Familienamen

                                                                       

A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Andere T- bladzijden T | To

 

 

Terug naar intro 

Het grootste deel van onderstaande info is een selectie uit: Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003).

Tobback(x), Tub(b)ax, Tibac(k)x, Tibax, Tieba(ck)x, Tubbeckx, Tobbach, Toeba(c)k, Tobac, Toubac(k), Toubast, Toubhans, Toebat, Toebaert, Tabak, Tabac(s)

1. Familienaam uit het Middelnederlandse zinwoord tuc-bake: trekken/slaan-varken.

Beroepsbijnaam van de (varkens)slager of kweker.

2. Wellicht zijn een aantal jongere vormen terug te voeren op het kweken of verhandelen van tabak.

3. Zie ook Toebast.

 

Toben, Thoben, Tobes, Tob(ben), Tobin(g), Tube(n)s, Thuben, Tubben, Tuybens, Tuijbens, Tuypens, Tuijpens, Stuypens

Patroniem uit Tobin, knuffelvorm van de bijbelse voornaam Tobias.

 

Toch, Tock

Patroniem, knuffelvorm van een Germaanse theod (zie bij thiad) + ger-naam.

 

Todd(e), Todt(s), Tudts, Tutt, Tuts, Tuit, Tooth, Toth, Töth, Tôth

1. Patroniem, uit de Germaanse knuffelvorm Dodo, Dodto, Toto, Tuto. In het Nederduits-Fries is de voornaam Thode een variant van Thede, Thade, een theud-diet naam.

2. Tod(d) is ook een Engelse familienaam uit het Middelengelse tod(de): vos.

 

Toebast, Toubast

1. Mogelijk naam uit het Middelnederlandse toebassen: toeroepen, toeblaffen, toeschreeuwen: bijnaam.

2. Zie ook Tobback(x).

 

Toelen(s), Toëlen, Toëll, Tool, Tolen, Thoolen, Thoul(en), Tull(e), Thull(e), Thülle, Thoelen, Thole(n), T(h)ullen, Teule, Theulen, Tulkens, Tulleken(s), Thulke

Metroniem: een korte vorm van Bertoele of Matoele, dit zijn knuffelvormen

van Berta en Mathilde.

 

Toen, Thoen, Thoon, Thoene, Toëne, Thoun(e), Toune(s), Toint, Ton(g), T(h)onne, Thon(e), Thöne, Thône, Thöni, Thun(g), Tung, Tonn(e)us, T(h)onus, Tho(e)nes, T(h)eunis, Theunisz, Tönnes, Thönnes, Thenis, Thénis, Thun(s), Tuns, Theune, -en(s), T(h)euns, Tuijn(s), Thuijn(s), T(h)uyns, T(h)uyn, T(h)uys, Theus, Thunis, Thunus, Thünüs, Thon(n)issen, T(h)eunisse, T(h)eunissen(s), Teunesen, Theunssens, Thönnessen, -iszen, Thön(n)issen, Tunessen, Thun(n)issen, Thünissen

Patroniem, verkorte vorm van Toon, Teun, Teunis uit de heiligennaam Antonius.

 

Togaert, Toegaert, -ers

Metroniem uit de Germaanse voornaam Dotgerdis (theud - gard).

 

Toisoul(le)

Familienaam uit de plaatsnaam Toisoul in St.-Gérard (Namen).

 

Tolet, Tollet, -ey, Thol(l)et, Thôlet, Taulet, Thaulez, Toul(l)et

Patroniem, verkorte vorm van de voornaam Bertolet of Matholet.

 

Tolhuyzen Van, Van Tolhuysen

Familienaam uit de plaatsnaam Tolhuis in Baal/Betekom (Vlaams-Brabant), Schelle, Tongerlo (Antwerpen) en Nijmegen (Gelderland).

 

(de) Tollenaere, De Tollenar, -eire, Tollenaar(s), -aer(s), -eer, -aire, Tolenaers, Tullene(e)rs, De Taellenaere

Beroepsnaam van de tollenaer: belastingsinner, ontvanger.

