eedt van trouwen
- 22 jan 1547: Jan Kerincx als momboir tot behoef van Jans ende Anna Lederbyls naer dode des voors Willems wijlen huns vader om dit leen tusschen hen naer leenschen rechte gedeylt te worden, blijvende nochtans den voors Jan Lederbijls sterfelijck man van desen leene, ontfangen twee mudde rogs erfpacht te heffene op sesse dm lants, gelegen te Varent inde prochie van Thieldonck ‎(Catlijne Van Beringen x Jan Vandendriessche)‎ ende noch op meer andere goeden hier voor al naerder blijckende
- 30 okt 1596: Jan Leerbijls heeft selve de persoen nae doode desvoers Jans gedaen behoirl hulde ...
- 10 meert 1599: ??? bekent hem van en vuijt twee mudden rogs leenrinte bepant & besedt op een dm lants ‎(Adriaen Vanderheijden, de zielsmisse van Wackerzeel, meester Anthonis Van Heetvelde)‎ gelost en gequeten sijn bij Thomas Vernoijen
- 10 meert 1599: ‎(Jan Leerbijls en Willem De Schrijnmaker)‎ Thomas Vernoyen heeft verkoopt aan Claes Goorts x Clementie Van Maelcote het voors leengoet
- 9 sept 1619: Clementia Maelcote we Niclaes Goorts heeft te lene ontvangen na de dood van haar man
? sterfman Anthoon Goorts oudt 25 jr.

 

Nog aktes met dank aan Paul Peeters bij Hoylaerts.

Hieronder (met dank aan Paul)  aktes met vermelding van Joannes Leerbijls, weduwnaar van Barbara Schrijnmaeckers (De Schrijnmaecker), alsmede van Dionysius Michiels en Catharina Bartholmeeus (Bertelmans) en hun kinderen Joannes, Henricus en Martina. Bemerk dat enkele eigennamen wel afwijkend werden neergepend, zoals Geertvoedere i.p.v. Geertsvondel en Paps i.p.v. Paeps. De ene keer werd Vischkens geschreven, de andere keer Visschkens (dubbele 'ss') en dit in eenzelfde akte. Het zijn dus geen tikfouten !ron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7483 fol. 224v°, akte dd. 06.05.1591.

Item in presentia villici, etc(etera), gestaen Jan Leerbijls, weduwer van Barbara Schrijnmaeckers, wijlen zijne ierste huysvrouwe, vuyt crachte van zeeckere acte van authorisatie, hem bijder weth van Werchtere verleent in date den xxixen. meert 1590, bijde wethouderen van Werchtere onderteeckent, alhier gesien ende gebleecken, heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse tvijffste paert van huys ende hoff, geleghen te Geertvoedere onder Werchtere, regenoten tsheeren straete in twee zijden ende Henrick Paps ter derdere, item van drije dachmaelen landts, geheeten de Welle, regenoten tsheeren straete ter ie., Anna Dijckmans ter iie., noch van een parcheel, groot een dachm(ael), regenoten Willem Dries ter eenre, d' abdije van Perck ter iie. zijden, item van een dachmael bempts, gelegen aen het Haeghbroeck, regenoten de goeden des goidtshuys van S(in)te Geertruyden ter ie. ende d' erffgen(aemen) Berthels V(er)heyden ter iie., item van een halff boender bempts, geleghen onder Bethekem, regenoten Jan Vischkens ter ie., de weduwe oft de goeden m(eeste)r Willems wijlen Gelda ter iie., item van een stuck landts, oyck onder Bethekem gelegen, groot ontrent vijff dachmaelen onbegrepen van(der) maeten, regenoten de goeden des voors(chreven) Gelda ten twee zijden ende Anna Dijckmans ter derdere, item noch van een stuck landts, oyck onder Bethekem geleghen opden Molenberch, groot ontrent een halff dachmael, regen(oten) derffgenaemen Jacop Visschkens, gelijck allen de voors(chreve) goeden gelegen zijn onbegrepen vander maeten, exp(osito) imp(osita) Cathlijne Barth(o)l(omeeu)s weduwe Dionijs Michiels, soo voor haer als voor Jannen, Henrick, Martijne Michiels, haere kinderen, bij haer behouden vanden voors(chreven) Dionijs Michiels, woonende tot Werchtere, per mo(nitionem) et satis obligan(do) et submitten(do) in forma et waras opde commeren ende lasten voor date van twintich jaeren herwaerts daerop vuytgegaen hebbende, die den coopere sal draegen, met oyck alle rechten van peerdtskeuren, verloopen cheynssen ende commeren ende alle andere oncosten, tot op heden date van desen verschenen, oyck de rechten ende pontpennin(gen) ende alle andere oncosten, item es te weeten dat den coope vanden voors(chreven) vijffsten deele is gedaen om ende voorde somme van twee en vijfftich rinsgul(dens) eens, coram Grave, Duffle, maii via., 1591.

En nog deze:

Een schepenakte met vermelding van Jan Leerbijls sone wijlen Willems en weduwnaar van zijn eerste vrouw Barbara Schrijnmaeckers (De Schrijnmaecker) en later in huwelijk met Catharina (Catlijne) De Coster (Custers), alsmede zijn minderjarige dochter Anna Leerbijls. In de akte maakt men duidelijk, maar verkeerdelijk melding van Leervijls (i.p.v. Leerbijls). Lucas De Rijcke was voogd van de minderjarige Anneke, wellicht langs moederszijde (van zijn 1e vrouw).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7868 fol. 39r°, akte dd. 24 juli 1587.

Item in p(rese)ntia vill(ici), etc(etera), gestaen Jan Leervijls sone wijle(n) Willems, weduwer wijlen Barbele Scrijnmaeckers, zijn ierste huysvrouwe, woonen(de) te Wackerzeel, zoe voer hem zelve(n) als oyck hem in desen sterckmaeckende voer Lucas De Rijcke als momboirs van Anneken Leervijls, zijn(en) ombejaerde dochter, bij hem behouden vande voerscreve Barbele Scrijnmaeckers, zijne wettige huysvrouwe als zij leeffde, totter selver momborije en(de) tot des naebescreven staet te doen, bij weesm(eeste)ren deser stadt behoorlijck geaucthorizeert zijn(de) naer vuytwijsen zeeckere acte van aucthorizatie daerop gemaect in date ... [n.v.], onderteeckent bijd(en) secretaris Cloet, heeft opgedragen met behoorlijcke verthijdenisse de goed(en) naebescreven, ierst een dachmael landts, gelegen onder Herent, ter plaitsen geheete(n) die Waterler aen Aetgat tusschen die goeden Adriaens Vand(er) Heyden ter eenre, Christiaen Batens ter tweeder en(de) de strate ter derder zijden, belast met eenen penninck Loevens aen(den) heere van(den) gronde, mijn(en) heere Van(der) Ee en(de) eenen tournois den ouden heere vanden gronde, item een dachmael landts, geleghe(n) onder Thieldonck opden Berct tussche(n) de goed(en) der Zielmisse van Wackerzeel in twee zijden en(de) sheere(n) straete ter derder zijde(n), item noch een block landts, groot zess dachmaele(n), geheete(n) de Varent tusschen de Waterler ter eenre en(de) de straete aldaer ter andere zijde(n), belast met het voergenoempde dachmael met twee rinsgul(dens) erffel(ijck) aen(de) kercke en(de) Heylige(n) Geest van Wackerzeel, item noch twee dachmaele(n) bempts, gelegen onder Rotselaer inde Hellicht in die hage tusschen de goeden Jans Van(den) Berge ter eenre, ... [n.v.], ende voirts de selve Jan Leervijls en(de) Catlijne De Costere, zijn tegenwoirdige huysvrouwe, hebben insgelijcx opgedragen de goeden naebescreven, te weete(n) de voers(creven) Jan ierst drije dachmael bempts met een huys, stallinge en(de) backhuys daerop staende, geleghen tot Wackerzeel inde Leepstraete, de zelve straete in twee zijden, de Leeps ter derder en(de) derffgenaemen Van Heetvelde ter vierder zijden, belast met een mudde rogs tsiaers aen Cornelis Vanden Kerckhove cums suis en(de) met sheere(n) chijs van(den) gronde, item noch onderhalff dachmael landts, gelegen opt Groot Daeldervelt aende Leepsberch tussen de goeden der erffgenaeme(n) Van Heetvelde ter eenre, de voerscreve Jan Leervijls ter andere en(de) sheere(n) straete ter derder zijde(n), belast alleenlijck met sheeren chijs van(den) gronde, item noch vijff dachmael landts, gelege(n) te Wackerzeel voers(creven) tussche(n) het Binneveldeke(n) ter eenre, Aerdt Van Eycke(n) ter ande(re), Huybrecht Van Hougarden ter iiier. en(de) de Leepstrate ter vierder zijde(n), insgelijcx belast met sheere(n) chijs vanden gronde ende de voerscreve Cath(lij)ne met consente, wille, wete en(de) overstaen(e) des voers(creven) Jans Leervijls, heurs mans, een halff boender landts, gelegen onder Wespelaer opt Broeckvelt, regenote(n) de goeden Rombouts Smeets ter eenre, Remeys Van Meerbeecke ter andere en(de) het Wespelaeren Broeck ter derder zijde(n), belast alleenlijck met sheeren chijs van(den) gronde, item alnoch onderhalff dachmael landts, oyck gelegen onder Wespelaer ter plaetse voerscreve(n), regenote(n) derffgenaeme(n) van Busleyden ter eenre en(de) den Heyligen Geest van Wespelaer ter andere zijden, item alnoch een dachmael, opt selve velt gelegen, regenoten mijn heere van Savant ter eenre, de voerscreve erffgenaeme(n) van Busleyd(en) ter andere, derffgenaeme(n) Willems Van Mol ter derder en(de) het Wespelaeren Broeck ter vierder zijden, in alder vuegen haer opdragersse de selve goeden verstorven zijn geweest bijder doot en(de) afflijvicheydt van wijle(n) haere(n) ouders, zoe zij verclaerde, exp(osito) ende Peeter Vekemans den jonghe(n) inden naeme en(de) tot behoeff heer en(de) meester Jans Pieremont, priester en(de) canoninck der kercke(n) van Sinte Peeters binne(n) Loeve(n), imp(ositus) p(er) mo(nitionem) redd(idi)t ende voorts meer op thien carolusguld(ens) te xx stuyvers stuck erffelijcke rente, alle jaere S(in)t Jansmisse te betaele(n) ende inder stadtwissel van Loeven los en(de) vrij te leveren in futurum et satis de voerscreve opdrageren obligan(do) et submitten(do) et waras ut sup(ra) tanq(uam) prout jure promitt(endo) in sup(er) singulis a(n)nis) p(er)solvere et casu quo pignora et t(antu)m met conditien dat de voerscreve gehuyssche(n) de voerscreve rente van thien carolus gulden sullen mogen lossen en(de) affquyte(n) talle(n) tijde(n) als hen gelieve(n) zal elcke(n) carolus guld(en) daer aff met zesthien carolus guld(en) munte ten tijde van(de) quytinge, in Brabant cours en(de) loop hebbende, en(de) met volle rente, coram Grave, Duffle, julii xxiiii, xvc. lxxxvii.

En nog eentje:

Hieronder een interessante akte waarin we vernemen dat Joannes Leerbijls sone Willems uit Wakkerzeel de broer is van Anna, die al overleden was. Uit de akte blijkt dat Anna gehuwd was met Jacob Cluppels. Deze laatste is allicht de zoon van Nicolaas (x Barbara Van Haeltert). Was Jacobus Cluppels bijgevolg 3 maal gehuwd ? Het is niet uitgesloten dat hij 3 vrouwen heeft gekend, te weten Elisabeth Schots, Clara Verbiest en Anna Leerbijls. Bemerk dat in de akte Leerveyls i.p.v. Leerbijls werd vermeld.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7868 fol. 226v°, akte dd. 20.04.1587.

Item in p(rese)ntia villici, etc(etera), gestaen Jan Leerveyls sone wijlen Willems, woonen(de) nu ter tijt tot Wackerzeel, heeft opgedragen met behoirlijcke verthijdenisse de parcheele(n) naebescreven, te weten(e) ierst huys en(de) hoff met zijne(n) toebehoirten, groot omtrent drij dachmaelen, gelijck tzelve gelege(n) is ter plaetsen, geheeten de Lips straete onder Wackerzeel voerscreve(n), regenot(en) de voerscreve Jan Leerveyls ter eenre, de wed(u)e Jan Verherebrugge ter iier. en. de Lipsstraete voerscreve(n) ter iiier. zijd(en), item noch een halff dach(mael) landts, gelegen voer tvoerscreve hoff, ter plaetse geheeten opt Lipservelt, regenote(n) derffgen(aemen) Van Malcote ter eenre, den Heylige(n) Geest van Wackerzeel ter iier., derffgenaem(en) Denijs De Wijngaerde ter iijer. en(de) sheere straete aldaer ter vierd(er) zijde(n), item noch een halff boender landts, gelegen ter plaetsen, geheeten opden Grooten Lake onder Wackerzeel voerscreve(n), regenote(n) jonch(eer) Rijcaerdt van Pulle ter eenre, jouffrouwe Bottmea ter iier., derffgenaem(en) Peeters wijle(n) Van Langendonck ter iiier. en(de) de beke aldaer vlietende ter iiiier. zijden, item noch ee(n) halff boender bempts, gelegen int Scoubroeck onder Haecht, regenoten tclooster van Gruenendael ter eenre, tgoidshuys van Perck ter iier., derffgenaem(en) Jacops Van Meerbeke ter iiier., item noch een stuck landts, groot vijff vierendeele(n), gelegen ter plaetsen geheeten op Duyldervelt ond(er) Tildonck, regenoten Jan Leerveyls ter eenre, Ph(i)l(ip)s Smeets ter iier., derffgenaem(en) Adriaens Verheyden ter iiier., ... [n.v.], item noch een dachmael landts, gelege(n) ter plaetse geheeten Tgroot Kesselerevelt onder Tildonck voerscreve(n), regenoten Jacop Cluppels ter ie., Merten Van Malcote ter iie. en. sheere(n) straete aldaer ter iiier. zijd(en), item noch een halff boend(er) landts, gelegen opt selve velt voerscreve(n), regenote(n) tgoidshuys van Terbanck ter ee(n)re, Tcleyn Keystervelt ter iier., sheere(n) straete aldaer ter iiier., item noch alle dactie, paert en(de) deel van have en(de) vliegen(de) erffve, bij Anna wijlen Leerveyls achtergelaeten en(de) den voerscreve(n) Janne(n) bij wijlen Anna Leerveyls voerscreve(n), zijn(e) suster, blijckende bij zekere testamen(te) en(de) vuyterste(n) wille desselffs, opden ... [n.v.] gepasseert voer Cornelis Coels als notaris en(de) zekere getuygen, v(er)storve(n), exp(osito) imp(ositus) Jacop Cluppels sone Nicolaes per mo(nitionem) ende dat in plaetse van zijn(e) tochte, hem competeren(de) en(de) achtergelaeten van Anna wijlen Leerveyls, zijn huysvrouwe, jure et satis, obligan(do) et submitten(do) et war(as) opde lasten daer te voren vuytgaende, voerts renu(n)tieren(de) midts desen de voerscreve Jacop Cluppels allet recht van zekere testame(n)te, hem verstorven en. d(aer)in hem eenichsits int voerscreve sterffhuys van wijlen zijne huysvrouwe soude mogen competeren, tamq(uam) prout, coram Schore, Ympens, aprilis xxa., a(n)no xvc. lxxxvii.

 

En: hieronder een akte met vermelding van Joannes Leerbijls.  Hij was afkomstig van Wakkerzeel, maar woonde op het ogenblik dat de akte werd verleden, te Wespelaar. Het gaat vermoedelijk de man van Barbara De Schrijnmaecker en later Catharina Custers.  Een bewijs is er niet, maar de kans is reëel.

Pittig detail, ik wist niet dat Waterloe onder Kelfs gelegen was !  Een leeuw zal er allicht niet staan zeker ?

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7477, fol. 66v°, akte dd. 22 maart 1584.

Item in tegenwordicheyt des meyers ende schepenen van Loven naerbes(creven) gestaen Jan Leerbijls van Wackerzeele, nutertijt woonen(de) tot Wespelaer, heeft opgedraegen met behoirl(ijcke) v(er)thijdenisse onderhalff dachm(ael) lants onbegrepen der maeten, gelegen onder de heerlijcheyt van Kelffs opt velt, geheeten de Waeterloe, regen(oten) Gijsbrecht Van Maelcote ter ie., d' erffg(enaemen) Cornelis Van Maelcote ter iie., Gielis Kerincx ter iiie. en(de) comende met een eynde op een loopende beexken ter iiiie. zijden, exp(osito) soo is d(aer)inne gegoidt en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte Cathlijne De Wijngaerden wed(uw)e Peeters De Schepere, per mo(nitionem) et satis obligan(do) et submitten(do) et waras op onderhalffven pen(ninck) Lovens aenden heere van Kelffs, item noch i ˝ tournois, daer men voor elcken tournois betaelt ix (mij)ten aen(den) ond(er)heere van Kelffs terminis tanquam prout iure aut, coram Luenis, Impens, martii xxii, a(nn)o lxxxiiii.

 

Hieronder nog een akte met vermelding van Joannes Leerbijls, wonende te Wakkerzeel en zoon van Guilielmus (en Elisabetha Kerinckx).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8227, fol. 430r., akte dd. 17 februari 1586.

Item, in presentia villici, etc(etera), Jan Leerbijls zoone wijlen Willems, woonende tot Wackerseele, heeft opgedraegen met behoirlijcke verthijdenisse een dachmael beempts vuyt drije dachmael sprinckbeempts oft wisselbeemts, gelegen ond(er) die prochie van Haecht int Schoubroeck tusschen de goeden des cloosters van Vrouwenperck ter eenre, d' erffgenaemen Jans Van Looffven ter tweeder, Remigii Everaerts ter derder zijde, expos(ito) impos(itus) est jure hereditario Guillaum Boets ind(en) naem ende tot behoeff Jans Van Hoeffte ende Jans Van Vuyten, innegeseten(en) der stadt van Mechelen, per mo(nitionem) et satis et waras op sheeren chijns vanden gronde, terminis tanquam prout jure, coram Liedekercke, Goerts, februarii xviia., 1586.

 

En deze:

Voornoemde Joannes draagt als vruchtgebruiker samen met de kinderen van wijlen Martinus Van Malcote en Elisabeth Van Wesenbeke een erfrente over die haar oorsprong vindt een schepenenbrief van Rotselaar dd. 13.09.1465.  De rente was bezet op een brouwcamme te Wijgmaal (onder Wilsele), gelegen aan de sluis van de Dijle.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7864, fol. 78v°, akte dd. 3 september 1580.

