Voorouderlijst Kerincx Lijsbeth                      

 

Kerrinck, Ker(r)inckx

Patroniem uit de heiligennaam Quirinus.

 


 

XVI - Kerincx ..., ca. 1480, x met ...

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Kerincx Jan x met Elisabeth Van Meerbeeck ?

     Uit dit huwelijk:

     Kerinckx Govaerde, is dit Godefridus Kerinx, x Van Langendonck Catharina, meer info bij Van Langendonck,

Hieronder een akte met vermelding van Godefridus (Goert) Kerincx, zoon van wijlen Jan, die gegoed werd in een perceel land van 5 vierendelen, gelegen onder Wespelaar op het Broekveld.  Hij had het perceel gekocht van Livinus (Lieven) De Pelsmakere, zoon van Henricus en en man van Petronella Van Espen(t).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7854, fol. 182v., akte dd. 7 november 1569.

Item, in p(rese)ntia villici, etc(etera), Lieven De Pelsmake(re) sone Henricx en(de) Petronelle Van Espent, zijn huysvrouwe, hebben opgedragen met behoirl(ijcke) v(er)thijdenisse een stuck lants, houden(de) omtre(n)t vijff vierendeelen, gelijck tzelve ombegrepen der maten gelegen is onder Wespelaer opt Broeckvelt, regen(oten) derffg(enamen) heeren Jans Van(den) Tymple t(er) eenre, de tafele van Wespelaer t(er) ande(re) en(de) de strate ald(aer) t(er) ande(re) twee zijden, in alder vuegen en(de) manieren gelijck zij de zelve goeden v(er)cregen hebben alhier voer schepen(en) van Loven(e) opd(en) xxiien. octobris lestleden tegen Jannen V(er)herbruggen, exp(osito) imp(ositus) Goert Kerincx sone wijlen Jans per mo(nitionem) vuyt sake van naderschap jue(re) et sat(is) de eo q(uo) ip(s)i dicta bona citra tempus eorum acquisitionis non alienarunt vendiderunt seu quonismodo hypotecaru(n)t, geloven(de) oblig(ando) de v(oir)s(crev)en Goert den v(oir)s(creven) gehuysschen te indemneren vand(er) gelueften van(de) jaerlijcxsche betalinge van xxx st(uvers) erffel(ijck) bijd(en) zelven gehuysschen den v(oir)s(creven) Jannen V(er)herbruggen int v(er)crijgen vand(er) v(oir)s(creven) goeden gedaen tamq(uam) ass(ecu)t(um), cor(am) Bucq, Dormale, nove(m)bris septi(m)a.

     Kerinckx Peeter,  x met Catharina Van Haacht,

     Onderstaande aktes met dank aan Paul Peeters.

     In de akte staat Petrus Ke(e)rincx sone Joannes als echtgenoot vermeld van Elisabetha Van Meerbeeck.  De kans is reel dat het gaat om voornoemde Petrus.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7470, fol. 157v., akte dd. 14 januari 1577.

Item Peeter Keerincx zone wijlen Jans en(de) Elizabeth Van Meerbeke, woonen(de) tot Wackerzeel, zijn(der) huysvr(ouwe), in presentia, hebben bekindt en(de) geleden, kinnen en(de) lijden midts desen Willem(en) Coremans zone wijlen Robeerts en(de) Margriete Bohon, zijn(der) huysvr(ouwe), woonen(de) te Loven(e), vier carolus gulden te twintich stuyvers tstuck, munte nutertijt in Brabandt cours en(de) loop hebben(de), erffelijcke rente, alle jaere opden vierthie(n)sten dach van januario te betaelen(e) ende te Loven(e) inder stadt wissel, los en(de) vrij van xe., xxe. en(de) honderste penn(inck) en(de) andere lasten, ordinaris en(de) extra ordinaris, te leveren erffelijck in toecomen(de) tijden quolibet assecutum ad mo(bilio) pignus apud Wackerzeele valens et tantu(m) et poterunt redimere una vice cum et median(te) xviem. denariis co(n)similibus ac cum, cor(am) Impens, Wils, januarii xiiiia.

            In de marge.

S(olvi)t.

Uxor no(n) int(er)fuit sed maritus promisit p(re)stare, cor(am) eisd(em).

Item Guillam Coremans heeft bekindt hem van(de) capitael pen(ningen) en(de) volle rente voldaen te sijn(e) midts de hypoticatie gedaen tot behoeff jonch(ee)r Cornelis Van(den) Kerckhove den xvien. ja(nua)rii xvc. lxxxitich. in hac ca(mer)a.

 

Hieronder volgt nog een akte met vermelding van Petrus Kerincx, zoon van Jan (en vermoedelijk Elisabetha Van Meerbeeck).  Ook hij was blijkbaar tijdens de woelige jaren van Wakkerzeel gevlucht naar Leuven binnen de iets veiligere stadsmuren.  Hij gaf verschillende goederen in pacht aan Daniel Timmermans (zoon van Daniel) en Margaretha Van Campen.  Waarschijnlijk was Petrus Kerincx niet zo onbemiddeld.  Hij had blijkbaar zo veel eigendommen dat hij zijn regenoten niet (meer) kende, want dikwijls werden ze niet vermeld.  Het is een redelijk lange, maar oh zo'n prachtige akte (echt een bijouke). 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7470, fol. 224r., akte dd. 27 februari 1577.

 

Condt zij allen lieden dat Peeter Keerincx zone wijlen Jans, nutertijt woonen(de) tot Loven(e), heefft vuytgegheve(n) en(de) bekindt midts desen vuytgegheven te hebben(e) aen Daneelen Tymmermans sone wijlen Daniels en(de) Margriete Van Campe(n), zijn(der) huysvr(ouw)e, beyde woonen(de) tot Wackerzeel, die insgelijcx bekinden van voirscr(even) Peeteren opde naevolgen(de) conditien aenveerdt te hebben(e) die goeden naebescreven, te weten(e) zijn(en) huys metten hove, schuren, stallen en(de) alle anderen zijn(der) toebehoirten, gelijck tzelve gestaen en(de) gelegen is tot Wackerzeel inde Leepstraete, groot tzaeme(n) ontrent een dachm(ael) met een dachm(ael) daer vast aen(e) gelegen, toebehoiren(de) den Heylige(n)geest van Wackerzeel, met noch het vierendeel van een(e) bloke, daerbij gelegen, groot indt geheele ontrent een boender, tusschen de voirs(creve) Leepstraete in deen(e) en(de) Jan Verdo(n)ck ter tweeder en(de) derder zijden, item een halff boender landts, gelegen onder Wespelaer opt velt, geheeten Missegem, besaydt met teruwe, tusschen ... [n.v.].

Item onderhalff dachmael landts, gelegen opt Groot Daeldervelt, eensdeels met rogge en(de) eensdeels met teruwe besaidt, tusschen ... [n.v.].

Item lxxv roeden landts opt selve velt, oyck eensdeels met rogge en(de) eensdeels met teruwe besaydt, gelegen tusschen ... [n.v.].

Item een halff boender landts opt Leepscher Velt, besaydt met rogge, gelegen tusschen die goeden der erffgen(aemen) joncker Jans de Laistre in deen(e), de wed(uw)e Jaspaerts Smeets ter ander.

Item lxxv roeden landts opt tzelve velt, oyck met rogge besaydt, gelegen tusschen die goeden der voirs(creve) weduwe Jaspar Smets in deen(e), derffgen(aemen) Jooris De Witte ter andere.

Item een dachmael vijffthien roeden landts opt selve velt, met rogge oyck besaydt, gelegen tusschen de voirs(creve) erffgen(aemen) De Witte in deen(e), die wed(uw)e Goerdts Kerincx ter andere.

Item onderhalff dachm(ael) landts erffhellichtwinninge, gelden(de) aen(den) Heyligengeest van Wackerzeele, besaydt met rogghe.

Item noch een dachmael landts, daerbij gelegen, den voirs(creven) Heyligengeest toebehoiren(de), dwelck de voirs(creven) vuytgever gehuert heeft en(de) alsoo die huere daeraff tzijn(en) laste betaelen moet, besaydt met rogge.

Item sevenen(de) een(en) dachm(aelen) landts opt zelve velt, medegereeckent het Thienschuren Hoff, oyck bezaydt wesen(de) met rogge en(de) wel en(de) loffelijck overscote(n), comen(de) aendt aertgat van(den) velde ter eenre, ... [n.v.].

Item inden somer aert eerst de drije deelen, wesen(de) ontrent drije dachmaele(n), van(den) voirs(creven) bloke, achter tvoirscreven huys en(de) hoff gelegen tusschen ... [n.v.].

Item alnoch drije dachmaelen landts, gelegen opde Bijloocken tusschen die goeden ... [n.v.].

Item een dachm(ael) landts, gelegen opd(en) Winckel tusschen die goeden ... [n.v.].

Item een halff boender landts, gelegen opde Waeterlee tusschen die goeden ... [n.v.].

Item tderdendeel van een boender landts, gelegen opt Cleyn Daeldervelt onder Thieldonck tusschen die goeden ... [n.v.].

Item een groot boender besloten landts, gelegen aent Rot tusschen die goeden ... [n.v.].

Item alnoch twee en(de) een(en) halff dachm(aelen) landts, gelegen inde Leepstraete voirs(creven) tusschen die goeden Gielis De Rijcke ter eenre, de goeden Elizabeth Keerincx ter andere.

Den braeck aert, ierst twee boendere(n) landts, besloten wesen(de), geheeten tRot, tusschen die goeden ... [n.v.].

Item onder Haecht inde Wijstraete twee parceelen, bij een aen een gelegen, tzaemen groot ontrent een boender.

Item een dachm(ael) landts, geleghen opde Hulst tusschen de goeden Jans Stevens in deen(e), ... [n.v.].

Item alnoch op tzelve velt een halff dachm(ael) landts, gelegen tusschen die goeden Mathijs Mergarts in deen(e), die goeden Willems Van(den) Bossche ter andere.

Specificatie van(de) groesen en(de) maygers.

Ierst indt Wackerzeel Gadt onder Haecht seven dachm(aelen) beempts, gelegen tusschen de goeden ... [n.v.].

Item drije dachmaelen beempts, gelegen op Diericx Wouwere tusschen die goeden ... [n.v.].

Item daerbij alnoch een halff boender beempts, gelegen nyet verre van(de) voirs(creve) beempden tusschen die goeden ... [n.v.].

Item alnoch drije dachm(aelen) beempts, genoe(m)pt Smeets Block, gelegen onder Wespelaere tusschen die goeden ... [n.v.].

Item alnoch een halff boender weyde, gelegen teghen over die voirs(creve) wooninge, teobehoiren(de) der kercke en(de) Heylige(n)geest van Wackerzeel, tusschen die goeden ... [n.v.].

Item alnoch een halff boender maybe(m)pts, gelegen indt Werchter Broeck tusschen die goeden der Zielmissen van Wackerzeel in deen(e), ... [n.v.].

Item alnoch een halff boender, gelegen(e) indt Sursele tusschen die leygracht in twee zijden, Peeter De Brievere ter derder.

