Pia(t)
Patroniem uit de Latijnse heiligennaam Piatus (vereerd in
Denemarken).
Picalausa, Picalause,
Picalo(u)se
Naam uit het Oudoccitaans lauza: platte daktegel.
Beroepsbijnaam voor de steenhouwer, de leikliever.
Picard, -ar(t), -aer,
-at, -a(s), Piquard, -art, Picca(e)rt, -ar(d), Pickard,
-ar(t), -ardt, -aer, -aert(s), -artz,
Picqua(e)rt, Pikaar, -ard, -aert(s), Piekaerts, -arz,
Lepicard
1. Naam voor een Picardier, inwoner van Picardië.
2. Naam uit het Middelnederlandse pic(k)aert: piekenier.
Beroepsnaam. Dit uit het Oudfranse picart: scherp.
Picavet, -ez, Piccavet, Pickavet,
Pycavet, Pyck(h)avet, Py(c)kevet, Pijkevet, Piekavet,
Pecavet
Naam uit het Oudfranse picavet: takkenbos. Beroepsbijnaam van
de houthakker.
Pichet, Pihet, Pissé,
Piscé, Pisce, Piket, Pickett, Pi(c)quet, Pi(c)qué, Pické, Pi(c)quette, Pinquet,
Pin(c)ket, Pyn(c)ket, Pijncket
1. Naam uit het Oudfranse pichet: piket, peket (maat voor
vloeistoffen, zout, graan, ...). Beroepsbijnaam voor de
meter, korenmeter.
2. Variant van Péchet. De Waalse vorm van Pihet. Zie bij
Péchet.
Pictoel, -oul
Wellicht variant, verschrijving van Pecto(o)r. Zie daar.
Pien(s), Piem(s),
Pieyn(s), Pi(e)heyns
Waarschijnlijk knuffelvorm van een patroniem. Wellicht uit
de stamvorm Pedin, Pidin (uit Petrus ?). Herkomst nog
onduidelijk.
Pierlet, -lé, -lay, -le, Pirlet
Patroniem uit Pierre (Franse vorm van
Petrus).
Pierlot, Pierloz, -lotte, Pierloot, Perlot, Perloo
Patroniem, vleivorm van Pierre of van Pieter.
Pierrard, -a(rt), Pierar(d), -ards, -ardt, -art, -aerd, -aert(s), Pirard, -aerd, -ar(t), Spiraers, Pérard, Perrard, Peeraer(t), -ar, -ae(r)ts, Peyrard, -a(t)
Patroniem afgeleid van de voornaam Pierre.
Pier(r)at, Pier(r)a, Pira(s),
-at, Pyra, Pijra, Pera(t), Spira, Spyra
Patroniem, Waalse variant van
Pierrard. Zie hierboven.
Pier(re), Pir(e), Pyr(e),
Pirre, Payre, Pair(e), Pey(e), Père, Per(e), Peer(e),
Pee(r)s, Pers, Peire, Peirs, Peirce
Patroniem uit de heiligennaam
Petrus.
Pierron, -ont, -onnet, Pièron,
Pieron(t), -onne, Peron, Péron, Peyron, -onnet, Perron(e), Paron,
Piron(t), -ons, -ong(s), -on(n)et, -onneau, Pirron(g), -ung, Pirroen,
Pyrrhon
Patroniem, knuffelvorm van de
voornaam Pierre (Franse vorm van Petrus).
Pierro(t), Piero(t), Piro(t), Pirro, Pyro, Pirot(t)on, -oth(on), Pirot(t)in, -eau, Pirot(t)e, Piroote, Pirrotte, Perrot(s), Perrotti, Perros, Peyrot, Pairot, Perrouty, Perot, Perriot, Périot,
Prijot, Priod, -otte, Pe(e)ro(o), Peiro, Paro(ot), Parot(te), Proot
Patroniem, knuffelvorm uit de voornaam Pierre.
Pierssens, Pirsens, Pies(s)en(s), Spiessen(s), Pissens, Spissens, Piers
Patroniem zoveel betekend als 'zoon van Pierre, Pieter'.
Pieteraerens
Dubbele patroniem uit
Petrus en
Ar(e)n(d).
Pietowski,
Pietowska
Poolse familienaam uit de plaatsnaam
Pietow (waar ?). De kans is reëel dat het verschrijving uit de plaatsnaam Pietrow (= Petrusdorp).
De familienaam Pietrowski/Pietrowska komt veel meer
voor en er zijn heel wat plaatsen die Pietrow heten.
