Familienamen

                                                                                                                          

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Andere B-bladzijden B | Be | Bi | Bo | Bor | Br

 

 

Terug naar intro 

Het grootste deel van onderstaande info is een selectie uit: Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003).

Borchmans, Borghmans, Borgman(s), Borckmans, Borgermans, Burgman(s), Burgerman

Naam afgeleid van Van der Borch. Zie bij Borg(t) (van der).

 

Bordeau(x), Bordau, Bordo, Bordat, -as, Bourdeau(x), -au(x), -iau(x), Bourda, Dubourdeau, Burdo(t)

Familienaam uit het Oudfranse borde(l): houten gebouwtje, houten huisje, hoeve. Heel wat plaatsen in België en Frankrijk danken hieruit hun ontstaan.

 

Bordeyne: zie Bordin.

 

Bordin, Bourdain, Bordeyne, Bordignon, Bourdin(on), -ignon, -illon

1. Patroniem uit de Germaanse voornaam Burdinus (deze naam kwam ca. 1000 reeds in Cluny voor).

2. Mogelijk ook afgeleid van het Oudfranse borde: zie Bordeau(x).

 

Boret, -ez, -é(e), Borret, -é(e), -ey(e), -eij, Bauret, Beuret, -ey

1. Patroniem, verkorte vormen van Lamboret of Liboret. Deze zijn dan weer afgeleid van Lambert of Libert.

2. Mogelijk ook uit het Franse bouret. kuipje, tobbe. Beroepsnaam van de kuiper.

 

Borg(t) (van der), Van de Borg, Van der Borch(t), Borght, Van de(r) Borgh(t), Van der Borchs, Van den Borg(h)(t), Van den/r Borck, Van der Borst, Van (de(r)) Burg, Van der Burg(h)t, Van den Borg(t), Van der Burch(t), Van den Burg(t), Van den Burch(t), Van der Beurght, Verborg(t), Verborch(t), Verbocht, Voorbogt, Verburg(t), Verburgh(t), Verbeurg(h)t, Verbeurt, ...

Familienaam naar de verspreide plaatsnaam naar 'Borcht': burcht/burg.

 

Borgerink, Borgrink

Saksische patroniem uit de voornaam Borger(uit burg).

 

Borg(h)er (de), Borg(h)ers, Borchers, Den Burger, Burger(s), Burgher

1. Familienaam uit het Middelnederlandse borger: burger, erkend stadsinwoner.

2. Het Middelnederlandse borg betekend ook 'pand'. Dit groeide uit tot borgen: op krediet uitlenen. Een borger is dus ook een geldschieter: voorloper van het banksysteem.

3. Beroepsbijnaam, verkorte vorm van borgemeester: burgemeester.

 

Borggra(e)ve (de), (de) Borgraeve, De Borggraef, De Borgh(g)raeve, De Borggraeven, (de) Borchgra(e)ve, Borg(h)graef, Burggra(a)f, (de) Burg(g)ra(e)ve, Burggraene, (de) Burghgra(e)ve, Burgraeve, Burghra(e)ve, B(o)urgraff

Uit het Middelnederlandse borchgrave: burggraaf.

 

Borglevens, Borghlevens

Wellicht naam uit de plaatsnaam Borxleben in Thuringen.

 

Borlet, -é(e), -e(e), -ez, Bourlet, -é(e), -ez, Borlet, -é(e), -e(e), -ez, Berlé, -ez, Burlet, -ey, Beurlet

1. Familienaam uit het Franse bourrelet: gevuld kussen. Beroepsnaam van de Bourrelier: tuig- en zadelmaker.

2. Familienaam uit de plaatsnaam Borlez in Luxemburg.

 

(van) Borm, Van Burm, Borm(s), Burm(s), Burrems, Buerms, Beurms

Afgeleide van de plaatsnaam Bornem (pr. Antwerpen) en van de dialectische uitspraak burrem.

 

Born Van de(n), Van den Boor(e)n, Van de(n) Borre(n), Van der Born, Van den Boore,  Van der Bo(e)ren, Van den Burre, (van den) Bore(n), Verborne, Van Borre(n), Borne, Borné, Borre, Borreman(s), Boreman, -mans(e), Bormans, Boormans, (de) Borman, Bor(r)mann, Bur(re)man(s), Borneman(n), Bornman(s)

Verspreide familienaam uit de plaatsnaam Born: bron of waterput.

