Familienamen

                                                                                                                             

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Andere G-bladzijden G | Gi | Go

 

 

 

Terug naar intro 

Het grootste deel van onderstaande info is een selectie uit: Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003).

Gobbe, Gob(e), Gobes, Gobbens, Goube, Gaube

Patroniem, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Gode-brecht of Gode-boud.

 

Gobin, -yn, -ijn, -eyn, Gobbin, Goubin, Gau(w)been, Gaubeyn, Gobien, Gubin, Guypen, Gében(n)e, Gueben(ne), Guébin

Patroniem, knuffelvorm uit de Germaanse voornaam Gode-brecht of Gode-boud.

 

Gob(e)lin, Gobeleyns, Gablin, Joblin

Patroniem, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Go(d)brecht of Gobboud.

 

Gobert, Ghobert, Gobbert, Godbert, Gobiert, -ier(re), Goubert, -eir, Gaubert, Goebeert, Gob(b)ers, Goppert

Patroniem uit de Germaanse voornaam Godebrecht (god-brecht).

 

God, Got, Godde, Goede, Gudde, Gods, Go(d)ts, Goots, Goidts, Goedts, Guets, Guedes, Guets

1. Patroniem, korte vorm van de Germaanse voornaal Godo (god).

2. Patroniem, variant van Gort(s), Guert(s). Zie Goorts.

 

Godaert,  zie Goddaert.

 

Goddaer(t), -ard, -art, Godaer(t), -ar(d), -a(t), Godehardt, Gotthard(t), Gödert, Gaudart, Go(d)ar(t), Goard, Gouard, -a(t), Goudart, -a(e)r, Goedart, -ert, Goedhart, Goethaert, Goutard, Goya(e)rts, Goija(e)rts, Jodard, Jouda(r)t, Jottard

Patroniem uit de Germaanse voornaam gud-hard: god-sterk.

 

Godechal, Godiscal, Godichal, -cel(j), God(i)chaux, Godicheau, Gaudicheau,

-au(d), Godechard, Godichard, Godessart, Godesar, Godissart, Gaudis(s)art, Godecharle(s)

Patroniem uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Godschalk (God-knecht)

 

Godefridi(s), Godfrydt, God(e)froi, -oid(t), -oit, -ois, -oy, -oij, Guffroy, Gotfryd, Deguffroy, De Guffruy, Goedefroy, -oi, Goddef(r)oy, Godfrey, Godefroo(t), Godefrood(t), Goedefroi(d)t, -oo(t), Gaud(e)froy, Gaudefroij, Goudefroue, Gouttefroy

Patroniem uit de Latijnse en Franse vorm van de Germaanse voornaam Godevaard

(God-vrede).

 

Goderis, God(d)e(e)ris, Goderus, Gauderis, Gadeeris

Familienaam afgeleid uit de voornaam Goderi, Godry: dit zijn Romeinse vormen van de Germaanse naam Goederik.

 

Godfernon, Godfirnon, Godfurnon, Godfurneau, Godfrémont, Godefroimont, Godfrain(d)

Patroniem uit Godfrin: dit is een variant van Godefroid (zie bij Godfried).

 

Godin, Godyn(s), Godijn(s), Godens, Goddijn, Goddyn, Goddin(g), Godden, Goeden, Goetens, Goodens, Goeyens, Goyen(s), Goijen(s), Ghoijens, Goen, Goens(e), Goons

Patroniem, knuffelvorm (-ing) van de Germaanse god-naam (= goddelijk of goed).

 

Godsdeel, Goosdeel

Deel slaat op een plaatsnaam, een tiende, een stuk land dat aan de kerk (God) behoorde.

 

Goedemé, Goedeme, Goudemez, -ey, Godmé, Godmay

Beroepsnaam voor een brouwer van goede mede (honingdrank).

 

Goedermans, Godermans, Goorman(s), Go(o)remans, Gorman(s), Gorremans, Guerman(t), Gurman(n)

Patroniem uit de Germaanse voornaam Goeder (gud-hari).

Zie ook Goor.

 

Goedertier

Bijnaam voor een zachtmoedig, barmhartig, welwillend mens.

 

Goedgelu(c)k, Goedtgheluck, Goetgelu(c)k, Go(e)tgheluck, Goutglik, Goukenleuque, Gougheleucq

Bijnaam voor iemand die geluk heeft of geluk brengt.