Pifferoen,
Piferoen, Pyf(f)eroen, Pyfferaen, Pijfferoen,
Pef(e)roen, Phyfferoen, Phyeferoen
Beroepsnaam uit het
Franse pifferon, afgeleid uit het Franse piffre,
het Italiaanse piffero: fluitspeler, muzikant,
speelman.
Pijpe, Pijpen(s), Pyp(e), Pypen(s), Pyppe, Piep(sz), Pip, Puype, Pupe
Beroepsnaam van de pijper, fluitspeler, (stads)speelman.
Pijpops, Pypops,
Peypops, Pypendop
Naam uit het zinwoord pijp
op: fluit op, fluit er op los. Bijnaam voor een
fluitspeler.
Pil(le), Pel, De Pil,
Pillen
Naam uit het
Middelnederlandse pil(le): geestelijke zoon of
dochter, doopkind, petekind en verder geëvolueerd
tot familienaam.
Pillecyn (de)
Zie bij Deplechin EN bij
Pélissier.
Pin, Pins, Spins,
Spijns, Spyns
Naam uit het
Middelnederlandse pin(ne): houten of ijzeren pin of
pen, ijkteken van maten. Beroepsbijnaam van de
ijker.
Pinard, Pina(rt),
Pinna, Pynaert(s), -aet, Pijnaert(s), Pynnaert,
Pienaert
Naam uit het Oudfranse
pinard: kleine munt.
Pinchart, -ard, Pinsard, -ar(t), -aert, Le Pinçart, Peyns(h)aert, Peijnsaert, Spijsschaert, Spysschaert, Spiesschaert, Spi(e)tsaert, Poinsart, Ponchard, Ponsar(d), -a(e)rt(s), -aers
Beroepsnaam uit het Oudfranse espinchier, pincier: knijpen, noppen, met de noptang het weefsel zuiveren van pluisjes, ...
Pinot, Pino,
Pinnoo, Penno, Penot, Pynoo
Patroniem,
verkorte vorm van de
voornaam Philippinot of Coppinot.
Pinoy, Pinnoy(e), -oit
1. Familienaam uit de
plaatsnaam Espinoit en Espinoy (Nord), l'Espinois
(Henegouwen) of Epinois (Pas-de-Calais). Uit het
Latijn spinetum: plaats met doornstruiken.
2. Mogelijk bijnaam voor
een stekelig iemand.
3. Verkorte vorm van de
voornaam Philippinot of Coppinot.
Pint, (de) Pinte,
Pynte, Pinten(s), Pintjens
Een pint is een vochtmaat
en een korenmaat. Beroepsbijnaam voor de meter, de
korenmeter.
Pinxten, Pinxt(eren),
Penxten, Pinkster
1. Bijnaam naar het
Pinksterfeest. Misschien ook een voldelingennaam.
2. Mogelijk ook een
metroniem uit de voornaam Penxte.
Pion, Péon, Pein, Payon, Pionet
Familienaam uit het Oudfranse peon, pionier: voetganger, soldaat te voet.
Piot, Piotte, Pyot(te),
Peyot
Naam uit het Oudfranse
pie: ekster. Bijnaam.
Pit(t)oors, Patoor,
Patoir
Bijnaam uit het
Middelnederlandse putoor, butoor, pittoor (=
roerdomp): houding, roep...
Plad(d)et
Verkorte vorm van Van de
Pladutse: familienaam uit de plaatsnaam Pladutse in
Zulzeke en Melden (Oost-Vlaanderen).
Pladutse Van den,
Pladuyt
Familienaam uit de
plaatsnaam Pladutse in Zulzeke en Melden
(Oost-Vlaanderen).
Plaetinck(x), Platinck, Plettinck(x), -in(c)x, -inckx, Pleetinckx, Pletinck(x), -incks, -inchx, -incx,
-in(k)x, Pleitin(ck)x, Peltin, -yn, -ijn, Pultyn, -ijn, Spletinck(x), -in(c)x, Speltinckx, -in(c)x, Spiltyns, -ijns, Spilstijns, -st(e)yns
Patroniem afgeleid uit een Germaanse blad-voornaam zoals Bladbertus, Bladhardus.
Planckaert: naam
afgeleid uit (van der) Planke, zie daar.
