Familienamen

                                                                                                                           

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Andere M-bladzijden M | Me | Mi

 

 

Terug naar intro 

Het grootste deel van onderstaande info is een selectie uit: Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003).

Maarscha(c)lk De, De Maersschalck, De Maars(s)chalck, (de) Maerschalcke, Maerskalck(e), (de) Maes(s)cha(e)l(c)k, Demaerschalet, Masschalck, Maesschalkc, Maesschal, Maessckal, Maescalck, Maesschalck, Maelschaelck,

-schalk, Mayschalk

Beroepsnaam maarschalk: paardenknecht, stalknecht, hoefsmid, paardenarts, stalmeester. Meestal hoefsmid.

 

Maarten(s), -ense, Maerten(s), -ins, Marten(sen), Martens, Martin(s), -yn, -ijn, -ein, -eyn, -eijn, -ing, -insen, -insse, Martin, Mertin, Me(e)rten(s), Mertes, -us, Me(e)rt(s), Meerte, Meirt(e), Meets, Martinus(sen), Martinis(sen), Marthunussen, Demart(a)in

Patroniem afgeleid van de Latijnse voornaam Martinus. Martein is een variant van de Franse voornaam Martin.

 

Maas(s), Maes, Mas, Mees, Moos, Moes, Mos, Moës, Mues, Muës, Moeys, Moies, Moiës, Mous, Maassen, Maassene,Ma(a)sen, Maes(s)en(s), Ma(a)hsen, Mausen, Meess(s)en, Mesen, Mese(n)s, Me(e)zen, Meehsen, Moesen(s), Moesse(ns), Moosen(s), Mo(h)sen, Muesen, Muësen

Patroniem, afgeleid van de voornaam Thomas (wat in het Aramees tweeling betekent).

 

Mabe, Mabbe, Maebe, Mabesoone, Mabezoens, Smabers

Metroniem afgeleid van de voornaam Mabe = Mabelie = (A)Mabelia.

 

Mabille, Mabil(e), Mabel(e), Mabelis, Mabilde, Maubille

Metroniem naar de Franse voornaam Mabilia.

 

Macharis, Marcharis, Macaire, Maquair(e), Makaire, Marquaire, Maquer(e), Masscharis

Patroniem uit de Griekse heiligennaam Makarios. De Latijnse vorm is Macharius > Macharis.

 

Machelart

Verschrijving van Makelaar. Zie bij Makela(e)re De.

 

Machtelinck(x), -ynck, -ings, -inckt, -inks, -inkx, Magtelinck, Matelinck(x), Mactel(l)inck, Mastelinck, -ing, Maechtelinkx, Machelinckx, Machline, Magelinck(x), Mechelinck, -ynck

Afgeleide van een Germaanse magin-naam. 

 

Machtens, Masten

Metroniem of patroniem: knuffelvorm van de Germaanse voornaam Machtild of Machtolf.

 

Mack, Mac(k)e, Mak, Makkes, Macken(s), Maack, Maeck, Macq, Ma(u)que, Maucq

1. Patroniem uit de Germaanse voornaam Macco, een knuffelvorm van een Germaanse mag(in)-naam.

2. Petroniem, vrouwelijke vorm uit dezelfde naam: Macca.

 

Macor, Macor(p)s, Macoir, Macours, -rt, Mauco(u)rt, Macoers, Marcour(t), Malcorp(s), Macoy(e),

Ma(c)quoi, -oy, Macguoy, Macquoij, Manquoi, -oy, -oij, Mauquoi, Mau(c)quoy

De oudste voorbeelden wijzen duidelijk op een patroniem. Mogelijk uit Macharius (dat evolueerde tot Macaire)?. Maar wellicht uit de Germaanse voornaam Marcolf (mark + olf = Marcou) of Markward (=Ma(r)coir).

 

Madden(s), Meddens, Mattens, Mettens, Matens, Maetens, Met(h)ens

Patroniem, knuffelvorm uit een Germaanse mathal-naam.

 

Madelein(e), -eyn, -ijns, Maddel(e)in, -eyn, Madalyns, -ijns, Majolyn, Maseleyne, -yne, Mazelijne, -lyne, Maeseleyne, -yne, ijne, Majelijne, -yne, Marjelijne, Mardulyn, Mardeelyn

Metroniem van Madelaine, de Franse vorm van Magdalena.

 

Madou(x), Madoe(ts), Madou(e), Maudoux

Patroniem, Franse vorm van de Germaanse voornaam mathal-wulf.

