Voorouderlijst Docx Cornelius

 

Docx, Dock(s), Dockx, Docq, Dox, Doek

Patroniem, knuffelvorm van de Germaanse voornaam Doc(h)o.

 


 

XIII - Docxs Anthonius (fs Adrianus ?) (S4700), + ? Wakkerzeel 05.08.1634, x met Verpaelt Catharina - Anna (S4701).

 

Hierbij een akte (met dank aan Paul Peeters) met vermelding van Anthonius Docx en zijn vrouw Anna Verpaelt, inwoners van Wakkerzeel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7500, folio 51r., akte dd.29 januari 1610.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers en(de) schepenen van Loven naerbescreven gestaen Anthoen Docx ende Anna Verpaelt, zijne huysvrouwe, woenen(de) tot Wackerseel, p(er) mo(nitionem) hebben opgedraghen met behoirl(ijcke) v(er)thijdenisse de goeden naerbes(creven), ierst een huys metter schure, stallen en(de) andere zijn(e) toebehoirten, gestaen tot Wackerseel, groot een dachmael, met noch ontrint sesse dachmaelen lants, bijde voirs(creve) opdrageren vercreghen teghen Barbara Van Haecht met haeren broedere als momboir Aerdts Van Haecht, reg(enoot) van tvoirs(creven) lant Thomas Vernoyen ter ie., Anna Cleymans ter tweede(re), sheeren straete ter iiie., het Lepser ter iiiie. ende ve. zijden, item noch een stuck bempts viertschoeff, geleghen int Werchter Broeck, groot ontrint het derdendeel van een boender, reg(enoot) het cloester van Bethleem ter eenre, het cloester van Bethanien ter iie. en(de) Jan Verdonck ter derdere zijden, v(er)creghen teghen Thomas Vernijen opden xe. meert xvc. xcix voer schepenen van Werchtere, exp(osito) en(de) Carel Diericx als rintm(eeste)r vanden H(eylighen) Gheest van S(in)t Jacops bynnen Loven tot behoeff van(den) selven H(eylighen) Gheest imp(ositus) p(er) mo(nitionem) redd(idi)t den voirs(creven) opdragheren om tvoirs(creen) goet te hebben, te houden en(de) te besitten opt recht en(de) commer daer te voeren op vuytgaen(de), te weten tvoirs(creven) huys en(de) hoff metten landt op xiiii stuyvers tsiaers aen Onser Liever Vrouwen autaer tot Wackerseel, aen(den) hee(re) Absoloens vijff pont payem(ent)s en(de) noch ses rins(guldens) en(de) vijff st(uyvers) aen(den) v(oir)s(creven) H(eyligen) Geest, als op allen trecht daeroppe vuytgaen(de), waerop de voirs(chreve) opdrageren tselve zijn waranderen(de), obligan(do) et submitten(do) ende voerts meer op eene rinte van drije rins(guldens) en(de) xv st(uyvers) te xx st(uyvers) Brabants tstuck, erffel(ijcke) rinte van drije rins(guldens) en(de) xv st(uyvers) te xx st(uyvers) Brabants tstuck, erffel(ijcke) rinte, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) v(er)schijnen(de) opden xxiiiie. dach meert, beginnende cours ende loop te hebben den xxiiii. meert xvic. thien toe(comen)de en(de) bynnen deser stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije, etc(etera), in futuru(m) quolib(et) ass(ecu)t(um) et tantu(m) et casu quo pignora, etc(etera), geloven(de) voerts de voirs(creve) opdrageren indivisim de v(oir)s(creve) rinte van drije carolusgul(dens) en(de) xv st(uyvers) jaerl(ijcx) wel ende loffel(ijck) te betaelen en(de) leveren als voer, los en(de) vrije, etc(etera), in futuru(m) quolibet assecutu(m), obligan(do), submitten(do) ac rennuntian(do) in forma, met conditie dat die voirs(creve) gehuysschen oft henne naecomelin(gen) de voirs(creve) rinte van drije rins(guldens) en(de) xv st(uyvers) sullen moghen lossen en(de) affquyten tallen tijden alst hun gelieven sal teend(er) reysen, elcken gul(den) erffel(ijck) met sesthien gel(ijcke) guldens, loopen(de) munte, ac cum, coram Rijcke, Schore, jan(ua)rii xxix., 1610.

Item es te weten dat de pe(n)nin(gen) daermede dese rinte wordt aengeleyt, zijn gecomen van(den) affquyten van ii r(insguldens) erffel(ijck) bij Gheeraert Boels, geredimeert opden xxiii. jan(ua)ry 1610 en(de) trestant gesupleert vuytte gemeyn innecomen, eisd(em).

            In de marge.

Opden viiie. meert a(nn)o 1610 hebben jo(ncke)r Jan De Borchgrave en(de) Peeter Ottho als h(eylige) geestm(eeste)rs van S(in)t Jacops daenlegghen van de rinte geapprobeert, coram Pulle, Rijcke.

 

De onderstaande akte met vermelding van Anthonius Docx en Anna Verpaelt als inwoners van Wakkerzeel blijkt dezelfde te zijn als in hetzelfde register folio 51r.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7500, folio 193r., akte dd. 29 januari 1610.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven) gestaen Anthoen Docx en(de) Anna V(er)paelt, zijne huysvr(ouw)e, woonen(de) tot Wackerseel, p(er) mo(nitionem) hebben opgedraegen met behoorlijcke v(er)thijden(isse) de goeden naerbes(chreven), ierst een huys metter schure, stallen en(de) andere zijn(e) toebehoorten, gestaen tot Wackerseel, groot een dachm(ael), met noch ontrent sesse dachm(aelen) landts, bijde voors(chreve) opdraegeren v(er)cregen teghen Barbara Van Haecht met haeren broedere als momboir Aerdts Van Haecht, regen(oten) van tvoors(chreven) landt Thomas Vernoyen ter ie., Anna Cleymans ter iie., sh(ee)ren straete ter iiie., het Lepser ter iiiie. en(de) ve. zijden, item noch een stuck bempts viertschoeff, gelegen int Werchterbroeck, groot ontrint het derdendeel van een boend(er), regen(oten) het clooster van Betheleem ter ie., het clooster van Betanien ter iie. en(de) Jan Verdonck ter iii. zijden, v(er)cregen tegen Thomas Vernijen opden xe. meert 1599 voor schepen(en) van Werchtere, exp(osito) en(de) Carel Diericx als rentm(eeste)r van(den) H(eyligen) Geest, imp(ositus) p(er) mo(nitionem) redd(idi)t den voors(chreven) opdraege(re) om tvoors(chreven) goet te hebben, te houden en(de) te besitten opt recht en(de) commer daer te voren op vuytgaen(de), te weten tvoors(chreven) huys en(de) hoff metten landt op xiiii. stuyvers ts(iae)rs aen Ons(er) L(iever) Vrouwen aultaer tot Wackerseel, aen(den) h(ee)re van Rotselaer iiii st(uyvers) i bl(an)c ii (mij)ten, item aen mijn hee(re) Absoloens vijff pont payem(ent)s en(de) noch ses rinsg(u)l(dens) en(de) v st(uyvers) aen(den) voors(chreven) H(eyligen) Geest als op allen trecht daerop vuytgaen(de), waerop die voors(chreven) opdraege(re) tsel(ve) zijn waranderen(de), obligan(do) et submitten(do) ende voorts meer op een(e) voortaene rinte van drije rinsg(u)l(dens) en(de) xv st(uyvers) te xx st(uyvers) Brab(an)ts tstuck, erffel(ijcke) rinte, jaerl(ijcx) vallen(de) en(de) v(er)schijnen(de) opden xxiiiie. dach meert, beginnen(de) cours ende loop te hebben den xxiiiie. meert 1610 toe(comen)de en(de) bynnen des(er) stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije, etc(etera), in futur(um) quolibet assecutum et tantum et casu quo pignora, etc(etera), geloven(de) voorts de voors(chreven) opdraege(re) indivis(im) die voors(chreve) rinte van drije carol(us) gul(den)s en(de) xv st(uyvers) jaerl(ijcx) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) leveren als voor, los en(de) vrije, etc(etera), in futur(um) quolibet assecut(um) obligan(do), submitten(do) ac renun(ciando) in forma, met conditie dat die voors(chreve) gehuysschen oft henne naercomelin(gen) die voors(chreve) rinte van drije rinsg(u)l(dens) xv st(uyvers) sullen mogen lossen en(de) affquytten tallen tijden alst hun gelieven sal teend(er) reyse, elcken gulden erffel(ijck) met xvi gel(ijcke) gul(den)s loopen(de) munte, ac cum, corram Rijcke, Schore, januarii xxixa., 1610.