Item, in p(rese)ntia villici, etc(etera), Jan Leerbijls sone wijlen Willems als tochtenaer van(de) rente naebescreven, Gijsbrecht Van Malcote zone wijlen Merttens, Lucia ende ... [n.v.] Van Malcote, gesustere(n), alle kinderen wijlen Merttens Van Malcote, behoud(en) van Elizabeth wijlen Van Wesenbeke, gehuyssche(n) als zij leeffd(en), proprietaris(sen) der zelver, cum tutorib(us), hebben opgedraeghe(n) met behoirlijcke verthijdenisse een erffrente van vier rinsguld(en) sess(e) stuyvers tsiaers, verschijnen(de) jaerlijcx opt Kersavont, die zij hebben(de) ende treckende zijn met schepene(n) brieve(n) van Rotselaer in date xiiiic. lxv, xiii. septembris aen ende op een ca(m)me met alle haere toebehoirte(n) Jans wijlen van Leeuwe, geleghe(n) te Wijchmael onder die prochie van Wiltsele, regenote(n) de sluyse van(de) Dijle, aldaer vlietende, ter eenre, Jan Van Wesenbeke ter ande(re) ende sheere(n) straete ter derd(er) zijd(en), ende hen in deylinge gebleven alhier voer schepene(n) van Loeven(e) opd(en) leste(n) martii libro xvc. xli in media, exp(osito) imp(ositus) hee(re) en(de) m(eeste)r Jan Pieremont, canonick der kercke van Sinte Peeters te Loeven(e), per mo(nitionem) jure et satis ind(ivisi)m obligan(do), etc(etera), et waras voer een rente, ombelast prout, cederende ende transporteren(de) voerts den selven heere(n) Jannnen Piermont dachterstellen der voers(creve) rente van sesse leste jaeren velroopen, eod(em) jure ende hier aff hebben de voers(creve) kinderen ind(ivisi)m obligan(do) den voers(creven) Jan(nen) Leerbey[l]s gelooft tontlasten en(de) indempneren, cora(m) Ympens, Goerts, septembris iiia., a(nn)o lxxxtich.

            In de marge.

S(olvit).

Item m(eester) Symon Voskens als rentm(eeste)r des hee(re)n van Wiltsele heeft bekindt van(de) voers(creve) heere(n) Jan(nen) Piermont ontfanghe(n) te hebben(e) in voldoeninghe van(de) pontpen(ningen) zess(e) rinsg(ulden), actum via. julii a(n)no lxxxi.

Item Joos Piermont alias De Kerper, als eenich erfgen(aem) van wijlen heer Jan Piermont, heeft bekent de capitaele pennin(gen) mette verloopen van dijen van dese rente van vier rinsguldens ses stuyvers vuyt handen van Peeter Verpaelt als man ende momboir van Catlijn Van Malcote ende Jannne Leerbijls ontfanghen te hebben, te weeten den v(oer)s(creven) Peeter Verpaelt betaelt de drij deelen van(de) v(oer)s(creve) rente ende Jan Lerbijls voer het vierde deel, consenterende den v(oer)s(creven) Piermont te dijen eynde inde cassatie van(de) v(oer)s(creve) rente et sic vacat, actu(m) xii. decembris 1614.

Joos Piermo(n)ts al(ia)s Kerper.

 

Hieronder een akte met vermelding van Joannes Leerbijls, zoon van Guilielmus en Elisabeth Kerincx.  Hij was een halfbroer van Hubertus Verpaelt, zoon van Franconis en voornoemde Elisabeth Kerincx. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7864, fol. 221v°, akte dd. 20 februari 2013.

Item, in presentia vill(ici), etc(etera), Jan Leerbijls sone wijlen Willems heeft opghedraghen met behoorlijcke v(er)thijdenisse derffrenten naerbeschreven, te weeten yerst twee car(olus) gulden erffel(ijck), bekindt bij Geerarden De Moor ende Marien Huens, gehuyschen, met schepen(en) brieven van Loven in date januarii viia. a(n)no xiiiic. lxxxvii, onderteeckent ... [n.v.], te quyten(e) den penninck xviii, jaerl(ijcx) verschijn(ende) den xvien. dach maii aen ende op drije dachmael landts, gheleghen onder de prochie van Werchter, ter plaetse gheheeten Kelfst opt Kestervelt tuschen de goeden juffr(ouwe) Cecilie Van Brecht ter eenre, derffghen(aemen) Jans Opden Berch ter ander, tgodtshuys van Terbanck ter derde(re) ende derffghen(aemen) Jacops Van Malcote ter iiiier. zijden, nu toebehooren(de) der erffghen(aemen) Vrancx Van Mechelen ende Mathijs Smeets, bijden v(oor)s(chreven) opdrager v(er)cregen voor deen hellicht teghen Merten Van Malcote met schepen(en) brieven van ... [n.v.] in date xvi. februarii lestleden ende dander hellicht hem verstorven bijder afflijvicheyt van Huybrecht(en) Verpaelt, sijnen halven broeder, noch twee carolus gulden erffel(ijck), verschijnen(de) jaerl(ijcx) den ven. dach meerte, te quyten teghen den penninck xviiie. aen ende op Henr(ick) Verdonck ende zijne goeden, gheleghen te Wackerzeele inde Leepst(rae)te, groot vijff dachmael(en), reghen(ooten) derffghenamen Peeters Keerincx in iie. zijden, Gielis De Rijcke ter derder ende sheeren straete ter iiiier. zijden, nu derffghen(aemen) Jans V(er)donck, toebehooren(de) met schepen(en) brieven van Werchter in date xvc. xlviii, ... [n.v.] octobr(is), den v(oor)s(chreven) opdraeger(e) v(er)storven bijd(er) afflijvicheyt van El(i)z(abe)t Keerincx, zijnder moeder, zoo hij v(er)cleerde, exp(osito) imp(ositus) h(eer) ende m(eeste)r Jan Pieremont, priester, canoni(n)ck der kercke van S(in)te Peeters te Loven per mo(nitionem) jure et sat(is) obligant(es) et submitten(tes), etc(etera), et war(as) voor een goede, deughdelijcke ende ombelaste rente, ende tot meerder verseckerheyt den v(oor)s(chreven) h(eer) Jan Piermont vande v(oor)s(chreve) gheluefte van ghenoch doen en(de) warantschap te doen, heeft de v(oor)s(chreven) Jan Leerbijls de licen(tia) dicti vil(lici) titulo inst(...) ? subpignor(...) ? verbonden vijff dachmael(en) landts, gheleghen tot ... [n.v.] in zijn grechten tuschen de goeden der erffghenaemen meesters Bartholome(us) Vanden Heetvelde ter eenre, Huybrecht Van Hougaerden ter ande(re), Jan Mergaerts ter iiie. ende sheeren straet(e) ter iiiier. zijden, de quo quid(em) sat(is) obligant(es) et submitten(tes) ... ? et war(as) sub sensu d(omi)ni fundi tanqua(m) prout, geloven(de) daerenboven de v(oor)s(chreven) Jan Leerbijls den v(oor)s(chreven) h(eer) Jan(nen) in dien hij nyet ghevuechelijcke betalinghe van(de) v(oor)s(chreve) ghetransporteerde renten en conste ghecrijghen, dat hij den v(oor)s(chrev)en Jan(nen) indijen gevalle de zelve betalinghe d(aer)aff sal doen tanquam ass(ecu)tum, cederen(de) ende transporterende daerenboven voorts den selven h(ee)ren Jan Pieremo(n)t dachterstellen(e) der voorghen(oempde) renten eodem jure, cor(am) Schoerbroot, Impens, februarii xx, a(n)no xvc. lxxxi.

            In de marge.

S(olvit).

Transport van dese twee rinsg(uldens) erffel(ijck), gedaen tot behoeff van(den) v(oor)s(chreven) Jan Leerbijls, staet xviii. novembris a(nn)o et libro 1611 in hac camera.

 

Hieronder weer een interessante akte, die weliswaar doorspekt is met Latijnse en dan dikwijls nog afgekorte termen, maar waarin we vernemen dat Jan Leerbijls, zoon van Willem, op dat ogenblik al weduwnaar was van zijn eerste vrouw Barbara Scrijnmakers (De Schrijnmaecker).  Verder laat de akte uitschijnen dat Jan Leerbijls op dat ogenblik gehuwd was met Catharina Van Malcote dochter Martinus ("eius moderna uxor" : zijn tegenwoordige echtgenote).  Alhoewel het niet expliciet vermeld is, zou zijn dochter Anna Leerbijls wel eens gehuwd kunnen geweest zijn met Lucas De Rijck(e).

Jan Leerbijls draagt goederen op onder Tildonk, onder Rotselaar en te Kelfs onder Herent als hypotheek voor een  jaarlijkse rente die hij verschuldigd was aan Jan Piermont, kanunnik van de collegiale Sint-Pieterskerk te Leuven.  De rente en de intresten worden bijna 146 jaar (!) later vereffend, wat uit de tekst in de marge blijkt.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7863, fol. 26r°, akte dd. 21 juli 1579.

Item in p(rese)ntia vill(ici), etc(etera), Jan Leerbijls sone wijlen Willems, achtergelaten weduwer van Barbara Scrijnmakers, soe inden naem van hem zelffven als vuyt vermogen van zekere acte, hem en(de) Lucass(en) De Rijcke tot des naebescreven is van weghen Anneken Leerbijls, zijn(e) dochtere, behouden van(de) voirs(creve) wijlen Barbelen, te mogen doen, gegeven in date xvii. julii xvc. lxxix, onderteeckent H. Cloet, alhier gethoondt ende gebleken, en(de) anderssints in alder bester formen, vuegen en(de) manieren, hem doennelijck zijn(de), hem in des(en) oock sterck en(de) principael maecken(de) voirden v(oir)screven Lucass(en) en(de) den zelven zulcx te hebben(e) dat hij deze hypotheecke des versocht zijn(de), alhier sal co(m)men laude(re)n ende approberen, heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) verthijdeniss(e) de goeden naebescreven, gheleghen onder Thieldonck, te weten(e) ierst een dachm(ael) lants, gelegen aldaer opden Berckt, regenooten de goeden van(de) Zielmissen te Wackerzeele in twee zijden ende tsheeren straete ter derdder zijden, item een block lants, gheheeten de Varent, groot zesse dachmalen, gelegen aldaer tuschen tvelt, gheheeten de Waterlee, en(de) de Bercktstraete, in alder vuegen ende manieren ghelijck hem de zelve goeden verstorven zijn bijder afflijvicheyt van zijnen ouders, zoe hij vercleerde, item noch een dachm(ael) lants te Kelffs onder Herent opt veldt, gheheeten Waterlij, regenooten derffghenamen Adriaens Van(der) Heyden ter eenre, de voirs(creven) Leerbijls ter andere, Gijsbrecht Van Maelcote ter derdder en(de) de strate ter vierder zijden, ende noch een dachmael bempts, gelegen onder Rotselaer in dElsbempde, regenooten tRuytersvelt ter eenre, derffgenamen Henricx Van Haecht ter andere en(de) de goeden eertijts Jans De Schermere ter derdder zijden, exp(osito) et Jasp(er) De Pruytere no(m)i(n)e et ad opus d(omi)ni Johannis Piermo(n)t, canonici ecclesie collegiate Sancti Petri in Lovanio, imp(ositus) p(er) mo(nitionem) redd(idi)t, etc(etera), ende voirts meer op sess(e) carolus guldens te xx st(uyvers) mon(ete), etc(etera), pronunc curren(tis), tot drije plecken den stuyvere gerekent, erffelijcke rente, alle jare opten xxi. julii te betaelen den v(oir)s(creven) heeren Jan(nen) Piermont, etc(etera), erffelijck in toecomen(de) tijden, quite et libere, etc(etera), nec no(n) a x., xx. et c. d(enariis), etc(etera), jure et sat(is) obligan(do), etc(etera), et war(as), te weeten(e) tvoirs(creve) block opt twee rinsguldens ende thien twee oude grooten erffelijck aen(de) kercke en(de) taefele sHeylichs Geests tot Wackerzeele en(de) dande(re) goeden voer ombelast tanqua(m) promitten(tes) in super dictus Leerbijls et cu(m) eo Catharina Van Maelcote filia quondam Martini, eius moderna uxor, ind(ivisi)m obligan(do) et submitten(do) singulis annis p(er)solve(re) et in cambio quite et libere ut sup(ra) quolibet ass(ecutu)m et casu quo pig(nora) et t(antu)m et poter(unt) red(ime)re q(uem) vol(verunt) median(te) centu(m) flor(enos) caroli p(re)d(icti) consimilib(us) ac cum, cor(am) Duffle, Goerts, julii xxi, 1579.

            In de marge.

Is gebleken bij manuele quit(an)tie de date 12. april 1725, onderteeckent H. Rega, regent vande Pedagogie de Lelie tot Loven, op behoorelijcken segel dat de rente, int witte deser vermelt, is gequeten met de verloopen, et sic vacat, hac 12. april 1725.

P.J. Van Vossum, offic(iael).

 

En: BRON : Stadsarchief Leuven, register nr. 7863, folio 300r°, akte dd. 6 febuari 1580.

Transcriptie

Item Jan Leerbijls zone wijle(n) Willems,

obligan(tes) et submitten(tes), heeft gheloeft Henr(icken)

Vercoutheren sone wijle(n) Machiels derffrente

van een mudde roghs ende twee rinsguldens,

jaerlijcx v(er)schijnende den xiiiien junii, daervoir

verobligeert staet Thomas Goirts aen Janne(n)

De Scrijnmake(re) met schepene(n) brieve(n) van

Love(n) Werchte(re)n in date de(n) xiiiien junii a(n)no

xvc lxv jaerl(ijcx) ten t(er)mijne voirn(oempt), wel en(de)

loffel(ijck) te betaele(n) ende dinhoude(n) vande

voirschreve(n) brieve(n) te voldoe(n), etc(etera), in forma,

cor(am) Liedekercke(n), Tenremonde, febr(uar)ii

via.

Senten(tiatum) p(er) predictu(m) Henricu(m) V(er)coutheren,

cora(m) Wynde, Luenis, februarii xva, a(nn)o

xvc lxxx.  Senten(tiatum) per predict(um) Henric(um) Ver

Vercouthe(ren), cora(m) Tymple, Loenis, novembris xvi., 1592.

Senten(iatum) per predictum Henr(icum), cor(am) Angelis, Vekemans,

decembris xix., a(nn)o xvc xciii.

In de marge.

S(olvi)t.

 

Hieronder nog een akte met vermelding van Joannes Leerbijls, zoon van Guilielmus en wonende te Wakkerzeel.  Ook wijlen zijn eerste vrouw Barbara Schrijnmaeckers (De Schrijnmaecker) wordt in de akte vernoemd.  Daarnaast wordt ook wijlen zijn zuster Anna Leerbijls geciteerd, die getrouwd was met Jacobus Cluppels.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7473, fol. 107r., akte dd. 22 december 1579.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers van Loven(e) ende der schepen(en) naerbes(creven) gestaen Jan Leerbijls sone wijlen Willems van Wackerzeele, zoe als weduwer van Barbele Scrijnmakers, zijnd(er) yerster huysv(rouw)e, als oyck vuyt crachte van zeke(re) authorisatie, hem bijden weesmeesteren deser stadt gegeven, blijcken(de) bij zekere acte daeraff geexpedieert opden xxviien. julii a(nn)o xvc. lxxxix lestleden, heeft opgedragen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse die goed(en) naerbes(creven), ierst huys ende hoff, gelijck tselve gelegen is tot Wackerseele inde Leepstrate tusschen die goeden der erffgen(aemen) wijlen El(isabe)t Kerincx in twee zijden, die strate aldaer ter derdere ende die voers(creve) erffgen(aemen) ter vierdere, gelijck hij opdrage(re) tselve vercregen heeft voer schepen(en) van Loven(e) opden xiien. januarii lxvii tegen Thomaes(en) Goerdts, item een dachm(ael) landts, gelegen onder die heerlicheyt van Kelft opt velt, geheeten den Waterloo aen daertgat, regen(ooten) derffgen(aemen) Adriaens Vander Heyden ter eende(re), die goeden des voers(creve) opdragers ter tweede(re), derffgen(aemen) Mertens Van Maelcote ter derdere en(de) sheeren strate ter vierdere zijden, item opt selve velt onderhalff dachmael landts, regen(ooten) El(isabe)t Van Wesenbeke ter eende(re), derffgen(aemen) Jans Opden Berch ter iire., die beke aldaer ter derdere zijden, item zess(e) dachm(aelen) landts aen tselve velt, geheeten tVarentblock, item een dachm(ael) landts opden Beeck gelegen, regen(ooten) tgoidtshuys van Perck in twee zijden, derffgen(aemen) m(eeste)rs Bartholomeeus Van(den) Heetvelde ter tweede(re) en(de) sheeren strate ter derdere zijden, item een dachmael beempts, gelegen onder Rotselaer te Ruetersvelt in dElsbeempden, regen(ooten) derffgen(aemen) Jacops V(er)herbruggen ter eende(re), derffgen(aemen) Henricx Van Haecht ter tweede(re) en(de) tRuetersvelt ter derdere zijden, item een dachm(ael) beempts, gelegen int Helchterbroeck, regen(ooten) die goeden Jans Vander Borght ter eende(re), ... [n.v.], item twee ende een halff dachm(aelen), soe bosch als beempt, geheeten tVinne, gelegen onder Thieldonck, regen(ooten) derffgen(aemen) Henricx Van Maelcote ter eende(re), derffgen(aemen) Aerdts Storms ter tweede(re), derffgen(aemen) Vanden Heetvelde ter iiire. en(de) sheeren strate ter vierdere zijd(en), item die proprieteyt van twee boenderen drije dachmalen en(de) xxxitich. roeden, zoe landt zoe beempt, gelegen in diverssche stucken, zoe onder Thieldonck, Herent ende Rotselaer, gelijck die selve op hem bijder doot en(de) afflijvicheyt van Anna wijlen Leerbijls gedevolveert zijn, waeraff Jacoppen Cluppels, haeren weduwer, die tochte daeraff is competeren(de), item die proprieteyt van huys ende hoff met schueren, stallen, boomgaerde ende alle dande(re) zijn(e) toebehoorten, groot ontrint drije dachm(aelen), gelegen onder Wackerzele inde Leepstrate, regen(ooten) die goeden des voers(creven) opdragers in deene, derffgen(aemen) Jans Verherbruggen ter iire. ende sheeren strate ter derde(re) zijd(en), met noch ontrint twee boenderen ende drije dachmalen, zoe landt als beempt, gelegen in diverssche stucken soe onder Werchter als Haecht, gelijck he(m) opdrage(re) die selve is aengestorffven bijder doot en(de) afflijvicheyt der v(oer)s(creve) Anna Leerbijls, zijnder zuste(re), item noch een block landts, geleg(en) inde Leepstrate aen dBinnevelt, groot ontrint vijff dachm(aelen), regen(ooten) derffgen(aemen) m(eeste)rs Bartholomeeus Van(den) Heetvelde ter eendere, Huybrecht Van Hougaerd(en) ter tweede(re), Aerdt Van Eycken ter derdere ende die Leepstrate ter vierdere zijden, item noch twee boenderen twee en(de) een halff dachm(aelen), soe landt als beempt, geleg(en) in diverssche stucken onder Wackerzele, Herent ende Thieldonck, d(aer)aff hij die specificatie zal exhiberen, exp(osito) ende Germeyn Grouweels ende Cathlijn(e) Snoecx, zijne jegewoirdige huysv(rouw)e, imp(ositus) per mo(nitionem) redd(idi)t ende voerts meer op derthien carolusg(ulden) te xx st(uyvers) tstuck, monete curren(tis), erffelijcke rinte, alle jae(re) opd(en) xxiien. dach decembris te betalen ende inder stadt wissele van Loven(e), los ende vrije in for(ma), te leveren in futurum), et sat(is) oblig(ando) et submitt(endo) et war(as) dierste huys en(de) hoff op sheeren chijns van(den) gronde, die yerste seven parcheelen op sheeren chijns van(den) gronde ende die zess(e) dachmalen op twee rinsg(ulden) ende een(en) ouden grooten aende kercke ende Heyligengeest va(n) Wackerzele, die twee boenderen drije dachm(aelen) xxxi roeden op negen molevaten rogs aen derffgen(aemen) Ph(i)l(ip)s wijlen Hertshals ende sheeren chijns van(den) gronde terminis tanq(uam) prout, gelovende die voers(creven) opdragere, oblig(ando) et submitt(endo) in for(ma) die v(oer)s(creve) rinte van derthien carolusg(ulden) erffelijck, alle jae(re) wel ende loffelijck te betalen ende als boven los ende vrije te leveren, et casu quo pignora in forma et t(antu)m, met conditie dat die voers(creven) opdrage(re) die voers(creve) rinte van derthien rinsg(ulden) erffel(ijck) zal mogen lossen ende quyten alst hem gelieven zal teender reysen, elcken carolusg(ulden) daeraff met sesthien gelijcke carolusg(ulden) en(de) met volle rinte ende met gelde ten tijde vander quytinge cours en(de) loop heben(de), coram Liedekercke, Greve, decembris xxii.

