Familienamen

                                                                       

A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Andere P-bladzijden P | Pi | Pr

 

 

Terug naar intro 

Het grootste deel van onderstaande info is een selectie uit: Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003).

Pia(t)

Patroniem uit de Latijnse heiligennaam Piatus (vereerd in Denemarken).

 

Picalausa, Picalause, Picalo(u)se

Naam uit het Oudoccitaans lauza: platte daktegel. Beroepsbijnaam voor de steenhouwer, de leikliever.

 

Picard, -ar(t), -aer, -at, -a(s), Piquard, -art, Picca(e)rt, -ar(d), Pickard, -ar(t), -ardt, -aer, -aert(s), -artz, Picqua(e)rt, Pikaar, -ard, -aert(s), Piekaerts, -arz, Lepicard

1. Naam voor een Picardier, inwoner van Picardië.

2. Naam uit het Middelnederlandse pic(k)aert: piekenier. Beroepsnaam. Dit uit het Oudfranse picart: scherp.

 

Picavet, -ez, Piccavet, Pickavet, Pycavet, Pyck(h)avet, Py(c)kevet, Pijkevet, Piekavet, Pecavet

Naam uit het Oudfranse picavet: takkenbos. Beroepsbijnaam van de houthakker.

 

Pichet, Pihet, Pissé, Piscé, Pisce, Piket, Pickett, Pi(c)quet, Pi(c)qué, Pické, Pi(c)quette, Pinquet, Pin(c)ket, Pyn(c)ket, Pijncket

1. Naam uit het Oudfranse pichet: piket, peket (maat voor vloeistoffen, zout, graan, ...). Beroepsbijnaam voor de meter, korenmeter.

2. Variant van Péchet. De Waalse vorm van Pihet. Zie bij Péchet.

 

Picot, Piccot, Pi(c)quot, Pichot(te), Pischot, Pitcho(t), Pihot

1. Naam uit het Oudfranse picot: scherp voorwerp, puntig wapen, pik, houweel, pikhamer.

Beroepsbijnaam van de steen houwer).

2. Synomiem van Pichet. Zie daar.

 

Pictoel, -oul

Wellicht variant, verschrijving van Pecto(o)r. Zie daar.

 

Pien(s), Piem(s), Pieyn(s), Pi(e)heyns

Waarschijnlijk knuffelvorm van een patroniem. Wellicht uit de stamvorm Pedin, Pidin (uit Petrus ?). Herkomst nog onduidelijk.

 

Pierlet, -lé, -lay, -le, Pirlet

Patroniem uit Pierre (Franse vorm van Petrus).

 

Pierlot, Pierloz, -lotte, Pierloot, Perlot, Perloo

Patroniem, vleivorm van Pierre of van Pieter.

 

Pierrard, -a(rt), Pierar(d), -ards, -ardt, -art, -aerd, -aert(s), Pirard, -aerd, -ar(t), Spiraers, Pérard, Perrard, Peeraer(t), -ar, -ae(r)ts, Peyrard, -a(t)

Patroniem afgeleid van de voornaam Pierre.

 

Pier(r)at, Pier(r)a, Pira(s), -at, Pyra, Pijra, Pera(t), Spira, Spyra

Patroniem, Waalse variant van Pierrard. Zie hierboven.

 

Pier(re), Pir(e), Pyr(e), Pirre, Payre, Pair(e), Pey(e), Père, Per(e), Peer(e), Pee(r)s, Pers, Peire, Peirs, Peirce

Patroniem uit de heiligennaam Petrus.

 

Pierret, -ee, -é(e), Pieret(s), Piéret, Pierey, Pirets, Pir(r)et, Pirretz, Piré(e), -ee, -ez, -ey, Perret(t), Peret(h), -é(e), -ez, -ets, -etz, -ey, -ee, Pérée, Perrais, Perrez, -ée, -ey, Pairet

Patroniem uit de heiligennaam Petrus.

 

Pierron, -ont, -onnet, Pièron, Pieron(t), -onne, Peron, Péron, Peyron, -onnet, Perron(e), Paron, Piron(t), -ons, -ong(s), -on(n)et, -onneau, Pirron(g), -ung, Pirroen, Pyrrhon

Patroniem, knuffelvorm van de voornaam Pierre (Franse vorm van Petrus).

