Voet, Voe(d)ts, Voët, Voeten
Bijnaam voor iemand met grote voeten.
Vogelaar, (de) Vogelaer(e), De Voghelaere, De Voegelaer, De Vogelas, (de) Vogeleer, Vogelaer(t)s, Vogelere, (de) Voglaire, Voglar, (de) Vogeler, Vogler, Veugel(a)ers
Beroepsnaam voor een vogelaar, d.i. een vogelvanger/ vogeljager, vogelhandelaar.
Vogel(e) De, De Voghel(e),
Devogle, Vogel(s), De Veug(e)le, De Veughele, Fog(h)el, Vogl, Fogiel
1. Bijnaam naar de eigenschap
van een vogel: vlug, beweeglijk.
2. Beroepsnaam van de vogelaar.
Zie bij Vogelaar.
Vogelin, Veugelen,
Veuchelen, Vuchelen, Feuggelen
Naam uit het Middelnederlandse
veugelin: vogeltje. Bijnaam of beroepsbijnaam naar één
of andere eigenschap of voor bvb. de vogelverkoper.
Vogler: zie Vogelaar.
Volan(t), Vol(l)and, Vollan(t), Volon(d), -ont, Vollon(t)
Bijnaam uit het Oudfranse volant: licht, wispelturig.
Volbeda Friese patroniem uit de naam Volbert/Volbrecht: 'fulk-berht' (: volk-schitterend).
Volckaert(s), -aers, Volkaert(s), -erts, Volkhardt, Volcaer(t)s, Volekaert, Val(c)kaert, Walcart, Vockaert, Vocaet, Vacaet, Vakaet, Foeckert, Fockaert, Focquaert, Foccaert, Foc(c)art, Voka(e)r, Foucar, -art(e), -aer(t), Fourcart, Fouqua(e)rt, Fouq(u)aet, Foucq(u)aert,
Fouchard
Patroniem uit de Germaanse voornaam fulk-hard : volk-sterk.
Volder(e) De, De Voldre, (de) Volders, Folders, Vollers, De Vulder(e), De Veuldre, Vullers, Vulners
Beroepsnaam voor de volder: de lakenbereider die de wollen stoffen volt.
Vol(le)bout, Volpout, Volpoet,
Follebout, -boudt, Follebouckt
Patroniem uit de Germaanse voornaam
fulk-balth.
Volkmar, Folkmar,
Volkmer, Volkhemer, Volmar(t), Vollemaere, Vol(l)mer, Fol(l)mer
Patroniem uit de Germaanse voornaam
fulk-mêr.
Volsem (van), Van Volcem, Van
Volsen, Van Volsom, Van Volsum, Van Volxem, Van Volcksom
Familienaam uit de plaatsnaam Volsem
(Vlaams-Brabant).
Vol(t)z
Patroniem uit een Volk (fulk)-naam.
Vonk, Vonke(n), Vonck(x), Voncke(n), Vounck(x), Vunck(x), Fonck(e), Fonk(e), Funk, Funke(n), Funck(en), Vervonck
Beroepsnaam voor een smid: vonken slaan.
Voogd (de), (de) Voog(h)t, (de) Vooght, De Voogh(t), De Voeg(h)t, De Voecht, (de) Vocht, (de) Vo(i)gt, (de) Voght, Te Vogt, Voegt, Voget, Vogts, Vogten, Vochten, Vogeses, De Vucht, Vuch(t),
Vught, Vugt(s)
Bijnaam voor de voogd: beschermer, patroon, voogd, bevelhebber, aanvoerder.
Vools
Familienaam uit het Middelnederlandse vool: veulen.
Wellicht beroepsnaam voor de paardenhandelaar.
Mogelijk ook bijnaam voor een speels iemand.
Voorde(n) Van, Van Vo(o)ren
Familienaam uit de plaatsnaam Voorde
(Oost-Vlaanderen) of variant van (van de(r)) Voorde.
Voorde van de(r),
Van de(r) Voor(d)en, van
de(r) Vorden, van de Wo(o)rde, van de(r) Vo(o)r(d)t, van den Voort,
van der Voodt, Wandervorde, Wandevoir, Van Vo(o)ren, van Vu(u)ren,
Vervoor(d)t, Vervoert, Vervort, Vervuurt, Vervoir, Vervoode, Vervoot,
Vervo(i)tte, Tenvoorde(n), Tenvooren, Tervoort, Tervoert, Tervooren
Zeer verspreide plaatsnaam die verwijst
naar een voorde = doorwaadbare plaats.
Voorspoels, Voorspools
Familienaam uit de plaatsnaam
Voorspoel in Borsbeek, Waarloos (Antwerpen) en in Londerzeel (Vlaams-Brabant).Vors(ch)poel: kikkerpoel.
Vormezeele
Naam uit de plaatsnaam
Voormezele (West-Vlaanderen).
Vorst Van de(r), Van der V(e)urst, Van der Vo(o)st, Van den Vust, Van de Vos, Van (de) Voorst, Vervu(r)st, Verworst, Verwoest, (de) Vorst, Vost
Familienaam uit de plaatsnaam Vorst/Vurste (woud) die in diverse provincies voorkomt.
Vos (de), Voss, (de) Vosse, Vosch, Vossius
Bijnaam naar de naam van het dier, de vos = een sluw of onbetrouwbaar mens of een roodharig iemand.
Vracem Van, Van Fra(e)c(h)em, Van
Frachen, Van Fraeghem, Van Fraecken, Van Fraes(s)em, (van) Fraussen,
Van Fraucem, Van Fraus(s)em, Van Franssem
Familienaam uit de plaatsnaam Frassem in
Bonnert (Luxemburg).