Planke(n) Van de(r), Van de(r) Plancke(n), Van den Plancken,
Van der Planck, Van de(r) Planque, Verplan(c)ken, Plank, Plenk, Planc(q), Plancke, Plan(c)que, Plancké, Planken, Planques,
Plankaart, -aert, Planckaert, Plaenckaert,
Plan(c)qua(e)rt, Planchar(d), -a(e)rt, Planchat Familienaam
uit de plaatsnaam Plank: loopplank, houten bruggetjes. Of mogelijk de beroepsnaam voor diegene die op die overstap (plank) tol vroeg.
Plas Van de (n/r),
Van de(n) Plasse, Van den Plasch, Van de(n/r)
Plassche, Van der Plas(s)chen, Van der Plasken, Van
der Plaes
Familienaam uit de
plaatsnaam Plas: plas, waterplas.
Plas(s)chaert, Plaes(s)chaert, Pascaert, Plasskaert
Familienaam afgeleid van de plaatsnaam 'Plas', waterpartij.
Platel, -elle, Plat(t)eel, Plateau(x), Plat(t)au, Platteau(x), Platiau(x), -ieau, Plattiau, Plotieau, Planteau, Platieu, Platay, Platte(e)uw, Platjouw
Familienaam uit het Oudfranse platel, het Middelnederlandse plateel: platte schotel. Beroepsnaam voor de borden-, schotelmaker.
Platerink (van), Van
Plateringen
Naam afkomstig uit de
plaatsnaam Platering/k (lokatie nog onbekend). De
plaatsnaam Platering/k betekent wellicht: horend bij de stam van ene Plate.
Plat(e)voet, Plaet(e)voet, Plevoets Bijnaam voor iemand met platvoeten.
Platteborse, -borze,
Plattenbos(ch)
Bijnaam voor iemand met
een lege beurs, zonder geld.
Pleisters, Pliesters,
Ple(e)sters, Spleesters, Pletser(s), Pletzer,
Plessers, Pesser(s)
Beroepsnaam voor de
pleisterwerker, de stukadoor. Pesser(s) is de Luikse
variant.
Plekker De,
De Plecker, De Plerker
1. Beroepsnaam uit het
Middelnederlandse placker, plecker: witter,
stukadoor.
2. Mogelijk ook uit het
Middelnederlandse plecken: villen. Beroepsnaam van
de viller/vilder.
Pletinck(x),n -incks,
-inchx, -in(k)x: zie Plaetinck(x).
Plets, Ple(d)ts, Splets
Onduidelijk. Misschien bijnaam uit het Middelnederlandse bijwoord plets: geheel en al, helemaal. Mogelijk voor iemand die dat woord vaak gebruikte.
Pleyers, Pleijers, Plier(s), Pleers, Plees, Pleérs
Pleien betekent in het Middelnederlands pret hebben, juichen, dansen en springen van vreugde. Een bijnaam dus voor een zeer vrolijk iemand.
Ploeg Van (der)
Familienaam uit de plaatsnaam Ploeg: o.a. in Bonheiden, Brasschaat, Herselt, Kallo, Haasdonk, Moorsel, St.-Andries, ...
Plouvier, -iez, -iet,
Pluvier, Plovie(r), Plové, Plovy(t), -ijt, Plouy,
Plowy, Pluy, Pluij
Naam uit het Picardische
plouvier, het Franse pluvier: pluvier, plevier,
regenvogel, regenfluiter. Bijnaam voor een fluiter,
...
Pluche, Pluss(e), Plus, Pluys, Pluijs
Beroepsbijnaam van de nopper, pluizer: die het laken van onzuiverheden ontdoet.
Zie ook Blaas.
|
Pluim, Pluijm, Pluym(en), Pluimen, Pluem, Plum, Plume(s), Plumen, Ploem, Ploem(m)en, Plom, Ploum(en)
Beroepsnaam voor de pluimenverkoper of de kippenplukker.
Pochet, -ez, Poschet,
Poechet, Polchet, Pocquet, Poquet(te), Po(c)ket, Pouchet,
Pouquet, Pocet, Posset, -é, Posse, Pauchet, Pauquet,
-é, Passet, -ez
1. Naam uit het Oudfranse
po(u)chet, pauchet: zakje, beursje. Beroepsbijnaam
voor de beuzenmaker.
2. Zie ook Poucet.
Poeke Van, Van Poeck(e), Van Pouck(e), Van Poucque, Verpoucke
Familienaam afgeleid van de plaatsnaam
Poeke in Oost-Vlaanderen.
Poel(e) Van de(n), Van (der) Poel(e), Van Poulle, Van der Poelen, Vanterpool, Van der Puijl, Poelaert, -art, Poellaer(t), Polaert, Pollaert, Pol(l)ard, -art,
Verpoelt, Verpoylt, Verpuylt
Familienaam uit de verspreide plaatsnaam
poel: waterplas.