Senten(tiatum) per Egidum Snoecx tam no(m)i(n)e proprio quam ex parte suor(um) consortium, cor(am) Pulle, Liebrechts, januarii xiiiia., 1593.

Nogmaals een akte met vermelding van  Joannes Leerbijls en Catharina Van Maelcote.  Aangezien Lucia Van Maelcote als weduwe van Henricus De Schrijnmaecker slechts de helft verkocht van zes dagmalen en de andere hellicht eigendom is van Joannes Leerbijls en Catharina Van Maelcote, vermoed ik dat Lucia de zuster is van Catharina.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7473, fol. 191r., akte dd. 16 april 1580.

Item in tegenwoirdicheyt der schepen(en) van Loven(e) en(de) eygengenooten naerbes(creven) gestaen Lucia Van Maelcote weduwe Henrix wijlen De Scrijnmakere, heeft opgedrag(en) met behoorl(ijcke) verthijdenisse, ressche ende rijse die hellicht van zess(e) dachm(aelen) eygens, onverdeylt liggende onder Herent, ter plaetsen geheeten de Groot Hooft, waeraff dande(re) hellicht Janne Leerbijls ende Cathlijn(e) Van Maelcote, zijn(e) huysv(rouw)e, is toebehooren(de), regen(ooten) die goeden hee(r) Peeters Van(den) Dale ter eendere, die heere van Waterdijck ter tweedere, tgoidtshuys van Bethleem ter derdere ende derffgen(aemen) Peeters Van(den) Putte ter vierdere zijden, et bonificavit in dictis bonis der voers(creve) Cathlijn(e) Van Maelcote met consente des voers(creven) Jans Leerbijls, haers mans, hier hebben ove(re) geweest Vranx, Winde, schepen(en) van Loven(e) ende eygengen(ooten), item jo(nckheer) Anthoen De Witte ende G. Reynders, insgel(ijcx) eygengen(ooten), coram quibus sat(is) obligan(do) et submitten(do) in forma, et war(as) voer vrije, eygen goet, onbelast et t(antu)m prout, behoudelijck den voers(creven) Janne Leerbijls int v(oer)s(creve) goet zijn gebruyck en(de) perceptie alsoe lange hij leven zal, quiquid(em) allodii c(on)sortes rogan(tes), quod faciunt scabini pred(ict)i, ap(rilis) xvia.

 

Hieronder een akte, waarin o.m. Joannes Leerbijls, zoon van Guilielmus en inwoner van Wakkerzeel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7469, fol. 575r., akte dd. 30 april 1576.

Item Lucie Van Maelcote dochte(re) wijlen Mertens wed(uw)e wijlen Henr(ick) De Schrijnmake(re), Jan Leerbijls sone wijlen Willems, beyde woonen(de) tot Wackerzeele, ende El(isabe)t Va(n) Wesenbeke wed(uw)e wijlen Mertens Van Maelcote, woonende tot Kelffs onder Herent, renu(n)t(iantes) p(re)vilegio senatusc(onsulti) velleani de eo certiorata hebben ind(ivisim) bekindt Henricken Van Langendonck sone wijlen Aerdts, insgelijcx woonen(de) te Kelffs onder Herent, vier goude pen(ningen), geheet(en) carolusg(ulden), te xx st(uyvers) tstuck, loopen(de) mu(n)te, erffel(ijcke) rente, alle jae(re) opt(en) dach aprilis te betalen en(de) inder stadt wissele van Loven(e) los en(de) vrije, soe wel van xe., xxe. als hondertste pennin(gen) te leveren in toecomen(de) tijd(en), quolibet ass(ecutu)m, geloven(de) ter manisssen die voers(creve) erffrente te bepand(en) op goede loffelijcke pand(en), gelegen tot Wackerseele oft daerontrint, weerdt zijn(de) boven alle co(m)meren daer te voeren vuytgaen(de), dobbele rente, en(de) soe vele te doen(e) dat den voers(creven) Henr(ick) en(de) zijn(e) naecomelin(gen) in toecomen(de) tijd(en) sal mog(en) genoech zijn, met cond(it)ie dat die voers(creve) bekind(er)en die voers(creve) erffrente sullen mog(en) lossen en(de) affquyten tallen tijd(en) alst hu(n) believen zal teend(er) reysen, elcken pen(ninck) d(aer)aff met sesthien gelijcke pen(ningen) ende met volle rente et prima oblig(ando) et submitt(endo), coram Spira, Winde, aprilis ultima, 1576.Senten(tiam) p(er) Arnoldum Van Langendonck, coram Grave, Temple, novemb(ris) iia., 1587.

 

Hieronder een akte met vermelding van Joannes Leerbijls, zoon van Guilielmus en inwoner van Wakkerzeel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7467, fol. 2v., akte dd. 26 juni 1573.

Item Gielis Van Zeve(n)berge zone wijlen Guillams, woonen(de) binnen der stadt van Bruessele, in p(rese)ntia, heeft gecedeert, getransporteert en(de) overgegeven Jasperen Smets zone wijlen Henricx, woonen(de) te Wackerzeele, achtentwintich zilve(re) pe(n)ningen, geheeten stuvers, te iii plecken tstuck, vuyt en(de) van een erfrinte van zeven carolus gulden(en), vallen(de) jaerl(ijcx) te Lichtmisse, Janne Leerbijls zone wijlen Willems, woonen(de) insgelijcx te Wackerzeele, op hem genomen heeft den erfg(enaem) des voers(creven) Guillams Van Zeve(n)berge jaerl(ijcx) te betaelen(e), geven(de) alzoe de voers(creven) Gielis den voers(creven) Jasperen over de brieven daeraff zijn(de) in date ... [n.v.] en(de) dat voer zoe vele die den voers(creven) achtentwintich stuvers erffel(ijck) aengaende(de) zijn(de) en(de) nyet voerde(re), ten zelven rechte, et sat(is) de pred(ict)o co(n)tulit, et oblig(ando) et submitt(endo), cor(am) Liedekercke, Winge, junii xxv xxvi., 1573.

 

Hieronder een akte met vermelding van Joannes Leerbijls en zijn moeder Elisabetha Kerincx.

In de akte wordt ook melding gemaakt van Mathijs Mergaerts. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8222, fol. 209v., akte dd. 1 maart 1573.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers ende den schepenen va(n) Loven(e) nabes(creven) gestaen Jan Leerbijls, soe inden name van hem selven als oyck ind(en) name Elizabeth Kerincx, zijnder moeder, daer voe(re) hij hem midts desen is sterckmaken(de), heeft opgedragen met behoorl(ijcke) verthijdenisse twintich stuyvers erffelijcke rinte, jaerl(ijcx) vallende opten xxixen. augusti, diewelcke zij hadde met schepen(en) brieven va(n) Loven(e) in date xxixa. augusti a(n)no xvc. xlv aen ende op huys en(de) hoff met alle ande(re) zijne toebehoorten, geleg(en) tot Wackerzele, ter plaetsen geheeten Leepstrate, regen(ooten) de strate aldaer in twee zijden, Barbara Plaviers ter derdere en(de) Heyligengeest va(n) Wackerzele voers(creven) ter iiiire. zijden, exp(osito) imp(ositus) est jure hereditario Mathijs Mergaerts ratione dequitationis p(er) mo(nitionem) et sat(is) et war(as) pro inoverato redditu prout, cor(am) Duffle, Winde, martii prima.

 

In de volgende akte maakt men melding van Joannes Leerbijls (Leerbels) en zijn vrouw Catharina De Ceuster (De Cuester/Custers/sCosters), inwoners van Wakkerzeel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7506, folio 261v., akte dd. 2 mei 1616.

Item, in p(rese)ntia villici Loavanien(sis), etc(etera), gestaen Aerdt Van Mierbeke zone wijlen Aerts, woonen(de) tot Eegenhoven, voor deen hellicht ende Cathelijn Stroobants met consente, wille, wete en(de) overstaen Joos(en) Van Asbroeck, haers mans, woonen(de) tot Berthem, voor dander hellicht, per mo(nitionem) hebben opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) een halff dach(mael) landts, luttel min oft meer, alsoo tselve gelegen is tot Wackerseel opt Bunsvelt vulgo de Waeterlee, regen(oten) Jan Van Langendonck ter ie. en(de) Jan Leerbijls ter ii. en(de) iiie. zijden, exp(osito) imp(ositi) sunt die voors(creven) Jan Leerbijls en(de) Catharina De Cuester, gehuysschen, woonen(de) tot Wackerzeel, et satis, etc(etera), et waras op sheeren chijns indyen men bevindt daerop vuyt te gaen(e), tanquam prout iure, coram Schore, Thommen, maii secunda, 1616.

Item partijen v(er)cleeren den rechtveerdigen coop te wesen om en(de) voer de so(mm)e van xlv rinsg(u)l(dens) eens en(de) xxii ˝ st(uyvers) lijffcoop, eisd(em).

 

De akte maakt melding van Joannes Leerbeyls zone Guilielmus en zijn vrouw Catharina De Coster, inwoners van Wakkerzeel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7507, folio 146v., akte dd. 5 december 1616.

Item, in p(rese)ntia villici, etc(etera), gestaen Leerbey[l]s zone wijlen Willems en(de) Catharina De Coste(re), gehuysschen, woonen(de) tot Wackerseel, de selve per mo(nitionem) hebben opgedraegen met behoorlijcke v(er)thijden(isse) de goeden naerbes(creven), ierst een halff dach(mael) landts, gelegen tot Wackerseel voors(creven) op t Smisvelt, regen(oten) Jan Van Langendonck ter eenre, Jan Leerbeys ter iie. en(de) iiie. zijden, item huys en(de) hoff, daer den voors(creven) Jan tegenwoordel(ijck) inne woont, gelegen aent Voerbroeck aldaer, item noch een hoffstadt, groot ontrent een halff boen(der), waeraff die huysinghe aff gebrant zijn, tusschen die goeden des cloosters van Perck ter eenrdere (!) en(de) die straete aldaer in twee andere zijden, item noch ontrent onderhalff dach(mael) bempts, gelegen int Werchter Broeck inden Vierdschooff, item een halff boen(der) landts, gelegen opt Liepsevelt tusschen jo(ncke)r Richard Van Pulle en(de) het kercke goet van Wackerseel, item een halff boen(der) bossch, gelegen tot Wackerseel voors(creven) inde Vinnen, regen(oten) tprochiaenschap van Wackerseel ter eendre, den voors(creven) Leerbeys ter iie., die Vintstraete ter iiie. zijden, item noch een dach(mael) landts, gelegen onder Thieldonck opt Cleyn Daelvelt tusschen m(eeste)r Jans Van Erpendael goeden op deen zijnde en(de) derffgen(aemen) Van Heetvelde ter andere ii zijden, exp(osito) die voors(creve) opdraegeren imp(ositus) Symon Poelmans inden naem en(de) tot behoeff van(de) Ongeschoeude Carmeliterssen alhier bynnen Loven, p(er) mo(nitionem) redd(idi)t om tvoors(creven) goet te houden, te hebben en(de) te besitten opde commeren en(de) lasten daerop van te vorens vuytgaen(de), die ten laste des voors(creven) opdraegers blijven staen(de) te betaelen ende  waerop zij die voors(creve) goeden zijn waranderen(de) ende voorts meer op eene voortaene rente van xii carolus gul(den)s en(de) x st(uyvers) ts(iae)rs te xx st(uyvers) Brabants tstuck erffel(ijcke) rente, te vallen en(de) te v(er)schijnen jaerl(ijcx) dat(um) des(er) en(de) bynnen deser stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere lasten, innegestelt oft naemaels inne te stellen in futurum quolibet assecutum et tantum et casu quo pignora, etc(etera), obligan(do) et submitten(do) in forma, met conditie dat die voors(creve) opdraegeren de voors(creve) rente van xii carolus gul(den)s erffel(ijck) sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijde alst hun gelieven sal teender reyse, elcken gulden daer aff met xvi gel(ijcke) gul(den)s loopende munte, ac cum, geloven(de) voorts de voors(creve) gehuysschen indivisim de voors(creve) rente van xii rinsg(u)l(dens) x st(uyvers) jaerlijcx wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) leveren als voor, los en(de) vrije, etc(etera), quolibet assecutum obligan(do) et submitten(do) ac renun(tiando) se et sua in forma, coram Vander Heyden, Maelstede, decembris va., 1616.

 

Hierbij een akte met vermelding van Joannes Leerbijls zone Guilielmus met zijn vrouw Catharina De Cuestere (Custers/sCosters), inwoners van Wakkerzeel.

Bron : S.A.L., Inventaris CuvelierI, register nr. 7510 folio 308v., akte dd. 20 maart 1620.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(creven) gestaen Niclaes Van Cranenbroeck, clerck der ierster schrijffcamere der stadt van Loven, om tgene des naerbes(creven) staet te mogen doen(e), hebben(de) procura(tie) speciael en(de) onwederroepel(ijck) bevel, hem gegeven bij Jan Leerbels zone wijlen Willems en(de) Cathelijn De Cuester, gehuysschen, woonen(de) tot Wackerseel, en(de) gepass(eer)t voor H. Van Roost als openbaer not(ari)s en(de) seeckere getuyghen van(der) daet xviien. meerte anno 1620 lestleden, alhier gesien en(de) gebleken, desel(ven) Cranenbroeck vuyt crachte en(de) naer v(er)moegen als boven met manisse heeft opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) een dachmael landts, gelegen opt Cleyn Daeldervelt onder die prochie van Thieldonck, regen(oten) jo(uffrouw)e Alijdt Peckius wed(uw)e wijlen hee(r) en(de) m(eeste)r Anthonis Van(den) Heetvelde ter eenre en(de) ter iie., het Groot Daeldervelt ter iiie. en(de) h(ee)r en(de) meeste)r Henrick Van Diependael, licen(tiaet) ind(en) rechten, ter iiiie. zijden, exp(osito) imp(ositi) sunt Cornelis Moels en(de) Geertruydt De Winthere, gehuysschen, woonen(de) tot Loven, et satis die voors(creven) opdraegere vuyt crachte en(de) naer v(er)moegen als boven obligan(do) et submitten(do) personas et bona dict(is) constituen(tis) ac renun(tiando) in forma et waras op een molevat even(e), tanquam prout iure, item es in desen ondersproken in soo verre ter saecken van des(en) transporte eenich pontgelt quaeme te v(er)schijnen, dat partijen halff en(de) halff sullen betaelen, des sal den voors(creven) geconstitueerde inden naeme als vore de hellicht voerden voirn(oempden) Moels en(de) sijne huysvr(ouw)e v(er)schieten en(de) cortten aen tgene dat hun es noch es comen(de) van(de) resteren(de) xviii rinsg(u)l(dens) eens volgen(de) daffreken(inge) daeraff zijn(de), gepass(eer)t voorden not(ari)s Van Roost de date voors(creven), met conditie dat de voor(creven) Leerbels oft zijn(e) naercomel(intgen) tusschen dit en(de) toecomen(tde) sesse jaeren tvoors(creven) dachm(ael) landts sullen moegen lossen midts restitueren(de) aen(den) voors(creven) Moels tachtentich rinsg(u)l(dens) eens, coram De Vroye, Maes, martii xxa., 1620.

 

Bijgaand een akte met vermelding van Martinus Goerts zone wijlen Nicolaus met zijn vrouw Margaretha Leerbijls, wonende te Kelfs.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7513, folio 290v., akte dd. 15 april 1624.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Cathlijn Van(den) Poel dochter wijlen Henricx met consente, wille, wete en(de) overstaene van Cornelis Pauwels, haers mans, ter eenre, Elisabesth Van(den) Poel, suster der v(oor)s(chreve) Cathlijn(e), mede met consent, wille, wete en(de) overstaen(e) van Michiel Laureys, haers mans, ter tweedere, ende Joos Van(den) Poel, broeder der voors(chreve) gesusteren, wesen(de) halff innocent, voorden welcken sij ierste comparanten hun sijn sterckmaeckende, alle woonen(de) tot Wincxele, ter iiie. sijden, de selve ierste comparanten met manisse hebben opgedraegen met behoorlijcke) v(er)thijdenisse de hellicht van een boender bempts, gelegen tot Kelffs onder die prochie van Herent, d(aer)aff dander hellicht competeert de voorkidneren van Mertten Stas, regen(oten) de leybeke in twee sijden, den bempt, genoempt tHoffeusel, ter iiie. ende d' erffgen(aemen) Henricx Van Ermegem ter iiiie. sijden, expos(ito) impos(iti) sunt Mertten Goerts sone wijlen Niclaes, soo tot behoeff van hem sel(ven) als mede oyck tot behoeff van Margriete Leerbails, gehuysschen, woonen(de) tot Kelffs v(oor)s(chreven), et satis die voors(chreve) opdraegeren obligan(do) et submitten(do) ac ren(untiando) en(de) besundere de voors(chreve) vrouwen het beneficie senatus consult(i) velle(ani) de eris certioratae ac alliis quibuscumq(ue) in forma et waras op een cleyn chijnsken aen(de) mev(rouw)e Van Griecken tanquam prout iure, ende om den v(oor)s(chreven) Mertten Goerts ende sijne huysvr(ouw)e naerder te v(er)sekeren, hebben de voors(chreve) respective opdraegeren met manisse opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse), te weeten ierste Cornelis Pauwels sijn huys en(de) hoff met een dachm(ael) landts d(aer)aen, gelegen tot Wincxel, geheeten de Helle, regen(oten) Ambrosius Van Laer ter ie., Quinten Bollenberchs ter iie., t' goidtshuys van Bethleem ter iiie. en(de) sheeren straete ter iiiie. sijden, ende de v(oor)s(chreven) Michiel Laureys heeft insgel(ijcx) opgedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) huys en(de) hoff, groot iii ˝ dachm(aelen), gelegen onder Wincxel opden Daelem, regen(oten) sheeren straete ter ie., t' goidtshuys van(de) Augustijn(en) ter iie. en(de) tgoidtshuys van Affligem ter iiie. sijden, expositis impositi sunt de v(oor)s(chreven) Mertten Goerts en(de) sijne huysvr(ouw)e ende dat bij maniere van cautie en(de) onderpandt, voirder oft anderssints nyet, et satis, etc(etera), et waras dierste p(ar)cheel op twee halsteren havere aen(den) coninck ende iide. p(ar)cheel opde lastendaer te vorens op vuytgaen(de) prout, coram Vander Voirst, Beringen, aprilis xv., 1624.

Item p(ar)tijden vercleren den rechtveerdigen coop te wes(en) om en(de) voor de so(m)me van twee hondert en(de) lxxxv r(insguldens) los gelts eens en(de) xii r(insguldens) lijffcoop, ende is te weten(e) dat de pen(ningen), procederen(de) van dit v(er)coop, sullen worden geemployeert om d(aer)mede te betaelen de schulden van hunnen vaedere, die hij gemaeckt heeft en(de) ten achteren is gebleven aen Hans De Haeze, woonen(de) alhier tot Loven bijde Cellebrueren, eisdem.