Item is te weten dat die penn(ingen), daermede dese rinte wort aengeleyt, zijn gecomen van(den) affquytten van twee rinsg(u)l(dens) erffel(ijck), bij Geeaert Boels geredimeert opden xxviiien. jan(ua)ry 1610 en(de) trestant gesupleert vuytte gemeyn innecomen, eisd(em).

            In de marge.

Is gebleken bij quittan(tie), onderteeckent G. Van Thienen in date xviien. jan(uary) 1684, staende opden voet van(de) copije deser, die capitaele penningen deser rente van drije gul(dens) en(de) xv st(uyvers), in desen vermelt, bij hem als rentm(eeste)r van(den) H(eylighen) Gheest van S(in)t Jacobs te sijn ontfanghen met het loopen(de) jaere en(de) consent inde cassatie, et sic vacat, en(de) dat vuyt handen van Jan Journé.

 

Hierbij een akte met vermelding van Anthonius Docx met zijn vrouw Anna Verpaelt, inwoners van Wakkerzeel, en hun zoon Anthonius.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7515, folio 153r., akte dd. 23 februari 1626.

Item, in p(rese)ntia villici, et(ceter)a, gestaen Anthoen Docx ende Anna V(er)paelt, gehuysschen, woonen(de) tot Wackerzeel, geassisteeert bij Anthoen Docx, hennen sone, per mo(nitionem) hebben opgedraegen met behoorel(ijcke) v(er)thijden(isse) ierst een huys mette schuere, stallen en(de) allen andere sijne toebehoorten, groot tsaemen een dachm(ael), met noch ontrent ses dachm(aelen) landts daer aen, gelegen onder Wackerseel voors(chreven), item een stuck bempts v(ier)schooff, gelegen int Werchter Broeck, al naerder gespecificeert in sekere opdracht van(de) selve goeden, alnoch gedaen bij maniere van belastinge met sesse gul(dens) vijff stuyvers erffel(ijck) tot behoeff van(den) naerbes(chreven) H(eyligen) Geest opden xxiiii. meert lib(ro) 1607 in ia., expos(ito) ende heer Arnoldus Van Roye en(de) m(eeste)r Carel Diericx, respective pastoir en(de) rentm(eeste)r van S(in)t Jacops kercke alhier te Loven tot behoeff van(den) H(eyligen) Geest aldaer, expos(ito) per mo(nitionem) reddiderunt opde lasten, inde voors(chreven) andere belastinge begrepen, boven alnoch drije guldens xv st(uyvers) erffel(ijck), die den selven H(eyligen) Geest daerop alnoch is hebbende, terminis, et(ceter)a, en(de) voirts meer op sesse carolus guldens te xx st(uyvers) tstuck loopen(de) munte, erffel(ijcke) rente, alle jaer op date deser te v(er)schijnen en(de) in deser stadts wissele te leveren tot behoeff des voors(chreven) H(eyligen) Geests, los en(de) vrije van xe., xxe., ce. en(de) van alle andere, mindere oft meerdere pen(ningen) ende impositien, innegestelt oft naermaels inne te stellen in toecomen(de) tijden, telcken termijne als schult met rechte v(er)wonnen, en(de) sal de selve rente van sesse guldens mogen gequeten wordden tallen tijden met sessentnegentich gelijcke guldens eens en(de) met volle rente et satis et waras opde lasten voors(chreven) et casu quo pignora, et(ceter)a, geloven(de) voirts die v(oor)s(cchreve) gehuysschen indivisim de voors(chreve) rente jaerl(ijcx) ten tijde voors(chreven) wel en(de) loffel(ijck) altijts te betaelen ende te leveren, los en(de) vrije als boven in futurum quolibet assecutum obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma, signanter p(re)dicta mulier senat(us) cons(ulti) vell(eani) et auth(entica) si qua mulier de eo certiorata, coram Schore, Greve, feb(ruarii) xxiiia., 1626.

            In de marge.

Is gebleken bij quittan(tie), verleden bijden heere ad(vocae)t Guilielmus Van Thienen als rentm(eeste)r van(den) H(eyligen) Geest van S(in)t Jacobs die capitale pen(ningen) deser teghenstaen(de) rente van sesse gul(dens) s' j(ae)rs, bij hem te sijn ontfangen van Anthoin Journé met het loopen(de) jaer en(de) consent inde cassatie, actum xviien. jan(uary) 1684.

 

Hierbij een akte met vermelding van Anthonius Docx en zijn vrouw Anna Verpaelt, inwoners van Wakkerzeel.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7499, folio 103v., akte dd. 24 maart 1608.

Item in p(rese)ntia villici, etc(etera), gestaen Anthoen Docx en(de) Anna V(er)paelt, zijn(e) huysvr(ouw)e, woonen(de) tot Wackerseel, p(er) mo(nitionem) hebben opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) die goeden naerbes(chreven), ierst een huys mette schure, stallen en(de) ande(re) zijn(e) toebehoorten, gestaen tot Wackerseel, groot een dachm(ael), met noch daeraen gelegen ontrent ses dachm(aelen) landts, bijde voors(chreve) opdraegeren v(er)cregen tegen Barbara Van Haecht met haeren broeder als momboir Aerdts Van Haecht, regen(oten) van tvoors(chreven) landt Thomas V(er)noyen ter eenre, Anna Cleymans ter iie., sh(ee)ren straete ter iiie., het Leepser ter iiiie. en(de) ve. zijd(en), item noch een stuck bempts viertschoeff, gelegen int Werchterbroeck, groot ontrent het derdendeel van een boender, regen(oten) het clooster van Bethleem ter ie., het clooster van Bethanien ter iie. en(de) Jan Verdonck ter iiie., v(er)cregen tegen Thomas V(er)noyen opd(en) xe. meert 1599 voor schepen(en) van Werchter, exp(osito) ende jo(ncke)r Jan Borchgrave als h(eylige) geestm(eeste)r van S(in)t Jacops prochie binnen Loven tot behoeff van(den) sel(ven) H(eyligen) Geest imp(ositus) per mo(nitionem) redd(idi)t den voors(chreven) opdraege(re) om tsel(ve) goet bij hun, hunnen erffven en(de) naercomelin(gen) te hebben, te houden en(de) te besitten opt recht ende commer daer te voeren vuytgaen(de), te weten tvoors(chreven) huys en(de) hoff metten lande op xiiii st(uyvers) ts(iae)rs aen Ons(er) L(iever) Vrouwen aultaer tot Wackerseel, aen(den) h(ee)re van Wackerseel Rotselaer iiii st(uyvers) i bl(an)c ii (mij)ten, item aen mijn h(ee)r Absoloens vijff pont payem(ent)s als op allen trecht daerop vuytgaen(de), waerop die sel(ven) opdraege(re) tvoors(chreven) goet zijn waranderende, obligan(do) et submitten(do) ende voorts meer op een(e) voortaene rente van sesse rinsg(u)l(dens) en(de) v st(uyversr) ts(iae)rs erffel(ijcke) rinte, vallen(de) jaerl(ijcx) opden xxiiiiie. dach meert te v(er)schijnen en(de) bynnen des(er) stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije, etc(etera), quolibet assecut(um) et tantum obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma, geloven(de) voorts die voors(chreve) gehuysschen indivis(im) die voors(chreve) rinte van sesse carol(us) gul(den)s en(de) v st(uyvers) jaerl(ijcx) wel en(de) loffel(ijck) te betaelen en(de) bynnen des(er) stadt wissele van Loven te leveren, los en(de) vrije, etc(etera), quolibet assecut(um) obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma met conditie dat die voors(chreve) bekinders die voors(chreve) rinte van sesse rinsg(u)l(dens) xv vijff stuyvers erffel(ijck) sullen mogen lossen en(de) affquyten tallen tijd(en) alst hen gelieven sal met hondert rinsg(u)l(dens) eens, loopen(de) munte, ac cum, coram Lievens, Schorenbroot, martii xxiiiia., 1608.