Poelvoorde (van), Pollefo(o)rt
Familienaam naar de plaatsnaam 'Poelvoorde"= oversteekplaats over de poel/beek, in Egem, Ruiselede, Wingene, ...
Poesen: zie Paessen.
Poeyer Van, Van Poeyr, Van Poyer, Van
Poyel
Familienaam uit de plaatsnaam Poederlee,
naar de lokale uitspraak Poeier, Poeiel.
Poitevin, Poittevin, Potavin, Potvin, Podvin, Poidevin, Podevin(s), Poddevin, Potdevin, Podevain, -vijn, -vyn, Peudevin, Peutevinck, -vynck, Putefin, Putteveyn
Familienaam uit het Franse Poitevin: inwoner van de Poitou, de streek van Poitiers.
Poix, Poiz
1. Familienaam uit de plaatsnaam Poix
(Nord, Somme, Marne, Ardennes).
2. Of uit het Franse poix: pik.
Beroepsbijnaam.
3. Of uit het Franse pois: erwt. Bijnaam
of beroepsbijnaam.
(van) Polfliet Familienaam uit de plaatsnaam Polvliet in Kluizen, Oost-Vlaanderen.
Poli,
Poly 1. Bijnaam uit
het Oudfranse poli: bevallig, beschaafd.
2. Zie Poly.
Pollaris, Pollari, Polaris
Patroniem, verkorting van de
heiligennaam Apollinaris.
Pollentier, Poultier
Beroepsnaam uit het Oudfranse pouletier,
polletier. poelier, pluimveehandelaar.
Poller(s), Polder(s),
Poelder, Peulders, Pouders
Naam uit het Middelnederlandse werkwoord polen,
peulen: pellen, doppen. Beroeps(bij)naam.
Pollet, -ez, -ey: zie Paulet.
Pollin(g): zie Paulin.
Pols, Poels(t), Pools, Poils
1. Patroniem, variant van Pauwels. Zie
Paul.
2. Bijnaam uit het Middelnederlandse
pol: boel, minnaar, bedrogen echtgenoot.
Polspoel, Spolspoel, Pospoel
Bijnaam voor iemand die in de poel
polst: die met de pols roert om de vis op te jagen, die in het water
woelt. Of zelfs voor een woelwater.
Polzer, Polinder
Wellicht zijn beide Duitse knuffelvormen
van de heiligennaam Paulus.
Poly
Zie bij Poli (zie hoger), Paul
en Poullier (zie lager).
Ponce, Po(o)ns, Poms, Ponche,
Spo(e)ns, Poncet, Poncé, Ponchez, Poncel, Pomsel, Pinceele,
Ponseel(e), Ponceau, -iau, Ponchau(t), -au(x), -eau(x), Poncelet,
Ponchel(et), Pons(e)let, Ponsselet, Poincelet, -elot, Sponselee
1. Patroniem of metroniem uit de Waalse
voornaam Ponse, die komt uit het Latijnse
Pontius of Pontiana.
2. Zie ook Poncelo.
Poncelo, Pomsel, Ponseel(e),
Ponceele, Ponscele, Pontseel(e), Pontzeele, Ponceau, -iau,
Ponchau(t), -aux, -eau(x), Poncelet, Ponchel(et), Pons(s)elet,
Ponslet, Sponselee
1. Patroniem of metroniem: zie Ponce.
2. Naam uit de plaatsnaam Poncel, dit
uit het Latijnse ponticellus, dit uit pons: brug.
3. Zie ook
Duponc(h)el(l)e.
Ponet(te), Ponnet(te), Paunet
Patroniem of metroniem: Knuffelvorm van Philipponet(te), Philippe.
Poorter(e) (de), Depoortere, De
Porter(e), Depoortére, Derpoortere, Poorters, Poerters, Porter(s)
Naam van een stedeling, burger met
stads- of poortersrechten.
Poortman(s), Poorte(r)man,
Port(e)man(s), Poot(e)mans, Potemans, Sportmans
1. Beroepsnaam van de poortwachter.
2. Afgeleide van "(Van der) Poorte": uit
de plaatsnaam (wonende bij ...).
3. Poorterman kan ook een afgeleide zijn
van De Poorter: zie Poorter.
Poot (de), Poodt(s)
1. Bijnaam naar een lichamelijk gebrek,
bv. paardenpoot of horrelvoet.
