Familienamen

                                                                       

A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Andere P-bladzijden P | Pi | Pr

 

 

Terug naar intro 

Het grootste deel van onderstaande info is een selectie uit: Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003).

Paal (van der), Van der Pael(t), Van der Pa(a)len, Van der Pal, Verpaele(n), Verpa(a)len, Verpael(s)t

Familienaam uit de plaatsnaam Ter Paal: op diverse plaatsen in Vlaanderen zowel als plaatsnaam als huisnaam. Mogelijk heeft Paal te maken met (grens - schand)paal.

 

Paap(s), Paeps, Paape, Poep, Paepe(n), (de) Pape, De Paep(e), Spa(e)pen(s), Spaapen

Familienaam uit het Middelnederlandse pape: priester (die wellicht de vader was).

 

Paardeko(o)per

Beroepsnaam van de paardenkoopman.

 

Paas(ch), Paes(ch), Paës, Paese, Paze, Pas(s), Spaas, Poës, Poies, Poisse, Poos

Patroniem, verkorte vormen van de Latijnse heiligennaam Pascalis.

 

Pacolet, Packolet, Paclet, Packlé(e), Paklee, -ée, Pockelé, Pockele, Poclet, Placlet, Placklé, Pla(c)qlez

Patroniem uit Pasquelet, afgeleid van de Latijnse naam Paschalis of Pascharius.

 

Paelman(s), Paalman, Paeleman(s), Palemans, Pal(le)mans, Paulmans

Naam afgeleid uit Van der Paal. Kijk bij Paal.

 

Paeme(n), Pamen, Pe(e)men, Peymen, Peijmen

1. Patroniem uit Pamo, een oude knuffelvorm die wellicht afkomstig is uit bald-mar.

2. Mogelijk afgeleid uit Palmen dat dezelfde oorsprong heeft als Palmaert(s).  Zie daar.

 

Paeschman, Paesman(s), Pasman(s), Poesmans, Poisman(s), Posman

Patroniem uit de heiligennaam Pascalis.

 

Paeshuis, -huys(e), -huijs(e), Paeschhuys, Paeschuyzen, -uijzen, Pashuyzen,

-huysen

Familienaam uit de plaatsnaam Paashuis/Peshuizen in Geel (Antwerpen) en St.-Kwintens-Lennik (Vlaams-Brabant).

 

Paessen(s), Paesen, Pazen, Paassens, Passin, Paeschen(s), Paesschen, Paschen, Pachen, Poesen, Poosen, Poozen, Posen, Possen, Poissin, Peusen(s), Peussens, Puissens, ...

1. Patroniem , vleivorm van de Latijnse heiligennaam Pascalis (1374 Paissin Volkier), Po(e)sen en Peusen zijn Limburgs.

2. Mogelijk ook een naam afgeleid van het feest Pasen, dit zou kunnen wijzen op het vindingsmoment van een vondeling.

 

Page (de), Pages, (de) Pagie, De Paige, Lapagie, Lepagie, Le Page, Le Paige, Lapa(i)ge, Lapae(y)ge, Lapeige, Lapeysen, Lapeijsen, Paget, -ès, -es, -é

Beroepsnaam van de page, edelknaap, hofknaap, ook bediende van lagere rang.

 

Pagnaerd, -aer, Pagna, Paygnard, Pangaert, Panjaar, -aer

Naam uit het Oudfranse Espangard: Spanjaard.

 

Pairon

1. Zie Duper(r)on.

2. Patroniem uit Pierre. Zie Peeters.

 

Pais, Paix, Pays, Paijs, Peys, Peijs, Peis

1. Naam uit het Middelnederlandse pais: vrede, rust. Of uit het Franse paix (dezelfde betekenis). Bijnaam voor een rustig mens.

2. Variant van Paasch (zie daar).

3. Of variant van de Spaanse familienaam Paix (met dezelfde betekenis: vrede, rust). Ene Rodrigo Paix kwam in 1533 van Andalousië naar Antwerpen.

 

Palermo

Naam uit de gelijknamige stad in Italië.

 

Paling(s), Palinckx, -incks, Paelinck(x), -ings, Pallinckx

1. Bijnaam voor een handig iemand, een gladde aal.

2. Of beroepsbijnaam voor de palingvisser, -handelaar.

 

Palm, Palms, Palem, Pal(l)en

Bijnaam naar de palm van de pelgrim naar Jeruzalem.