 

Pierro(t), Piero(t), Piro(t), Pirro, Pyro, Pirot(t)on, -oth(on), Pirot(t)in, -eau, Pirot(t)e, Piroote, Pirrotte, Perrot(s), Perrotti, Perros, Peyrot, Pairot, Perrouty, Perot, Perriot, Périot, Prijot, Priod, -otte, Pe(e)ro(o), Peiro, Paro(ot), Parot(te), Proot

Patroniem, knuffelvorm uit de voornaam Pierre.

 

Pierssens, Pirsens, Pies(s)en(s), Spiessen(s), Pissens, Spissens, Piers

Patroniem zoveel betekend als 'zoon van Pierre, Pieter'.

 

Pieteraerens

Dubbele patroniem uit Petrus en Ar(e)n(d).

 

Pietowski, Pietowska

Poolse familienaam uit de plaatsnaam Pietow (waar ?). De kans is reëel dat het verschrijving uit de plaatsnaam Pietrow (= Petrusdorp). De familienaam Pietrowski/Pietrowska komt veel meer voor en er zijn heel wat plaatsen die Pietrow heten.

 

Pifferoen,  Piferoen, Pyf(f)eroen, Pyfferaen, Pijfferoen, Pef(e)roen, Phyfferoen, Phyeferoen

Beroepsnaam uit het Franse pifferon, afgeleid uit het Franse piffre, het Italiaanse piffero: fluitspeler, muzikant, speelman.

 

Pijpe, Pijpen(s), Pyp(e), Pypen(s), Pyppe, Piep(sz), Pip, Puype, Pupe

Beroepsnaam van de pijper, fluitspeler, (stads)speelman.

 

Pijpops, Pypops, Peypops, Pypendop

Naam uit het zinwoord pijp op: fluit op, fluit er op los. Bijnaam voor een fluitspeler.

 

Pilaet, Pilaete(n), Piela(a)t, Pilat(t)e, Plaete

Patroniem uit de bijbelse voornaam Pilatus.

 

Pil(le), Pel, De Pil, Pillen

Naam uit het Middelnederlandse pil(le): geestelijke zoon of dochter, doopkind, petekind en verder geëvolueerd tot familienaam.

 

Pillecyn (de)

Zie bij Deplechin EN bij Pélissier.

 

Pin, Pins, Spins, Spijns, Spyns

Naam uit het Middelnederlandse pin(ne): houten of ijzeren pin of pen, ijkteken van maten. Beroepsbijnaam van de ijker.

 

Pinard, Pina(rt), Pinna, Pynaert(s), -aet, Pijnaert(s), Pynnaert, Pienaert

Naam uit het Oudfranse pinard: kleine munt.

 

Pinchart, -ard, Pinsard, -ar(t), -aert, Le Pinçart, Peyns(h)aert, Peijnsaert, Spijsschaert, Spysschaert, Spiesschaert, Spi(e)tsaert, Poinsart, Ponchard, Ponsar(d), -a(e)rt(s), -aers

Beroepsnaam uit het Oudfranse espinchier, pincier: knijpen, noppen, met de noptang het weefsel zuiveren van pluisjes, ...

 

Pinot, Pino, Pinnoo, Penno, Penot, Pynoo

Patroniem, verkorte vorm van de voornaam Philippinot of Coppinot.

 

Pinoy, Pinnoy(e), -oit

1. Familienaam uit de plaatsnaam Espinoit en Espinoy (Nord), l'Espinois (Henegouwen) of Epinois (Pas-de-Calais). Uit het Latijn spinetum: plaats met doornstruiken.

2. Mogelijk bijnaam voor een stekelig iemand.

3. Verkorte vorm van de voornaam Philippinot of Coppinot.

 

Pint, (de) Pinte, Pynte, Pinten(s), Pintjens

Een pint is een vochtmaat en een korenmaat. Beroepsbijnaam voor de meter, de korenmeter.

 

Pinxten, Pinxt(eren), Penxten, Pinkster

1. Bijnaam naar het Pinksterfeest. Misschien ook een voldelingennaam.

2. Mogelijk ook een metroniem uit de voornaam Penxte.

 

Pion, Péon, Pein, Payon, Pionet

Familienaam uit het Oudfranse peon, pionier: voetganger, soldaat te voet.

 

Piot, Piotte, Pyot(te), Peyot

Naam uit het Oudfranse pie: ekster. Bijnaam.