 

Goedhals, Goet(h)als, Go(e)thaels, Gothals

Beroepsbijnaam Goedaels voor iemand die goede ale: goed bier brouwt.

 

Goedhuys, -huijs, Goethuys(en), -huijs, -hoys, -hys, Goëthuys

Familienaam uit de plaatsnaam Goedhuis (gud-husa).

 

Goedkindt, Goe(t)kint, Goe(d)kindt

Bijnaam voor een goed kind, een goede (edel)knaap, knecht.

 

Goedkoop

Bijnaam voor een handelaar die zijn waar goedkoop verkoopt.

 

Goedvinck, Goetvinck

Verschrijving van Goetunck. Zie bij Goetinck.

 

Goelen(s), Goelhen, Goehlen, Goole(n), Gol(l)e, Gol, Geulen, Geulle(n), Guelen(ne), Guélen(ne), Guelinckx, Gullinck, Gulin(ck), -inx, Guylink

Patroniem of metroniem. Kan een verbogen vorm zijn van Goele of Godilo. Of van Goelin.

Afgeleiden van een Germaanse god-naam.

 

Goemaere, -ar(r)e, God(d)ema(e)r, Gommaerts, Goemaes, Goumar(d), -as, Gomer, Gommer(s), Goemers

Patroniem uit de Germaanse voornaam Gotmarus (Gommaar).

 

Goeman(s), Goemanne, Goudeman(d), -mant, Goudman(t), Godman, Gioudemans, Goedemans, Gommans, Gouman(s), Goman(ne), -and, -ant, Goument

Patroniem uit een Germaanse voornaam: god of goed + man.

 

Goemin(n)e, Goem(e)yne, Goemmine

Bijnaam goede minne uit het Middelnederlandse minne: aandenken, liefde, genegenheid. Of uit het Oudfranse godemine: goede sier, plezier.

 

Goethem Van, Van Gouthem, Van Goethemd, Van Goothem, Van Gottom, Van Gotum

Familienaam naar de plaatsnaam Gottem (Oost-Vlaanderen), Gotem in Limburg of Goetem (in Sint-Gillis-Waas).

 

Goetheyn, Goethijn, -hyn, Goeteijn, -eyn, Goitein

Combinatie van een bijnaam (goede) en een voornaam (Hein: Hendrik).

 

Goetinck, -ynck, -unck, Goëtinck, Gotin(c)k, Go(e)tting

Patroniem uit een Germaanse God-naam.

 

Goetsenhoven Van, Van Goedsenhoven, Vangoedsenhoven, Van Goedtsenhoven, Van Goeidsenhoven, Van Godtsenhoven, Van Go(i)dtsnoven, Van Goidsen(h)oven, -hove, Van Goidtsen(h)oven, Van Goietsen(h)oven, Van Goitsenhoven, Van Soitsenhoven

Naam uit de plaatsnaam Goetsenhoven (Vlaams-Brabant).

 

Goetz(ke), Götz(l), Goetze, -zé, Götz(e(n)), Gotz(en), Geöcze, Gootzen, Geutzen

Patroniem, Duitse afgeleide van een god-naam (Godevaert, ...).

 

Goffin, -ins, -int, -ijn, -yn, -ing(h)s, -ing(e), Geuffens, Gueuffen(s), Geuyffene, Guffens, -in, Coffin, -yn, -ijn, Juffin, -ens

Patroniem, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Goovaard, Godfried (dit uit gud-frith).

 

Gohr

Duitse patroniem, wellicht uit GreGORius. Mogelijk ook uit George, Joris. Duitse variant van Goris: zie daar.

 

Gommeren

1. Patroniem uit de Germaanse voornaam Gommaar.

2. Mogelijk uit de plaatsnaam Gameren. Uit de Brabantse dialectische uitspraak van deze plaatsnaam.

 

Gompel (van), Van Gompen

Familienaam uit de plaatsnaam Gompel in Mol (Antwerpen).

 

Gonce, Gonze, Gouns(e), Gons, Goncet(te), Gonset(te)

Patroniem uit de Germaanse voornaam gund-so.

 

Gondrand

Patroniem uit de Germaanse voornaam gunth-hrabn.