 

Palmaert(s), (de) Palmaert, Palmaers, -arts, -a(s), Pamart, Pallemaerts,   

Palmer(s), Pamers, Pem(m)ers

Bijnaam voor een pelgrim, naar de palm die kruisvaarders en pelgrims meebrachten.

 

Palmans, Pallemans

1. Familienaam uit Palm: zie Palmaerts.

2. Zie ook Paelman.

 

Pamelaere (de), (de) Paemelaere, De Pammelaere, De Paemeleere, -aer, Paemeleire, -aire, Pameleere, -eire, -ard, Pommelaere

Familienaam uit de plaatsnaam Pamele (Oost-Vlaanderen) of uit Pamel (Vlaams-Brabant).

 

Pandelaere (de), Pandelaers

Beroepsnaam uit het Middelnederlandse panden: beslag leggen op, verpanden. Beroepsnaam van de beamte die de panding verricht.

 

Paneel(s), Penneel(s), Paniels, Panel, Pennels

1. Beroepsbijnaam van schrijnwerker of schilder.

2. Of uit het Oudfranse panel, peni(e)l: stof, lor, flard. Bijnaam voor iemand met versleten kleren.

 

Panier, -iez, -i(e), Pannier, -iez, Pagnier, Pani, Pan(n)y, Pennie(z), Penny

Uit het Oudfranse panier, Pan(n)ier: broodkorf, (brood)mand.

Beroepsnaam van bakker of mandenvlechter.

Of misschien als huisnaam.

 

Panhuizen, -huis(e), -huys(en), -huyzen, -huijzen, -hausen, Paenhuys(en), -huijsen, -huyzen, -huis, Poenhuys, Panis(se), Pannis, Pan(n)us, Van den Panhuyzen, -huysen, Van 't Panhuis, In het Panhuis, In 't Panhuis, Int Panis, Impanis, Inpanis

Familienaam uit het Middelnederlandse panhuus: brouwerij, brouwhuis. Ook de plaatsnaam Pannenhuis komt voor.

 

Pannekoek(e), -koeck(e), -koucke, -kock(e), -coeck, -cock(e), -couke, -couck(e), -cou(c)que, -ckoe(c)ke, -ckock(e), Panckoucke, Pancock

Beroepsbijnaam of bijnaam voor de bakker of de eter van pannekoeken.

 

Pap: zie Papp.

 

Papegaai, -gaay, -ga(e)y, -gai(x), -guay, Paepegaey

Bijnaam voor een boogschutter, die naar de gaai, de hoofdvogel schiet.

Of voor iemand die anderen napraat.

 

Papeleu(x), Papleux, -eu(l)t, Papuleu, Papeloux, Papeloer, Popeleu, Popl(e)u

1.Afgeleid van het Oudfranse paper (= verslinden) en leu/lou(p)(= wolf).

Beroepsnaam of bijnaam voor de wolvenjager.

2.Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Papleux in het gebied van de Aisne of bij Bergen.

 

Papin, Pa(p)pyn, Pap(p)ijn, Paepen(s), Pappens, Papen(s), Papes

Patroniem, vleivorm van de oude voornaam Papo.

 

Pap(p), Paps

Bijnaam voor een fervent papeter.

 

Pappaert, -art(s), -ert, -ers, Papa(e)rt, Papa

Bijnaam voor een papeter, iemand die magere kost eet.

 

Paquet, -uez, Pacquet(s), Packet, Paeket, Pacqué(e), Paqué, Pacque(e), Pa(c)quer, Pasquet, Poisquet, -ket, Paché

Patroniem uit de voornaam Paque, Pa(s)quier, dit uit het Latijnse Pascalis, Pascarius.

 

Paradis, -ijs, -ys, Paredis, Deparadis, De Parade

1. Bijnaam naar een gelijknamige huisnaam.

2. Het Limburgse Paredis is een verschrijving van Parisis. Zie daar.

 

Pardieu, Pardi, Depardieu, Perdieu(s), Padieu, Paddeu, Padé

Familienaam uit de plaatsnaam Par(t)dieu: Godsdeel.