 

Pissoet, -o(o)rt

1. Naam uit de plaatsnaam Pissote in Asse (Vlaams-Brabant).

2. Eventueel een verschrijving van Pichot.

 

Pit(t)ié, Pitti(e), Pithie, Pittier

1. Naam uit het Franse pitié (= medelijdend): bijnaam voor een medelijdend of een meelijwekkend iemand.

2. Of bijnaam uit putier: wellusteling, losbandige.

 

Pit(t)oors, Patoor, Patoir

Bijnaam uit het Middelnederlandse putoor, butoor, pittoor (= roerdomp): houding, roep...

 

Placet, -ette, Pletschet(te)

Naam uit het Middelfranse placette: het Picardische plachette: klein open plein in stad of dorp. Er is o.a. een Placette in Buissenal en Vloesberg (Henegouwen).

 

Plad(d)et

Verkorte vorm van Van de Pladutse: familienaam uit de plaatsnaam Pladutse in Zulzeke en Melden (Oost-Vlaanderen).

 

Pladutse Van den, Pladuyt

Familienaam uit de plaatsnaam Pladutse in Zulzeke en Melden (Oost-Vlaanderen).

 

Plaetinck(x), Platinck, Plettinck(x), -in(c)x, -inckx, Pleetinckx, Pletinck(x), -incks, -inchx, -incx, -in(k)x, Pleitin(ck)x, Peltin, -yn, -ijn, Pultyn, -ijn, Spletinck(x), -in(c)x, Speltinckx, -in(c)x, Spiltyns, -ijns, Spilstijns, -st(e)yns

Patroniem afgeleid uit een Germaanse blad-voornaam zoals Bladbertus, Bladhardus.

 

Plaetse(n) Van der, Verplaetse(n)

Naam uit de verspreide plaatsnaam Plaats(e): dorpsplein.

 

Plaetsier, Plaitsier, Pletsier, Plassier

Beroepsnaam uit het Oudfranse plakieres: pleisterwerker, muurwitter, leemplakker, stukadoor.

 

Plaisir, -ier, Plaizier, Playsi(e)r, Plaieser, Pleisier, Pleysier, Ple(y)zier, Plesier, Plysier, Plijsier

1. Naam uit het Franse plaisir, het Nederlandse plezier. Bijnaam voor een pleziermaker.

2. Of variant van Plaetsier. Zie daar.

 

Planckaert: naam afgeleid uit (van der) Planke, zie daar.

 

Planke(n) Van de(r), Van de(r) Plancke(n), Van den Plancken, Van der Planck, Van de(r) Planque, Verplan(c)ken, Plank, Plenk, Planc(q), Plancke, Plan(c)que, Plancké, Planken, Planques, Plankaart, -aert, Planckaert, Plaenckaert, Plan(c)qua(e)rt, Planchar(d), -a(e)rt, Planchat

Familienaam uit de plaatsnaam Plank: loopplank, houten bruggetjes.

Of mogelijk de beroepsnaam voor diegene die op die overstap (plank) tol vroeg.

 

Plas Van de (n/r), Van de(n) Plasse, Van den Plasch, Van de(n/r) Plassche, Van der Plas(s)chen, Van der Plasken, Van der Plaes

Familienaam uit de plaatsnaam Plas: plas, waterplas.

 

Plas(s)chaert, Plaes(s)chaert, Pascaert, Plasskaert

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam 'Plas', waterpartij.

 

Platel, -elle, Plat(t)eel, Plateau(x), Plat(t)au, Platteau(x), Platiau(x), -ieau, Plattiau, Plotieau, Planteau, Platieu, Platay, Platte(e)uw, Platjouw

Familienaam uit het Oudfranse platel, het Middelnederlandse plateel: platte schotel. Beroepsnaam voor de borden-, schotelmaker.

 

Platerink (van), Van Plateringen

Naam afkomstig uit de plaatsnaam Platering/k (lokatie nog onbekend). De plaatsnaam Platering/k betekent wellicht: horend bij de stam van ene Plate.

 

Plat(e)voet, Plaet(e)voet, Plevoets

Bijnaam voor iemand met platvoeten.

 

Platteborse, -borze, Plattenbos(ch)

Bijnaam voor iemand met een lege beurs, zonder geld.

