Familienamen

                                                                       

                                                       A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Andere C-bladzijden C | Ce | Co

 

Terug naar intro 

Het grootste deel van onderstaande info is een selectie uit: Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003).

Celen, Celens, Celent, Célant, Celant, Ceelen, Seele(n), Seelenne, Selen(s), Selenne, Sélenne, Sellens, Cillen, Cielen, Chielens, Sillen, Celis, Célis, Celisse(n), Célissen, Selis, Sélis, Cellis, Celus, Cielissen, Cillis, Cilis(sen), Cillissen, Zelis(sen), Zélis, Sillis, Silles, Sel(l), Cel(s), Seel(s), Zels, Sel(l)s, Selle(s), De Selys

Patroniem, verkorte vorm van Marcelis, Marcellus.

Zie ook Sillen.

 

Celie, Célie, Cel(l)i, Celly, Scillie

1.Metroniem uit Cecilia.

2. Mogelijk een dialectische vervorming van Cellier: kelder (uit de woonplaats).

 

Cepeda(l), Cipido, Cipedo, Sipido

Spaanse familienaam uit de plaatsnaam cepo: boomstronk.

Zou dus ook wel een bijnaam kunnen zijn.

 

Certijn, -yn, Sertijn, -yn, -in, -eyn, Sirtaine, Cert(a)in

Bijnaam naar het Middelnederlandse certein uit het Franse certain: zeker, zelfverzekerd, vastberaden.

 

Ceulemans: zie Keulemans.

 

Ceunebroeck(e) Van, -broek(e), -brouck(e), (van) Ceulebroe(c)k, -brouck, Van Cuynebroeck, -brouck, Van Ceunenbroeck, Van Keunenbrouck, Van Keulenbroeck, De Koninckbroeck, Keunebrock

Familienamen afgeleid van Koningsbroek (broek van de koning) in Maarke-Kerkem (Oost-Vlaanderen).

 

Ceys(s)ens, Ceijssens, Seys(s)en(s), Sijssens

1. Patroniem, knuffelvorm van de voornaam Vincent.

2. Kan ook een knuffelvorm zijn van Franciscus: zoon van Seys (Franceis).

 

Chabot, Cabo(t), -oot, -otte, Chabot(e)au(x), -ottaux, -otteau

Het Franse chabot is een vissoort met een grote kop.

Bijnaam voor iemand met een groot hoofd.

 

Chaltin, zie Schaltin.

 

Chambard, -art, -aere, Sambaer(e), Samba(s), Chombar(t), -aert, -aere, Sombaert

Chambard is een Frans dialect (oosten en Central Massif), een vorm van Jambart: bijnaam voor iemand met zware benen.

 

Champa(i)gne

1. Naam uit de oude Franse provincie Champagne.

2. Of uit de de verspreide gelijknamige plaatsnaam Champagne: veld.

 

Chalumeau, Calmeau, en wellicht ook Chamuleau

Wellicht naam uit het Oudfranse c(h)almel. Dit uit het Latijnse calamus: rietje, schrijfveer, pen. Beroepsbijnaam van een schrijver, klerk.

 

Chanoine, Lechanoine, Canon, -on(n)e, Canoen, Quanon(n)e

Naam uit het Franse chanoine, het Picardische cano(i)ne: kanunnik.

 

Chant(e)rie, Chantr(e)y, Sentrie

Bijnaam uit het het Franse chantier: zanger.

 

Charier, Charrier, -ié, Char(r)y, Chari, Cherrier, Cher(r)y, Chéry

Beroepsnaam van de voerman.

 

Charle(s), Challe(s), Chasles, Chaerle, Cha(e)rel(s), Sarels

Patroniem van de Germaanse voornaam Karel.

 

Charlet, -ez, -é, -ets, -ey, Chalet, -ez, Challet, Carlet, -é, -ey, Carletti, -etto, Cherlet, Sarlet, -ette, -eti, -ee, -ée, Charley, Scharlé, -ey, Schalley, -eij, -ée, Serle(t), -eth, -ez

Patroniem uit de voornaam Charles. Zie daar verder.

