Familienamen

                                                                                                                          

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Andere B-bladzijden B | Be | Bi | Bo | Bor | Br

 

 

Terug naar intro 

Het grootste deel van onderstaande info is een selectie uit: Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003).

Braakman, -mans, Brae(c)kman(s), Brackman(s), Brachman(n), Bre(e)ckmans, Brekmann

Familienaam afgeleid van braken of breken: het vlas braken/breken of het akkerland na ploegen laten braken (braakliggen).

Een beroepsnaam of een plaatsnaam.

 

Braam, Braem(e), Bram(m)e, Bram(m)e, Bra(e)m(s), Breem(s),Brem(s),Brembs,

Brah(a)m

1. Patroniem, verkorte vorm van de bijbelse naam Abraham.

2. De naam braam kan ook afgeleid zijn uit de braamstruik.

 

Brabander(e) (de), Brabanders, De Brabanter

Volksnaam van de Brabander, iemand afkomstig uit het Hertogdom Brabant.

 

Brabander(e) Van

1. Contaminatie van Van Brabant en De Brabander(e).

2. Mogelijk familienaam uit de plaatsnaam Brabander (Venray - Nederlands-Limburg) of De Brabandere in Oostburg (Zeeland).

 

Brabant Van, Van Braband(e), -bandt, Braban(t)(s), Braband(t)(s), De Brabant, -and(t), Braibant, -ans, Breban(t), Bréban(t)

Familienaam voor iemand die afkomstig is uit het vroegere Hertogdom Brabant ( Noord-Brabant, Antwerpen, Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en Brussel). En er bestaan ook een aantal Brabant-toponiemen.

 

Bracken Van (der), Van de(n) Braak, -Braek, (van) Bracken, In de Braek(t), Verbraak, Verbraken, Verbraek(ken), Verbraeck(en), Verbracke(n), Braken, Braeke(n), Braack, Braach

Familienaam uit de veel voorkomende plaatsnaam Braak.

 

Braekevel(d), -veld, Braeckevel(d)t, -velt, Brackevel(d)t, -veld, Van Brae(c)kevelt, Van Brackevelt

Verandering van de naam Braquaval. Deze variant ontstond in Tielt. Zie verder bij Braquaval.

 

Braembussche Van (den), Van den Braambussche, Van (den) Brambussche, Breembosch

Familienaam uit de plaatsnaam Braambos/Breembos: talrijk in West-Vlaanderen, in Alsemberg (Vlaams-Brabant), in Noord-Brabant (Nederland).

 

Braemt (van der), Verbraemt

Familienaam naar een plaats waar veel bramen groeiden.

 

Braes, Bra(a)s, Brass, Braz

1. Naam uit het Middelnederlandse bra(e)s: arm, vadem. Bijnaam voor de meter.

2. Patroniem uit Braens, verkorte vorm van Abraham.

3. Familienaam uit de plaatsnaam Bra (Luik) of Bras (Luxemburg).

4. Bijnaam uit het Nederduitse brâsch: lawaai.

 

Brak, Brakke, Brack(e), Braks, Brackx, Braeckx, Bracq(ue)

In het Middelnederlands is een bracke, brakke: een speur- of jachthond. In het Frankisch was dat brakko.

Wellicht dus een beroepsnaam van een jager.

 

Brakeleer De, -aer, Braeckeleer, -aere, -ere, ère, Braekelaere, -eer, -eir(e), eirs, De Brae(c)kelaer(e), -eer, -eir(e), -er, (de) Braquelaire, Bracquelaire, Brackquelaire, Desbraquelaire, Broquelaire, (de) Brackelaer(e), -eer, -eir(e), -er, -aire, -ère, Debranquelaire, Breekler, Breckler, Brakelman, Braeckelmans

Familienaam voor iemand afkomstig uit Brakel (Oost-Vlaanderen).

 

Bramslevens

Dubbele patroniem uit Braam + Lievens. Zie bij beiden.

 

Brand, Brands(en), Brant(s), Brandt(s), Brantz, Bran(s), (de) Bran(d)t, Brande

Patroniem uit de Germaanse voornaam Brand(o).

 

Brande(n) Van (den), Van de(r) Brande, Van den Brand, Van den Bran(d)t, Vandenbrandt, Van Brandt

1. Verspreide plaatsnaam (of beroepsnaam) naar plaats waar 'brandstof gehaald werd'  of waar het brandde (of waar iemand het kolenbrandersberoep uitoefende).

2. Een enkele keer komt Brant van Braemt (zie aldaar).

3. Familienaam uit de plaatsnaam 'Den Brand' (Retie).

Mededeling Bert Van den Brandt.