 

Pardon(s), Pardoen(s), Pardoms, Paradoms, Perdon, Parduyns, Partoune, Part(h)oens, Part(h)ouns, Van Paridon

1. Naam uit het Oudfranse pardon, het Middelnederlands-Westvlaamse pardoen: angelusklokje, geklep waaraan een aflaat (een pardon) verbonden was. Beroepsbijnaam voor de luider van de pardoenklok.

2. Zie ook Preudhomme.

 

Pareit: zie Paret.

 

Paret, Pareit

1. Patroniem uit de Franse voornaam Pierre.

2. Familienaam uit het Oudfranse paré: opgesmukt. Bijnaam ?

 

Paridaen(s), -aans, -ans, -ant, Parydaen, Paredaens, -daems, Pardaen(s), Paradeng, Peridaens, Perdaen(s)

Patroniem, de literatuurnaam Paridaan komt uit ' de Roman der Lorreinen'.

De namen op -an komen mogelijk uit de voornaam Paris (Paridis), zoon van Priamos en Hecabe.

 

Paris (van), Pary(s) (van), Parij(s) (van), Parie, Paries, Parisse

1. Patroniem van Paris, de Franse vorm van de Latijnse heiligennaam Patricius.

2. Afgeleid (afkomstig) van Paris (Parijs).

 

Parisis, Parissi(s), Parésys, Paresys, Parezys, Parisi, Parsis, Parasie(rs),

Parasi(e)s

1.Herkomstbenaming: afkomstig uit Parijs. Ook de muntnaam Parisis is uit Parijs afgeleid.

2. Sommigen zijn zeker afkomstig uit de Latijnse heiligennaam Parisius.

 

(de) Parmentier, (de) Pa(e)rmentier, Parmentiers, -ter, Permantier, Permentiers, Parmantier

Familienaam uit de Middelnederlandse beroepsnaam parmentier: bewerker van fijne en kostbare stoffen, kleermaker van mooie kleren.

 

Pascaud, Pacaud, -aut, Paquai, -ay, Pauquai, -ay, Paguay

1.Patroniem/metroniem uit Pasquel, dit uit Pasque, Paque. Zie dus ook verder bij Pasque(s) hieronder.

2. Of uit de plaatsnaam Pascau (dit uit pascuum): weide. Zo o.a. Le Pacault (in Bethune - Pas-de-Calais).

 

Pasque(s), Paque(s), Pâques, Pacque, Pauque

1. Metroniem uit de Latijnse heiligennaam Pasca.

2. Naam naar de feestdag Pasen: Pâques.

3. Patroniem, verkorte vorm van de Latijnse heiligennaam Pascalis of Paschasius.

 

Passchyn, Passchijn

Patroniem, knuffelvorm van de heiligennaam Pascalis (uit Pasen).

 

Pasteleur(s), -elleur, Passeleur, Pesleu(x), -eut, Pessleu(x)

Familienaam uit het Waalse pèstèleû: trappelen, stampvoeten. Daaruit: treuzelaar. Bijnaam.

 

Pasternak, -nac, -niak, Fastenaekens, Fastena(e)kel(s), -na(e)ckels, Vastenae(c)ken, Vastenaekel(s), Vastenackel, Vastenhaeck, Vanstenhaek

Bijnaam naar de oude groente pastinaak of beroepsnaam van de kweker/handelaar.

 

Paté, Patté, Pat(h)eet, Patteet, Pasté, Patete, Patey

Afgeleid van het Oudfranse pastet, wat zoveel betekent als pastei/gebak.

Dus een beroepsnaam van pastei-, of banketbakker.

 

Paternoster, -nostre, -not(t)re, -nôtre, -not(te)

Beroepsnaam van de rozenkransmaker.

Ook afgeleid uit de gelijknamige huisnaam.

 

Patteeuw(s), -euw, ieeuw, Pattheew(s)

Afkomstig van batteau. Beroepsnaam voor een schipper.

1656 Jan Batteaux (Meulebeke), vader van Angelus Batteeuws(Pittem).

 

Patyn, -ijn, Pattyn(e), -ijn(e), -in, -ein, Patin(et)

Beroepsnaam voor de patijnmaker. Patijn: schoeisel met een dikke zool, later: schaats, klomp.