 

Maegd(t) De, Demaegd, De Maagd, De Maeghdt, De Maeg(h)t, De Maght, Maag, Maege, Maegh(e), Mage, Maegh(t), Maghe, Maghue, Smagg(h)e, Smacghe, Smaeg(g)e, Smaeg(g)he, Smag(gh)ue

1. Familienaam uit het Middelnederlandse maech, mage: bloedverwant.

2. Ook een vondelingennaam is mogelijk: Peerken De Macht is gevonden op 14.03.1636 bij het Machdenhuys te Antwerpen.

 

(van de) Maele, Van de(r) Maelen, Van de(r) Malle, Van Mael(e), (van) Male, Van Malle, Vammale, Vermael(e(n)), Vermal(en)

De plaatsnaam Male betekent inzinking of depressie in het landschap. Deze plaatsnaam komt op zeer veel plaatsen voor.

 

Maelsaeke Van, -sa(e)cke, -zaeke, -sacke, -saele, Van Malsake, -saeke, -sack, Molzaet(t)e

Familienaam uit de plaatsnaam Maelzake in Etikhove (Oost-Vlaanderen) of in Kaster (West-Vlaanderen).

 

Maene(n), -ens, Maane(n), Manen(s)

Patroniem naar de Germaanse voornaam Mano, een variant van Manno: man.

 

Maenhou(d)t, Ma(e)nhaut, Maenaut, Manhou(d)t, Meenhout, Ma(e)rnhout, Maern(h)oudt

Patroniem uit de Germaanse voornaam man-wald.

 

Maere, Maeren(s), Maar, Maers

Metroniem, variant van de heiligennaam Maria.

 

Maereman, Maeremans,  zie Mariman.

 

Maesen Van der, Van der Maes(sen), Van der Maas, Van der Mas(s)en, Vermasen, Vermaes(en), Vermaas(en), Vermasse(n)

1. Familienaam uit de naam van de rivier of uit één van de vele waterloopjes

die dezelfde naam droegen.

2. Het kan ook een metroniem zijn uit de Germaanse naam Masse.

 

Van der Maeten, Vermaete

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam made, maet: wei, hooiland.

 

Maeyaert, Maya(e)rt, Maeyhaert

1. Metroniem uit de voornaam Maeye. Zie Maria.

2. Variant van Maillard. Zie bij Mallard.

 

(de) Maeyer, De Maeijer, De Maaijer, De Ma(a)yer, Majer, Mayer(s), De Meyer, (de) Moyer, De Muyer, Muyere

Beroepsnaam voor een maaier in de landbouw.

 

Maeze(e)le, Maezelle, Mase(e)le, Maese(e)le, Maeselle, Maisel, Maizel, Mayseel, Mazel, Mazeau, Mazay

1. Naam uit het Middelnederlandse masel (vleeshuis, slachthuis) of het Oudfranse mais(s)el (slagerij, slager). Beroepsnaam van de slager.

2. Metroniem uit de Germaanse voornaam Madala (math).

 

Maggen

Patroniem, knuffelvorm uit de Germaanse voornaam Mag(g)o (zie bij Magin).

 

Maghin, Mag(h)ain, Magein, Mag(h)uin, Magin, Magien

1. Knuffelvorm van de voornaam Marguerite (Margareta).

2. Of knuffel vorm van Marie (Maria).

 

Magis, Magits, Maugis, -uis, -uit, -uy

Patroniem, Waalse vorm van de Germaanse voornaam Madelgijs.

 

Magnus(son), Magnes, Mangnus, Mannus, Mannes

Patroniem uit de Latijnse voornaam Magnus (groot).

 

Maheu(x), Maheur, Mahu, Mahut(e), Mahé(e), Mahet, Méhu, Meheus, Mehuis, Mehuys, Meyhui, Meyhuys, Meyus, Meyes, Meyhi(u), Meijhui, Meijhiu

1. Patroniem uit de Franse vorm van de apostelnaam Mattheus.

2.Of metroniem van Maheut (Franse vorm van Machtild - Matilda).

 

Mahieu(x), Mahieus, Mahieur, Maiheu, Mahyeu, Mahieuw, Maieu(r), -eux,

Mayeu(x), -eur, Mahi(e), Mahy, Mahij, May, Maij, Mai, De Mahieu, Méhu, Mehuis, Mehuys,

Patroniem uit de Franse vorm van de apostelnaam Mattheus.

 

Maho(t)

Metroniem of verschrijving van de voornaam Mahaut.