 

Borrel De

Mogelijk uit De Borle. Dit uit bourrelier: beroepsbijnaam van de tuig- en zadelmaker.

Of uit de plaatsnaam Borlez (Luik). Nog wat onduidelijk.

 

Borrenberg(en), -berg(h)s, -berger, Bornbergen

Familienaam afgeleid van een plaatsnaam 'Borreberg' = berg met bron ( b.v. Bilzen en op verscheidenen platsen in Duitsland).

 

Bortel Van, Bortels, Beu(r)tels

Wellicht naam uit de plaatsnaam Bortlo.(Limburg). Maar er is ook Borteldonk (Nispen, Noord-Brabant), Bortelbrug (Broechem, Antwerpen) en Bortelhoeve/Beurtelhoeve (Viersel, Antwerpen).

 

Bos(ch) (van de(n)), Van Bos(ch)(e), Van de(n) Bossch(e), Ten Bosch, (van de(n)) Bussche, Van der Busse, Van den Beussche, Van den Beusch, Van den Bosse, Von den Busch, Varderbussche, Van dan Bosse, Van den Bo(o)sche, Vanebosse, Van den Bussehe, Van den Bosshe, Vandem Beuche, Vanbenbussche, Vanvenbusshe

Familienaam afgeleid van de zeer verspreide plaatsnaam bos (schrijfwijze met veel varianten).

 

Bos(s)chelle (van den), Bosquelle

Naam uit het Oudfranse boschel, bosquel: bosje, struikgewas. Er is een Bosquel (Somme). Bosschelle (Balegem (Oost-Vlaanderen), Hakendover (Vlaams-Brabant), Montenaken en Vliermaal (Limburg).

 

Bosboom, Borsboom

Familienaam uit de plaatsnaam Bosboom: bosboom, buksboom.

 

Boschmans

Familienaam uit de verspreide plaatsnaam: bos, bussche.

 

Boskin, Bosquin, Bo(s)quain, Bouquin, Busken(s), Büskens, Busquin(t), -qain, -cain, Boesges

1. Patroniem uit Bosschaert: zie daar.

2. Patroniem uit de Germaanse voornaam Boso.

 

Bosquet, -é, -ée, -ee, -ette, Bosché, Bosschey, Bocque(t), -é, -ez, Bocket, Bocqet, Boque(t), -é, -ez, Bousquet, Boucquet, -é, -ez, -ey, Boucket, -é, -ez, Bouket, Bouquet(te), -é, -ez, Busquet, Bu(c)quet, -é, Bucket, Bochet, -ez, Bouchet, -é, -ez, Buchet, -é, -ez, Bubo(c)quet, Dubo(u)chet

Naam uit het Oudfranse Bosquet, het Oudpicardische Busquet, deze dan weer uit het Oudnederlandse bosk, het Germaanse busku: struikgewas. Dus: bosje. Een soort Franstalige  tegenhanger van Van den Bosch.

 

Bossaer(t), -ard, -art, -aer(s), -ert, De Bossart, Boussard, -aert, -art, -aer, -a, Bussaer(t), -a(rt)

1. Patroniem uit de Germaanse voornaam burg-hard. Dit via een Franstalige omweg langs Bouchard.

2. De vormen met Bos- en Bus- kunnen ook afgeleid zijn uit Bosschaert. Zie hieronder.

 

Bosschaert(s), Boschaert, Bosschart(s), -aart, Bosgaerd, Bosquart, Boscart, Busschaert(s), Busqua(e)rt, Beuscar(t), Beuschaert, Beus(s)chart, Beusquart, Basschaert

Afleiding van de familienaam Van den Bossche (naar de plaatsnaam).

 

Bosschem, Bosschen, Van Bosseghem, Van Boeseghem

Familienaam uit de plaatsnaam Bosschem in Dikkelvenne, Buxem/Busc(h)am in Moorsele, Menen en Gullegem. Bovendien zijn er nog varianten in Thionville (Boschem) en in Noord-Frankrijk (Boëseghem).

 

Bosscher (de), De Bosschere, -ère, (de) Boscher, Bosker, De Bos(s)ker, De Boskre, Deboschère, Deboskère, Debosque, Deboske, Bosser(s), De Booscher, De Bousser, De Busscher(e), De Bhuschere, Busscher, De Busser(e), Bussers,   (de) Beuscher, De Buysscher, De Basschere

Beroepsnaam van de houthakker, uit het Middelnederlandse bosscere.

