Voorouderlijst Bogaerts Henricus

 

(van den) Bogaard, (van den) Boogaar(d)(t), - Boogaerde, - Bo(o)g(a)ert, - Bogaerd(e)(n), - Bogaart, - B(o)oga(a)r(d)(t), - Bogard, - Bogert, - Booga(e)rd(e), - Boomgaard, - Bonga(e)rd, -

Bongarth, Van Bogaert, Boomgaard, - gaerden, - gaerts, Bomgaert, -gaars, - gard, - gart(z), Boongaert, Boongaards, - ga(e)rt(s), -gard(s), - gaers, - gartz, - ger(s), Bungart(z), - gard, - gert,

Boegaer(t)s, Bogaard, Bogar(d), Bo(o)gaart, Bo(o)ga(e)r(d)(t)s, Boogert, Bogerd, Bo(o)gers, Beaugard, ...

Zeer verspreide plaatsnaam verwijzende naar 'Boomgaard'. Dit kan dus verband houden met woonplaats, eigendom of zelfs met het beroep (werkende in ...)

 


De oudste gegevens en de aktes met dank aan Christine Savat en Michael Roekaerts. Meer info op hun website.

 

XIV - Bogaerts Henricus (S), ca. 1530, x met Martha Vangeel.

 

Jan Bogaerts x Martha Van Gheele verkopen aan Govert Verstraaten x Froone Van Bexem hun vijfste paert recht deel ende actie als hun competerende in een huis en hof in Averijst . 

 

Uit dit huwelijk:

 

Bogaerts Dionijsius,

 

Bogaerts Elisabeth,

 

Bogaerts Anna, XIII (S5611),

 

Bogaerts Laurentius, ca. 1570, + Wezemaal 02.09.1644, x 1 met Maria Stessens, x 2 met Catharina Pels(k)ens,

- item van Laureijs Boogaerts van half dm lants Viertschoofs gelegen aent gerichte noch 40r aenden Hoogenwegh ende noch 80r aldaer gelegen,
- item van een block lants gelegen achter de Lombaert dat Laureijs Boomgaert es houdende ‎(1616).
Wezemaal 4511 ‎(1)‎ 1647: Ontfanck van chijnsen
- van derfgen Laureijs Bogaerts op huijs en hof aende plaetse van Wezemaal.
 

 

In de akte (met dank aan Paul Peeters) maakt men melding van Laurentius Boogaerts en zijn vrouw Catharina Pelsens, inwoners van Wezemaal. Daarnaast wordt ook Anna Boogaerts, zuster van Laurentius vermeld. Uit de akte blijkt dat Henricus Boogaerts de vader was van Laurentius en Anna.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7519, folio 25v., akte dd. 30 juli 1629.

Transcriptie.

Item in p(rese)ntia, et(ceter)a, Laureys Boegaerts sone wijlen Hendricx

ende Cathlijn Pelsens, gehuysschen, woonen(de) tot Wesemael, per mo(nitionem) hebben

opgedraegen met behoorl(ijcke) verthijdenisse drije rinsg(uldens) erffel(ijck), vallen(de) jaerl(ijcx)

den xxviii. septembris, te quyten tegen den pen(ninck) xvi, vuyt eene meerdere

rente van sesse rinsg(uldens) erffel(ijck), daeraff de drije sijn gequeten bij d' erffgen(aemen)

wijlen Jacop Haveners, soo den voors(chreven) opdraegere bekende, sijnde de

brieven daeraff in date van(den) xxviien. septembris 1614 geconstitueert

voor schepen(en) van Nieuwroede, die welcke sijn gelden(de) d' erffgen(aemen) Anna

Boegaerts, suster des v(oor)s(chreven) Laureys, expos(ito) impos(itus) est s(ieu)r Pauwel Van(den)

Berghe sone wijlen m(eeste)r Pauwels, per mo(nitionem) et satis et waras voor eene

goede, onbelaste en(de) onverthierde rente prout, cederen(de), transporterende

en(de) gevende voorts over tot behoeff als voor d' erffbrieven daeraff sijnde

in date v(oor)s(chreven), mette gelooften daerinne begrepen en(de) v(er)loopen van dijen, eodem

jure, coram Voorst, Gudelinus, julii xxx., 1629.