 

Mainfroid, -froy, Meyfroid(t), -froit, -froyd, -froyt, -froot(s), -frood(t), -froet, Meijfroi(d)t, -froodt

Patroniem, Franse vorm (en de vervlaamsing ervan) van de Germaanse voornaam magin-frith.

 

Maire, Meir(e), Meiren(s), Me(e)rens

Metroniem uit het Franse Maire, de volksnaam voor Maria.

 

Majdoub (al)

Arabische naam uit mahjub: verborgen, bedekt.

 

Makela(e)re De, Maclart, Machelart

Beroepsnaam van de makelaar, koppelaar.

 

Makelberge (van), Makelberghe, (van) Mae(c)kelberg(h)(e), Van Mackelberg, (van) Mackelbergh(e), Van Mackelenbergh(e), Mackelberg(e), -bert, Maechelberghe

Familienaam uit de plaatsnaam Makenberge in het dorp Nomain (Nord).

 

Makkinga, Makkink

Friese patroniem uit de voornaam Makke. Makkink is de Saksische variant.

 

Malbranche, Maelbranche, Malbranque, Mallebrancke, -branche, Ma(e)lbrancke

Naam uit het Picardische malbranke: kwade tak, kwaad bos. Of uit akant, een geneeskrachtige plant.

In het eerste geval uit een plaatsnaam, in het tweede mogelijk een beroepsbijnaam.

 

Malbrant, Malbrand

Patroniem uit de Germaanse voornaam madal-brand.

 

Malder Van, Van Maldere(n), Van Maelder, Van Molder

Familienaam uit de plaatsnaam Malderen (Londerzeel) (Vlaams-Brabant).

 

Malesis, -sys

1. Familienaam uit de plaatsnaam Malzy (Aisne).

2. Variant van Mallésié. Zie daar.

 

Malet, Mallet

1. Familienaam uit het Oudfranse male: tas, koffer. Beroepsnaam voor de drager van ...

2. Patroniem uit een Germaanse mathal-naam.

 

Malfait, -fayt, -e(y)t, Maelfait, -feyt, -faet, Mailfait, Malefijt, Mallefait, -fet,

-fey(d)t, Mollefait

Bijnaam uit het zinwoord "die kwaad doet": boosdoener.

 

Malf(l)iet, Mafliet

Variant van de familienaam Mafit: d.i. Mau/lfils, kwade zoon.

 

Malfroid(t),-oit, -oy, -oij, -oo(i)t, -ooid, Mallefroy, Mauf(f)roy, Moffroid, Monfroy

Patroniem uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Madalfridus.

 

Malice, Malis(se), -ise, -ys(se), -ijsse, Mallisse, Molisse

Bijnaam uit het Franse malice: boosheid, list(igheid).

Wellicht verwijzend naar een karaktertrek.

 

Malingret, -ez, -eau(x), -aux, -iau(x), De Maleingreau, Maleingrau, Malengret, -e(z),

-é, -aux, -eau(x), Malongré(e), Malomgré, Malumgré

Bijnaam uit het Franse malingre: zwak, ziek.

 

Mallant Van, Mallan(t)s, Mallens

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Malland op Tholen (Zeeland).

 

Mallard, -a(r)t, -ar, -aert, -iard, Maiart, Mailiard, Maylaers, Maljaars, Maljer(e), Malliard, -a(r), Maeljaert, Mailliaert, Mayar(t), -at, -aux, -aud

1. Patroniem uit de Germaanse voornaam magin-hard.

2. Beroepsbijnaam uit het Oudfranse mail: hamer.

 

Malleg(h)o, Malego, Maligo

Henegouwse en Oost-Vlaamse vereenvoudiging van Malingreau. Zie bij Malingret.

 

Mallet: zie Malet.

 

Mallésié, Malaizier, Mallesie, Mallezie

1. Bijnaam uit het Franse malaisé: moeilijk, misvormd.

2. Of variant van Malesis: zie daar.

 

Mampaey

Familienaam uit de Brabantse plaatsnaam Manpad: voetpad.

 

Man (de), Man(n)s, Maens, Smans, De Mann(e), Demman(e), Demaen

Uit het Middelnederlandse man: man, mens, knaap, echtgenoot, leenman.

 

Mander Van der, Vermandel(e), Vermander(e), Vermanden

Familienaam uit de plaatsnaam Mander/Mandel in St.-Baafs-Vijve (West-Vlaanderen), dit naar de riviernaam de Mandel.