Om die voirs(creve) landen wel en(de) loffelijck te labeuren, te mesten en(de) te besayen op zijn(e) getijdige voeren, gelijck wel winnen(de) winnen boven en(de) beneden schuldich ende gehouden zijn te doen(e), een(en) termijn(e) van sesse jaeren, beginnen(de) te halff meerte naestcomen(de) en(de) zoo van jaere te jaere vervolgens midts en(de) voerde hellicht van(de) vruchten daerop wassen(de) en(de) de selve tusschen den voirs(creven) vuytgever en(de) pachtere jaerlijcx halff ende halff te deylen(e) opt velt, zoo wel van alle soorte van graen(en) als oyck van raepen, dijer op gewonnen sullen wordden, behalven en(de) vuytgenome(n) het stoppel cruyt, datmen nae tgraen, affgedaen zijn(de), zal winnen inde stoppelen, daer van de pachter hebben en(de) gebruycken zal de twee deelen en(de) de meester het derdendeel, des zal de pachter voer vuyt hebben den boomgaerdt en(de) hoff aent voirs(creve) huys met tvoers(creve) dachm(ael) daer aen gelegen, dat de voirs(creven) vuytgever in hueringe is houden(de) van(den) Heylige(n)geest aldaer, met oock het vierendeel van(de) voirs(creve) bloke, daerbij gelegen, groot indt geheele een boender, en(de) voer tgebruyck van(de) voirs(creve) beempden ende weyden zullen de huerlingen voirs(creven) gehoud(en) zijn jaerlijcx Sinte Merte(n)smisse te betaelen(e) vijfftich rinsgulden en(de) jaerlijcx moeten onderhouden twee vercken(en) van(den) voirs(creven) vuytgevere, die zij van halff meerte tot Sinte Mertensmisse sullen laeten ghaen doen hueden en(de) gaede slaen en(de) voirts meer opde andere co(n)ditien en(de) voerweerden naevolgen(de), als ierst dat de voirs(creve) pachtere(n) gehouden zullen wesen die vruchten van(de) voirs(creve) landen te vueren inde schueren, te weten(e) dierste voerdere inde schuere van heur(en) meestere, het tweede inde heure en(de) zoo vortaen en(de) boven dijen tgraen, gedorsschen zijn(de), de selve hellicht te moeten leveren tot Loven(e) oft tot Mechgelen, behoudelijck dat die pachter(en) alsdan zullen den montcost hebbenmetten peerden en(de) dat tfruyt, opde voirscr(eve) goeden jaerlijcx wassen(de), tusschen den vuytgevere en(de) huerlingen halff ende halff zal gedeyldt wordden, des sullen de pachteren gehouden zijn de hellicht van(den) meestere hem thuys te leveren, tzij te Loven(e) oft tot Mechgelen voirs(creven), item de pachteren en sullen egheen gesach hebben aen eenich opgaen(de) houdt, staen(de) aen(de) voirs(creve) goeden en(de) aengaen(de) den tru(n)ck zal daeraff den vuytgever hebben die twee deelen en(de) de pachter(en) het resteren(de) derdendeel, midts oyck bij hen betaelen(de) het werckgelt van(den) selven houte, te maeckene nae advena(n)t, maer sullen die pachteren gehouden zijn thueren coste, zoo wanneer tzelve houte gemaeckt zal wesen, te stellen(e) in eene mijte, item de pachteren hebben oyck geloefft en(de) geloven bij desen die voirs(creve) landen in vueghen als voirs(creven) is, ten heuren affscheyden alzoo wel en(de) loffelijck besaydt te laeten(e) met goedt loffelijck zaygoedt, item de voirs(creven) vuytgevere heefft geloefft jaerlijx tot behulp van(de) voirs(creve) pachteren inden ooghst alleene te stellen(e) een(en) persoon die hulpen zal die banden slaen, item de voirs(creven) vuytgever heefft te hemwert en(de) tot zijnen gebruycke gereserveert die kelder caemer indt voirs(creven) huys, het onderste van(den) doffhuyse, den nyeuwe(n) stal aen(e) schuere metten schelfft daerboven, met oyck een hoeffken, achter tegen die Hulst en(de) die hellicht van(de) hoppecruythoff, item de pachteren sullen oyck gehouden zijn die wanden, zoe van(de) huysinghen, schueren, stallen ende andere, te onderhouden van(den) onderste rychele nederweerts tot haeren coste en(de) tot onderhoudinge van(de) daecken van(de) selve(n) huysingen jaerlijcx te moeten leveren viertich busselen leverbaer wallems, item de voirs(creven) vuytgevere heefft gereserveert en(de) reserveert hem midts des(en) al o(m)me opde voirs(creve) goeden, daer meest geraeden zal duncken te planten alle alsulcke boomen alst hem believe(n) zal, item de pachteren zullen schuldich en(de) gehouden zijn alle de straeten, beken, grachten en(de) waeterloopen jaerlijcx wel en(de) loffelijck maecken en(de) repareren thaeren coste en(de) oyck jaerlijcx te moeten ruymen, verheffen en(de) veeghen alle grachten en(de) waeterloopen, aen oft inde selve goeden liggen(de), zonder cost oft last van(den) vuytgevere, op pene van tzelve gedaen te wordden(e) bijden vuytgever ten coste van(den) pachtere, behaudelijck dat de huerlingen zullen mogen zoo veele houdts ter minster schaeden affhouden aen tzelve goet, om de voerseyde straeten te maecken en(de) repareren, item de pachteren zullen schuldich en(de) gehouden zijn allen de beempden te cuysschen en(e) reynigen, zoo dat behoirt, te weten(e) seysen, reyn en(de) thaeren affscheyde(n) zulcx reyn en(de) gecuyst laeten, item de pachteren zullen oyck schuldich en(de) gehoude(n) zijn allen stroot, comen(de) van(de) voirs(creve) landen van des(er) hoeven, te bringen inder voirs(creve) hoeve en(de) tselve te slijten(e) met haere beesten en(de) zoo te converteren in meste zonder eenich daeraff te mogen vercoopen(e), wech te geven(e) oft vuyt te vueren(e), item dat de huerlingen tot haeren proffijte hebben en(de) gebruycken sullen alle de haegen, aen(de) erffve(n) staen(de), behoudelijcx dat zij die sullen onderhouden, sulcx als dat behoirt, en(de) dat de selve pachtere(n) sullen hebben en(de) gebruycken zoo veele willigen strunck als sij behoeven sullen totten beheymen van(de) voirs(creve) beempden en(de) anders oft voirder nyet en(de) den overen(de) strunck zullen de meester en(de) pachters halff en(de) halff proffiteren en(de) gebruycken, alle welcke conditie(n) en(de) voirweerden hebben de voirs(creve) partijen malcanderen geloefft te voldoen(e), obligan(do) et submitten(do) in forma, cor(am) Goirdts, Wils, februarii xxviia.

 

Hieronder weer een akte met vermelding van Petrus Kerincx, zoon van Jan (en vermoedelijk Elisabetha Van Meerbeeck).  Uit de akte blijkt dat hij gehuwd was met Catharina Van Haecht.  Petrus Kerincx en Catharina Van Haecht hadden hun testament op 7 januari 1572 (Brabantse stijl) gemaakt voor Petrus Verhoeven, pastoor te Wakkerzeel.  Een interessant gegeven is dat onder de regenoten van het overgedragen half bunder land te Wakkerzeel ook een Elisabeth (Lijsbeth) Kerincx werd vermeld.  Waarschijnlijk betreft het de zuster van Petrus.

In de uitgave van prior emeritus VERREES W., Necrologium 1129 1979. Abdij van Park, Leuven, Heverlee, Leuven, 1979, staat Pieter Verhoeven alias Wans met als sterfdatum 18 december vermeld.  Hij was priester, kanunnik en cellier van de abdij van Park, kapelaan van Wakkerzeel en tevens pastoor van Tervuren.  Hij overleed in het jar 1574.

In de uitgave van AERTS A., Wakkerzeel, het stille dorp, Haacht, 2005, staat het volgende vermeld m.b.t. voornoemde pastoor :

Petrus Verhoes (1563-1574) alias Waus was tevoren enkele jaren pastoor te Tervuren.  Hij wijdde een deel van zijn leven aan het bestrijden van de armoede en liet het mirakel van de genezing van het paard van Willem Bols uit Haacht registreren.  Hij is gestorven op 8 december 1578.

Zowel wat de schrijfwijze van de naam als de sterfdatum wijkt Andr AERTS wel enigszins af met het uitgegeven orbituarium van prior emeritus VERREES.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7470, fol. 281v., akte dd. 19 april 1577.

Item in tegenwoerdicheyt des meyers en(de) scepen(en) van Loven(e) naebescreven gestaen Peeter Kerincx zone wijlen Jans, nutertijt woon(ende) te Loven(e), zoo in zijn(en) eygen(en) naeme als vuyt crachte van(den) testame(n)te, bij hem en(de) Catlijn(e) Van Haecht, zijn(e) huysvrauwe, eenzaemelijck gemaeckt en(de) gepasseert voer heer Peeter Verhoeven, pastoir van Wackerzeel, en(de) zeecke[re]n getuyghen, in date xviien. januarii xvc. lxxii stilo Brabantie, al naeder blijcken(de) bijden zelven instrumente in date voers(creven) et inseratur, per mo(nitionem) heefft opgedraege(n) met behoirlijcke verthijdenissen een halff boender landts, gelegen onder Wackerzeel opde Waterlee tusschen de goeden van(den) taeffele van(den) Grooten Heyligengeest binnen Loven(e) in deen(e), tsheeren straete ter andere, derffgen(aemen) Aerdts Paeps ter derder en(de) de ghoeden des voirs(creeven) opdraegers met die goeden der erffgen(aemen) Elizabet Keerincx tzaemen ter vierder zijden, exp(osito) soo is daerinne geghoedt en(de) geerfft ten erffelijcke rechte Willem Vos inden naem en(de) tot behoeff der erffgen(aemen) m(eeste)r Bartholomeus Van(den) Heedtvelde, in zijn(en) tijt secretaris der stadt van Loven(e), per mo(nitionem) et satis et war(as) op een(en) penninck boon(e) grondtchijs aen(den) hertoge van Aersschot, tanquam prout jure, cor(am) Roeloffs, Impens, aprilis xixa.

 

Hieronder een akte met vermelding van Petrus Kerincx, zoon van Jan (en vermoedelijk Elisabetha Van Meerbeeck).  Uit de akte blijkt dat hij gehuwd was met Catharina Van Haecht.  Petrus Kerincx en Catharina Van Haecht hadden hun testament op 7 januari 1572 (Brabantse stijl) gemaakt voor Petrus Verhoeven, pastoor te Wakkerzeel.  Een interessant gegeven is dat onder de regenoten van het overgedragen half bunder land te Wakkerzeel ook een Elisabeth (Lijsbeth) Kerincx werd vermeld.  Waarschijnlijk betreft het de zuster van Petrus.

In de uitgave van prior emeritus VERREES W., Necrologium 1129 1979. Abdij van Park, Leuven, Heverlee, Leuven, 1979, staat Pieter Verhoeven alias Wans met als sterfdatum 18 december vermeld.  Hij was priester, kanunnik en cellier van de abdij van Park, kapelaan van Wakkerzeel en tevens pastoor van Tervuren.  Hij overleed in het jar 1574.

In de uitgave van AERTS A., Wakkerzeel, het stille dorp, Haacht, 2005, staat het volgende vermeld m.b.t. voornoemde pastoor :

Petrus Verhoes (1563-1574) alias Waus was tevoren enkele jaren pastoor te Tervuren.  Hij wijdde een deel van zijn leven aan het bestrijden van de armoede en liet het mirakel van de genezing van het paard van Willem Bols uit Haacht registreren.  Hij is gestorven op 8 december 1578.

Zowel wat de schrijfwijze van de naam als de sterfdatum wijkt Andr AERTS wel enigszins af met het uitgegeven orbituarium van prior emeritus VERREES.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7470, fol. 281v., akte dd. 19 april 1577.

Item in tegenwoerdicheyt des meyers en(de) scepen(en) van Loven(e) naebescreven gestaen Peeter Kerincx zone wijlen Jans, nutertijt woon(ende) te Loven(e), zoo in zijn(en) eygen(en) naeme als vuyt crachte van(den) testame(n)te, bij hem en(de) Catlijn(e) Van Haecht, zijn(e) huysvrauwe, eenzaemelijck gemaeckt en(de) gepasseert voer heer Peeter Verhoeven, pastoir van Wackerzeel, en(de) zeecke[re]n getuyghen, in date xviien. januarii xvc. lxxii stilo Brabantie, al naeder blijcken(de) bijden zelven instrumente in date voers(creven) et inseratur, per mo(nitionem) heefft opgedraege(n) met behoirlijcke verthijdenissen een halff boender landts, gelegen onder Wackerzeel opde Waterlee tusschen de goeden van(den) taeffele van(den) Grooten Heyligengeest binnen Loven(e) in deen(e), tsheeren straete ter andere, derffgen(aemen) Aerdts Paeps ter derder en(de) de ghoeden des voirs(creeven) opdraegers met die goeden der erffgen(aemen) Elizabet Keerincx tzaemen ter vierder zijden, exp(osito) soo is daerinne geghoedt en(de) geerfft ten erffelijcke rechte Willem Vos inden naem en(de) tot behoeff der erffgen(aemen) m(eeste)r Bartholomeus Van(den) Heedtvelde, in zijn(en) tijt secretaris der stadt van Loven(e), per mo(nitionem) et satis et war(as) op een(en) penninck boon(e) grondtchijs aen(den) hertoge van Aersschot, tanquam prout jure, cor(am) Roeloffs, Impens, aprilis xixa

 

Het onderstaande testament was opgesteld met een datering in de Brabantse stijl.  In de akte wordt aangehaald dat Gregorius XIII in het eerste jaar van zijn pausdom was.  Hij werd geboren in Bologna op 01.01.1502 als Ugo Buoncampagni en overleed te Rome op 10.04.1585.  Hij was paus vanaf 13.05.1572.  Hij was de opvolger van paus Pius V en hij werd opgevolgd door paus Sixtus V.  Paus Gregorius XIII voerde op  05.10.1582 de Gregoriaanse kalender in, de tijdrekening die bij Plakkaat van 10.12.1582 ook in de Nederlanden van kracht werd en die we nu nog gebruiken.  Voordien volgde men de Juliaanse tijdrekening.  Ten gevolge van een fout in de Juliaanse tijdrekening werden bij de invoering van de Gregoriaanse kalender na 14.12.1582 tien dagen overgeslagen en was de onmiddellijk volgende dag 25.12.1582.  Opgelet, dit was zo in het hertogdom Brabant en Zeeland, maar in andere gewesten werd er pas later overgeschakeld naar de Gregoriaanse kalender.  In Gelderland Overijssel, Utrecht, Friesland en Groningen was dit zelfs pas op het einde van de 17e eeuw.