 

Bossens, Bossin, -yns, -ijns, Borsen, Burs(s)ens, Buersens, Bussen(s), Bussing

Patroniem (via het Frans) uit de Germaanse voornaam burg-hard.

 

Bossier

Zie bij Boisier en bij Boucher.

 

Bosstra(e)ten Van, (van) Bnmakerostraeten

Naam uit de plaatsnaam Bosstraat in Berlaar/O.L.V.Waver (Antwerpen) en Erpe (Oost-Vlaanderen).

 

Bossu, Bossut, -us, -ue, -uit, -uyt, -uijt

Bijnaam naar het Franse bossu: bultenaar/bochel.Iemand met een hoge rug.

 

Bossuyt (van), Van Bossuijt, Bossu(i)t

Familienaam naar de plaatsnaam Bossuit (in West-Vlaanderen) of Bossut (Waals-Brabant).

 

Bosteel(s), Basteels, Boost(e)ls

Naam uit het Middelnederlandse bosteel, het Oudfranse boistel: deze uit het Latijnse bustellus = schepel. Beroepsbijnaam van de korenmeter.

 

Bot (de), (de) Both, (de) Botte, De Bod(t), Bots, Bootte,

1. Bijnaam naar de visnaam bot (een visser ?).

2. Bijnaam voor een botterik, voor iemand die plomp, onfatsoenlijk, ongemanierd, is.

3. Naam uit het Middelnederlandse bot(te): strobos, bundel.

4. Beroepsbijnaam voor een schoenmaker. Dit uit het Middelnederlandse en Oudfranse bote: grove schoen.

5. Zie ook Botte.

 

Boterberg(h)(e), Botterberg, -berg(h)e, Botelberge, Bottelberg(h)s, -berg(h)e, Bottenberg

Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Boterberg in Bekkerzeel, Laken en Beersel (allen in Vlaams-Brabant). Het boter-deel kan komen van 'bot-stomp' of van Bouter, een Germaanse voornaam. Berg verwijst naar heuvel.

 

Boterman(s), -mann, Boutreman(s), Botterman

Beroepsnaam van de boterhandelaar.

 

Botin, Bott(e)in, Boting, Botinga

Patroniem, verkorte Romaanse vorm van een Germaanse berht-naam. Berht: schitterend. De -inga-vorm is Fries.

 

Böt(t)cher, Böttecher, Bott(e)cher, Böttger, Boettger, Boerttiger, Bodger, Bödges, Bodges

Beroepsnaam uit het Duitse Böttcher: kuiper.

 

Botte, Botte(n)

1. Knuffelvorm van (Romaaanse variant van) een bert-naam.

2.Zie ook Bot (de).

 

Bottu, Boutu

Naam uit het Oudfranse bote: schoen, laars. Wellicht beroepsbijnaam.

 

Bouchaud, -aut, -aux, Bousseau, Boussauw

1. Familienaam afgeleid van het Oudfranse boche: bouche: mond.

Bijnaam voor iemand met een kleine mond.

2. Mogelijk ook afgeleid van het Oudfranse boschel: bosje, struikgewas. Naar woonplaats.

Boucher, -ier, -é, -e(t), -éi, -ez, -y, Leboucher, Debouchez, Bocher, -et, -ez, Bossier(s), Boussi(er), -é, -y, Boussy

1. Beroepsnaam van de slager uit het Franse bouc: bok. Oorspronkelijk handelaar in bokkenvlees.

2. Familienaam uit het Oudfranse Bouchier: beul. Beroepsnaam.

 

Bouchery, -ij, -ie, -it, Bouchrit, Boussery, -ij, Bouserie, -y, B(e)userie, (de) Buyserie, Debuijserie, De Buyzerie, De Bouserie, Deboiserie, Boiserie, Debooserie, Debusseré

Deze namen kunnen uit diverse bronnen komen.

1. Uit de Germaanse voornaam burg-rîk.

2. Uit de plaatsnaam Boucquerie in St.-Omaars: slagerij.

3. Uit de plaatsnaam Bouxherie in Theux: struikgewas.

4. Uit de plaatsnaam Bu(i)gerie in Amengijs (Henegouwen).

 

Bouchiquet, Bouciqué, -que, Bouchequet, Bousquet, Bousekeyt, Boussekey(t)

Wellicht ontstaan uit Bosquet, of één van zijn varianten. Zie bij Bosquet.

 

Bouchout (van), De Bouchout, Bouckhout, (van) Boeckhout, Boekhou(d)t, Van Boekhoud, Van (de) Bo(u)chaute, Van Boghout(e), Bockhodt

Familienaam uit de plaatsnaam Boekhout (en vele varianten): beukenbos.