 

Manderick, -yck, Manricqus, Manrique, Mandrycus, Mandrick, Mandryck, Mandryxs, Mandrincx, Mendrik(s), Mammerickx, -inckx

Patroniem uit de Germaanse voornaam man-rîk.

 

(de) Mangelaer(s), (de) Mangelaars, (de) Mangeleer, Mangeleir, De Mangeleire, Mandelaers, Mondelaers, Mengelers, Mingelers

1. Beroepsnaam: mangelaar. Een mangelaar, monger, ... is een handelaar, een koopman (afgeleid van mangelen=ruilen).

2. Beroepsnaam afgeleid van het woord mangel: rol om het linnen glad te strijken.

3. Mandelaar kan ook een afleiding zijn van het Middelnedelands mandelen: het graan mandelen/zetten. Ook hier een beroepsnaam.

4. Mandelaar is mogelijk als beroepsnaam voor een mandenvlechter.

 

Mangelinck(x), -ings, -inckx, Manghelinckx, Mandelings

Wellicht een -lin afgeleide van de Germaanse voornaam Mangold of Manger.

 

Mangelschot(s), -schotz, Manguelschots

Bijnaam voor iemand die een mandeel (het aan de heer toekomende deel) als rente betaalt aan de heer.

 

Mangeot, Maingeot, Ma(i)njot, Mengeot, Menjot, Mentjot, Mentjosse, Mentjox, Mingeot

Patroniem, knuffelvorm uit Demange, een Franse variant van Dominicus.

 

Manhaeghe, Manha(e)ve

Familienaam uit de plaatsnaam Manhage in Deerlijk, Tielt en Wingene (West-Vlaanderen).

 

Manheimer, Mannheim(er), Man(n)heims, Maheim,

Naam uit de plaatsnaam Mannheim (Baden-Wurtemberg).

 

Mankes

1. Bijnaam voor de zoon van de manke.

2. Variant van Mencke.

 

Mannaert(s), -aers, -art, Man(n)ard, Manertz, Manaar, -a(a)

Patroniem uit het Germaanse man + hard.

 

Manneke(ns), Menneken(s), Menkens, Menni(c)ken, Mannequin

1. Patroniem uit een Germaanse man-naam.

2. Bijnaam voor voor een kleine man.

 

Mannens, -e(s), -ing, -inckx, Manin, Mennen(s), -e(s)

Patroniem uit de Germaanse voornaam Manno.

 

Mansfeld (van), Mannsfeldt, Mansvelt

1. Naam uit de plaatsnaam Mansfeld (Brandenburg, Sachsen-Anhalt).

2. Of uit Mansveld in Elingen (Vlaams-Brabant).

3. Of uit Mansfield (Nottinghamshire).

 

Manshoven (van), Manshof

Familienaam uit de plaatsnaam Manshoven in Borgloon, Berbroek en Broekom (Limburg).

 

Mantel, Mantels, Mantell, Manteau, Mantaux, Menteau, Mantia, Manteas

Naam uit het Middelnederlandse mantel, het Franse manteau: mantel.

Bijnaam voor de drager van of beroepsbijnaam voor de maker van.

 

Mantele(e)rs

Naam uit het Middelnederlandse mantelaer, -ere en het Middelhoogduitse manteler: maker of verkoper van mantels.

 

Marc, Mar(c)q, Marcus(e), Markus, Merkus, Marcu(ssen), Markusse(n), Marckus, Marck(s), Mark(s), Marc(k)x, Maerckx, Marx, Merk(s), Mer(k)x, Merck(x), Merc(k)s

Patroniem uit de Latijnse heiligennaam Marcus.

 

Marcel, -elle, Marsel, Mersel, Marceau(x), Marseau, Marsaud, -aut, Marciat, Marsia(t), Marchel, Marcil(le), Marsil(le), Marseille

Patroniem uit de Latijnse heiligennaam Marcellus, Marcilius.

 

Marcelis, -isse(n), Marcellis, Marseelis, Mas(s)elis, Mas(s)elus, Masselles, Mercelis, Messelis

Patroniem uit de Latijnse naam Marcellus/Marcilius.

 

Marchand(t), -ant, -ans, -amp, Le Marchand, De Marchant, Merchan,

Maer(s)chand, (de) Marecham, Marschang, Marcant, -an(d), Marquand, -uant, Lemarquand, Mercan, Massant, Missant(e), Mechant, Michant

Beroepsnaam voor een koopman. Dialectische verschuivingen zorgden o.a. voor een verschuiving naar Massant, ...