 

Brandstädter, -stätter, -stetter, - steder, Bran(d)steert, Bronsteede

Bewoner van een brandstede: plaats waar brandstof bewaard wordt; verbrand gerooid terrein. Naam die vooral voorkomt in Beieren en Oostenrijk.

 

Branteg(h)em (van), Van Branteglem

Naam uit de plaatsnaam Brantegem (brant - heim) in Erembodegem, Haaltert, Kerksken, Mere, Vlierzele (OV) en Baffe (Henegouwen).

 

Braquaval, Bracaval, Brackevalle, Bra(c)keva

Naam uit de Moeskroense plaatsnaam Bracaval.

 

Bras, Braes, Braas, Brass, Braz, Brasch, Brasz

1. Naam uit het Middelnederlandse bra(e)s: arm, vadem. Bijnaam voor de (land)meter.

2. Of uit het Nederduitse bijnaam brâsch: lawaai, voor een luidruchtig iemand.

3. Zie ook Braes.

 

Braspenning, -ings, -ingx, -inc(k)x, -inxs, -igx

Een braspenning was een zilveren munt ter waarde van 10 duiten. Het was een brouwpenning die de waarde had van de accijns voor een 'brouwte (brouwsel)' bier. De familienaam is de beroepsbijnaam van een brouwer, een belastingontvanger, ...

 

Brasser, (de) Bresser, Bressers, Breser

Bijnaam voor een brasser, drinkebroer.

 

Brattinga

Friese naam aangenomen door Sjoerd Sybolts in de eerste helft van de 18 de eeuw.

Hij woonde toen aan de Bratte 3 te Heeg.

De Bratte is een vaart tussen Idzegaster Poel en De Lijtste Gaastmeer. De streek wordt ook wel de Burd genoemd en ligt tussen Heeg en Gaastmeer. De naam “Bratte”is wellicht verwant/afgeleid van “barte”. Een barte is een over een vaarwater gelegen vervoerbare brug zonder leuning, waarvan het dek uit twee houten liggers met beplanking bestaat. Ze kan worden verwijderd als een schip moet passeren. Over de Brat-sloot heeft wellicht een barte gelegen. Met dank aan Gerie Van der Vleugel.

 

Braud, Braude, Brau(l)t, Braudé, Baule, Brau(x)

Patroniem uit de samentrekking van Béraud, Berode (zie Berwouts).

 

Brebels

Naam uit Breebol voor iemand met een (brede bol) breed hoofd.

 

Brecht Van (der), Van der Breght, Van Brag(h)t, (van der) Bracht

Familienaam uit de plaatsnaam Brecht/Bracht die uit het Germaanse brakti. Er is o.a. een Brecht in (Antwerpen) en in Balegem (Oost-Vlaanderen). 

 

Bredael

Naam uit de plaatsnaam Briedel bij Koblenz.

 

Breede(n) Van den, Van (den) Breen, Van Breën

Familienaam uit de plaatsnaam Ten Brede in Opwijk (Vlaams-Brabant) en Lebbeke (Oost-Vlaanderen).

 

Breems, Brem(b)s

1. Naam uit de plaatsnaam Bremen (Duitsland).

2. Of zie Braam.

 

Brees, Breës, Breeus

Zie Brulez en Brixius.

 

Breetwa(e)ter Van

Familienaam uit de plaatsnaam Breedwater in St.-Omaars (Pas-de-Calais), in Brugge en als Breewater erg verspreid.

 

Breezyp Van

Verdwenen naam uit brede + zijpe.

 

Bre(h)men, (van) Breemen

Familienaam uit de plaatsnaam Bremen, Brehmen: die op diverse plaatsen in Duitsland voorkomt.

 

Bremaker De, De Bremae(c)ker, Debremaeker, (de) Bremacker, Brémacker, De Braema(e)ker

Naam uit het Zuidoostvlaamse breemaker: opschepper. Bijnaam. 

 

Brempt Van (den), Van den Bremd(en), Van den Brem, Van den Breemt, Van (den/r) Brempt, Van den Brembt, Van Bremdt

Naam uit de plaatsnaam Bremt: plaats waar brem groeit: op diverse plaatsen.

 

Brenard, -a(e)rt

1. Zie Breyna(e)rt. Zie lager.

2. Mogelijk ook verschrijving van Bernard.

 

Brens

Familienaam uit de voornaam Brent.

 

Bresseleers

Familienaam uit brassen: bijnaam voor een brasser.

 

Bressem Van, Van Bressen

Familienaam uit de plaatsnaam Breissem in Kumtich (Vlaams-Brabant).

 

Van Breugel, Brugel, Breugelman(s), Breughelmans, Brogelmans, Bruegelmans, Bruglemans, Brügelmann

Familienaam uit de plaatsnaam Breugel: d.i. een moerassig en/of bosrijk gebied.