 

Charpentier, Lecharpentier, Charpantier, Cerpentier, Serpenti(er), De Carpentier, Carpentier(s), -iez, Kerpentier, Carpantier, Carpenter

Beroepsnaam naar het Franse en Picardische Charpentier, Carpentier: timmerman.

 

Charrin, Sarin

Naam uit het Oudfranse charin: vervoer per kar. Beroepsbijnaam van de voerman.

 

Chau, Chiau, Choo

Familienaam uit de verspreide Franse plaatsnaam Chaux.

 

Chaufouraux, -eau(x), Chauffour(e)aux, Chanfreau, Cafriau, Souffreau, -iau(x), -iou

Naam uit het Franse chaufour: kalkoven. Beroepsbijnaam van de kalkbrander.

 

Chauvel, -eau(x), -aux, -iaux, Chauwel, Chavel, -aux, Chouvel, Chovau(x)

Naam uit het Frans-Romaanse chauve: kaal. Bijnaam.

 

Chenot, Cheno, Chesnot

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam (o.a. België en Frankrijk) Chêne: waar eik groeit.

 

Cherret(t)e, -e(t)é, Cherette, -étté

Uit het Waalse tchèrètte: (charette) wagentje.

Beroepsbijnaam van de voerman of de wagenmaker.

 

Chiapparo, Chiara, Shiara

Varianten uit het patroniem/metroniem Clarus/Clara.

 

Chicco

Spaanse patroniem uit Franciscus.

 

Chico(t)

Franse bijnaam voor iemand met een korte gedrongen gestalte.

 

Chielens

1. Patroniem, knuffelvorm van de voornaam Michiel.

2. Zie ook Celen.

 

Chlarie

Brugse familienaam die wellicht ontstaan is uit een verschrijving. Stamboomonderzoek geeft mogelijk zekerheid.

Mogelijk uit Clarier. Of uit Charier. Zie daar verder.

 

Christiaan(s), -iaansen, -(i)aens, -iams, -iaen(s)sen(s), -ians((s)en), -ian(en), -iaenen, -ian(n)e, -ian(s), -ea(e)ns, Kistiaens, Cristiaens(en), -hiaens, Crystiaens, Kristiansen, Christian(i), -iany, Cristiano, Crestani, C(h)rétien, Christien, Cer(s)tiaens, Co(r)stiaens, Corstiaans, -ia(e)nsen, Caerstiaens(s)en

Patroniem uit de Latijnse heiligennaam Christianus.

 

Christyn(s), -ijn(s), -ien, -in(e), Kristink, Krisztin, Christeyns, Krastins, Christen(s), Cristen(s), Ke(r)sting, Kersten(s), -eens, -eyns, -ein, -enne, Kestens, Carsten(s), Carstensen, Karsten(s), Kastens, Castens, Corsten(s), Korsten(s), Kürsten, Kursten, Kosten(se), Costens, Coste(s), Custyns, Kusten, Christensen, -s(s)on, Kristensen, Kristensson, Chrestensen, Krustinson

Patroniem uit de heiligennaam Christinus, een afgeleide van Christianus of Christus.

 

Chynsmans, Sysmans, Sijsmans, Seysmans

Beroepsnaam van de ontvanger van de (grond)rente, de schatting.

 

Cibos: zie bij Siborghs en bij Seebodts

 

Cicou

Patroniem uit Sigoux, dit is de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam sigi-wulf.

 

Cielen

Zie Sillen, Celen.

 

Cierkens, Cirquin, Serkyn, -(e)ijn, -eyn, -eym, Surkyn, -(e)ijn, -eyn, Surquin

Patroniem uit de Germaanse voornaam Zierik of Sier (sigi-rîk).

 

Clabaud, -au(lt), -aux, -eau(x), Clybouw, Clibouw, Clabou(t), Clabot(s), -odts,    -otz, -os(t), Claebots, Glabots, Cla(e)rboets, Clarebo(e)ts

Patroniem uit de Germaanse voornaam hlud-bald.