 

Bijgaand een akte met vermelding van Joannes Leerbijls zone Guilielmus en zijn vrouw Catharina De Custer (Custers/sCosters), inwoners van Wakkerzeel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8247, folio 261v., akte dd. 9 juli 1618.

Item in p(rese)ntie der schepen(en), etc(eter)a, gestaen Johan Leerbijls en(de) Cathlijn De Custer, sone wijlen Willems, woonende te Wackerzeele, ende heeft bekendt en(de) bekendt bij desen Willem Hermans als momboir ende tot behoeff van Rombout Hermans, sijns broeders, sesse guldens tot twintich stuyvers den gulden en(de) vijff stuyvers tot drij plecken den stuyver, loopende munte, vallende jaerel(ijcx) date deser, los en(de) vrij van x., xx. en(de) andere impositien, erffelijck tot Wackerzeele te betaelen, telcken jaere als schult met rechte v(er)wonnen, gelovende ter maenisse pandt te stellen onder het resort der stadt van Loven, weerdt sijnde boven alle commeren, dobbele rente en(de) soo vele te doene dat den voorgen(oempden) Rombout, sijnen erffgen(aemen) oft actie hebbende, ten eewigen dage genoch sal sijn onder ob(ligatie), sub(missie) en(de) renunctiatie in forma, ende de selve Rombout tot geapprobeerden staet coemende, sal dese rente moeten gelost worden, anderssins ter belieften elcken penn(inck) met xvi guldens penningen en(de) allen andere costen, coram Duffele, Loomans, julii ix., a(nn)o 1618.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Leerbels Anna, ° ca. 1576, x (wellicht) met Lucas De Rijcke,

 

2 en/of 3. Leerbels Guilielmus, XIII (M4738 + S6262), (°) Wakkerzeel 11.08.1592 (g. Ingelbertus Van Espen en Catharina Van Boven),

 

Leerbels Elizabeth, x Wakkerzeel 10.05.1623 (g. Langendonck Joannes en Van Raijmenant Petrus) met Verschoer Christianus, fs Nicolaus.

In de volgende akte (met dank aan Paul Peeters) van evictie wordt melding gemaakt van Christianus Verschoor (Verschoer) en Elisabetha Leerbijls, die blijkbaar in financiële problemen waren geraakt en hun schulden niet konden afbetalen. Het echtpaar woonde op dat ogenblik in Wespelaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register 7529, fol. 59r., akte dd. 4 mei 1641.

Allen, etc(etera), wij Borchgreve, Daneels, Corselius, Bagijnemaecker, schepen(en) van Loven, saluyt, doen condt met kennisse der waerheyt dat alsoo Christiaen Verschoer en(de) Elisabeth Leerbijls, gehuysschen, met schepen(en) brieven des(er) stadt in date xxxa. januarii anno 1629 in prima verbonden sijn aen wijlen jouffr(ouw)e Celia Van Gommerbach, nu jo(ncke)r Thomas Van Mesensteyn, haeren sone, in een(e) rente van xviii gul(dens) xv st(uyvers) erffel(ijck), teghen den penn(inck) sesthien, verschen(en) van diversche jaeren, ende sijn dijen volgen(de) aen(de) v(oir)s(chreve) jouffr(ouw)e wijlen Gommersbach opden v(oir)s(chreven) xxxen. januarii 1629 verleent geweest des(er) stadts oepen(e) brieven van mainmise, diewelcke opden xviien. julii 1632 sijn gedecreteert geweest en(e) wedero(mm)e daernaer opden vien. octobris 1640 anderwerfven gedecreteert geweest bijden v(oir)s(chreven) jo(ncke)r Mesensteyn om te comen tot betaelinge en(de) vasticheyt vande v(oir)s(chreve) rente ende naementl(ijck) op drije dachmael bempts, gelegen onder Wackerzeel, regenooten jouffr(ouw)e Heetvelde ter eenre, de Leeps ter tweedere en(de) sheeren straet ter derdere sijd(en), item op een block landts, groot drije dachmael, geheeten het Groot Vossem, item noch op drije en(de) een halff dachmael landts, gelegen onder Thieldonck opden Bostinck, regenooten de straet in twee sijd(en), item noch op een block landts, onder Wespelaer gelegen, groot ... [n.v.] dachm(ael), geheeten het Root Bempdeken, regenooten de Leeps ter eenre, tMissecom ter tweeder en(de) wijlen Andries Boon, gesworen bode des(er) stadt Loven, hebben(de) naer v(er)moegen van(de) v(oir)s(chreve) brieven van mainmise en(de) sijne co(m)missie die voorn(oempde) goeden in sijn(e) als in ons gen(edichs) heere shertogen van Brabant en(de) des(er) stadts handen behoirl(ijck) genomen tot behoeff der v(oi)rs(chreve) jouffvr(ouw)e wijlen Go(m)mersbach ende de sel(ve) insgel(ijcx) geleydt ende de wettighe conde daervan gedaen aen(de) officiers van(de) respective plaetsen ende daernaer insgelijcx met condtbrieven deser stadt geexploicteert doer Adriaen Stuckens, bode des(er) v(oir)s(chreve) stadt en(de) gedaeght den v(oir)s(chreven) Christiaen Verschoer als possesseur van(de) sel(ve) goederen en(de) den sel(ven) Verschoer gedaeght te compareren voer schepen(en) des(er) stadt tegen den xen. novembris 1640 lestleden opden rolle, tot welcken daege den v(oir)s(chreven) Verschoer heeft gep(rese)nteert req(ues)te en(de) verwonnen surcean(tie), diewelcke naer debat en(de) procedure tot opden viien. decembris daernaer bijden v(oir)s(chren) Mesensteyn geobtineert vonnisse voer schepen(en) alhier om met sijn(en) v(oir)s(chreve) begonste executie te moegen voirts varen, tot welcken daege den v(oir)s(chreven) Christiaen Verschoer noch nyemandt van sijnen twegens en is gecompareert om tegen de v(oir)s(chreve) brieven van mainmise t' opponeren, bij co(m)missie der v(oir)s(chreve) schepenen behoirl(ijck) sijn anderwerven gedecreteert en(de) verclaert geweest executoriael, vuyt crachte van welkcen vonnisse sijn aen(den) v(oir)s(chreven) Mesensteyn verleent geweest des(er) stadts opene brieven van proclamatien om die v(oir)s(chreve) goeden te moegen vercoopen voerde voirs(chreve) gebreken, welcke brieven naer hennen teneur bijden v(oir)s(chreven) Adriaen Stuckens, bode, sijn behoirl(ijck) ter executie gestelt geweest met affixie van billetten, inhouden(de) specifica(ti)e van(de) v(oir)s(chreve) goeden, designatie van(de) plaetsen en(de) tijt, waer en(de) wanneeer datmen de sel(eve) vercoopen soude, aende kerckdore van Wespelaer, alwaer Christiaen Verschoer is houden(de) sijne residentie, gelegen sijn, soo dat dijen volgens den ... 

 

In akte wordt melding gemaakt van Christianus Verschoor en zijn vrouw Elisabetha Leerbeyls, wonende te Wespelaar. Uit de akte blijkt dat Christiaus de zoon is van Nicolaus Verschoor .

Bron : S.A.L., Inventarus Cuvelier, register nr. 7901, folio 220v., akte dd. 4 december 1640.

 Item in tegenwoerdicheyt der heeren schepen(en) van Loven naergenoempt gestaen Huybrecht Lunckens, bode der stadt Loven, tot t' ghene des naerbes(chreven) staet te mogen doen, behoorl(ijck) en(de) onwederroepel(ijck) geconstitueert en(de) gemechticht zijn(de) bij en(de) van Christaen Verschoor sone wijlen Nicolaes ende Elizabeth Leerbels, gehuysschen, woonende te Wespelaer, volgende den instrumen(te) notariael daerop gemaeckt en(de) gepasseert voor Henrick Roost als not(ari)s en(de) sekere getuygen in date iiia. augusti 1635, in desen gesien ende den heeren schepenen volcomentl(ijck) gethoont en(de) gebleken, heeft bekent ende geleden, zoo ende gelijck hij bekent midts desen ontfangen te hebben vuyt handen van heer Henrick Plasmans, pristere ende cappellaen van het Groot Begijnhoff alhier, die somme van drije hondert guldens eens, waer voor hij bekent aen(den) voorn(oemden) heer Henrick Plasmans eene personele rente van achthien guldens ende vijfthien stuyvers erffelijck, jaerlijcx te verscheynen te Bamisse, waer van d' ierste jaer gevallen en(de) verschenen is te Bamisse a(nn)o xvic. vijffendertich, die persoonen en(de) goeden der voors(creve) constituanten indivisim daer vore verbindende, t' elcken jaer ende termeyn als schult met rechte verwonnen, obligan(do) et submitten(do) ut supra ac renuntian(do) die persoonen der voors(creve) constituanten ut supra met renunciatie in fo(rm)a amplissima ende namentl(ijck van wegen der voors(creve) Elizabeth van het beneficie senatus cons(ulti) vell(eiani) authen(tica) si qua mulier en(de) allen anderen desen eenichssints contrarierende, ende om den voors(creven) Henrick Plasmans oft zijns actie hebbende, van des voors(creven) is, te bat te versekeren, zoo heeft die voors(creven) Huybrecht Lunckens vuyt crachte en(de) naer vermogen als vore geconsenteert int maecken van beleyde en(de) mainmise, mede int decreteren der schepenen van Loven zonder daer toe gedaeght te derven worden ten coste der voors(creve) constituanten, ende namentl(ijck) over eenen bempt, groot drije dachmaelen, gelegen onder Werchter bij de Leeps, regenoten ... [n.v.], item een besloten block, geheeten het Vossem, gelegen onder Wackerzeel, regenoten ... [n.v.], item noch drije ende een halff dachmael landts, gelegen onder Thildonck opt velt, geheeten den Bastinck, regenoten ... [n.v.], item noch een halff boender landts, wesende een block, gelegen onder Wespelaer, regenoten ... [n.v.], verclarende die voors(creven) Lunckens vuyt crachte en(de) naer vermogen als vore onder eedt der waerheyt dat die voors(creve) constituanten de bovenges(chreven) goeden nyet voorder en hebben belast noch veralieneert t' zedert de voorgaen(de) bekentenisse bij de s(elv)e constituanten, te voren gedaen aenden zelven heer Plasmans hebben bekent gehadt gedaen, dan met eene rente van vijffentwintich guldens erffel(ijck) ende achthien guldens ende xv st(uyvers) erffel(ijck), te vorens aen jo(uffrouw)e Tobia Van Gommersborch met conditien dat die voors(creve) bekenderen dese bovengeschreven rente van achthien guldens vijfthien stuyvers erffel(ijck) zullen mogen lossen ende affquyten t' allen tijde alst hen gelieven zal t' eender reysen tegen den penninck zesthiene ende met volle rente, coram Pulle, Fusco, decembris quarta, a(nn)o 1640.

 

In het verlengde hierbij nog een akte die enkele folio’s verder in het register staat met vermelding van Christianus Verschoor (zone Nicolaus) en Elisabetha Leerbijls uit Wespelaar. Ter verduidelijking : Kerffs is uiteraard het gehucht Kelfs en Roost is in feite Van Roost.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7901, fol. 223r., akte dd. 4 december 1640.

 Item in presentie tegenwoerichcheyt der schepenen van Loven hier naer genoempt gestaen Huybrecht Lunckens, bode der stadt Loven, tot t' ghene des naerbeschreven staet te mogen doen, behoorl(ijck) en(de) onwederroepel(ijck) geconstitueert en(de) gemechticht zijn(de) bij en(de) van wegen Merten Goerts zone wijlen Nicolaes, woonende tot Kerffs onder Herent, volgens den instrumen(te) notariael derop gemaeckt en(de) gepasseert voor m(eeste)r Henrick Roost als openbaer not(ari)s en(de) zekere getuygen in date tertia septemb(ris) a(nn)o 1635, in desen gesien en(de) den heeren schepenen volcomentl(ijck) gethoont en(de) gebleken, heeft hem naer vermogen als boven inden naem van(den) voors(creven) Merten Gert Goerts gestelt cautonnaris hem gestelt cautionnariis en(de) verbonden als principael voor het capitael en(de) rente van achthien guldens en(de) vijfthien stuyvers erffel(ijck), midtsgaders voorde jaerel(ijcxe) betaelinge der selver als Christiaen Verschoor en(de) Elizabeth Leerbijls, gehuysschen, hebben bekint gehadt voorden voors(creven) not(ari)s Roost opden iiien. augusti des voors(creven) jaers 1635 ten behoeffve van heer Henrick Plasmans, pristere en(de) cappellaen van het Groot Begijnhoff alhier, present en(de) t' zelve oock daer vore verbindende den persoon en(de) goeden des voors(creven) constituants in forma, consenterende voorts meer int maecken van beleyde en(de) mainmise over allen die goederen des voors(creven) constituan[t]s, waer die gelegen zijn en(de) int decreteren der schepenen van Loven zonder daer toe ged(aech)t te derven worden ten coste des voors(creven) constituants ende namentlijcken over een boender landts, wesende een block, gelegen onder Thildonck, regen(oten) s' heeren straete ter ie., d' erffgen(amen) Jans Van Langendonck ter iier., jo(ncke)r Dielbeke ter iiier. en(de) d' erffgen(amen) Jan Schuermans ter iiiier. zijden, item noch vijff dachm(alen) landts, gelegen aldaer, regen(oten) de leybeke ter ie., d' erffgen(amen) Willems Van(den) Bossch ter iier., s' heeren straet ter iiier. en(de) Jan Van Ermegem ter iiiier. zijden, item noch een dachm(ael), zoo boomgaerts als landts, gelegen tot Wackerzeel, regen(oten) s' heeren straete in twee zijden, Peeter Van Rijmenam ter iiier. en(de) d' erffgen(amen) Michiel Vanden Dijck ter iiiier. zijden, wesende allen t' samen belast met zesthien gul(dens) erffel(ijck) en(de) xiii st(uyvers) chijns, vier halsteren corens aen t' cappittel van Sinte Peeterrs, twee gul(dens) erffel(ijck) aen(de) infirmerije en(de) een hal(ster) corens aen(de) kercke van Wackerzeel, hieraff heeft die voors(creven) Huybrecht Lunckens vuyt crachte en(de) naer vermogen als voren van wegen des voors(creven) Christiaen Verschoor geloeft den voors(creven) cautionnaris van alles geloeft costeloos en(de) schadeloos t' ontheffen en(de) indemneren onder obligatie en(de) submissie van(den) persoon en(de) goeden des voors(creven) Nicolaes Christiaen Verschoor in forma, actum eodem coram eisdem.

 

Hierbij een akte met vermelding van Christianus Verschoer en Elisabetha Leerbeyls, inwoners van Wespelaar. Er werden twee verschillene folio’s vermeld omdat er zich tussen de aangeduide folio’s een andere akte bevindt.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7521, folio 253v. & 256r., ake dd. 19 april 1632.

Item Gillis Frints om t' gene des naerbes(chreven) staet te mogen doen, hebben(de) procura(ti)e speciael en(de) onwederroepel(ijck) bevel, hem gegeven resptectivel(ijck) bij Christiaen Verschoer en(de) El(isabe)t Leerbijls, gehuysschen, woonen(de) tot Wespelaer, voor H. Van Roost als openb(aer) not(ari)s en(de) seeckere getuygen, op den vii. aprilis lestleden gepasseert, alhier verthoont ende gebleken, in p(rese)ntia, etc(etera), heeft inder v(oor)s(chreve) qua(litey)t bekendt deuchdel(ijck) schuldich te sijn aen heer Henricus Plasmans, p(res)b(yte)re en(de) cappellaen alhier, p(rese)nt en(de) t' selve accepteren(de), xxv car(olus) gul(dens) te xx st(uyvers) B(ra)bants t' stuck, erffel(ijcke) rente, jaerl(ijcx) te verschijnen ende te betaelen te Bamisse, daer aff den ien. termijn van betaelin(ge) vallen ende verschijnen sal te Bamisse 1632 naestcomen(de) ende binnen deser stadt wissele van Loven te leveren, los ende vrije van bede en(de) van alle andere impositien en(de) exactien, alreede innegestelt oft naermaels inne te stellen in toecomende tijden ten behoeve des voors(chreven) heer Plasmans, t' elcken jaere en(de) termijne als schult met recht verwonnen, oblig(ando) et indivisim submitt(endo) personas et bona pr(e)dict(is) constituen(tis) ac renun(tiando) in fo(rm)a, met conditie dat de voors(chreve) constituan(ten) de voors(chreve) rente van xxv r(insguldens) erffel(ijck) sullen mogen lossen ende affquyten t' allen tijden alst hun gelieven sal t' eender reyse, elcken gul(den) erffel(ijck) daer aff met xvi gel(ijcke) car(olus) gul(dens) loopen(de) munte en(de) met volle rente, ende om den voors(chreven) heer Henr(ick) te beter te verseeckeren, soo heeft den voors(chreven) geconstitueerde inden naem der v(oor)s(chreve) constituan(ten) geconsenteert int maecken van beleyde en(de) mainmise over henne goeden en(de) int decreet der schepen(en) van Loven sonder daertoe te derven gedaeght oft geroepen te worden t' henne coste en(de) signatel(ijck) aen ende tot drije dachm(aelen) bempts, gelegen onder Wackerseel, regen(oten) jo(uffrouw)e Van(den) Heetvelde ter ie., de Leeps ter iie., s' heeren straete ter iiie. en(de) iiiie. sijden, item noch een block landts, groot drije dachm(aelen), geheeten het Groot Vossem, item noch drije ende een halff dachm(aelen) lants, gelegen onder Thieldoncq op den Bostinck, regen(oten) s' heeren de straete in twee zijden, item noch een block landts, gelegen onder Wespelaer, ter plaetsen geheeten ter Hulst, item noch een dachm(ael) bempts, gelegen onder Wespelaer, geheeten het Root Bempdeken, regen(oten) de Lips ter ie. en(e) Kinssecom ter andere, coram Cruyningen, Willemaers, aprilis xixa., 1632.

 

In de akte maakt men melding van Christianus Verschoer (Verschoren) zone Nicolaus en zijn vrouw Elisabetha Leerbijls, inwoners van Wespelaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7518, folio 148r., akte dd. 30 januari 1629. 

