Familienamen

                                                                                                                             

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Andere D-bladzijden  D | Del | Do | Du | EF

 

 

 

Terug naar intro 

Het grootste deel van onderstaande info is een selectie uit: Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003).

Ebbelink, Ebbeling, Ebbink

Inga (= van het volk van) -patroniem uit de Germaanse voornaam Ebben, Eben, Ebel (= speer). Zie ook Hebing.

 

Eben(s), Ebben, Eeben, Ebend, Eyben, Eijben

Patroniem, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Egbrecht of Eberhard. Of uit Eibert (agil-berht: Egibert).

 

Echelpoel Van, Echelpoel(s), Van Eggelpoel, Van Ec(c)elpoel, Van Eckelpoel, Van Eecelpoel, Van Aggelpoel, Eggelpoels, Ekepoels

Familienaam uit de plaatsnaam Echelpoel (poel met echels (bloedzuigers)) in Bouwel, Duffel, Wommelgem, Reet (Antwerpen). 

 

Echt Van, Van der Hecht

Familienaam uit de plaatsnaam Echt (Nederlands-Limburg).

 

Ecker, Eckers, Ekkers

Patroniem uit de Germaanse voornaam agi-hari.

 

Ede (van), Van E(e), Van Eeden

1. Naam uit de plaatsnaam Ede (=hede of heide), of Ede (Eede bij Aardenburg, deze uit de riviernaam).

2. Zie ook bij Heede (van) der.

 

Edom (van), Van Egdom, Van Eldom

Familienaam uit de plaatsnaam Egdom in Scherpenzeel (Gelderland) of Eidum (Sleeswijk-Holstein). De familienaam komt vooral in Utrecht voor.

 

Ee Van, Van E, Vane

1. Naam uit de gelijknamige riviernaam Ee: water (West-Vlaanderen, Zeeland, Friesland).

2. Zie ook Heede (van) der.

3. Zie ook Ede Van.

 

Eeclo(o), Van Eecloo, Ee(c)keloo, Eeckloo, (van) Eeckeloot

Familienaam uit de plaatsnaam Eeklo (Oost-Vlaanderen).

 

Eeg(h)en Van, Van Negen, Van Heeghe, Van Heg(h)e(n)

Naam uit de plaatsnaam Egem (West-Vlaanden).

 

Eekele(e)rs, -laers, -laert, Eeklaer, Eeckele(e)rs, -laert(s), -laer(s), Iekeler, Yekeler

1. Gezien de geografische verspreiding wellicht uit de plaatsnaam Eeklo.

2. Variant van Eyken Van der. Zie daar.

3. Of uit Heckelers. Zie daar.

4. Of uit de plaatsnaam E(e)kelaar: eikenboom.

 

Eekhou(d)t, -kaut(te), Eeckhou(d)t, -hout(t)e, -houd, -haut(e), -hautte, -haud(t), -haoudt, Eechhoute, -ou(d)t, -audt, -aut(e), Hee(c)khout, Heckhout, Hee(c)khaut, Heeckhoute, Eckhaut, -hou(d)t, Ecoudt, Eeckaut, Eikenhout, Eyckenhuts, Van (den) Eekhaut, -houdt, Van (den) Eeckhout(t)(e), -Ee(c)khoutt(e), -Eeckhoudt, -oi(d)t, -(h)aut(e), -haudt, Van (den) Eechaute, -E(e)chaut, -Eechout(t)e, Van Eeckkout, Van Ecckhout, Van Eckhou(d)t, -haut, Van Ee(c)kaute, Van Eeckhaudt, Van Eechkout, Van Heeckhaute, Van Heck(h)outte, Vanékaut

Familienaam naar de zeer verspreide plaatsnaam Eekhout: eikenhout.

 

Eekma

Friese patroniem uit de voornaam Eke (verkorting van het Germaanse agi) en

ma (: man).

 

Eemeren Van, Van Eijmeren

1. Familienaam uit de plaatsnaam Emmeren in Berlingen (Gelderland), Hoepertingen (Limburg) of Eimeren in Elst (Gelderland).

2. Er was o.a. in Brussel een huisnaam De Emer. Mogelijk ook huisnaam.

 

Eena(e)me (van), Van Eenennaam

Familienaam afgeleid van het dorpje Ename bij Oudenaerde.

 

Eenens, Eeninckx

Patroniem uit een Germaanse agin- of ein (bvb. Einhard) -naam.

 

Eerebout, Errebau, Heerebout, -baut, Herrebaut(s), -bou(d)t, Heirbau(d)t, -bout, Heirebau(d)t, Her(e)bout, Erbout, Herbaut(s), -au(lt), Herbaux, -e, -bost, Her(re)bosch, Hierbosch, Erbo

Patroniem uit ofwel de Germaanse voornaam arin-balth.

Ofwel de Germaanse voornaam hari-balth.

 

Eersel Van, Van Eessel, Eersels

Familienaam uit de plaatsnaam Eersel (Noord-Brabant) of De Eersels in Zolder (Limburg).

 

Eessen Van, Vaneessen, Esen, Van Heesen

Familienaam uit de plaatsnaam Esen (West-Vlaanderen).

 

Effelterre Van, Van Effeltaire, Van Effenterre, Van Heffelterre, Van Huffeltaire

Naam uit de plaatsnaam Effelter in Denderwindeke (Oost-Vlaanderen).

Er is nog een Effelter in het Frankenwald, in het noordoosten van Beieren.

 

Efferen Van, Effermans

Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam bij Keulen.

 

Egeren Van

Familienaam uit de plaatsnaam Eger in Appeldorn (Noordrijn-Westfalen).

 

Egger, -ers, -ert, Eger(s), -ert, Eggern, Hegger(s)

Patroniem uit de Germaanse voornaam agi-hari.

 

Eggerick, Eggeric(k)x, Egerickx, Eggric(k)x, Egrix, Heggerick(x), Hey(e)rick, Heijerick

Patroniem uit de Germaanse voornaam agi-rîk.

 

Eilebrecht, Ellebrecht, Eilbracht

Patroniem uit het Germaanse agil-berht.