Item is te weten dat die penn(ingen), daer mede dese rente wort gecreert, zijn gecomen eensdeels vand(en) affquytten van twee rinsg(u)l(dens) erffel(ijck) bij m(eeste)r Cornelis Staes, cirurgijn, geredimeert vuyt zijn(en) huyse, genoempt den Blauwen Hondt, item noch van(den) affquytten van een halff mudde corens, die den voors(chreven) H(eyligen) Geest plach te trecken op een huys, nu geruineert gestaen naest den Molensteen opde Biest en(de) trestant bijd(en) rentm(eeste)r Caerel Diericx gesuppleert vuytten gemeynen innecomen, eisd(em).

            In de marge.

Is gebleken bij quittantie de date negensten january 1688, onderteeckent J. Mariot, gestelt inden voet copije deser origineel, dat dese capitaele penninghen zijn gerestitueert met de verloopen van dijen et sic vacat, actum ixa. jan(uarii) 1688 en(de) dat door Anthoon Journe.

 

Uit dit huwelijk: geen verdere gegevens Til, Buk, H, Wak, W, K,


Doxs Catharina, (°) Haacht 12.06.1588,

 

Docxs fa, (°) Wakkerzeel ...01.1590 (g. Stroebants Dionisius), moeder N,

 

Docxs Amelia, (°) Wakkerzeel 28.04.1592 (g. Verpaelt Petrus en Verpaelt Amelia), moeder N,

 

Docx Cornelius, XII (S2350),

 

Docxs Anthonius, (°) Wakkerzeel 08.06.1601 (g. Van Overbeeck Petrus en Stroebants Margareta), moeder N, x Wakkerzeel 12.06.1631 (g. Docx Anthonius en Langendonck Joannes) met Bla(n)ckaers Catharina, geen fii in W, Wak, H, Wes, Til, Buk, K,

 

Docxs Jacobus, (°) Wakkerzeel 08.06.1601 (g. Cluppels Jacobus en ... Maria, uxor Gerardus Verghijsel), moeder N,

 

Docxs Anna, + Wakkerzeel 03.06.1631, x ...

     Uit deze relatie:

     Docxs Catharina, (°) Wakkerzeel 20.05.1631 (g. Hoefnagel Joannes en Vincxs Catharina),

 

Docx Adrianus, x Wakkerzeel 19.06.1632 (g. Docx Arnoldus en Leerbels Guilielmus) met Ingelborchs Catharina,

Hierna (met dank aan Paul Peters) een toch wel interessante akte met vermelding van Adrianus Docx en Catharina Ingelborghs, inwoners van Haacht. Op 06.10.1636 namen zij van meesteer Andreas De Vroey, licentiaat in de rechten te Leuven de hoeve de Battelhoeve met alle aanhorigheden te Haacht in pacht. De pacht zou ingaan vanaf half maart 1638 voor een termijn van 6 jaren. Ze waren er dus tijdig bij. De pachtvoorwaarden werden in de akte opgenomen. Jaarlijks dienen zij als pacht te betalen en te leveren :

-     300 rijnse guldens;

-     2 mudden rogge;

-     2 mudden gerst;

-     3 dozijnen dubbel zaankazen (uit melkroom vervaardigde kazen);

-     de helft van het fruit op de fruitbomen;

-     de helft van de duiven op het duifhuis.

Alle cijnsen vielen ten laste van de huurders. Daarenboven moesten zij nog betalen :

-     3 rijnse guldens aan de Predikheren te Leuven;

-     3 rijnse guldens aan Arnoldus Smets;

-     2 halsters koren en een molevat of een half molevat even (oude graansoort) aan een altaar in de kerk van Wespelaar.

Verder vernemen we op het einde nog dat de voorgaande pachter Joannes Docx was.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7525, folio 230r., akte dd. 6 oktober 1636.