Als je de datum van het testament in acht neemt, dan zou je denken dat er een anachronisme is met de datum waarop Gregorius XIII tot paus werd benoemd, maar dit is helemaal niet zo.  De datering van akten uit die tijd is echter een complex gedoe.  In de huidige Nieuwjaarsstijl verandert het jaartal op 1 januari, maar dit is niet altijd zo geweest.  Zo is er bijv. ooit een Kerststijl (verandering van het jaartal op 25 december) en een Paasstijl (verandering van het jaartal op Paasdag) geweest.  De Paasstijl is echter een beetje problematisch om reden dat Pasen niet altijd op dezelfde datum valt.  De Brabantse stijl is een lichte variant van de Paasstijl, waarbij het jaartal veranderde op of de dag na Goede Vrijdag.  Het gebruik van de Paasstijl had ook tot het gevolg dat de jaren zelden hetzelfde aantal dagen telde.

Omdat de Gregoriaanse kalender pas eind 1582 werd ingevoerd, werden de akten in de jaren voordien gedateerd volgens de Juliaanse kalender.  Volgens de Juliaanse kalender viel Pasen 1573 op zondag 28 maart.  In de Paasstijl betekent dit dat alle dagen vanaf 1 januari tot de dag voor Pasen 1573 (of in de Brabantse stijl tot Goede Vrijdag) nog behoorden tot het jaar 1572.  Gezien Gregorius XIII op 13.05.1572 tot paus werd aangesteld en dat hij volgens het onderhavig testament in zijn eerste jaar van zijn pausdom was, werd het testament volgens onze huidige Gregoriaanse kalender in werkelijkheid verleden op 17.01.1573.  Volgens de Juliaanse tijdrekening was het echter 17.01.1572.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7470, fol. 297r., vervolg van de akte  dd. 19 april 1577 met een kopie van het testament van 17 januari 1572.

Hier naer volcht copie van(den) testame(n)te, inde voirs(creve) goedinghe geme(n)tio(n)neert.

In no(min)e d(omi)ni amen, allen den ghenen dit dit jegewoerdich openbaer instrume(n)t oft testame(n)t en(de) vuytersten wille zullen sien oft hoiren lesen, sijn condt en(de) openbaer dat inden jaere van(de) geboerten deszelffs ons heeren Jesu Christi duysent vijfhondert en(de) tween(de)tzeventich stilo Brabantie indictio(n)e(m) prima den xviien. dach vander maendt januarii tusschen vijff en(de) zesse uren naerden noene inden iersten jaer des paeusdoems ons Alderheylichste Vaeders in gode en(de) heere(n), heeren Gregorius, bij Godts voersinnicheyt die xiiien. paeuws van dijen naeme, in tegenwoerdicheyt van mij persoon ende van(de) getuyghen hier onder gescreven, daer toe geroepen en(de) zunderlinge gebeden, is geweest Peeter Keerincx en(de) Catlijn Van Haeght, zijn(e) huysvr(ouwe), woonen(de) inden dorpe van Wackerzeel inde heerlijckheyt des hertochdoms van Aersschoth, Peeter Keerincx voerscr(even) achter huyse ghaen(de), staen(de) en(de) wandelen(de) opter aerden, en(de) Catlijn Van Haecht, voirs(creven), sieck ligghen(de) op haer bedde, waeraff zij nyet aff opgestaen en, is, alle beyde haere vijff sinnen, memorie en(de) verstan(de) wel machtich zijn(de), zoo dat claerlijck blijckte, aenmercken(de) der menschen natueren, broosheyt ende ongestadicheyt en(de) die daegen des me(n)schen cortheyt opter aerden en(de) datter neyt zekerder en is den menschen dan die doot en(e) nyet onzeeckerder dan die ure des doots, willen(de) daero(m)me hunder zielen zaelicheyt met maeckinge van hunnen testame(n)te voerder besorghen en(de) om allen geschillen en(de) twisten die tusschen yemanden wij, hij, zij, die vuyt zaecken van hunnen ghoeden souden moghen gerijsen, die welcke Godt, van hemelrijcke hun verleendt heeft en(de) noch bij zijnder gratien mochte verleene(n), te schouwen(e) en(de) te verhueden(e), hebben zij testateurs voers(creven) bij rijpe deiberatie dit hun testame(n)t oft vuytersten wille geordineert en(de) verclaert inder manieren hier naevolgen(e), welck testament oft vuytersten wille hebben die voirs(creve) testateurs begheert in allen poincten en(de) articulen volbracht en(de) voldaen te wordden, cracht en(de) valeur te hebben(e), goedt ende van weerden te zijn(e) en(de) te blijven(e) naede geestel(ijcke) en(de) weerlijcke rechten oft oyck gewoonten in forme van testamente, codicille oft vuytersten wille, alzoo dat best zal moghen geschien, nyet teghenstaen(de) dat alle sole(m)pniteyten van rechten, in desen nyet achtervolcht en zijn, nemen(de) in sterckenissen van desen tot hunnen vordeele alle previlegien, costuyme(n), usantie, hercomen, geestelijcken en(de) werlijcken rechten, huer daertoe dienen(de), inden iersten hebben die voirs(creve) testateurs hun zielen als zij doer den wille ons lieffs heeren van hunnen lichaeme scheyden zullen, oydtmoedelijck bevelen Godt Almachtich, Marien, zijnder gebenedijder moeder, en(de) allen goedts lieven heylighen en(de) haer lichghaem(e) der gewijde aerdden, item voerts maecken zij testateurs voer huer onrechtveerdich goedt oft zij eenich hadden, dat zij nyet en weeten, Sinte Ro(m)bouts tot Mechgelen vier stuyvers eens, item de voirs(creve) testateurs, willen en(de) begheren dat die lancxtleven(de) van hun beyden die erffgoeden en(de) renten, bij hun vercreeghen, zal mogen belasten, versetten, vercoopen en(de) zijn(en) eygen(en) wille daer mede doen, die penninghen, van(der) zelver belastinge oft vercoopinge comen(de), nae huere belieffte en(de) discretien verthieren en(de) allesints anders employeren, tzij bij quytinge van renten oft co(m)meren, daermede zij belast zijn(de), oft die lancxtleven(de), soude moghen belast wordden en(de) oyck daeraff bij testame(n)te, codicille oft anderssints disponere(n), zoo en(de) gelijck den lancxtleven(de) van hun dat best believen en(de) goedtduncken zal, dits geschiedt ten huyse van(de) voirscr(eve) testaeurs ten daeghe, jaere, maendt tpausdoms indictie, dorps en(de) hertochdo(m)s voirs(creven) in presentie van sijnder mannen en(de) getuyghen Jan(nen) Leerbails, Anthonis Bosschers en(de) Philips Opden Berch, daer toe geroepen en(de) zunderlinge gebeden, en(de) hebben van mij persoon begheert daeraff te maecken(e) een instrume(n)t oft instrume(n)ten, testament oft testamenten, aldus stondt ondergescreven, et ego Petrus Verhoeve(n), presbiter religiosus Parcensis, professus pastor in Wackerzeele, quia dict(um) ultime voluntatu(m) dispositioni et ordinationi premissusq(ue) omnibus aliis et singulis dum sic ut p(er)mittitur fiere(m) una cum prenomite(n)tis testibus presens interfui eaq(ue) o(m)nia sic fieri vidi et mandavi ideoq(ue) hoc presens publicum instrume(n)tu(m) mane mea propria script(um) exinde co(n)feci et in hanc publicam redegi formam signoq(ue) et no(m)i(n)e meis solitis et consuetis subscripsi et subsignavi in fidem robur et testimonium omnium singulorum p(er)missor(um) rogatus et requisitus.

 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7470, fol. 320r., akte dd. 4 mei 1577.

Item in tegenwoerdicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven(e) naebescr(even) gestaen Peeter Keerincx zone wijlen Jans, nutertijt woonen(de) te Loven(e), zoo vuyt crachte van(den) testamente, bij hem opdraegher als wijlen Catlijn Van Haeght, zijn(e) huysvr(ouwe) gemaeckt voer heer(en) Peeter(en) Verhoeven als pastoor van Wackerzeel en(de) zeecker getuyghen den zeventhiensten dach januarii a(n)no xvc. lxxii stilo Brabantie, al naeder blijcken(de) bijden zelven testamente in date voirs(creven) als anderssints, per mo(nitionem) heefft opgedraegen met behoirlijcke verthijdenisse drije vierendeelen landts, geleghen opt Bredzijp Velt onder Thieldonck tusschen de goeden Roelandt Staes in deen(e), derffgenaemen Jans Van Maelcot ter andere, h(ee)r en(de) m(eeste)r Anthonis Van(den) Heetvelde ter derder en(de) tgoedt van(de) cappelrije van(der) Beken ter vierder zijden, exp(osito) soo is daerinne geghoedt en(de) geerfft ten erffelijcke rechte Willem Vos inden naem en(de) tot behoeff Roelandt Staes en(de) Catlijn(e) De Leeuwe, zijn(e) husvr(ouwe), woonen(de) tot Thieldonck voirs(creven), per mo(nitionem) et sat(is) et war(as) op een(en) penninck cheys aen tcapittel van Sinte Peeters tot Loven(e), tanquam prout jure, cor(am) Impens, Goerdts, maii iiiia.

 

Hieronder nog een akte met vermelding van Petrus Kerincx, zoon van Jan. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7861, fol. 379v, akte dd. 21 mei 1577.

Item, in p(rese)ntia vill(ici), Peeter Keerincx sone wijlen Jans heeft opgedragen met behoirlijcke v(er)thijdenissen een stuck landts, groot omtrent drije vierendeelen, gelijck tselve gelegen is onder Thieldonck opt Cleyn Kelfstervelt, regenooten tGroot tKelfstervelt ter eenre, Peeter Van Meerbeke ter andere, de wed(uwe) Jaspers Smeets ter derder en(de) derffgenaem(en) Henricx De Vadde(re) ter vierder zijden, exp(osito) imp(ositus) Berthelmeeus Van Surple en(de) Anna sCuypers, zijn huysvrouwe, per mo(nitionem) jure et satis obligan(do) et waras voer ombelast prout, cor(am) Angelis, Wils, xxi. maii.

 

Hieronder nog twee opeenvolgende akten met vermelding van Petrus Kerincx, zoon van Joannes en inwoner van Wakkerzeel.

Bijzondere opmerking.

In de vroegere akten vermeldde ik steeds ad mo(bilia), doch uit de tweede akte blijkt nu dat dit ad mo(nitionem) moest zijn.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register 7468, fol. 293v., akte dd. 15 april 1575.

Item Peeter Kerincx zone wijlen Jans, woonen(de) onder Werchte(re), ter plaets(en) geheeten Wackerzeele, heeft bekindt en(de) bekindt midts desen joucffr(ouw)e El(isabe)t Vand(en) Velde wed(uw)e wijlen m(eeste)r Jacops De Witte zesse carolusg(ulden) te xx st(uvers) tstuck, mu(n)te cours en(de) loop in Brabant nutertijt hebben(de), erffel(ijcke) rente, alle jae(re) opden xven. april(is) te betalen(e) en(de) te Loven(e) inder stadt wissele los en(de) vrije te leveren, quolibet ass(ecu)t(um) et ad mo(nitionem) pignus sat(is) apud Werchte(re) p(re)d(icto) valens, etc(etera), met c(on)ditien dat de voirs(creven) debiteur de voirs(creve) rente van zesse carolusg(ulden) sal mogen lossen en(de) quyten tallen tijden alst hen gelieven zal teenre reys(en) en(de) elcken carolusg(ulden) d(aer)aff met achtien(e) gel(ijcke) penn(ingen) en(de) met volle re(n)te, obligan(do) et submitten(do), cor(am) Berthijns, Goerts, april(is) xva.

Senten(tiatum) per pred(ictum) domicelle El(isabe)t Van(den) Velde, cor(am) Gordts, Wilts, augisti xxvia., a(nn)o xvc. lxxviii et est adducta, cor(am) eisd(em).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register 7468, fol. 293v., akte dd. 15 april 1575.

Item Peeter Keerincx sone wijlen Jans, woonen(de) tot Wackerzeele, heeft bekyndt sculd(ich) te zijn(e) h(eer) en(de) m(eeste)r Anthoenys(en) Van(den) Heetvelde, canonick der collegiaeld(er) kercken van S(in)t Baeffs tot Ghendt, vijff carolusg(ulden) te xx st(uvers) tstuck, mu(n)te cours en(de) loop in Brab(ant) hebben(de), erffel(ijcke) rinte, alle jae(re) opden xv. april(is) te betalen(e) en(de) te Loven(e) ind(er) stadt wissel los en(de) vrij te leveren in futur(um) quolibet ass(ecu)t(um) et ad mo(n)itio(n)em pignus sat(is) apud Wackerzeele p(re)d(icto) valens et t(antu)m, met c(on)ditien dat de v(oir)s(creven) bekynder de v(oir)s(creve) rente van vijff carolusg(ulden) sal mogen lossen alst hen believen zal teenen male, elcken carolusg(ulden) d(aer)aff met zesthien gel(ijcke) carolusg(ulden) en(de) met volle re(n)te, obligan(do) et submitten(do), cor(am) eisd(em).