 

Eilers, -erts, Eil(t)s, Eyler

Patroniem uit de Germaanse voornaam agil-hari.

 

Ekkelkamp, Eckelkamp, Ekkelenkamp

Familienaam uit ekkel (eikel) en kamp (afgebakend stuk grond voor landbouw of veeteelt). Wellicht ergens op de grens Overijssel, Drenthe, Duitsland.

 

Elaut, Elaüt, Elo(o)t, Ellaut, Helaudt

Patroniem uit de Germaanse voornaam agil-wald.

 

Elbers

Patroniem uit ofwel de Germaanse voornaam alja-berht ofwel uit agil-berht.

Ofwel uit adel-berht.

 

Elen(s), Eelen(s), Eleyn

Metroniem uit de Germaanse voornaam Adela, Edele, Aleit.

 

Elewaut, Helewaut, Helevaut

1. Patroniem uit de Germaanse voornaam alja-wald: ander-heerser.

2. Zie ook Helewaut.

 

Elewijck Van, Van Elewyck

Naam uit de plaatsnaam Heelwijk bij Heesch (Noord-Brabant).

 

Elfrink, Elferink, Elfferich, Haffreinque

Patroniem uit de Germaanse voornaam Alverik.

 

Eliano, Iliano

Patroniem, Italiaanse vorm van de heiligennaam Elianus. Dit uit Elia(s).

 

Elias, Eliassen, -son, Eljasz, IIias, -az, Ilijas, -az, IIlias, Iljasch, Ilyas, Ylias, Eliat, Ely, Hely, Hély, Elie, Eliard, -ert(s), -aert, -aer(t)s

Patroniem uit de Bijbelse naam Elia(s).

 

Elisabeth, Lisabeth, Lysabeth, Lisbet(h), Lispet, Lysbettens, Leysbeth, Leysebettens, Van Lysbeth,

Van L(e)ysebeth, Van Lys(s)betten(s), Van Lijs(s)ebetten(s), Van Lysenbettens

Metroniem uit de bijbelse voornaam Elisabeth.

 

Elseman(s), -ons, Elsmans, Elsermans, Helsemans

1. Metroniem uit de voornaam Else (variant van Elisabeth).

2. Of afgeleide van Van der Elzen. Zie bij Elzen.

 

Elsen(s), Elzen, Helsen(s), Helzen, Ilsen

Metroniem, verkorte vorm van de heiligennaam Elisabeth.

Zie ook Elzen.

 

Elseneer(s)

Familienaam uit de plaatsnaam Elsene (Brussel) of uit de plaatsnaam Elsen (Noordrijn-Westfalen).

 

Elsmoortel, Helsmoortel, Elsemoortel, Elzemoortel, Helmoortel

Naam uit de plaatsnaam Elsmoortel: drassige grond met elzen. Plaatsnaam in Aartrijke, Assebroek, Oostkamp, Sijsele en in Duffel (Antwerpen).

 

Elst (van (der)), Van (der) Elst, Ter Elst, Van der Elst, Van (der) Helst, Van der Aalst, Van der Aelst, Ver(r)elst, Verelest, Verhelst, Verest, Voorhelst

Afgeleid van de plaatsnaam Elst: elzenbos(je). Op diverse plaatsen ontstaan.

 

Elstraete Van, Van der Elstraete(n), Vander Elstraeten, Van der Helstraete(n), Helstraete

Familienaam uit de plaatsnaam Els(e)straat in St.-Katelijne-Waver (Antwerpen) en in Ingelmunster (West-Vlaanderen).

 

Elswege Van, Van Elseweghe, Van Elsuweg(h)e, -wège, Van Elsuwe, Van Elsuwé, Van Elsue, -ué, -uë, Van Helsewege, Van Helsuwe, -uwé, Van Helsuwege

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Elswege = elzenweg, -paadje. Deze plaatsnaam komt o.a. voor in Widdingen (Limburg), Ingelmunster...

 

Elven Van, Vanelven, Van Halven, Elve

Familienaam uit de plaatsnaam Elleve (tussen Baaigem en Dikkelvenne Oost-Vlaanderen), of uit Elven (Voeren Limburg), of uit Alfen/Alphen (Zuid-Holland, Noord-Brabant, Gelderland) of ook nog uit Elvene (Grimbergen Vlaams-Brabant).

 

Elyn, Elijn, Eleyn, Elinck(x), Elincx, Elling

Patroniem, knuffelvorm van een Germaanse athil-naam.

 

Elzen Van den, Van den Elsen, Van den Elschen, Van (den) Elsken, Van den Helsken, Van Elskens, Verelzen

Familienaam uit een plaats waar veel elzen groeien.

 

Embrechts: zie Imbrechts.

 

Em(m)anuel, Emmaneel, Emanuel(li), Immanuel, Emanuelson

Patroniem uit de Bijbelse voornaam I/Emmanuel.

 

Emmers: zie Imbrecht(s) EN Heemers.

 

Emond(s), Emon(t)s, Emont(z), Emong, Emunds

Patroniem uit de Germaanse voornaam agi-mund.

 

Emsbroek

Familienaam naar het Emsbroek in Harfsen, vroeger Laren Gld.

 

Emsen(s), Emsems, Empsen, Empste(i)n, Emsten

Patroniem, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Immezo, dit is dan weer een knuffelvorm uit Immo dat een knuffelvorm is van een -ermin-naam.

Of een metroniem, uit Imma/Emma, dit is ook een knuffelvorm uit een -ermin-naam.

Of uit de plaatsnaam Empsen in Roermond.

 

Engel Van (den), Van Ingel, Van Hingel

Familienaam uit de verspreide huisnaam Den Engel/Den Ingel (voor een hoekhuis Lat. angelus).

 

Engeland Van, Van Engelan(dt), England, Van Ing(h)elandt, Van Ingueland, Van Ynghelandt, Van Hingeland(t)

1. Naam voor iemand afkomstig van Engeland.

2. Of naam uit de gelijknamige plaatsnaam Engeland in Niepkerke of Strazele (Frans-Vlaanderen) en ook in Gelderland.

 

Engelborgh(s), -borgs, Engelbos(ch), Ingelbosch, Engiboust

Metroniem uit de Germaanse voornaam angil-burg.