Verscheidene dorpen ontlenen ook hieraan hun naam: Breugel (Noord-Brabant),

Brogel (Limburg).

 

Breugelmans, zie Breugel.

 

Breuls, Brels

Naam uit de plaatsnaam Broel, Breugel: natte weide, beemd.

 

Breuls de Tiecken

Adellijke familie.

1. Breuls: zie hierboven.

2. Tiecken verwijst wellicht naar een kleinere plaatsnaam.

Of mogelijk ook verwijzend naar een familienaam (bvb langs moederskant): Tiecke.

Deze naam komt nog in Nederland en in België voor en is een afgeleide van Theobald.

 

Breuseg(h)em (van), Van Brusegem, -gan

Familienaam uit de plaatsnaam Brussegem (Vlaams-Brabant).

 

Breyna(e)rt, -aerts, Brainard, -art, Brina(ert), Brijnaert, Bryna(e)rt, Bruynaert, Bruijnaers, Brenard, -aerd, -a(e)rt, -ort

Naam uit de plaatsnaam Braine (Franstalige variant van Brakel), Breyne.

Zie ook Brunard.

 

Briceno, Bricenõ

Patroniem uit Bricio, dit uit het Keltische Brice. Zie verder bij Brixius.

 

Brichet, -é, -er, Brichot, Brixho, Brico(t), -otte, Brisset, -ez, Bris(s)é, Bricon, Bris(s)on, -ot, Brisquet, Bri(c)quet, Briket, -é, Brihet

Patroniem, knuffelvormen van de voornaam Bric(h)e, dit uit de heiligennaam Brictius/Brixius.

 

Briel Van de(n), Van den Briele, Van Briel, Van de(n) Bril, Brils, Bril(l), Briel(s), Briël, Brielman, Brilman(s), Brilleman

Familienaam uit de plaatsnaam Briel: moerassig terrein.

 

De Brier, Brier(r)e, Brière, Briers, Bryere, Bryers, Brieders

1. Limburgse vorm van brouwer. Beroepsnaam.

2. Zie ook Broeder.

 

Bries

1. Zie Briers.

2. Patroniem uit de heiligennaam Brixius.

 

Briet, Briët, -ez, -é, -ee, Briais

Patroniem, verkorting van Abriet/Aubriet, dit zijn afgeleiden uit de voornaam Albert/Aubry/Alberik.

 

Briffaux, Briffoz

Bijnaam uit het Oudfranse brifaud: slokkop, gulzig iemand.

 

Briffoz: Zie Briffaux.

 

Brike, Bricq, Brick(e), Brik(s), Brics, Brix

Patroniem uit de heiligennaam Brictius/Brixius.

 

Brilleman, Brilman(s)

1. Beroepsnaam van de brillenmaker.

2. zie ook Briel.

 

Brisard, -a(rt), -aer(t), Brizar(d), Brésart, -a(rd), Bresart

1. Afgeleide uit het Franse briser: breken (bijnaam of beroepsbijnaam).

2. Zie ook Brissaud en Brissard.

Brissard, -a(rt), Bressard, -a(rt), Brichard, -art, Brixka, Briska
1. Patroniem uit Brice.
2. Of varianten van Brisard. Zie daar.

Brissaud, Bress(e)au, Brescheau, Brisau, Brichau(t), Brihay(e)

1. Patroniem uit Brixius + wald.
2. Of patroniem uit Brice.

Brissinck, Bryssinck(x), Brijssinck(x), Briessinck(x), Bressink, Brezing

Patroniem uit de voornaam Brijs, dit uit de heiligennaam Brictius.

 

Brito (de), Britte(n), Bri(d)ts, Bryt

Patroniem, de volksnaam van de Britten werd ook als volksnaam gebruikt.

 

Van Britsom

Familienaam uit de plaatsnaam Britsom in Friesland.

 

Brixius, Bryxis, Brix(he), Bric(h)e, Bryc(h)e, Bris((s)e), Bries, Brijs(ens), Bryssche, Brys(ens), Brysz, Brys(s)e, Brijsse(ns), Bryssen(s), Breys(s)ens, Breijs(s)ens, Briesse, Briese(n), Brees(ch), Breës, Brice

Patroniem uit de heiligennaam Brictius/Brixius.