Item in tegenwordicheyt der schepenen van Loven naerbes(chreven) gestaen heer en(de) m(eeste)r Andries De Vroey, licentiaet inde rechten, woonende te Loven, heeft in pachtinghe oft huringhe vuytgegeven, soo hij doet bij desen, aen Adriaen Docx ende Cathlijne Ingelborgs, gehuysschen, woonende tot Haecht, beyde present ende bekennende in pachtinghe oft huringhe te aenveerden huys en(de) hoff mette schure, stallen, boogaert, landen ende bempden, met een cleyn bosschken, ende voorts alle andere sijne toebehoorten, gemeynel(ijck) geheeten die Battelhoeve, gestaen ende geleghen onder Haecht, eenen termijne van sesse iaeren, d' een d' ander vervolgende, innegaende te halff meert xvic. achtendertich, iaerlijcx om en(de) voor drije hondert r(insguldens) los gelts, [vrij] van bede ende van alle andere impositien, ordinarus en(de) extraordinaris, en(de) daerenboven twee mudden rogs en(de) twee mudden gerste, leverbaer graen, allen iaere te Kersmisse tot Loven ten woonhuyse des v(oor)s(chreven) vuytgevers te betaelen ende te leveren, item alnoch iaerlijcx te moeten leveren gedurende den voors(chreven) termijne drije dozijnen dobbel saenkesen, item sullen de huerlinghen gehouden sijn iaerlijcx te betaelen allen de chijnsen, opde voors(chreve) goeden vuytgaende, sonder cortsel, item drije r(insguldens) erffel(ijck) aen(de) Predickheeren binnen Loven, item noch drije r(insguldens) erffelijck aen Aerdt Smets ende noch twee halsteren corens met een mol(evat) oft halff mol(evat) even(en) aen sekeren autaer inde kercke van Wespelaer, alles sonder cortsel van hunne pachtinge, ende dat iaerlijcx soo in tijts dat den voors(chreven) vuytgevere oft sijne goeden daerdoor nyet en worden beschaedicht, dewelck oft gebeurde, sal sijn tot cost ende last vande voors(chreve) huerlinghen, item sullen de selve huerlinghen oock tot hunnen laste moeten draeghen allen de reparatien vande huysinghen, schure ende stallinghen vande voors(chreve) hoeve, van wanden en(de) daecken ende de selve loffelijck onderhouden, insgelijcx sonder cortsel van henne pachtinghe, item de huerlinghen sullen alleenel(ijck) hebben thennen proffijte d' eene hellicht van het fruyt, opde goeden vande voors(chreve) hoeve iaerlijcx te wassen, en(de) d' ander hellicht sullen sij gehouden sijn aenden vuytgevere tsijnen woonhuyse tot Loven te leveren, mede oock de hellicht vande duyven van het duyffhuys der v(oor)s(chreve) hoeve, item en sullen de huerlinghen nyet voorder moghen truncken oft hauwen dan thausteel en behoort te gaen ende) dat ten behoorl(ijcke) tijde te hauwen, mitsgaeders te moeten laeten behoorl(ijck) spruyten ten minsten van een iaer oudt, sonder int minste moghen rueren oft sleenen aen eenighe opgaende boomen, en sullen oock gheen trunckeycken oft ander trunckboomen oft fruytboomen moghen vuythauwen, alwaert oock soo dat die v(er)drooght waeren, mits d' vuytgevere allen tselve is reserveren(de) tot sijnen proffijte, item sullen de huerlinghen schuldich sijn gedurende hunnen termijn(e) allen de landen vande voors(chreve) hoeve wel ende loffelijck te winnen, mesten ende labeuren, gelijck wel winnende regenoten boven en(de) beneden sijn doende, sonder de selve oft eenighe van dijen te moghen hoer vruchten oft oock aen iemant anders overlaeten sonder consent vanden vuytgevere, item de huerlingen en sullen gheen stroot, gecomen vande landen der v(oor)s(chreve) hoeve noch oock van andere landen indyen sij eenighe aenveerden, moghen vercoopen, v(er)mangelen oft van(de) hoeve doen oft laeten amoveren, maer sullen gehouden sijn allen tselve tot mest te v(er)keeren, om d(aer) op de v(oor)s(chreve) landen te vueren, sulcx sonder oock eenich stroot oft mest te moghen amoveren vande v(oor)s(chreve) hoeve ter expiratie vande v(oor)s(chreve) huere oft ten tijde van hun affscheyden, item sullen de huerlinghen gehouden sijn alle weghen, straeten en(de) waeterloopen, geleghen aende goeden der voors(chreve) hoeve, te onderhouden, veghen en(de) ruymen tot hennen coste, item sullen de huerlinghen iaerlijcx opde goeden der v(oor)s(chreve) hoeve moeten planten xxv willighe oft essche poten en(de) de selve moeten bewijsen geplant te hebben, daermede den v(er)huerder sal moeten gestaen, en(de) boven dijen alnoch jaerlijcx ten minsten eenen appeleer en(de) pereleer van goeden sappe, item sullen de huerlinghen tot hunnen proffijte genieten de hellicht van het hert graen, dewelck opde landen der v(oor)s(chreve) hoeve sal bevonden worden inden oost des iaers xvic. sevenendertich, dyes sullen dese hoe sij opt leste iaer van hunne v(oor)s(chreve) hure tot proffijt vanden voors(chreven) v(er)huerdere oock moeten laeten de hellicht van het hert graen, daermede de landen alsdan sullen besayt sijn, blijvende nochtans allen het stroot van het selve besaytsel tot behoeff en(de) proffijte van(de) v(oor)s(chreve) hoeve als boven, item sullen de huerlinghen aenden v(er)huerdere oft aen sijne huysvrouwe moeten gheven ende betaelen eene gratuiteyt van hondert g(uldens) eens, te weten nu vijffentwintich g(uldens) en(de) xxv gul(den)s als die huer inne gaet, dander resteren(de) vijfftich g(uldens) bynnen die drije naervolgen(de) jaeren, alles als schult met rechte verwonnen, item alsoo dese huerlinghen van intentie sijn daetel(ijck) te comen opde v(oor)s(chreve) hoeve met consente van Jan Docx, voorgaenden huerlinck, om desselffs Jans huere te volbrenghen, die welcke noch is durende van ho tot halff meert des iaers xvic. achtendertich, daerinne de v(oor)s(chreven) v(er)huerdere oock is consenterende bij desen, soo geloven de v(oor)s(chreve) huerlinghen aenden v(oor)s(chreven) huere te voldoen tot ontlastinge vanden voorn(oempden) Jan Docx het leste iaer vande hure desselffs volgens de conditien daervan sijnde, met conditie voorts is geconditionneert dat soo verre de v(oor)s(chreve) huerlinghen iaerlijcx nyet en voldeden de v(oor)s(chreve henne hure, soo dat den eenen termijn den anderen v(er)eyckte sonder volle betaelin(ge) gedaen te sijn oft oock in gebreke bleven van te volbrenghen de v(oor)s(chreve) conditien, twaere int geheel oft deel, dat den v(er)huerdere de v(oor)s(chreve) hoeve te hemwaerts sal moghen nemen oft aen iemant anders v(er)hueren naer sijne geliefte sonder eenighe contradictie, alle welcke conditien en(de) voorwaerden hebben die voors(chreve) partijen hinc inde geloeft en(de) geloven bij desen wel en(de) getrouwel(ijck) tonderhouden en(de) volbringhen onder obliga(ti)e, submissie en(de) renun(ciatie in forma, coram Borchgrave, Greve, octob(ris) via., 1636.

     Uit dit huwelijk:

     Dox Maria, (°) Haacht 17.07.1633,

     Dox Jan, (°) Haacht 22.10.1634,

     Dox N, (°) Haacht 21.02.1636,

 

Dox Arnoldus, x (niet Wak, H, W, Wes, ) met Van Langendonck Elisabeth,

     Uit dit huwelijk:

     Dockx Margareta, (°) Haacht 27.04.1637, x Haacht 23.05.1660 met Coremans Henricus, (°) Haacht 15.09.1631, fs Egidius en Catharina Meeus,

Uit de onderstaande, wel zeer interessante akte (met dank voor akte en commentaar aan Paul Peeters) blijkt dat Margareta Dockx, gedoopt te Haacht op 27.04.1637 als dochter van Arnoldus en Elisabeth Van Langendonck, gehuwd was met Henricus Coremans, zoon van Egidius en Catharina Meeus.  Het huwelijk werd ingezegend op 23.05.1660 te Haacht.  Henricus Coremans werd gedoopt te Haacht op 15.09.1631.  Henricus Coremans (Koorsmans) was getuige bij het eerste huwelijk van zijn schoonbroer Guilielmus Docx met Francisca Van den Bosch.  Henricus Coremans en Margareta Dockx waren o.m. eigenaar van het huis met de brouwerij "de Drije Ringhen" op de (dorp)plaats te Haacht.

Henricus Coremans en Margareta Dockx lieten volgende kinderen na :

-     Joannes, gedoopt te Haacht op 23.08.1663 (vader wordt Franciscus genoemd).

-     Guilielmus, gedoopt te Haacht op 03.06.1666.

-     Catharina, gedoopt te Haacht op 21.05.1669.

-     Elisabeth, gedoopt te Haacht op 05.05.1672.

Egidius Coremans en Catharina Meeus lieten volgende kinderen, waarvan niet minder dan 10 zonen, na :

-     Petrus, gedoopt te Haacht op 04.07.1627.

-     Joannes, gedoopt te Haacht op 26.05.1630.

-     Henricus, gedoopt te Haacht op 15.09.1631.

-     Rumoldus, gedoopt te Haacht op 29.12.1632.

-     Joannes, gedoopt te Haacht op 10.08.1634.

-     Adrianus, gedoopt te Haacht op 26.06.1636.

-     Maria, gedoopt te Haacht op 06.10.1637.

-     Christianus, gedoopt te Haacht op 18.11.1640.

-     Petrus, gedoopt te Haacht op 26.02.1642.

-     Guilielmus, gedoopt te Haacht op 07.12.1646.

-     Jacobus, gedoopt te Haacht op 18.12.1648.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8272 fol. 267v°.

