|
Bomen, medereizigers op planeet aarde ... : DE EIK |
|
In onze contreien wordt/werd de eik een beetje heilig verklaard. Hij is de superboom. De ultieme natuurkracht. De sterkhouder, die de eeuwen overleefde.
Zijn harde hout wordt en werd zeer gewaardeerd. Vroeger en nu. Er worden meubels en wijnvaten mee gemaakt. Vroeger stond of viel de stevigheid van een huis er mee. In de tijd van onze voorouders klommen (naar het schijnt) de druïden in de boom om met een gouden sikkel maretak te oogsten. Of dat echt zo was...
In ieder geval was maretak op eik bijzonder zeldzaam. Mensen houden nu eenmaal van zeldzame dingen. Maretak doet het beter op bomen met zachter hout. De eik zelf was voor de oude Kelten en Germanen wel wat heilig.
Hout, dat stevig was. Takken als brandhout en stammen als structuur en meubelhout. De boom (de zomereik) leverde na vrij korte tijd eikels, die voor de varkenshoudende mensen het voedsel bij uitstek waren. Ze hadden er zelfs een speciale naam voor: mast. De eik was ook de bron van looizuur, jawel, dat gebruikte men om leer te looien.
Allemaal redenen om de eik in de watten te leggen. De mens bevoordeelde dan ook eeuwenlang de eik. Uit de boomsoortrijke bossen ontstonden door mensenhand eikenberkenbossen. En zelfs bossen waar vooral eik groeide. De mens kapte de andere bomen. Ze planten de eik op plaatsen waar hij van nature niet zo veel voorkwam. Het gevolg is dat hij nu zowat overal te groeien staat, van zeer vochtige gronden tot de droogste duinlandschappen. Voor zover wij er natuurlijk geen huis neergepoot hebben EN alle bomen gekapt. We houden immers van bomen, niet van blaren... Waar het één is, is het ander. Geen boom zonder blad.
Eikensoorten
De eik die in onze streek voorkomt is de zomereik (Quercus robur). We liggen op de grens van het gebied van de wintereik, die regelmatige blaren heeft, maar niet zo snel eikels vormt dan de zomereik. Als het op concurreren aankomt, heeft de Amerikaanse eik (afkomstige uit het oosten van Amerika) de beste kaarten. Omwille van zijn zeer mooie herfstkleuren wordt hij bovendien door de mens regelmatig aangeplant. Op onze aardbol leven een 800-tal eikensoorten (en dan praten we niet over de kruisingen tussen de soorten). Wij kennen alleen bladverliezende eiken. Er zijn er ook een aantal (in zuidelijker gebieden) die bladhoudend zijn. In tuinen vind je soms wel eens een moeraseik of een moseik. Tijdens een verlof in het zuiden komen we wel eens een steeneik tegen, met zijn hulstachtige prikkende bladeren. Ook zie je daar wel eens de kurkeik, waarvan de bast gebruikt wordt voor de kurken van wijnflessen. Maar ook voor allerlei souvenirs bestemd voor verwonderde toeristen.
Dan zijn er nog zoveel soorten die we zowat nooit tegenkomen, maar die namen hebben als gedichten: wilgbladige eik, kastanjebladige eik, witte eik, zwarte eik, tweekleurige eik, ...
Eik als naamgever
Het feit dat de mens steeds in de buurt van eiken leefde, vind je ook terug in onze familienamen. De verschillende dialecten (eike, eke, eec, heike, heke, ...) hoor je nog in de diverse schrijfwijzen. Eekhou(d)t, -kaut(te), Eeckhou(d)t, -hout(t)e, -houd, -haut(e), -hautte, -haud(t), -haoudt, Eechhoute, -ou(d)t, -audt, -aut(e), Hee(c)khout, Heckhout, Hee(c)khaut, Heeckhoute, Eckhaut, -hou(d)t, Ecoudt, Eeckaut, Eikenhout, Eyckenhuts, Van (den) Eekhaut, -houdt, Van (den) Eeckhout(t)(e), -Ee(c)khoutt(e), -Eeckhoudt, -oi(d)t, -(h)aut(e), -haudt, Van (den) Eechaute, -E(e)chaut, -Eechout(t)e, Van Eeckkout, Van Ecckhout, Van Eckhou(d)t, -haut, Van Ee(c)kaute, Van Eeckhaudt, Van Eechkout, Van Heeckhaute, Van Heck(h)outte, Vanékaut Van der Eyken, Van der Eijk, Van (der) Ey(c)ke(n), Van (der) Eij(c)ke(n), Van der Reycken, Van den Reijcken, -Reyken, Van der Ick(en), Van der Ickx, Van der Ieck, Vandéric, Van (der) Ee(c)ken, Vonderhecken, Van der Reken, Van (der) Ecken, (van) Heecke, Van Heek(e), Verheijke, Vereycke(em), Vereij(c)ken, Verreijke(n), Verreijcken, Ver(r)ey(c)ken, Van der Yken, -Ycke(n), Van der Ryken, Van de(r) Rijck(e), Van de Rijke(n), Van de Ryck(e), Van de Ry(c)ken, Van Drick, Van Driken, Veryke, Verijke(n), Verrijck, Verryck, Verryke(n), Vereeke(n), Vereeck, Vere(e)cke(n), Verre(c)k, Verrecken, Vereckens, Vereecque, Vereque, Vreeke(n), Vrey(c)ken, Vreijken, Verhee(c)ke(n), Verheck(en), (van der) Eycken, (van) Eycken, (van) Eyck, Van Eecke, ...