Er is er één in Binkom, Meise, Pepingen, Bochout (Vlaams-Brabant), in Meerhout, Bouchout (Antwerpen), in Oosterzele, Ronse, Eeklo, Velzeke, Waasmunster, Scheldewindeke (Oost-Vlaanderen), in Tielt (West-Vlaanderen), in Jeuk, Gingelom (Limburg).

 

Bouckaert: zie Boekaert(s).

 

Boucqueneau, Boucquenaux, Bou(c)quegneau, Boucgniau, Boucneau

1. Knuffelbijnaam uit het Oudfranse boc: bok.

2. Afgeleide van Bosc: bosje. Naar woonplaats.

3. Of een naam uit Boskin. Zie daar.

 

Boudard, -art, -a(e)r, Baudartius, Boutard, Beuda(e)rt, B(u)ewaert, Buard, Boidart, Boytard, Buydaert, Buijdaert, Buyta(e)rt, -aerd, -aers, Buijtaert, Boddaer(t), -aerd, Bodaer(t), -ar(d), -a(rt), Buddaert, Buda, Boytas

Patroniem uit de Germaanse voornaam bald-hard.

 

Boudin, Bouden(s), Boen(s), Bauden(s), B(e)audin, Baudin(n)e, Baudenne, Ba(u)win, Bouwyn, Ba(u)wens, Bauens, Bouwen(s), Baweins, Baut(t)ens, Bout(t)en(s), Boutin, Boidin, Boidin, Boijdens, Boyde(s), Boien, Boyen(s), Boijen(s), Boeyden, Boeyens, Boeijens, Ba(e)yen(s), Baaijens, Ba(e)ijens, Baayens, Bey(e)ns, Beij(e)ns, Byens, Buidin, Buydens, Buyens, Bijens, Bouds, Boudt(s), Bout(s), Boutz, Bau(d)ts, Boute, Boids, Boitz, Boi(d)ts, Beyts, Buit, Buy(d)ts, Bu(d)ts, Bued(ts), Buets

Patroniem: knuffelvorm van Boudewijn (uit bald-win).

 

Boudolf

Patroniem uit de Germaanse voornaam bald- wulf.

 

Boudré, Boudrez, -ey, Bouderez, Bouré, -ée, -et, -etz, -ez, -ey, Bourr(é)e, ee, -et, -ez, Boerez, -ee, Boer(r)é, Baudrez, Bod(d)erez, -e, Badré, Bourdrez

Patroniem, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam bald-rêd.

 

Boudry, Boudri, Boud(e)rij, Bour(r)y, Bour(r)ij, Bour(r)i, Boedri(e), Boedrij, Bo(e)dry, Baudri(t), -riz, Baudry, Boderi(e), Baudrie(r), Beaudry, Baudery, B(e)aury, Bori(e), Borri(e), Bor(r)y, Borrij, Badri, Baldry

Patroniem, Romaanse vorm van de Germaanse voornaam Bouderik (bald-rîk).

 

Bouds, Boudt(s), Bout(s), Boutz, Bau(d)ts, Boute, Boids, Boitz, Boi(d)ts, Beyts, Buit, Buy(d)ts, Bu(d)ts

Patroniem, verkorte vorm van Boudewijn (bald-wine) of van een andere boud-naam.

 

Bouet, -é, -ez, Boët, Bowé, Bowetz

1. Mogelijk naam uit het Oudfranse bovet (dit is een afgeleide van buef: koe, os). Beroepsbijnaam.

2. Maar wellicht uit Bohet. Zie bij Bohet.

 

Boulang(i)er, Boulangé, Boulanger, -ier, Le Boulanger, -gé, Le Boulengé, Boulanigh(u)ier, Boulinguer,

-u(i)ez, Bolang(i)er, Bollengier, Bollangyer, -gier, Bollingier, Balanger, Bollansée, Bollans(s)ee, Bulanger

Beroepsnaam van de bakker uit het Franse boulanger.

 

Boulard, -a(e)rt, -at, Boullart, -ar(d), -aert

1. Bijnaam uit het Franse boule: bol, bal of uit het werkwoord bo(u)ler: rollen. Wellicht bijnaam voor een balspeler.

2. Bijnaam uit het Oudfranse boler: bedriegen.

Boulet, -ez, -é, -ert, Boullet, -ez, -é, Bolet, -ez, -ette, -ey, Bollet(te), -é, -ez

Naam uit het Franse boule: bol, bal, bolvormig brood. Wellicht beroepsbijnaam van de bakker.