 

Tollens, Tullen, Teulings, -ingkx, -inghx

Patroniem, wellicht een knuffelvorm uit de Germaanse voornaam Folkert

of uit Bertold.

 

Tombeur, -eux, Tambeur

1. Naam uit het Oudfranse tombeor, tombeur: acrobaat, kunstenmaker.

2. Of naam uit de plaatsnaam Tombeux in Andrimont, Vivegnies, Hognoul (Luik).

 

Tomme (van), Van Thomme, Van der T(h)ommen, Vertommen

Familienaam uit de plaatsnaam Tomme: graf of grafheuvel.

 

Tommelin, -ein, -eyn, -eijen, Tomelin, Tomlin(son)

Knuffelvorm van het Franse Thomelin, een voornaam afgeleid van Thomas. Een patroniem dus.

 

Tongel(e) Van, Van Tongelen

1. Familienaam uit de plaatsnaam Tongerlo (Antwerpen), naar de lokale uitspraak.

2. Variant van Van Tongeren (Limburg), naar de gelijknamige plaatsnaam.

 

Tongerlo Van, Van Tongerloo(y)

Familienaam uit de plaatsnaam Tongerlo (Antwerpen, Limburg en Nederlands-Limburg).

 

Tonnar(d), Thonar(d), -art, Thonnar(d), -art, Tonnaer, Toennaer, Tona

Patroniem afgeleid van de heiligennaam Antonius.

 

Tonon, T(h)on(n)on, Tunon, Toinon

Patroniem: vlei- of knuffelvorm (-on wijst op een vleivorm in het Frans) afgeleid van de heiligennaam Antonius.

 

Top, Topp, Tops

Naam uit het Middelnederlandse top, het Middelnederduitse Topp: kruin van het hoofd, hoofdhaar, haarvlecht, lok, kuif, staart. Bijnaam naar de haardracht.

 

Topet, Toppet(s), Toupet

Naam uit het Franse toupet (afgeleid uit top: (haar)hoofd). Bijnaam naar beroep of haartooi.

 

Tordoor: zie Dutordoir.

 

Torel, Toreel, Thorel(le), Torreele, -elle, Taurel, Taureau, Thoreau, Thora

1. Naam uit het Oudfranse torel: stier. Bijnaam naar lichaamskracht, bouw, ...

2. Of uit het Oudfranse thorel: torentje. Naar woonplaats of eigendom ?

 

Toren Van, Van (der) Toorn, Van (der) Torre, Vantorre, Van Thor(re), Van T(h)oor, Van Tour, Vanden Torren, Van den Tho(o)ren, Van (den) Tooren

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Tor(e)n, ...: toren.

 

Torreborre

1. Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam in St.-Pieter-Kapelle (bij Edingen).

2. Of verhaspeling van een Engelse familienaam: Thorburn, Thurban, ...

 

Tortelboom, (van) Toortelboom, (van) Turtelboom, Tullelboom, Turkelboom, (van) Tittelboom, Teitelbaum

Familienaam uit de plaatsnaam Tortelboom (boom met wellicht veel tortels (duiven)) in Aspelare (Oost-Vlaanderen).

 

Totaert

1. Naam uit het Middelnederlandse en Westvlaamse tote: tuit, punt, ook mond, muil. Bijnaam.

2. Leopoldus Totaert was een vondeling in Gent in 1852. Werd zijn naam toevallig gegeven of heeft hij te maken met punt 1 ?

3. Zie ook Tote.

 

Tote, Totte, Tooten, Tot(t)a

1. Naam uit het Middelnederlandse en Westvlaamse tote: tuit, punt, ook mond, muil. Bijnaam.

2. Mogelijk ook een patroniem uit een Germaanse Dodo-naam (= theud).

 

Toté

1. Familienaam uit het Middelnederlandse tote: tuit, punt, ook volks voor mond. Bijnaam.

2. Familienaam afgeleid uit het Oudfranse tost: vroeg (bijnaam ?).

3. Patroniem, knuffelvorm uit een Germaanse Dodo-naam (= theud).

 

Touchant, -ard

Naam uit het Oudfranse tochier: raken, stoten. Bijnaam voor iemand met een kort lontje.