 

Marchoul, Marchouh, Marschou

1. Patroniem, Picardische variant van de Germaanse voornaam Mark-olf.

2. Zie ook Marsoul.

 

Marck(e) Van, Van Marcq(ue), Van Marcken, Van Maer(c)ken, Van Maerche

Familienaam uit de plaatsnaam Marke (West-Vlaanderen) of Maarke (Oost-Vlaanderen).

 

Marcus: zie Marc.

 

Maréchal (de), Marechal(e), Marécal, Marrecau, Marécaux, Marecaux, Marecauw, Demarecaux, Desmare(s)caux, -icaux, Mareschal, Maresceau, Marescau(x), Maresca, -ska, Marescot, Maresko, Maricha(e)l, Maricau(x), Marcault, -aud, Mareco, Marico(t), Mariko, Marchot, Marigot, Maricou, Marisc(h)al, Marischael, De Marichal, Demareschal, Masscha(e)l, Marissa(e)l, Marys(s)ael, Marijs(s)ael, Marissel, Marisa, Marissiaux, Marchal(e), Demarchal, Marchau(x), -aud, Masscho, Masco, Masso, Marsal, Marschal(s), Mars(c)hall

Beroepsnaam uit het Franse maréchal, uit het Nederlandse maarschalk: paardenknecht, hoefsmid, smid, stalmeester.

 

Mardulier: zie Marguillier.

 

Maren Van, Van Maare(n), Van (der) Ma(e)re(n), ...

Familienaam uit de plaatsnaam Maar(n), Maren, die op diverse plaatsen (Nederland) voorkomt en mogelijk terug te voeren is op maar, mare, meer.

 

Margam, -an(ne), Mergam, -an, -en, Marghem

1. Beroepsnaam die mogelijk afgeleid is van het Middelnederlandse margant: haak, gesp. Een soort handelaar ?

2.Plaatsnaam, afgeleid van Meregem (Merville in Frans-Vlaanderen).

11 de eeuw Merengehen.

 

Marginet, Margenat, Marginelle

Metroniem uit de voornaam Margareta.

 

Margu(i)llier, Margulies, Mardulier, Marguillier

Naam uit het Oudfranse marraglier, marlier: koster, pedel (toezichter bij jongeren).

 

Mariacour(t), Mauriaucourt

Naam uit de plaatsnaam Maricourt (Somme).

 

Mariën, Marien(s), Marrien, Maeriën, Mauriën, Moriën, Morien, Morriens

Metroniem uit de bijbelse voornaam Maria.

 

Marievoet, Marivoet, Mar(e)voet, Maer(e)voet, Maeri(e)voet, Morvoet

Familienaam uit de plaatsnaam Marievoorde in Pollickhove (Frans-Vlaanderen), Marivoorde in Westkapelle en Gistel-Ambacht (West-Vlaanderen).

 

Mariman, Maereman(s), Maerman

Metroniem uit de bijbelse voornaam Maria.

 

Marin, Marinus(sen), Marino, Marini, Marrin, Marijn(s), Maryn(s), Marrijns, Marincx, Marijnen, -ynen, Marinens, Marynes, Marinis, Marijnissen, Marynisssen, Marain, Mareen (Oost-Vlaamse verschrijving)

Patroniem afgeleid uit een Germaanse -mar-naam. (mêrja: beroemd).

 

Maris, Marris, Mar(r)es, Marissen(s), Marist

1. Metroniem uit de bijbelse voornaam Maria. De stamvader van o.a. het Wase geslacht Maris/Mares was in 1295 Willem ver Marien.

2. In sommige gevallen kan het ook een patroniem zijn uit de voornaam Maurits.

 

Mark Van der, Van de(r) Marck, Van der Marken, Van der Marcke(n), Van de(r) Marker, Vermaer(c)ken, Vermarcke, Van der Mer(c)ken, Van de Mer(c)k, Vermaurke, Vermorcken, Vermo(r)gen

1. Naam uit het Middelnederlandse marke, merke: grens(paal), grensland.

2. De Marke is ook een bijrivier van de Dender. Ook deze kan tot de naam geleid hebben.

 

Markiewicz, Marcovic(i), -vitch, -wicz, Markovic(s), -vitz, -vits, - -vitch, -wicz, -witch, Mrkovic, ...

Familienaam uit de verspreide Slavische plaatsnaam Markowitz, Markowice

 

Markusse: zie Marc.