 

Pleisters, Pliester(s), Ple(e)sters, Spleesters, Pletser(s), Pletzer, Plessers, Pesser(s)

Beroepsnaam voor de pleisterwerker, de stukadoor. Pesser(s) is de Luikse variant.

Of uit het Duitse pliesten: slijpen, polijsten.

 

Plekker De, De Plecker, De Plerker

1. Beroepsnaam uit het Middelnederlandse placker, plecker: witter, stukadoor.

2. Mogelijk ook uit het Middelnederlandse plecken: villen. Beroepsnaam van de viller/vilder.

 

Pletinck(x),n -incks, -inchx, -in(k)x: zie Plaetinck(x).

 

Plets, Ple(d)ts, Splets

Onduidelijk. Misschien bijnaam uit het Middelnederlandse bijwoord plets: geheel en al, helemaal. Mogelijk voor iemand die dat woord vaak gebruikte.

 

Pleyers, Pleijers, Plier(s), Pleers, Plees, Pleérs

Pleien betekent in het Middelnederlands pret hebben, juichen, dansen en springen van vreugde. Een bijnaam dus voor een zeer vrolijk iemand.

 

Plichard, -art, Plissart

Naam uit het Oudfranse pelice: bont. Beroepsbijnaam van de bontwerker.

 

Plissart de Brandignies

Dubbele (lagere) adellijke familienaam. Zie bij Plichard. Brandignies werd in 1977 aan de naam toegevoegd. Het is de naam van het oude familie-eigendom in Henegouwen.

 

Ploeg Van (der)

Familienaam uit de plaatsnaam Ploeg: o.a. in Bonheiden, Brasschaat, Herselt, Kallo, Haasdonk, Moorsel, St.-Andries, ...

 

Plouvier, -iez, -iet, Pluvier, Plovie(r), Plové, Plovy(t), -ijt, Plouy, Plowy, Pluy, Pluij

Naam uit het Picardische plouvier, het Franse pluvier: pluvier, plevier, regenvogel, regenfluiter. Bijnaam voor een fluiter, ...

 

Pluche, Pluss(e), Plus, Pluys, Pluijs

Beroepsbijnaam van de nopper, pluizer: die het laken van onzuiverheden ontdoet.

 

Pluim, Pluijm, Pluym(en), Pluimen, Pluem, Plum, Plume(s), Plumen, Ploem, Ploem(m)en, Plom, Ploum(en)

Beroepsnaam voor de pluimenverkoper of de kippenplukker.

 

Pochet, -ez, Poschet, Poechet, Polchet, Pocquet, Poquet(te), Po(c)ket, Pouchet, Pouquet, Pocet, Posset, -é, Posse, Pauchet, Pauquet, -é, Passet, -ez

1. Naam uit het Oudfranse po(u)chet, pauchet: zakje, beursje. Beroepsbijnaam voor de beuzenmaker.

2. Zie ook Poucet.

 

Poeke Van, Van Poeck(e), Van Pouck(e), Van Poucque, Verpoucke

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Poeke in Oost-Vlaanderen.

 

Poel(e) Van de(n), Van (der) Poel(e), Van Poulle, Van der Poelen, Vanterpool, Van der Puijl, Poelaert, -art, Poellaer(t), Polaert, Pollaert, Pol(l)ard, -art, Verpoelt, Verpoylt, Verpuylt

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam poel: waterplas.

 

Poelvoorde (van), Pollefo(o)rt

Familienaam naar de plaatsnaam 'Poelvoorde"= oversteekplaats over de poel/beek, in Egem, Ruiselede, Wingene, ...

Zie ook Blaas.

 

Poelmans, -man(n), Poelemans, Poelleman, Poulman(s), Pouelmans, Pulman(s), Polman(s), Poolman

Variant van Poel(e) Van de(n). Zie daar.

Poesen: zie Paessen.

 

Poest Van der, Verpoest

Naam uit de plaatsnaam Poest: koestal.

 

Poeyer Van, Van Poeyr, Van Poyer, Van Poyel

Familienaam uit de plaatsnaam Poederlee, naar de lokale uitspraak Poeier, Poeiel.