Soms verward met één of andere vorm van Dechamp(s).

 

Touret, Tourret, Tour(r)é, Touray, Thouret, Toret(te), Tor(r)ez, Torré, Torre, Thorez, -et, -ey, Thoré, Thore, Thorré(e), -ee, Thorrez, Toorré

1. Naam uit het Franse tour: toren (naar woonplaats bij of in ...).

2. Patroniem uit een knuffelvorm van VicTOR.

 

Tourne(t), -ez, -é(e), Toerne, Tornet, -ey, -é(e), -e(e), -éee

1. Familienaam uit het Oudfranse tor(n): draaibank, draaischijf van de pottenbakker.

Beroepsnaam.

2. Verschrijving uit Tournay: iemand uit Doornik.

 

Tournoi(s), Tournoy(s), -oij

1. Tournois was de naam van een munt geslagen in Tours (livretournois). Beroepsbijnaam ?

2. Of naam voor iemand uit Tours.

 

Toussaint, Thoussaint, Thouhsaint, Toufsaint, Tous(s)ain, Toussin, -yn, -ein, -eyn, -ieng, Tossaint, Tossein, -eyn, -e(n)s, -yn, -ijn, -in(g)s, -engs, Tesijn, Torsin, Tursijn, Turcijn, Tussijn, Tousent, Tonsent

Familienaam uit het Franse Toussaint: Allerheiligen.

Wellicht een patroniem, want Toussaint en varianten werden vroeger als voornaam gebruikt.

Of naam uit de plaatsnaam Toussaint (buurt Le Havre).

 

Touw

Beroepsbijnaam van de touwslager.

 

Traen(s), Tran

Bijnaam voor iemand met een treurige (tranerige) gemoedsgesteltenis, iemand die snel weent.

 

Tranchet, -ez, Trancez, Transé, Trangez

Afgeleide van tranche: snee, moot, plak. Beroepsbijnaam voor iemand die ? sneed.

 

Tranchon, Transon, Trenson, Trinson, Trancoen, Traccoen

1. Naam uit het Oudfranse trancon: snee, moot, stuk. Of uit het Middelnederlandse trensoen: stuk, splinter. Bijnaam of beroepsbijnaam.

2. Eventueel uit de plaatsnaam Trenchon in Esplechin (Henegouwen).

 

Trap (de), Trapp(s), Trappen(s), Straps, Trappers

Bijnaam of beroepsbijnaam voor iemand die trapt, stampt. Ook beroepshalve kan dat (bvb leerlooiers).

 

Trap(p)eniers

Beroepsnaam uit het Middelnederlandse drapeniere, trapeniere: lakenwever.

 

Tratsaert, Trassaert, -ard, -art, Trasschaert, Stratsaert

Naam uit het Middelnederlandse traetsen: dansen.

Of uit het Oudfranse tracier: dwalen, dolen, trekken, reizen.

Bijnaam.

 

Trautwein

Duitse patroniem uit het Germaanse truth + win.

 

Tree(c)k Van

Familienaam uit de plaatsnaam Den Treek in Leusden (Utrecht).

 

Tréhout, -hou(x), -hourd, Trehout, -hourd, Thréhout, Trihou, Trijho, Tryho(u), Trioux

Familienaam uit de plaatsnaam Tréhout in Vitry-en Artois (Pas-de Calais).

 

Trekker, Trecker

Vondelingennaam uit Brussel. Gevonden 06.05.1788 met briefje Germain Joseph, opgevoed in Neerijse.

 

Trem(m)erie, Tremmery, Trémérie, -ic, Detrem(m)erie, Trameri

Naam uit de plaatsnaam Trémery (Moselle), Tramery (Marne) of La Tramerie in Busnes en Robecq (Pas-de-Calais).