Item Niclaes Christiaen Verschoer sone wijlen Niclaes ende Elizabeth Leerbijls, gehuysshen, woonende tot Wespelaer, in p(rese)ntia, et(ceter)a, hebben indivisim en(de) insolidum bekendt deuchdel(ijck) schuldich te sijn aen jo(uffrouw)e Tobia Van Gommersbach huysv(rouw)e jo(ncke)r Arnoldus De Rijcke, woonende binnen deser stadt van Loven, achthien carolusg(uldens) te xx st(uyvers) Brabants t' stuck en(de) xv gelijcke stuyvers erffel(ijcke) rente, alle jaere opden xxxen. jan(ua)ry te verschijnen en(de) te betaelen en(de) binnen deser stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van bede, oock van xe., xxe., ce. en(de) van alle andere impositien, innegestelt oft naermaels inne te stellen in toecomende tijden, ten behoeffve v(oor)s(chreven), t' elcken jaere en(de) termijne als schuldt met rechte verwonnen, et tantum ob(ligantes) et indivisim submittentes, ende om der v(oor)s(chreve) jo(uffrouw)e Tobia te bat te versekeren, soo hebben de voors(chreve) bekenders geconsenteert int maecken van mainmise over alle en(de) yegewelcke henne goeden, alwaer die gelegen sijn en(de) bevonden sullen worden en(de) int decreet der schepen(en) van Loven sonder daertoe te derven gedaeght oft geroepen te worden t' hennen coste ende signantel(ijck) aen ende tot drije dachm(aelen) bempdts, gelegen onder Wackerzeel, reg(eno)ten jouffv(rouw)e Heetvelde ter ie., de Leeps ter iie. en(de) sheeren straete ter iiie. en(de) iiiie. sijden, belast met sheeren chijns, item noch een block landts, groot drije dachm(aelen), geheeten het Groot Vossem, item noch drije en(de) een halff dachm(ael) landts, geleghen onder Thieldonck opden Lostinck, reg(eno)ten de straete in iie. sijden, item noch een block landts onder Wespelaer ter Hulst, item noch een dachm(ael) bempdts, geleghen onder Wespelaer, geheeten het Root Bempdeken, reg(eno)ten de Lips ter ie. en(de) t' Missecom ter iie., op sheeren chijns, met conditie dat de voors(chreve) bekenders de voors(chreve) rente van achthien rinsg(uldens) en(de) xv st(uyvers) erffel(ijck) sullen mogen lossen en(de) affquyten t' allen tijden alst hun gelieven sal t' eender reysen, elcken gulden erffel(ijck) daeraff met xvien. gelijcke guldens loopende munte en(de) met volle rente, coram Berckel, Stockmans, jan(ua)rii .. 

 

In de onderstaande akte maakt men melding van  Christianus Verschoren als man van Elisabetha Leerbeyls. Er staat hier iets eigenaardigs in de akte : achter Elizabetha Leerbeyls staat “haeren broeder”. Is dit een lapsus van de klerk ? Het is onduidelijk wat hier bedoeld wordt.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7518, folio 154v., akte dd. 7 februari 1629.

Item in p(rese)ntia villici Lovanien(sis), et(ceter)a, gestaen m(eeste)r Niclaes Van Craenenbroeck om t' gene des naerbes(chreven) staet te moghen doen, hebbende procuratie speciael en(de) onwederoepel(ijck) bevel, hem gegeven bij Anthoon Goerts sone wijlen Niclaes, woonen(de) tot Herent, en(de) gepass(eer)t voor H. Van Roost als not(ari)s en(de) sekere getuyghen van(der) daet 23en. july 1627, alhier gesien en(de) gebleken, die welcke in conformiteyt van seker scabinael transport aen(den) voors(chreven) consti(tuan)t opden v(oor)s(chreven) 23en. july a(nn)o 1627 v(oor)s(chreven) in ia. gedaen bij Merten Goerts, Christiaen Verschoren als man en(de) momboir van Elizabeth Leerbeyls, haeren broeder, heeft de voors(chreve) geconstitueerde inder voorn(oempde) qualiteyt tot sijn(en) laste genomen, voortaen te betaelen de renten naerbes(chreven), eerst acht guldens erffel(ijck) aen(de) kercke van Wackerzeel, item vijff guldens erffel(ijck) aen(de) s(elv)e kerke, item noch twee guldens erffel(ijck) aen(de) s(elv)e kerke, gelaten bij den testamente wijlen Jans Keerincx, item twee gul(dens) erffel(ijck) aen(den) s(elv)en H(eyligen) Geest, item thien gul(dens) erffel(ijck) en(de) sesse gul(dens) erffel(ijck) aen(de) Pedagogie van(de) Lelieschole binnen Loven, geloven(de) de voors(chreve) geconstitueerde als vore de voorn(oempde) respective renten t' sedert den voors(chreven) 23. july 1627, jaerl(ijcx) soo in tijdts te betaelen, dat den voors(chreven) Merten Goirts ende consorten ten eeuwighen daeghen niet en sullen worden gemolesteert, directel(ijck) noch indirectel(ijck), in eeniger manieren, d(aer)voor v(er)binden(de) den p(er)soon en(de) goeden des v(oor)s(chreven) consti(tuan)ts met ren(untia)tie in behoorl(ijcke) formen, coram Grave, Stockmans, feb(rua)rii vii., a(nn)o 1629.

Senten(tiatum) p(er) Martinum Gorts cum suis, coram Willemaers, Riviren, augusti iia. 1633.

 

In de onderstaande akte wordt melding gemaakt van Christanus Verschoren (Verschoer) en zijn vrouw Elisabetha Leerbeyls en zijn schoonbroer Guilielmus Leerbeyls.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7517, folio 30v., akte dd. 23 juli 1627.

Item, in p(rese)ntia villici Lovaniensis, et(ceter)a, Merten Goerts sonen wijlen Niclaes, woonen(de) tot Herent, Christiaen Verschoren als man en(de) momboir van Elizabeth Leerbeyls en(de) Willem Leerbeyls, broeder der voors(chreve) Elizabeth, woonen(de) tot Wespelaer, per mo(nitionem) hebben t' saemen opgedraegen met behoorlijcke v(er)tijdenisse een huys en(de) hoff met sijne toebehoorten, groot tsaemen onderhalff dachm(ael), gelegen tot Wackerzeel, reg(eno)ten Henrick Gillis ter ie., het Vuerbroeck ter iie. en(de) de kercke van Wackerzeel ter iiie. sijden, expos(ito) impos(itus) est Anthoon Goorts, broeder des voors(chreven) Mertens, woonen(de) tot Herent, per mo(nitionem) et satis die voors(chreve) respective opdraegeren ob(ligando) et indivisim sub(mittendo) ac renun(ciando) ende naementlijck de voors(chreve) Elizabeth van het beneficie senatus consulti vell(eiani), haer daeraff eerst onderricht sijnde, en(de) van alle andere in forma, et waras op s' heeren cleynen chijns, bedragen(de) xviii mijten, coram Dielbeke, Broeck, julii xxiii., a(nn)o 1627.

     Uit dit huwelijk:

     Verschoor Nicolaus, (°) Wespelaar 20.02.1624 (g. Antonius Bessems en Anna Guyns),

     Verschoor Hubertus, (°) Wespelaar 04.11.1626 (g. Petrus De Greef en Margareta Verherbruggen),

     Verschoor Adrianus, (°) Wespelaar 26.03.1628 (g. Henric Smedts en Margareta Laerbils), 

 

Leerbels - Leerbijls - Laerbeels Margaretha, + Rotselaar 10.03.1670 we Joes Janssens, x 1 Wakkerzeel 05.11.1623 (g. Joannes Gobbelijns, Petrus Derboghen, Leerbels Guilielmus en Van Langendonck Joannes) met Martinus Goerts (Geerts - Gorts), fs Nicolaus, + Wakkerzeel 08.11.1635 mv obijt ex febri calida patis suspecta, x 2 Rotselaar 20.01.1636 (g. Zelis Petrus en Dierix Joannes) met Janssens Joannes, fs Willem, deze x 1 Rotselaar 20.07.1625 (g. Guilielmus Janssens en Henricus Verbraecken sr en jr) met Verbraecken Maria,

Een akte van emancipatie betreffende de kinderen uit dit gezin zit onder de KLIK. Met dank aan Paul Peeters.

Hieronder ook nog een akte met vermelding van de erfgenamen van Jan Janssens, Margaretha Leerbels (zijn 1e echtgenote) en Maria Verbraecken (zijn 2e echtgenote). Het onroerend goed, waarvan sprake in de akte, is gelegen op het Iveren Velt onder Rotselaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7923 fol. 46v°.

Item inde tegenwoordicheyt der heere meyer ende schepenen van Loven naerbeschreven gestaen den notaris Van Limborch, clerck inde middelschrijffcamere, om tgene naerbes. staet, validelijcken te moegen doen, geconstitueert sijnde bij procuratie, geinsereert in seekere conditie gehouden bij den nots. Van. Schrieck, respective den xx. juny 1670, den 4. july, 18 july ende iersten augusti daer naer over het Xcoop. der goederen van. kinderen erffgenaemen ende representan., respective van wijlen Jan Jansens, Maria Verbraeken ende Margrite Leerbels, naer Xmogen. ende authorisatie van. heeren weesmren. der stadt Loven in date xxix. aprilis 1670, onderteekent Goffart, die heere schepenen alhier in originali respective gethoont ende gebleken, heeft opgedraegen met behoorelijcke Xthijdenisse. ter manisse des voors. heere meyers drije dachmaelen landts, gelegen opt d' Iveren Velt onder ... [niet vermeld], regenooten mijn heere Van Langenhove ter eenre, die Stockstraete ter ije., mijn heer van Graeve ter iije. ende derffgenamen Jan Van Langendonck, exposito impositus est den procureur Van Cotthem, present, inden naeme en. tot behoeve van sr. Guilliam Willemars ende jouffe. Anna Willemars, sijne tegenwoordige huysvre., accepterende, per monitionem jure et satis den vs. opdraegere vigore quo supra obligans, submittens ac renuncians pro ut in forma et waras voor vrij, eygen ende onbelast goet, alles in conformiteyt ende achtervolgende de voors. conditie, coram jonckeren Silvius, Spoelberch, iiija. 8bris. 1670.

 

Hieronder nog een akte met vermelding van Joannes Janssens en Margaretha Leerbeyls (in akte vermeld als Leerbeys), die een perceel van een half dagmaal hadden gekocht van Joannes Pertau en Maria Van Beygaerden, inwoners van Antwerpen, van Jacobus Vanden Schrieck, Guilielmus Brugmans en Godefridus Briers.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8259, fol. 470v., akte dd. 26 mei 1646.

Item in presentie des heere meyers ende schepenen van Loven naerbeschreven gestaen mr. Jaspar De Man, clerq, als gemachtichde met procuratie speciael ende irrevocabel, waer van den teneur hier aff is volge. van woirde tot worde, die heeren schepenen in originali volcomentlijck gethoont ende gebleken.

Op heden desen 17. dach der maendt van july 1645 compareren. voor mij notario ende ter presentien van. getuyghen hier ondergenoempt, Jan Pertau ende Maria Van Beygaerden, gehuysschen, woonende binnen de stadt van Antwerpen, Jaecques Vanden Scrich, Willem Brugmans ende Goirt Briers, welcke voirschreve comparanten hebben bekent ende gebeden, gelijck sij bekennen ende leyden midts desen deuchdelijck vercocht te hebben seker halff dachmael onbegrepen der maeten, soo ende gelijck tselve is gelegen onder Rotselaer, regenoten mijn heer Van Grave in twee zijden, tsheeren strate ter derder ende het goidtshuys van Vrouwen Perck ter vierder zijden, voor vrij ende onbelast goedt, aen Jan Janssens ende Margriete Leerbeys, gehuysschen, ende hunne kinderen, tsaemenderhandt verweckt, staende hunnen houwelijcken staet, ende dat voer ende alomme de somme van drijentsestich rinsg. eens, midtsgaders drij guldens lijckcoop, waeranderende die voors. comparanten het selven paert ofte deel van hunnen tweghen niet te sijn belast noch veralieneert, met geloefte van satis et waras ende om tgenen voirschreven is, beter te mogen achtervolgen, soo constitueren sij comparanten alle thoonders deser ende elck van hun in solidum om tgenen voirs. is voor meyer ende schepenen van Loven te herkennen ende te vernieuwen, actum als boven, ter presentien van Peeter Lunckens ende Anthoen Jaecq als getuygen, tot desen geroepen ende gebeden, ende hebben die voirschreven comparanten beneffens mij notario de minute deser onderteckent, quod attestor, ende was onderteckent J. Poirters, nots.

Naer vermoegen vanden welcken soo heeft den gemachtichde d' acte notariael ende den inhoudt des selffs in alle ende iegelijcke sijne poincten herkent ende vernieuwt, coram Borchgraeff, Winge, 26. maii 1646.

 

In deze akte maakt men nogmaalsvmelding van Joannes Janssens en Margaretha Leerbijls, wonende te Rotselaar.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7942, fol. 48v., akte dd. 15 juli 1689.

Inde tegenwoordicheyt des heeren mijer en(de) schepenen van Loven naergenoempt gestaen den clercq m(eeste)r Gorg(onius) Snijers naer vermogen van sijne procuratie, hem gegeven, om den naervolgenden contracte notariael wettelijck te vernieuwen en(de) te herkennen, heeft t' selve gedaen als volght.

Opden 25en. may 1646 comparerende voor mij openbaer not(ari)s en(de) die getuygen naer genoempt, Jan Jansens ende Margariet Leerbeyls, gehuysschen, woonende tot Rotselaer, hebben bekent, gelijck sij bekennen bij desen, deughdelijck schuldich te sijn aen Chatalijen (!) Vander Heyden tot behoeff van haere kinderen, behauden van wijlen Lucas Claes, alhier present ende accepterende, eene rente van twelff gu(lden)s thien stuyvers erffelijck quytbaer tegens den pen(ninck) 16 teender reyse en(de) met volle rente, jaerelijcx op den 25en. may te verschijnen ende binnen dese stadts wissele van Loven te leveren tot behoeff der voors(chreve) kinderen, hunne erffgenamen en(de) naercomelingen, los en(de) vrij in forma, bekennende die voors(chreven) Jan Jansens ende Margariet Leerbijels vande capitale penningen vande voors(chreve) rente voldaen te sijn, gelovende de selve rente jaerelijcx op haeren valdaegh wel en(de) loffelijck te betalen en(de) te leveren, los en(de) vrij als voor, telcken termijne als schult met recht verwonnen, daer voor verobligerende ende submitterende indivisim hunne persoonen ende goederen met renuntiatie in forma en(de) tot betere vasticheyt, soo consenteren de voors(chreve) gehuysschen bij desen in het maecken van beleyde en(de) maimise over alle henne goederen ende int decreet der schepenen van Loven sonder daer toe te derven gedaeght oft geroepen te sijn, t' hunnen costen in dijen de selve rente binnen twee jaeren nyet en wordt affgeleyt, en(de) signantelijck op een stuck bempts, groodt onder halff daghmael onbegrepen, gelegen onder Werghter int Werghter Broeck, reg(enoten) ... [n.v.], item huys en(de) hoff, gestaen en(de) gelegen tot Wackerseel aende kercke, regenoten sheeren straete ter eendere, Willem Vanden Putte ter tweedere ende derdere ende Barbara Diericx ter vierder sijden, al bij de voorschreve gehuysschen staende hunnen hauwelijck vercregen, wesende bijde de voors(chreve) parthijen onbelast, constituerende onwederoepelijck alle thoonders deser om t' gene voors(chreven) is, voor schepenen van Loven te vernieuwen, promittentes ratum obligando obligerende ende is te weten dat de penningen, daer mede dese rente wordt aengeleght, gecomen sijn van het affleggen van twee diversche renten, d' eene van sesse gul(den)s ende dander van ses gu(lden)s thien stuyvers erffelijck, die voors(chreve) kinderen gecompeteert hebbende, aldus gedaen tot Loven ter presentien van Jan Michiels ende Peeter Mormentijen, als getuygen hier toe versocht, en(de) is de minute deser bijde comparanten ond(erteecken)t beneffens mij openbaer not(ari)s, bijden Raede van Brabandt geadmitteert, onderstont en(de) was ond(erteecken)t A. Cuypers.

Aldus vernieuwt en(de) herkendt door den voors(chreven) geconstitueerden eenssamentlijck ter manisse des heere mijers is den voors(chreven) contracte gesententieert ten laste van Jan Jansens als erffgenaem vanden voors(chreven) Jan Jansens en(de) Margarita Leerbijls om te comen tot voldoeninge ende vasticheyt van(de) voors(chreve) rente, verschenen van diversche jaeren, den voors(chreven) Jan Jansens hier toe gedaeght met condt brieffven, geexploiteert door den bode Peeter De Coninck ut retulit, coram De Vroy en(de) Du Busson, hac 15. julii 1689.

 

RM23717: 1637: Andries Janssens bij acoordt ende aen hem vercocht een kerre ij pattekons hier op 17 maij 1636 ontfangen drij pattekons
item Peeter De Witte Jan Van Meerbeeck
item de we Hendrick Janssens
item Wilm Janssens alias Opt Sgraevenhoeve

item Peeter De Witte Jan Van Meerbeeck
item de we Hendrick Janssens
item Wilm Janssens alias Opt Sgraevenhoeve.
Aarschot 139ter: 9 sep 1642
Willem Janssens sone wijlen Jans heeft verheven uit cause vanden gedinge int voordeel gevonden van den naers leene voor de schepenen van Rotselaer welke hij aengedaen hadde tegen wijlen ‎(der moedere)‎ Henrickx Van Aerschot een half bunder lants gelegen tot Rotselaer aen den gever.

Opden 1 feb 1646 hebben Jan Janssens Opt Hoff en Jan Bols in handen van Jan Panhuijsen meijer den eedt van trouw gedaen als schepenen des landts ende baronije van Rotselaer.
R1607 fo 61: 9 jan 1647
Erfmangelinge tusschen Jan Janssens Opt Hoff ende Wouter Van Geel
Jan Janssens Opt Hof, schepene, geeft bij titele van permutatie ten behoeve van Wouter Van Geel x Jacquelijne Reijniers een half dm gelegen opt Hamelenvelt ... ter compensatie van welcke de vs Wouter Van Geel heeft opgdragen ten behoeve van Jan Janssens Opt Hof & Margareta Leerbels een half boender lant aent Hamelenbroeck.

R1607 fo 88: 2 juni 1649
Bartholomeus Verlinden x Anna Bols verkopen aan Jan Janssens sone Wilms x Margareta Leerbels drije vd sheeren hellichtwinninge gelegen int Lindebroeck reg Willem Van Langendonck met selve perceel genoempt den Donck.

R1609 fo 12: 11 feb 1671
S+D over die goederen gecocht bij Jan Janssens
- Magdalena Janssens we wijlen Jan Vandenschrieck geasst met Carel De Brier
- Guilliam De Pelsmaker als vader ende momboir van Henrick De Pelsmaker sijnen minderjarige soone behouden van wijlen Cathlijn Janssens sijn ierste huijsvrouwe was
beijde dochters Jans Janssens Willemsone behouden van wijlen … sijne ierste huisvrouwe
- Jan Janssens
- Jacques Janssens
- Guilliam Janssens
alle drije sonen des voors Jan Janssens behouden van wijlen Margareta Leerbels zijn tweede huijsvrouwe was
- Jan Molemans x Susanna Goorts
- Jan Fobelets x Elisabeth Goorts
1) Magdalena Janssens
- ses vd onder Werchter int Werchterbroeck ‎(reg Jan Janssens Pavie over Anna Goris sijne huijsvrouwe)‎
- moet 25 gl eens geven aan Jan Janssens
2) Guilliam De Pelsmaker ten behoeve van sijne soone Hendrick
- die helcht van een dm bempts onder Rotselaer te Petersvelt waervan dander helicht gevallen is aenden voors sr William Janssens
3) Jan Janssens
- een dm onder Wilsel achter den Draeck
- moet 25 gl aan Magdalena Janssens
4) Jacques Janssens
- drije vd helichtwinninge int Lindebroeck onder Rotselaer ‎(Antoon Van Langendonck, Jan Van Langendonck)‎
- twelff roijen lant int Hamelenbroeck geweest twee dachmaelen doch verloeren met het affdrijven vande Dijle
- moet geven ses gl aan Jan Janssens
5) Guilliam Janssens
- die hellicht van een dm bempts onder Rotselaer te Patersvelt daervan die ander hellicht gevallen aenden voors Guilliam De Pelsmaker voor sijne sone Hendrick
6) Jan Molemans x Susanna Goorts
- ses vd lant onder Herent tot Kelfs
7) Jan Foblets x Elisabeth Goorts
- huijs ende hof alhier onder Rotselaer te Gansepoel, groot onderhalf dm.
Fo 6v: 18 feb 1671
Deijlinghe vande kinderen Jan Janssens & Merten Goerts behouden van wijlen Margareta Leerbels over die goederen matrimoniale, op hun verstorven met die doot van de voors Marg Leerbeels hunne moedere
- Jan Janssens geasst met Carel De Brier als toesiener van sijne kinderen behouden van wijlen Cathelijne Van Schriek sijne ierste huijsvrouwe was
- Jacques Janssens
- Guilliam Janssens
- Jan Molemans x Susanna Goorts
- Jan Foblets x Elisabeth Goorts
alle kinderen van wijlen Margriete Leerbels daer resp vaeder aff was Jan Janssens sone wijlen Wilms ende Merten Goorts.
  