 

Broca(rd), Brocar(t), -as, Brocca(rd), -art, Brocka, Brocka(e)rt, Broka(rt), Broucquart, Brocha(rd), -art, Brutsaert

1. Patroniem uit het Germaanse burg-hard.

2. Of afgeleide van het Oudfranse broc, broche: puntig voorwerp, spijker, (doek)speld, haak. Beroepsbijnaam.

 

Bro(c)k, Broc(q), Brocke(n), Brok(ken), Broks, Bro(k)x, Brockx, Broek(e), Broecke, Broeken, Brouck(e), Broe(ck)x, Broecks, Brou(ck)x, Broeks, -sz, -x, Brux

Patroniem uit de Germaanse voornaam Brucco, Brucho (uit burg).

 

Bro(u)dehoux, Broudeou(x), Brodéoux, Broudiol, Bro(i)dioi, Brodeaux

Familienaam uit het zinwoord broude hourt: uit het Oudfranse vlecht-hek.

Wellicht beroepsnaam voor de heggenvlechter.

 

(van de(n)) Broeck, Van de(n/r) Broeck(e), Van Broeck, Van den Broech, Van den Broecx,Van den Brock(e), Van den Brouc, Van dem Broucke, Van de(n) Brouck(e), Van de(m) Broucq, Van den Broucque, Van den Brouche, Van Broucq, Vambrouck, Wanbrouck, Vanebrouck, Wannebrouck, Vambroug, Wandebrouk, -broucq,  Wannebroucq, Van den Breuck, Van der Breucq, Verbreu(c)k(en), Verbrouck, Verbroekken

Zeer verspreide familienaam afgeleid van de plaatsnaam die verwijst naar: broek, moeras, waterland.

 

Broeder(s), De(n) Broeder, Broere(n), Bruere(n), Broers, Bruer(s), Bruurs, Brieders, De Brier, Briere, Brière, Brie(r)s, Bryere, Bryers

Familienaam uit het Middelnederlandse broeder: ambtsbroeder, confrater, collega. Bijnaam. 

 

Broekaert, Bro(e)cka(e)rt, Broek(h)aer, Broukart, Brouckaert, -aers, Broucquart, Brouchaers

1. Variant van Broeck (van de(n)), Zie daar.

2. Of van Brocard. Zie bij Broca(rd).

 

Broekhoven (van), (van) Broeckhove(n), (van) Brockhoven, Bro(e)choven, De Brouc(k)hoven, Broekhof

Familienaam uit de gelijknamige plaatsnaam (hoeve in of bij het broek). Er is een Broekhoven in Noorderwijk, Morkhoven (Antwerpen), Riethoven, Tilburg (Noord-Brabant) en in Meersen (Nederlands-Limburg).

 

Broekman(s), Bro(e)ckman(s), Brou(c)kmans, Brokman, Brockmann, Broicmans, Brueckman, Breuckman

Familienaam uit de naam Van den Broeck.

 

Broeksteeg

Familienaam naar de woonplaats Broeksteeg: wegje naar het broek (lager gelegen moerassig gebied).

 

Broele Van de(n), Vanden Broele, Van den Brole, Broel, Van den Broere

Familienaam uit de plaatsnaam Broel (met varianten Brogel, Bruul, Briel): moerassig terrein.

 

Broens, Broën, Broen(en), Bron(s), Broonen, Broun, Broun(t)s, Brouhns, Brooms, Bruhn, Brauns, Brounx

Patroniem: Limburgse vormen van de Germaanse voornaam Bruno.

 

Brochart, -ard, -aert, Bronsard, -art, Broncar(d), -a(rt), Bronkart, -aert(s), Bronckaert(s), -a(a)rs, -aers, -art, -ers, Bronquart, Brondchaer

Bijnaam uit het Picardische Bronquart, het Franse Bronchard. Bijnaam voor een buigzaam, koppig of een pruilerig iemand.

 

Broman(s), Broomans, Bro(o)ymans, Brooijmans, Brodman(n)

Beroepsnaam voor de bakker of de broodverkoper.

 

Brondeel

1. Patroniem, Vlaamse aanpassing van de Germaanse voornaam Brando

(ook Brandel(let), Brondel(et)).

2. Later verward met Blondeel door de r/l-wisseling (bijnaam naar de blonde haarkleur).

Diederic Brondeels - Diest (F.C.).

Bronk

Patroniem uit de Germaanse voornaam Bronk (mogelijk uit Brord).

 

Broos, Broes, Bros(e), Brosch, Brösch, Breus(e), Breuze, Bru(e)s, Bro(o)ze

Patroniem, verkorte vorm van de heiligennaam Ambrosius.

 

Broothaer(t)s, -haars, -ars, Broodhaers, Broodthaer(t)s, -aerts

Naam uit het Middelnederlandse brootate: kostganger, inwonende bediende (letterlijk: broodeter).

 

Brossel, Brusseel, Brusselle, Bruselle(s)

Naam uit het Oudfranse bro(u)ce: struikgewas.

