|
Van Haack, Van Haeke(n), Van Ha(e)cke,
Vanhaecke, Van Hack(en), Van Haken,
Van Haeeke
Familienaam naar de plaatsnaam 'haak': een hoekvormig perceel land.
Deze naam komt op diverse plaatsen in Vlaanderen voor.
Haaf Van/Ten, Van Haeff
Familienaam uit de Nederduitse plaatsnaam haaf, die in het Nederlands
hof is.
Haaften
Van, Van Haeften
Familienaam uit de plaatsnaam Haaften
(Gelderland).
Haalboom, Alboom Van, Album(e)
Naam uit
de plaatsnaam Alboom: plaats waar witte abeel groeit.
Haan (de(n)), Haane(n),
Hanen, Haans, Haens, Haen(en), De(n) Haen(e), De Naene,
Dehan(n)e, Dehaene, D'haen(e), Dhaen(e), d'Hane, Dhane,
Lehaen, Lehan(n)e
1. Bijnaam naar de
eigenschappen van een haan: trots, mooie kleding.
2. Naar een huisnaam
(bedrijfsnaam, café-uithangbord, of gewoon huisnaam).
16 de eeuw Jan Van Haelen
gaat wonen in het huis 'In 't Haenken' en zijn naam
verandert in Jan De Haen.
Haarsma Van, Van Haersma
Friese patroniem uit
Hare.
Haas (de), (de) Haes, Haas(s),
De(n) Haese, De(n) Haeze, Denaes, Denage, De Haze, De
Hase, De Haasse, Dehaese, D'Haes(e), D(h)aese, D(h)aeze,
D'Hase, D'Haze, Hase, Ha(a)ze, Haase(n), Haese(n),
Ha(a)zen, Hasen
1. Bijnaam naar de eigenschappen van
de persoon: snelheid, schichtigheid.
2. Familienaam naar de
huis(café)naam.
Haasrode Van
Verdwenen familienaam uit de plaatsnaam
Haasrode.
Haast, Ha(e)st
Bijnaam uit het Middelnederlandse haest: haastig.
Habra(e)ken, Habracken, Houbra(e)ken,
Houbracken, -cker, Houtbraken, Houraeken
Familienaam uit de plaatsnaam
Houbraken in Asten (Noord-Brabant) of Habraken/Hobbraken
in Olen (Antwerpen).
Hache, Ache, Hatse, Haxhe
Beroepsnaam naar de naam van het
werktuig. Het Franse hache: bijl.
Hack(e), Hak(ke), Haq(ue), Hackx,
Hacks, Acke, Ac(k)x, Acs
1. Bijnaam voor iemand met een bijl
of beroepsnaam van een houthakker.
2. Patroniem uit Hanke, een vorm van
Johannes.
3. Patroniem uit de Germaanse
voornaam Hacco.
Haecht Van, Van Haeght, Van Hacht,
Van Hocht
Familienaam uit de plaatsnaam
Haacht (Vlaams-Brabant).
Haeck (de), Hae(c)x, Dehacq, Haecke, Hake, Haek(e), Haa(ck),
Hac, Hae(c)x, Aeck, Aex
1. Beroepsbijnaam voor iemand die beroepshalve met een
metalen (bv. visser) of houten haak werkte.
2. Patroniem, knuffelvorm uit een
Germaanse hag/haggo/hacco-naam.
3. Bijnaam voor de drager van, of beroepsbijnaam voor de
gebruiker van een ax/aks: bijl.
4. Of zelfs afgeleide van Johannes.
Ha(a)(e)g(h)e(n) van der, -Haeghem,
Vanderaegen, van Draeg(h)e(n), Derhaag, Derhaeg, Verhaag(e)(n),
Verhaeg(h)(e)(n), Veraeghe, Verhayge(n), Verhacghe, Ver(r)aghen,
Ver(h)ague, Voragen, Vor(n)ha(e)gen, Varnhagen, Ver(h)a(e)g(h)e(m),
Vraeghe, Verraghen(n)e, Veraghaen(n)e, ...
Zeer verspreide plaatsnaam die op veel
plaatsen tegelijk ontstond en die bovendien vanuit de diverse
dialecten op steeds andere wijzen geschreven (en vervormd) werd,
Haag, Hage, ... :
heg, omheining van levend hout, kreupelhout (verwijzend naar de
plaats van afkomst of waar men woonde).
Haeldermans, Halremans, Haldermans
1. Zie Aldermans.
2. Ook familienaam uit de plaatsnaam Hallaar (Heist
o/d Berg).