In tegenwoordicheyt der heeren schepenen van Loven naerbes. gestaen den clerck G. Boels als geconstitueerde om den naervolgenden contracte behoorelijcken te herkennen en. vernieuwen, heeft t' selve gedaen inder manieren naervolgende.

Op heden den xiiijen. february 1674 comparerende voor openbaer notaris ende inde presentie vande getuygen naergenoempt Hendrick Coremans ende Margarita Dockx, gehuysschen, innegesetenen van Haecht, die welcke tot des naerbes. staet, gebruycken. die permissie, cracht ende macht, aen hen verleent bij Cathlijn Meeus weduwe Gielis Coremans, moedere vanden voors. Hendrick Coremans, voorden notaris H. Grootaerts, tot Haecht residerende, ende sekere getuygen opden lesten january 1674 ende naerdere acte vanden xijen. february daernaer volgende, behelsende permissie om te moghen lichten op sijns ierste compnts. kintsgedeelte ende goederen, op hen gedevolveert vuytten hooffde van sijnen vaeder ende moeder, te moghen lichten eene capitaele somme van drije hondert guldens ende daer vorens te bekennen rente, hebben bekent ende bekennen bij desen alsnu vuytte handen vanden heere doctoer Blanche als president van St. Anna Collegie alhier binnen Loven ontfangen te hebben de somme van drije hondert gul. eens Brabants permissen gelt, ter cause van welcke somme sij aen. voors. heere doctoir Blanche inden naem en. ten behoeffve vanden voors. collegie, alhier present en. accepterende, hebben gelooft en. geloven bij desen te betaelen eene erffelijcke rente van achthien gul. xv s. t' jaers den penninck sesthien voorden iersten jaere te vallen ende te verschijnen opden xiiijen. febru. 1675 ende soo voorts van jaere tot jaere totte quytinghe toe, die welcke sal moghen gebeuren t' eender reyse mette voors. somme van drije hondert gul. in gelijcken permissen gelde ende met volle rente, gelovende ondertusschen de selve rente jaerlijx wel ende loffelijcken te betaelen binnen deser stadts wissele van Loven, los ende vrije van alle impositien ende exactien, alreede innegestelt ofte naermaels inne te stellen, daer voren verobligerende henne respective persoonen en. goederen, meublen en. immeublen, present ende toecomende, consenterende tot meerdere vasticheyt in het maeken ende slaen van beleyde ende mainmise, mede in het decreet der heeren schepenen van Loven sonder daegement, naementlijcken ierst over huys en. hoff, schuere, stallingen ende brauwerije aende plaetse tot Haecht, genoempt de Drije Ringhen, groot ontrent een dachmael, regenoten die plaetse voors. ter ire., d' erffgen. Jans Van Hove ter ijre., d' erffgen. Jan Vanden Put en. sheeren straete ter iiijre. zijden, item ontrent sesse ofte seven dachmaelen bempts, lanx henen die straete Schaerent, regenoten den selven Schaerent ter ire., het clooster van Vrouwenperck ter ijre., mijn heere Caster ter iijre. en. d' erffgen. Hendrick Van Aerschot ter iiijre. zijden, item alnoch vijff dachmaelen lants tegen die Weystraet ter ire., het clooster van Tercameren ter ijre., den H. Geest van Haecht ter iijre. ende Jan Van Langendoenck ter iiijre. zijden, item alnoch vijff dachmaelen bempts achter die Lombaerden, regenoten die leybeke ter ire., Jan Peeters ter ijre. en. Anna Lauwers ter iijre. zijden, item noch vijff dachmaelen, soo lant als bempt, genoempt het Pleyncken, opde leybeke ter ire., Jan Peeters ter ijre., mijn heere van Roost ter iijre. ende die straeter (!) ter iiijre. zijden, item een halff boender lants, gelegen opt Cleyn Veldeken, regenoten d' erffgen. Hendrick Elias ter ire., die kercke ofte H. Geest van Haecht ter ijre. ende die herbaene ter iijre. zijden, item alnoch huys ende hoff, gelegen opt Daniels Heyken, groot onderhalff dachmael, regenoten Cornelis Verbeeck ter ire., het H. Geest Bosch ter ijre., Aerdt Wouters ter iijre. ende het voors. heyken ter iiijre. zijden, item alnoch vijff dachmaelen lants, gelegen op het Kerckhoffvelt ter ire., den wech comende vande Battelhoeffve ter ijre., de straete van Haecht ter iijre., Peeter Smedts ter iiijre. zijden, item alnoch vijff dachmaelen lants, gelegen op het selve velt, regenoten die pastorije van Haecht ter ijre., Jaecques Vander Elst ter ijre., mijn heere Collins ter iijre. en. Mertten Wouters ter iiijre. zijden, in alle welcke goederen den voors. Hendrick Coremans is competerende het sesde deel vuytten hooffde en. als erffgen. van sijnen vaeder en. die tegenwoordich alnoch bij sijne moedere worden beseten in tochte, die voor soo veele des in desen noodt sijnde vande selve heeft gerenuntieert volgens die voors. acte en. naerdere acte, item alnoch een dachmael lants, gelegen onder Haecht voors. gelegen op d' Ayenbosch, regenoten die leybeke ter ire., d' erffgen. Lenaerdt Jacobs met die kiste van de begijnhove van Mechelen, Anthoen Mergats, nu d' erffgen. Gielis Coremans, ter iijre. en. Anna Lauwers ter iiijre., bij hem ierste comparant vercregen bij coop tegens wijlen joe. Susanna Wellens cum suis volgens die procuratie, daerover gepasseert voor die heeren borgemren., schepenen ende raedt der stadt van Antwerpen in date xxvien. september 1658, onderteeckent Mercx Gerard en. gesegelt met hennen stadts segele, item het sesde paert ende deel inde goederen, competeren. sijne voors. huysvrouwe vuytten hooffde van haere ouders, die alnoch in tochte worden beseten bij Elisabeth Van Langendonck, moeder der voors. tweede compnte., als te weten ierst ses dachmaelen bempts onder Haecht voors. inde Holsblocken, regenoten Cornelis Verleyen ter ire., d' erffgen. mr. Peeter Wets ter ijre., Jan Van Hove ter iijre., d' erffgen. Hendrick Elias ter iiijre. zijden, item een halff boender lants, gelegen opt Hoyvelt, die Broeckstraete ter ire., Jan Docx den auden ter ijre., Aerdt Geyselinx ter iijre., die kercke oft H. Geest ter iiijre. zijden, item een block lants, genoempt het Battel Block, groot drije dachmaelen en. een halff, regenoten mijn heere Collins ter ire., Cornelis Verbeeck ter ijre., d' erffgen. Jan Docx den auden ter ijre. en. iijre., item huys ende hoff, groot een halff dachmael, regenoten die herbaen ter ire., het clooster van Muysen ter ijre., den H. Geest ofte kercke van Haecht ter iijre. zijden, item onderhalff dachmael lants, gelegen aen het Schor[i]sgat, regenoten d' erffgen. Adriaen Teurffs ter ire., die kiste ofte begijnhoff tot Mechelen ter ijre. en. die Broeckstraete ter andere zijden, en. alle andere constituerende onwederoepel. eenen ieder thoonder deser in solidum om t' gene voors. is, te doen en. laeten vernieuwen en. herkennen voorde heeren meyer ende schepenen van Loven en. allomme elders in behoorel. forme, promitten. ratum, obligan., submitten. ac ren. prout in coi. forma.

