Familienamen

                                                                                                                            

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Andere L-bladzijden L | Le | Li

 

 

Terug naar intro 

Het grootste deel van onderstaande info is een selectie uit: Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003).

Laager-Scherer

Dubbele Duitse familienaam uit:

Laager/Lager: uit de plaatsnaam lage(r) (lager gelegen of gewoon "plaats") en

Scherer: beroepsnaam van de baardscheerder, lakenscheerder, droogscheerder...

 

Laak Van (de(r)), Van Lae(c)ke, Van Lae(c)ken, Van Lake(n), Van La(e)rken, Lake, Van de Laeken, Verlaecke(n), Verlaeken, Verlaak, Verlaeck, Verlaeckt, Verlack(t), Verla(e)t, Lakeman(s), Laekeman(s), Laackmann, Laeckmann, Lackman(n), Lacman, Lacqueman(s), -manne, -mant, -ment

Familienaam uit de plaatsnaam Lake/Laeck. Deze plaatsnaam komt/kwam veelvuldig voor in het Nederlandstalig en Duitse gebied.

 

Laar Van (de), Van (de) Laer, Van de Lair, Von der Lahr, Van La(e)re, Laarman(s), -mann, Laermans, Laremans, Laeremans, -mens, Laermemans, Leerman, Leirman

Familienaam afgeleid van de zeer verspreide plaatsnaam 'Laar' = open plek in het bos, bosweide. Maar ook bosachtig of moerassig terrein.

 

Laarhoven (van), Van Laerhoven

Naam uit de plaatsnaam Laerhoef ((laar-hove) in Hoogstraten.

 

Labi(e), Laby(e), Labby, Labbie, Delabie, Delaby(e), Delabij, Delabby

Familienaam uit het Oudfranse abie/abeie: abdij.

Naar woon- of werkplaats.

 

Labry, Labrie, Labrie, La Brijn, Labree, De Brie, Labrijn

Naam uit Saône-et-Loire en Lotharingen. Naam uit de plaatsnaam l'abri: beschermde plaats. Of uit la brie: moerassig gebied of heuvel (afhankelijk van de Franse regio). Vele varianten in Nederland.

Misschien soms patroniem uit de Latijnse naam Laberius.

 

Lacaille, Lecail(le), Lakaille

Bijnaam uit het Franse caille: kwartel. Bijnaam naar een bepaald ? gedrag.

 

Lachaert

Familienaam afgeleid uit het werkwoord lachen. Bijnaam voor een lacher,

een vriendelijk iemand.

 

Lachard, Lascar, Laskar, Lasker (deze laatste hoort misschien niet in het rijtje)

Naam uit het Oudfranse lasche: los, ontspannen, zacht, maar laf. Bijnaam.

Zie ook bij Lasker.

 

Laden(t), -an(t), -ang(h), -am, Ledent, -ens, -ant, -ain

1. Bijnaam uit het Franse dent: tand (opvallende tanden of tandarts?).

2. Zie ook Ledain.

 

Ladsous, Ladesou, Ladrisou, Deladessous, De Ladessous, De Ladersous, Laderjoes

Familienaam uit de plaatsnaam Là-dessous: daar beneden. Dit in Blaregnies en in Gozée (Henegouwen).

 

Laender De, De Lander, Lander(s), Laeners, Laner

Naam uit het Middelnederlandse laenre: slechtvalk of lannervalk (ook wel steenvalk genoemd). Bijnaam naar de vogel of beroepsbijnaam van de valkenier.

 

Laenen(s), Lanen(s), Lane(s), Laane(n)

Metroniem Lane, verkorte vorm van van de Latijnse heiligennaam Juliana.

 

Laere De, Delaere, De Larre

Waarschijnlijk vervlaamste vorm van Delard.

Zie bij Dulard.

 

Laes, Laas, Las

Verkorte vorm van de bijbelse voornaam Elia(s) of Nicolaas.