 

Broucker(e) de, De Brouckère, Broucker, Broekers, De Breu(c)ker(e), Breukers, Breucker, De Brue(c)ker, Bruekers, Desbreucers, De Bruycker(e), De Bruyker, De Brui(j)ker, De Bruijcker(e), De Brucker, Bruckers, De Brycke(r)

1. Het Middelnederlandse broker, broeker, breuker betekent misdadiger, wetsovertreder. In dit geval een bijnaam dus.

2. Beroepsnaam voor de opzichter of bewoner van een broek of moeras.

3. Volgens Lind. (1947) uit het latijnse brocarius: beroepsnaam voor een pachter, een (klein)handelaar.

 

Brouet, -ez, Bro(u)wet, -ez, Brouhouet, Bruet, -ez, -ey, Brewee, -ée, Browaeis,

-ay(e)s, -aeijs, Br(o)uwaeys, Brewa(e)ys, Brevvaeys

Naam uit het Oudfranse brouet, het Middelnederlandse brou(w)et: vloeibare spijs, bouillon, brouwsel. Beroepsbijnaam voor ... (en dat kan gaan van bier, over soep tot saus).

 

Brouw, De Brauw, De Broeu, De Breuw

Naam uit het werkwoord brouwen: een brouwer dus (beroepsbaan).

Zie ook Debroeij.

 

Brouwer(e) (de), Debrouwer, Brou(w)er(s), Browers, Brouvers, De Brauwer(e), Brauwers, Brauer(s), Bräuer, Brawers, Breeuwer(s), Breeur, Breuwer, Breu(e)r, De Bruier, De Bruiër, Bruier(s), Bruyer(s), De Bro(e)yer, De Broeijer, Dombrower

Beroepsnaam voor de brouwer.

 

Brucker(s), De Brucker

1. Zie bij Broucker(e) de.

2. Naam uit het Opperduits Brucker: wie aan de brug woont, inner van de tol.

 

Bruggeling, Bruggink

1. Familienaam uit de zeer verspreide plaatsnaam Brugge.

2. Patroniem uit de Germaanse voornaam brigh-inga.

 

Bruggeman(s), Bruggheman(s), Brug(h)man(s), Brugemans, Brug(ge)mann, Brüg(ge)mann, Brugma

Naam afgeleid van Van Brugge of Van der Brugghe(n). Zie voren.

Of voor iemand die bij een brug woont of een brugwachter.

 

Brugg(h)e(n) Van der/n, Van der Brigghe, Verbrugg(h)e(n), Verbreugghe, Verbreugh, Vo(o)rbruggen, Vertbrugghe, Verlrugghe, Verbrigg(h)e, Ter Bruggen

Familienaam afgeleid van de (woonplaats of beroep dat te maken had met) zeer verspreide plaatsnaam 'brug(ge)/brig(ge)'.

 

Bruil: zie Brule.

 

Bruin De, De Bruine, De Bruijn(e), De Bruyn(e), De Brun, De Brun(n)e, (de) Broen, Debruyne

Bijnaam naar de bruine kleur (van huid, haar of ...).

 

Bruin(en), Bruyn(en), Bruijn(en), Bruijne, Brun(n)e, Brui(y)ninckx, Bruininc(k)x, -inks, Bruyninck(x), -ings, -incx, -i(n)x, Bruijninc(k)x, -ings, Bruynninck, Bruning(s), -ink, -in(ck)x, Brunninx, Breuni(n)g, Broenink, Bruins, Bruyns, Bruijns, Bruens, Bruun, Brun(s)

Patroniem uit de Germaanse voornaam Bruno.

 

Bruinooghe, Bruyno(o)ghe, -ooge, Bruijnooghe

Bijnaam voor iemand met bruine ogen.

 

Brulé, Brûlé, Brulet, -ée, -e(e), -ez, Brûlez, Brullez, -é, -e

1. Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Brûlé: verbrand land.

2. Familienaam uit de plaatsnaam Bruillet, afgeleid uit Bruil, Broel.

3. Zie ook Brulez.

 

Brule Van den, Van den Brul(le), Van den Breul, (van den) Brul, (van den) Bruel(e), (van den) Bruelle, Dubrulle, Dubrul(e), Debrusle, Debru(i)lle, Dubruille, Debruel(le), DeBruler, Dubruel, Breuil, Bru(e)ls, Brül(le), Brul(le), Brull(s), Brüll(s), Bruil, Brul(le)mans, Bruel(l)emans, Bruelman, Brolman

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam Bruul (Broel, Brühl, Briel, Brogel,

Bru(i)lle (Romaans)): bosachtig moerassig terrein.