 

Poitevin, Poittevin, Potavin, Potvin, Podvin, Poidevin, Podevin(s), Poddevin, Potdevin, Podevain, -vijn, -vyn, Peudevin, Peutevinck, -vynck, Putefin, Putteveyn, Peutavin, Peudevijn, Puddev(r)ijn, Podvijn, Pendevijn, Pud(d)evin, Pittavin, Peutevijn, Paudevin, Peu Du Vijn, Putvijn, Pottevin, Puddevin, Peudivin, Peudeveijn, Pendevin, (de) Pain Et Vin, Pod(d)evijn, Poddevyn, Pavijn, (van) Pavijen, Povein, Pavan, Peudevyn, Pettavin, Peudevein, Pedevin, Poitvin, Poveijn, Pot De Vijn, Puttavin, Puitevijn, Puijtevijn, Potevin, Pot Du Vin, de Potdevin, Postevin, Poutevin, Podevein, Portevin, Peudevain, Pidevijn, Pidavijn, Pindavin, Pudavijn, Puddeven, Puedevin, Piedevin.

Familienaam uit het Franse Poitevin: inwoner van de Poitou, de streek van Poitiers.

 

Poivre, Lepoivre, Lepeve(r), Lepève, Lepelve, De Pever, Peever

Naam uit het Franse poivre. Beroepsnaam voor een peperhandelaar.

 

Poix, Poiz

1. Familienaam uit de plaatsnaam Poix (Nord, Somme, Marne, Ardennes).

2. Of uit het Franse poix: pik. Beroepsbijnaam.

3. Of uit het Franse pois: erwt. Bijnaam of beroepsbijnaam.

 

(van) Polfliet

Familienaam uit de plaatsnaam Polvliet in Kluizen, Oost-Vlaanderen.

 

Poli, Poly

1. Bijnaam uit het Oudfranse poli: bevallig, beschaafd.

2. Zie Poly.

 

Pollaris, Pollari, Polaris

Patroniem, verkorting van de heiligennaam Apollinaris.

 

Pollentier, Poultier

Beroepsnaam uit het Oudfranse pouletier, polletier. poelier, pluimveehandelaar.

 

Poller(s), Polder(s), Poelder, Peulders, Pouders

Naam uit het Middelnederlandse werkwoord polen, peulen: pellen, doppen. Beroeps(bij)naam.

 

Pollet, -ez, -ey: zie Paulet.

 

Polleunis, -nus, Poleunis, -nus, Pleunis, -e(s), Pol(l)enus, Plenus, Plénus, Plunus

Patroniem uit de Latijnse heiligennaam Apollonius.

 

Pollin(g): zie Paulin.

 

Pols, Poels(t), Pools, Poils

1. Patroniem, variant van Pauwels. Zie Paul.

2. Bijnaam uit het Middelnederlandse pol: boel, minnaar, bedrogen echtgenoot.

 

Polspoel, Spolspoel, Pospoel

Bijnaam voor iemand die in de poel polst: die met de pols roert om de vis op te jagen, die in het water woelt. Of zelfs voor een woelwater.

 

Polzer, Polinder

Wellicht zijn beide Duitse knuffelvormen van de heiligennaam Paulus.

 

Poly

Zie bij Poli (zie hoger), Paul en Poullier (zie lager).

 

Pommé, Pommez

1. Naam uit het Oudfranse pomé: appelcider. Beroepsbijnaam voor de maker of bijnaam voor de 'gebruiker'.

2. Zie ook Pommée.

 

Pommée, Pomey

Naam uit het Middelnederlandse pomeye, het Oudfranse pomée: appelmoes. Naam voor de producent of de liefhebber.

Zie ook Pommé.

 

Ponce, Po(o)ns, Poms, Ponche, Spo(e)ns, Poncet, Poncé, Ponchez, Poncel, Pomsel, Pinceele, Ponseel(e), Ponceau, -iau, Ponchau(t), -au(x), -eau(x), 

Poncelet, Ponchel(et), Pons(e)let, Ponsselet, Poincelet, -elot, Sponselee

1. Patroniem of metroniem uit de Waalse voornaam Ponse, die komt uit het Latijnse Pontius of Pontiana.

2. Zie ook Poncelo.

 

Poncelo, Pomsel, Ponseel(e), Ponceele, Ponscele, Pontseel(e), Pontzeele, Ponceau, -iau, Ponchau(t), -aux, -eau(x), Poncelet, Ponchel(et), Pons(s)elet, Ponslet, Sponselee

1. Patroniem of metroniem: zie Ponce.

2. Naam uit de plaatsnaam Poncel, dit uit het Latijnse ponticellus, dit uit pons: brug.

3. Zie ook Duponc(h)el(l)e.

 

Ponet(te), Ponnet(te), Paunet

Patroniem of metroniem: Knuffelvorm van Philipponet(te), Philippe.