 

Paul, Pauli, -y, -ij, -o, -it, Pouly, -it, Poli, Paulus(z), Pauluis, Polus, -is, -y(s), Paulis(in), Pau(w)els, Pauwel(z), Pouwels(e), Pauls, Pouls, Pol(s), Poel(s),Pool(s), Pauls(s)on, Polson, Pauls(s)en, Pals(en), Poulsen, Paulusse(n),  Paulissen(s), Poulus(sen), Poulisse, Palussen, Paulet, -ez, -ey, -etti, -etto, Polet, -é, -ez, -ey, Pollet, -ett, -ez, -é, -ée, -ee, -ey, -eij, Poulet, -ey, Poullet

Patroniem afgeleid van de voornaam Paulus/Paul.

 

Paulard, -(i)art, Paulat, -as, Pol(l)ard, -ar(t), -aert(s), Poulard, -ar(t), -aert, -arde, Poellaer(t)

Patroniem uit Paul: zie daar.

 

Paulin, -ini, -aint, -ijn, -eyn, Pauwelijn, -yn, Pol(l)in, Pol(l)ain, Pollijn, -yn,  -ing, Polijn, -yn

Knuffelvorm uit de voornaam Paulus/Paul. Zie ook Poulain.

Paus (de), Pauss, Paves, Paues

Familienaam uit het Middelnederlandse paves, pawes: paus. Bijnaam door iemand die zich van zijn waardigheid bewust is.

 

Pauw (de), De Pau(e), (de) Paauw, De Paeuw, De Pauwe, Paauwe, De Peauw, Spaus, Spauwen, (de) Pouw

Bijnaam voor een trots iemand, naar het dier.

 

Pavia

Oude Italiaanse naam die ondertussen over een groot deel van de westerse wereld voorkomt, verwijzend naar de gelijknamige streek of stad in Lombardije. Maar er is ook een Pavia in centraal Portugal en een Pavías in (Valencia) zuid-oost Spanje.Ook in die landen komt de familienaam al eeuwen voor. Hij stak vanuit één of meerdere van voorgenoemde landen naar diverse andere landen de oceaan over.

 

Pavias

1. Naam naar het Oudfranse paveis: geplaveide plaats of weg. Beroepsbijnaam van de stratenmaker.

2. Of naar het Oudfranse pavart: groot schild. Beroepsbijnaam of bijnaam.

3. Variant van Pavia, zie daar. Het Nederlandse Pavias is mogelijk het gevolg van inwijking (zeeman ?) uit Italië, Portugal of Spanje. 

 

Payen(s), Paijen(s), Payant, Péan(t), Pean(t)

Naam uit het Franse en het Middelnederlandse payen, dit uit het Latijnse paganus: landman, boer, heiden.

 

Paz Rodriguez

Spaans-Portugese dubbelnaam:

Paz: Spaanse vorm van het Latijn pax: vrede. Bijnaam.

Rodriguez: patroniem, Spaanse vorm van de Germaanse voornaam Roderik.

 

Pe(c)queur, -ueux, Pé, Pecceu, Peccue, Peckeu, Pickeur, Pi(c)queu(r), Pi(c)quer, Pic(c)eu, Piccu, Piku, Pacqueu, Pak(e)u, Lepesqueur

Van het Oud-Picardisch Peskeur: visser. Een beroepsnaam dus.

 

Péchet, Peschet, -é, -er, Pesquet, Pe(c)quet, Péché, Peché, Pêcher, Pécher, Pecher

1. Naam uit het Oudfranse peschet: klein visje. Bijnaam.

2. Of uit pêcher: perzikboom. Beroepsbijnaam.

 

Pecto(o)r

Beroepsnaam uit het Naams-Waalse pèctôr (dit uit het Latijnse pictor): schilder.

 

Pede, Pédé, (van) Pee, Pée, De Pee, (van) Pe, (van) Pé, Van Pey, Vampe(e), Van Pie

Familienaam uit de plaatsnaam Pede (St.-Gertrudis-Pede en St.-Anna-Pede (Schepdaal) en Neerpede (Vlaams-Brabant)).

 

Peel (van), Van Pel, Van der Pelen, Peelen, Van der P(e)ijl, Van der Peyl, Verpeylen, Peels

1. Familienaam uit de plaatsnaam Peel (Noord-Brabant en Nederlands Limburg).

2.Zie ook Pelt (van).

 

Peer Van

Naam uit de plaatsnaam Peer.