 

Brulez, -é, Brees(ch), Breës, Brys

1. De Westvlaamse familie Brulez stamt af van De Buré. Dit uit de plaatsnaam Buré in St-Pancré (Meurthe en Mos.) of Buré (Orne). Of Burey (Eure, Meuse).

2. Zie ook Brulé.

 

Brunard, Bruynaert, Bruijnaers

Patroniem, uit het Germaanse brûn - hard.

 

Brunchault, Brundseaux, Bruyn(s)seels, -zeel(s), Bruijnseels

1. Patroniem uit de Franse naam Brunseaux, of de Germaanse vorm Bruno (Carnoy 1953).

2. De verklaring kan ook zijn: een "bruine" sella. D.i. de vestiging van Bruno of een bruine berg.

Deze verklaring lijkt voor de Vlaamse vormen het meest logisch.

 

Brunel(le), -elles, -eel, -iel(s), Bruineel, Bruyneel(s), -iel, -eil, Bruynneel, Bruijneel(s), Bryneel, Brugniel, Brunau(x), -eau, -i(e)au(x), -ouw, Brugnaut, -iau(x), Breniaux

Bijnaam naar het Franse brunel: de bruine.

 

Brunenberg, Bronne(n)berg

Familienaam uit de plaatsnaam Brauneberg (Rijnland-Palts) of uit Brunembert (Pas de Calais).

 

Brunier, Bruinjé, Bruynjé, Bruijnse, Bronier, Bruni(e), Burnier, Burny, Bornier, Bornij, Beurnier

Patroniem uit de Germaanse voornaam brün-hari.

 

Brusselaars, -aers, -eers, -er(s), -airs

Brusselaar, afkomstig uit Brussel.

 

Brusteghen Van, Van Bruysteg(h)em

Familienaam uit de plaatsnaam Brussegem (Vlaams-Brabant).

 

Brusten, Bruisten, Bruystens, Bruijstens

1. Patroniem, knuffelvorm uit de Germaanse voornaam Bruinsteen. Zie bij Bruynsteen.

2.Mogelijk ook uit de plaatsnaam Brustem.

 

Bruwaene Van, Van (de) Brua(e)ne, Van den Bru(w)a(e)ne, Van den Bruwaen, Van Brouaene

Familienaam uit een plaatsnaam in Meulebeke, Rumbeke, Ruiselede en Beveren.

Uit beider-waen: wachter op hoop.

 

Bruwier(e), -ière, -iers, -eer, Bruvier, Bruyer(e), -ère, -erre, -eer, Bruhière, -iere, -y, Brui

1. Bijnaam uit het Oudfranse bruhier: buizerd of het Middelnederlandse brewier, bruwier, brouwier: wouw (vogel). Iemand met zeer scherpe ogen bv.

2.zie ook Bruyère.

 

Bruyère, -èr(es), -ere, -er(re), -eer, Bruère, Bryère, Bruhière, -iere, Bruyr(e), Bruwier(e), -ière, -eer, Bruvier, Broyère, Brou(y)ir, Brouwi(e)r, (de) La Bruyère, De(l)bruyère, (de la) Brière, Labrujere, Delbrayère, Delbrouir, Delbrouwire, Desbruyères, Desbrueres

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Bruyère: heide. Zeer verspreide plaatsnaam.

 

Bruyland, -land(t)(s), -lant(s), Bruijlant(s), -land(t)s

Patroniem uit de naam Brulant: naam uit ridderromans (een Saraceense koning).

 

Bruyndonck, -donc(x), -donx, -donck(x), Bruijndonc(k)x, Bruyendonck

Familienaam uit de plaatsnaam Bruindonk: bruine (donkere) verhevenheid uitstekend boven het landschap.

 

Bruynsteen, Bruijnsteen, Bruijnesteijn

Patroniem uit de Germaanse voornaam brûn-stain.

 

Bubb

Engelse naam van Viking origine. De eerste spelling was wellicht Buh: een plaats om schapen en vee te houden.

Soms kan hij door verschrijving ook afgeleid zijn van de familienaam Budd: Oudengelse bijnaam voor een dikkerd.

 

Bubbe

Patroniem uit de Germaanse voornaam Bovo of knuffelvorm van Robrecht (= Poppe).

 

Bücker, Bu(e)cker(s), Buk(k)ers

1. Zie Beudeker.

2. Of uit het Picardische Bouquier: slager.

 

Buelens: zie Beullens.

 

Bueri(e) Van de, Van den Buerie, Van de(n) Beurie, Van de(n) Burie, Vandenburie, Van de Bo(u)rie, (van de(n)) Bourry, Van den Buverie, Debunderie, Van de Bund(e)rie, Van de Benderie, Van de Binderie, ...