Ha(e)lterman, A(e)lterman, Aelderman
1. Beroepsnaam afgeleid van het
Middelnederlandse ha(f)ter: halster, leren paardenriem.
2. Zie ook Aelter.
Haermaker De, Haremaker
Beroepsnaam van de haarwerker, de maker van
dekens en stoffen (die vroeger veel met haar gemaakt werden).
Haesebroek Van, Van Hazebroe(c)k, (van)
Haesbroe(c)k, Van Hasenbroeck, Van Haesenbroe(c)k(e), -brouche, Van
Haes(e)brouck(e), Vanhaesebrouck, Van Haesesbrouck(e), -broeck, -brocke,
Van Hasbroe(c)k, -brouck, Haze(n)broek, Hazebrou(c)k, -broucq, -bourcq,
Hasebrouck, Haesebroek, Haes(e)brouck, Haezebrouck, -broe(c)k,
Hasenbroe(c)kx, Hasbrouck, Has(se)broucq, Van Asbroe(c)k, Van
Asbrouck, Asbroucq
1. Naam uit de plaats Hazebroek/Hazebrouck (Frans-Vlaanderen).
2. Van ook Asbroe(c)k Van.
Haeseleer (de), -aer, (de) Haseleer, -air,
Haselaars, -aers, -eers, Haezeleer, De Haezelaer, Hazelaere, -aers,
Haezelaere, Hazalaers, D'Hazelaer, -eer, -eire, D'Haesele(e)r, -eir,
D'hasseler, Daeseleer, -eire, Daseler, Azelart, Azelaire, Has(se)laire
Naam naar de hazelaar, hetzij als plaatsnaam,
huisnaam of uithangbord.
Haesen, Haazen, Ha(a)sen, Hazes, Heesen
1. Patroniem uit de Germaanse voornaam
Haso.
2. Variant van
Haas (de). Zie daar.
Haeyer(e) d', D'Haeyers, Dhaeijere, Dhaeyer(e),
d'Haeyre, d'Hayer(e), D'Haijere, Dayer(s), Ayers, Hayers
Afgeleide van het werkwoord haeyen: begeren,
verlangen, verdragen, verduren.
Bijnaam die één van de werkwoorden illustreert.
Hagenaar(s), Hagenaers, Hageniers, Hagener,
Haagner
Familienaam uit de plaatsnaam Den Haag
(Zuid-Holland) en soms gewoon uit de plaatsnaam Haag/Hagen.
Haghebaert, Haeg(h)ebaert, Hac(k)bart, Haegenbarth
Patroniem uit de Germaanse voornaam hag - bard.
Hainaut, -ault, -(e)aux, -eaut,
Hainnaut, -aux, Ainaux, Haynau, Henau(x), -au(l)t, -eaut,
eau(x), -auw, Hennau(t), -aux, -ault, -eaut, Heinnaux,
Duhainaut, De Hainaut, Deheinau(x), De Heneau, De Hennault,
De Hen(n)au(w), D(h)ainaut, D'Hainaut, -aux, D(h)enaut,
Denhaut, D'Henau, Dhaynaut, Dhennau(x), Dhinaut
1. Familienaam uit de plaatsnaam Hainaut,
het graafschap Henegouwen.
2. Zie ook Henau.
Haisch
Duitse patroniem uit de oude Germaanse
naam Haije (dit mogelijk uit aq, hagan,
... of uit de heiligennaam Hyacinthus (dit is een naam uit
de Griekse godenwereld)).
Halen Van, Van Haalen, (van) Haelen,
Vanhaelen, Van Aelen, Van Hael(e)
Familienaam uit de plaatsnaam
Halen (Limburg) of uit
Houthalen (Limburg).
Halet, -é, -es, -ey, -ey(d)t,
Haeleydt, Hallet, -é, -ett, -ez, Haulet, -ai(t), -ez, Aule(y)t
1. Bijnaam afgeleid van Waalse
halé = mank,
2. Patroniem, afgeleid van een
Germaanse hal-naam (bv. Halin).
3. Familienaam afgeleid van de
plaatsnaam (Grand-, Petit-) Hallet in prov. Luxemburg.
Halin, Hal(l)in(g), Halain, Hallein,
Halein(g), Hal(l)en(g), Haul(a)in
1. Patroniem, knuffelvorm uit een
Germaanse hade-naam (bvb Hadelin).
2. Mogelijk een verschrijving van Alain.
Zie daar.