 

Treure

1. Naam uit het Duitse treu: trouw (bijnaam).

2. Variant van Detroy(e).

 

Treve(s), Trêve, Trève, Tréve, Trives, Tri(e)f, De Trif(t), De Trèfleµ

1. Familienaam uit de plaatsnaam Trève (dit uit het Latijnse trivium): driesprong.

2. Of uit de Franse Variant van het Duitse Trier.

 

Trier (van), Thrier

Familienaam uit de plaatsnaam Trier in Duitsland en in Poppel (Antwerpen).

 

Van Triest, Tries(t), Trist(e), Van den Triest, Vert(h)riest, De Triest

Familienaam naar de veel voorkomende plaatsnaam Triest, Driest: onbebouwd stuk land.

 

Trif(f)in: zie Truffin.

 

Trion, Trioen, Tryhoen

Patroniem, samentrekking van Thirion.

 

Trippaer(t)s, Trippa(s), Tripa

Familienaam uit het Oudfranse triper: stampen, dansen, springen. Een bijnaam naar één of ander gedrag.

 

Troetsel De

Bijnaam afgeleid van het Middelnederlandse truut of druut = vriend, beminde.

 

Trog(h) (de), De Troch, De Trock, Troch(s), Trocq

Familienaam afgeleid van het Middelnederlandse troch: trog, houten bak, ...

Beroepsnaam voor de bakker, de paardenknecht, de troggenmaker ?

 

Tromp

Bijnaam voor een trompetter, bazuinblazer, evt trommelaar.

 

Tronche, Tronché, Tronchet

Familienaam uit het Oudfranse tronche: boomstronk, boomstomp.

Bijnaam voor iemand met een gedrongen gestalte.

 

Tro(o)st, Troest, Trooster(s), Den Trooster, Tröster, Troester

Bijnaam voor iemand die (jawel) troost, moed geeft, steunt.

 

Trop, Tropman, Troppmann

Het Nederduitse Tropp en het Duitse Tropf betekenen: simpele, eenvoudige kerel.

Een bijnaam dus.

 

Troyer De, De Troijer, De Troeyer, De Truyer, Truyers, Truijers, Trouwers

Afgeleide van het Middelnederlandse troye: trui, wambuis.

Beroepsnaam voor de wever of de verkoper.

 

Troykens, Troyekens, Troyckens, Trou(w)kens, Trauwkens, Truckens

Metroniem uit de voornaam Geertrui.

 

Truffaut, -aux, Tr(u)yffaut, Triffau(l)t, Trif(f)aux, Triffoux, Trefaut

Familienaam uit het Oudfranse trufos: bedrieger. Bijnaam dus.

 

Truf(f)in, Trif(f)in

Bijnaam uit het Oudfranse trufe (= bedrog): bedrieger.

 

Tru(w)ant, Triaen, Trauwaen, Trouwaen

1. Naam uit het Middelnederlandse tru(w)ant, triwant, trouwant, trauwant: bedelaar, vagebond, landloper.

2. Of uit de plaatsnaam Truant in Arc-Ainières (Henegouwen).

 

Truy(e), Truije, Troy(e), Trau, Truyen(s), Truijen(s), Truiyen, Treuen, Troyen, Truyts, Trouw(en)

1. Metroniem, verkorte vorm van de Germaanse voornaam Geertrui (gêr-trûth).

2. Zie ook Van Truyen.

 

Truyen: zie Truy.

 

Truyen Van, Vertruyen, Vertroyen, Van Troyen, Vantroyen

Familienaam uit de plaatsnaam Sint-Truiden.

 

Truyts

1. Familienaam uit het Middelnederlandse trute, truyt(e): forel.

Bijnaam of beroepsnaam.