Vran(c)ken(ne), Vranck(x), Vran(c)x:
zie Frank.
|
Vreeswijk, -yck
Familienaam uit de plaatsnaam Vreeswijk (Utrecht).
Vreken Van de(r), Van den Vreken, Van der Vrecken, Vereeke(n), Vereecke(n), Verhee(c)ke(n), Vereecque, Vereque
1. Familienaam afgeleid van de meerdere keren voorkomende plaatsnaam ter Vereecke (o.a. te Eksaarde): (steen)eik.
2. Soms is de familienaam afgeleid uit Van den Vreeackere (= omheinde akker te Rumst).
Vreker(e) De, De Vrecker, De
Vreeker, Devreker
Familienaam uit het
Middelnederlandse wreker. Bijnaam voor een wraakzuchtig
iemand.
Vreugd De, De Vreught, (van
de) Vreugde
1. In 1686 werd in Brussel een
vondeling De Vreught genoemd, omdat hij "in de deur van den
Genughelijcken Boer op de Walsche Plaatse" gevonden was.
2. Gezien de geografisch ruime
verspreiding is de naam wellicht ook ontstaan als bijnaam
voor iemand met een vrolijk karakter.
3. Of uit een huisnaam.
Vreys, Vr(e)ijs, Freys, Freise(n), Freis(es), Frys, Vreys(s)en, Vrys(en), Vrijs(s)en, Freys(s)en, Fr(e)ijsen
1. Patroniem: verkorte vorm van Laureis, Lavreysen.
2. Sommige vormen gaan misschien terug op Friesen/Frissen: patroniem uit Friso of 'afkomstig uit Friesland.
Vrielinck, -ling, -lynck, -lijnck, Vryelinck, Vrijelinck, Frylinck, Frijlinck
1. Bijnaam voor een vrij man, een vrijgemaakt man, een poorter.
2. Patroniem uit Vriele, een frith-naam.
Vriend(t) de, De Vrient, De Vrin(t), (de) Vrindt, Vrien(d)(t)(s), Vriens, Vryens, Vrijens, Vrin(t)s,
Vrinten
1. Bijnaam voor een vriend, een bontgenoot, een verwant, ...
2. Een enkele keer verkort uit Godefrind.
Vries(e) (de), (de) Vrieze, De Vriesse, Vris, Devrisse, Defrise, Defrize, De Vreese, De Vreeze, De Vreesse, De Vreece, De Vreest, (de) Vrees, Frees(e), Frese
Naam voor een Fries, een inwoner (of ex-inwoner) van Friesland.
Vrijdag(h), -dag(h)s, Vry-,
Vridaghs
Familienaam naar de weekdag
vrijdag: dag dat hij een bijzondere activiteit had (markt -
op stap gaan), dat er iets bijzonder in zijn leven gebeurd
was. Het is mogelijk zelfs een vondelingennaam.
Vrijders, Vryders Familienaam uit ofwel vriën: bevrijden, vrijmaken...
ofwel uit vrijer: minnaar. Een bijnaam wellicht.
Vrijghem, Vryghem, Frighem
Vrijegem is een plaatsnaam in Blaringem (Frans-Vlaanderen). Mogelijk is er ook een verband met Vrijlegem in Hulste. Familienaam afgeleid van een plaatsnaaam dus.
Vroede De, De Vroe, De Vroed(t), De Vroeij, De Vroey(e), De Vroije, (de) Vrou(e), De Froy(e), De Vroo, Devrou(t), -oux, -ouw
Bijnaam uit het Middelnederlandse vroed: verstandig, wijs, geleerd, rechtschapen,opgewekt, zuinig.
Vrolijk(s), -kx, Vrolix(s),
Vrolyks, - kx, Vroely(c)k
Bijnaam voor iemand met een
vrolijk karakter.
Vromant, Vromand(t),
Vroman(s), Vromanne, Vromen, Vroeman(s), Vroumans, Vroomans,
Vrommant, Vromman(d), Fraumont, Fromont, -ond, Vrammont,
Vermand, Vermant, Vermang
Patroniem uit de Germaanse
voornaam frôd-mund.
Vroom(e), Vroomen, Vromen, Vro(o)nen, Vroon, Froonen, Vroemen, Vroenen, Fro(o)ninckx, Froomieckx, Vroninks
Patroniem uit een Germaanse frum-naam (Vromond, Vromoud, ...).
Zie ook Veroone.
Vryman, Vrijman
1. Bijnaam voor een vrijman, een
vrijgemaakte lijfeigene.
2. Patroniem uit het Germaanse
frith-man.
Vuege, Veugen, Veuggens, Vuyge, Fo(o)gen, Foges, Foguenne
Bijnaam naar het Middelnederlandse voge: geschikt, handig.
Vuerinckx, -ings,
Veurink
Patroniemvariant van
Vering of uit
Vieren.
Vuylsteek, Vuilsteke, Vuylsteke(r), Vuylstecke, Vuijlsteke, Vulsteke(r), Wulste(c)ke, Wuylsteke, Vuyrsteker, Wylsteker
Bijnaam voor iemand die langzaam (uit het Middelnederlandse vuul), niet vlug dus, naar zijn mes grijpt om er mee te steken.
Een messenvechter.
Vuyst (de),
Devuyst, De Vuijst, De Vuiyst, De Vuys, Devuezst, (de) Wuyst
Bijnaam voor iemand die vaak vuisten maakte, stevige vuisten had of gemakkelijk op de vuist ging.
Vyn(c)kt Van, Van Vijnckt, Van Vyncht, Van der Vinckt, Vervinct, Vervynckt, Vervi(j)nckt Familienaam
uit de plaatsnaam Vinkt (Oost-Vlaanderen): plaats waar lichte turf gestoken werd.
|