 

Laet De, De Laat, De Laedt, Laets, Laats(ch), Slaets, Slaats, Sla(e)dts, Slaes, Sluy(d)ts, Sluijts

Familienaam uit het Middelnederlandse laet: horige, laat, vrijgelaten eigenhorige.

 

Laevens

Zie bij Lauwen(s) en bij Laven(s).

 

Lafon(t), Lafond, La Fong, Laffon(t)

Familienaam uit de Oudfranse plaatsnaam font: bron.

 

Laga(e), Lagha, Lagauw

Volgens onderzoeker Peene komt het uit Del Aga (Van de Watere).

Marc Lagae uit Aalter echter ziet het heel anders.

Gilis Van der Vaet, overleden ca. 1547 te Heule had voorgaande schrijfwijze. Deze evolueeerde in 1579 in Heule tot Jan Van le Haet. Die naam werd dan weer het slachtoffer van de Westvlaamste g/h verschuiving: Jan van le Gaet. Via een aantal tussenvormen was het in 1604 al Jan Lega.

Het veelvuldig voorkomen van naamvarianten in het Skandinavisch gebied zou kunnen wijzen op een oorsprong in (zuid) Skandinavië. Het zou dan een soort patroniem zijn: beschermer van (Gods) wet (uit onderzoek van Bert Lava).

Zie ook Lava.

 

Lagaert, Lagard, Lagaet

1. Komt mogelijk uit het werkwoord lagen: ruilen, verruilen. Bijnaam.

2. In veel gevallen zal de de naam echter afkomstig zijn uit het voornamelijk Oostvlaamse Laga(e). Zie bij Laga(e).

 

Lagasse, Lagac(h)e, Laguasse, Lagaesse, La Gaesse, Lagauche, La Gauche, Lagatie, Lagassy, Legacie, Lagacé, Lagas(t), Lagaste dit Lagasse, Legas(se), Legast(e), Lag(u)esse, Lages, Agache, Agasse, Aguesse

Naam uit het Oudfranse agace, het Picardische agache, het Luiks-Waalse aguèsse: ekster. Bijnaam voor een prater.

 

Lagas(t)

Zie bij Lagasse en bij Gast (de).

 

Lagneau(x), -au(x), -a, -iau(x), -ieaux, Longneaux, -iaux, Laigneaux, -oux, -e(i)le, Lenjou, Lainel, Le(a)ignel, Len(g)yel, Lingnau, Ligne(e)l, Le Néel, Lyn(n)eel, Lijnneel, Lognay, -ais

Naam uit het Oudfranse a(i)gnel: lam, schaap.

Bijnaam voor iemand met een zacht karakter of huisnaam.  

 

Lair(e), Lhair, L'Hair, Leir, Leire(ns), Leyre, Leer(ens), Lere(ns)

Patroniem, verkorte vorm van de heiligennaam Hilarius.

 

Laitem, Laithem, Delaitemps, Letems, Lethem, Letent, Leutem, Lietem, Liétem

1. Naam uit het Franse laid temp: slecht weer. Bijnaam voor iemand met een slecht humeur.

2. Zie ook Latem Van. Deze mogelijkheid is voor een aantal varianten (Lait(h)em, Leutem, Lethem, ...) niet uit te sluiten.

 

Lake(n) Van, Van Lae(c)ken, Van Lacken, Van La(e)rken, Van Larcken

1. Familienaam uit de plaatsnaam Laken (Brussel).

2. Zie ook Laak.

 

Lallemand, L'Allemand, Lalleman(t), -mang, -mend, -ment, Laleman(d), -ment, Lalmend, -man(t)

Naam voor iemand uit Duitsland.

 

Laloyaux

Familienaam afgeleid van het Oudfranse 'oloel' = leeuwerik.

Wellicht een bijnaam komende van muzikale eigenschappen.

 

Lamant, -and, -end, Laemant

Bijnaam uit l'amant: minnaar.

 

Lamb(e)lin, -lain, Lemblin, Lambelein, Lamelyn, Lamlin, -lyn, -lijn, Lemmelyn, -lijn, Lemmerling, -lijn

Patroniem, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Lambrecht.