3. Zie ook Hellin en Hallynck.
Halkes, Halkus, Halkema
Patroniem uit de Germaanse voornaam hal +
ulf.
Halle Van, Van Hal(l), Hal
Familienaam uit de plaatsnaam
Halle
(Antwerpen en Vlaams-Brabant), Hal (Noord-Brabant), Hall en
Halle (Gelderland).
Halleman(s), Halmans
1. Beroepsnaam van de beambte bij de
stadshalle, de hallenmeester.
2. Familienaam uit de plaatsnaam Halle,
Hal. Zie bij Halle.
3. Naam uit het Duitse Halfman(n): pachter
die een hoeve bebouwt, maar de helft moet afstaan.
Halleux
Familienaam uit de plaatsnaam Halleux
(Luxemburg) en in Charneux, Comblain-au-Pont, Nandrin
(Luik).
Hallynck, -ing, Allinck(x), Helling(h),
-ings, -ynck, -inck(x), -inx, Helinck(s), -inckx
1. Bijnaam naar de muntnaam hallinc,
hellinc: kleine (halve) munt, mijt.
2. Patroniem uit Halin, Hellin. Zie daar.
Ha(e)lterman, A(e)lterman, Aelderman
1. Beroepsnaam afgeleid van het
Middelnederlandse ha(f)ter: halster, leren paardenriem.
2. Zie ook Aelter.
Hamakers, Hamae(c)kers, Haemaekers,
Hamacker(s), Hamache(r), Hammaecher, Hammache, Hamaque,
Amaeckers, Amacher, Amacker
Beroepsnaam uit het Middelnederlandse
hamaker, haemmaker: maker van hamen (= leren of houten
halsjukken voor paarden).
Hamal, Hamael
Familienaam afkomstig uit de Romaanse vorm
van de plaatsnaam Hamel in Rutten (Limburg).
Hambeeck Van, Van Hambeke
Familienaam uit de plaatsnaam Hambeek
(omgeving Rijmenam - Antwerpen).
Hamerlinck: zie Amelryck(x).
Hambucken, Hambücken, Hahnbück(en),
Ha(a)mbuckers, Hambückers, Hanbuckers, Hanbückers
Familienaam uit de plaatsnaam
Hambuch(en) (Noordrijn-Westfalen en
Rijnland-Palts), Hambüchen (Noordrijn-Westfalen). Komt uit
Hagenbuch: haagbeuk.
Hamers (de), (de) Haemers, Hammer(s),
D'Haemer(s), Dhaemers, Dhamer, Dham(m)ers, Daemers, Thamers,
(den) Hamer
Beroepsnaam voor de smid.
Hamilton, Hamelton, Hammerton
Naam uit de Engelse plaatsnaam Hamilton (=boomloze
heuvel/thuis/versterkte plaats) in Leicestershire, en ook
elders.
Hamme (Van), Van der Ham, Van Hame, Wanham, Vahamme,
Ham, Verham(me), Veramme, Veremme, Voorhamme, Verheem
Een ham is een zeer verspreide
plaatsnaam voor een landtong in een overstromingsgebied, een
meander, een rivierbocht, ....
Ooit bij een ham gewoond of er
wat mee te maken gehad ?
Hamoir
Familienaam uit de plaatsnaam Hamoir
(Luik).
Hamza
Arabisch naam uit hamuza: sterk,
standvastig.
Haniset, -izet, -ozet, -uzet,
Han(n)os(s)et, Hannuzet, Henuset, -uzet, Hunuzet, Enuset,
Hanset(s), Hancet, Hansé, Hanse(z), Hanzé, Inzé, Inze, Inse,
Aniset, -izet, -uset, An(n)uzet
Patroniem, Waalse knuffelvormen van de
voornaam Johannes.
Hannaert(s), Han(n)ard, Han(n)art(e),
Han(n)a, Annaert(s), Anna(a)rt, Anard, Hennaerd, -aert, -ard,
-art, Hénard, Honna(e)rt, Honna(rt), Hoonaert
Patroniem uit de voornaam
Johannes.
Hanne, Han(n), Hannes(se), Hanesse,
Hannise, Han(n)us, Hanus(s)e, Anus, Han(n)euse, Aneuse,
Hanause, Han(n)uise, Hanusz, Hennes, Hennus, Henusse, Hans,
Hanse(n), Hance, Hans(s)enne, Hensenne, Ansenne(s),
Hans(s)en(s), Hensen(s), Ans(s)ens, Ansen, Hanze(n),
Hens(e), Hen(n)issen, Hen(n)euse, Hens(s)en, Henze, Henzen(ne),
Hins(en), Hinssen(s)
Patroniem, verkorte vorm uit diverse
vormen van Hans, Hannes, Johannes.