 

Peereman(s), Peremans, Peer(de)mans, Peireman(s), Perreman(s),  Perman(n)e,

Perman(n)s

1. Patroniem afgeleid uit Petrus, Peer, Perre.

2. Beroepsnaam voor de teler of verkoper van peren.

3. Naamvariant van 'Van de Perre" (Perre: omheinde plaats of afgesloten terrein).

 

Peeter(s), -eers, Peter(s), -eers, Pe(e)ters(en), -sem, Van Peeterssen, Petes, Petersen(s),

-sons, Pet(t)ers(s)on, Pettersen, Pieters(e), Pieter(soone), Pietersma, Pieterz, Piter(s), Pitre, Pitters

Patroniem afgeleid van de naam Petrus. Pieters is Vlaams, Peeters is Brabants en Limburgs.

 

Peeterman(s), Petermann(e), Peterman(s), Pitermann, Pieterman(s), Petreman(d), P(i)etrement, Petraman

Familienaam uit de bijnaam die de Leuvenaars dragen. Petermannen naar hun patroonheilige St.-Pieter).

 

Peijen, Peyen, Peuijn

Patroniem, Friese knuffelvorm uit de voornaam Peije, afkomstig uit Feie, dit is weer afkomstig uit Fred...

 

Peirtsegaele: zie Perceval.

 

Pelckman(s), Pelkman(s), Pelkmann, Pelcman

Familienaam die wellicht uit de plaatsnaam Over- of Neerpelt (Limburg) afkomstig is.

 

Pelkman(s): zie Pelckmans.

 

Peleman(s), Peel(e)man(s), Pelleman(s)
Familienaam afgeleid van Peel/Peelt = moerassige grond (in België en Nederland voorkomend).

 

Pelgrim(s) - ins, -em, Pel(le)grims, De Pellegrin, Pellegrin(s), -ain, -ini, -ino, Pelegrin, Pel(le)grom(s), Bellegroms, Pilgrim, Pélerin, Pélérin, Pelerin, Pellerin(g), Pellarin, Pelerents

Familienaam uit het Middelnederlandse Pe(e)lgrim, het Franse Pélerin: vreemdeling, reiziger, pelgrim. Een bedevaartsstraf was in de middeleeuwen vrij normaal.

 

Pelicaen, Pélican, Pelikant, Pellica(e)n

Bijnaam naar de huisnaam (deze naar de naam of uithangbord met deze vogel).

 

Pélissier, Pelissier, Pellis(s)ier, De Pelichy, Depélichy, (du) Plessy, Du Plessis, Duplicy, (de) Pel(l)ecijn, -yn, (de) Pillecijn, -yn, Pélasine

Beroepsnaam uit het Oudfranse pelicier: bontwerker, pelshandelaar.

De familie van schrijver Filip De Pillecyn stamt zo uit de Savoie.

 

Pellens, Pillens, Pellin, Pillin, Pelles, Pellis

Patroniem afgeleid van de voornaam Peter.

 

Pels, Pelst

Beroepsbijnaam van de Pelsenmaker, de bontwerker.

 

Pelsmaker De, (de) Pelsma(e)(c)ker, (de) Pelsema(e)ker, (de) Pelsema(e)cker, De Pelssemaker, Pelsma(e)ker(s)

Beroepsnaam van de bontwerker.

 

Pelt (van)

1. Uit de plaatsnaam Pedele, later Peelt, Pelt in Adorp (Waals-Brabant  (nu Orp-le-Grand en Orp-le-Petit (Waals- Brabant) en Adorp in Groningen) en Groningen) of Kaggevinne (Vlaams-Brabant).

2. Uit de plaatsnaam Overpelt of Neerpelt (Limburg).

3. Zie ook Peel (van).

 

Pen, Penne

Naam uit het Middelnederlandse penne: pen, veer, schrijfpen.

Beroepsbijnaam voor een handelaar in schrijfveren.

 

Pen(n)inck, Penninc(k)x, -ing(s), -inc(h)x, -ynck, -ijnck, -ick(x), Penin(g), -ein, -incke, -inque, Spenninck, Pfenni(n)gs

Naam uit het Middelnederlandse penninc: muntnaam. Bijnaam of beroepsbijnaam.

 

Pensaert, -art, Peyns(h)aert, Peijnsaert, Pansaert(s), -ar(d), -aers, Ponsaert(s), -art(s),

-ar(d), -aers

1. Naam uit het Oudfranse pance: pens. Beroepsnaam van de penser, pensenkoper, slagersknecht, tripverkoper.

2. Zie ook Pinchart, Pinsard.

 

Peperman(s), Peepermans

Beroepsbijnaam van de peperhandelaar.