 

Lambertijn, -yn, Lammertijn, -yn, -in, -eyn, Lamertin, -e(y)n, Lammertink

Patroniem, vleivorm van Lambert, Lammert, Lambrecht.

 

Lambie: zie Lambier.

 

Lambier, -iet, -ié, -ie, -y, -ij

1. Patroniem, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Lambrecht. Zie Lambrecht.

2. De familienaam Langbeen uit Zuid-Oost-Vlaanderen werd in de 19 de eeuw verschreven tot Lambier.

 

Lambo, -oo, Lambot(te), Lembo, Lampo

Patroniem uit de Germaanse voornaam Lambert (landa-berth).

 

Lambrecht(s), -brechs, -brechtsen, -berechts, -beregts, -breg(h)t, -breg(t)s, -bregchts, -bregtse, - bregh(t)s, -brexhe, -breckx, -breck(s), -brecq, -bretchts, -brecth(s), -bricht(s), -brich(s), -brigt(s), -brigh(t)s, -bericts, -bri(c)ks, -brick(s), -brix, -brik, Lamprecht, Lemb(e)rechts, Lembreg(h)t(s), Lembrik, Lombrechts, Lambert(s), -ber(t)z, -bers, -beir, -ber(g), -bart, -baere, -baert(s), Delambert, Lampers, Lember(t), Lemper(e), Lampert(h), -pa(e)rt, -pertz, Lempart, -pert, Lambaets, -beets, Lamerichs, -igts, Lammerich, Lammert(s), Lamert,    Lammerz, Lemmaert, Lammer, Lam(m)ers, Laemers, Lemmer(s), -erz

Patroniem naar de Germaanse voornaam 'landa-berhte' = land-schitterend.

 

Lamittens

Verdwenen familienaam: mogelijk patroniem, knuffelvorm van Lamyns, d.i. weer een knuffelvorm van Lambrecht.

 

Lamiroy

Verschrijving van Lamiré, dit uit het Middelfranse l'amiré: admiraal, bevelhebber.

 

Lammen(s), Lamens(ch), Laamens, Lamyns, -ijns, -eyn(s), Lemmen, Lemme(n)s, Lampin(g), Lampen(s), Lempen(s)

Patroniem, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Lambrecht.

 

Lammer(s), Lamer(s), Laemers, Lemmer(s), De Lamper, Lampers, Lemper(e), Lempère

1. Naam uit het Middelnederlandse lam(p): lam. Beroepsnaam voor de schaapherder.

2. Soms ook variant van Lambrecht(s). Zie daar verder

 

Lamont, Lammont, Lamon(d), Lamonte, Laemont, Van Lamoen, Lamoen(s)

Familienaam uit de plaatsnaam L'amont: stroomopwaarts, hoger gelegen land.

Er is o.a. een Lamont in Kwaremont (Oost-Vlaanderen).

 

Lamprou

1. Variant van Lamprau. Naam uit het Oudfranse lampriel, het Franse lapereau, het Middelnederlandse lampreel: konijntje. Bijnaam of beroepsbijnaam (kweker).

2. Patroniem uit een Franstalige variant (bvb Lampreu) van Lambert.

3. Naam uit het Oudfranse emperere, het Franse empereur (l'empereur): keizer. Bijnaam (bvb uit een schuttersgilde).

 

Lancier(s), Lanssiers, De Lansier

Beroepsnaam uit het Middelfranse lancier: lansier (soldaat die met een lans vocht), maker van lansen.

 

Lancker(e) Van, Van Lanker, Van Lanckeren, Van Lancre

Familienaam komende uit de samentrekking van de plaatsnaam Langacker (o.a. in Oudenaarde).

 

Lanckriet (van), Lan(g)kriet, Lancriet

Deze familienaam die na 1620 in Vlaanderen verschijnt wordt dan geschreven als Lancry, Lancly, Lancryet en Lancriet. Zie hieronder bij Lancry.