      In de marge.

De bepandinge van dese vijff r(insgulden) erffel(ijck) h(abetu)r martii xviiie. l(ibr)o xvc. negentich in hac camera.

Op heden den xxiii. maii a(nn)o xvic. twintich heeft ... [n.v.] de quictan(cie) van dese vijff gul(den) erffel(ijck) v(er)leden bij jo(uffrouwe) Alijt Peckius, staet maii xviii a(nn)o 1620 in hac ca(mer)a et sic vacat.

 

Hieronder een akte met vermelding van Petrus Kerinckx, zoon van Joannes en inwoner van Wakkerzeel.  Hij werd gegoed en geerfd in een anderhalf dagmaal land op het Groot Daalderveld onder Tildonk.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7465, fol. 120r., akte dd. 22 oktober 1571.

Item in jegewoirdicheyt des meyers van Loven(e), etc(etera), gestaen Jan Verdonck sone Henricx, woonen(de) te Wackerzeele, p(er) mo(nitionem) heeft opgedragen met behoirl(ijcke) v(er)thieniss(en) onderhalff dach(mael) landts, gelijck tselve o(m)begrepen vand(er) maten gelegen is onder Thieldonck opt Groot Daeldervelt tusschen de goeden vand(er) kercken en. heyligegeest van Wackerzeele t(er) eenre, Jan De Scrijnmaker ter ande(re), Adriaen Vand(er) Heyden ter derder ende sheeren strate ter vierd(er) zijden, exp(osito) soe es daerinne gegoet en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte Peeter Keerincx sone wijlen Jans, woonende te Wackerzeele voirs(creven), p(er) mo(nitionem) et sat(is) et war(as) op sheeren strate chijs en(de) recht vand(en) gronde ta(m)q(uam) p(ro)ut  jure, cor(am) Liedekercke, Winde, octobr(is) xxii.

 

Hieronder nog twee opeenvolgende akten met vermelding van Petrus Kerinckx, zoon van wijlen Joannes en inwoner van Wakkerzeel.  Daarnaast is er ook een vermelding van Egidius De Rijck(e), zoon van wijlen Philippus en eveneens inwoner van Wakkerzeel.  Voor deze laatste heb ik echter geen link kunnen vinden.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7465, fol. 235r, akte dd. 19 maart 1571.

Item in tegewoirdicheyt des meyers en(de) der scepen(en) van Loven(e), etc(etera), gestaen Gielis De Rijcke sone wijlen Philips, woonen(de) te Wackerzeele, in p(rese)ntia, etc(etera), heeft opgedragen met behoirl(ijcke) verthieniss(en) de tocht vand(en) naebescr(eve)n goeden en(de) gronden van erven, te weten(e) een huys en(de) hoff metten boegaerde en(de) anderen toebehoirten, genaempt de Cleyn Biest, groot een dach(mael), gelegen tot Wackerzeele voirs(creven) aen tVoerbroeck tusschen de goeden Lijsbeths Vand(en) Broecke in deene, de goeden der kercken van Wackerzeele ter iid(er) en(de) sheeren strate aldaer ter derd(er) en(de) vierd(er) zijden, item onderhalff dach(mael) landts, gelegen opt Leepser Velt tusschen den Middelwech ter eenre, de goeden des Heylichs Gheests van Wackerzeele ter iid(er), de goeden der erffgen(aemen) Thomaes(en) Kerincx ter derd(er) zijden, item een stuck erfs , alzoe tselve gelegen is, geheeten den Bruel, tusschen de goeden Symons V(er)herbruggen in deen(e), de goeden der erffgen(aemen) Jacops Goerts ter iid(er), de goeden Catlijn(e) Capellaens t(er) iiid(er) en(de) sheeren strate ter vierd(er) zijden, exp(osito) soe es d(aer)inne gegoet de v(oir)s(creven) Peeter Keerincx sone wijlen Jans, woonen(de) tot Wackerzeele voirs(creven), p(er) mo(nitionem) et sat(is) et war(as) tvoirs(creven) huys en(de) hoff op zeventhien st(uvers) erffel(ijck) aen diversche p(er)sonen, dande(re) p(ar)ceelen van erfven op sheeren chijs en(de) recht vand(en) gronde ende noch op vier carolusguld(ens) erffel(ijck) aen diversche p(er)sonen ta(m)q(uam) p(ro)ut jure, cor(am) Winde, Hoeven, martii xix.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7465, fol. 235r, akte dd. 19 maart 1571.

Item p(re)d(ictus) Egidius De Rijcke contulit dicto Petro Keerincx sex halstaria siliginis et tredecim stuferos hered(itarium) cens(um) et trescense singul(is) a(n)nis ... [n.v.] p(er)solven(dis) pro quib(us) median(tibus) l(itte)ris scab(inorum) Lovan(iensis) de data ... [n.v.] p(er)sona(li)bi obligati existu(n)t Ludovic(us) De Scrij(n)maker et eius uxor, quare c(on)tulit) has easd(em) l(itte)ras eod(em) jure et sat(is) de p(re)d(ict)o contulit obligan(do) et submitten(do), cor(am) eisdem.

 

Hieronder nog een akte met vermelding van Petrus Kerincx, zoon van wijlen Joannes en inwoner van Wakkerzeel.  Zij kwam in het bezit van goederen onder Wakkerzeel, die aan hen werden overgedragen door Marie Storms, echtgenote van Jaspar Hergots en dochter van wijlen Joannes.  Deze laatste woonde met haar man te Boortmeerbeek, maar waarschijnlijk was zij ook afkomstig van Wakkerzeel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7464, fol. 77r., akte dd. 23 oktober 1570. 

Item in jegewoirdich(eyt) des meyers en(de) der scepen(en) van Loven(e) naebescreven gestaen Marie Storms dochter wijlen Jans met consente, wille, wete en(de) overstaen(e) Jaspars Hergots, haers mans, woonende onder Bortmeerbeke, p(er) mo(n)itio(n)em, etc(etera), heeft opgedragen met behoirl(ijcke) verthieniss(e) eerst een halff boender lants, soe tselve ombegrepen vand(er) maten gelegen is te Wackerzeele onder de prochie van Werchtere tusschen sheeren strate aldaer ter eenre, de goeden van(der) grooter taefelen van(den) Heyligegeest te Loven(e) ter iid(er), de goeden Peeters Keerinx t(er) derder en(de) de goeden der erffgen(amen) Philips wijlen De Rijcke, item noch alzulcken recht, actie en(de) proprieteyt als haer c(om)peteren(de) is in en(de) aen een dach(mael) lants, gelegen insgelijcx te Wackerzeele onder Werchte(re) tusschen de goeden der erffgen(amen) van wijlen mij vrouwe Absoloens in deene, sheeren strate aldaer ter ii. ende derde en(de) de goeden van Cleme(n)tia sColvers t(er) vierder zijden, exp(osito) soe es daerinne gegoet en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte de voirs(creven) Peeter Keerinx zone wijlen Jans, woonen(de) te Wackerzeele, p(er) mo(ntionem) et sat(is) de voirs(creven) gehuysschen ind(ivisi)m et war(as) de voirs(creve) goeden op drije halsteren rogs erfpachts oft dertich stuv(er)s, daer voe(re) jaerl(ijcx) lijfpensie staen(de) ten lijve van Catlijn(e) ... [n.v.] wed(uw)e Jans wijlen Storms en(de) sheeren chijs van(den) gronde ta(m)q(uam) p(ro)ut jure, cor(am) Buck, Dormale, octobr(is) xxiii.

 

Hierbij een zeer interessante akte m.b.t. Petrus Kerincx, zoon van Joannes (en Catharina Van Haecht), want hieruit blijkt dat hij niet vijf maar zeven kinderen had.  Naast Godefridus (Goordt), Anna, Petrus, Hubertus en Joannes, was er ook nog een Remigius en een Thomas.  De datering is gebaseerd op de datum van de voorgaande akte.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7464, fol. 292v., akte dd. 11 juni 1571.

Transcriptie.

Item Petrus Keerincx filius quond(am) Joha(n)nis, c(om)morans

apud Wackerzeele, in p(rese)ntia, etc(etera), ema(ncipavi)t Godefridu(m), Petru(m),

Hubertum, Johannem, Remigiu(m), Thomam et Annam Keerincx,

suas proles, a pane suo modo debito et c(on)sueto, quo facto

Cloet recond(uxi)t, cor(am) eisdem.

In de marge.

S(olvi)t.

           Uit dit huwelijk:

           Kerinckx Goordt - Godefridus, 

Onderstaande akte met dank aan Paul Peeters.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7483 fol. 191r, akte dd. 18.03.1591.

Item in tegenwordicheyt des meyers ende schepenen van Loven naerbeschreven gestaen Goordt Keerincx sone wijlen Peeters, woonende tot Wackerseele, bij manisse heeft opgedraegen met behoorlijcke verthijdenisse de goeden naerbeschreven ende ierst een huys ende hoff met sijne toebehoorten, gelegen onder de heerlijckheyt van Haecht, groot t' saemen ontrent sesse dachm(aelen), tusschen de leybeke in d' eene, de goeden Willems Van Langendonck ter andere ende de Wijtstraete ter derdere zijden, wesende onbelast, item alnoch een block, soo weyde als landt, geleghen aende selve straete, groot ontrent drije dachm(aelen), oyck onder Haeght gelegen tusschen t' goidtshuys van Perck goeden in d' eene, Merten De Sluytere ter tweedere ende tsheeren straete ter derdere, belast wesende met acht stuyvers t' siaers aende bruerschap van Sinte Anthonis tot Rotselaer oft andere, item alnoch een block landts, gelegen onder Wackerseel, groot ontrent een boender tusschen de goeden des goidtshuys vande Halffstraete in twee zijden, het Leepsche Velt ter derdere ende sheeren straete ter vierdere zijden, item alnoch een block, gelegen aen t' selve block, groot insgel(ijcx) ontrent een boender, regenoten tvoorgaende block in d' eene, t' velt, geheeten de Hulst, ter andere, ende sheeren straete ter derdere sijden, item een dachmael lants, gelegen opt Leepscher Velt, regenoten Peeter Keerincx sone wijlen Goirdts in d' eene, t' sheeren straete ter andere, item alnoch onderhalff dachmael lants, gelegen opt Groot Daeldervelt tusschen de goeden der erffgen(aemen) Adriaens Vander Heyden, causmaecker, in d' eene, de goeden vande taeffele vanden h(eyligen) geest van Wackerseel ter andere ende sheeren straete ter derdere sijden, exp(osito) imp(ositus) est Hans Van Haecht inden naeme ende tot behoeff der erffgen(aemen) m(eeste)r Bartholomeus Vanden Heetvelde, in sijnen tijdt s(ecreta)ris deser stadt, per mo(nitionem) reddidit ende voorts eer op alsulcke vijff rinsgul(dens) erffvelijck als Peeter wijlen Keerincx, vaeder desselffs opdraegers als hij leeffde, opden xven. aprilis libro xvc. lxxiiii voor schepenen alhier bekendt heeft gehadt aen heer ende m(eeste)r Anthonis Van Heetvelde ende inder stadtwissele van Loven, los ende vrije, gelijck inde selve brieffven te leveren, in futurum tanquam assecutum et satis obligan(do) et submitten(do) et waras opde lasten voors(chreven) tanquam prout jure, met conditien dat de voors(chreven) Goordt Keerincx ende sijne naercomelin(gen) de voors(chreve) erffrente sal moghen lossen ende affquyten t' allen tijden alst hen gelieven sal volgende de brieffven vanden voors(chreven) bekenne, gelovende de selve erffrente jaerlijcx ten tijde ende termijne voors(chreven) wel en(de) loffelijck te betaelen ende te leveren als voor mette verloopen ter causen van dijen, veschenen tot date deser, tanquam assecutum obligan(do) et submitten(do), coram Tymple, Luenis, martii xviiia.

Sententiatum per m(a)g(ist)rum Wilhelmum Vos, coram Angelis, Raveschot, januarii xvii 1594.

Sententiatum per m(agistrum) Laurentium Boosen, procur(ation)em relictae d(omini) et m(agistri) Anthonii Vanden Heetvelde, coram Greve, Schutteput, februarii xxviii, xvic..

In de marge.: De quictan(tie) van dese vijff g(uldens) erffel(ijck) h(abe)tur maii xviii lib(ro) 1619 in hac ca(mer)a et sic vacat.