 

Gon(n)issen

Patroniem uit de voornaam Gonnis: zie verder bij Geudin.

 

Gonsales, -ez, Gonzalvez, Goncalves, Gonsalves, Gonzal(v)o, Gonzail, Gonsa(e)les, Gonsalis, Ganzales, Conzalez, Constales, Consael

Patroniem, Spaans-Portugese voornaam uit de Germaanse voornaam gunth en het Latijnse salvus: ongedeerd.

 

Gool Van, Van Goel, Van Goolen, Van Goylen

Familienaam uit de plaatsnaam Goorle/Goirle (Noord-Brabant).

 

Goolis

1. Patroniem uit Goly/Golys, een voornaam die ca. 1400 in Leuven en Tienen voorkwam.

2. Soms variant van Joli(s), bijnaam uit het Franse joli: mooi, lief, aardig.

 

Van de/n Goor, Van de Ghoor, Van der Goor(e), Van den Ghoer, Van Gor,       Go(o)rman(s), Go(o)remans, Gorremans

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Goor: waterig gebied, moeras. Zeer verspreid.

 

Goormachtig, -igh(e), -igd, Goormaghtigh

Bijnaam uit het Middelnederlandse goor (laagland, broek, geur, ...) of goede (eigendom, goed, ) en machtich (vermogend, krachtig, sterk, bevoegd). Bijnaam voor iemand die verantwoordelijk was voor een broekgebied, machtig was aan goederen, vermogend, krachtig was van geur, ...

 

Go(o)rman(s), Go(o)remans, Gorremans

1. Naam uit Van Goor: zie Goor.

2. Of uit Go(e)dermans: zie Goedermans.

 

Goort(s), Gort(s), Gordts, Gors, Geur(t)s, Geurds, Goors, Gourts, Geurtse(n), -tzen

1. Patroniem uit Godevaert (gud-frith).

2. Patroniem uit Godert/Godhart (gud-hard).

 

Goos, Ghoos, Goes, Goës, Gos(e), Gosz, Go(o)sse, Gois(s)e, Goies, Ghuuse, Gus(s), Geus(e), Geuze, Gheus(e)

1. Patroniem (verkorte vorm) van de voornaam Goswin of Godso, afgeleid van een God-naam.

2. Mogelijk variant van Joos.

 

Goossenaerts, -aarts, Goosenaerts

Patroniem uit de dubbele voornamen Goossen (zie Goossen) + Aert (zie Aerts).

 

Goossen(s), Goosen(s), Ghoosen, Gooessens, Goofsens, Gosens, Goissen, Goysens, Gos(s)in, Gozin, Gossijns, Gossen(s), Goes(s)ens, Goussen(s),

Gussen(s), Geus(s)en(s), Geuzens

Patroniem uit de voornaam Go(o)ssin, knuffelvorm van Goswijn ( = God/goed).

 

Goret, -é, -e(z), Gorret, -é, -ee, -e

Patroniem uit ofwel Grégoire (zie Gregorius), ofwel een Germaanse voornaam als Gorik.

 

Goris, Gooris, Ghoris, Go(o)rissen, Gorisse, Goiris, Gor(i)us, Gores, Gör(r)es, Gorris((s)en), Görris(sen), Gorsen, Guerisse, Guérisse

1. Patroniem, verkorte vorm van de heiligennaam Gregorius.

2. Patroniem uit de Griekse voornaam George, Joris.

 

Gorkum Van, (van) Gorkom, Van Gurchom

Familienaam uit de plaatsnaam Gorinchem (Zuid-Holland) waarvan de uitspraak Gorkum is.De naam Gorinchem vindt dan weer zijn oorsprong in Gor-in-chem:Gor (Gore/Joris: mansnaam - in(g): afstammend van/horend bij/zoon van - hem/heim: woonplaats/huis). Er is ook een Gorgem in Vissenaken (Vlaams-Brabant) dat aan de bron kan liggen.

 

Gorp Van, Van Gurp

Familienaam uit de plaatsnaam Gorp in Hilvarenbeek (Noord-Brabant).

 

Gortebee(c)k, -be(c)ke, Gordebeke, Gurdebeke

Familienaam afgeleid van de Waaslandse plaatsnamen: 1281 Gortbeke te Temse (Gyss.1956,92), ter Ghortebeke te Sint-Niklaas of 1399 Gurtebeke te Vrasene.