 

Engelen, Ingels, Engels

1. Patroniem uit de Germaanse voornaam angel-berht of een andere angel-naam.

2. Mogelijk ook een huisnaam (In den Inghel) of een bijnaam (zacht iemand).

 

Engelen Van

Familienaam uit de plaatsnaam Engelen (Noord-Brabant).

 

Entrop

Naam uit de Westfaalse plaatsnaam Entrup, Entrop.

Zie ook Antrop.

 

Eppe, Eppen, Eppema, Epema

Patroniem, knuffelvorm uit Eppo.

 

Erauw: zie Heraut.

 

Erdeghem Van

Familienaam uit de plaatsnaam Eerdegem in Baardegem (Oost-Vlaanderen).

 

Eriks, Eric(x), Iriks, Erich(s), Eris, Eriksen, Ericsen, Eriks(s)on, Erichson, Erichsen

Patroniem uit de Germaanse voornaam Erik.

 

Ermengem Van, Van Ermengen, Van Ermingen, Van Ermegem

1. Familienaam uit de verdwenen plaatsnaam Hermengem in de buurt van Gavere (Oost)Vlaanderen),

2. Uit uit de plaatsnaam Hermelgem (Oost-Vlaanderen),

3. Of uit de gelijknamige en verdwenen plaatsnaam ergens in Vlaams-Brabant ?

 

Ermgodts, Armgodts

Patroniem/metroniem uit Ermengudis of Ermengaut.

 

Erna

Waalse variant van Aernout(s). Zie daar.

 

Erno(t)s, Ernon, Ernotte, Arnone

Patroniem/Metroniem, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Arnoud (arn-noud).

 

Ernst, Ernest(e), Ernes, Ernès

Patroniem uit de Germaanse voornaam Ernst-Ernest.

 

Erp(e) Van, Van Herp, Van Herpe(n)

Familienaam uit de plaatsnaam Erpe (Oost-Vlaanderen) of Erp (Noord-Brabant). Zie ook Herp.

 

Erpoul, Herpoel(e), Herpol

Franse vorm van de Germaanse voornaam Erpolf (erp-wulf).

 

Ertbruggen Van, Van Eerdenbrugghe, -brugh, Van Eerenbruch, -bruck, Van Aerdebrugge, Van Hertbrugge(n), Erd(t)bruggen, Vereertbrugg(h)en, Verertbruggen, Verhertbrugge(n)

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Eerdbrugge: brug aan de aard= aanlegplaats.

Plaatsnaam op diverse plaatsen in Vlaanderen en Nederland.

 

Ertryck(x), -rijckx, Eirtrijckx, Erdreich

1. Patroniem uit het Germaanse hard - rîk.

2. Zie ook Aertenryck.

 

Ertvelde Van, Van Artevelde, Dartevelde, Dartevelle, Ertveld(t), Ertvelt, Van Etveld(e)

Naam uit de plaatsnaam Ertvelde (Oost-Vlaanderen).

 

Es Van der

Naam uit Groningen en Drente, waarvan de dragers allemaal aan elkaar verwant zijn, vernoemd  aan het Es-land of de Essen rondom het dorp Onnen bij Haren.

Med. Vincent Van der Es.

 

Escal(l)ier, Lescallier, -iez, Scaillie(r), -ié, Schallie(r)

Beroepsnaam uit het Oudfranse escallier: schaliedekker, leidekker.

 

Escoyer, -ez, Escohier, Lesco(u)hier(s), Lesco(u)wier, Leco(u)yer, Scoyer, -ez, -et, Scohier, -iez, -i(r), Scohy

Beroepsnaam uit het Oudfranse escohier: bontwerker, bonthandelaar, leerlooier, schoenmaker.

 

Esken(s), Eskin, Eyskens

1. Metroniem uit de Germaanse voornaam Aska, dit uit het Germaanse aski: es.

2. Patroniem uit een Germaanse agis-naam.

 

Eskildsen, Eskildson, Eskilsson

Naam uit het de Scandinavische voornaam (zoon van) Eskil(d), de (oud)Noorse naam Áskell, Ásketil.

De naam komt het eerst voor in de Noorse regio Akershus. Nu komt hij in het gehele Scandinavische gebied voor EN via inwijking rond het Michiganmeer (USA + Canada).

 

Esmeijer

Familienaam uit es (de boom) en meyer (zie daar). Zoiets als toezichtshouder op de (essen)bossen.

 

Espen (van), Van Hespen, Van Nespen, Vannespenne

1. Familienaam uit de plaatsnaam Espen (boomnaam).

2. Familienaam uit de plaatsnaam Nispen (Noord-Brabant).

3. Familienaam uit de plaatsnaam Neer- of Overhespen (Brabant).

 

Esquenet, Equinet

Bijnaam uit équené: tenger, zwak.

 

Esse Van den, Van der Es(se(n)), Van Es(s)che, Van Hessche(n), Van Heessche, Van den Esch, Van Denesse, (van) Es(ch), Van Nes(se), Van Nesche, Von Es(s)chen, Veres(se), Veress, Verhess(ch)en, Van Esse(n), Van Hes(sen), Wanesse, Vanèse, Von(n)êche, Von(n)èche, Von(n)eche

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Es, Ten Es: boom of essenbos. Of uit de plaatsnaam Essen (Antwerpen) of Esch (Noord-Brabant, Gelderland). Deze plaatsnamen komen dan weer uit Es, Ten Es.

 

Esser(s), Esses

Beroepsnaam.

1. Uit de Nederrijnse familienaam Esse(s): assenmaker.

2. Uit het Duitse Äscher: bereider van as, potas.

3. Zie ook Dessers.

 

Est Van (der), Van der Rest, Van (h)Est(e), Van den Hest, Ver(h)est

1. Familienaam uit de plaatsnaam Est: essenbos.

2. Zie ook Nest.

3. Uit Els: Elzenbos.

4. Van Hest kan ook afkomstig zijn uit Van Heist.

 

Ester(s), Esther(s), Estersohn, Esterzon

1. Patroniem uit de Germaanse voornaam ast-hari.

2. Metroniem uit de Bijbelse voornaam Esther.

 

Estié (in Nederland ook vervormd tot Esteje), Estay

Wellicht naam uit het Franse estei, estey: kanaaltje, beek.