 

Marmus(e), Marmu, Marmoy, Mermuys

Bijnaam afgeleid van het Oudfranse marmouser, marmuser: grommen, knorren. Het daaruit afgeleide Middelnederlandse marmoset betekende: aap, vervormde figuur. 

 

Marnier

Zie bij Maronnier.

 

Maronnier, Marnier, Mernier, Mornie

Beroepsnaam uit het Oudfranse mairenier: handelaar in hout voor dakwerken, timmerman.

 

Maroy, -oij, -oie, -oye(n), -oi(s), -oit, Marroy, -oye(n), Marro, Maroe, Maroo

Metroniem uit Maroie, dit is de Franse vorm van Maria. De tegenhanger van het Vlaamse Marien.

 

Marquet(te), -ez, -é, Market, -ey, Merket

Patroniem/metroniem uit de heiligennaam Marcus.

 

Marsé, -ee, Marzée, -ee

1. Familienaam uit de plaatsnaam Marsée in Bende (Luxemburg) en Ocquier (Luik).

2. Zie ook Demarché.

 

Marsoul(le), Marchoul

Metroniem uit de naam Maria.

 

Martelaer(e) De, Martelaere, -eere, Martelaire, De Martelare, -eire, De Maertelaer(e), -eire, -eere,

1. Bijnaam voor een martelaar, sukkel of naar de rol in de processie of toneel.

2. Of verschrijving van Mattelaer. Zie daar.

 

Martelé, -ez, -ée, Martlé, Mart(h)le

Naam uit het Oudfranse martel: hamer. Beroepsbijnaam voor de smid.

 

Martineau, -aux, -aud, -at, -el(le), -elli, -ello, -et, -ez

Patroniem (van Italiaanse, Franse, Spaanse,... komaf) uit de voornaam Martin. Zie verder bij Maarten.

 

Martroye

Naam uit het Oudfranse plaatsnaam Martroi: executieplaats. Er is o.a. een Martrois in de Côte-d-'or.

 

Marzee: zie Marsé.

 

Maseneer De, De Maseneir(e), De Maesenaar, -aere, -eer, -eir(e), Maesen(n)aere, De Masseneer, (de) Maeseleer

Vermoedelijk is maseleer de oorspronkelijke vorm van mazelen.

Bijnaam voor iemand met een puistig gezicht, iemand die mazellittekens droeg.

 

Masfranc(k), -franc(k)x, Maesfranck, -fran(k)x, Mafranc(kx), -fran(s), -frand, -frant, Maffrand

1. Patroniem uit de dubbele voornaam Maes(Thomaas) + Vrank/Frank. Zie verder bij Maes en Vranckx.

2. Naam uit de Romaanse plaatsnaam Mas franc: vrij landgoed. Er zijn er een aantal in Frankrijk.

 

Masier, Mazier(s), Mazz(i)er, Maisier, Maizier, Mézier

Familienaam uit mas: landhuis. Bewoner van een landgoed.

 

Masoin, Mazoin, Masuin, Mazuin, Maswiens

Naam uit het Latijnse mansuinus: pachter van een hoeve, een hof (manse). Beroepsnaam.

 

Masquelier, -ie(z), -ière, Masquellier, Masquely, Masquil(l)ier, Masqu(e)iller, Masquille, Maschel(l)ier, Masselier, Meslier

Familienaam uit het Oudfranse maceclier, maskelier, ... : slager.

Beroepsnaam.

 

Masquillier: zie Masquelier.
 

Massar(d), Massa(rt), -at, Massaer(t), Massaad, Maussart, Mossa

1. Patroniem uit de voornaam ThoMAS.

2. Naam van de schatbewaarder in Henegouwen en Waals-Vlaanderen.

 

Masselin, Masschelin, Masquelin, Masculin, Masschelein, -eyn

1. Patroniem wellicht afgeleid van een Germaanse mathal-naam.

2. Familienaam uit de Romaanse vorm van de plaatsnaam Machelen-bij-Deinze.

3. Sommige vormen komen mogelijk uit Marcel (Patroniem uit Marcellus).

 

Massin, Massein, Massinon(d), Mas(s)ion, Maussion, Massillon, Massignon, Massiot

Patroniem, Franse knuffelvormen van Thomas.

 

Massot(h), Mas(s)otte, Mas(s)o, Masood

Patroniem, Franse knuffelvormen van Thomas.