 

Peperstraete (van), Van Peperstraten

Naam uit de gelijknamige veel voorkomende plaatsnaam.

 

Peppinghaus, Pepplinkhuizen

Naam uit de plaatsnaam Peppinghausen (Noordrijn-Westfalen).

 

Perceval, Percevau(t), -vaux, Persevaux, Piessevaux, Per(s)segael, Peersegaele, Peir(t)segael(e)

Patroniem uit Perceval, Parsival. Deze naam komt uit de Brits-Keltische roman van Koning Arthur.

 

Perdaen: zie Paridaen.

 

Pere, Père, Peer(e), Peire, Peyr(e)

1. Bijnaam naar de vrucht: peer.

2. Mogelijk een patroniem uit Pierre.

 

Perneel, Pernel, Permel, Preneel, Perinaud, Perrenoud, Perniaux, Prenau, Pérénia, Pirnay, Pornel

Patroniem uit het het Romaanse Pernel/Perrinel. Dit is een afgeleide van Pierre (zie bij Petrus).

 

Pernot, -od, Purnot, Parnot, Prenot

Patroniem, knuffelvorm uit Perrinot, uit Pierre.

 

Perre Van de(r), Van Perre, Van de Peer(e), Van de(r) Per(ren), Van den Perre(n), Van der Per(e), Van der Pert, Van (de) Paar, Van de Paer, Van de Par(re), Vandeparre, Van der Parre(n)

Familenaam uit de veel voorkomende plaatsnaam Perre/Parre.

 

Perruche, Perrussel, Perus(se)

Familienaam uit de plaatsnaam Perrusse (Haute-Marne): plaats met stenen overdekt.

 

Perseau, Persiau(x), -ieaux, -ia, Perseo, -éo

1. Het Oudfranse 'persel', vervormde tot pers: bleek, paars. Wellicht dus een bijnaam.

2. Eventueel kan het een klankverandering zijn van Préseau(x).

 

Persoon(e), Persoons, -ooms, -on(ne), Parsons, Lepersonne, Lapersonne, Personnet

Het Middelnederlandse persoon, het Latijnse Persona betekenen: pastoor, parochiepriester. En die hadden vroeger nogal eens kinderen.

 

Persyn, -yns, -ijn, -ain, -eyn, -in(e), Percyn, Parcyns

1. Patroniem knuffelvorm uit de voornaam Perceval (deze is een literatuurnaam) of uit de voornaam Pierre.

2. Familienaam uit de plaatsnaam Esplechin (Henegouwen) of Esperchin in Wattrelos (Nord).

 

Pertsman, Peertsman, Peersman(s), Peirsman, Persmanne en wellicht ook Pisman

Patroniem uit de voornaam Perceval.

 

Pessemier(s) De, Pessemier(s), De Peissemier, Depessemiez, Passemier(s), Pos(s)emiers, Pussemier, Passenier(s), Possenier(s), Poussenier, Puissenier

Naam uit het Middelnederlandse persemier: woekeraar. Bijnaam.

 

Pétain, Pétin, Petein, Pétein, Pietin, Piétain, Pietain

1. Familienaam uit het Oudfranse pietin: dit is een soort wapen, een met ijzer beslagen stok. Beroeps(bij)naam.

2. Maar wellicht uit het Oudfranse piet, pié: voet. Bijnaam voor een voetganger, loper, zwerver.

 

Peteg(h)em Van, Vanpeteghem

Familienaam uit de plaatsnaam Petegem (2 x in Oost-Vlaanderen).

 

Petersil(le), Peterseil, -siel, -sille, Peetersille, Pietercelle, -cil, -sil, Perselis, Petersilie (Duits)

Beroepsbijnaam van kruidenier, kweker, ... uit de kruidennaam Peterselie.

 

Pétillon, Petillion, -eon, Pit(t)illion, Pit(t)eljon, Pittil(l)ioen, Pit(t)el(l)ioen, Pitelloein, Pintelon

Naam uit het Oudfranse pétillon: punt, naald. Beroepsnaam van de naaldenmaker.

 

Petitat, -ain, -eau, Petito(t), Petetot

Bijnaam uit petit: klein.