Naar de woonplaats.

 

Estoret, -ez, -es, Storet, -ez, Letoret, -ey

Bijnaam uit het Oudfranse estoré: toegerust, welgesteld.

 

Etterbeeck Van

Familienaam uit de plaatsnaam Etterbeek (Brussel).

 

Eukem Van, Van Euckem, Wane(u)kem, Waneuken, Van Eu(c)kem, Van Eukenne, Van Heuken, Van Heucke, Heukem, Vande Neuken, Van Huychem, Van Huijchem, Van Huyghem, Van Unchem

1. Naam uit de plaatsnaam Udekem in Zoutleeuw (Vlaams-Brabant).

2. Soms mogelijk ook uit de plaatsnaam Euken (St.-Genesius-Rode - Vlaams-Brabant).

 

Eulaers, Eulaerts, Eulaert

Patroniem uit de voornaam Eulard (vorm van Willard (wilja-hard)?).

 

Eustache, -ace, -aze, Hustache, Hostache, Istasse, -as(e), -a(e)s, -as(s)e, -ace(s), -az, -a(t), Itace, Histace, -as(se), Ystas, Estache, -as, Astaes, Vitasse, Witas(se)

Patroniem uit de Griekse naam Eustacius.

 

Even(e)poel, Everdepoel

Naam uit de plaatsnaam Evenpoel: effen vlakke poel (mogelijk ergens in het zuiden van Vlaams-Brabant).

 

Even(s), Evin, Evinck(x), Evick, Ewing

Patroniem, knuffelvorm van de Germaanse voornaam ebur: ever.

 

Ever (de), Dever(s)

Bijnaam de ever: diernaam.

 

Everaert(s), -aardt, -aar(t)s, -aerd(t), -ard(t)s, -art(s), -hard, -ard, -aed(t), aet(s), -ats, -att, -aer(e), -a(e)rs, Evera, Evraerd, -a(e)rt(s), -a(r)d, -aere, -aerst, -aets, -as, -at(s), Euvrard, Eurard, Ewerhard, Heveraerdt, Heverae(d)t, Euerard, Ewrard

Patroniem uit de Germaanse voornaam ebur-hard: ever-sterk.

 

Everbroeck Van

Familienaam naar de gelijknamige plaatsnaam uit ebur-broek. Wellicht in de omgeving van Lier.

 

Ewald, Ewal(d)s, Ewalts, Evaldre, Ewold

Patroniem uit de Germaanse voornaam Ewoud (êwa-wald).

 

Exel Van, Van Exsel, Exelman(s), Excelmans

Naam uit de plaatsnaam Eksel (Limburg en Gelderland).

 

Eyg(h)en(e) Van, Van Heyg(h)en, Van Eijgen, Van Eig(h)en, Van Eyg(h)em, Van Egghen, Van Heyg(h)em, Van Heyg(h)en, Van Heg(h)e(n), Van Negen

Familienaam uit de plaatsnaam Eyghene in Egem, Pittem, Tielt, Wingene. Of uit Eigen in Neerijse (Vlaams-Brabant), Oud-Turhout (Antwerpen), Zepperen (Limburg).

 

Eyken Van der, Van der Eijk, Van (der) Ey(c)ke(n), Van (der) Eij(c)ke(n), Van der Reycken, Van den Reijcken, -Reyken, Van der Ick(en), Van der Ickx, Van der Ieck, Vandéric, Van (der) Ee(c)ken, Vonderhecken, Van der Reken, Van (der) Ecken, (van) Heecke, Van Heek(e), Verheijke, Vereycke(em), Vereij(c)ken, Verreijke(n), Verreijcken, Ver(r)ey(c)ken, Van der Yken, -Ycke(n), Van der Ryken, Van de(r) Rijck(e), Van de Rijke(n), Van de Ryck(e),  Van de Ry(c)ken, Van Drick, Van Driken, Veryke, Verijke(n), Verrijck, Verryck, Verryke(n), Vereeke(n), Vereeck, Vere(e)cke(n), Verre(c)k, Verrecken, Vereckens, Vereecque, Vereque, Vreeke(n), Vrey(c)ken, Vreijken, Verhee(c)ke(n), Verheck(en), (van der) Eycken, (van) Eycken, (van) Eyck, Van Eecke, ...

Zeer verspreide plaatsnaam afgeleid van 'Ter Eeke', 'Ter Eyck': plaats waar eiken groeiden.

 

Eykman(s), -mann, Eyckman(s), Eijckmans, Eykemans, Eikmans, Ickmans, Eek(e)man, Eeckeman, Ee(c)kman(s), Eck(e)man(n), Ekman, Hey(c)kmans, Heijckmans, Heeckman, Ykman, Eikema

Afgeleide van Eyken Van der. Zie daar.

 

Eylen Van : zie Nijlen (van) en Heylen (van).

 

Eyletten, Eyletters

Metroniem afgeleid van de Germaanse voornaam Ida, Ide.

 

Van (den) Eynde, Van (den) Eijnde(n),Van der Eijnden, Van den Einde(n), Van (den/der) Ende(n), Van de Hende, Van (den) Hende(n), Van den Inde(n), Van (den) Eyn(d)t, Van den Eijnt, Van E(ij)ndt, Van Endt, Van der En(dt), Van den En(g), Van In, Van Nin

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam 'ten Einde, Inde, ...' : eind, afgelegen plaats.

 

Exaerde Van

Familienaam uit de plaatsnaam Eksaarde (Oost-Vlaanderen).

 

Fabel, Fable

Bijnaam naar de "fabel" voor een fabeldichter of een fabel-, sprookjesverteller.