 

Masso(u)l, -oud, -oz, Massoels, Mossou(x)

1. Knuffelvorm uit de voornaam Thomas.

2. Bijnaam uit het Franse mal saoul/soûl: slecht verzadigd.

 

Massuir, Massuy(r), Massuij, Mas(s)uit, Masui(r), -uis, -uy(r), -uyer, Maswie, Mazui(r), -uy, Mazoyer, Masuger, Massuger, Maso(u)y, Lemas(s)uy

Beroepsnaam uit het Oudfranse masuier (dit uit het Latijnse mansuarius), uit het Luiks-Waalse masuy: pachter van een hoeve, cijnsboer.

 

Mast (de)

1. Het Middelnederlandse mast betekent: stang, mast. Het kan dus een bijnaam zijn voor een lange, opgeschoten kerel.

2. Het betekent ook voer, varkensvoer. Het kan dus ook een soort beroepsnaam zijn voor een varkenshoeder.

3. Het kan ook een verschrijving zijn van het Franse Dumas: huis, landhuis, hoeve.

 

Mast Van de(r)

Familienaam uit de plaatsnaam Ter Mast: plaats met veevoer, bv. eikels.

 

Mastboom(s), Mars(t)boom, Masbaum

Uit het Middelnederlandse mastboom: pijnboom, boom geschikt als mast. Bijnaam voor een opgeschoten kerel of uit de plaatsnaam Mastbos in Ginneken (Noord-Brabant).

De naam kan ook komen uit het Nederduits waar Mastboom slaat op eik en beuk waaronder de varkens aten. Bomen waaronder de varkens gemest werden.

 

Masure (de), Del(e)mazure, Del(e)masure, (de) Meseure, (de) Maz(e)ure, Demazures, Desmasure(s), Masur, Mazur, (de) Mesure, De Mezure, De Messure, Meseure, Mesuere, Messur(e)

Naam uit de Franse plaatsnaam Masure: woning, huis.

 

Matern(e), Materné, Materna, Mattern(e), Mathienne

Patroniem uit de Latijnse heiligennaam Maternus. In het Waals Matiène.

 

Mathelet, Matt(e)let, Mattelé, Matlet, Mat(h)olet, Mattelin, -lein, Mathelin, Mattelon, Mat(h)elot

Patroniem, knuffelvorm van Mathieu: zie verder bij Matheus.

 

Mathemeier

Duitse familienaam uit matt + meijer.

1. Matt: dit naamdeel kan verwijzen naar weide, melk, stro (dakbedekking), molen.

2. Meijer: uit het Latijnse maior: meier, rentmeester, vertegenwoordiger van de heer, ambtenaar, pachter.

De mathemeijer had dus wellicht toezicht op of beroepshalve te maken met, één van de in 1 genoemde zaken.

 

Matheus, Mattheus(s)en(s), Matheus(s)en(s), Matteus(sen),Matteeusen, Mat(te)eusen, Matheeus, Mat(t)eeus(e)en, Mattheeussen(s), Mat(t)heus(e), Matheeuwese, Matheeuwissen, Mattheeuws, -ee(u)sen, Matheeuwsens, Mat(t)heuws(en), Matheuwezen, Mathewe, Mat(h)aiwe, Mattheeff, Matheve, Mathieuwis, Mathees(en), Matthees(s)en(s), Mat(y)hew(s), Matthes(sen), Mat(h)eu, Matteu, Motheu, Motteu(x), Mat(t)hieu(x), Mathius, Mat(t)yus, Mat(t)hu(s), Mathuis, Mat(t)hues, Matthue, Mattues, Mathuvis, Mattei, Matthey, -(e)ij, Mat(h)ei, Mathey, Mathy(i), De Matteis, Mateo(s), Metus

1. Patroniem, uit de naam van de apostel en evangelist Mattheus: geschenk van Jahweh.

2. Er zijn ook Matheeuws die afkomstig zijn uit de familienaam Marteau: hamer d.i. beroepsbijnaam voor de smid

 

Mat(h)ias, Matthia(s), Mattia(s), Mathia(sz), Matyas, Matijas, Mathie, Mathij, Mathy(i), Mathis(e(n)), -iss(e), Matis(se), Matthi(is), Matthiss(en), Mathysen(s), Matthijzen, -hysen, Matthijsse, Mat(t)hijs(sen)(s), Matys(en), Mattys(se(n)s), Matysses, Mateijsen, Mattheys, Matheis(e(n)), Mat(t)heys(es), Methès(e), Mat(h)ère, Mathaise, Mataisse, Matyn(s), Mattyns, -ijns, Matthijns(sens),

Mattyns(sens), Mat(t)hieu(x), ...