Hieronder een akte waaruit blijkt dat  Goert sone wijlen Peter nog een zuster Anna had, die gehuwd was met Ingel (Engelbertus) Van Espen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7863 fol. 193r, akte dd. 10 december 1579.

Item Goert Keerincx zone wijlen Peeters, affirmerende hem oudt te zijn(e) zevenentwintich jaeren, ende Anne Keerincx, zijnder zustere, met consente, wille ende overstaene Ingels Van Hespen, haers mans, hebben opgedraeghen met resche ende rijse die twee vijffste deelen vanden goeden naerbescreven, eerst een halff boender landts, eygens goets, ghelegen onder Wackerzeele, ter plaetsen gheheeten opde Waterlee, regenooten derffgenaemen Goerts Keerincx ter ee(n)re, Jan Leerebins ter andere, derffgenaemen Symo(n)s Herbruggen ter derdder en(de) derffgenamen Heetvelts ter vierder zijden, noch een dachmael eygens landths, gheleghen onder Wackerzeele opden Winckele, regenooten Luyck De Rijcke ter eenre, Anne Opden Berch ter andere ende Henrick Van Langendonck ter derdder ende Peeter De Colmere ter vierder zijden, noch drije dachmaelen beempts eygen goet, gelegen onder Haecht, sheeren straete ter eenre, tclooster van Muysen ter andere ende derffghenaemen Jans Goerts ter derdder zijden, noch een halff boender landths eyghen goet, gheleghen onder Thieldonck opt Daelder Landt, reghenooten Adriaen Verheyden ter eenre, Jan Scrijnmaeckers ter andere en(de) derffghenaemen Heetvelts ter derdder zijden, noch een dachmael landts eyghen goet, ghelegen onder Wackerzeele op Leepstervelt, regenooten derffgen(aemen) Goordt Keerincx ter eenre, Jan Van Hove ter andere en(de) sheeren straete ter derdde(re) zijden, exp(osito) et Lijsbet Porreau wed(uw)e Jans wijlen Gentsema imp(ositus) p(er) mon(itionem) redd(idi)t et preterea sub duobus florenis caroli te twintich stuvers tstuck tot drije plecken den stuyvere gherekent, hereditarii reddit(us) singulis a(n)nis ad decimam decembris p(er)solven(dis) quite et libere, etc(etera), nec no(n) a x., xx. et c. denar(iis), hiis interfuerunt Liedekercke, Winde, tanqua(m) scabini Lovanien(sis) et allodii consortes, item Johannes Francq et Berwouts similiter allod(ii) consortes, qui hec rogan(tes) quod faciu(n)t, cor(am) quib(us) sat(is) indivisim obligan(do) et submitten(do) et war(as) pro vero allodio promitten(tes) insup(er) et cum eis Inghel Van Espen indivisim ut sup(ra) et in cambio quite et libere ut sup(ra) quol(ibe)t ass(ecutu)m et casu quo pignora et t(antu)m et poter(unt) red(ime)re quan(do) vol(verunt) videlicet que(m)libet denariu(m) exin(de) median(tes) sedecim denariis cons(ortes) ac cu(m) decembris decima.

Senten(tiatum) p(er) Augustinum Impens tanq(uam) procur(atorio) predicte et coram Caverson, Schutteput, junii xvii, 1598.

 

Hieronder een akte van schuldbekentenis met vermelding van Godefridus (Goerdt) Kerincx en zijn zuster Anna (x Engelbertus Van Espen), beiden kinderen van Petrus.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7473, fol. 90v., akte dd. 2 december 1579.

Item Goerdt Keerincx sone wijlen Peeters, Ingelbeert Van Espen sone wijlen Jans en(de) Anna Keerincx, zijne huysv(rouw)e, in p(rese)ntia, hebben bekindt ende bekinnen midts des(en) indivisim schuldich te zijn(e) Guille(m) Coremans sone wijlen Robeerts ende Margriete Bohon, gehuysschen, woonen(de) te Loven(e), twee carolusg(ulden) te xx st(uyvers) tstuck, munte nu tertijt cours ende loop hebben(de), erffelijcke rinte, alle jae(re) opd(en) iien. decembris te betalen ende inder stadt wissele van Loven(e) los ende vrije, etc(etera), oyck van xe., xxe., ce. en(de) alle ande(re) pen(ningen), zoe geimponeert als te imponeren(e), te leveren, erffel(ijck) in toecomen(de) tijden, quolibet ass(ecutum) ad mo(nitionem) pignus apud Herent aut Wackerzele valens duplum et t(antu)m et poterunt redimere quandocu(m)q(ue) volverint una vice, elcken carolusg(ulden) daeraff met sesthien gel(ijcke) carolusg(ulden), mu(n)te voers(creven) ac cum, obligan(do) et submitten(do) in forma, coram Winde, Luenis, decembris iia., xvc. lxxix.

            In de marge.

Op heden den xven. januarii xvc. lxxxi heeft Guille(m) Coremans bekindt midts de hipothecque bij Ingelbeert en(de) zijn(e) huysv(rouw)e gedaen van iiii tot behoeff jonckh(ee)rs Cornelis Van(den) Kerckhove vuyt dese twee rinsg(ulden) gelost te zijn(de) de thien stuyvers tsiaers alsoe dat dese voertaen(e) maer en blijft dertich stuyvers, orcond(en) mijns naems hier onder gestelt.

Op heden desen xxi. maii 1596, soe bekindt Guillam Coremans dese twee rinsgul(den) erffel(ijck) bij Goerd(en) Keerincx gelost, gequeten ende affgeleet te zijne, consenteren(de) alsoe inde cassatie van desen, actum ut supra.

Gillam Corema[n]s.

          Kerincks Anna, x met Ingel (Engelbertus) Van Espen fs Joannes,

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) diverse aktes.  De eerste akte maakt melding van Engelbertus Van Espen en haar echtgenote Anna Kerincx, dochter van Petrus.  In de tweede akte wordt hiervan geen melding meer gemaakt, maar deze heeft alleszins betrekking op de eerste akte.  De wijze waarop Anna Kerincx vermeldt wordt, nl. tegenwoerdige huysvrouwe Engelbeerdts Van Espen, laat vermoeden dat deze laatste tenminste voor een tweede maal gehuwd was.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7474, fol. 143r, akte dd. 16 januari 1581.

Item Anna Keerincx dochter wijlen Peeters, tegenwoerdige huysvrouwe Engelbeerdts Van Espent, ten bijzijn(e), met consente ende overstaende des zelfs Ingelbeerdts, haers mans, nutertijt zijnde binnen deser stadt, per mo(nitionem), heeft opgedraegen met ressche ende rijse de hellicht van twee boenderen besloten beempts, eygen goet, gelijck den zelfven geheelen beempt gelegen is onder Herent, daer aff dandere hellicht is toebehoirende den erffgenaemen meester Henricx Van Haecht, regenoiten vanden geheelen beempt de goeden meester Henricx Van Dieppendaele in deene, de Hooch Beeck ter andere, de goeden des goidtshuys van Bethlehem ter derder, derffgenaemen meester Jans Tzestich ter vierder ende de weduwe ende erffgenaemen joncher Adriaens van Duffele ter vijfder zijden, ende heeft daer inne gegoedt ende geerft ten eygenen rechte Severijnen Vander Bruggen inden naeme ende tot behoef joncher Cornelis Vanden Kerckhove als getrout hebbende joufvrouwe Marie Van Halle weduwe Jans Taelmans, per mo(nitionem) ende voirts meer op alsulcke vier carolus gulden te twintich stuyfvers tstuck ende thien gelijcke stuyfvers, erffelijcke rente, daerinne Janne ende Jacop Raes, gebruederen, met Jannnen Danielsen, haeren borge, personelijck verbonden staen aenden voirscreven wijlen Jannen Taelmans in eenen erffpacht ende rente van ... [n.v.] mudden roghs ende sesse rinsg(ulden) erffelijck voir schepen(en) van Loven(e) den negensten dach augusti a(n)no xvc. lxix in tertia, daer aff de zesse rinsgulden erffelijck zijn gequeten den xxiiii. decembr(is) lest leden, al naeder blijcken(de) bijden gescrifte marginael, staende opt voirscreven originael contract, hier hebben over geweest Ravenschot, Goerdts, schepenen te Loven(e) ende eygenoiten, item Joos Carpenthiers als stadthoudere des lieutenants des meyers van Loven(e) ende Willem Vos, oyck als eygengenoiten, voir welcke voirscreven schepenen ende eygengenoiten hebben de voirscreven opdraegeren indivis(im) geloeft genoech te doene, soo verre bij desen iedt te luttel oft te naeuwe gedaen waere ende de voirscreven goeden gewarandeert voir vrije eygen goet prout, met conditien dat de voirscreven gehuysschen de voirscreven erffrente zullen mogen lossen ende affquytten tallen tijden als hen geliefven zal teendre reysen, elcken carolus gulden daer aff met zesthien gelijcke carolus gulden ende met volle rente, volgende de originale constitutie briefven, gelovende de voirscreven erffrente van vier carolus gulden ende thien stuyfvers ten tijde ende termijne voirscreven, wel en(de) loffelijck te betaelen(e) volgende de zelfve originale constitutie briefven in forma, quolibet asseccut(um), obligan(do) et submitten(do), actum januarii xvia., a(n)no lxxxi.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7474, fol. 144v, akte dd. 16 januari 1581.

Item is te wetene dat dese voirscreven belastinge wordt gedaen in plaetse van alsulcke vier rinsgulden tsiaers vuyt acht rinsgulden erffelijck, staende te quyttene den penninck achthiene, daer inne personelijck voir schepen(en) van Loven(e) verbonden staen Willem Coremans ende zijne huysvr(ouwe) den xxviiien. novembris anno xvc. lix in media aen Mathijsen Reyniers, die welcke acht rinsgulden bij scheydinge ende deylinge gebleven en(de) gevallen zijn Jacomijne Moons dochtere wijlen Goerdts, daer moeder aff was ... [n.v.] Reyniers, tegen haere mede erfgenaemen voir schepenen van Loven(e) den ... [n.v.] ende bijder zelfver met Willem(en) Wolfs, haeren man ende momboir, voir schepenen van Loven(e) den xven. junii anno xvc. lxxvtich. in tertia camera, getransporteert tot behoef Jans Daneelssen ende Jans De Pape, in volle voldoeninge van zekere transactie, begrepen inden voirscreven contracte van xva. junii xvc. lxxv voirscreven, cor(am) eisdem.

            In de marge.

            S(olvi)t.

Nog een akte met vermelding van Anna Kerincx, echtgenote van Engelbertus Van Espen.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7474, fol. 145v, akte dd. 16 januari 1581.

In presentia, heeft bekindt ende bekindt midts desen gelost ende gequeten te zijne bij Guilliamme Coremans alzulcke vier rinsgulden vuyt acht rinsgulden erffelijck, daer inne de zelfve Guilliamme ende zijne huysvrouwe verbonden staen voir schepenen van Loven(e) den xxviii. novembris xvc. lix aen wijlen Mathijsen Reynier, daeraff dactie was competerende Jannen wijlen Danielssen cum suis, al naeder blijckende bijden voirscreven co(n)tracte ende oyck midts de realizatie van iiii rinsgulden, hier voire gedaen bij Anna Keerincx ende heuren man tot behoeff joncher Cornelis Vanden Kerchove, schellende den voirscreven Guilliamme zijnder huysvrouwe ende alle anderen deser behoefvende vanden voirscr(even) vier rinsgulden metten verloopen ende vollen pachte volcomelijck quytte, promitten(do) inder qualiteyt voirscreven den zelfven daer voir in geenen rechte noch daer buyten aen te spreecken, maer altijts genoech te doene, soo verre bij desen iedt te luttel oft te naeuwe gedaen waere, prout, obligan(do) et submitten(do) cor(am) eisdem.

 

Nog een akte waarin melding wordt gemaakt van Engelbertus Van Espen en Anna Kerincx, wonende te Kampenhout.  In de akte vernemen we dat Engelbertus zoon was van Joannes.

 Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7862, fol. 210v, akte dd. 29 november 1577.

Item Ingelbeert Van Espen sone wijlen Jans en(de) Anna Keerincx, zijne huysv(rouw)e, woonen(de) te Campe(n)hout, obligan(tes), recognoverunt indivisim Mathie Palsters filio quonda(m) Jeronimi et Magriete Hasaerts, eius uxori, no(m)i(n)e ad opus Petri Daneelis et Marie Palsters, suorum liberorum unu(m) florenu(m) caroli te xx st(uferos) monete etc(etera), pronu(n)c curren(tis), tot drie pl(e)c(ken) den stuver gerekent, erffel(ijcke) rente, alle jaere opten xxix. novembris te betaelen et in cambio quite et libere, quol(ibe)t ass(ecu)tum ad mo(bilia) pignus sub Campe(n)hout vel eo circa vale(n)s duplum et tantu(m) et poter(unt) redime(re) quando vol(verint) v(ideli)c(et) que(m)libet denariu(m) exinde median(tibus) sedecim denariis p(re)dictis) co(n)similibus ac cu(m) salva p(er)ceptio(n)e et libera dispositione dictorum Mathie et Margarete, eius uxoris, cor(am) Griecken, Malcote, nove(m)bris xxix.