 

Claerhou(d)t, Clairhout, (van) Cleerhout,  Clarhaut

Familienaam naar de woonplaatsnaam Claerhout: Helder bos.

 

Claes, Claes(s)en(s), Claas(en), Classen(s), Clasen(s), Claçens, Clasens, Klaas, Klaes(en), -sens, Klaese(n), Klaas(s)e(n), Klaassens, Clahsen, Class(e), Classen(s), Claszen, Klas(s)en, Klasens, Clees, Klees, Kles(z)cz, Clesens, Clesse(ns), Klessens, Cloos, Kloos, Clos, Klos(e), Cloose(n), Cloese(n), Close(n), Clo(e)s, Cloës, Clohse, Closse, -en(s), Cleus(en), ...

Patroniem, verkorte vorm van de heiligennaam Nicolaas.

 

Claes(s)winnen

Zoon van Claes Winne.

1433 Jan Claes Winnen - Geel (MNT 261).

 

Claeys, Claeis, Claeijs, Clay(s), Clayes, Clais, Claie, Klai, Klaye, Claeye, Kle(i)j, Kley(ens), Claeyé, Clais(s)e, Glais(s)e, Claix, Cleis, Cleys, Cleij(s), Kleys, Kleisz, Kleis(s), Klys(z), Klais(s), Kla(e)ysen, Kla(a)ijsen, Claeissone, Clayssen(s), Claey(s)en(s), Claeijssens, Claeysoone, Kleijs(s)en, Klijs(sen), Klis

Patroniem, verkorte vorm van de heiligennaam Nicolaas, die in West-Vlaanderen nogal eens Niklaai genoemd wordt.

 

(van) Clappelaer(s)

Verdwenen familienaam uit de plaatsnaam (en hoeve) Clappelaer onder Lier.

 

Clara, Claras, -at, Clare(n), Klaar, Klare(n), Clarenn(e), Claeren(s), Cleuren, Kler(en), Kleer(en), Cleeren(s), Kleiren, Cleire, Cleiren(s), Cleren(s), Verclaire(n), Vercleren, Verkleeren

Metroniem naar de Latijnse heiligennaam Clara.

Clarier, Clari(e), Cla(i)ry

Beroepsnaam voor de bereider van claret (wijn met honing en kruiden).

 

Clarisse, Clarys(se), Claryss, Clarijs(se), Claris(t), Cleris(se), Clairis, Clarizia

Metroniem uit de Latijnse heiligennaam Claricia/Clara.

 

 

 

Claude, Clade, Clode, Glaude(n), Gelaude, Geloude, Glouden, Gilaude, Galaude, Glauw, Glad(e), Geladen, -é, -i, -Glode(n), Glod(é), Glodt, Glodyn

Patroniem uit de Franse voornaam Claude uit het Latijnse Claudius.

 

Claus, Clause(n), Clauses, Clauss(e), Claussen, -enn(e), -em, Clous, Cloude, Clauw(s), Claux, Clouw, Klaus(s), Klausz, Klauwens

Patroniem, verkorte vorm van de heiligennaam Nicolaus.

 

Clausman(n)

Naam afgeleid uit Claus (zie hierboven) voor iemand die wellicht bij de groep/aanhang van ene Claus hoorde.

 

Clear(e), Clears, Clearman, ...

Engelse naam.

1. Metroniem uit de naam Claire, Clara.

2. Naam uit de plaatsnaam Clare (Suffolk, Oxfordshire) of uit Clere (Hampshire).

 

Clé(e), Clee

1. Zie Leclef.

2.Metroniem of patroniem uit Clementia of Clemens.

 

Cleemput

Familienaam uit de plaatsnaam Cleemput in Adegem, Elverzele, Lokeren en Lovendegem (Oost-Vlaanderen).

 

Clemens, -ense, -ence, -ente, -enti, -entz, Clement, Klemens, -ent, Cleyman(s), Cleman(s), Climent, Kliment, Clymans, Kleman(s), -ann, Clemans, Clemang, Clemminck

Patroniem: familienaam afgeleid van de Latijnse heiligennaam Clemens (= zachtmoedig, genadig).