Hannebau, -bou(w), -buer, Hennebaut, -baux,
-bo(is),-bot, bel(le), -bil, Henbaut, Hinnebaut, -bo,
Hun(e)belle, Humbel, Hendboeg
Patroniem uit de Germaanse voornaam
hen-bald (: haan-moedig).
|
Hannecart, -card, -kaert, Hanecard, -cart,
De Hannecard, Hannicart, Haenecaert, Han(ne)quart, Hankar(d),
-art, Hancart, Hanchar(d), -art, Annicaert, Anckaert(s), -aer,
-aar, Ankaer(t), Ancard, -art, -aer, Anecaert, Encart,
Enkart, Hani(c)ka, Han(n)eca, Aneca, Anyca, Anica, Anca
Patroniem op -ik/-ard van de heiligennaam
Johannes.
Hannekin, Haniken(ne), Hankenne, Han(ne)quin,
Hankin(s), Annequin, Hanquin(et), Henquin(et), -ez, -iaux,
Hanquin(i)aux, Anquinaux, -et
Patroniem, Romaanse afgeleide knuffelvorm
van de voornaam JoHANnes of uit Arnekin (knuffelvorm van
Arnoud-Arnolf).
Hannert(s), Han(n)ard, Han(n)art(e), Han(n)a, Annaert(s),
Anna(a)rt, Anard, Hennaerd, -aert, -ard, -art, Hénard, Honna(e)rt,
Honna(rt), Hoonaert
Patroniem afgeleid uit JoHANnes.
Han(n)et, Hen(n)et, Anne(e)t, An(n)é,
Annez, Honet, -ée, -ee, Honnee
Patroniem afgeleid uit JoHANnes.
Hannosette
Metroniem, uit de voornaam Hanoset (Johannes).
Hanno(t), Hano(t), Han(n)ot(t)e, Anno(t),
Annoot(e), Anote, Annothe, Hannotel, Han(n)otiau(x), -teau(x),
-tieau, -taux, Annotiau, Hanotin
Patroniem uit knuffelvormen van de
heiligennaam JoHANnes.
Hanoulle, Hanoul(d), Anoul, Han(n)ou(i)lle,
Henoeille, Hagnoul, Hainol, Hanjoul, Hanjoel, Hanjool,
Hignoul(e), Xhignoulle, Hinoul, Ignoul
Patroniem, Waalse knuffelvorm op -oûle
van Johannes.
Hanraets, Haanraats, -aads,
Haenraets, Ha(h)nraths, Henraat(h), Hanratty, Hanre(z),
Hanré
1. Patroniem uit de Germaanse voornaam
han-rêd.
2. Een Heerlens geslacht Haanraads is
echter afkomstig uit Haanrade in Kerkrade (Nederlands-Limburg).
Hans(e)bout
Patroniem uit de Germaanse voornaam
Ans(e)boud (ans-bald).
Hantsetters De, De Handsetters,
Handschutter, De Handsc(h)utter, (de) Han(d)tschutter,
Dedanschutter, Deanscutter, Dan(t)schotter, Danschutter,
Dhantschotter, D'Handschotter, D'Hants(c)hotter,
Dandschotter, Damschotter, Handschoote, Hantschoot(te),
Handtchootte, Hanscoote, Hanscotte, Anscutter
Beroepsnaam van de hant(schoe)zutter:
handschoenennaaier.
Hapers, Haepers, Van Haperen, Van Haeperen, Van Aperen
1. Familienaam uit de plaatsnaam Hapert (Noord-Brabant) of
Haperen in Olen (Antwerpen).
2. Zie ook Aper.
Harde De, Hard(t), Hart(e), Art(e),
d'Harte, 't Hart, Herte, De Herde, D'Herde, Derde(n), Herd(en)
1. Bijnaam uit het Middelnederlandse
hart, hert: hard, sterk, gevoelloos, hardnekkig.
2. De vormen met d kunnen ook teruggaan
op het Middelnederlandse harde, herde: herder.
2. De naam Arte bestaat ook in Italië (Campania
en omgeving) - patroniem uit Arthur, bijnaam uit kunst, ...
Hardeel, Ardeel
Familienaam uit hardel: touw.