Aldus gedaen ende gepasseert binnen Loven ten tijde voors. ter presentie van sr. Geeraerdt Boels en. Henricus Harze als getuygen, tot desen geroepen en. gebeden, ende is d' originele munte deser bijde voors. compnten. beneffens die getuygen onderteeckent, onderstont quod attestor, en. was onderteeckent G. Vranx, nots.

Welcken volgens den voors. geconstitueerde naer vermogen en. vuyt crachte sijnder bovenges. procuratie heeft den voors. contracte behoorel. herkent en. vernieuwt, mede eentsaementlijcken geconsenteert in[t] slaen van beleyde en. mainmise, coram jor. Dielbeck, jor. Vanden Driessche, desen xvien. february 1674.

 

Hierbij een akte van evictie lastens de erfgenamen van Henricus Coremans en Margaretha Do(ck)x.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8288, fol. 48r., akte dd. 28 juli 1688.

Allen de ghene die dese tegenwoordighe letteren sullen sien oft hooren lesen, saluyt, wij jo(ncke)rs de Pleines, Stemboir, s(ieu)rs Dens en(de) Vander Vecken, allen schepenen der stadt van Loven, alsoo Henrick Coremans en(de) Margarita Dox, gehuysschen, met scepene brieven deser stadt in date 16. feb. 1674, ondert(eeckent) G. Vander Heyden, s(e)c(reta)ris, in tertia verbonden staen aen(den) heere doctor Bleyns als president van S(in)t Annae Coll(egi)e alhier inden naeme en(de) ten behoeffve van het voorsc(chreven) colle(gie) in eene jaerelijckse rente van achtien guldens vijftien stuyvers sjaers om te comen tot asseurantie en(de) jaerelijckse betalinge der selver rente, ende alsoo die voorgenoemde renthefferen naer vermogen deser stadts brieven van mainmise, geimpetreert den 18en. feb(ruary) 1674, onderteeckent als voor, waeren gelevert die goederen, paerten en(de) deelen der voors(chreve) verobligeerde ende namentlijck eerst in huys, hoff en(de) toebehoorten, stallingen, et(ece)t(er)a, gestaen tot Haeght aende plaetse, genoemt die Drij Ringen, groodt ontrent een daghmael, regenoten die plaetse voors(chreven) ter ie., derffg(e)n(aem)en Jan Van Hove ter iire., derff(ge)n(aem)en Vanden Put en(de) heerenstraete ter iiiire. zijden, item in oft ontrent ses a seven dagh(mae)len bempts lanxhenen die Scharent, regenoten den selven Scharent ter ire., het clooster van Vrouwperck ter iire., item in vijff dagh(mae)len lants tegens die Wijstraete ter ire., het clooster van Tercameren ter iire., den H. Geest van Haeght ter iiire. en(de) Jan Van Langendonck ter iiiire. zijden, item in vijff dagh(mae)len, soo landt als bempt, genoemt het Plaentjen, op de leybeke ter eenre, Jan Peeters ter iire., menheer Van Roost ter iiire. en(de) die straete ter iiiire. zijden, item in vijff dagh(mae)len bempt achter die Lombaerden, regenoten die leybeke ter eenre, Jan Peeters ter iire. en(de) Anna Lauwaerts ter derdere zijden, item in een halff boender landts, gelegen op het Cleyn Veldeken, regenoten Henderick Elias ter ire., die kercke ofte H. Geest van Haeght ter iire. ende die herbaene ter iiire. zijden, item alnoch in huys ende hoff, gelegen opt Daniels Heycken, groodt onderhalff dagh(mae)l, regenoten Cornelis Verbeeck ter ire., het H. Geest Bos ter iire., Aerdt Wouters ter iiire. ende het voors(chreven) heycken ter iiiire. zijden, item in alnoch vijff dagh(mae)len landts, gelegen op het Kerckhoff Velt ter ire., den wegh comende van die Battelhove ter iire., die straete van Haeght ter iiire., Peeter Smets ter iiiire. zijden, item alnoch in vijf daghmaelen landts, gelegen op het selve velt, regenoten die pastorije van Haeght ter ire., Jaecques Vander Elst ter iire., menheer Colints ter iiire. en(de) Merten Wauters ter iiiire. zijden, item een daghmael lants, gelegen onder Haeght voors(chreven) op Dayenbosch, regenoten die leybeke ter ire., derffg(e)n(aem)en Leonaert Jacobs mette kiste vanden begijnhove tot Mechelen ter iire., Anthoen Mergats, nu derffg(e)n(aem)en Gillis Coremans ter iiire. en(de) Anna Lauwaerts ter iiiire. zijden, item het sesde paert en(de) deel in ses dagh(mae)len bempts onder Haeght voors(chreven) inde Honsblocken, regenoten Cornelis Verleyen ter eenre, derffg(e)n(aem)en m(eeste)r Peeter Wets ter iire., Jan Van Hove ter iiire. en(de) derffg(e)n(aem)en Henrick Elias ter iiiire. zijden, item in een halff boender lants, gelegen opt Hoyvelt, regenoten die Broeckstraete ter eenre, Jan Dox den ouden ter iire., Aerdt Gijselinx ter iiire. en(de) de kerck ofte H. Geest ter iiiire., item in een block landts, geheeten het Battelblock, groodt drij dagh(mae)len een halff, regenoten menheer Colins ter eenre, Cornelis Verbeeck ter iire., derffg(e)n(ae)men Jan Dox den ouden ter iiire. en(de) iiiire., item in huys, hoff, groodt een halff daghmael, regenoten de herbaen ter ire., het clooster van Muysen ter iire., den H. Geest ofte kerck van Haeght ter iiire., item in onderhalff dagmael lants, gelegen aen het Schor[i]sgat, regenoten Adriaen Teurffs ter ire., die kiste ofte begijnen tot Mechelen ter iire. en(de) de Broeckstraete ter iiire. zijden, naer vuytwijsens vanden relaese van(den) gesworen bode Rauvoet, gedateert 18. feb(ruary) 1674, op de meergemelde brieven van mainmisie geendorseert, onderteeckent als voor, naer voorgaende conclusie van wegens der voornoemde renthefferen in actis, ter rolle voor scepenen genomen in novis 20en. feb(ruary) vanden voors(chreven) jaere ende bij vonnisse 23. february voorscreven, welcken volgens gemerckt den voors(chreven) heere president en(de) proviseurs van St. Annae Coll(egi)e voors(chreven) bij gebreke vande tacherheyt der van(de) voors(chreve) rente genootsaeckt sijn geweest te laeten bedaeghen den voors(chreven) Henrick Coremans, Gillam en(de) Peeter Coremans, Catlijn Mees