Er zijn zelfs een aantal plaatsnamen die hun oorsprong vinden in het Germaanse aik (:eik): Eke, Eeklo, Eichholt, ...
Dat oude Germaanse aik vind je niet alleen terug in het Nederlandse eik. Er is het Duitse Eiche, het Engelse oak, het Deense eg, het Noorse eik, het Zweedse ek en het Friese iik. |
Samen leven met en van eiken
De eik was en is niet alleen een voedselbron voor varkens. Ook heel wat vogels leven van eikels. Sommigen slaan ze zelfs op als voedselreserve en zorgen zo mee voor de verspreiding (de Vlaamse gaai). Op het gazon in de buurt van eiken zie je zowat dagelijks houtduiven die niet allen gras komen eten, maar ook de eikels uit de grond peuteren. Dat tot ver in de lente. Allerlei planteneters (eekhoorn, eikelmuis, insecten, ...) leven voor een deel van de eikels. Dan zijn er ook de bladeters: insecten en hun rupsen.
Op en van de eik leven een enorm palet van levende wezens. Bij wijze van voorbeeld onderstaande wonderlijke wezens. Hun namen zijn soms pure poëzie. Paddenstoelen: biefstukzwam, doolhofzwam, duifridderzwam, ... Mossen: pletmos, boerenkoolmos, gaffeltandmos, ... Insecten: tweeëntwintigstippelig lieveheersbeestje (wat een naam), eikenpage (vlinder), eikelboorder, ... Ook de gallen allerhande die op de eik groeien en die (meestal) broedkamers zijn voor insectenlarven ontsnappen niet aan de mensenfantasie: ananasgal, fluweelgalletje, linzengal, ...
Je kan het zo gek niet bedenken of de mens verzint er een naam voor.
Zomereik
In onze streek is de zomereik, een boom of een hoge struik. Wat sommigen niet weten: ook eiken bloeien. In de lente komen samen met de eerste bladeren de bloemen tevoorschijn. Het mannelijk deel is het beste zichtbaar: de katjes. Die vallen na de bloei massaal af en vormen een bruin tapijt op de bodem. In het begin van de zomer, heeft de eik een tweede tak- en bladgroei: het sint-janslot. Dit dient om de in de lente afgevroren takken te vervangen. In ons klimaat echter ...
Vroeger werden de waterloten gebruikt. Er werden zelfs velden boomvrij gehouden om die waterloten te oogsten als rijshout. Of om de oven te stoken. In een latere fase konden ze als hekpalen, omheiningen, bonenstaken, ... gebruikt worden. Rond (vroeger zeer brandbare) boerderijen werd meestal ook een aantal eiken als bliksemafleider geplant.
Elke eik heeft een eigen karakter. Bekijk maar eens de bladvorm: van vrij groot en flodderig tot klein, strakker en regelmatiger. Als er een aantal eiken in je buurt staan, merk je ook dat ze op een ander moment hun blad verliezen. Tussen de bladval van de ene en de andere eik, kan ruim een maand zitten. Sommigen houden zelfs hun verdroogde bladeren vast tot de lente.
Eiken hebben zich aan de mens aangepast. Knoteiken zijn daar een voorbeeld van. Hun takken worden (of zeg ik beter werden) om de 2 à 3 jaar gekapt als rijshout (erwtenrijs). Na veel jaren ontstaan holtes in de boom waarin steenuilen en andere holenbroeders wonen. Hun gedeeltelijk tot pulp vergane binnenzijde krioelt van de insecten en op hun kroon groeien soms andere struiken en bloemen.
De eik is en blijft dus een boeiend wezen, dat we best met respect behandelen.
Heilig is hij al lang niet meer, fascinerend wel.
__________________________________________________
Bomen: eik - berk - es - zwarte els - wilg - linde - beuk - vlier en lijsterbes - grove den -
|