 

Bijgaand een akte met vermelding van Engelbertus Van Espen zone Joannes en zijn vrouw Anna Kerincx, inwoners van Wilder onder Kampenhout.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7891, folio 439r., akte dd. 13 mei 1617.

Item in teghenwoordicheyt des meyers en(de) schepenen van Loven naerbeschreven ghestaen Enghelbert Van Espen zone wijlen Jans ende Anneken Keerincx, ghehuysschen, woonen(de) te Wilre onder Campenhout, bij manisse, etc(eter)a, hebben opghedraghen met behoorelijcke verthijdenisse de goeden naerbeschreven, als te weten eerst een dachmael bemps, geleghen te Ruysbroeck onder Campenhoudt voorschreven, reghenooten Jeroon Crabbeel ter eenre, Geert t' Sergijsels ter tweeder, Nijs Crabbeel ende de Weesbeke ter derdere ende vierdere zijden, item een dachmael landts, ghelegen aldaer opt Hoochvelt, reghenooten Nicolaes De Vos ter eenre, Nijs Crabbeel ter tweedere, Willem Vander Zijpe ter derdere ende den Varenwech van Ter Elst naer Ruysbroeck ter vierder zijden, item noch een dachmael landts, geleghen opt Dorpnel Velt, reghenooten t' goidtshuys van Betanien in twee zijden, Merten Verrijt ter derdere ende de kercke oft Heylighen Gheest aldaer te vierder zijden, item drije vierendeelen landts opt Wildervelt inde Voorts, reghenooten die Borchgravens in twee zijden, Jeron Crabbeel ter derdere ende Guill(am)e Van Overbeke binnen Brussel ter vierder zijden, ende de voorschreve transportanten daer uyt behoorelijck ontgoet ende onterft zijnde ende Anthonis De Pottere inden naem ende tot behoeff van sPaus Collegie alhier binnen Loven daerinne behoorel(ijck) gegoet ende gheerft zijnde ter manisse, etc(eter)a, heeft van weghen als voore die voors(chreve) transportaten allen de voorschreven goeden wederom overghegheven om die te houden ende te besitten opt recht ende commere daer te vooren op uytgaende, als te weten op s' heeren chijns vanden gronde, ten behoorelijcken ende ghewoonelijcken tijde ende termijn te betalen, ende voorts ende voorts (!) meer op sesse carolus guldens te twintich stuyvers 't stuck, munte in Brabant cours ende loop hebbende, erffelijcke rente, alle jaere op heden datum van desen te betalen ende inder stadt wissele van Loven, los ende vrij, oock van xe., xxe., ce., mindere ende meerdere penninghen, te leveren tot behoeff der voorschreven Collegie vanden Paus, erffel(ijck) in toecomende tijden als schult met recht verwonnen, iure et satis die voorschreven transportanten indivisim obligan(do) et submitten(do) in forma, et waras ut supra, ende om die vande voorschreven Collegie vanden Paus vande voorschreve erffrente van sesse carolus guldens ende vande jaerlijcxsche betalinghe der zelver noch beter te verzekeren, zoo hebben de voorschreve ghehuyschen, in desen transportanten, indivisim et insolidum gheloeft, ghelijck zij geloven midts desen, de selve rente alle jaere ten tijde ende termijne voorschreven wel ende lofelijck te betalen ende leveren, los ende vrij als voor, t' elcken termijn als verrijcte schult, obligan(do) et submitten(do) in forma ut supra, met conditien dat zij de selve rente sullen lossen ende affquyten t' allen tijden alst hen ghelieven zal t' eender reyse teghen den pen(ninck) sesthiene ende met volle rente, coram eisdem et eodem.

 

Ook de onderstaande akte blijkt identiek te zijn aan de akte in het register 7891. De akte maakt melding van Engelbertus Van Espen en zijn vrouw Anna Kerincx, inwoners van Wilder onder Kampenhout.

Bron : S.A.L., Invetaris Cuvelier, register nr. 7890, folio 249v., akte dd. 13 mei 1617.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naebescreven gestaen Engelbert Van Espen sone wijlen Jans en(de) Anneken Keerincx, gehuysschen, woonen(de) tot te Wilre onder Campenhout, bij manisse, etc(etera), hebben opgedragen met behoorel(ijcke) verthijden(isse) de goed(en) naebescreven, als te weten ierst een dachm(ael) bempts, geleg(en) te Ruysbeeck onder Campenhout v(oer)s(creven), regenoten Jeroen Crabbeel ter eenre, Geert tSergijsels ter tweeder, Nijs Crabbeel en(de) de Weesbeke ter iiier ede ter iiiier. zijd(en).

Item een dachm(ael) lants, geleg(en) aldaer opt Hoochvelt, regen(oten) Nicolaes De Vos ter eenre, Nijs Crabbeel ter tweedere, Willem Van(den) Zijpe ter derder ende d(en) Varenwech van ter Elst naer Ruysbeeck ter vierd(er) zijd(en).

Item noch een dachm(ael) lants, geleg(en) opt Dorpnelvelt, regen(oten) tgoidtshuys van Betanien in twee zijd(en), Merten Verrijt ter derder en(de) de kercke oft Heyligegeest aldaer ter vierd(er) zijd(en), item drije vierendeel lants opt Wildervelt inde Vorste, regenoten die Borchgravens in twee zijd(en), Jeroen Crabbeel ter derder en(de) Guill(am)e Van Overbeke binnen Brussel ter vierd(er) zijd(en), ende de v(oer)s(creve) transportanten daervuyt behoorl(ijck) ontgoet en(de) onterft zijn(de) ende Anthonis De Pottere ind(en) naem en(de) tot behoeff van sPaus Collegie alhier binnen Loven daerinne behoorel(ijck) gegoet en(de) geerft zijnde bij manisse, etc(etera), heeft van weg(en) als voere de voers(creve) transp(or)tanten allen de v(oer)s(creve) goed(en) wederom overgegeven om die te houden en(de) te besitten opt recht en(de) co(m)mere daer te voren op vuytgaen(de), als te weten op shee(ren) chijns van(den) gronde ten behoorel(ijcken) en(de) gewoonel(ijcken) tijde en(de) termijn(e) te betalen ende voerts meer op zesse carolusg(uldens) te xx st(uyvers) tstuck, munte in Brabant cours en(de) loop hebben(de), erffel(ijcke) rente, alle jaere op hed(en) datum van des(en) te betalen en(de) inder stadt wissele van Loven los en(de) vrij, etc(etera), oyck van xe., xxe., ce., minde(re) en(de) meerdere pen(nigen), te leveren tot behoeff der v(oer)s(creve) Collegie van(den) Pauws, erffel(ijck) in toecomen(de) tijd(en) als schult met rechte verwonnen, iure et satis die v(oer)s(chreve) transp(or)tanten ind(visi)m oblig(ando) et submitt(endo) in forma, et waras ut sup(ra), ende om die van(den) voers(chreven) collegie van(den) Paus van(de) voers(creve) erffrente van zesse carolusgulden en(de) vande jaerelijcxe betalinge der zelver noch beter te verzekeren, soo hebben de voers(creve) gehuysschen in desen trransportanten indivisim et insoliudm geloeft, gelijck zij geloven mits desen deselve rente alle jaere ten tijde en(de) termijn(e) voers(creven) wel en(de) loffel(ijck) te betalen en(de) leveren, los en(de) vrij als voere, telcken termijn als v(er)reyckte schult, oblig(ando) et submitt(endo) ut sup(ra), met conditien dat zij de selve rente zullen mogen lossen en(de) affquyten tallen tijden alst hen gelieven zal teender reyse tegen den pen(ninck) zesthiene en(de) met volle rente, coram eisdem et eodem.

 

Hierbij een akte met vermelding van Engelbertus Van Espen zone Joannes met zijn vrouw Anna Kerincx dochtere Petrus, inwoners van Wilder onder Kampenhout. Daarnaast wordt ook Joannes (Hans) Van Hal(le) als zoon van Engelbertus en Anna Berckmans geciteerd.

Het is eigenlijk onvoorstelbaar hoe dikwijls er letters in woorden werden vergeten en woorden onnodig werden herhaald.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7888, folio 182v., akte dd. 3 maart 1614.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers ende schepen(en) van Loven naebeschreven gestaen, Ingel Van Espen sone wijlen Jans ende Anna Kerincx dochtere wijlen Peeters, sijne huysvrouwe, woonende onder Wilre onder Campenhaudt, p(er) mo(nitionem) hebben opgedraegen met behoirl(ijke) vertijdenisse die goeden naebescreven, ierst huys ende ende (!) hoff mette schuere, stallinge, boomghaert ende alle andere sijn(e) toebehoirten, groot tsamen ontrent een halff bonder, geleghen te Wilre onder Campenhaut voorschreven, g[e]heeten die Slodde, reg(eno)ten derffgenaemen Bernarts Joostens ter eendere, Daniel Verrijckt ter iie. ende sheeren strate ter derdere sijden, belast met drije cappuynen sheeren chijs ende ontrent neghen stuyvers, oock chijs, item een dachmael landts, luttel min oft meer, gelegen inde voorschreven prochie van Campenhaut opt Hooch Velt tusschen die goeden der weduwe wijlen Wouters Berckmans in deen sijde ende die goeden heer Niclaes De Vos, schepenen van Mechele[n] in dandere, commende metter derder sijden aende goeden Merttens Verrijt voor ombelast, item noch een daechmael landts, luttel min oft meer, gelegen inde voorschreven prochie opt Ruysbekervelt oft Dorpelvelt inde Zijpen tusschen die goede des goidtshuys van Betanien in deen sijde ende die goeden wijlen heer Dionijs Puttemans ter andere, commende metter derder sijden aende goeden die waeren Stevens Corbeel ende nu sijn Dionijs Stroobants, ende metter vierder sijden aende goeden des voorschreven Mertens Verrijckt, bijde voorschreven gehuysschen respective vercreghen ende gecocht voor schepenen van Campenhaut, exp(osito) ende Hans Van Hal inden H naeme ende tot behoeff van Anna Berckmans weduwe wijlen Ingels Van Halle, sijnen vader ende moeder, inde voorschreven goeden ten erffel(ijcken) rechte gegoet ende geerft sijnde, per mo(nitionem) reddidit sub iure prius terminis debitis ende voorts meer op eene voor[t]ane rente van drije carolusguldens te xx stuyvers tstuck, munte in Brabant cours ende loop hebbende, erffel(ijcke) rente, allen jaere op heden datum deser te betaelen ende tot Heverle bij Mechelen ten woonhuyse der voors(chreve) Anneken Berckmans, haere naecomelinghen oft actie van haer hebbende, los ende vrije, oock van(de) xe., xxe., ce., mindere ende meerdere penninghen ende impositien, ordinaris oft extraordinaris, innegestelt oft inne te stellen, te leveren erffel(ijck) in toecomen(de) tijden, quolibet assecutum iure et sub his satis die voorschreven opdraegeren gehuysschen indivisim obligan(do), submitten(do) ac renuncian(do) in forma et waras ut sup(ra) ende om die voorschreven Anneken Berckmans vande voorschreven rente van drije carolusguldens erffel(ijck) ende jaerl(ijcxe) betaelinghe de[se]r noch beter te verseekeren, soo geloeven midts desen die voorschreven gehuysschen daer voor verbindende ende obligerende hunne respective persoonen ende goeden in forma ende submitterende der jurisdictien des meyers ende schepenen van Loven, die selve rente jaerlijcx ten tijde ende termijn voorschreven wel ende loffel(ijck) te betaelen ende los ende vrij tot behoeff als boven, te leveren in futurum quolibet assecutum casu quo pignora et tantum, met conditien dat die voorscchreven opdraegeren de selve rente sullen moghen lossen ende affquyten tallen tijden alst hen gelieven sal teender rijsen ende elcken gulden daeraff met sesthien gelijcke guldens ende met volle rente prout, coram Schore, Nijverseel, martii iiia., anno 1614.

 

Hierbij een akte met vermelding van Engelbertus Van Espen en zijn vrouw Anna Kerincx dochtere wijlen Petrus, inwoners van Kampenhout.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7888, folio 444v., akte dd. 23 januari 1615.