Zie ook Langerijt Van de.

 

Lancry, Lancri

Patroniem: Romaanse vorm (Pas-de-Calais) van de Germaanse voornaam lang + rïk.

 

Landeg(h)em (van)

Familienaam uit de plaatsnaam Landegem (Oost-Vlaanderen).

 

Lande(n) Van de(r)

1. Naam die verwijst naar "land" (plaatsnaam).

2. Of uit de plaatsnaam Landen (Vlaams-Brabant).

 

Landmeter De, Delantmeter, Land(t)me(e)ters, Lantmeeters, Landmesser

Beroepsnaam van de landmeter.

 

Landoy

Uiterst zeldzame naam met een onduidelijke betekenis, mogelijk:

1. Naam uit de Oudengelse plaatsnaam Landon: lange heuvel. Of uit Land: bosrandbewoner, iemand die op het land woont.

Gezien het bijna geïsoleerd voorkomen op één plaats aan de Belgische kust betreffen het hier mogelijk afstammelingen van een Engelse inwijkeling. Dan is de naam wellicht een variant van Lando (mogelijke betekenissen hierboven). Stamboomonderzoek kan hier alleen wat meer zekerheid geven.

2. Familienaam afgeleid van de Franse plaatsnaam Lannoy (Nord, Oise). Komt van het Latijnse alnetum en het Franse aunaie: elzenbos.

3. Of uit de Germaanse naam Andoward (and + wardan).

4. ...

 

Landsberg, Landesberg, Landsbergier, Langsberg, Lansberg(h), -bergen

Familienaam afgeleid van de in Duitsland veel voorkomende naam Landsberg.

 

Landstra

Friese patroniem uit de Germaanse voornaam Land(o).

 

Landuit (van), (van) Landuy(d)t, (van) Landuijt, Landeut

Naam uit de plaatsnaam Landuit in Denderleeuw, Lede, Melsele, Mere en Zegelsem (Oost-Vlaanderen), Kasteelbrakel (Waals-Brabant),

 

Langaskens

Patroniem + bijnaam. Verschrijving van Langhanskens: lange Hans.

 

Langbeen, -behn, -be(i)n, Lan(c)kbeen, Lambeens

Bijnaam voor iemand met lange benen.

 

(de) Lang(e), (de) Langen, Delanghe, De Langh(e), (de) Leng, Lelangue, Delangue, Langh, Lanck, Langens, Slang(h)en

Bijnaam naar de grote gestalte van de voorvader.

 

Langenacker Van, Van Langenak(k)er, -aeker, -a(e)ken, Van Languema(c)kers, Van Lanquenakers, Langena(e)kers, -aeken(s), Languenakers, -aeken, Langenhaek, Lancka(c)ker

Familienaam uit de plaatsnaam Lang(en)akker (letterlijk een lange akker) in Geluwe (West-Vlaanderen), Helderen en Wellen (Limburg).

 

(van den) Langenberg, (van den) Langenbergh, Slangenberg

1. Familienaam uit de plaatsnaam Langenberg in Lichtaart en Wortel (Antwerpen).

2. Familienaam uit de verspreide Duitse plaatsnaam Langeberg.

Zie ook Slangenburg.

 

Langendonk Van, Vanlangendonck, Van Lang(h)endonck(t), Langendo(n)ck,

Langedo(n)ck, Van Lagendock

Familienaam afgeleid uit de plaatsnaam Langedonk (lage zandrug) in Haacht (Brabant), Kampenhout (Brabant), Kasterlee (Antwerpen), Herent (Brabant), ...Ook in Nederland is er een Langdonc in Rozendaal-Langdonk.

 

Langendries, Langhe(n)dries, Langhendris, Langhenaries, Landries

1. Familienaam uit de plaatsnaam Langdries in Ulbeek (Nederlands-Limburg), Landries in Aaigem (Oost-Vlaanderen). De plaatsnaam komt wellicht uit lange (uitgestrekte) + dries.