 

Joannes Janssens, hem sterkmakende voor zijn vrouw Margaretha Leerbeyls, inwoners van Rotselaar, gaat met Joannes Wauters, inwoner van Baal, over tot een ruiling. Joannes Janssens geeft de Sielse Hove aan Joannes Wauters en in de plaats ontvangt hij 23 schapen en nog eens 3 schapen voor het hout op het perceel. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8259, fol. 385r., akte 23 juni  (23.06.1645) - f. 0769

Item in presentie des heere meyers ende schepenen van Loven naerbeschreven gestaen mr. Jacobus De Langhe, nots., als gemachtichde met procuratie speciael ende irrevocabel, waer van den teneur hier naer is volgende van woirde tot woirden.

Op heden desen sevenentwintichsten dach der maendt van marty 1644 compareren. voor mij notario ende ter presentien vande getuygen hier ondergenoempt Jan Janssens, ingesetenen van Rotselaer, ter eenre, hem sterckmaeckende voor Magriet Leerbeyls, sijne huysvrouwe, sijne huysvrouwe, ende Jan Wauters, ingesetene van Balen onder Aerschot, ter andere zijden, welcke voirschreve comparanten hebben e[e]ntsaementlijck verclaert, soo ende gelijck sij verclaeren midts desen veraccordeert ende over een gecomen te sijn in forme van mangelinge, soo ist dat hij iersten comparant heeft gemangelt ende getranspoirteert sijne Sielse Hove, regenoten tsheeren straete in twee zijden, Jan Smidts ter iiie. ende het landt, genoempt den Verloren Cost, toebehoirende d' erffgenamen Peeter Strijpen ter iiii. zijden, soo de selve is gelegen onder Balen, ende dat tegen drijentwintich schapen ende drij vor het houdt, gelovende die voirschreven comparanten met malcanderen alsoo over een gecomen te sijn inde manieren, hier boven gespecificeert, verclarende alsoo het selven inde rechte waerheyt alsoo geschiet te sijn sonder fraude ofte argelist, gelovende die comparanten maelcanderen ter saecken van dese mangelinghe niet teysschen ofte pretenderen, waranderende den voirschreven iersten comparant het selven goedt van sijnen twegen niet te sijn belst noch veralieneert, ende om dese mangelinge beter te mogen achtervolgen, soo constitueren sij comparanten alle thoonders deser om dese mangelinge voor meyer ende schepenen van Loven te herkennen ende te vernieuwen, aldus gedaen ter presentien van Daniel Looff ende Jaspar Haenewijck, als getuygen tot desen geroepen ende gebeden, ende hebben die voirschreven comparanten beneffens mij notario dese de minute deser onderteckent, quod attestor.

Poirters, 1645, nots.

                   Naer vermogen vande welcke soo heeft den gemachtichde acte notariael ende den inhoudt in alle ende iegelijcke sijne poincten herkent ende vernieuwt, coram Borchgraeff, Dielbeeck, juny 23., 1645.

 

Hierbij een akte, waarin Joannes Janssens sone Guilielmus en zijn tweede vrouw Margaretha Leerbeyls, op dat ogenblik inwoners van Rotselaar, worden vermeld. In de akte wordt bevestigd dat Margaretha Leerbeyls een eerste maal gehuwd was met Martinus Goorts (Goerts). In de akte wordt ook melding gemaakt van Barbara Van Caerle, echtgenote van Joannes Van Malcot. Het zou mij niet verwonderen dat deze laatste dezelfde is als diegene die later huwde met Guilielmus Gobelijns, poorter van Leuven (zie mijn email van gisteren).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7529, fol. 121r., akte dd. 20 april 1641.

Item in tegenwoerdicheyt des meyers, en(de) schepenen van Loven en(de) eygengenooten naerbeschreven, compareren(de) Jacques Van Schoonderhaghen, tot des naerbeschreven staet te doen, volcomentlijck gemachticht sijnde met onwederroepelijcke procuratie, h(em) gegeven bij Jan Janssens soene wijlen Willems en(de) Margriet Leerbeyls, gehuyschen, woonen(de) te Rotselaer, voord(en) not(ari)s Ph(i)l(ip)s Hollandts en(de) seckere ghetuyghen opden) xixen. aprilis 1641, alhier gesien en(de) geblecken, en(de) waer van den teneur hier naer van woorde te wo[o]rde is volgen(de), luyden(de) aldus.

Compareren(de) op hed(en) desen xixen. aprilis xvic. eenenviertich voor mij notario en(de) de getuyghen naerbeschreven Jan Janssens soene Willems en(de) Margriete Leerbeyls Leerbays, wettighe gehuyschen, woonen(de) tot Rotselaer opde hoeve van mijn heer Van Grave, de welcke indivisim als nu hebben bekendt te hebben ontfanghen vuyt handen van(den) heere advocaet Loosen de somme van twee hondert guldens Brabants in contante penninghen, waer voor sij geloven aen(den) selven advocaet te betaelen eene erffelijcke rente van twelff guldens x st(uyvers) boven ende behalvens eene andere gelijcke rente van twelfff guld(ens) x st(uyvers) siaers, bijde voors(chreve) Margriete Lerbays en(de) haeren iersten man wijlen Mertten Goorts, bekendt aen Jan Van Malcot en(de) Barbel Van Caerle, gehuyschen, voor schepen(en) deser stadt opd(en) xxviiien. julii 1628 in prima ende bij de selve gehuyschen gecedeert aen(den) voors(chreven) advocaet voorde selve schepen(en) opden xxvien. januarii 1637 in 3a. en(de) alsoe tsamen maeckende eene rente van xxv guld(ens) siaers, waer aff den iersten valdach sal wesen opd(en) xxviiien. julii xvic. tweeenviertich en(de) soo voorts totte redemptie toe, de welcke sal moeghen gebeuren mette somme van vier hondert guldens in goed(en) gevalueerden gelde in twee reysen, soe en(de) gelijck de voors(chreve) rente wel en(de) loffel(ijck) te betaelen aen(den) voors(chreven) advocaet Loosen oft sijns actie hebben(de) bynnen deser stadt Loven, los en(de) vrije van alle impositien, alreede innegestelt oft naermaels inne te stellen onder obligatie van henne respective persoonen, elck in solidum, en(de) int besunder in verstande dat de v(oor)s(chreve) aude rente van xii g(uldens) x s(tuyvers) bij desen nyet en woordt geinnoveert, noch oyck de mainmise tot verseckerheyt van(de) selve rente geslaeghen en(de) dat de selve oyck sal worden gebruyckt totte affectatie van(de) thien dachmaelen landts, in een stuck geleghen te Baelen onder Aerschot, genoempt de Gielhoeve, regen(oten) sheeren straete ter ier. en(de) iier., Jan Smets ter iiier. en(de) Henryck Staype (?) ter iiiier. sijd(en), wesen(de) onbelast goet, bijde v(oor)s(chreve) gehuyschen v(er)creghen den xxixen. octobris 1640 voor schepen(en) deser stadt in media, coram Borchgreeff en(de) Daneels, constitueren(de) Huybrecht Leunckens en(de) een ieder thoonder deser ten eynde om tghene voors(chreven) staet, voor meyer en(de) schepen(en) deser stadt te v(er)nyeuwen en(de) aldaer de voors(chreve) thien dachmael opte draeghen tot verseckerheyt der voors(chreve) rente van xxv gulden siaers met warantschap van vrije en(de) ombelast in behoorl(ijcke) forme en(de) te consenteren in mainmise van alle henne goeden en(de) int decreet sonder dagement, promittens irrevocabiliter rat(um) obligan(do), submitten(do) ac ren(unciando) in forma, besundere de v(oor)s(chreve) tweede comparante senat(us) cons(ulti) velleiani de eo certiorata, act(um) tot Loven ter presen(tie) van m(eeste)r Peeter Van Dungen en(de) van m(eeste)r Henrick Paridaens, getuyghen, tot desen geroepen en(de) gebeden, onderstont en(de) mij not(ari)s en(de) was ond(erteecken)t Ph(i)l(ip)s Hollants, nederwaerts het hanteecken des voors(chreven) Jan Janssens, nederwaerts stont, Margriet Lerbels.

Welcken volgen(de) die v(oor)s(chreve) geconstitueerde vuyt crachte der voors(chreve) procuratie vuytte voors(chreve) thien dachmael landt ontgoydt en(de) onterfft sijnde, en(de) Ph(i)l(ip)s Hollandts inden naem en(de) ten behoeve des v(oor)s(chreven) h(ee)r en(de) m(eeste)r Guilliam Loosen, advocaet, etc(etera), inde v(oor)s(chreve) goeden gegoydt en(de) geerft sijnde, heeft de selve den v(oor)s(chreven) geconstitueerden ten behoeve der v(oor)s(chreve) constituanten wederom over gegeven om de selve te hebben, te hauden en(de) te besitten voor vrije en(de) ombelast, ende voorts meer opde voors(chreve) rente van vijffentwintic carolus guldens, te betaelen en(de) te quyten als voor, geloven(de) die v(oor)s(chreve) rente jaerlijx ten tijde en(de) termijne v(oor)s(chreven) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen, obligan(do), etc(etera), in forma, his interfuerunt Pulle, Begijnemaecker, scabini Lovanien(sis), et allodii consortes, item domicellus Jo(hann)es De Borchgreff et Ph(i)l(ip)s Hollandts, similiter tanq(uam) allodii consortes, coram quibus satis obligan(do), etc(etera), in forma, et waras voor vrije en(de) ombelast, qui hec rogantes, quod faciunt scabini Lovanien(sis) predicti, act(um) aprilis xxa., 1641.

In deze akte wordt weer melding gemaakt van Margaretha Leerbijls, in het eerste huwelijk met Martinus Goorts en nadien met Joannes Janssens. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8258, folio 59r., akte dd. 26 januari 1637.

Item in(de) tegenwoirdicheyt des meyers en(de) der schepenen van Loven naerbeschreven gestaen Huybrecht Leunckens vuyt crachte van procuratie, in desen volgen(de) van woore te woorde.

Comparerende op heden den xxien. january xvic. sevenendertich voer mij notario openbaer, tot Loven residerende, en(de) de getuygen naergenoempt, heer ende m(eeste)r Guilliam Loosen, licentiaet inde rechten en(de) advocaet, etc(etera), ter eenre, ende Jan Van Malcot, met Barbara Van Caelen, wettighe gehuysschen, innegesetene poorteren deser stadt, ter andere zijden, de welcke hebben bekendt te hebben aengegaen den een erffmangelinghe in sulcker vueghen dat den voerschreven advocaet aende voers(chreve) gehuysschen bij desen is cederende een stucxken landts, eertijdts wijngaert, tegenwoerdelijcken beseth met plantsoen, onbegrepen der maete, gelegen buyten de Mechelsche poorte opden Swaenenberch, regenooten de voers(chreve) gehuysschen ter eenre, Joachim Leunis ter tweedere ende Hans Neesens ter derdere zijden, aenden voers(chrev)en iersten comparant gebleven als meeste verdie[r]der in het publyck vercoop daer over gehouden bj derffgen(amen) wijlen Jan Cordiers ende bijden selven Cordiers vercregen in twee reysen, te weten opden xxven. juny libro 1590 in media ende opden xviien. aprilis libro 1589 in tertia, waer van de negenthien royen zijn belast met eenen stuyvers ofte twee blancken erffel(ijck) aene heeren van Santrain in soo verre men die bevindt daer op vuyt te gaen, welcke goederen de voers(chreve) gehuysschen daetelijcken sullen moeghen aenveerden ende daer mede moeghen hun proffeyt doen, vuytgenomen het plantsoen ende de blocken vande affgecapde boomen, competerende aende vercoopers, in het welck goet den voerschreven advocaet ofte wel zijnen schoensone m(eeste)r Dionijs Legius opden xvien. january lestleden bijde selve vercoopers is gegoit geweest present ende inde voers(chreve) mangelinghe consenterende, waer en tegens de voerschreven gehuysschen bij tietel vande voers(chrev)en erffmangelinghe aenden voers(chreven) advocaet hebben mits desen gecedeert eene erffelijcke rente van twelff gul(dens) thien st(uyvers), voerde heeren schepenen deser stadt bekent 28a. julii 1628 in ia., bij wijlen Merten Goorts ende Margriete Leerbey[l]s nu gerealieert in houwelijck met Jan Janssens, woonende op het pachthoff van jon(cke)r Raes Van Grave tot Rotselaer, bij mainmise geaffecteert opde goederen der voers(chrev)en bekenderen, overgevende aenden selven advocaet bij desen de constitutie brieven mette brieven van mainmise met allen het recht ende actie, hen daer vuyt competerende metten loopenden jaere sonder eenighe reserve, waer toe den voers(chrev)en advocaet aende voerschreven tweede comparanten alhier daetelijcken heeft gesuppleert de somme van vierentsestich guldens suyver geldt, warranderende de voers(chrev)en compermutanten respectivelijcken de voers(chrev)en rente ende landt voer vrije, onveralieneert ende onbelast, vuytgenomen alleenel(ijck) den voers(chreven) chijns, hier voeren vuytgesteken, constituerende een ieder thoonder deer om tghene voers(chrev)en is voer meyer ende schepenen van Loven te vernieuwen ende aldaer te laeten passeren goedenisse met waran[t]schappe in forma, promittentes irrevocabiliter ratum, obligan(do), submitten(do) et renuncian(do) prout in communi forma, super quibus, etc(eter)a, aldus gedaen ende gestipuleert binnen Loven ten daeghe, maende en(de) jaere voers(chreven) ter presentie van Henrick Vander Hulst ende m(eeste)r Jan Loyaerts, getuygen, hier toe geroepen ende gebeden, hebbende de parthijen hinc inde mede den getuygen dese geteeckent ende was de minute deser geteeckent, aldus G. Loesen, D. Legius ende tusschen bijden stondt, dit is het handteecken van Jan Van Malcot, dit is het handteecken van Barbara Van Caelen, ende nederwaerts was geteeckent aldus, Hendrick Vander Hulst, Jan Loyaerts, testes.

Ende mij present als openbaer notaris, hier toe versocht, quod attestor.

P. Van Dormael, not(ariu)s p(ublicu)s.

Naer vermoghen van welcken heeft die v(oor)s(chreve) gemachtichde allen des v(oor)s(chreven) is, in allen poincten en(de) clausulen v(er)nieuwt, gel(ijck) hij dat doet bij desen vuytten naemen van p(ar)tijen constituan(ten) hinc inde en(de) dijenvolges per mo(nitionem) opgedraghen en(de) getransporteert met behoorelijcke v(er)thijdenissen respective tv(oor)s(chreve) stucxken lants, eertijts wijngaert, opden Swanenberch tusschen zijn(e) v(oor)s(chreve) regenooten, midtsgaders de v(oor)s(chreve) rente van xii r(insguldes) x st(uyvers) erffel(ijck) metten loopen(de) jaere, staen(de) ten laste van(de) gene hiervoorens v(er)melt, expositis impositi sunt per mo(nitionem) jure hereditario, te weten die v(oor)s(chreven Jan Van Malcote en(de) Barbara Van Caelen int v(oor)s(chreven) stucxken lants, eertijts wijngaert, ende di dwelck voor hen ontfinck Jan Wouteleers, not(ari)s, en(de) inde v(oor)s(chreven) rente den v(oor)s(chreven) heer en(de) m(eeste)r Guilliam Loosen, licentaiet en(de) advocaet, dwelck voor hen ontfinck m(eeste)r Cornelis Oliviers, et satis die v(oor)s(chreve) gemachtichde van wegen p(ar)tijen hinc inde obligan(do), sub(mittendo) p(er)sonas ac bona met renuncia(ti)e prout in forma, et waras respectivel(ijck) soe tv(oer)s(chreve) lant als rente prout ante, coram De Greve, Loomans, 26. january 1637.

Deze akte maakt melding van Joannes Janssens sone wijlen Guilielmus en zijn vrouw Margaretha Leerbeyls.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7534,  folio 27v., akte dd. 24 oktober 24 oktober 1645.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbeschreven compareren(de) m(eeste)r Geerardt Duermans, tot des naerbechreven staet te doen, volcomentlijck gemachticht sijnde met speciale procuratie, hem gegeven als thoonder bij den eerw(eerdigen) heere, heer Martinus de Lannoy, priester int huys van d' Oratorie alhier binnen deser stadt Loven, voorden notaris m(eeste)r Michiel Van(den) Sijpe en(de) seckere ghetuyghen opden xxviien. septembris 1645, innehaudende clausule van substitutie, hem gegeven respective bij m(eeste)r Andries Hechts, secretaris der stadt van Liere, en(de) Niclaes Maes, beyde wettighe momboiren vande twee onmondighe kinderen van wijlen h(ee)r en(de) m(eeste)r Cornelis Hechts, licentiaet als hij leeffde in beyde rechten, daer moeder aff was jo(uffrauw)e Isabella Bollins, voorde wethauderen van Liere v(oor)s(chreven) opden xixen. juny 1645, ond(erteecken)t Jan Van Postel, neerwaerts A. Hechts en(de) Niclaes Maes, en(de) besegelt met der v(oor)s(chreve) stadt van Liere, segele daerop gedruckt, item bij jo(uffrauw)e Anna Bollins, begijncken inden Grooten Begijnhove alhier te Loven, voor m(eeste)r Michiel Van(den) Sijpe als openbaer not(ari)s en(de) seckere getuyghen opden xxiiien. augusti 1645, alle alhier gesien ende geblecken, heeft inder voors(chreve) qualiteyt bij manisse, etc(etera), opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse onderhalff dachmael beempts onbegrepen der maete, geleghen onder Wackerseel in het Werchteren Broeck, regen(oten) Geert Ingelborchs ter ier., Cornelis Van Ham ter iier., die beecke ter iiier. en(de) die pastoorije van Wackerseel ter iiiier. sijden, exp(osito) imp(ositus) est Ph(i)l(ip)s Hollandts inden naem en(de) ten behoeve van(de) kinderen van Jan Janssens soene wijlen Willems en(de) van Margriete Leerbeyls, gehuyschen, behaudelijck den voors(chreven) Jan en(de) Margareta henne vrije dispositie en(de) voorheffen per mo(nitionem) jure et satis obligan(do) et submitten(do) vigore quo supra ac ren(unciando) in forma et waras op sheeren chijns van(den) gronde, nyet excederen(de) inde jaerlijxe betaelinghe de twee en(de) een(en) halven stuyvers ingevalle men bevindt met wettighe bescheede eenighen daerop vuyt te gaene, ende dit om en(de) midts der somme van tweehondert guldens eens boven slach, hooghen en(de) anderen ongelde, volgen(de) de conditie daer over gehauden bijden v(oor)s(chreven) m(eeste)r Michiel Van(den) Sijpe als not(ari)s, coram Borchgreeff, Winghe, octob(ris) xxiiii., 1645.