Bijnaam of beroepsbijnaam voor hij die de
strop verdient of ze hanteert.
Hardeman, Haerdeman, Arteman,
Hardman(s), Hartman(s), Hertmans, Herteman(s), Hertelmans
Patroniem uit de Germaanse voornaam
hard(u)-man.
Hardewijn, -yn, Herdewijn, -yn,
Hard(o)uin, Ardewijn, Ardouin, Ardhuin, Herdhuin
Patroniem uit de Germaanse voornaam
hard-win.
Hardyzer, -ijzer
Beroepsbijnaam van de smid.
Harinck, -ing, -ingh(s), Haerinck, -ing, -ynck,
-ijnck, De Harijnck, -ynck, (de) He(e)ring, Heerings, -inckx,
Herinck(x), -in(c)x, -incs, Aring, Harrings, Herring, -inck,
Den Haring, De(n) Haerinck, -ijnck, -ynck, -inckx, -ynckx
1. Beroepsnaam voor een haringvisser of -verkoper.
2. Is mogelijk een patroniem uit de Germaanse
Hari-namen: Hairingus, Arincus.
Harizanova
Metromiem uit het Slavisch (Russisch)
taalgebied: dochter van Hariza.
Hariza komt mogelijk uit het Sanskriet:
geluk.
Harpen, Herper(s), Herpels, Harps
Beroepsnaam naar het Middelnederlandse harper, herper:
harpspeler.
Harps: zie Harpen en Herps
Harshagen
Patroniem gecombineerd met plaatsnaam: de afsluiting van
hard.
Harsin
Naam uit de gelijknamige naam in
Luxemburg.
Harteel, -iel, Arteel, -iel(le), Artels, Hertay,
Hartaud, Arthau, Artaud
1. Patroniem uit Hartaud: Romaanse vorm van de Germaanse
voornaam hart-wald.
2. De familienaam werd in Ronse in de 17-de en 18-de eeuw
verward met Sarteel. Zie dus ook
Sarteel.
Hartenhof(f)
Naam die terug te voeren is op
Hartenhoeve. Hart komt wellicht van een Germaanse
hart-eigennaam (de hoeve van ene
Harte). Deze hoeve was wellicht gelegen in Oost-Groningen
(de naam komt ook (zelden) voor in Duitsland.
Hartgers, Hertgers
Patroniem, afgeleid van de Germaanse voornaam
Hardger: hardu-gaiza (wat
zoveel betekent als sterk met de speer).
Hartskeerl
Patroniem uit de Germaanse voornaam Hart (hard)
en keerl (man). Zoiets als sterke man.
Hasenberg, Hazenberg, Hassenberg
Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam in Zandvliet
(Antwerpen) en op heel wat plaatsen in Duitsland.
Hartsuiker, Hartsuijker, Hartzuiker
1. Beroepsbijnaam voor de suikerbakker of -handelaar.
2. Of misschien wel bijnaam voor iemand met een goed hart (een
hart van suiker).
Hassan
Arabische naam die zoveel betekent als: mooi, knap.
Hasselt Van(der), Vanhassel(t), Verassel(t),
Verassel(t), Verrassel, Van Assel
Familienaam afgeleid van een plaatsnaam waar 'hasseleiren'
of hazelaren groeien.
Haubourdin, -ijn, -yn, Obourdin, Auverdin, -tin
Familienaam uit de plaatsnaam Haubourdin (Nord).
Haudecoeur, Haut(e)coeur, Hauttecoeur,
Hauteceur, -keur, -keer, -kier, Hout(t)ekier,
Hautecourt, Haultcoeur, Autecoeur
1. Bijnaam uit Haut de Coeur voor een hooghartig
iemand.
2. Zie ook Hautecourt.
Hautecourt
1. Familienaam uit de plaatsnaam Hautecourt (Meuse,
Moselle, Ain, Aisne, ...)
2. Zie ook Haudecoeur.
Hauw, Hau(we), Haeuw
1. Verkorte vorm van Van den Hauwe, uit de
plaatsnaam
Hau.
2. Zie Houwen.
Hauw De, De Houw
Waarschijnlijk uit Dauw: zie daar.
Er is ook een mogelijkheid dat het een variant is van Hauw.
Zie daar.
Hauwaert(s), -ard, -arth, Hawa(e)rt, Houwaert,
-aer(t), -ard, Houard, -a(e)rt, Auwaert(s)
1.
Patroniem uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam
hug-hard.
2.