1374 Claus Gurtebeke - Kemzeke ( FLM 270).

 

Gorter (de)

Beroepsnaam van de gruitmeester, die gruit (gagel) leverde of er bier mee brouwde.

 

Gortworst

Beroepsbijnaam voor de maker en verkoper van gortworst.

Deze werd eeuwen geleden goed gekruid gegeten met bvb spek.

In Neder-Saksen, maar wellicht op vele andere plaatsen in Europa, werd gortworst gemaakt met havergort. Wellicht zullen verspreid over West-Europa vele varianten met smaak naar binnen gewerkt zijn.

 

Gosseau, -eaux, Gos(s)iau(x), -ieau(x), Gossia, Gozea, Gousseau(x), -aud, -iaux, Gouchau, Gochel, Goes(s)eels, Goessel, Goetseels, Goedseels, Goidzeels

Patroniem uit Gossel, d.i. een afgeleide van de Germaanse voornaam Goos.

Sommige namen kunnen ook teruggaan op Godsdeel: zie daar.

 

Gosselin, -ellin, Gos(se)lain, Gosseling, -linckx, Gasseling

Patroniem, knuffelvorm van Gosse, d.i. de Germaanse voornaam Goos (uit god).

 

Gosset, -ez, -é, -ey(e), -ye, -ije, Goset, -ez, -ée, Gozet, -é(e), -ee, Ghosez, Gooset, Goc(h)et, Goiset, Goucet, Gous(s)et, Goussée, Goussey, Goessey(e)

1. Patroniem uit de Germaanse voornaam Goos/Gos.

2. De varianten op -ée en -ey(e) kunnen teruggaan op de plaatsnaam Gozée, Gouzée (Henegouwen) met als uitspraak goû(t)zéye. Zie bij Gouzée.

 

Goten Van der, Van der Ghote(n), Van der Goot(en), Van der Gothen, Van der Goeten, Vergo(o)te, Verghote, Vergothe, Vergotte, Verhote, Gotemans, Goetemans, Gootmans, Gottemans

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam gote: goot, riool, greppel, afwatering.

 

Gouberge(n) Van, Van Gouwbergen, Van Gau(w)bergen, Gauwberg

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Goudberg: gouden berg.

 

Goudeket, Goudeketting

Beroepsbijnaam voor een goudsmid.

 

Goudenhooft, -hoofdt, -hofft, - hoost, Goudenove

Bijnaam naar een huisnaam (In het Gouden Hoofd).

 

Gougeard, Goujard, -art, Gaujard, Goga(ert)

Familienaam afgeleid van het Middelnederlandse gouge: knecht, knaap, bode.

 

Goulliart, -lard, Gouill(i)art, Gou(i)llard, Golja, Golias, Goulard, -art, -as, Gola(rd), Gollard, -aer, -a, Goolaerts, Geuliaerts, Geullaerts

Bijnaam uit het Oudfranse goliaert (dit uit het Oudfranse gole: keel): slokker, schrokker, gulzigaard, luidruchtige.

 

Gouverneur, Dugouverneur, Goeverneur

Beroepsnaam van een gouverneur, magistraat, kerkelijk ambtenaar

en ook stuurman op een boot.

 

Gouweleeuw

Bijnaam naar een huisnaam (In de Gouden Leeuw).

 

Gouwy, Gouwi(j), Gouvy, Gouy(e), Gowy, Go(e)wie, Goi, Goy(i), Ghoy, Ghewy, Ghewij, Guwy

1. Korte vorm van Degouy (plaatsnaam Gouy op diverse plaatsen in Noord-Frankrijk).

2. Familienaam afgeleid van de voornaam Gauvain (= de Franse vorm van de Brits-Keltische voornaam Walewein).

3. Patroniem afgeleid van Romeinse vorm van de Germaanse voornaam guda-harja :Godeharius.

4. Metroniem van de Romeinse vorm van de Germaanse voornaam Godiwidis.

 

Gouzée, -ee, Gousée, -ee, Gozé(e), -ee, Gosée

1.Familienaam uit de plaatsnaam Gozée, Gouzée (Henegouwen) met als uitspraak

goû(t)zéye.