2. Zie ook Druits.

3. Zie ook Truye.

 

Trompenaars, -aers, -e(e)rs, Trumpeneers, -er, Trümpener, Trimpeneers

1. Beroepsbijnaam uit trompenaer, trumpenaer: trompetter,

2. Of uit het Middelhoogduits trumpen: trommelen > trommelaer.

 

T'Siobbel, Tsiobbel, T'Siobel, Tsobbel, T'Sobbel, Sob(b)el

Bijnaam uit het Westvlaamse tsobbelen: struikelen, het Middelnederlandse sobbelen: waggelen, wankelen, struikelen. Het is verwant aan schobben: schuren, wrijven.

 

Tu(c)k, Tuk(k), Tück, Tuuk, Tucker, Tukker

1. Bijnaam uit het Middelnederlandse tuuc wat zowel knecht als lichtekooi betekent.

2. Of mogelijk ook bijnaam uit het Middelnederlandse tuc: stoot, trek, ruk. Voor een vechtlustig iemand, ...

 

Tuerlings, -inck(x), -inx, Turelinc(k)x, Turlin(c)kx, Teurelincx, Tuerelinck(x), Thuerelinckx, Teurlings, -inc(k)x, Tierlick, Tierelinckx

Patroniem, afgeleid van de Nederduitse voornaam Tulling.

 

Tulder Van, Van Tulden

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Tuldel in Poppel (pr. Antwerpen).

 

Turban(g), Torbeyns, -eijns, Torben, Durban

Patroniem, variant van Urban, Orban.

De T komt wellicht van (Saint, Sanckt) Saint-Orban.

 

Turf(s), Torf(s), Teurfs

Beroepsbijnaam voor de turfsteker, veenboer, turfhandelaar.

 

Turin, Turrin, Turyn, Th(o)urin, Turine, Van Turijn, Torrijn

1. Patroniem, verkorte vorm van bvb Arthurin, Mathurin of Victorin.

2. Familienaam uit de plaatsnaam Tourinne(s) (Luik, Waals-Brabant).

3. Mogelijk ook uit de plaatsnaam Turijn (Italië).

 

Turk, Turc(k), Turek, De(n) Turck, (de) Turcq, (den) Turckx, (de) Torck, Tor(c)q(ue), Teurcq, Teucq, Leturc(q), Leturque, Turcksin
1. Als volksnaam voor een Turk of als afgeleide van een huisnaam overgedragen op de afstammelingen.

2. Het Middelnederlandse torke of turke betekent ook: fakkel en haarwrong. In dit geval zou het bv. een naam kunnen zijn van een handige fakkelmaker of verkoper. Of eventueel iemand met een opvallende haarwrong.

 

Turkenburg

Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam (wellicht in Zuid-Holland).

Turk of torke verwijst mogelijk naar andersgelovige of fakkel, burg verwijst wellicht naar versterkte hoeve.

 

Turnhout Van, Van Ture(n)hou(d)t, Van Thur(e)nhout, Van Tuerenhout, Van T(h)eurenhout, Van Tornhaut, Van Torn(h)out, Van Thornhout, Van Tourn(h)out, -houdt, Van Thournhout, Vanthournout, -houd, -ou(d)t, Van Thourenhout

Familienaam uit ofwel de plaatsnaam Turnhout (Antwerpen) of Torhout (West-Vlaanderen). Het zijn vooral de vormen met T(h)o(u)r die wellicht uit Torhout afkomstig zijn.

 

Tuyl Van, Van Tuijl, Van Tuil

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Tuil (Gelderland en Utrecht) of Tuilt in Kuringen.

 

Tuyn(e) Van, Van Thuyne(n), Van Thuijne, Van (der) Tuijn, Van Tuinen, Van der Tuin

Familienaam uit de plaatsnaam Tuin/Tuine: omheining, afsluiting, omsloten ruimte.

 

Tuyt(t)en(s), Tuyt(t)e, Thuytten, Tuijtens, Tuijtten(s), Tuiten(s), Tuttens

Patroniem, oude knuffelvorm van de Germaanse voornaam Dodinus, Dutinus, ...