 

Cleophas, Clefas

Patroniem afgeleid van de Griekse heiligennaam Cleofas.

Clep(pe), Klep(pe), Clip(pe), Klip(pe)

Het Middelnederlands cleppe betekent klep, ratel. Vermoedelijk betreft het de beroepsnaam van een omroeper of klokkenluider.

Er bestaan nog een aantal varianten die allemaal naar die omroeper/klokkenluider verwijzen.

 

Clerck (de), (de) Clerc, De Cler(c)q, Declercq, De Cler(c)que, De Kler(c)k, De Klerc(q), De Clersk, Declercq, Clerckx, Clerq, Clerc(q), Cler(c)x, Kler(c)kx, Klerks, Klerx, Clercxkens

Uit het Latijn clericus: geestelijke die de lagere wijdingen (en dus een opleiding) ontvangen heeft. Achteraf kreeg het ook de betekenis van geleerde, schoolmeester, geletterde, griffier, secretaris...

Een beroepsnaam dus.

 

Clerdent, -ant, -(a)in, Clairdain, Clairedent, Clerdy, Klerdan

Bijnaam voor iemand met schitterende tanden (dents clairs).

 

Clerix, Clerinck, - in(c)k, -insx, -ick, -yck, Clarick, Clieri(c)k

1. Patroniem uit de heiligennaam Clarus of uit Claerbout (Latijns-Germaans).

2. De vormen op -ick, -yck kunnen varianten zijn van Clerck.

 

Clever(s), Cleveur

Naam die wellicht komt uit het Kleber:

1. Variant van het Duitse Klaiber: metselaar. Beroepsnaam.

2. Verduitste vorm van klever: beven. Bijnaam.

3. Of uit de plaatsnaam Kleef: zie Kleef.

 

Cleyberch, -bergh

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam in Wulpen (Zeeland = verdronken eiland bij Cadzand), Bissezele (Frans-Vlaanderen) of Oedelem (West-Vlaanderen).

 

Cleynen: zie Clijnen.

 

Clijnen, Clynen, Klynen, Klijnen, Kleinen, Kleynen, Kleijnen, Cleynen, Cleijnen, Cleenen, Klenen

1. Patroniem uit Kolijnen > Colijn: knuffelvorm uit de heiligennaam Nicolaes.

2. Of vorm van Klein: zie daar.

 

Crement, Cremens, Cremmens

Wellicht schrijfvariant van Clement, Clemens. Zie verder bij Clemens.

 

Cliblouw, Clybouw, Clijbouw

Patroniem uit Clibaud, d.i. de Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Clidebald (: beroemd-moedig).

 

Clichthove (van)

Familienaam naar een hoeve in een dal gelegen, of hoeve met hoge wallen.

Er was een Clichthove gelegen in Pervijze-Ramskapelle.

 

Clicteur, -eux

Naam uit het Franse cliqueteur, uit cliqueter: rinkelen, ratelen, rammelen.

Beroepsnaam van de belleman.

 

Clijsters, Clysters

Uit het dialectisch Middelnederlands klijster: lijster (de zangvogel).

Bijnaam voor een goede zanger.

 

Clin(c)kspoor, Klingspor, Klinspo(o)rt

Beroepsnaam van de smid die ruitersporen maakt, klinkt.

 

(De) Clippeleer: zie Klippelaar.