 

Boulin, -ain, Bol(a)in, Bol(l)ijn, -(e)yn, Bollein

Patroniem uit de Germaanse voornaam bald/bold of bôl.

 

Bouman(s), -manne, Bouwman(s), Bauwmans, Bauman(s), -mann, Beauman

1. Patroniem afgeleid van Boudewijn.

2. Beroepsnaam voor de Middelnederlandse bouman = landbouwer of tuinman.

 

Bourdeaudhui, (de) Bourdeaud'Hui, -'Huy, -'hui, -'huy, Bourdeauduc(q), Bourdauduc, -due, -dhui, -d'Hui, Bourdo(n)duc, Bourdiaudhy, -hij, Bourdiaud'huy, d'Huy, Bordeau d'Huy, Bordeaud'huy, -'hui, -'Huy, Bourdon'hui, Bouldauduc

1. Familienaam afgeleid van de plaatsnaam Bourdeaud'hui in Anvaing (provincie Henegouwen).

2. Volgens Jozef Bourdeaudhui komen deze naamdragers echter uit de streek van Valenciennes. Op het eind van de 16 de eeuw kwam Péronne Bourdeaudhui in Frasnes terecht. Vandaar verspreidde de familienaam zich in België.

 

Bouré, -ée, -eau, -et, -e(t)z, -ette, -ey, -ez, Bourr(é)e, ee, -et, -ez, Boerez, -ee,

Boer(r)é

1. Zie Boudré. Zie daar.

2. Naam uit het Oostpicardisch Bouret: kuipje, tobbe. Beroepsbijnaam van een kuiper.

3. Mogelijk ook variant van Boret. Zie daar.

 

Bourgeois, Bourgeos, Lebourgois, Bourgo(u)is, -goy, -geais, -geix, -geys, Borgheys, -huis, -gey(s), -geijs, -ghys, -ghijs, -gy(s), Bourgoo, Borgo(o), Burgho, Bourgeus

Familienaam uit het Franse bourgeois: burger, poorter.

 

Bourguignon (de), Bourguignon(t), -guin(i)on, -guignan, -guigon, -gignon, -goignon, -gunons, -gonjon, -gonion, -genjon, -goujon, -goujan, -Borg(u)ignon(s), -gu(g)nons, -guinions, -ginjon, -genjon, -gonjon,

-g(u)inon, -gunons, -genon, Bergognant, Bourguillioen, Borgilion, Borgilio(e)n, Borgeljoen, Borgions

Volksnaam voor een Bourgondiër, iemand afkomstig uit Bourgondië.

 

Bourlart, -art, -a(t), Borla, Burla

Naam uit het Oudfranse borrel. Beroepsnaam zoals het Oudfranse borrelier: maker van paardentuig.

 

Bournons

1. Variant van Bernon: dit uit de patroniem Bernard. Zie Bernaerts.

2. Variant van Burnon: verbogen vorm van de Germaanse voornaam Bruno. Zie Bruin.

 

Boussema(e)re, -maer, -ma(e)rt, Bousfemaere, Boessemaere, Bossemaer(e), Boussemeart

Patroniem uit de Germaanse voornaam boso-mêr.

 

Boute (de), (de) Boutte, Bouten, Baut(e), Lebout(te)

1. Bijnaam voor iemand wie 'bout' is: moedig, rustig, kalm.

2.Sommige varianten zijn mogelijk afgeleiden van Boudewijn, zie bij Boudin.

 

Bouteiller (de), Bouteillez, Bouteillier, Boutillez, Bout(h)illier, Boutelier(e), Bouteligier, Bout(t)el(l)egier, Boutlegier, Bouttelisier, -zier, Bottelier, Botelgier, Bottelegier, Lebouteiller

Naam uit het Franse bouteiller, het Middelnederlandse bottelier. Beroepsnaam voor de bottelier, keldermeester of opperschenker. Maar ook voor de flessenmaker en de flessenhandelaar. Of voor de man die drank bottelt, op flessen trekt.

 

Bouters(e), Bouter, Bauters

Patroniem uit Bouder: de Germaanse voornaam uit bald-har (:stoutmoedig-leger).