 

Tweepen(n)inckx

Bijnaam voor een cijnsontvanger. Of voor iemand die twee penningen moest betalen ? Of voor een arme die slechts twee penningen had ? De Duitse variant is Zweipfennig.

 

Twembeke Van, Van Twembecke, Van Twenbeke

Naam uit de plaatsnaam Twembeke bij Geraardsbergen (Oost-Vlaanderen).

 

Tybaert, Thybaert, Thijbaert, Thibert, Tibert(i), Theybaert, Theybers, Theijbers

Patroniem uit het Germaanse theud + berht.

 

Ubink, Ubbink, Ub(b)ing(a/e),

Patroniem uit de voornaam Ube/Ub(b)o.

De namen op -ink zijn zijn in principe Saksisch, op -ing Fries. Maar -ing(e/a)/ink/... zijn gewoon patroniemuitgangen. De uitgangen lopen regionaal meestal door mekaar en er zijn nog heel wat andere varianten.

 

Uitdenbroeck, Uitdebroeks, -broeck(x), Uittebroeck, Uytdebroe(c)ks, -broeck, Uijtdebroeks, Uytdebrouck, Uytdenbroe(c)k, Uytenbroe(c)k, Uyttebrock, Huijtebroeck, Huyte(n)broeck, Uittenbroek, -broeck(x), -brock, Van Uytenbroeck, Ytebrouck

Familienaam die op de herkomst verwijst: uit het Broekland (natte, moerassige land).

 

Uitdenhove, Uittenhove(n), Uytdenhove(n), Wuytdenhoven, Uyt(t)enhove(n), Uijttenhove, Uijthof, Huytenhove(n), Uytdenhoef, -hoeven, -houven, Uyttenhoef, Uitterhoeve, Uyt(t)erhoeve(n), Uijtterhoeven, Uytroeven, Uytroever, Uitdenhouwen

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Hove en Hoeve(n).

 

Uitdewelligen, Uitdewilligen, Uytde(n)willigen, Uytdewillegen, -willigen, Uytdewilgen, Wtt(e)rwulghe, Witterwulghe, Utterwulghe

Familienaam uit de plaatsnaam Wilgen: plaats waar veel wilgen groeien.

 

Uiterhaegen, Uitterhaegen, Uijtterhaegen, Uyt(t)erhaegen, Uytterhaeghe(n), -haegher, Uyttrage, Uijtdehaag

Naam uit de plaatsnaam Ter Hage.

 

Uiterelst

Verdwenen familienaam uit de plaatsnaam Elst. Mogelijk geëvolueerd naar Elst (van (der)). Zie daar verder.

 

Uitterschout, Uytterscho(o)t, -schout, -schaut

Familienaam uit de plaatsnaam Schot of Schoot. Zie verder bij Schoot.

 

Van Uitvange, Van Uitfange, Van Uytvang(h)e, Van Uijtvanck, Van Uytvanck, Van Uytfang(h)e, Van Uytfangen, Van Uytfanck, Van Uytfonck

Familienaam uit de plaatsnaam Uitvang: gemeenschappelijke niet ontgonnen grond.

 

Ujkani, Ujkan, Uskan

Naam van Albanese/Turkse origine. Wellicht patroniem uit de voornaam Uskan.

 

Ulehake

Dubbele patroniem uit Oele en Hake.

 

Ulena(e)rs

Naam uit het Middelhoogduitse ûlner: pot. Beroepsnaam van de pottenbakker.

 

Ulrix, Ulric, Ul(l)rick, Uuldriks, Ulrich(s), Ulrichts, Ullrich, Ulrichsen, Ulreich, Ulrici, Oelerich

Patroniem uit de Germaanse voornaam ôthal + rîk.

 

Unen Van: zie Nuenen.

 

Unike(n), Uiniken, Uncken, Unkes, Uneken, Uienk, Unk

Patroniem uit Uneke/Unk.