2. Zie ook Gosset.

 

Govaert(s), -aarts, -ard, -art(s), -erts, -erde(n), Geud(e)vert, Gueudevert, Geudewert, Goevaert(s), -aers, Goovaer(t)s, -aert, Gouvart, -ars, -aert(s), Go(e)yvaer(t)s, Go(e)ijvaerts, Gooyvaerts, Gova(e)re, -a(e)rs, Go(o)vers,    Goverse(n), Goevers, Goeffers, Goffaert(s), -ar(d), -a(rt), -ert, Coffard, -art, Gowaerts, Govo(o)rts, Govoerts, Gowoerts

Patroniem uit de Germaanse voornaam Godevaard, gud-frith.

Sommige varianten komen misschien uit Godardus, gud-hard.

 

Graaf (de), (de) Graaff, (de) Graef, Gra(f)f(e), Graeff(e), Gräffe, de Graeve, (de) Grave, Legra(e)ve, de Greef(f), Greefs, (de) Greeve, Gre(e)ve(n), De Greve(s), (de) Grève, Gr(e)eve(n)(s), Degre(e)ffe, Degrèves, Degraive, Degraiffe, Legreve, Gref(f), Gref(en), de Greif(t), Gra(e)ven, Gra(e)fen, Schraeven, ... 

Dit zijn allemaal varianten van dezelfde familienaam die wellicht op heel    wat plaatsen tegelijk ontstond. Het is waarschijnlijk een afleiding van de beroepsnaam van de voorzitter van de schepenbank of mogelijk een aanduiding dat de persoon in kwestie voor de graaf werkte. Het is ook mogelijk dat deze familienamen naar een (café)uithangbord verwijzen:      bv. in(bij) de graaf.

 

Graaf(f), van de(r)

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Grave in Noord-Brabant, een plaats die in de middeleeuwen 'de(n) Grave' heette.

 

Gra(e)fschepe Van, Van Graesschepe, Graes(ch)epe

Naam uit een (gelijknamig) graafschap in Hondegem, Houtkerke, Meteren (Frans-Vlaanderen) en in Ieper en Watou ( West-Vlaanderen).

 

Graer De, Degraer

Patroniem uit de Franse naam: Grard = Grar(r)e = Gérard.

 

Graesen Van der, Vandergraesen

Familienaam uit de plaatsnaam Grazen (Brabant?).

 

Gram, Gramm(e), Grams, Grammen(s)

1. Bijnaam uit het Middelnederlandse gram: vergramd, boos.

2. Patroniem, verkorting van Ingelram (angil+hrabn).

 

G(r)andjean

Bijnaam Grote Jan. In het Nederlands Grootjans.

 

Granville, Degranville, Grandville

Familienaam uit de plaatsnaam Granville (o.a. in Manche) op diverse plaatsen in Frankrijk.

 

Grauw(e) De, De Graauw, Degraa, De Graeuwen De Graw, Grau(e), Grauwen, Schrauwen(s), Schraüwen, Schraûwen, Schrauwers

Bijnaam naar een grauwe, grijze kleur (huid, haar of kleren).

 

Grauwels, Grouwels, Grawels, Grauls, Grouls, Gruyls, Graulus, Gro(u)lus, Graus(z)

Bijnaam uit het Middelnederlandse gruwel: schrik, afgrijzen. Bijnaam voor iemand die dit oproept.

 

Grauwwerker De

Beroepsnaam van de bontwerker, de pelsmaker.

 

Grégoir(e), Gre-, Gregoor, Gré-, Gringoir, Gregor, (de) Gregori(o), Gregory, Gregoli, Gregely

Patroniem, Romaanse vormen uit de Griekse heiligennaam Gregorius.

 

Gremberg(h)e(n) Van, Van Grimberg(h)e(n), Van Grenberghe, Grambergen

Familienaam uit de plaatsnaam Grimbergen (Vlaams-Brabant) of Grembergen (Oost-Vlaanderen).

 

Grendel (de), De Grendele

Beroepsnaam naar het beroep van grendelmaker, portier of deurwachter.

 

Grenet (de), Grenez, Gren(n)é, Groen(n)é, Groenez, Gurnet, Gurné, Lagrenet, -é, -ez

Bijnaam uit het Franse grenet: graantje, korrel, puist, wrat.