 

Poorte(n) Van der, Van de(n) Poorte, Van der Poort, Van der Paard, Van de Port, Van Poorten, Van (de(r)) Poorter, Van der Po(o)ten, Van der Poote, Van Pooter, Wanpooter, Wanpoutre, Van Poeteren, Van Peuter, Terpoorten, Terpoorter, Verpoort, Verpoorte(n), Verpoot(en), Verpoten, Poort(e), Poorts, Porten

Naam uit de plaatsnaam Poort.

 

Poorter(e) (de), Depoortere, De Porter(e), Depoortére, Derpoortere, Poorters, Poerters, Porter(s)

Naam van een stedeling, burger met stads- of poortersrechten.

 

Poortman(s), Poorte(r)man, Port(e)man(s), Poot(e)mans, Potemans, Sportmans

1. Beroepsnaam van de poortwachter.

2. Afgeleide van "(Van der) Poorte": uit de plaatsnaam (wonende bij ...).

3. Poorterman kan ook een afgeleide zijn van De Poorter: zie Poorter.

 

Poot (de), Poodt(s)

1. Bijnaam naar een lichamelijk gebrek, bv. paardenpoot of horrelvoet.

2. Verkorte vorm van De Poo(r)ter: zie Poorter.

 

Pooter De, Pooters, Poter, De Peuter, Peuters

Variant van De Poorter: poorter, stedeling met stadsrechten, met poortersrechten.

Zie ook Poter.

 

Pop(pe), Pops, Poppé, Popon

Patroniem uit de knuffelvorm Poppo van de Germaanse voornaam hrôth-brecht (Robrecht).

 

Pops: zie Poppe.

 

Populiere Van de, Van de Popeliere, Van de Papeliere, -ière, Popelier(s), -le(e)r, Poppelier(s), -leer, -laars, Populier(e), Populaire, -ler

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Populier (naar de boom).

 

Porcheron, Porcheret

1. Afgeleide van porc: varken. Hoeder, handelaar of kweker van varkens.

2. Of van porche: aanbouw, veranda. Beroepsbijnaam van metselaar of van bewoner van een huis met een porche.

 

Poriau(x), Porriau, Poireau, Poirot, Pour(r)eau

Bijnaam of beroepsbijnaam uit het Franse poireau: prei. Kweker, verkoper,...

 

Porre (de)

Naam uit het Middelnederlandse porren: prikkelen, aansporen, kwellen, opjagen, aanraken. Bijnaam voor iemand die ...

 

Porteman(s): zie Poortman.,

 

Portois, , -oy, Porton, Pourtois, -oit, -oix, -oy, Protois

Wellicht uit het Oudfranse port, het Latijnse portus: haven, stad: burger, poorter.

 

Portugaels, Portugal, Poortugael

Naam van een Portugees, iemand uit Portugal. Of naar een huisnaam.

 

Posset, -é

Zie bij Pochet en bij Poucet.

 

Postelmans, Postel(s)

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Postel (Antwerpen).

 

Posthumus, Potums

Familienaam van een kind dat na het overlijden van vader geboren werd. De naam Posthumus komt in Nederland meer voor. Potums is mogelijk een vereenvoudiging ervan. Of misschien zijn beide afkomstig van Postma (wat dan weer betekent: van de post).

 

Pot (de), (de) Podt, Pott, Pots, Poe(d)ts

Familienaam uit het Nederlandse en het Franse pot.

Huisnaam of bijnaam/beroepsbijnaam van de pottenbakker, de potgieter of ketellapper.

 

Poter(re) De, De Pooter, Pooters, Poter, Poiters, De Poitre, Depoitre, Depoitte, Depôtre, De Peut(t)er, Peuters, De Puyter

1. Familienaam uit het Middelnederlandse poten, poeten: planten, enten. Beroepsnaam.

2. Zie ook Pooter.

 

Pothoff, Pothoven

Potthoff is een Westfaalse (Duitsland) hoevenaam.

Maar zijn ook Vlaamse plaatsnamen: Pothovestedeken in Beernem en Pothove in Hondegem en Oostende.

 

Potin, Potten, Pothin, Pothen, Potums

Patroniem van de voornaam Pottin. Dit is de knuffelvorm van de voornaam Philipottin.