 

Boutkens, B(e)audequin, Bau(c)ke(n)s, Baukus, Bae(ec)ken(s), Bauquens,

Boi(s)dequin, Boitquin, Buytkens, Butkens, Butjens, Buttiens, -iëns, -jens, -gen, Büttgen(s), Beutjens, Bo(u)tquin, Bodequin

Patroniem uit Boudewijn.

 

Bouton, -ons, Bot(t)on, Boutton

1. Naam uit het Oudfranse boton, het Franse bouton: knoop. Beroepsbijnaam voor de knopenmaker.

2. Of uit het Franse bouton: puist, knobbel. Bijnaam.

 

Boutsen, Baussens, Botson, Bodson, Botsen

1. Patroniem uit Boutszoon: zoon van Boudewijn.

2. Mogelijk ook een knuffelvorm van Boudewijn. Dan ook weer patroniem uit dezelfde naam.

 

Bouvet, -ez, -é, Bovet, -e(e), Bouvé, Buvé, Bouwet, -ez

1. Patroniem uit de Germaanse voornaam Bovo.

2. Afgeleide van het Franse boeuf: koe, os. Bijnaam of beroepsbijnaam.

 

Bouvier, -ie(z), -y, -ij, Lebouvier, Bovier, -i(e), -ir, -it, -ij, (le) Bovy, Bowie

Beroepsnaam van de koewachter.

 

Bovijn, -yn, -ing, -en(s), Bouvijn, -yn, -in(g), -ain

Patroniem uit de Germaanse voornaam Bovo.

 

Bouw De, De Bauw(e), De Bae

Bijnaam uit het Middelnederlandse boud(e), bouwe.

 

Bouwel Van, Van Bouwelen, Van Bauwel, Van Bouvelen, Bouwels, Bovele, Bauwele(e)rs, De Beauwelaëre

Familienaam uit de plaatsnaam Bouwel (Antwerpen).

 

Bovendaerde, Bovend'Aerde, Bovendeerd(t), Bovend'eerdt, Bovendeaardt, Bovendeur, Boventer

Familienaam naar de woonplaats boven, voorbij de aard.

 

Boxlaer Van, Van Boxelaere, Van Boxelaer(e), Van Bocx(e)laer, Van Boc(k)xlaer, Van Bockxelaer(e), Van Boexlaer, Van Boxclaer

Familienaam uit de plaatsnaam Bokselaar (Lokeren) of Boxtelaar (Kasterlee en Gierle).

 

Boy(e) (de), (de) Booij, (de) Booy, (de) Boi, Booi, Boyé, Boyen(s), Boijn(s), Boie(n), Boeijen, Boeyen, (de) Boey(e), Boeij(e), Boeyé, Boeye(n)s

1. Familienaam uit het Middelnederlandse boy, boey: broer, jongen, kameraad.

2. Zie ook Bode.

3. Ook uit Dubois (Van den Bos): De Boey.

  Andere B-bladzijden B | Be | Bi | Bo | Bor | Br

 A | B | C |  D E F | G | H I J | K | L | M | N O | P Q | R | S | T U | V | W X Y Z

Wil je de betekenis van jouw familienaam kennen ? Stuur een mailtje!  

Er zijn slechts drie voorwaarden:

- vermeld in je mailtje waarom je het wil weten,

- beperk je tot één of een paar namen.

- vermeld ook even hoe je op mijn site terecht kwam.

 

Soms moet je even geduld hebben: er zijn nogal wat aanvragen.

Kijk a.u.b. eerst of de gezochte naam er niet opstaat (bv. De Grote bij Groot, Verbeeck bij Beek en bv. Vranckx bij Frank). Zo bespaar je mij heel wat werk.

 

Literatuur:

De betekenis van toponymische samenstellingen (J .Van Loon - Onomastica neerlandica 1981)

Etymologisch woordenboek der Nederlandsche Taal (J. Vercoullie - Van Rysselberghe & Rombout 1925)

Huizinga's complete lijst van namen (A.Huizinga - Tirion 1998)

Middelnederlandsch handwoordenboek (J. Verdam -  Uit. Martinus Nijhoff 1949)

Middelnederlandse spraakkunst ( Dr. A. Van Loey - Wolters-Noordhoff 1980)

Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland (voor 1226) (Maurits Gysseling - Belg. interuniversitair centrum voor neerlandistiek 1960)

Vondelingen en hun naamgeving (L.De Man - Onomastica neerlandica 1956)

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (grondig herziene en vermeerderde uitgave) (Dr. Frans Debrabandere - L.J. Veen /Het Taalfonds 2003)