 

Gresse(ns), Gresens, Cresens, Cressiens

Patroniem uit de Latijnse naam Gratianus.

 

Grevelinge Van

Naam uit de plaatsnaam Grevelingen = Gravelinnes (graþan).

 

Grevenstuk

Familienaam uit de min of meer gelijknamige plaatsnaam Greven/Gravenstuk: stuk grond van de graaf. O.a. in Ardooie.

 

Grieken Van, Van Gri(e)cken, Van (der) Krieke(n)

Familienaam uit de plaatsnaam Grieken in Vlaams-Brabant en in Zuid-Holland.

 

Grieten(s), Gritte(n), Gret(h)en, Vergriete(n), Vergriette

Metroniem uit Griete, de verkorte vorm van Margriete, Margaretha.

 

(van der) Grift

Familienaam uit de plaatsnaam Grifte.

 

Grillard, -aerd, -aert, Crillaerts, Crielaard, Krillaerts, Krielaert

Bijnaam uit het Franse grillon: krekel. Iemand met een bijzonder stemgeluid of een zeurderig iemand, ..

 

Grimm(e), Grimmer

Duitse naam:

1. Bijnaam voor een grimmig iemand.

2. Naam uit de plaatsnaam Grimm, Grimming (Beieren), Grimma (Saksen), Grimme (Saksen-Anhalt; Brandenburg), Grimmen (Mecklenburg - Voorpommern, Oostpruisen).

3. Naam uit de oude patroniem Grimmo.Zie bij Grimbert.

 

Grim(m)onprez, Grimonpre(z), Grimmonpré, -drez, Grymonpe(z), -pré, Grij-, Grymmelprez, Gremmelprez, Grimpret, Grimmondrez

Familienaam uit de plaatsnaam Grimmonprez, Grymonprez in Magnée, Fléron, Beyne-Heysay en Huccorgne (Luik).

 

Grisar

Familienaam uit het Franse gris: grijs. Bijnaam voor een grijsharig iemand.

 

Grispen

Variant van Crispen. Zie bij Crispin.

 

Grob, Grobben, Grobe, Groebbens

1. Patroniem, knuffelvorm van een Germaanse berht-naam (Grobert bv.).

2. Grob(e) kan ook een Duitse bijnaam zijn: De Grove.

 

Groen (de), (de) Groene, Groenen

Bijnaam naar de (lievelingskleur) van de kleren.

 

Van Groenderbeek, Vangroenderbeek, Van Grunderbeek(e), -beeck, -beck(e), Van Grundelbeke, Van Grundenbeck, -berck

Familienaam uit de plaatsnaam met de duidelijke naam Groene Beek.

 

Groesen Van, Vergroesen, Groeseman, Groesmans, Gro(o)sman, Grosemans

Familienaam uit de plaatsnaam Groesen in Duiven (Gelderland). Groese is een weiland.

 

Groet

1. Familienaam uit de plaatsnaam Groet (Noord-Holland). Dit wordt ondersteund door de verspreiding ervan.

2. Zie ook Groot.

 

Groff(en), Groven(s), Groeven

1. Patroniem uit Grof, Grolf, Gerolf: ger-wulf (speer-wolf).

2. Variant van De Grove. Zie daar.

 

Gromme(n), Gromenn, Grom(m)ent

Patroniem uit de Germaanse naam Gromberth.

 

Groot(en), -ens, Grote(n), Groth, Groet, Grothe(n), De Groodt, (de) Groot(e), De Grootte, Degrot(te), Schrooten, Schroeten

Bijnaam naar de grote gestalte.

 

Grootaerd, Grootaer(d)t, Grotard, Groot(a)ers, Grot(a)ers, Groetaers, Grouta(e)rs, Groothaerd, -haert, Groeidaerdt

Combinatie van bijnaam en patroniem: grote Aart.

 

Groot Battave Van

Naam die verwijst naar Batavia, dit is de Latijnse variant van De Betuwe (Gelderland). Hij die zijn naam liet registreren, meende wellicht dat de Betuwe GROOT was.

 

Grosfils, Grof(f)ils, Groffi, -y, -ij

Bijnaam voor een grote zoon of een grote jongen.

 

Gross, Grosz(e), Grosse, Groos(se), Groes(z), Grousse, Gro(e)sser, Grois(e)

Duitse bijnaam uit groß: groot. Een tegenhanger van het Nederlandstalige "De Groot".