2. Mogelijk is het soms een patroniem uit lange Dries (Andreas).

 

Langenhove(n) Van, Lan(h)ove, Van Languenhove, Van Langenhof, Langenhoff

Familienaam uit de plaatsnaam Langenhove (lange hoeve), o.a. in Opwijk (Vlaams-Brabant) en Langenhof (Nedersaksen).

 

Langenus, Lanckneus, Langnese

Bijnaam naar een lange neus.

 

Langerijt Van de, Van de Langeryt, (van) Lanckriet

Familienaam uit de plaatsnaam Lange Riet/Rijt: lange waterloop, langwerpig nat land (o.a. Lange Rijt in Brecht (Antwerpen).

 

Langui, Languy, Langie, Langhi, Langhuie

Bijnaam uit het Middelfrans languis: kwijnend, ziekelijk.

 

(de) Lanier, Lani(ez), Lannier, Lanni(e), Leni(e), Leny, Liny, Lini, Delaneer, (de) Lanneer, De Lanner, Lanners

1. Beroepsnaam van het Oudfranse lanier = wolbewerker.

2. Beroepsnaam afgeleid van l'ânier = de ezeldrijver.

3. Het Oudfranse lanier, lenier = soort valk. Mogelijk een bijnaam of zelfs afgeleid van de beroepsnaam valkenier.

4. Het Oudfranse lanier en lenier betekent ook lui, traag, schuchter, laf: in dit geval een bijnaam.

Zie ook Deligny.

 

Lannoo: zie Lanoye.

 

Lan(n)oy(e), -oij(e), -ois, -oyt, Lanoi(t), Lan(n)oot(e), Lanotte, Lano, Lan(n)oo, Lan(n)oey(e), Launay, Lanois, -oy, Lon(n)ay, Lhonai, Lhonnay, Lonnoy

Familienaam afgeleid van de Franse plaatsnaam Lannoy (Nord, Oise). Komt van het Latijnse alnetum en het Franse aunaie: elzenbos.

 

Lanting

Familienaam afgeleid van de Germaanse voornaam 'Lande' : land.

 

Lapomme, Lepomme, Lapon

Verschrijving van Lapaume. Dit uit het Oudfranse paume: palmtak, pelgrimstocht. Bijnaam voor een pelgrim.

 

Larminier, L(h)erminier, Larmonier, L'Herminez, L(h)erminez, L'hermenez

Naam uit het Franse hermine: hermelijn. Het Oudfranse herminet:hermelijnen mantel. Berooepsnaam van de bontwerker, de pelsenmaker.

 

Larmuseau, -lau(x), leau, Larmusseau, Lermusi(e)au(x), -eau, Darmusi(e)au

Naam uit het Franse larmuse: kleine grijze hagedis. Bijnaam voor een klein behendig mens.

 

Las: zie Laes.

 

Laschet, Laschette, Lachet(te), Laeschet

Familienaam uit de plaatsnaam Laschet, d.i. Latescheid: laathof in Eupen en in Homburg (Luik).

 

Lasker, Lask(i), Laska, Lasky (Poolse variant)

Joodse naam uit de Poolse plaatsnaam Lask(o) (in Sieradz). Hij komt ondertussen in heel wat landen voor.

Zie ook bij Lachard.

 

Lasseel, -au(x), -aut, -eau(x), -ay

Familienaam uit de plaatsnaam Assel (Hasselt) of Lassay in Luxemburg.

 

Lassue, Lasué, Las(s)uy(t)

1. Variant van Lassus: Franstalige vorm van Derboven.

2. Of en wellicht variant van Laseur: beroepsnaam uit het Oudfranse seurre/sure. naaier, schoenmaker.

 

Last

Beroepsbijnaam voor een lastdrager of bijnaam voor een hardnekkig/lastig iemand.

 

Latair(e), Lateir, Laterre

Waalse variant van Later De.