 

Urban, Urb(a)in(g), Urbini, Urbany, -i, -ia(c)k, -o, -owicz, -ski, -zick, Orban, -and, -ant, -ans, Oorenbant, Horban, Hoore(n)bant, Orbaen, Orbon(s), Oirbons, Hurb(a)in, Vrban

Patroniem uit de Latijnse heiligennaam Urbanus.

 

Urlings, Eurlings, Uurlings, Uerlings

Patroniem uit een Limburgse knuffelvorm van Ulrik (ôthal-rïk).

 

Usé, Usez

Naam afgeleid uit Huset, dit uit het Germaans huso.

 

Uten(s), Ueten

1. Zie Uydens.

2. Metroniem uit Juten. Dit betekent zoveel als "juffrouw".

 

Utrecht Van, Van Uitrecht, Van Uyt(t)recht, Vanuytrecht, Van Uijtrecht

Familienaam uit de plaatsnaam Utrecht (Utrecht).

 

Uydens, Uij(d)ens

Patroniem uit het Middelnederlandse Udin, dit is een knuffelvorm van de Germaanse voornaam Udo, variant van Odo.

 

Uylebroeck, Uyl(l)enbroeck, Uijlenbroeck, Uylenbroek, Uylembrouck, Uilenbroek, (van) Huyle(n)broe(c)k, (van) Huylenbrouck, Huijlenbroeck, Huylenbro(u)ck, Huylembroeck, -brouck, -brouch, Hullebroe(c)k, -brouck, Uhlenbruck, -broek,

-brock

1.Familienaam uit de plaatsnaam Uilenbroek (natte moerassige plaats) in Vlierzele (Oost-Vlaanderen), Vlamertinge en Wingene (West-Vlaanderen).

2. Familienaam uit de plaatsnaam Hollebroek, Hoolbroek in Wingene, Pittem, Rumbeke en Ardooie.

 

Uyt(t)endael(e), Uytendael, Uijttendaele, Uittendaele, (van) Wietendaele, Wittendal, Wittendaele, Wyttendaele

Variant van Van den Dale met het voorzetsel uit.

 

Uyt(t)ersprot, Uijttersprot, Uytte(n)strot, Uyttersport, Wit(t)esprote, Witesprost, Uyste(r)pruyst, Uystpruyst, Uyttersprock, Uyttersproot, Uytterstrot, Heutterspreute, Heuster(s)preute

Familienaam uit de plaatsnaam Sporkt in Moorsel (Vlaams-Brabant) of Spurt in Hamme (Oost-Vlaanderen).

 

Uytsel Van, Van Uijtsel, Utsel, Van Nuytsel, Van Oytsel, Van Ouytsel

Familienaam uit de plaatsnaam Uitschool in Oevel (Westerlo).

Andere T- bladzijden T | To

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Wil je de betekenis van jouw familienaam kennen ? Stuur een mailtje!  

Er zijn slechts drie voorwaarden:

- vermeld in je mailtje waarom je het wil weten,

- beperk je tot één of een paar namen.

- vermeld ook even hoe je op mijn site terecht kwam.

 

Soms moet je even geduld hebben: er zijn nogal wat aanvragen.

Kijk a.u.b. eerst of de gezochte naam er niet opstaat (bv. De Grote bij Groot, Verbeeck bij Beek en bv. Vranckx bij Frank). Zo bespaar je mij heel wat werk.

 

Literatuur:

De betekenis van toponymische samenstellingen (J .Van Loon - Onomastica neerlandica 1981)

Etymologisch woordenboek der Nederlandsche Taal (J. Vercoullie - Van Rysselberghe & Rombout 1925)

Huizinga's complete lijst van namen (A.Huizinga - Tirion 1998)

Middelnederlandsch handwoordenboek (J. Verdam -  Uit. Martinus Nijhoff 1949)

Middelnederlandse spraakkunst ( Dr. A. Van Loey - Wolters-Noordhoff 1980)

Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226) (Maurits Gysseling - Belg. interuniversitair centrum voor neerlandistiek 1960)

Vondelingen en hun naamgeving (L.De Man - Onomastica neerlandica 1956)

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003)