 

Pétré, Petré, Pètrè, Petrez, Pétrée

Pètrê is een Waalse plaatsnaam die 'wilde pereboom' betekent.

Daaruit is dan weer de familienaam afgeleid.

 

Petter (de)

1. Naam uit het Middelnederlandse putte, pitten, petten: water putten, scheppen.

2. Of uit De Peter: verwantschapsnaam Peter.

 

Peulings, -inckx, Puelings, -inc(k)x, Pulings, -inck(s), -in(ck)x, Pullin

Limburgse vorm van Paelings, zie bij Paling(s).

 

Peuteman(s)

1. Familienaam uit de plaatsnaam Peutie.

2. Zie ook Putteman(s).

 

Pevenage (van), Van Pevenaeg(g)e, -aeyge, -eayge, Pevernagie, Pevenasse, Pluvinage,

Beverna(e)g(i)e, -a(e)yge, -aeye

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Puvinage in Vloesberg (Henegouwen), Pevenage in Everbeek (Oost-Vlaanderen en in Verchain-Maugré (Nord).

De betekenis: openbare drinkplaats voor het vee.

 

Pfaff, Phaff, Paffen, Pfa(e)ffli, Pfäffle

Van origine Duitse familienaam, met een betekenis als Paaps: familienaam uit het Middelnederlandse pape: priester (die wellicht de vader was).

 

Pfeif(f)er, Pfayfer, Pheyffer, Pheijffer, Pfayfer, Phyffer, Feyfer, Feifer, Fajfer, -far, Fefer, Peif(f)er, Peyf(f)ers, Peijffers, Pieffer(t), Piffer(t)

Duitse beroepsnaam uit het Middelhoogduitse phîfer: fluiter, speelman.

 

Phalempin, Fale(m)pin, Fallempin, Valepin, -pyn, -pijn, Val(l)enpint, Vallepin

Familienaam uit de plaatsnaam Phalempin (Nord in Frankrijk).

 

Philip(art), Philippa(e)rt(s), -aars, -aers, -a(t), Philipaert, Flippart

Patroniem uit de heiligennaam Philippus.

 

Philip(pe)kin, Phillipekin, Flipkens

Patroniem uit de heiligennaam Philippus.

 

Philippo(t), Phelippot, Flipo(t), Phlippo, Phlypo, Flypo, Flippo, Philpot

Patroniem uit de voornaam Philippe.

 

Philippus, -y, -i, Philip(pe), Philipp, Philipe, Filpe, Philups, Phil(l)ips, Philipse, -pze, Van Philips, Plips(en), Philip(p)s(en), Philip(p)son, Phillippsen, Phlips, Phlups, Phlippsen, Filip(e), Falip, Filipp(i), -y, Flip(t)s, Flipse(n), Flyps, Fleps, Filipson, Philippi, -y, Filippi, Felipe

Patroniem uit de Griekse heiligennaam Philippos (=paardenliefhebber).

 

Andere P-bladzijden P | Pi | Pr

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Wil je de betekenis van jouw familienaam kennen ? Stuur een mailtje!  

Er zijn slechts drie voorwaarden:

- vermeld in je mailtje waarom je het wil weten,

- beperk je tot één of een paar namen.

- vermeld ook even hoe je op mijn site terecht kwam.

 

Soms moet je even geduld hebben: er zijn nogal wat aanvragen.

Kijk a.u.b. eerst of de gezochte naam er niet opstaat (bv. De Grote bij Groot, Verbeeck bij Beek en bv. Vranckx bij Frank). Zo bespaar je mij heel wat werk.

 

Literatuur:

De betekenis van toponymische samenstellingen (J .Van Loon - Onomastica neerlandica 1981)

Etymologisch woordenboek der Nederlandsche Taal (J. Vercoullie - Van Rysselberghe & Rombout 1925)

Huizinga's complete lijst van namen (A.Huizinga - Tirion 1998)

Middelnederlandsch handwoordenboek (J. Verdam -  Uit. Martinus Nijhoff 1949)

Middelnederlandse spraakkunst ( Dr. A. Van Loey - Wolters-Noordhoff 1980)

Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226) (Maurits Gysseling - Belg. interuniversitair centrum voor neerlandistiek 1960)

Vondelingen en hun naamgeving (L.De Man - Onomastica neerlandica 1956)

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003)