Naam uit het Picardische burie: wasserij, washuis. Beroepsbijnaam.

 

Buggenhout (van), -houd(t), -haut, -hout, Van Bugenhout, (van) Buckenhout, Buckenhoudt, Buekenhou(d)t, Bueckenhou(d)t, Van Buekenhout, Beukenhou(d)t

Familienaam uit de plaatsnaam Buggenhout (Oost-Vlaanderen).

Of gewoon uit een plaatsnaam Beukhout: beukenbos.

 

Buick, Buik, Buyck(x), Buijck(x), Buycx, Buijks, Buyck(s)

Bijnaam voor iemand met een dikke buik.

 

Buijlaert, Buylaert, -aere, Builaert, Beulaert, Bullaert

1. Bijnaam voor iemand met een buil, een bochel.

2. Of variant van Boelaert.

 

Buirette, Burette, -es, -et, -ez, -é

Familienaam uit het Oudfranse buiret(te): kleine kruik. Beroepsnaam van bv; de pottenbakker.

 

Buis, Buise, Buys, Bueys, Buijse, Buyse, Buze, Buse, Buysen(s), Buyze(n), Bui(j)ze,

Buijs(en), Buysse(ns), Bui(j)sse, Buissink

Patroniem naar de Germaanse voornaam Buso/Boso (= boos/trots).

 

Buitenkant

Familienaam uit de plaatsnaam Buitenkant (buurt in Amsterdam).

 

Bulckaert: zie Bulcke.

 

Bulcke (van den), Vandenbulcke, Van den Bulk(e), Van (den) Bulck, Van dem Bulcke, De Bulcke, Van den Bulte(n), Van den Beulcke(e), (van den) Bilcke, Beulcke, (van den) Beulque, (van de) Beuque, Beulques, Bul(c)kaert, Bolkaer(t)s, Van den Bloke, Van den Block, Blockmans

Familienaam afgeleid van de Middelnederlandse plaatsnaam blok, bilc, bulc.

 

Bulder

Bijnaam uit bolderen/bulderen: een luidruchtig of boos iemand.

 

Buellens: zie Beullens.

 

Bullens: zie Beullens.

 

Bul(c)kmans, Bolckmans, Blockman(s), Blocman

Afgeleide van Van den Bulcke, Van den Blocke (zie daar).

 

Bulsink,Bulsing

Saksische varianten uit de Germaanse voornaam  bodo of bolo + ing.

Varianten van Beullens.

 

Bulteel, Bultel, Bultheel, Bult(h)ielle, Bultau, Bulteau(x), Bulteux, Bultiau(x), Bultiauw, Bulteeuw, Biltiau, Biltjauw, Byltiauw, Balteau(x), Balthau, Baltia(uw), Bluteau, Bultet, Bulthé, Bulté, Bulthez, Bulto(t), -on

Naam uit het Oudfranse buletel, het Franse bluteau, het Middelnederlandse

bulte(el): meelzeef. Beroepsbijnaam voor de zevenmaker of de meelzever.

 

Bultinck, -ing, -ijnck, -ynck, Bulthynck

Patroniem afgeleid van de Germaans 'bald' (:stoutmoedig)-naam.

 

Bunder(e) Van den, Van Bunder(en), Van Buynder(en), Van Buijnderen

Naam uit de verspreide plaatsnaam Bunder (oude landmaat).

 

Bungeneers, Bongenaar

Beroepsnaam uit het Middelnederlandse bongenaar, bungener: trommelaar.

 

Bunn

Oudfranse bijnaam uit bon (de goede). Deze naam kreeg in Groot-Brittanië een nieuw leven.

 

Bunneghem

Naam uit de plaatsnaam Bunegem (Vlaams-Brabant).+

 

Verbunt, Van (der) Bunt, Van (der) Bont(e), Van Bondt, Verbond(t), Verbong

Familienaam uit de plaatsnamen Bent,Bunt,Beunt, Bont, Bong: plaats waar veel (bunt)gras (en ook wel struiken) groeit.

 

Buren Van, Van Buuren, Van Buere(n), Van Beuren

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Buren (op een paar plaatsen in Nederland).

Zie ook Beuren (Van der).

 

Buret de Longagne

Dubbele familienaam uit Buret (zie bij Buirette) en uit Longagne (plaatsnaam o.a. in Henegouwen). Mogelijk verwijst de de naam naar een pottenbakker, afkomstig uit Longagne. de Logagne kan ook ook een lager-adelijke verwijzing hebben.

 

Burki, Burky (Kanton Fribourg), Bourqui, Burket

Patroniem uit Bürki, d.i. een Allemannische (West-Oostenrijk, Oost-Zwitserland, ZW-Duitsland) knuffelvorm van de voornaam Burchard. Andere varianten komen voor in ZO-Frankrijk.