 

Potlood, Potloot

Vondelingennaam. Christianus Potloot werd zes maanden oud op 28.06.1775 in Brussel 'int pottien' gevonden en heette oorspronkelijk Franciscus Tielemans (med. F. Meskens). Bij het kind lag een briefje waarop in potlood (!) stond: dit kind is gedoopt. Hij trouwde tweemaal in Wolvertem.

Med. Patrick Potloot.

 

Pots: zie Pot.

 

Pottelberg(h)e Van, Van Pottelsberg(h)e, -ghs, Van Pottalberghe, Pottelberg(ue), Pottelberghe

Naam uit de plaatsnaam Pottelberge in de Vlaamse Ardennen op de grens Oost-Vlaanderen-Henegouwen (Schorisse-Vloesberg-Elzele).

Er is wellicht ook een Potters-, Pottelsberg in het Waasland geweest.

 

Potter (de), Potters, Spotters

1. Beroepsnaam van de potter: pottenbakker, potgieter.

2. Bijnaam voor een bijzonder zuinig iemand, die op zijn geld let.

 

Poucet, -ez, Pousset, Pouchet, Pochet, -ez, Poschet, Pocet, Posset,

-é, Posse

1. Verkleinvorm van het Franse pouce: duim. Bijnaam voor een klein iemand.

2. Zie ook Pochet.

3. Zoe ook Pousset.

 

Poulain(t), Poullain, Poulin, Pouleyn, Pol(l)(a)in, Poleyn, -eijn, Lepoulain, Lepol(l)ain

Bijnaam uit het Franse poulain, het Waalse polin: veulen. Zie ook Paulin.

 

Poullier, Pouillie(r), -i(ers), -(i)ez, Pouili, Poelier, Poliers, (de) Pollier, Pollie, Poly

Beroepsnaam van de poelier, de pluimveehandelaar.

 

Poupaert, -ard, -aert, Pouppart, Popa

1. Naam uit het Oudfranse popart, meisje, pop. En uit het Franse Poupard: pop, kindje.Bijnaam voor iemand met een popperig of papperig gezicht.

2. Of uit het Oudfranse poupart: laf.

 

Poupé, Pouppez, Pupaye, Po(u)peye

Van het Middelfrans poupée, van het Volkslatijn puppa. Bijnaam voor iemand met een popperig of papperig gezicht.

 

Pousset, Poucet

1. Familienaam uit de plaatsnaam Pousset of Poucet (Luik).

2. Zie ook Poucet.

 

Pover(e) De, Depovere, De Poover(e), De Pouvre, Depouvre, Povre, Pover

1. Bijnaam uit het Oudfranse povre, het Middelnederlandse pover: arm, pover.

2. De Westvlaamse familienamen Depouvre/De Pover/Depover(e)/... zouden ook kunnen teruggaan op Antoine Le Poivre (1533): beroepsbijnaam van de peperhandelaar.

 

Andere P-bladzijden P | Pi | Pr

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Wil je de betekenis van jouw familienaam kennen ? Stuur een mailtje!  

Er zijn slechts drie voorwaarden:

- vermeld in je mailtje waarom je het wil weten,

- beperk je tot één of een paar namen.

- vermeld ook even hoe je op mijn site terecht kwam.

 

Soms moet je even geduld hebben: er zijn nogal wat aanvragen.

Kijk a.u.b. eerst of de gezochte naam er niet opstaat (bv. De Grote bij Groot, Verbeeck bij Beek en bv. Vranckx bij Frank). Zo bespaar je mij heel wat werk.

 

Literatuur:

De betekenis van toponymische samenstellingen (J .Van Loon - Onomastica neerlandica 1981)

Etymologisch woordenboek der Nederlandsche Taal (J. Vercoullie - Van Rysselberghe & Rombout 1925)

Huizinga's complete lijst van namen (A.Huizinga - Tirion 1998)

Middelnederlandsch handwoordenboek (J. Verdam -  Uit. Martinus Nijhoff 1949)

Middelnederlandse spraakkunst ( Dr. A. Van Loey - Wolters-Noordhoff 1980)

Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226) (Maurits Gysseling - Belg. interuniversitair centrum voor neerlandistiek 1960)

Vondelingen en hun naamgeving (L.De Man - Onomastica neerlandica 1956)

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003)