 

Clippel, De Clippel(e), (de) Klippel, Kluppels, Cluppel(s)

1. Bijnaam voor een kluppelaar. Iemand die zich verdedigt met een kluppel.

2. Bijnaam naar de gedrongen gestalte.

3. Naam uit het Middelnederlandse clepel, clippel: klepel van de klok. Beroepsbijnaam voor de klokkenluider.

 

Clique, Clicq(ue), Clycq

1. Naam uit het Oudfranse clique: klokgeklep. Beroepsbijnaam van de klokkenluider.

2. Of uit het Oudfranse clique: deurklink. Beroepsbijnaam.

 

Cloeckaert(s), Cloekaerts

1. Naam uit het Middelnederlandse cloec. Bijnaam voor een schrander, vernuftig, verstandig, krachtig mens.

2. Mogelijk soms ook bijnaam uit het Middelnederlandse clocker: klokkenluider.

 

Cloet (de), Kloet, Clout(te), (de) Cloedt, Cloud(t), Cloets, Cloodts, Cloot(s), Clooth, Kloote, Kloot(s), Kleuts, Clot(h), Clotte, Kloth, Kluth, Cloët, Kluit(s), Cluy(d)ts, Clu(d)ts, Van de(n) Cloot, Van de Cloodt, Van der Kloot, Van de Kleut

1. Bijnaam uit het Middelnederlandse cloot: klomp, kluit,(speel)bal.

Soms als scheldwoord voor een lummel, een sukkel.

2. Plaatsnaam uit het Middelnederlandse cloot: kluit, klomp, klei, turf. Dit voor de namen met VAN...

3. Mogelijk ook patroniem uit een Germaanse clodo, hlué, hluth- naam.

Gegevens van Frans Van Gorkum.

 

Cloetens, Clooten(s), Clotes, Clottens, Cleutinx, Cluyten(s), Cluijten(s), Cluten, Kluten

Patroniem met Romaanse invloed uit een Germaanse hluth-naam.

 

Cloostermans, Kloosterman(s), Klostermann, Closterman, Van (der) Klooster, Van (der/n) Clooster, Ten Klooster, Van 't Klooster, Closter, Kloster

Familienaam uit de betrekkingen (knecht, horige, pachter of zelfs vondeling, ...) met of de woonplaats bij het klooster.

 

Clopper De, Klopper(t)

Bijnaam of beroepsnaam van een klopper. Dit kan vele betekenissen hebben: bv. klokkenluider.

 

Closkin, Closquin

Patroniem uit Clos, die is dan weer afgeleid uit de heiligennaam Nicolaas.

 

Clotman, Clottemans, Cluytmans, Cluitmans, Kluitman(n), Klutman

1. Naam uit het Middelnederlandse clot(te): bol, klomp. Mogelijk Bijnaam voor een bol iemand.

2. Meer mogelijke verklaringen vind je op de site van Frans Van Gorkum.

 

Cluyse(n), Cluyssen(s), Kluysse

Patroniem, Limburgse vorm van Claes. Zie aldaar.

 

Clynmans: zie Kleinman.

 

Cno(o)ps: zie Knoop.

 

Andere C-bladzijden C | Ce | Co

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Wil je de betekenis van jouw familienaam kennen ? Stuur een mailtje!  

Er zijn slechts drie voorwaarden:

- vermeld in je mailtje waarom je het wil weten,

- beperk je tot één of een paar namen.

- vermeld ook even hoe je op mijn site terecht kwam.

 

Soms moet je even geduld hebben: er zijn nogal wat aanvragen.

Kijk a.u.b. eerst of de gezochte naam er niet opstaat (bv. De Grote bij Groot, Verbeeck bij Beek en bv. Vranckx bij Frank). Zo bespaar je mij heel wat werk.

 

Literatuur:

De betekenis van toponymische samenstellingen (J .Van Loon - Onomastica neerlandica 1981)

Etymologisch woordenboek der Nederlandsche Taal (J. Vercoullie - Van Rysselberghe & Rombout 1925)

Huizinga's complete lijst van namen (A.Huizinga - Tirion 1998)

Middelnederlandsch handwoordenboek (J. Verdam -  Uit. Martinus Nijhoff 1949)

Middelnederlandse spraakkunst ( Dr. A. Van Loey - Wolters-Noordhoff 1980)

Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226) (Maurits Gysseling - Belg. interuniversitair centrum voor neerlandistiek 1960)

Vondelingen en hun naamgeving (L.De Man - Onomastica neerlandica 1956)

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003)