 

Grou(l)t, Groût, Grouls, Groux, Groust

1. Patroniem, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Gerolf.

2. Hier en daar kunnen namen ontstaan zijn uit Gros: groot, zwaar, als bijnaam dus.

 

Grove De, De Groeve, De Groof(f), De Groef, (de) Grouve, Schro(e)ven(s), Grove, Groven(s)

1. Bijnaam uit het Middelnederlandse grof: dik, groot, fors, sterk. Naar de lichaamsbouw.

2. Groven(s) kan een patroniem zijn. Zie Groffen.

3. In Limburg kan de familienaam ook komen uit De Grave/Greve: zie Graaf.

 

Gruard, -art, Grujart, Gruyaert, Cruaert, Grouard

1. Familienaam afgeleid van het Franse grue: kraanvogel (een bijnaam ?).

2. Afgeleid van het Oudfranse gru en het Franse gruau: gort. In dit geval een beroepsnaam (gortverkoper).

 

Gruet, -é, Gruwet, -é, -e(z), Groué

Afgeleide van het Franse grue: kraanvogel.Mogelijk naar een huisnaam of een bijnaam naar een lichamelijke eigenschap.

 

Gruiter (de), De Gruijter, De Gruyt(t)er, De Gruytere, De Gruytters, Gruyters, Gruijters, Grut(t)er, Grüt(t)er, Grüters, Gritter(s), (de) Gorter, Joorter (dit laatste is wellicht een verschrijving van het voorgaande)

Beroepsnaam voor diegenen die het gruit leverde, verkocht of in het bier mengde. Gruit: gagel dat gebruikt werd om het bier smaak te geven.

 

Grysperre Van, Van Grijsperre, Gryspeerd(t), Grijs-, Gryspeert, Grijs-, Gr(u)yspeirt

1. Familienaam uit de plaatsnaam Grijsperre: omheining, o.a. Heule, Hulste, Gits, Lendelede.

2. De familienaam en de plaatsnaam kunnen ook hun oorsprong vinden in een mooi grijs paard, dat in bezit was of er graasde.

 

Gryze De, De Gryse, De Grijze, De Grijs(e), De Grise, De Grieze, (de) Grisse

Bijnaam uit de grijze haarkleur.

 

Guens, Guns, Geudin

Patroniem, knuffelvorm van een Germaanse gud(god)-voornaam.

 

Guérard, Guerard, Guerra(r), Wéra(rd), Wera(rd), Weeraat, Wirard, Wira(t)

Patroniem, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam: war-hard.

 

Guichard, -art, -aux, Gicard

Patroniem uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam wîg-hard..

 

Guidet, -é(e), -ee, -ez, Ghidez, Gidé, Gydé, Gijdé, Guiet(te), Guyette, Ghiette, Gyet, Giet, Viette, Videz, Videx

Patroniem/metroniem uit de Germaanse voornaam Wido (= het Franse Guidon).

 

Guilbaud, -bau(t), -beau, Guillebault

1. Zie Wilbaux (schrijfvariant).

2. Variant van Gilbert.

 

Guilluy, Guil(l)y, Guel(l)uy, Gillewy, -wij, -wie, Geluwie

Metroniem uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam gild-wid.

 

Guissart, -ard, Guisard, Guizard, Gyssaert, Ghyssaert

1. Familienaam uit de Germaanse voornaam wïs-hard..

2. Variant van Guichard. Zie daar.

 

Guldemond, -mont

Bijnaam naar een 'gouden mond' voor een zeer welbespraakt iemand.

 

Guldentop(s), Gullentops, Gulde(r)tops

Bijnaam voor iemand met een gouden/rood haar. Het Middelnederlandse woord top = hoofdhaar (denk aan het gezegde: van top tot teen).

 

Gulik Van, (van) Gulick, Van Geleuken, Van Gulick, Van Gul(c)k, Gullick

Naam uit de plaatsnaam Jülich (Gulik) in Noordrijn-Westfalen.

 

Guns: zie Guens.

 

Gustin, -ing(s), Gustina, -inne, Guestin, Güsting

Patroniem/metroniem, verkorte vorm van Augustus/Augustinus.