Patroniem naar de naam van de apostel Matthias, die Judas' plaats innam.

 

Maton, -ons, Matton, Mathon, Mathon(n)et, Matonnet

1. Naam uit het Oudfranse maton: gewrongelde melk, kwark, wrongel. Voor handelaar of boer.

2. Patroniem, knuffelvorm uit Mathieu.

3. Soms uit Mouton, zie daar.

 

Matthijs: zie Mat(h)ias.

 

Matte, Mat(s), Mate, Matthe, Mathe(n), Matten(s), Mattes, Met, Metten(s), Vermet(ten), Matens, Maetens, Met(h)ens

Metroniem (voormoedernaam) . Matte/mette is een korte vorm van de Germaanse meisjesnaam Machteld, Methilde.

 

Mattelaer(e), Mat(t)elart, Mathelart

Naam uit het Middelnederlandse madelaer: zaakwaarnemer, boedelredder. Beroepsnaam.

 

Mattheeuws: zie Matheus.

 

Mauger, -é, Moger, Magier, Maelegheer, Malengier, Malingie, Malengé, Malleng(i)er, Mallinger, Mallentjer, Demaillinger

Patroniem uit de Germaanse voornaam 'Mathalger': vergaderplaats-speer.

 

Maurik (van), (van) Mourik, Van Mouwerik, Mouriks, Mauriks

Familienaam uit de plaatsnaam Maurik (Gelderland).

 

Maurits, -itz, -ice, -ich, -is, -us, -ize, -izio, Mourus, Maurissen(s), -isse, Mourice, -isse(ns), Morice, -itz, -ys(se), -is(se), -issen(s), -es, Morris(se), Moeris, Mo(o)ris, Meurice, -is(se), -ist, -ysse, -us, Muric(h)e, -is, -ysse, Marys(se), -ijsse, -issen(s), -is(se), -ist, Marris, De Maurissens, Deme(u)rise, Demerrisse

Patroniem uit de Latijnse heiligennaam Mauritius (afgeleid van Maurus: moor, bewoner van Mauretanië).

 

Maurois, -oit, -oy, -o(o), Malrait, Malroit, Moroy, Morroir

1. Uit de plaatsnaam Maurois (Nord).

2. Bijnaam: mal roy: slechte koning. Waarschijnlijk bijnaam voor een Leroy. Zie bij Leroi(e).

 

Maury, Mauris, Mor(r)y, Moury

Patroniem, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam mathal-rîk (Madelricus).

Sommige vormen komen wellicht uit Mourier, een plaatsnaam die moerbeiboom betekent. Of misschien een beroepsnaam is.

Zie bij Dumourier.

 

Mauw (de), Mau

1. Beroepsbijnaam naar de mouw.

2. Uit de plaatsnaam Meaux.

 

Mauws

1. Genitief van De Mauw: zie daar.

2. Bijnaam uit het Duitse maus.

3. Genitief van De Mauwer: die mauwt, jankt, kwaadspreekt.

 

Max, Maxe, Maex, Mex

Patroniem, verkorte vorm van de Romeinse naam Maxentius, Maximus, ...

 

Andere M-bladzijden M | Me | Mi

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Wil je de betekenis van jouw familienaam kennen ? Stuur een mailtje!  

Er zijn slechts drie voorwaarden:

- vermeld in je mailtje waarom je het wil weten,

- beperk je tot één of een paar namen.

- vermeld ook even hoe je op mijn site terecht kwam.

 

Soms moet je even geduld hebben: er zijn nogal wat aanvragen.

Kijk a.u.b. eerst of de gezochte naam er niet opstaat (bv. De Grote bij Groot, Verbeeck bij Beek en bv. Vranckx bij Frank). Zo bespaar je mij heel wat werk.

 

Literatuur:

De betekenis van toponymische samenstellingen (J .Van Loon - Onomastica neerlandica 1981)

Etymologisch woordenboek der Nederlandsche Taal (J. Vercoullie - Van Rysselberghe & Rombout 1925)

Huizinga's complete lijst van namen (A.Huizinga - Tirion 1998)

Middelnederlandsch handwoordenboek (J. Verdam -  Uit. Martinus Nijhoff 1949)

Middelnederlandse spraakkunst ( Dr. A. Van Loey - Wolters-Noordhoff 1980)

Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226)  (Maurits Gysseling - Belg. interuniversitair centrum voor neerlandistiek 1960)

Vondelingen en hun naamgeving (L.De Man - Onomastica neerlandica 1956)

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003)