Item in teghenwoirdicheyt des meyers ende schepen[en] van Loven naerbeschreven gestaen Anna Kerrincx dochtere wijlen Peeter ende huysvrouwe van Ingel Van Espen met consente, wille, weete ende overstaen desselffs Ingels, haers mans, woonende tot Campenhout, hebben opgedraeghen met behoirl(ijcke) vertijdenisse die goeden naerbeschreven, ghelegen tot Waeckerseel ende daer ontrent, ierst een dachmael landts, weesen(de) een besloten block, ghelegen tot Waeckerseel voorschreven, reg(enoo)ten die Hulst ter ie., het Liepservelt ter iie. ende Geert Kerincx in dandere twee sijden, gheheeten het Lantsheeren Block, item noch een halff boender landts, ghelegen inde Liepstraete, reg(enoo)ten Jan De Wolff ter ie., die Hulst ter iie., die straete ter derdere ende Jan Lerbeyls ter iiiie. sijden, beyde belast met sheeren chijs, item noch een halff boender, gelegen opt Liepsevelt, reg(enoo)ten tgoidtshuys van heeren Perck ter ie., jo(ncker) Heetvelt ter iie., Rogier Van Leemput ter iiie. ende sheeren strate ter iiiie. sijden, belast met vier halseren coren aen(den) H(eyligen) Gheest van Wackerseel, twee halsteren terwen aen daermen van Waeckerseel ende sheeren chijs, item noch een daechmael, gheleghen int Huersel Velt, reg(enoo)ten tclooster van Cortenberch ter eenre, Aert Paeps ter iie., den Heylighen Gheest van Waeckerseel ter iiie. ende die Lueps ter vierdere sijden, belast met heeren chijs, item noch een derdendeel van een boender, ghelegen opt Cleyn Daeldervelt, reg(enoo)ten Claes Goorts ter eenre, jo(ncker) Heetvelt ter iie. ende sheeren strate ter iiie. sijden, oock belast met sheeren chijns, exp(osito) imp(ositi) sunt Goert Kerincx ende Margriete Strobants, ghehuysschen, woonende onder Haecht, per mon(itionem) et satis die voorschreven opdraegeren indivisim obligan(do), submitten(do) ac renuncian(do) in forma et waras ut sup(ra) tanquam prout, coram Duffle, Leunis, januarii xxiii., anno 1615.

Item is te weeten den coop vande voorschr(ev)en goeden te bedraegen ter sommen van vier hondert sesthien guldens eens los gelt, soe van pontgelt als anderssints, twelck sal staen ten laste vande cooperen, eisdem eodem.

Keerens - Kerinckx Petrus,

Hierbij twee opeenvolgende akten met vermelding van Petrus Kerincx, zoon van wijlen Petrus en inwoner van Wakkerzeel.  Het zijn twee akten in het Latijn, vol met afkortingen en beslist geen sinecure om die voluit te schrijven.  Vermoedelijk wordt hier de zoon bedoeld van Petrus Kerincx en Catharina Van Haecht.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7464, fol. 188v., akte dd. 21 februari 1570.

Item Petrus Keerincx filius quondam Petri, c(om)morans apud Wackerzeele, in p(rese)ntia, etc(etera), p(ro)misit Adriano Vand(er) Heyden, caligatori, co(m)moran(s) Lovanii, p(er)ficere et adumplere o(mn)es et singulas promissio(n)es, conditio(n)es et co(n)ve(n)tio(n)es c(on)script(is) in l(itte)ris scab(inorum) Lovan(iensis) de data martii xxviii. a(nn)o xvc. lxviii quibus hec p(rese)s l(itte)ra est a(n)nexa necnon hered(itariam) (?) transam uni(us) modii silig(inis) in eisdem l(itte)ris c(on)script(is) singul(is) a(n)nis bene et legal(ite)r p(er)solvere et deliberare quite et libere in o(mn)i mod et forma p(ro)ut in eisdem l(itte)ris c(on)tine(n)t quolib(et) ass(ecu)t(um) in qua hered(itari)a trecensa obligag(us) existit Johannes Goerts et t(antu)m obligan(do) et submitten(do), cor(am) Buck, Dormale, feb(rua)rii xxia.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7464, fol. 188v., akte dd. 21 februari 1570.

Item pred(ictus) Johannes Goirts filius quond(am) Jacobi, c(om)moran(s) apud Wackerzeele, in p(rese)ntia, etc(etera), recog(novi)t se debe(re) p(re)d(ic)to Petro Keerincx qui(n)quagi(n)ta flor(enos) carol te xx st(uvers) tstuck mo(ne)te curren(tis) semel ad mo(nitionem) p(er)solven(dis) ta(m)q(uam) ass(ecu)t(um) sub c(on)ditio(n)e co(n)sueta et q(uo)d se poterit in for(m)a l(itte)re ap(ar)t obligan(do) et submitten(do), cor(am) eisdem.

          Keerens Hubertus, x met Margaretha Vander Linden,

In de akte wordt melding gemaakt van Hubertus Kerincx, zoon van wijlen Petrus en inwoner van Kampenhout. Ik ga er van uit dat het hier gaat om de zoon van Petrus en Catharina Van Haecht. Blijkens de akte was Hubertus gehuwd met Margaretha Vander Linden (NIEUW).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7500, folio 256r., akte dd. 2 juni 1610.

Item, in p(rese)ntia villici, etc(etera), gestaen Huybrecht Kerincx zone wijlen Peeters, woonen(de) tot Campenhaut, voorde tocht ende Hendrick Van(der) Linden als moederl(ijcke) momboir van(de) kinderen van wijlen Marg(rie)te Van(der) Linden, des voors(chreven) Huybrechts overleden(e) huysvr(ouw)e, voor derffelijckh(eyt), per mo(nitionem hebben tsamen ogedraegen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) die goeden naebes(chreven), ierst te weten een huys en(de) hoff met allen zijn(e) toebehoorten, alsoo tsel(ve) gestaen en(de) gelegen es tot Wackerseel inde Leepstraete, groot ontrent een dachm(ael), met noch een block daeraen geleghen, groot ontrent drije dachm(aelen, regen(oten) sh(ee)ren straete ter ie., Hans Verhaeghen ter iie. en(de) iiie., ende den H(eyligen) Geest van Wackerseel ter iiiie. zijden, item onderhalff dachm(aelen) lants, gelegen ond(er) Wespelaer opt Misseco(m)velt, regen(oten) mijn h(ee)re Van(der) Straten ter ie. en(de) Cornelis Verdijen ter ande(re), item alnoch drije dachm(aelen) bempts, oock onder Wespelaer, gelegen aen(de) Leepst, regen(oten) de voors(chreve) Leepst ter ie., jo(uffrouw)e Heetvelde ter ande(re) en(de) sh(ee)ren straete ter iiie. zijden, item noch een dachm(ael) landts vuyt drije dachm(aelen) landts, waeraff Aerdt Paeps die twee deelen heeft, gelegen opd(en) Hulst, regen(oten) den voors(chreven Paeps ter ie. en(de) Willem De Witte ter andere zijden, item een stucxken landts, gelegen opt Groot Daeldervelt, regen(oten) jo(uffrouw)e Van(den) Heetvelde ter ie., de wed(uw)e van Willem Peeters ter andere en(de) Christiaen Houwijck ter iii. zijd(en), item een halff boend(er) landts, gelegen opt Leepservelt, regen(oten) Willem Ingel Van Espen ter ie., derffgen(aemen) Wouther Gobbelijns ter iie. en(de) sh(ee)ren straete ter iiie. zijden, exp(osito) imp(ositi) sunt Rogier Van Cleemput zone wijlen Peeters, zoo tot behoeff van hem sel(ven) als tot behoeff van Marg(rie)te Goossens, zijn(e) huysvr(ouw)e, woonen(de) tot Wackerseele, et sat(is) de voors(chreven) opdraege(re) ind(er) qua(litey)t als vore, obligan(do), submitten(do) ac renun(ciando) in forma, et war(as) tvoors(chreve) ierste p(ar)cheel, te weten tvoors(chreven) huys en(de) hoff met sh(ee)ren chijs aen(den) h(ee)re van Rotselaer op twee penn(ingen) Lovens, tderde paert van een(en) capp(uyn) en(de) noch met een jaergetijde dat wijlen h(ee)r Jooris, pastoir, metten cuester van Wackerseele daerop gefundeert hebben, daermen jaerl(ijcx) voor betael[t] v st(uyvers) en(de) het voors(chreven) block met xviii penn(ingen) Lovens en(de) drije capp(uynen), het derde derde parcheel met drije halsteren corens aen het Groot Bagijnhoff alhier bynnen Loven en(de) op sh(ee)ren chijns, item de voors(chreve) dachm(aelen) bempts belast met sh(ee)ren chijns, item het vijffde parcheel met ses penn(ingen) Lovens en(de) op het derdendeel van een(en) capp(uyn), item het seste parcheel, belast met sh(ee)ren chijns onder die heerlijckh(eyt) van(den) Lauwerdriesch, item het viie. en(de) leste p(ar)cheel met sh(ee)ren chijns en(de) noch op een(en) penn(inck) Lovens aen jo(uffrouw)e Baussele tanquam prout iure, coram eisd(em).

Item partijen v(er)cleren den rechtveerdighen coop te wesen om en(de) voor die so(mm)e van acht hondert rinsg(u)l(dens) eens sonder die hooghen daerinne begrepen, volgende die conditie daervan zijnde en(de) xx g(u)l(dens) lijffcoop, eisd(em).

 

In de akte wordt melding gemaakt van Hubertus Kerincx (zoon van wijlen Petrus en inwoner van Kampenhout). In de akte wordt ook verwezen naar de akte dd. 02.06.1610 (zie S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7500, folio 256r.).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7893, folio 338r., akte dd. 10 december 1621.

Ite(m) in tegenwordich(eyt) des meyers en(de) schepenen van Loven naebeschreven gestaen Rogier Van Cleemput sone wijlen Peeters en(de) Margriet Goossens, zijne huyvrauwe, woonende onder Wackerzeele, p(er) mo(nitionem) hebben opgedraghen met behoorlijcke v(er)thijdenis alle en(de) iegewelcke alsulcke goeden ende gronden van erven als sij opdragheren v(er)creghen hebben alhier voor meyer en(de) schepenen van Loven opden tweeden juny a(nn)o 1610 in deerste camere teghen Huybrecht Kerinx en(de) consorten, nader aldaer in henne reg(eno)ten gespecificeert ende die sij opdraghren alhier houden voir geinsereert, expositis ende Merten Coosmans sone wijlen Aerts imposito p(er) mo(nitionem) reddidit opde laste[n] ende commeren daer te vorens vuytgaende, in hen voirschreven vercrijch vuytgesteken, item op neghen guldens erffelijck aen(de) heeren cappellanen van S(inte) Peeters alhier, bij hen opdragheren zedert hen voirs(chreven) v(er)crijch daerop gehaelt sonder meer, terminis debitis et consuetis p(er)solvendis ende voirts meer op eene vortaene rente van drij carolusguldens te xx stuyvers tstuck, munte in Brabant cours ende loop hebbende, erffelijcke rente, allen iaere opten thiensten january te betalen, daervan den eersten valdach sal zijn den thiensten january toecomen(de) 1622, ende inde stadt wissele van Loven, los ende vrij van allen beden ende impositien, oick van x., xxen., c., mindere en(de) meerdere penningen, te leveren tot behoeff als boven, erffelijck in toecomende tijden, telcken termijn als schult met recht verwonnen, iure et satis die voirs(chreve) opdragheren obligantes, submittentes ac renunciantes in forma et waras als boven ende tot meerder v(er)sekerheyt soo geloven mits desen die voirs(creve) gehuysschen indivisim die selve rente iarlijx ten tijde ende termijn voirs(creven) wel ende loffelijck te betalen ende los ende vrije tot behoeff als boven te leveren, quolibet assecutum et casu quo pignora et tantum onder obligatie, submissie ende renunciatie als boven, met conditien dat die selve rente te mogen lossen tallen tijden teender rijsen teghen den penninck zesthien ende met volle rente, coram Schoer, Vander Heyden, x. decembris 1621.

Ite(m) es te weten dat die v(oir)s(chreve) rente van drij guldens wort bekent in plaetze van eene andere rente van twee guldens, v(er)loopen van acht iaren, als die v(oir)s(creven) Coosmans bij transport van m(eeste)r Andries de Croy was hebbende ten laste van derffg(enaemen) wijlen Jans Kerinx en(de) Lijzabeth Schrijemakers d(aer)entegen (?) volgende die constitutie daervan zijnde de data x. january lib(ro) xvc. lxviii in ia., welcke rente van twee guldens ten respecte vande voirs(chrev)en bekentenis van drij guldens erffelijck, mits desen es dootte ende te nyete, ende inde cassatie vande welcke die v(oir)s(chreven) Coosmans, alhier present, oick es consenterende, alles volgens den instrument notariael daervan zijnde, gepass(eer)t vorden n(o)t(a(ri)s Ghijseleers ende sekere getuygen opden 28. january 1621, alhier gesien ende volcomentlijcken gebleken, eisdem eodem.

          Keerens Joannes,

          Kerincx Remigius,

          Kerincx Thomas, 

 

Kerincx Lijsbeth, XV,

 

2. Verpaelt Huijbrecht.

 


 

XV - Leerbijls Willem (M18952 + S25048), ca. 1510, + > 1598, x met Kerincx Lijsbeth, zij x 2 met Jacob Goorts (deze x 1 met Anna Van Beringen), x 3 met Vranck Verpaelt.