 

Latem Van, Van Lathem, Van La(e)ten, Van Laet(h)em, Laethem, Van Latum, Van Laethum, Van Laethen, (van) Lautem, (van) Lauten, Laton, Van Lat(t)on, Verlathem, Verla(e)ten

Familienaam uit de plaatsnaam Latem (Bierbeek -Vlaams-Brabant), St.-Maria-Latem en St.-Martens-Latem (Oost-Vlaanderen) of uit Lathum (Gelderland).

 

Later De, De La(e)ter(e)

1. Beroepsnaam van de aderlater, de chirurgijn.

2. Zie ook Delattre.

 

Lathouwer (de), De Lat(t)hauwer, (de) Lathouwers, De Laethauwer, Lathouders

Beroepsnaam voor de lathouwer, de lattenkliever.

 

Latouche, Letouche, Des Touches, Destouches

Familienaam afgeleid van de Oudfranse 'tosche/tousche': bosje.

Zo is er o.a. de plaats Estouches in het FraZie hieronder.nse gebied Seine-Oise.

 

Latré, -e(z), -ée, Lattré, -e(z)

Naam uit Letteret, uit het Franse latte: lat. Uit het Luiker Waalse

lat(e)rê:plafondlatje. Beroepsbijnaam van de  lathouwer of bijnaam voor een lang, mager persoon.

 

Latruwe

Vervlaamsing van de Franse naam La Truie. Kijk bij Letroye.

 

Latte (de), Latten

1. Naam uit het Middelnederlandse latte: lat, daklat, panlat. Beroepsbijnaam van de  lathouwer of bijnaam voor een lang, mager persoon.

2.Delatte kan een Waalse variant zijn van Delattre of De Later (zie Later).

 

Latteur, -eux, Lateur, Delat(t)eur

Beroepsnaam uit het Oudfranse latter: met latten beslaan, latten klieven. Waalse variant van (de) Lathouwer.

 

Laude

Naam uit de Germaanse voornaam Ludo (naam uit het Germaanse Liud) of uit de voornaam Lode.

 

Laude(n)s, Laudus

Schrijfvariant van Lodens. Zie bij Lodens.

 

Laudus, Laudy, -ij

1. Latinisering van Laude. Zie daar.

2. Verschrijving van Laude(n)s. Zie daar.

 

Lauman(s), Laumen

Patroniem uit de heiligennaam Laurentius.

 

Laurenssen: zie Laurentius.

 

Laurentius, Laurens, -ens(s)e, -ents, -ensis, -encis, Lourens(e), Lawcence, Laurent, -and, -ent, -end, Leaurent, Laurenti(i), -ty, -sy, Laureins, -eyn(s), -eij(n)s, -eys, Laure(y)nssens, Laureys(s)en(s), -eijs(s)en(s), -ijs(ens), -ijssen(s), -ys(s)en(s), -ys(se),Lauwrijs, -ys, -eys(sen), -eyssens, Louwerens, Lauwereins, -eyns, -eijns, -ens, -ijns, -yns, -es, Lauw(e)rens(s)ens, Lauwereys(sens), -eijs(sens), ijs(en), -ijssen(s), -ys(t), -ysen, -yssen(s), Lauvrys,-ijs, Lavreys(en), -eijsen, -ys(en), -ijs, -ijs(s)en, Lorent, Loran(d), Lorreng, Lorang, Lorent, -end, -ens, Lorentsen, -tz(en), -z(en), Lorenzo(n), -zi, -si, Lorinz, -inc(z), -enc, Lörincz, Loreis, Leurent, -ant, Leuris

Patroniem uit de Latijnse heiligennaam Laurentius.

 

Laurier(s), Laurie, Lauwerie(r), -ière, Lauw(a)rier, Lorie(rs), Lorié,  Lori(e), Leurier

Uit het Franse laurier: laurier. Beroepsbijnaam voor de kruidenhandelaar of bijnaam naar de huisnaam.

 

Laurin, -inc, Leurin, Lurin(c)x, Lorin, -yn, Lorein(g), -eyn, Laeveren

Patroniem, knuffelvorm van de heiligennaam Laurentius.