 

Faber, Fabère, Faberé, Fabre, Fabré, Fabri(s), Fabbri, -o, Fabrij, Fabry(s), Favry, De Faveri, Favre, Faver(e), Faveere, Faveers, Faur(e), Defaure, Fore, Foor, Fevrij, Fav(e)ry, Feverij(s), Faivre, Lefevre, Lefèvre, Levevre, Lefever(e), Lefaivre, Lefeu(v)re, Lefeve, Leféve(r), Lefebv(e)re, Lefèb(r)e, Lefefvre, Lefeivre, Lef(f)ebure,Leffebvre, Lefèbre, Lefebre, Lafèbre, Lefeber, Laf(f)eber, De Feuer, Fevre, Fèvre, Fever(e), Defever(e), Defèvre, Defe(b)vre, Dufebvre, Defebere, Defebure, Feber

Beroepsnaam van de smid uit het Franse fèvre, het Latijnse faber.

 

Fache(s)

1. Zie Defache.

2. Of verkorte patroniem uit de voornaam Bonifache/Bonifaas/Bonifatius.

 

Fagard, -art, -as, -a(t), Faguard, Fagardo

1. Afgeleide van Fagot (uit het Oudfranse mutsaard, bos rijshout). Bijnaam voor een houthakker, een sprokkelaar.

2. Of van een Germaans-Skandinavische Fagi-naam.

3. Of variant van Fagnard (zie daar).

 

Fagnard, -(i)art, -iard, Fania(rd), Faigna(e)rt, -ard, Faignaert, Finjaer, Fanar, Fana

Naam uit de plaatsnaam Fagne: veenland.

Faict, Fait, Feijt, Feyt

Naam uit de plaatsnaam Fay, dit uit het Latijnse fagetum: beukenbos.

 

Faille (van der), Van der Faeillie, Verfaille, Ferfaille, Verfaillie, Verfa(e)llie, Delafaille, delle Faille, (de) Lafaille, Faillie, Failly, Faelli

Familienaam naar de plaatsnaam Faille, Falie: perceel grond in kap(L)vorm.

Verspreide naam in West-Vlaanderen.

 

Falleyn, -ein

1. Uit Follein, zie Follin.

2. Zie ook Falin.

 

Falin, -ing, Fallein, -eyn, Faelen(s), Faeles

Patroniem uit de Germaanse voornaam Falho.

 

Fassbender, -binder, -baender, Fasbender, -binder, Faszbender, Fahsbender, Fatzbender, Vasbinder, -dère, Vassbinder, Vastbinder(s), Vastenbind

Duitse beroepsnaam Fassbinder: kuiper.

 

Fassin, Fac(h)in, Facc(h)in, Facchim, Faxcim, Fachinat

Patroniem, knuffelvorm van Bonifacius.

 

Fastré, -e(s), -és, -ez, De Fastré, Fastrez, Festré, -e, Fatrez, Fautré, -ès, -e(z), -et, -ay, -es, Fétré

Patroniem, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Vastraad (fast - rêd).

 

Faucheur, -eux, Focheux, Fauqueur, -ueux, Faucqueur, Fo(c)queur, Fockeu, Facqueur, Fackeure, Fas(s)eur

Beroepsnaam uit het Franse faucheur, het Picardische fauqueur: maaier.

 

Faucon(n)ier, Fockenier, -enié, Fosquenier, Faulconer, Fouconnier, Faucogney

Beroepsnaam van de ambtenaar die voor de jachtvalken zorgde.

 

Fauque, Fauck, Faucq, Fauche

Patroniem uit de Germaanse voornaam Falko (valk).

 

Faverel, Favrel(le), Faurel, Favore(e)l, -elle, Fav(e)reau(x), Favriau, Favray, Favraux, Faveriau(x), Favériau, Faver(i)o, De Favereau

Familienaam uit het Oudfranse faverel: smidje.Beroepsnaam voor de smid.

 

Favet(te), Favez, Fav(e)yts, Fav(e)ijts, Favaits

1. Naam uit het Oudfranse fave, het Franse fève: boon. Of het Waalse favète: paardenboon. Beroepsbijnaam voor de kweker, de handelaar. Of bijnaam: zie verder bij Boon.

2. Of variant van Fauvet. Zie bij Fovet.

 

Fayen, -ens, Feyen(s), -es, Feijen(s), Feyenne, Fey(e)

Knuffelvorm van een frithu-naam.

 

Feller, Fell

1. Naam van Duitstalige origine uit fell (huid) voor de huidenkoopman of de vilder.

3. Naam uit de plaatsnaam Fell (bij Trier - Rijnland-Palts) of Fellen/Felln (Beieren).

3. Patroniem uit de Luxemburgse variant van Valère.

 

Fens, Fenske, Vens

Patroniem, korte vorm van de Latijnse heiligennaam Vincentius.

 

Feraille(s): zie Ferraille.

 

Ferdinand, -ant, Fernand(es), Fer(di)nande, Vernant, Ferdinandus(se), Fernande(z), Fer(r)an(d), Ferrando, -ez, -i(no), Ferrant(e), F(i)erant, Verant, Virant, Vrand, Farran(t), -and, Frand, Frant

Patroniem, Romaanse en verkorte vormen van een Germaanse frith of fardi + nanth naam.

 

Ferin, -yn, -ijn, Ferrin, -yn, -ing, Farin, Vérin, Ver(e)in, Frin, Fryns, Frijns, Frin(g)s

1. Patroniem, knuffelvorm van de heiligennaam Severinus.

2. Soms is het ook een knuffelvorm van een Germaanse fer-, far-, of frithu-naam.

 

Ferlin, Ferling(s)

Naam uit het Oudfranse ferlin: kleine munt ter waarde van 1/4 penning. Bijnaam of beroepsnaam.

 

Fermond(t), Vermon(d)t, Vermon(d), Vermonden, Dufermont, Dufourmont

1.Patroniem uit de Germaanse voornaam far-mund of frith-mund: Feremundus.

2. Familienaam afgeleid (vooral de twee laatsten) van de plaatsnaam Fermont(ijzerberg) die op diverse plaatsen in het Franstalige deel van de wereld voorkomt.

 

Ferraille, Feraille(s)

1. Familienaam uit het Franse ferraille: schroot, oud ijzer, klein grut. Bijnaam of beroepsnaam.

2. Familienaam uit de plaatsnaam Ferailles in Biesme.

 

Ferré, -et(te), -est, -ès, Féré, -et(te),-ey

Familienaam uit het Oudfranse ferré: ijzer.