 

In de akte maakt men onder meer melding van Martinus Goorts en Margaretha Leerbijls. Zij werden samen met Anthonius Goorts en Jenneken Goorts als erfgenamen genoemd van Elisabetha, Clementia en Cornelius Van Malcot en van Guilielmus De Wit sone wijlen Franciscus en van Elisabetha Smets genoemd.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7527, folio 3r., akte dd. 6 juli 1638.

Item in teghenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbeschreven gestaen Ph(i)l(ip)s Hollandts, tot des naerbeschreven staet te doen, volcomentl(ijck) gemachticht sijnde met onwederroepel(ijcke) procuratie, hem gegeven bij Jacques en(de) Anthoen Goorts, Jenneken Goorts, Margareta Lerebus, huysvrauwe was van Mertten Goordts, en(de) henne mede consorten, alle als erffgen(amen) van Lijsbeth, Clementia en(de) Cornelis Van Malcot en(de) van Willem De Wit soene wijlen Vrancx en(de) van Lijsbeth Smets, die welcke waeren derffgen(amen) van Jan en(de) Cathlijn De Witte, voorden not(ari)s Peeter a Kempis en(de) seckere getuyghen opden ven. july 1638, alhier gesien en(de) geblecken, en(de) waer van den teneur hier naer van woorde te woorde is volgen(de), et subscribatur, bij manisse des heeren meyers heeft opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijdenisse eene rente van sesse rinsguldens erffelijck als die voors(chreve) constituanten treckende sijn opde heeren Staten van Brabant int quartier van Loven volgens de constitutie brieven daeraff sijnde in date va. aprilis 1568, staen(de) opde heeren Staten boeck nu(mer)o 373, item alnoch eene rente van sesse rinsguldens erffel(ijck), quytbaer volgen(de) de constitutie daeraff sijnde in date opde voors(chreven) heeren Staten, staen(de) opt v(oor)s(chreven) boeck n(umer)o 127, exp(osito) imp(ositus) est heer Henricucs Vennens, pastoir van(den) Grooten Begijnhove alhier bynnen Loven, inden naem en(de) tot behoeff van(de) infirmerije van(den) v(oor)s(chreven) begijnhove, per mo(nitionem) et satis, obligan(do), etc(etera), in forma, et waras voor goede en(de) ombelaste renten, nyet gequeten oft veralieneert prout, cederen(de), transporteren(de) en(de) geven(de) voorts over tot behoeff van(de) v(oor)s(chreve) infirmerije derffbrieven daeraff sijnde in date voors(chreven) met alle en(de) iegewelcke geloeften en(de) conditien daer inne begrepen, midtsgaders de v(er)loopen der selver twee renten, allen ten selven rechte, coram Borchgreeff, Leunckens, julii via., 1638.

 

In de akte wordt melding gemaakt van Martinus Gorts en zijn vrouw Margaretha Leerbeyls, inwoners van Wakkerzeel. Uit de akte blijkt dat Martinus de zoon is van Nicolaus. De datum van de akte is gebasseerd op de datering van de voorgaande akten.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7518, folio 22v., akte dd. 27 juli 1628.

Item Merten Goorts sone wijlen Niclaes en(de) Margriet Lerbeyls, gehuysschen, woonen(de) onder Wackerzeel, in p(rese)ntia, et(ceter)a, hebben bekendt, gelijck sij bekennen mits desen, deuchdel(ijck) schuldich te sijne aen Jan Van Malcot en(de) Barbel Van Carel, gehuysschen, woonen(de) binnen deser stadt Loven, tweilff carolus guldens te xx st(uyvers) Brabants t' stuck ende thien gelijcke stuyvers erffel(ijcke) rente, alle jaere op date deser te v(er)schijnen en(de) te betaelen en(de) inder stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van ve., xe., xxe., ce. ende van alle andere, mindere oft meerdere pen(ningen) en(de) impositien, innegestelt oft naermaels inne te stellen in futurum, quolibet assecutum, et ad mo(nitionem) pignus infra leucam valens duplum et tantum, ob(ligando) et sub(mittendo) ac ren(unciando) in forma, met conditie dat die voors(chreve) bekenderen die voors(chreve) rente van xii r(insguldens) x st(uyvers) erffel(ijck) sullen mogen lossen en(de) affquyten t' allen tijden alst hen gelieven sal t' eender reyse teghen den penninck sesthiene ende met volle rente, consenterende voorts tot naerder vasticheyt der voors(chreve) rente en(de) jaerlijckxe betaelinghe der selver int maecken van mainmise over alle henne goeden en(de) int decreet van dijen sonder daertoe te dorven gedaeght oft geroepen te worden, coram eisdem.

     Uit dit huwelijk:

     1a. Goerts Susanna, (°) Wakkerzeel 28.01.1625 (g. Van Ermigeen Oliverius ? en Goerts Susanna), + Wakkerzeel 26.11.1682 waterzucht,

     x Rotselaar 20.11.1644 (g. Meulemans Petrus en Janssens Joannes) met Meulemans Joannes, fs in Wakkerzeel,

     Goerts Elisabeth, zie akte,

     Gorts Guilielmus, (°) Wakkerzeel 04.07.1629 (g. Lerbels Guilielmus en Goorts Catharina),

     Goorts Joannes, (°) Wakkerzeel 02.04.1632 (g. Van Maelcot Joannes en Geens Anna),

     1b. Janssens Magdalena, (°) (niet Rot, Wez, W, Bet, Wak, ), x 1 Rotselaar 13.05.1656 (g. Mathijs Lambertus en De Pelsmaker

     Guilhelmus/Van Criekinghe Joannes) met Joannes Van den Dries, x 2 Rotselaar 10.12.1673 (g. De Neuter Henricus en Huens Petrus)

     met Joannes De Meijer, x 3 Rotselaar 09.07.1681 (g. Van Crieckinge Andreas en Claes Amandus) met Adrianus Vercalsteren,

     Janssens Catharina, ° ca. 1625, x Rotselaar 16.11.1647 (g. Janssens Joannes pater en De Pelsmaeckere Godefridus/... Petrus) met Guilielmus De Pelsmaecker,

     Janssens Petrus, (°) Rotselaar 12.07.1628 (g. Petrus Raeymaecker en Catharina Cordeel),

     2. Janssens Joannes, (°) Rotselaar 05.08.1637 (g. Stockmans Joannes en Persoens Christina), x 1 (niet Rot, Bet, Wak, W, ) met Catharina Van der Schrieck,

     x 2 (niet Rot, Bet, Wak, W, ) met Anna Van Uijthem,

     Janssens Jacobus, (°) Rotselaar 01.12.1639 (g. Van Ermeghen Anthonius en Vander Heijden Catharina ?), x Rotselaar 19.11.1661

     (g. Dnus Huaert Antonius en Van Aerschot Adrianus) met Catharina Van Aerschot,

     Janssens Guilielmus, (°) Rotselaar 30.05.1645 (g. Roesbroeck Guilielmus en Vanden Bosch Catharina), x (niet Rot, ) met Adriana Montens.

 


 

XIII - Leerbels Guilielmus (M4738 + S6262), koster, (°) Wakkerzeel 11.08.1592 (g. Ingelbertus Van Espen en Catharina Van Boven), + Wakkerzeel 14.08.1664, x Mechelen OLV 25.11.16147 (g. Vanden Driessche Hendrick en Vanden Bossche Peter) met Geens - Geudens Anna (M4739 + S6263) , (°) (niet H, Wak, ).

 

H851: Fo 112:

- 4 sep 1503: Jan Coels derft aan Peeter Douwe onderhalf dm lant op de Langendonck

- 31 okt 1569: Jan Ghyselincx Cristoffelsone heeft ontvangen voor Anna Moons alias Douwe zijn huijsvrouwe bij doode wijlen Peeter Moons alias Douwe haar vader onderhalf dm land

- 11 sep 1592: Aert Gijselinckx als vaderlijken oom van Anna Gijselinckx dochter wijlen Jans bij doode van Anna Moens haer moeder heeft te leen ontvangen

- 17 nov 1606: Philips Guedens x wijlen Anna Gijselinckx heeft te lene ontvangen voor Anna Guedens zijn dochter oudt 13 jr …

- 19 nov 1650: Willem Leerbijls heeft de eed vernieuwt na de dood van Philip Guedens namens Anna Guedens zijn huijsvrouwe en verkopen het goed aan Hendrik Bollen lt x Cathelijne Scroijen

- 14 dec 1669: Jasparina Bollen x Peeter Smets wordt sterfvrouw

- 28 apr 1692: Jan Wauters sone Merten na de dood van Peeter Smets

- 11 dec 1733: verkocht aan Albert Mertens

- 14 dec 1733: tvoors onderhalf dm op Scharent geheeten Stoffel Jan wordt verkocht aan Albert Mertens x Elisabeth Bruijndonckx.

BMB 242: Fo 64: 6 dec 1636:
Willem Leerbyls x Anna Geens, dochter wijlen Philips Geens, heeft verklaart dat hij enkele jaren geleden met zijn huijsvrouw verkocht heeft aan Jaecques Gijselinckx een half bunder land binnen de parochie van Boortmeerbeeck gelegen op het Herickvelt .

BMB243: Fo 18: 5 mrt 1647:
Anna Geens x Willem Leerbijls verkopen aan Jaecques Gijselinckx x Magdalena Boels een half bunder land opt Boerevelt in BMB.

 

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) een akte met vermelding van Guilielmus Leerbels en Anna Geens.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8263 fol. 325v°.

In tegenwoordicheyt der heeren schepenen der stadt Loven naergenoempt gestaen mr. Hendrick Thomas vuyt [crachte] van sekere procuratie, hem als thoonder deser gegeven, om desen desen (!) contract te vernieuwen ende te herkennen, waervan den teneur is volgende van worde tot worde.

Op heden den xixe. november 1661 comparerende voor mij als openbaer notaris, geadmitteert inden Raede van Brabant, tot Loven residerende, ende inde presentie vande getuygen hier onder genoempt Willem Leerbeyls ende Anna Geens, gehuysschen ende ingesetene van Wackerseel, die welcke hebben bekent ende bekennen bij desen ontfanghen te hebben vuyt handen vande tegenwordige heeren ende meesters der distributie goederen der heeren capellaenen van Ste. Peeters kercke tot Loven de somme van twee hondert rinsguldens eens in gevalueerden gelde, ter saecke van welcke somme de voors. gehuysschen hebben gelooft ende geloven te betaelen jaerlijcx op date van desen aen ende ten behoeve vande voors. heeren capellaenen eene rente van twelff guldens thien stuyvers erffelijck den penninck sesthien, daer van den iersten termijn van betaelinge vallen ende verschijnen sal den xixe. november anno 1662 ende soo voorts vervolgens van jaere te jaere totte quytinge toe, welcke sal mogen geschieden als de rentegelders gelieven sal t' eender reyse ende met volle rente in munte als voor, gelovende de selve rente jaerlijckx wel, loffelijck ende personelijck te betaelen ende inde stadt wissele van Loven te leveren, los ende vrije van alle impositien oft exactien, innegestelt ende alnoch inne te stellen, erffelijck in toecomende tijden t' elcken jaere ende termijn voors. als schult met recht verwonnen, daer voor verbindende henne respective persoonen ende alle henne goederen, meubelen ende immeubelen, pnt. ende toecomende, ende naementlijck ierst vijff vierendeelen maygrassch, gelegen int Werchterbroeck, regen. de pastorije van Wackerseel ter ie., t' clooster van Vrouwperck ter ije., jor. Dielbeeck ter iije. ende Dierick Gobben ter iiije. zijden, item een halff boender landts, gelegen tot Wackerseel opde Boeckdonck, regen. de Lerbeke comende van Rotselaer ter ie., de bekendere ter ije., het leybecxken comende van Tildonck ter iije. ende s' heeren straete ter iiije. zijden, item een dachmael landts, gelegen onder Thieldonck opden Borstinck, regen. s' heeren straete ter ie., derffgenaemen Hendrick Van Laer ter ije., de kercke goeden van Wackerseel ter iije. ende d' erffgen. Van. Heetvelde ter iiije. zijden, consenteren. over de voors. goederen int maecken van beleyde ende mainmise ende int decreet ende herdecreet der heeren schepenen van Loven daerover te geven sonder daechsel te doen aen henne persoenen, hun gevende van alsnu voor alsdan voor gedaeght, constituerende voorts onwederroepelijck midts desen een ieder thoonder deser om dese bekentenisse voor meyer ende schepenen van Loven ende alle hoff ende heer competent te vernieuwen ende te herkennen, promittentes ratum, etha.

Aldus gedaen ende gepasseert ten daeghe, maende ende jaere als boven ter presentie van mr. Hendrick Thomas, rentmr. der voors. heeren capellaenen, ende Guillam Rogiers, getuyghen, tot desen geroepen ende gebeden, ende hebben de bekenderen de minute deser neffens mij notario onderteeckent, quod attestor, was onderteeckent A. Van Heusden, nots., naer vermogen van welcke procuratie soo heeft den voors. geconstitueerde den voors. contract notariael vernieuwt ende herkent, mede eentsaementlijck geconsenteert int maecken van beleyde ende mainmise over alle die voors. goederen, hier boven geruert, ende int decreet ende herdecreet der heeren schepenen deser stadt Loven sonder voorgaende daegement de (!) derven doen, obligan., submitten. ac renunciando in forma, coram. Schore, de Playnes, november xxia., 1661.

Charles de Pleines, J. Van Espen.

            N.B. : In de rand van de akte werd volgende tekst vermeld.

Is gebleken bij notariale quitantie, gepasst. voorden nots. Van Heusden ende seeckere getuygen opden vien. feb. 1676 date dese tegenstaende rente van xij gl. x stuy. sjaers bij heer ende mr. Joannes Liser, doctoir ende professeur inde rechten binnen dese universiteyt van Loven inden naem van Anthoen Van Dijck, coster der kercke van Wackerseel, als cooper van drije dachmaelen en. een halff lants, gelegen tot Wackerseel, genoempt den Boeckdonck, gecompeteert hebbende Willem Leurbeyls cum sua, originele bekenderen deser voors. rente is gequeten et sic vacat

 

In de akte wordt melding gemaakt van Guilielmus Leerbijls en Anna Geens, inwoners van Wakkerzeel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7527, folio 4r., akte dd. 14 juli 1638.

Item Willem Leerbeyls en(de) Anneken Geens, gehuyschen, woonen(de) te Wackerseel, in presen(tia), etc(etera), obligan(dco) et submitten(do) ac ren(unciando) in forma, hebben indivisim bekendt wel en(de) deuchdelijck schuldich te sijne aen s(ieu)r Ph(i)l(ip)s Machielsens, present en(de) tselve accepteren(de), soe voor hem als voor sijne huysvrauwe, henre erffven en(de) naecomelinghen, twelff carolus guldens te twintich stuyvers Brabants tstuck en(de) thien gelijcke stuyvers erffelijcke rente, alle jaer op date deser te v(er)scheynen en(de) te betaelen, daeraff dierste jaer van betalinghe sijn sal den xiiiien. july anno xvic. negenendertich en(de) inder stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere penninghen en(de) impositien, inne gestelt oft naermaels inne te stellen in futur(um) quolibet assecutum et ad mo(nitionem) pignus infra leucam valens duplum et tantum, obligan(do), etc(etera), in forma, met conditie dat die voors(chreve) rente altijts sal moeghen gequeten woorden alst den voors(chreven) bekenderen goet duncken en(de) gelieven sal met tweehondert rinsg(uldens) eens, munte in Brabant cours en(de) loop hebben(de), gelijck die v(oor)s(chreve) bekinderen op heden bekennen ontfanghen te hebben vuyt handen der v(oor)s(chreve) gehuyschen en(de) met volle rente, consenteren(de) tot naerder vasticheyt int maecken van mainmise over ses dachmael landts, geleghen onder Wackerseel, regen(oten) de Lipstraete ter ier., derffgen(amen) Van(den) Heetvelde ter iier. en(de) iiier. en(de) Geert Ingelborchs ter iiiier. sijden, sijnde alleenel(ijck) belast met een(en) braspen(ninck) chijns, bijde voors(chreve) gehuyschen v(er)creghen van Coenrardt Van(den) Broeck voor schepen(en) van Werchter opden xxxien. meert 1637, consenteren(de) mede int decreet van dijen sonder daertoe te dorven gedaeght oft geroepen te woorden, coram Van Grave, Meys, julii xiiii., 1638.

 

De onderstaande akte maakt melding van Guilielmus Leerbels zone Joannes en zijn vrouw Anna Geens, inwoners van Wakkerzeel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8254, folio 502r., akte dd. 28 januari 1633.

Item in tegenwoirdicheyt der heeren schepenen van Loven naerbeschreven gestaen Willem Leerbels soene wijlen Jans met consente, wille ende wete van Anna Geens, sijn(e) huysvr(rouw)e, woonen(de) onder Wackerzeel, ende hem voor de zelve sterckmaeckende, geloven(de) de selve in dijen te hebben, dat sij dinhouden deser ter manisse sal comen approberen, die welcke onder obligatie en(de) sub(missie) van sijn(e) respective p(er)soone en(de) goeden en(de) van sijn(e) v(oor)s(chreve) huysvr(rouwe) met renuncia(ti)e prout in forma, heeft bekent en(de) geleden, gel(ijck) hij kent en(de) lijdt bij desen ter saecke van drije hondert ende twintich r(insguldens) eens, bij hem in comptanten gelde ontfanghen vuyt handen Willem Peeters, innegeseten(en) deser stadt, aenden selven, p(rese)nt ende accepterende voor hem en(de) Maria Raymaeckers, sijn(e) tegenwoirdige huysvrouwe, en(de) naer henne beyde afflijvicheyt voor hunne beyde kinderen, bij hen tsamen v(er)weckt, wel ende deuchdel(ijck) schuldich te zijn, twintich rinsgul(dens) tsiaers, te xx st(uyvers) tstuck den gulden ende te drije plecken Brabants den stuyver gerekent, loopende munte, erffel(ijcke) rente, alle jaere op den xxviiien. january date van desen te v(er)schijnen, daer van den ierstenj termijn van betaelinge vallen en(de) v(er)schijnen sal den achtentwintichsten january des jaers xvic. vierendertich ende soe voorts van jaere te jaere totter lossinge toe, de welcke sal moegen geschieden teender reyse tegen den penninck sesthiene ende met volle rente, al los gelts, aen ende ten behoeve als voor te leveren in ganckbaren gelde ten tijde gevalueert, daerenboven soe heeft die v(oor)s(chreven) rentgeldere, soo voor hem selven als voor de v(oor)s(chreve) sijn(e) huysvr(ouwe) en(de) hem voor de selve sterckmaeken(de), de v(oor)s(chreve) rente van twintich r(insguldens) jaerelijcx ten v(oor)s(chreven) valdage wel, loffel(ijck) en(de) personnel(ijck) te betaelen ende te leveren ten behoeve als voor binnen der stadts wissele van Loven, alles los ende vrije van xe., xxe., xle., ce., mindere oft meerdere pennin(gen), impositien oft exactien, alreede innegestelt oft naermaels inne te stellen, telcken termijn(e) v(oor)s(chreven) als schult met recht v(er)wonnen, obligan(do), sub(mittendo) ac renuncian(do) prout in forma, gelovende voorts ter manisse de v(oor)s(chreve) rente loffel(ijck) te besetten en(de) te hypothiceren op goede en(de) sufficien(te) panden, onder den beschrijve deser stadt Loven gelegen, weerdt sijnde boven allen voorcommeren dobbel rente, en(de) voorts soe veele te doen(e) dat den renthefferen ten eeuwigen dagen sal genoech zijn, consenteren(de) oyck sonder p(re)judicie van des v(oor)s(chreven) is, int maecken van beleyde ende mainmise ende namentl(ijck) ierst over een halff lants, gelegen onder Wackerseel, regenooten de Leepstraete ter ier., mevrouwe Heetvelts ter iier. en(de) iiier., derfdfgen(aemen) Goert Kerrincx ter iiiier., alleenel(ijck) met ontrent een oort tsheeren chijns, item noch over een halff boen(der) lants onder Wackerseel op den Bocktom, regenooten den dijck ter ier., de laybeke in drije zijden, alleenel(ijck) belast met cleynen tsheeren chijns, item noch v vierendeelen bempts viertschooff, gelegen int Werchterbroeck, regenooten tgoidtshuys van Vrouwenparck ter ier., jo(uffrouw)e Dielbeke ter andere, den pastoreye van Wackerseel ter derdere, Gielis Cornelis ter iiiier., alleenel(ijck) belast met het recht van viertschoeff en(de) cleyn(en) tsheeren chijns, item over een halff boender lants, wesen(de) een block, gelegen tot Wackerseel bij de kercke achter aen twoonhuys, regen(ooten) des v(oor)s(chreve) renthe rentgelders selffs goet in twee zijden, het Wackerseel Veldeken ter derdere, Willem Van(den) Putte met sijn(e) medeerffgen(aemen) ter vierdere zijden, belast met twee cap(puynen) aen(den) hertoghe van Aersschot sonder meer co(m)mers daer op vuyt te gaen(e) en(de) voorts over allen anderen henne goeden, meuble, immeuble, vliegen(de) erffven, p(rese)nt ende toecomende, coram Lievens, Borchgraeff, scab(inis), januarii 28., 1633.