 

Laus, Slaus

1. Patroniem, verkorte vorm van de voornaam NicoLAUS.

2. Patroniem, verkorte vorm van de heiligennaam LAUrentius.

 

Lauwaert(s), -aers, -aet, Louward, -a(e)rt, Loward, -art, -a(e)rtz, Louard, -a(r)t, Luwaert, Lovaert, Lavaert(s), Laevaerts

1. Bijnaam uit het Middelnederlandse laeu: lauw, vadsig, onverschillig, lui.

2. Patroniem uit de heiligennaam Laurentius.

 

Lauwen(s), La(e)ven(s), Lauvens, Louwin(c)k, Lovink

Patroniem uit de heiligennaam Laurentius.

 

Lauwer(s), Lau(e)rsen, Louwers(e), Lauer(s), La(e)vers, Laus, Leuwer(s), Leu(r)s

1. Patroniem: verkorte vorm van Laurentius.

2. Zie ook (de) Lauwer.
 
(de) Lauwer, De Laever

1. Beroepsnaam van de leerbereider, de looier. Middelnederlands: lauwer.

2. Zie ook Lauwers.

 

Lauwick, -yck, -ijck, -ych, Lo(u)wyck, -ijck, Lawik

1. Zie Lodewick(x).

2. Familienaam uit de plaatsnaam Lawik/Lowik. Lawik in Woumen (West-Vlaanderen) en Lowik in Markelo (Overijssel).

 

Lava, Leva

1. Variant van Laga. 1632 Charles Laga (Heule) is de vader van Petronella Laga, maar de volgende kinderen heten Lava en Leva. (Zie Laga).

2. Zie Laval.

 

Laval, Lawal, Lavalle, Vale, Lava, Lavau(d), -aut, -eau(x), -(i)aux, Lavay, Delaval(le), Lelava(ux), -aud, -ault, Lavalette

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Laval, Lavau(x): lager, stroomafwaarts gelegen plaats.

 

Laven(s), Laeven(s), Lauven(s), Leavens

1. Knuffelvorm van de Germaanse voornaam Lavoldus (uit de oude Germaanse mannennaam Laaf, Lave + old).

2. Zie Lauwen(s).

 

Laverge, Le Verge, Laverze, Leverze

Plaatsnaam of huisnaam uit het Franse verge: roede (oude landmaat) OF beroepsnaam van de landmeter.

 

Lavoine, -aine, -eine, -eyne, -enne(s), -en

1. Naam uit het Franse avoine (: haver) voor de teler of de koopman.

2. Mogelijk uit de plaatsnaam Delevenne.

 

Andere L-bladzijden L | Le | Li

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Wil je de betekenis van jouw familienaam kennen ? Stuur een mailtje!  

Er zijn slechts drie voorwaarden:

- vermeld in je mailtje waarom je het wil weten,

- beperk je tot één of een paar namen.

- vermeld ook even hoe je op mijn site terecht kwam.

 

Soms moet je even geduld hebben: er zijn nogal wat aanvragen.

Kijk a.u.b. eerst of de gezochte naam er niet opstaat (bv. De Grote bij Groot, Verbeeck bij Beek en bv. Vranckx bij Frank). Zo bespaar je mij heel wat werk.

 

Literatuur:

De betekenis van toponymische samenstellingen (J .Van Loon - Onomastica neerlandica 1981)

Etymologisch woordenboek der Nederlandsche Taal (J. Vercoullie - Van Rysselberghe & Rombout 1925)

Huizinga's complete lijst van namen (A.Huizinga - Tirion 1998)

Middelnederlandsch handwoordenboek (J. Verdam -  Uit. Martinus Nijhoff 1949)

Middelnederlandse spraakkunst ( Dr. A. Van Loey - Wolters-Noordhoff 1980)

Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226) (Maurits Gysseling - Belg. interuniversitair centrum voor neerlandistiek 1960)

Vondelingen en hun naamgeving (L.De Man - Onomastica neerlandica 1956)

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003)