 

Guth, Güth, Gutt(er)

Duitstalige familienaam. Bijnaam voor een goedgemutst, goedhartig iemand.

 

Guyse Van, Van Guijse, Van Guysse, Van Guyze, Van Guijze

1. Familienaam uit de heerlijkheid Guysen (Oostende) en een leengoed Guysen in Gistel (West-Vlaanderen).

2. Mogelijk ook uit de plaatsnaam Gehuse, Guse: gehucht.

 

Gypen(s), Gijpen(s), Geypen(s), Geijpen(s), Gieben(s), Gibens, Geib(en), Gueibe(n), Gijps, Gips, Gep(t)s, Geb(t)s, Guebs, Gueib

Patroniem uit Gijsel-brecht of een geb-naam (bv. Gevaert).

 

Gyseg(h)em Van, (van) Gijseg(h)em, Van Gyzeg(h)em, Van Gijzeg(h)em, Van Geyseghem, Van Ghyseg(h)em, Van Ghijseghem, Gysegom, Gijsegom, Geysegom(s)

Familienaam uit de plaatsnaam Gijzegem (Oost-Vlaanderen).

 

Gyselaers, Gijselaer, -aers, Gyzelaers, Giesela(e)re, -ler, De G(e)ysel(a)er, Geijselaers, Geyselaers, De G(e)yseleer, De Geijselaer, -eer, Geisseler, Gisselaire, -eire

1. Patroniem uit de Germaanse voornaam gîsl-hari.

2. Bijnaam voor een gijzelaar.

 

Gyselbrecht, -berghs, Ghyselbrecht, Ghijsel-, Gijsbrecht(s), -breghts,

-breg(t)s, Gyesbrechts, Gijes-, Gyesbregts, -breghts, Ghys(e)brecht(s), Ghijs(e)brecht(s), Ghisbreght, Geysbreght(s), -bregts, Geijsbregts, Gijbrechts, Ghijbrecht, Ghiesbreght, Giesbrecht, Giesber(t)s, Gysberts(en), Gijsberts(en), Gijsberts(en), Gisbert(s), -ers, -ertz, Gysbergh(s), Gysber(g)s, Gijsber(gh)s, Ghysbergh, Gyesberghs, Gyzebergs, Gyseberg(h)s, Gysebergt, Gijsebergs, Geysebergs, Gijsenberg(s), -berght, Gijsemberg(t), Geysembergh(s), Gheysenberghts

Patroniem uit de Germaanse voornaam gîssl-berht: 'gijzel-schitterend'.

 

Gyselen, G(h)ijselen, Ghyselen, Gislen, Ghiselin, Ghijselijns, -yns,        -yms, Ghyselijns, -yns

1. Patroniem, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Gijzelbrecht.

2. Metroniem uit de Germaanse voornaam Gisela.

 

Gysemans, zie Gijsemans. 

Andere G-bladzijden G | Gi | Go

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Wil je de betekenis van jouw familienaam kennen ? Stuur een mailtje!  

Er zijn slechts drie voorwaarden:

- vermeld in je mailtje waarom je het wil weten,

- beperk je tot één of een paar namen.

- vermeld ook even hoe je op mijn site terecht kwam.

 

Soms moet je even geduld hebben: er zijn nogal wat aanvragen.

Kijk a.u.b. eerst of de gezochte naam er niet opstaat (bv. De Grote bij Groot, Verbeeck bij Beek en bv. Vranckx bij Frank). Zo bespaar je mij heel wat werk.

 

Literatuur:

De betekenis van toponymische samenstellingen (J .Van Loon - Onomastica neerlandica 1981)

Etymologisch woordenboek der Nederlandsche Taal (J. Vercoullie - Van Rysselberghe & Rombout 1925)

Huizinga's complete lijst van namen (A.Huizinga - Tirion 1998)

Middelnederlandsch handwoordenboek (J. Verdam -  Uit. Martinus Nijhoff 1949)

Middelnederlandse spraakkunst ( Dr. A. Van Loey - Wolters-Noordhoff 1980)

Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226)  (Maurits Gysseling - Belg. interuniversitair centrum voor neerlandistiek 1960)

Vondelingen en hun naamgeving (L.De Man - Onomastica neerlandica 1956)

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (Dr. Frans Debrabandere - Gemeentekrediet 1993)

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003)