Verkorte vorm van Van Hauwaert: uit de plaatsnaam
Houwaart
(Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen).
Hauweel, -eele, Hauwel, Havel, Houel, Hoël(le),
Hoel(le), Hu(w)el, Ho(u)yaux, Hoyau, Hoyas, Howell,
Aveau, Avau(x), Avoux, Havaux, -aut, -eau(x), -ai,
-ia -en Daval, Davau, Davaux, Davaud, Davaz, Laval,
Lavat, Lavau, Lavaud, Lavoz, Lavallée, Lavalley)
1. Familienaam uit het Middelnederlandse houweel,
hauweel of het Oudfranse houel: hauw, hak, houweel
(dit uit het Oudnederlandse hauwa). Een
beroepsbijnaam dus.
2.
Hauweel bestaan ook als patroniem, zie bij
Houwe.
3.
Avaux, Avoux en varianten zijn zeker ook ontstaan uit Aval,
Avaux, ...: dit uit het Franse à val, het Latijnse ad vallem:
vallei, stroomafwaarts. In diverse Franse dialecten is val
trouwens vau. Met dank aan Norbert Avoux. Zie ook bij Daval.
Hauwelaert (van), Van der Rauwelaert
Naam uit de plaatsnaam Ouden Aert (de oude aanlegplaats, kade).
Soms verward met Van der Auweraert. Zie dus ook
Ouderaa.
Hauwermeir(en) Van
Familienaam uit de plaatsnaam Oude Mere: oude waterplas.
Havelaerts, Haevelaerts
Brabantse uitspraak van (van) Hauwelaert. Zie verder daar.
Havenith, -neth
Nederduitse bijnaam voor iemand die weinig of niets
heeft.
In het Duits: Habenicht.
Haver(e) Van, Van Haever(e), Van Ha(e)vre, (van)
Hover
Familienaam naar de plaatsnaam Haver: een plaats
waar haver groeit/groeide.
Haverals, -aels, -hals, Aver(h)als,
Ha(e)verans Familienaam uit de plaatsnaam Haverels:
lijsterbes.
Havet, -ez, Avet, -ez, Avé, Ave
Naam uit het Oudfranse havet: haak(je).
Beroepsbijnaam voor de maker ervan.
Haye(n), Haeye(n), Haij(en),Hay(ens), Heye,
Heije, Heyen(s), Heijens, Heyink, Heijing
1. Patroniem uit de Friese naam Hajon, het Germaanse
Haio.
2. Metroniem, verkorte vorm van de Germaanse
voornaam
Hadewig.
Van Hazendonk, Van Haesendonck
Familienaam uit de plaatsnaam Haasdonk, Hazedonk,
Hazendonck, Haesendonck: opstekende heuvel waar
wellicht hazen leefden. Deze plaatsnaam komt in
diverse gebieden voor.
Andere H-bladzijden
H | He |
Her |
Ho | Hor |
IJ
A | B |
C |
D E F |
G |
H I J |
K |
L |
M | N O
|
P Q | R |
S | T U
|
V | W X Y Z
Wil je de betekenis van jouw
familienaam kennen ? Stuur een mailtje!
Er zijn slechts drie voorwaarden:
- vermeld in je mailtje waarom je het wil weten,
- beperk je tot één of een paar namen.
- vermeld ook even hoe je op mijn
site terecht kwam.
Soms moet je even geduld hebben: er
zijn nogal wat aanvragen.
Kijk a.u.b. eerst of de gezochte
naam er niet opstaat (bv. De Grote bij Groot, Verbeeck bij Beek en bv. Vranckx
bij Frank). Zo bespaar je mij heel wat werk.

Literatuur:
De betekenis van toponymische samenstellingen
(J .Van Loon - Onomastica neerlandica 1981)
Etymologisch woordenboek der Nederlandsche
Taal (J. Vercoullie - Van Rysselberghe & Rombout 1925)
Huizinga's complete lijst van namen (A.Huizinga
- Tirion 1998)
Middelnederlandsch handwoordenboek (J. Verdam
- Uit. Martinus Nijhoff 1949)
Middelnederlandse spraakkunst ( Dr. A. Van
Loey - Wolters-Noordhoff 1980)
Toponymisch Woordenboek van België, Nederland,
Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226) (Maurits Gysseling -
Belg. interuniversitair centrum voor neerlandistiek 1960)
Vondelingen en hun naamgeving (L.De Man -
Onomastica neerlandica 1956)
Woordenboek van de familienamen in België en
Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans
Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003)
|