2. Verkorte vorm van De Poo(r)ter: zie
Poorter.
Pooter De, Pooters, Poter, De Peuter, Peuters Variant van De Poorter:
poorter, stedeling met stadsrechten, met poortersrechten. Zie ook Poter.
Pop(pe), Pops, Poppé, Popon
Patroniem uit de knuffelvorm Poppo van
de Germaanse voornaam hrôth-brecht
(Robrecht).
Pops: zie Poppe.
Populiere Van de, Van de Popeliere, Van de Papeliere, -ière, Popelier(s), -le(e)r, Poppelier(s), -leer, -laars, Populier(e), Populaire, -ler
Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Populier (naar de boom).
Poriau(x), Porriau, Poireau, Poirot,
Pour(r)eau
Bijnaam of beroepsbijnaam uit het Franse
poireau: prei. Kweker, verkoper,...
Porre (de)
Naam uit het Middelnederlandse porren:
prikkelen, aansporen, kwellen, opjagen, aanraken. Bijnaam voor
iemand die ...
Porteman(s): zie Poortman.
Postelmans, Postel(s)
Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Postel (Antwerpen).
Posthumus, Potums
Familienaam van een kind dat na het overlijden van vader geboren werd. De naam Posthumus komt in Nederland meer voor. Potums is mogelijk een
vereenvoudiging ervan. Of misschien zijn beide afkomstig van Postma (wat dan weer betekent: van de post).
Pot (de), (de) Podt, Pott, Pots, Poe(d)ts Familienaam uit het
Nederlandse en het Franse pot. Huisnaam of bijnaam/beroepsbijnaam van de pottenbakker, de potgieter of ketellapper.
Poter(re) De, De Pooter, Pooters, Poter, Poiters, De Poitre, Depoitre, Depoitte, Depôtre, De Peut(t)er, Peuters, De Puyter
1. Familienaam uit het Middelnederlandse poten, poeten: planten, enten. Beroepsnaam.
2. Zie ook Pooter.
Pothoff, Pothoven
Potthoff is een Westfaalse (Duitsland) hoevenaam.
Maar zijn ook Vlaamse plaatsnamen: Pothovestedeken in Beernem en Pothove in Hondegem en Oostende.
Potin, Potten, Pothin, Pothen, Potums
Patroniem van de voornaam Pottin. Dit is de knuffelvorm van de voornaam Philipottin.
Potlood, Potloot
Vondelingennaam. Christianus Potloot werd zes maanden oud op 28.06.1775 in Brussel
'int pottien' gevonden en heette oorspronkelijk Franciscus Tielemans (med. F. Meskens). Bij het kind lag een briefje waarop in potlood (!) stond: dit kind is gedoopt. Hij trouwde tweemaal in Wolvertem.
Med. Patrick Potloot.
Pots: zie Pot.
Pottelberg(h)e Van, Van Pottelsberg(h)e,
-ghs, Van Pottalberghe, Pottelberg(ue), Pottelberghe
Naam uit de plaatsnaam
Pottelberge in de Vlaamse Ardennen op de
grens Oost-Vlaanderen-Henegouwen (Schorisse-Vloesberg-Elzele).
Er is wellicht ook een Potters-,
Pottelsberg in het Waasland geweest.
Potter (de), Potters, Spotters
1. Beroepsnaam van de potter: pottenbakker, potgieter.
2. Bijnaam voor een bijzonder zuinig iemand, die op zijn geld let.
Poucet, -ez,
Pousset, Pouchet, Pochet, -ez, Poschet, Pocet,
Posset,
-é, Posse
1. Verkleinvorm van het
Franse pouce: duim. Bijnaam voor een klein
iemand.
2. Zie ook Pochet.
3. Zoe ook Pousset.
Poulain(t),
Poullain, Poulin, Pouleyn, Pol(l)(a)in, Poleyn,
-eijn, Lepoulain, Lepol(l)ain
Bijnaam uit het Franse
poulain, het Waalse polin: veulen. Zie ook
Paulin.
Poullier, Pouillie(r), -i(ers), -(i)ez, Pouili, Poelier, Poliers, (de) Pollier, Pollie, Poly
Beroepsnaam van de poelier, de pluimveehandelaar.
Poupé, Pouppez, Pupaye, Po(u)peye
Van het Middelfrans poupée, van het Volkslatijn puppa. Bijnaam voor iemand met een popperig of papperig gezicht.
Pousset, Poucet
1. Familienaam uit de
plaatsnaam Pousset of Poucet (Luik).
2. Zie ook Poucet.
|