wed(uw)e wijlen Gilis Coremans en(de) Elisabeth Van Langendonck, moeder vande voors(chreve) Margarita Dox, als besitters der voors(chreve) goederen, in ordine om anderwerff te comen sien decreteren die voorseyde brieven van mainmisie naer vuytwijsens der voors(chreve) conclusie, genomen op den ... [n.v.] in hac camera, en(de) mits d' oppositie vanden voors(chreven) Gillam Coremans en(de) desisteringe daer naer gevolght met oblatie van costen en(de) de non comparitie des voors(chreven) Henrick Coremans, verobligeerde, sijn alsoo die voorgemelde brieven van mainmisie bij vonnisse vanden vierentwintichsten april 1688 anderwerffven gedecreteert en(de) verclaert executoriael ende dat al voorder op den 23en. april voors(chreven) aen(de) renthefferen sijn geaccordert geworden andere deser stadts brieven van proclamatien ende executoriales, onderteeckent Gutsenoven, alhier gesien en(de) gebleken, addresserende aen(den) eersten deser stadts boden, inhoudende permissie om bij vercoopinge de verobligeerde goederen bij wettige gebreke daer op te mogen verhaelen om naer vermogen der permissie en(de) voorder bevelen, daer bij vuytgedruckt, alsoo den voors(chreven) bode Waegemans op de kerckdeure van Haeght ende op de herberghe van m(eeste)r Peeter Smets, coster aldaer, geaffigeert behoorelijcke billetten en(de) gedaen die behoorelijcke proclamatien met vuytdruckinghe van dagh en(de) ure dat soude worden geprocedeert tot vercoopinge ende datte selve dusvolgens sijn gesciedt met twee behoorelijcke sitdaegen van vierthien tot vierthien daeghen ter plaetse voors(chreven) bij voorgaen(de) proclamatie ende geaffigeerde billetten, waer van den eersten sitdagh is gehouden op den 28en. april 1688 en(de) den tweeden op den 12en. mey daer naer, als wanneer, volgens conditie gehouden bij den clercq G. Boels, die voors(chreve) paerten ende deelen, competeren(de) den voors(chreven) Henrick Coremans en(de) Margarita Dox, gehuysschen waeren, hier vorens in hunne regenoten breeder gespecificeert, bij kerssbrandinghe gebleven sijn aenden not(ari)s Vranx als last en(de) commissie hebbende vande heeren renthefferen, om en(de) voor de somme van vierhondert eenenseventigh guldens eens, als comt te blijcken bij de voors(chreve) conditien van vercoop, in originali getoont, dijenvolgens relateert den voornoemden bode Waeghemans den voornoemden Henrick, Gillam en(de) Peeter Coremans te hebben gedaeght en(de) namentlijck de voors(chreven) Henrick als originelen rentgelder bij contbrieven deser stadt, en(de) die andere als besitters van eenige panden om ten tijde geprefigeert over die vercoopinge te comen sien ende hooren interponeren den decrete over die voorseyde vercoopinge ofte andersints die executanten over haeren wettigen gebreke alnoch te voldoen ofte hun tegens die te doene decreteringe te opponeren, welcken aengemerckt ende dat mits egeene voldoeninge en(de) non comparitie dan alleenelijck s(ieu)r Peeter Borreu als besitter van eenen pandt, paert en(de) deel der verobligeerde, namentl(ijck) inden huyse, genoemt de Drije Ringhen, gestaen tot Haeght, die sich heeft geopponeert om te sommeren sijn guarrant ten laste van Jan Coremans en(de) mits non comparitie des voors(chreven) Henrick, Gillam ende Peeter Coremans, als oick Elisabeth Van Langendonck, moeder van Margarita Dox, Gillam Dox, et(ce)t(er)a, hebben die voors(chreve) imp(etran)ten versocht dat soude worden geprocedeert tot het interponeren vanden decrete ende goedenisse, doen cont en(de) te weten dat naer dijen bij ons scepenen boven genoemt wel en(de) int lange oversien hebben(de) die voors(chreve) scepene brieven, mainmisie, decreten, proclamatien, vercoopinge als oick bij het relateren vanden voors(chreven) gesworen bode Waeghemans en(de) allen tgene daer vuyt en(de) naer is gevolght ende dijenvolgens geprocedeert totte interpositie van(den) voors(chreven) decrete, hebben wij scepenen voors(chreven) ter manisse des heere meyers deser stadt daer over staen(de) van wegens hertoge van Brabandt en(de) van sijn recht van naderscap renuntieren(de) bij onsen vo(n)isse geauthoriseert en(de) authoriseren bij desen die voors(chreve) vercoopinge over de voors(chreve) paerten en(de) deelen, hier vorens gespecificeert, behoudelijck het paert en(de) deel in de huyse, genoemt de Drije Ringen, mits d' oppositie des voors(chreven) Borreu ende gesommeert guarrandt en(de) den selven Henrick Coremans beneffens alle andere totte meer gemelde paerten en(de) deelen eenigh recht ofte actie hebbende door den voors(chreven) bode Waeghemans voorts geroepen sijnde en(de) dat niemant en is gecompareert die sich heeft geopponeert als den voors(chreven) Borreu deffault en(de) contumacie gevende ende voor het prouffijt van dijen hun van alsulcken recht, actie en(de) gerechticheyt als sij totte meergemelde paerten ende deelen der voors(chreve) goederen soude mogen hebben, verstekende, hebben wij scepenen bovengenoemt de selve aengewesen ende aenwijsen bij desen aenden voors(chreven) not(ari)s Vranx, alhier present en(de) accepteren(de), verclaeren(de) de selve te wesen ten behoefve ende prouffijte vande voors(chreve) colle. (?) executoriael in desen, soo sijn ter manisse voors(chreven) die voors(chreve) executanten daerinne behoirel(ijck) gegoyt en(de) geerft en(de) dat met alle solemniteyten van rechten daer toe gerequireert voor de selve colle. oft de gene sij sullen comen te nomineren om bij hun gebruyckt en(de) geprouffiteert te worden als hunne eygen en(de) propre goederen, sijnde ten effecte van desen geobserveert alle solemniteyten van rechten, hier toe versocht en(de) gerequireert, actum 28en. july 1688.