 

Burnel(le), Beurnel, Burniaux, -iar, -yeat, -ay, Berneel

Variant van de naam Brunel(le): de bruine (op basis van haar of huidskleur).

 

Burs(s)ens: zie Bossens.

 

Burst Van, Verbust, Verbuyst

Familienaam uit de plaatsnaam Burst (Oost-Vlaanderen).

 

Busecom

Naam uit de plaatsnaam Beusichem (Gelderland).

 

Buselin, Busolin, Busl(a)in, Busselin, Bus(se)lot, Busselen, Bussel(s)

Patroniem uit de Germaanse voornaam Boso.

 

Bussche: zie Bos.

 

Bussedom, Bosadon, Baugedon

Verdwenen naam, wellicht patroniem uit boso+doma.

 

But (de), De Budt, De Butte

1. Naam uit het Middelnederlandse botte, but(te): draagkorf, koffer. Beroepsnaam of beroepsbijnaam.

2. Of uit but(te), bot: zeevis. Beroepsbijnaam.

 

Buta(e)ye, Buta(e)ije, Buttaye

Naam uit de plaatsnaam Butay in Stavelot en Rotheux (Luik).

 

Buts(e)raen, Bu(t)straen, Bustraan

Familienaam uit het Picardische bûcheron. houthakker. Beroepsnaam.

 

Buttenaere, -aers, Butenaer(t)s, -e(e)rs, -ners

Afgeleide van de Duitse familienaam Büttner: kuiper.

 

Buvelot

1. Deze naam die van oorsprong uit de Champagne komt, is mogelijk afgeleid van beuvable, buveur: drinken, drinker. In dit geval een bijnaam.

2. Evengoed uit de Champagne kan hij een afgeleide zijn van Beuve, de Franse vorm van de Germaanse voornaam Bovo, wat jongen betekent.

In dit geval een patroniem.

 

Buyens: zie Boudin.

 

Buyl, Buyle(n), Buijle, Buyls, Buil(s)

1. Bijnaam voor iemand met een buil/bult, meestal een bochel.

2. Heel soms is Buyl afgeleid uit de beroepsnaam: beul.

 

Buys Van den, Van den Buijs

Brabantse vorm van Van den Bus(sche). Zie bij Bosch.

 

Buyser(e) (de), De Buijser, De Buyzer(e), De Boyser(e), De Boijser, De Beyser(e), De Bayser, De Buysser, De Buisser

Beroepsnaam van de 'buser', de hoornblazer die in de middeleeuwen bij het afbakenen (bij schenking van grond) op de vier hoeken op de hoorn (buse) blies.

 

Buyst (de), (de) Buijst, Bust

Naam uit het Middelnederlandse buust, buyst: knuppel. Bijnaam.

 

Bykens

Patroniem uit de Friese voornaam Bike, Bijke.

 

Bylen Van, Van Bijlen, Van Beijlen, Van Beylen

Familienaam uit de plaatsnaam Bijlen in Olen (Antwerpen).

 

Byt(t)ebier, Bijt(t)ebier, Bittebierre

Bijnaam voor een bierproever, -drinker.

                    Andere B-bladzijden B | Be | Bi | Bo | Bor | Br                                           

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Wil je de betekenis van jouw familienaam kennen ? Stuur een mailtje!  

Er zijn slechts drie voorwaarden:

- vermeld in je mailtje waarom je het wil weten,

- beperk je tot één of een paar namen.

- vermeld ook even hoe je op mijn site terecht kwam.

 

Soms moet je even geduld hebben: er zijn nogal wat aanvragen.

Kijk a.u.b. eerst of de gezochte naam er niet opstaat (bv. De Grote bij Groot, Verbeeck bij Beek en bv. Vranckx bij Frank). Zo bespaar je mij heel wat werk.

 

Literatuur:

De betekenis van toponymische samenstellingen (J .Van Loon - Onomastica neerlandica 1981)

Etymologisch woordenboek der Nederlandsche Taal (J. Vercoullie - Van Rysselberghe & Rombout 1925)

Huizinga's complete lijst van namen (A.Huizinga - Tirion 1998)

Middelnederlandsch handwoordenboek (J. Verdam -  Uit. Martinus Nijhoff 1949)

Middelnederlandse spraakkunst ( Dr. A. Van Loey - Wolters-Noordhoff 1980)

Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226) (Maurits Gysseling - Belg. interuniversitair centrum voor neerlandistiek 1960)

Vondelingen en hun naamgeving (L.De Man - Onomastica neerlandica 1956)

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003)