 

Bijgaand een akte met vermelding van Guilielmus Leerbijls zone Joannes en zijn vrouw Anna Geens, inwoners van Wakkerzeel. In de rand van de akte wordt melding gemaakt van Cornelius Geens, Joannes Geens, en Henricus Van Ermen als man van Elisabetha Peeters. Volgens de akte zijn zij erfgenamen van Guilielmus Leerbijls, wat laat vermoeden dat zij familie zijn van Anna Geens. De juiste familiale relatie is niet duidelijk. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7509, folio 47r., akte dd. 17 september 1618.

Item Willem Leerbijls soene Jans en(de) Anneken Gheens, zijne huysvr(rouw)e, woonen(de) tot Wackerseel, hebben bekendt, gelijck sij bekennen midts desen, schuldich te zijn aen Gielis Cornelis, woonen(de) tot Haecht, achthien carolus gul(den)s ts(iae)rs te xx st(uyvers) Brabants tstuck en(de) xv gel(ijcke) stuyvers erffel(ijcke) rinte, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) v(er)schijnen(de) opden xviien septemb(ris) en(de) binnen deser stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van bede, ve., xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pe(n)nin(gen) en(de) impositien, innegestelt oft naermaels inne te stellen in futurum quolibet assecut(um) ad mo(nitionem) pignus valens, etc(etera), et tantum obligan(do) et submitten(do), etc(etera), met conditie dat die voors(creve) gehuysschen die voors(creve) rente van xviii rinsg(u)l(dens) xv st(uyvers) erffel(ijck) sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijden alst hun gelieven sal teender reysen, elcken gulden erffel(ijck) met xvie. gel(ijcke) carolus gul(den)s loopen(de) munte, ac cum, en(de) tot meerder v(er)sekerheyt der voors(creve) rente en(de) jaerl(ijcx) betaelinge hebben die voorscreven bekinderen geconsenteert int maecken van beleyde oft mainmise over alle hunne goeden en(de) int decreet der selver sonder daertoe gedaecht oft geroepen te wordden, namentl(ijck) op een halff boen(der) lants, gelegen in een block van sesse dachmaelen tot Wackerseel bijde plaetse, regen(oten) het Wackerseel Veldeken, comen(de) met een eynde aen d' erffgen(aemen) Schrijnmaeckers, item noch op ses dachmaelen erffs, geheeten de Verbeerde Hoffstede, gelegen onder Haecht, regen(oten) jo(ncke)r Alexander Vander Beecken ter eenre, sheeren straete ter iie., coram Pulle, Loomans, septemb(ris) xviia., 1618.

Sententiatum per Guillemum Charliers, coram Gudelinus, Suetricx, hac xxien. octob(er) 1647.

            In de marge.

Opden ix. 7bris. 1666 hebben Hendrick Van Steenvoerts voor deene hellicht en(de) Cornelis Geens, Jan Geens en(de) Hendrick Van Ermen, getrouwt hebben(de) Lijsbeth Peeters, voor dander hellicht als erffgen(aemen) van Willem Leerbijls bekent ontfangen te hebben de capitaele pen(ningen) van xviii gul(dens) xv st(uyvers) erffel(ijck), int witte deser begrepen, met v(er)loop der selver vuyt handen van Steven Van(der) Hoeven als cooper van(den) pandt der sel(ver) rente, consenteren(de) voorsulcx inde cassatie deser et sic vacat.

            D' merck  +  van Hendrick Van Steenvoerts.

            Cornelis Geens.

            Jan Geens.

            D' marck  +  van Hendrick Van Ermen.

 

Hierbij een akte met vermelding van Guilielmus Leerbijls zone Joannes en zijn vrouw Anna G(h)eens, inwoners van Wakkerzeel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7510, folio 12v., akte dd. 17 september 1618.

Item Willem Leerbijls soene Jans en(de) Anneken Gheens, zijn(e) huysvr(ouwe), woenende tot Wackerseel, hebben bekint, gel(ijck) zij bekennen midts desen, schuldich te zijn aen Gielis Cornelis, woenen(de) tot Haecht, achtien carolusgul(dens) tsiaers te xx stuyvers Brabants tstuck en(de) vijffthioen gel(ijcke) stuyvers erffel(ijcke) rinte, jaerl(ijcx) vallende en(de) v(er)schijnen(de) opden xviien. september en(de) bynnen deser stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije van bede, xe. xxe., ce., en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pe(n)nin(gen) en(de) impositien, innegestelt oft naemaels inne te stellen in futuru(m) quolibet ass(ecu)t(um) ad mo(nitionem) pignus valens, etc(etera), et tantu(m) obligan(do) et submitten(do), etc(etera), met conditie dat die voirs(creve) gehuysschen die v(oir)s(creve) rinte van achtien rins(guldens) xv st(uyvers) erffel(ijck) sullen moghen lossen en(de) affquyten tallen tijden alst hun gelieven sal teend(er) reysen, elcke(n) gulden erffel(ijck) met xvi gel(ijcke) carolusgul(dens) loopen(de) munte, ac cum, ende tot meerder v(er)seeckerheyt der voirs(creve) rinte en(de) jaerl(ijcxe) betaelinghe hebben die voers(creve) bekinderen geconsenteert int maecken van beleyde oft mainmise over alle henne goeden ende int decreet der selver sonder daertoe gedaecht oft geroepen te wordden, naementl(ijck) op een halff boender lants, geleghen in een block van sesse dachmaelen tot Wackerseel bijde plaetse, regenoot het Wackerseel Veldeken, comen(de) met een(en) eynde aen derffgenaem(en) Scrijnmaeckers, item noch op ses dachmaelen erffs, geheeten de V(er)berde Hoffstede, geleghen onder Haecht, reg(enoot) jo(ncker) Alexander Vand(er) Beecken ter ie., shee(ren) straete ter iie., coram Pulle, Loomans, sept(embris) xvii., 1618.

 

Bij deze een akte met vermelding van Guilielmus Leerbels en zijn vrouw Anna Geens.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8247, folio 573r., akte dd. 5 juni 1620.

Item in p(rese)ntia des meyers, etc(etera), gestaen Willem Leerbels, gebruycken(de) in desen de macht, haer hem gegeven bij Anna Geens, sijne huysvrouwe, voer scepen(en) van Werchtere, en(de) bij Jan Leerbels en(de) Jan Van Langendonck, scep(enen), ondert(eeckent) den iiii. juny lestled(en), gesien en(de) gelesen, heeft opged(raegen) met behoirl(ijcke) verthijdenisse een halff boen(der) lants tot Wackerseel, regen(oten) dopdraegere ter ie., het Wackerseel Veldeken ter ii. en(de) derfgen(aemen) Jans De Scrijnmaeckere en(de) den hof des opdraegers, leengoet wesen(de), ter ande(re) sijd(en), item ex belast met twee cap(puynen) aen(den) hertoge van Arschot, expositis en(de) Peeter Verpaelt, heyl(igen) geest m(eeste)r van Wackersele, imposito tot behoef van(den) selven Heyl(igen) Geest imposito reddidit, etc(etera), terminis, etc(etera), en(de) voerts meer op drij guld(ens) tot 20 st(uyvers) den guld(en) en(de) drij plecken den st(uyver), loopen(de) munte, vallen(de) iaerl(ijcx) date deser, los en(de) vrij van x., xxe., meerde(re) en(de) mindere impo(siti)en, te betaelen erfel(ijck) in toecom(ende) tijden als schult met rechte verwo(n)nen et satis obligeren(de), sub(mitterende) en(de) renuntieren(de) in for(m)a, et waras als boven, noch geloeft de voers(chreven) Willem dese drij rinsg(uldens) iaerl(ijcx) loffel(ijck) en(de) personel(ijck) te betaelen et casu quo pignora, etc(etera), op de condi(ti)e van te mogen lossen dese drij rinsg(uldens) teen(der) reyse, elcken pen(ninck) met xvi gel(ijcke) pen(ningen) en(de) met volle rente, los en(de) vrij van pontpen(ningen) en(de) diergel(ijcke), coram Lievens, Grave, den vijfden juny 1620.

 

Uit dit huwelijk:

 

Leerbels Anna, XII (M2369),

 

Leerbels Elisabeth, + Wakkerzeel 16.07.1663, x Wakkerzeel 28.07.1660 (g. ŕ Rino magister Antonius en Abrahams Balthazar) met Petit Antonius, geen fii te Wak, H, K, DD, W, Til, Buk, Hols,

 

Leerbels Joannes, ° 1621, + Wakkerzeel 10.12.1636 peste,

 

Leerbels Christianus, (°) Wakkerzeel 16.08.1624 (g. Christianus Van der Schoren en Catharina Palemans),

 

Leerbels Guilielmus, (°) Wakkerzeel 23.12.1626 (g. Guilielmus Verpuilt (Verpaelt) en Maria Van Maelcot), + Wakkerzeel 26.12.1636 peste,

 

Leerbels Catharina, XII (S3131), (°) Wakkerzeel 13.01.1629 (g. Joannes Reynus en Catharina Keerincx),

 

Leerbels Jacobus, (°) Wakkerzeel 23.09.1631 (g. Jacobus Geyselincx en Joanna Ingelborchs), + Wakkerzeel 11.01.1674, x (niet Wak, H, W, S, K, ) met Vincx Barbara,

     Uit dit huwelijk:

     Leerbels Anthonius, (°) Wakkerzeel 13.12.1667 (g. Petit Anthonius en Janssens Susanna),

     Leerbels Henricus, (°) Wakkerzeel 28.09.1669 (g. Vereet Henricus en Van Aerscot Catharina),

     Lerbels Joannes, (°) Wakkerzeel 09.02.1672 (g. Fobelets Joannes en Lerbeels Anna),

     Lerbels Catharina, (°) Wakkerzeel 12.04.1673 (g. Janssens Catharina),

 

Leerbels Petrus, (°) Wakkerzeel 13.05.1635 ( g. Petrus Van den Put en Joanna Gyselincx).

 


 

XII - Haverals Baltazar (S3130), (°) Keerbergen 23.01.1627 (Baltazar Verstraten en Elisabeth Verheyden, + Keerbergen 09.10.1673, x 1 Keerbergen 08.01.1651 (g. Henricus Van der Roost en G. Hoolaerts (koster)) met Verheyden Adriana, + Keerbergen 22.04.1659,  2 x Keerbergen 25.11.1659 (g. Gommarus Scheppers en Jan Bosmans) met Lerebels (Herebels, Serobels, Henebels, Serebels) Catharina (S3131), (°) Wakkerzeel 13.01.1629 (g. Joannes Reynus en Catharina Keerincx), + Keerbergen 07.12.1673.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Haverals Petrus, (°) Keerbergen 17.02.1651 (g. Petrus Wellens en Maria Bosmans),

 

Haverals Clara, (°) Keerbergen 04.06.1654 (g. Joannes Bosmans en Clara Verlinden),

 

Haverals Elisabeth, (°) Keerbergen 04.02.1657 (g. Joannes Valgaren en Elisabeth Verheyden),

 

2. Haverals Anna, (°) Keerbergen 17.10.1660 (g. Petrus Van der Roost en Anna Van Nuffel),

 

Haverals Maria Magdalena, XI (S1565), (°) Keerbergen 21.10.1662 (g. Petrus Van Meerbeeck en Magdalena Peeters),

 

Haverals Jan, (°) Keerbergen 24.08.1664 (g. Joannes Van der Aura en Joanna Haverhals),

 

Haverals Antonus, (°) Keerbergen 13.02.1667 (g. Nicolaus Vercammen n. Antonus Petit en Maria Vercammen),

 

Haverals Isaac, (°) Keerbergen 10.04.1670 (g. Isaac Bols en Petronella Verwast).

 

 

 

XII - Bols Huybrecht (M2368), x 1 Wakkerzeel 10.11.1630 (g. Bols Joannes) met Margaretha Van Langendonck, x 2 Wakkerzeel 26.01.1644 (g. Lerbeils Guilielmus en en Van Langendonck Joannes) met Leerbels Anna (M2369).

 

Aktes i.v.m. dit gezin vind je in het parenteel van Bols Huybrecht .

 

Uit dit huwelijk:

    

1. Bols Maria, (°) Rotselaar 10.01.1636 (g. Van Langendonc Joannes en Vanden Bossch Maria), x Rotselaar 11.10.1661 (g. Van Merbeeck Cristophorus en Van Widdingen Arnoldus) met Peeter Van Meerbeeck,

     Uit dit huwelijk:

     Van Meerbeeck Joannes, (°) Rotselaar 21.01.1662 (g. Bols Joannes en Elizabeth),

    

Bols Anna, (°) Rotselaar 12.03.1638 (g. Bols Joannes en Bols Anna), x (niet Rot, R, ) met Peeter Janssens,

     Uit dit huwelijk:

     Janssens Henricus, (°) Rijmenam 06.11.1663 (g. Henricus Van Sichem en Maria Van Linden n. Adriana Van Blaijel),

     Janssens Joanna, (°) Rijmenam 13.02.1665 (g. Joannes Janssens en Martina Huijbrouck),

     Janssens Nicolaus, (°) Rijmenam 11.10.1667 (g. Nicolaus Janssens en Catharina Janssens), x Bonheiden 13.02.1692 met Verschooren Adriana,

     Janssens Maria, (°) Rijmenam 27.05.1670 (g. Petrus Van Vlierleks? en Maria Boeijens),

     Janssens Catharina, (°) Rijmenam 17.07.1673 (g. Joannes Op de Beke en Catharina Bols),

     Janssens Martinus, (°) Rijmenam 20.09.1676 (g. Martinus Jansens en Anna Berckmans),

    

Bols Elizabeth, (°) Rotselaar 09.03.1640 (g. De Smet Joannes en Palmaers Elizabeth), x 1 Wezemaal 23.09.1663 (g. Geerts Bartholomeus en Petrus Van de Panhuysen) met Catharina Geerts, x 2. Wezemaal 28.06.1669 (g. Vanden Panhuijsen Petrus en Bols Joannes) met Adriaen Van Inhoudt,

     Uit dit huwelijk:

     1. Van Inthout Petrus, (°) Wezemaal 30.11.1664 (g. Petrus Vande Panhuysen en Johanna Peeters n. Adriana Geerts),

     Van Inthout Elisabeth, (°) Wezemaal 27.09.1666 (g. Guilielmus Giets en Elisabeth Claes),  

     2. Van Inthout Adrianus, (°) Wezemaal 01.05.1670 (g. Bols Joannes en Elsen Catharina),

     Van Inthout Guilielmus, (°) Wezemaal 29.09.1672 (g. Janssens Guilielmus en Van Meerbeeck Maria),

     Van Inthout Antonius, (°) Wezemaal 25.12.1674 (g. Van Brussel Antonius en Van Meerbeeck Maria),

     Van Inthout Joannes, (°) Wezemaal 31.12.1675 (g. Mellarts Joannes en Janssens Joanna),

     Van Inthout Elizabeth, (°) Wezemaal 06.09.1678 (g. Geerts Guilielmus n. Montens Antonius en Molemans Elizabeth),

     Van Inthout Maria, (°) Wezemaal 31.07.1685 (g. Schoupen Guilhelmus en Elsen Maria),

    

2. Bols Isaac, (°) Rotselaar 30.11.1644 (g. Meulemans Isaac en Leerbels Margareta), x 1 Rotselaar 17.01.1672 (g. Verrect Joannes en Huens Petrus) met Verrect Catharina, x 2 Rotselaar 07.05.1679 (g. De Pelsmaecker Henricus en Bols Jacobus) met De Pelsmaecker Catharina,

     Uit dit huwelijk:

     1. Bols Anna, (°) Wezemaal 16.02.1674 (g. Vermeulen Joannes en Leerbels Anna),

     Bols Maria, (°) Wezemaal 16.02.1674 (g. Geens Andreas n. Bols Joannes en Elsen Maria n. Vereect Maria),

     Bols Guilielmus, (°) Rotselaar 25.08.1676 (g. Bols Guilielmus en Van Aerschot Maria),

     2. Bols Petrus, (°) Rotselaar 11.08.1680 (g. Fonderi Petrus en Bols Cristina),

     Bols Petrus, (°) Rotselaar 22.04.1682 (g. De Pelsmaker Wilhelmus en De Pelsmaker Clara), woont Gelrode,

     Bols Elisabeth, (°) Rotselaar 14.12.1683 (g. Depelsmaker Bartholomeus en Van Salm Elisabeth),

     Bols Catharina, (°) Rotselaar 30.04.1685 (g. De Pelsmaecker Hendricus en Broeckstijns Catharina),

     Bols Anna, (°) Rotselaar 11.11.1687 (g. De Coster Andreas en Elsen ? Anna),

     Bols Joannes, (°) Rotselaar 11.03.1689 (g. De Pelsmaecker Bartholomeus n. Joannes Bruijninckx en Janssens Jacoba ?),    

 

Bols Joannes,

  

Bols Catharina, (°) Rotselaar 27.01.1647 (g. Beltens Joannes en Lerbels Catharina), + jong,

    

Bols Guilielmus, (°) Rotselaar 20.04.1649 (g. Van Bouchors Joannes en Geens Anna), x Rotselaar 01.11.1678 (g. Bols Isaacus en Geens Guilielmus) met Magdalena Van der Motten, geen fii in Rot, Wez, Mech,

 

Bols Jacobus, XI (M1184), (°) Rotselaar 02.11.1653 (g. Goudts Elizabeth n. Janssens Jacobus en Gouts Lucia),

    

Bols Catharina, (°) Rotselaar 23.09.1657 (g. Imbrechts Joannes en Verswijfelt ? Catharina),

    

Bols Franciscus, (°) Rotselaar 17.09.1659 (g. Bols Franciscus en Brulmans Anna),

    

Bols Christina, (°) Rotselaar 16.09.1663 (g. Mombaers Christina), x met Guilielmus Raeymaeckers.

Terug naar startpagina Terug naar startpagina stamboom