Bijnaam naar een karaktertrek of misschien ook wel de beroepsnaam van iemand die met ijzer werkt.

 

Fer(r)emans, Ferman(s), Ferdman

Patroniem uit Ferri, Ferrand (uit Ferdinand).

 

Fertin, Fertein, Fertens, Fertinel, Fretin

1. Naam (beroepsbijnaam of bijnaam) uit het Oudfranse fretin: kleine munt.

2. Of variant uit Ferdin (= Ferdinand, die daar).

3. Zie ook Defretin.

 

Festjens, Festiens, -yens, Feske(ns), Festen, Vest(j)ens

Patroniem uit een Germaanse voornaam: bvb Vast-raad.

 

Feteris

Mogelijk schrijfvariant van de knuffelvormen Fe(i)ter, Fouter: uit Wouters (zie daar. Of naam van vreemde origine (Middelands-zeegebied).

 

Feunekes, Feuneman, Funneman, Fohn, Fun

Patroniem uit de voornaam Fenne.

 

Feyaert(s), -arts, Feijaert(s), Fayaerts, -ard, Feyants, Feynants, Fijan

1. Patroniem uit de Germaanse voornaam fagi-hard. Dit volgens De Brabandere.

2. De naamvarianten zijn in de regio Berg-Nederokkerzeel (Vlaams-Brabant) echter geëvolueerd uit Feyens.

Dus zie bij Fayen en Fyen(s).

 

Feye(n)(s), Feyenne

Zie Fayen en Fyen(s).

 

Feyer De, Feyer(s)

Mogelijk een beroepsnaam voor de handelaar in veren, schrijf(ganzen-)veren.

Ook een vondelingennaam.

1615 Jan de Feyer - Herzele (Vergr.1792).

1788 Gaspar Feyers - Mortsel (AP).

Ook bekent als variant van Feyens.

 

De Feyer, Feyer, Feyers

Mogelijk een beroepsnaam voor de handelaar in veren, schrijf(ganzen-)veren.

Ook een vondelingennaam.

 

Feys, Feijs, Feis, Veis, Veys, Veijs

1. Patroniem uit Veis, Feis, Feinse, verkorte vorm van Vincent.

2. Patroniem: verkorting van de Franse voornaam Gervais/ Servais.

3. Patroniem: knuffelvorm uit een Germaanse frithu-naam: bv. Feike.

 

Feyten(s), Feijten, Feiten, Fuytinck

Patroniem afgeleid van de Germaanse voornaam Wouter (waldan). Wouter evolueerde in de 12 de, 13 de en 14 de eeuw naar Fouter, Feiter.

 

Feyter(e) De, Feiter, De Feyteer, De Feijter, (de) Feyder, De Fuytere

1. Patroniem uit Foiter/Feiter. Dit evolueerde in de 14 de eeuw (en vroeger) uit Wouter/Woiter. Zo werd o.a. Wouter van Wesenpoele ... Foitre van Wesenpoele.

2. Het meestal en reeds vroeg voorkomen van het lidwoord 'de' kan er echter op wijzen dat de naam van het Middelnederlandse feyter komt. Feyter: dader, misdadiger.

 

Feytons, -ong(s), Feyetons, Feytand

Wellicht patroniem uit de Franse vorm Vitton van de heiligennaam Vitus.

 

Feyt(s), Feijt(s), Feit(h), Feidt, Feitt, Feydt, Feyth, Fuit, Fuyt(s), Fuijt, Feuts

Patroniem. 1. Verkorte vorm van Feiter (d.i. Walter).

2. Of uit het Duitse Feit/Veith. Dit uit de heiligennaam Vitus.

 

Fichefet

Naam uit het Oudfranse zinwoord fichier (vastbinden) + fe(d) (duivel). Bijnaam voor iemand die niet voor de duivel vervaard is, een onverschrokken iemand.

 

Ficker(s), Fiekers, Ficquere, -uère, Ficart

Naam uit het Middelnederlandse ficken: slaan, beuken. Bijnaam of ?beroepsbijnaam

 

Fiddelaar, Fiddelaer, Vedeleer

Beroepsbijnaam voor de vedel- of vioolspeler.

 

Fierman(s), Fi(e)remans

Patroniem, variant van Fier, dit uit Olivier.

 

Fiers, Fierz, Fies

Patroniem uit Fier (met v/f verscherping), een verkorte vorm van de voornaam Olivier.

 

Fieu(x), Fieuw(s), Lefieuw, Fiey, Duffieux, Defieu(w)

Naam uit het Picardische fieu: zoon, knaap. Zoiets als "de zoon van ..." waarbij in de loop van de tijd ... weggevallen is.

 

Fiévet, -é, -e(t)z, Fievet, -é, -e(z), -ey, -yts, -ijts, Fiefvet, -ez, Fivet, -é(e), -e(e), -ez, Fyvé, -ey, Fevez, Vivet, -ez, -e(), -ex, -e(e)y, Vyvey, -eij

Het Oudfranse fiéfé/fiévet is leenman, leenknecht. Een soort beroepsnaam dus.

 

Filippone

Italiaanse patroniem (knuffelvorm) afgeleid uit de voornaam Philip.

 

Filkin, Filtjens, Philtjens, Philtiens

Patroniem uit Filips. Zie verder bij Philippus.

 

Filleul, Filhol, Fil(l)ieul, Fil(l)ieux, Filieu, Filleux, Filleur

Naam uit het Oudfranse fileul, variant van fils: zoon, petekind.

 

Finet, -é, -ez, Finné, Fynet, Finit, Finot, Finel, Fineau, -aut, Fijnaut

Bijnaam uit het Franse fin: fijn, geslepen, wijs (bedachtzaam, verstandig, schrander, slim, ...), volmaakt, voortreffelijk, verfijnd, zacht, beminnelijk, keurig, teder, ...

 

Fiol, Fiol(l)e, Fioole, Fiolet

Verschrijving van Filleul of Filhol. Zie bij Filleul.

 

Firket, Firquet, Ferket, Verket

Patroniem afgeleid van Fier (afkorting van Olivier).