     Dox Jan, (°) Haacht 09.09.1640,

     Dockx Guilielmus, x 1 Rotselaar 12.02.1665 (g. Van Langendonck Antonius en Koorsmans Henricus) met Vanden Bosch Francisca,

     (deze x 1 Rotselaar 06.10.1641 (g. Bries Guielmus, parens, Vanden Bosche ..., parens en Gooris Petrus) met Bries Henricus,

      x 2 Rotselaar 27.02.1669 (g. Janssens Joannes pater en Janssens Christophorus) met Janssens Anna alias Pavie,

     (°) Rotselaar 18.09.1636, hun complex gezin en aktes bij Bries,

In de akte wordt meldig gemaakt van Guilielmus Docx en zijn vrouw Anna Janssens alias Pavie. Zij woonden toen in Wijgmaal. De akte bevestigt dat Guilielmus Docx de zoon is van Arnoldus en Elisabetha Van Langendonck.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8289, folio 79r., akte dd. 2 november 1689.

In teghenwoordicheyt der heeren schepenen van Loven naerbes(chreven) gestaen den clercq Henrion uut crachte en(de) naer vermogen van sijne procuratie, hem als thoonder gegeven, waervan den teneur van woorde tot woorde naervolgen(de).

Op heden den 26. july 1688 compareren(de) voor mij openbaer notaris, bij den Souverijnen Raede van Brabant gheadmitteert, tot Loven resideren(de), en(de) inde presentie vande getuygen naerghenoemt, Guilliam Docx, innegesetene van Wijchmael onder Herent, den welcken heeft soo geloeft, soo hij doet bij desen, tghene naerbes(chreven) te doen lauderen ende approberen bij Anna Janssens Pavy, sijne teghenwoordige huysvrauwe, heeft bekent ende geleden, gelijck hij bekent ende leydt bij desen, ontfangen te hebben vuyt handen vanden eerw(eerdigen) heere Joannes Baptista Wancquier, licentiaet inde rechten, president van S(in)t Anne Collegie binnen deser stadt, de somme van hondert gul(dens) eens Brabants permissien en(de) geevalueerden gelde, ter cause van welcke somme den voors(chreven) comparant heeft gel[o]eft en(de) geloeft andermaelen bij desen te gelden en(de) te betaelen aen(den) voors(chreven) heere Wancquier in sijnen eygen naeme oft aen(den) ghene sijns actie hebben(de) eene erffel(ijcke rente van sesse gul(dens) vijff stuy(ve)rs ende alsoo tegen den penninck xiv, t' allen jaeren te vallen ende te versc[h]ijnen op heden date deser, waer van oversulcx d' ierste jaere van betaelinge vallen en(de) verschijnen sal den 26. july 1689 en(de) soo voorts van jaere tot jaere totte effective quytinge toe, die altijt sal mogen geschieden t' eender reyse en(de) met volle rente in munte als boven als den rentgelder gelieven sal, geloven(de) voorts den voors(chreven) comparant de gemelde rente tallen jaeren ten tijde en(de) termijne voors(chreven) wel ende loffelijck te betaelen binnen deser stadt wissele van Loven, los en(de) vrije van x., xx., c., mindere en(de) meerdere pen[n]ingen en(de) van alle andere impositien en(de) exactien, alreede innegestelt oft naermaels inne te stellen, daer vooren verobligeren(de) sijnen persoone en(de) goederen, meubelen ende immeubelen, present en(de) toecomen(de), met submissie en(de) renunciatie in forma, ende namentlijck seven dachmaelen weyde, onder Rotselaer gelegen aen(de) Waeterstraete, regen(oten) deselve Waeterstraete ter ir., de kercke van Wesemael ter ir., dinfirmerije van(den) Grooten Beggijnhove alhier binnen Loven ter 3. seyde, aen hem voor die proprieteyt en(de) aen Elisabeth Van Langendonck voor de tochte competeren(de), en(de) oft het geviele dat die voors(chreve) seven dachmaelen hem bij deylinghe tusschen hem en(de) sijne broeders ende susters, kinderen van wijlen Aert Docx en(de) de voors(chreve) Elisabeth Van Langendonck oft hens actie hebben(de), te gaen, nyet en quaeme te vallen en(de) te blijven, soo verobligeert hij bij desen allen alsulcken paert en(de) deel als aen hem bijde voors(chreve) deylinghe sal comen te vallen, en(de) vo[o]rts generalijck alle alsulcke goederen als hij sal comen te vercrijgen, consenteren(de) d(aer)over altijt int slaen van beleyde en(de) mainmise, mede int decreet der heeren ende herdecreet der heeren schepenen deser stadt Loven en(de) oock inde realisatie voor alle heeren en(de) hoven daer des van noode soude mogen wesen, prout moris et styli, constitueren(de) een ieder thoonder deser om tghene voors(chreven) is, te doen en(de) laeten vernieuwen en(de) herkennen voorde heeren meyer en(de) schepenen deser stadt en(de) alo(mm)e elders in behoorel(ijcke) forme, alles sonder eenigh daegement, prom(ittentes) ratum, et(ce)t(er)a, actum binnen Loven ten tijde voors(chreven) ter presentie van Jacobus Verlinden ende Anthonius Freson, beyde studenten inde Lelie schole alhier, als ghetuygen, en(de) heeft den voors(chreven) comparant de minute deser neffens mij notario ondert(eeckent), nederwaerts stont, quod attestor, sig(natum) G. Vrancx, not(ariu)s p(ublicu)s.

Welcken volgens heeft den voors(chreven) gheconstitueerde den bovenges(chreven) contract notariaelen in alle sijne punten vernieuwt en(de) gerepeteert, consenteren(de) als inden selven, obligando, submittendo ac ren(untiando) in fo(rm)a, coram jo(ncke)r de Fusco, de Buisson, hac 2. 9bris., 1689.

     Dox Catharina, (°) Haacht 18.01.1644,

    Dox Antoon, (°) Haacht 27.01.1647,

    Dox Barbara, (°) Haacht 04.09.1650,

    Dox Maria, (°) Haacht 08.04.1657.

 


bovenstaand met wat voorbehoud

 

XII - Docx Cornelius (S2350), x 1 (niet W!, Wak!, H, Rot, S, ) met Smets Catharina (S2351), Wak!, H+, W+, x 2 Wakkerzeel 16.11.1628 (g. Vander Motten Petrus en Lerbyls Guilielmus) met Vander Motten Anna.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Docx Anna, XI (S1175),

 

Docx Gregorius, x Werchter 28.11.1648 (g. Van Tongelen Arnoldus en Vervoort Judocus) met Van de Sande - Van den Sande - Vandezanden - ... Magdalena,

     Uit dit huwelijk:

     Docx Petrus, (°) Werchter 25.09.1649 (g. Hoijdonckx Petrus en Docx Anna n. Docx Barbara),

     Dox Anna, (°) Werchter 27.08.1651 (g. Wauters Arnoldus en Storms Anna),

     Dox Maria, (°) Werchter 17.03.1654 (g. Vande Sande Petrus en Van Arendonck Maria),

     Dox Cornelius, (°) Werchter 03.09.1656 (g. Van Loo Cornelius en Dox Joanna), vader Cornelius,

     Docx Antonia, (°) Werchter 03.05.1660 (g. Loeijts Joannes en Maes Antonia),

     Docx Laurentius, (°) Werchter 03.05.1660 (g. Egericx Laurentius en Van Hove Barbara),

 

Dox Matthias, (°) Werchter 04.11.1620 (g. De Witte Matthias en Stroobants Magdalena),

 

Dox Barbara, (°) Werchter 01.05.1623 (g. Vanden Putt Wilhelmus ex Wak en Van Mechelen Barbara ex Wak), x Haacht 02.02.1655 met Van Loo Cornelius,

     Uit dit huwelijk:

     Van Loo Magdalena, (°) Werchter 13.02.1652 (g. Van Loo Adrianus en Van Sande Magdalena),

     Van Loo Bartholomeus, (°) Werchter 08.12.1655 (g. Coen Arnoldus en Vanden Sande Magdalena),

     Van Loo Joannes, (°) Werchter 15.07.1663 (g. Verschueren Joannes en Van Loo Maria),

 

2. Docx Margareta, (°) Wakkerzeel 26.09.1629 (g. Vanden Dries Bernardus en Leerbeijls Margareta).

 


 

XI - Michiels alias Pallo Nicolaus (S1174), onder de Laeth, (°) Werchter 01.02.1622 (g. Nicolaus Tijs, timmerman en Maria Viskens), x Werchter 27.07.1645 (g. Doxs Gregorius en Vervoort Sebastianus) met Dox Anna (S1175), ° 1608-1626 (niet K, R, S, H, W!, Bet, Rot, O, SKW, Beer, P?, Heist, Wez, Wak, Wes!, Til, Buk, ), + Werchter 30.06.1671, zij x 2 Werchter 16.08.1654 (g. Egrix Nicolaus en Mr Joannes Schellekens) met Egerickx Laurentius, + Werchter 01.07.1700, fs Nicolaus. Deze laatste dan weer x 2 Werchter 26.11.1671 (g. Arnoldus Machiels en Cornelius Van Royst) met Barbara Van Hoegaerden, + Werchter 09.07.1694.

 

Een akte i.v.m. dit gezin vind je in het parenteel van Michiels alias Pallo Nicolaus.

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Machiels Catharina, X (S587), (°) Werchter 24.09.1646 (g. Joannes Verstraeten en Catharina Van der Straeten),

 

Michiels Maria, (°) Werchter 13.04.1649 (g. Joannes Michiels en Anna Van Bael),

 

Michiels Joannes, (°) Werchter 23.08.1650 (g. Joannes Ingelborghs en Clara Wouters nomine Catharina Van Ermegem) ,

 

Michaelis Margaretha, (°) Werchter 07.10.1653 (g. Walterus Boons en Margaretha Assels), x (niet W, ) met Gerardus De Preter, ex Aarschot,

     Uit dit huwelijk:

     De Preter Joannes, (°) Werchter 10.01.1678 (g. Joannes Michiels en Elisabeth De Preter),

 

2. wellicht kinderloos

 

3. gezin verder bij Barbara Van Hoegaerden.

 

Terug naar startpagina Terug naar startpagina stamboom