 

Onderstaande akte met dank aan Christine Savat:

H835: Fo 69v: 22 okt 1598:

Jan Leerbijls zone wijlen Willems uit Wakkerzeel heeft opgedragen de helft van een rente van 6 rinsgl waerop de ghelicht is toebehorende aan Jacob Cluppels ook uit Wakkerzeel, op C verstorven door Huijbrecht Verpaelt sone wijlen Vranckx beset sijnde op Peeter Smets gewoont hebbende tot Keerbergen volgens erfbrief moet betaeld woorden door erfgen Bartholomeus Van Heetvelde.

1545: Jan Leerbyls, Willem Leerbyls van zynen lande opt Vakenvelt
1545: Jan Bijstervelt van een dm beempts wijlen Lysbethen Leerbyls gelegen int Helchterbroeck tusschen Joesen Vander Hofstadt ter eendre ende Jan Van Pangate ter ander syden
1545: Geerdt Leerbyls
In het begin van de 16de eeuw bezaten de erfgenamen van Willem Leerbyls ‎(zoon van Simon) drie vierendeel wyngaerts te Bexem onder den Ruyterbergh in Rotselaar: 1542: Geerdt Leerbijls van 3 vierendeel wijngaert.
BMB237: 21 feb 1579:
Jan Leerbijls verkoopt een dm & thien roijen lants gelegen onder die prochie van Wespelaer opt Broeckvelt ‎(erfgen Jan De Rijcke)‎ aen Dierick De Moor x Joanna Van Paepenbroeck.
Wer1847: Go 87v: 22 mrt 1591:
Jan Leerbijls in eigen naam en in naam van Govaerde en Peeter Kerinckx kinderen zijns ooms, ende Nicolaes Goorts zone wijlen Jacops hebben klacht gedaan en gedaagt voor gebrek aan betaling een erfelijke rente bij de we Joes Kerincs geheeten Margriet Van Nijpe tot behoef van Philips De Rijcke Raessone gedaan op een huis en hof.

 

Aert De Schrijnmaecker meijer van Werchter in den naem van zijn zelven ter eendere en in plaetse van Henrick De Schrijnmaecker sijn outsten broeder ende Elisabeth De Schrijnmaecker zijn sustere daer man en momboir af was Jan Kerincx Goort sone, ter derder, ende Margriet Van Langendonck die huijsvrouwe geweest es van Eloij De Schrijnmaecker ter vierder en Jan Leerbijls met eenen momboir hem met recht verleent Lodewijck Smets in de naem van Anneken Leerbijls sijne dochter daer moeder af was Berbel De Schrijnmaecker ter vijfder sijde .. om te deylen alsulcken erfgoederen als hen verstorven zijn van Jan De Schrijnmaker ende Joanna Van Beringen gelegen tot Wackerzeel. ? 

Cristiaen Joossens x Heilken Schrijnmakers is gequeten van Janne Leerbijls als erfgen van Anna Leerbijls sijn dochter dewelkce Anna de we Heijlken hadde gemaeckt twintig stuijvers erfelijck.
Wer1847: Fo 20V: 11 ju 1601:
Jan Leerbijls uit krachte van testament van Anna Leerbijls voor heer Nicolaes Cluppels dd 27 mrt 1592 tot behoef van Jan Van Langendonck Willemsone x Maria Van Haecht, Jan Docx x Anna Van Langendonck den hellicht van een half boender bempt int Wechterbroeck ‎(erfgen Wouter Verthiers)‎
.


Wer1847: Fo 119: 11 apr 1595:
Jan Leerbijls zone wijlen Willem draagt op tot behoef van Jan Mergaert x Margriet Van Goubergen zeker
oft cant met een stuksken lants daaraan gelegen groot 14 roeden onder Wakkerzeel.
SAL 6340/ B: bedezetting Werchter 1597:
93. Jan Leerbijls eijgenaer van huis & hof groot mette land ende bempt drij bunderen een dm, huert ses dm bempt en heeft een ploeg, twee paarden en vier koeien.
Wer1847: Fo 154v: 17 feb 1599:
Peeter ‎(?)‎ Vandenputte x Anna Baddelijns voor de tocht voor een derdedeel in de naerbes goeden, Jan Fobelets en Lodewijck Smets als geede momboirs van Hansken & Jenneken Schrijnmakers wettige kinderen van wijlen Aert De Schrijnmaker dmai Anna Badelijns voor de erfelijkheijt voor een derdedeel,
item Jan Leerbijls als erfgen testamentaire van wijlen Anna Leerbijls zijn dochter was die hij behouden hadde van Barbara Schrijnmakers zuster was van wijlen Aerden De Schrijnmaker voor een derdedeel, oock mede de vs Leerbijls als erfgen testamentair van wijlen Hendrik De Schrijnmaker zijn oom was ‎(schepen van Loven dd 14 okt 1571)‎.
Wer1875: Fo 284:
- 26 feb 1545: Coenraedt Van Vlasselaer zone wijlen Jans heeft gederft die hellicht van twee en half dm lant opt Leepservelt onder Wakkerzeel
de wederhelcht toebehorende Jacob Goorts aan Willem Lederbijl den jongen zone Willems
- 22 jan 1547: Jan Kerincx als momboir van Jan & Anna Lederbijls kinderen wijlen Willems na de dood van hun vader
- 30 okt 1596: Jan Leerbijls na de dood van Jan Kerincx 18 mrt 1611: Jan Leerbijls x Catharina De Custer heeft opgedragen de helft van twee en half dm land opt Lipsevelt als onderpand van een rente uit handen van Cornelis Moelen woonende in den Wijngaert tot Loven
- 14 feb 1628: Willem Leerbijls heeft ontvangen na de dood van Jan Leerbijls zijn vader.
WSP1949: 9 mrt 1601:
Catlijn Ceusters x Jan Leerbijls verkoopt onderhalf dm opt achterste Broeckvelt aen Roelant Van Mol x Elisabeth Diericx.
WSP1949: 7 feb 1624:
Christiaen Verschoer x Elisabeth Leerbijls, dochter van Jan Leerbijls x Catharina De Coster, hebben ontvangen van mr Jan Bogaerts rentmr van Ste Peeters tot Mechelen de som van 150 gl en betalen een rente en hebben verbonden een dm genoemt het Rode Bempdeken, Jan Leerbijls & Catlijn De Coster verbinden een besloten block goet coren lant oijck gelegen in Wespelaer ter Hulst.
WSP1949: 8 feb 1624:
Jan Leerbijls x Cathlijn De Coster hebben geapprobeert de bekentenisse van een erfelijcke rente als Christiaen Verschoer x Elisabeth Leerbels hunnen respective schoonsoen ende dochter den vij deser maent hebben bekent quod attestot Jan Leerbijls scabinus Werchterensis.
AVT2: 27 juli 1672:
Lucas Mertens Niclaesone geboren in Wakkerzeel 67 jaar heeft geattesteert dat hij twelf jaer out wesende dat hij opt Groot Terwelant heeft gehoogst op een stuk land groot een half bonder welkce alnoch toebehoorde de we Lantrop altoen besaeyt was geweest met terwe en dat aldaer was gecomen Willem Lerebels sone Jans jongman sijnde inden naeme van sijnen voors vader ‎(coster sijnde van Wakkerzeel?)‎ die alstoen gecomen is opt voors half boender om die ceusterschooven te haelen ende dat Jan Van Lantrop aldoen meijer tot Werchter die tselve lant toebehoorde alsdaer opt selve lant sijnde bij sijn Werckblock seggende tegen den voors Lerebels nempt uwen schoven daerop soo sij tegen daerde lagen, dwelck den voors Lerebels oock heeft gedaen ende daer mede en wegh gegaen.
Idem heeft Jan Verpaelt sone Peeters geboren in Wakkerzeel en 57 jaar verklaart dat hij C oudt sijne twelf of 13 jaeren gesien heeft dat Willem Lerebels Jansone met sijnen sone Jan Lerebels op twerwelant tsamen hebben die cuesterschooven vergadert

Item Jan Van Leemputten 54 jr inden jaere 1636 op een stuk land int grot terwelant welcke sijns C vaders was labeurende woonende tot Haecht ende hem toebehorende twee stukken lants groot samen drij dm dat hij alsoo metten wagen het graen quamp haelen voor zijn voors vader ende dat aldaer gecomen es Willem Lerebels cister tot Wakkerzeel en om sijne schooven te haelen die hij alsdan heeft mede gedragen. 


Goert Leerbijls Janssone wijlen diemen heet inde tusschen ..
Lijsbeth Gooris ter andere sijden ‎(jaar?)‎
H851: Fo 78:
- 4 mei 1499: Jan Vanderherbrugge Aertsone heeft na de dood van Geert Vanderherbrugge ontvangen drij vd bempts int Schoubroeck ts Willem Wants ende Hendrik De Plecker
- 17 nov 1516: Mathijs Hobbouts sone Aerts ontvangt na de dood van Jan Vanderherbrugge zijn oom drij vd...
- 21 jul 1552: Mathijs Hobbouts sone wijlen Aerts heeft gederft drij vd aan Vranck Verpaelt
- 15 nov 1579: Jan Leerbijls zone wijlen Willems daer moeder af es Lijsbeth Kerincx  ontvangen voor hem en voor Huijbrecht Verpaelt zone wijlen Vranckx Verpaelt ende de voors Lijsbetten Kerincx zijns half broeders ‎(sic)‎ bij doode des voors Vranckx Verpaelt drij vd
- 23 jan 1598: op 26 aug ll is tegen Jan Leerbijls in deijlinge gevallen die voors drij vd bempt doende Remeijs Van Haecht den eed van trouw.
Rotselaar? Fo 289:
- 26 juni 1531: Willem Lederbijls zone Willems heeft na de dood van Jacops wijlen Lederbijls ten bij zijne ende met consente des voors zijns vaders, ontvangen twee mudden rogs mate van Loeven, staende bepant soe de voorschreven Willem verclaerde op sesse dachm lants gelegen te Varent in de prochie van Thieldonck ‎(Kathlijne Van Beringen x Jan Vandendriessche)‎ ende noch een dachmael lants gelegen opter Berckt ‎(mr Jan Van den Heetvelde)‎ item noch op een half dm lants oijck onder Thieldonck gelegen, opden Borstinkc, Willem Lederbijl ter eenre, toebehorende Simon Verherbruggen ende noch op een half dm lants, Henrick De Witte oijck opde Bortinck, den voor Simon ter eenre, item noch op een dachmael lants gelegen opten Berckt, Jan Drijdons ter eenre, Merten Wiege ter derder, item noch op een dm lants oijck opde Borstinck gelegen, Willem Geldens ‎(Merten Smacx, Jan wijlen Van Breezijp)‎ item noch op een dm lants derselfs Jans wijlen Van Breezijp, den voors Merten jre, Willem Gielis ter ander, doende den voors Willem met consent van zijn vader hier af behoorlijcke hulde ende eedt van trouwen
- 22 jan 1547: Jan Kerincx als momboir tot behoef van Jans ende Anna Lederbyls naer dode des voors Willems wijlen huns vader om dit leen tusschen hen naer leenschen rechte gedeylt te worden, blijvende nochtans den voors Jan Lederbijls sterfelijck man van desen leene, ontfangen twee mudde rogs erfpacht te heffene op sesse dm lants, gelegen te Varent inde prochie van Thieldonck ‎(Catlijne Van Beringen x Jan Vandendriessche)‎ ende noch op meer andere goeden hier voor al naerder blijckende
- 30 okt 1596: Jan Leerbijls heeft selve de persoen nae doode desvoers Jans gedaen behoirl hulde ...
- 10 meert 1599: ??? bekent hem van en vuijt twee mudden rogs leenrinte bepant & besedt op een dm lants ‎(Adriaen Vanderheijden, de zielsmisse van Wackerzeel, meester Anthonis Van Heetvelde)‎ gelost en gequeten sijn bij Thomas Vernoijen
- 10 meert 1599: ‎(Jan Leerbijls en Willem De Schrijnmaker)‎ Thomas Vernoyen heeft verkoopt aan Claes Goorts x Clementie Van Maelcote het voors leengoet
- 9 sept 1619: Clementia Maelcote we Niclaes Goorts heeft te lene ontvangen na de dood van haar man
? sterfman Anthoon Goorts oudt 25 jr.

 

Andere aktes bij Leerbels.

 

Uit dit huwelijk:

 

1a. Leerbijls Joannes, XIV (M9476 + S12524),

 

Lerebyls Anna, x wellicht met Jacob Cluppels, meer info bij Cluppels,

 

1b. Goorts Anna,

 

Goorts Jan,

 

Goorts Nicolaus,

 

Goorts Thomas,

 

Goorts Susanna,

 

3. Verpaelt Huijbrecht.


Terug naar startpagina Terug naar startpagina stamboom