 

Flamé(e), -e(e), -ey, eygh(e), -ez

Franstalige variant van Flamand, Flamain: Vlaming.

 

Flandre(s), Deflander, Deflandre, De Flander

Uit het Frans: herkomstbenaming.

 

Flecy, Flessie, Flaisie, Defléchy

Naam uit de plaatsnaam Fléchy (Oise).

 

Flem (de)

1. Zie Deflem.

2. Zie Vlam De.

 

Fleteren Van, Vanfleteren, Van Sleteren

Familienaam uit de plaatsnaam Vleteren (Oost- en West-Vlaanderen) of Vleteren (Flêtre - Frans-Vlaanderen).

 

Fleurbayx, Fleurba(e)y, Fleurbaay

Familienaam uit de plaatsnaam Fleurbaix (Pas de Calais).

 

Fleyt De

Variant van De Fruyt. Zie bij Fruit.

 

Floin, Flon

Familienaam uit de plaatsnaam Floing (Dep. des Ardennes).

 

Flon, Flont

1. Uit het Provencaalse flon: beek.

2. Bijnaam uit het Waalse flon: taart, vla. Of beroepsnaam voor de bakker.

 

Flor(e), Floor(s), Fleur(s), Flou(h)r, Floe(r)s, Vloors

Patroniem, verkorte vorm van de Latijnse heiligennaam Florentius.

 

Florenty(n), -tin, -ten

Patroniem, knuffelvorm van de Latijnse heiligennaam Florentius.

 

Floret, -é(e), -ee, Fleuret, -é

Patroniem afgeleid van de Latijnse heiligennaam Florentius.

 

Florin

Patroniem, knuffelvorm van de heiligennaam Florentius.Deze komt uit het Latijnse florens: bloeiend, van aanzien.

 

Flos(s)

Duitse familienaam uit de plaatsnaam Floss: vliet, vloed, stromend water. Duitse tegenhanger van Vervloet.

 

Flossie, -y, -ij

Familienaam uit de plaatsnaam Fleussu in Raatshoven (Luik) of Florsies (Henegouwen).

 

Fob(e)lets, Faubelets, Vobelet, Fouble

Patroniem uit de Germaanse voornaam Fobert (fulk-brecht).

 

Fobe, Fob(b)é, Foppen(s)

Patroniem, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Volkbrecht of Volkbout

 

Fober(t), Fouber(t), Foebert, Fa(u)bert, Fauberg

1. Patroniem, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam fulk-brecht.

2. Of uit het Oudfranse Fobert, Fobaert: nar, dwaas, lobbes.

 

Fock(e), Fok, Foque, Fokke(n)(s), Fook, Foeken, Fou(c)que, Fouques, Foex, Fox, Vo(c)k

Patroniem naar de korte Germaanse voornaam Fulco/Folko : 'volk'.

 

Follens, Folens, Foele(n), Vollen(s)

Patroniem, knuffelvorm van een Germaanse voornaam zoals bvb Volboud (vol-boud) of Volbrecht (vol-brecht).

 

Follin, Foulain

Familienaam uit het Oudfranse fol: gek. Bijnaam.

1460 Johan Follain - Laon (Morlet).

 

Fonrijn, Fonrijn

Naam uit het Duitse "Vom Rhein": van de Rijn. Naar de vroegere woonplaats.

 

Fonteyne

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Fontein: bron, waterput.

 

Fordel

Nederlandstalige variant van de Duitse familienaam Vordel : voordeel (bijnaam) (Brech.).

 

Forest, Forrest, Forêt, -et, -ez, -é, -e, Forret, -ez, -é, -e, Fouret, -ez, -é, Fourré

1. Naam uit het Middelnederlandse foreest (dit uit het Oudfranse forest): woud, aan de heer behorende domein.

2. For(r)est/ Forêt kunnen ook vormen zijn uit de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Folkrad (folk+rad).

 

Forgeot, Fourgeot, -geau(x), -go, Forgo

1. Naam uit forge: smidse, beroepsbijnaam van de smid.

2. Of door vervorming van forge naar Fargeau: bijnaam, de ijzeren.

 

Fortemps (de), Fortems, Fortamps, Fortan

Bijnaam uit het Franse fort temps: sterk weer. Bijnaam voor iemand met een goed humeur.

 

Fourdin, -ain, Fordijn, -(e)yn

Patroniem uit een Germaanse frôth-naam.

 

Fourie(r), -y, Fourrier, Foerie(r), Forier(s), -iez, Forrier, Fory(s), Fo(u)rir

1. Naam uit het Middelnederlandse fourrier: foerier, beamte die belast was met de zorg voor ligging en slaapplaatsen in het kasteel. Beroepsnaam.

2. Beroepsnaam van de stoffeerder die zitting en ruggen van meubels opvult.

 

Fournel, -ell(e), -al, Furnelle, Fourn(e)au(x), Ferneeuw, Fernoo, De Fornel, Defourneaux, Fourmeau(x), -au(x), -aut, Formeau, Forno, Furno

Naam uit het Oudfranse fornel: oven. Beroepsbijnaam van de bakker. Mogelijk ook van de potten- of tegelbakker.

 

Fournie(r), -iez, -ié, -y, -i, Fourgny, Foursny, Forni(er), Furnier(e),

-ière, Fourmier

Naam uit het Oudfranse fo(u)rnier < four: oven. Beroepsbijnaam voor iemand die een oven heeft, een bakker.

 

Fourrier, Foury: zie Fourier.

 

Fovet, -é, Fouvez, Fauvet(te)

Bijnaam uit fauve: rosachtig, vaalkleurig.

 

Fraey(e) De, De Fra(e)ije, De Fray(e), Fraeye, Fraeije, (de) Fraeys, Fraeijs, Freys, (de) Vray, De Vraij, Vraie, Vrais

Bijnaam uit het Middelnederlandse fra(e)y, vra(e)y: waar, oprecht, flink, mooi, pronkerig, behaagziek.

 

Fraikin, -quin, Fréquin, Friquin

1. Bijnaam afgeleid uit De Fraeye. Zie verder bij Fraey(e) De.

2. Patroniem uit een Germaanse frith-naam.

 

Fraiture, Fra(i)teur, Fret(t)eur, Defraiture, Defraiteur, Defrétur

Familienaam uit de plaatsnaam Fraiture (Luik), dit uit het Latijnse fractura: braak(land).

 

François, -ois(s)e, -oy(s), -oey, Fransois, Francoil, Franchois, -oo, Fransoo, Franzo, Defrançois, Francis(e), -isse, Fransis, Frantzes, -zis, Franceus, -eux, Françus, -sus

Patroniem uit de Franse vorm van de Heiligennaam Franciscus.

 

Francus, Franki(e), Franckie, Fran(c)qui, Franc(h)i

Patroniem, de Latijnse vorm van de voornaam Frank (zie daar).

 

Frank, Franke(n), -enne, Franc(k), Franckh, Francke(n), Fren(c)k(en), Frinke(n), Francq, Fran(c)que, -cquen, Franko, Franco, Franckx,    Fran(c)ks, Francs, Fran(c)x, Vran(c)ken(ne), Vranck(x), Vran(c)x, Vranchx, Vrans, Vren(c)ken, Vrinck, Wrincq

Patroniem van de Germaanse voornaam Franco, volksnaam van de Franken (de vrijen, de stoutmoedigen).

 

Frans, Frans(s)en(s), Franse(s), -ing, France, -en(ne), Frach(e), Fransck, Franz, Franze(n), Frantz(en), Frandsen, Frantsen, Fraenz, Frens(ch), Frens(s)en, Frenzen

Patroniem, verkorte vorm uit de voornaam François, Franciscus.

 

Freché, -es, -et(te), Fréché, -et, Frèchès, Frehé

1. Naam uit de plaatsnaam Fréché in Bioul (Namen).

2. Of variant van Fri(s)quet/Frichet. Bijnaam voor een fris, levendig, levenslustig iemand.

 

Frederik, -rix, -ryck, -ri(c)k(x), -ri(c)ks, -ric(q), -ri(c)que, -rici, -rico, -ricy, Fréderix, Frédéric, -rich, -ri(c)q, -ricx, -riex, Fred(e)riksen, -s(s)on, Fredich(son), Fryderyk, Frydryck, -rak, Freriks, Frerichs, Freerickx

Patroniem uit de Germaanse voornaam frith-rîk.

 

Frehen, Vrehen

Patroniem uit de Germaanse voornaam Frederik (Frithu-rîk).

 

Frei, Frey(e), Freij, Frej, Fry(e)

Duitse familienaam uit frei: vrij. Bijnaam die zowel "vrijgeboren" als "zorgeloos" kan betekenen.

 

Freitag, Freytag, Freijtag

Duitse familienaam naar de weekdag vrijdag.

Bijnaam of vondelingennaam.

 

Frennet, Frenet, Frainet

1. Afgeleide van frêne: es. Franstalige variant van Van Es. Zie bij Esse.

2. Schrijfvariant van Frênaie: zie bij Dufrénoy.

 

Frere De, Defrere, Defrère, Defraire, Desfrère, Frère(s), Lefrère, Fraire

1. Naam uit het Franse frère: kloosterbroeder, minderbroeder, broer.

2. Uit de Romaanse vorm van de Limburgse plaatsnaam Vreren.

 

Friant, Friand

Bijnaam uit het Oudfranse friant: levendig, gulzig, vurig.

 

Frick(e), Fric(q), Frik(x), Fri(c)x, Frieg, Frique, Frich(e), Fricot, Frigo, Frécot,

Patroniem, verkorte vorm van de Germaanse voornaam Frederik (frithu + rîk).

 

Frison(e), Fryson, Fri(e)sson, Frisan, Friso, Fritzson

1. Naam uit het Franse Frison: de Fries.

2. Patroniem uit de Franse vorm van de Germaanse voornaam Friso.

 

Frosch, Frosz, Fru(s)ch, Vrusch, Froes(ch), Fröschel, Fröszel

Duitse bijnaam uit frosch: kikker. Bijnaam voor een springerig iemand, of uit een huisnaam.

 

Fruit, (de) Fruyt, De Fruydt, Fruijt

Brabantse variant van Froyt: dit is een verkorte vorm van Godfried.

 

Fukkink, Fokkink

Saksische patroniem afgeleid van de voornaam Fokke (Friese verkorting vn de Germaanse voornaam folk).

 

Furth Van, Fuhrt, Verfort(h), Verfürth, Verfüürt, Verfuurt, Verfuurden, Vervuurt

Varianten van de veel voorkomende Duitse plaatsnaam Furt(h): voorde. De meeste aan de Nederrijn.

 

Fyen(s), Fijen(s), Feyen(s), Feyenne, Feijen(s), Feyes, Fey(e)

Metroniem  uit de Griekse naam Sophia.

 

Andere D-bladzijden  D | Del | Do | Du | EF

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Wil je de betekenis van jouw familienaam kennen ? Stuur een mailtje!  

Er zijn slechts drie voorwaarden:

- vermeld in je mailtje waarom je het wil weten,

- beperk je tot één of een paar namen.

- vermeld ook even hoe je op mijn site terecht kwam.

 

Soms moet je even geduld hebben: er zijn nogal wat aanvragen.

Kijk a.u.b. eerst of de gezochte naam er niet opstaat (bv. De Grote bij Groot, Verbeeck bij Beek en bv. Vranckx bij Frank). Zo bespaar je mij heel wat werk.

 

Literatuur:

De betekenis van toponymische samenstellingen (J .Van Loon - Onomastica neerlandica 1981)

Etymologisch woordenboek der Nederlandsche Taal (J. Vercoullie - Van Rysselberghe & Rombout 1925)

Huizinga's complete lijst van namen (A.Huizinga - Tirion 1998)

Middelnederlandsch handwoordenboek (J. Verdam -  Uit. Martinus Nijhoff 1949)

Middelnederlandse spraakkunst ( Dr. A. Van Loey - Wolters-Noordhoff 1980)

Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226) (Maurits Gysseling - Belg. interuniversitair centrum voor neerlandistiek 1960)

Vondelingen en hun naamgeving (L.De Man - Onomastica neerlandica 1956)

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003)