     Uit dit huwelijk:

     1. Bogaerts Petrus, () Wezemaal 13.04.1600 (g. Bulens Petrus en Bogaerts Elizabeth),

     2. Bogaerts Joannes, () Wezemaal 14.10.1605 (g. Stockxkens Joannes en Van Beringhen Verona),

      Bogaerts Elijsabeth, () Wezemaal 28.10.1608 (g. Pelsen Joannes en Van het Homelderhuijs Helwigis), 

 

Bogaerts Henricus, ca. 1575, x Wezemaal 25.07.1610 (g. Boogaerts Laurentius frater en Janssens Joannes pater/Janssens Lambertus frater) met Maria Janssens, ex Holsbeek,

Le 25 de maij Hendrick Bogaerts a transporte sa part et action quil avait en une maison et jardins contra Cathelijn Bogaerts au prouffit de Francois Roeckeloos et depuis raprochee par Lambrecht Bogaerts. 

     Uit dit uwelijk: geen andere fii Hols,

     Boogaerts Petronilla, () Wezemaal 20.12.1624 (g. Janssens Petrus en Vanden Donck Anna).

 


 

XIII - Van Inthout Joannes (S5610), ca. 1555, x met Bogaerts Anna (S5611), Wez+, + Wezemaal 18.11.4638. Deze x 2 Wezemaal 13.02.1605 (g. Hoelmans Simonis, Gerardus Verstraten, Dionisius Bogaerts frater en Hubertus Van Inthout) met Theodorus - Dierick Van Vlasselaer, + Wezemaal 22.09.1639, fs Seger (wellicht nog andere fii: Catharina, Adriaen - zie bij Bries).

 

Een heleboel aktes i.v.m. dit gezin vind je in het parenteel van Van Inthout Joannes.

 

In de onderstaande akte (met dank aan Paul Peeters) maakt men melding van Theodorus (Dierick) Van Vlasselaer en Anna Boegaerts uit Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7525, folio 163r., akte dd. 9 febuari 1635.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven)

gestaen Jan Poortmans sone wijlen Adriaens en(de) Elizabeth Verluyten,

gehuysschen, woonen(de) t' Aerschot, per mo(nitionem) hebben t' saemen opgedrazeghen

met behoorlijcke v(er)thijdenisse een besloten block landts, groot twee

dachm(aelen) en(de) een halff, geleghen tot Geelroy, gen(oem)t de Stesman, regen(oten)

sheeren straete in iie. sijden, Michiel Van Emelen ter iiie. en(de) Dirick

Van Vlasselaer ter iiiie. sijden, in(der) vueghen t' selve block den voors(chredven)

opdraegere in deylinge is gevallen tusschen sijne medeerfgen(aemen) voor

laethen van Geelroy, expos(ito) impos(itus) est Dierck Van Vlasselaer, soo

voor hem als voor Anna Boegaerts, gehuysschen, woonende tot Wesemael,

per mo(nitionem) et satis, etc(eter)a, et waras op vijff molevaeten en(de) drij spinten coren

aen(den) heere van Rivieren sonder meer, verclaeren partijen den recht-

veerdighen coop te wesen om en(de) voor de somme van vijff hondert en(de)

xii g(uldens) los geldts eens en(de) thien guldens lijffcoop, coram Grave,

Stockmans, febr(ua)rii ixa., 1635.

 

In deze akte maakt men weer melding van Theodorus (Dierick) Van Vlasselaer en Anna Bo(o)gaerts uit Wezemaal. Zij hadden voor een som van 118 guldens 3 vierendelen beemd gekocht van Henricus Van Brusselen, zoon van Adrianus en eveneens inwooner van Wezemaal. Het perceel lag achter het gehucht Zallaken onder Rotselaar. Vermits het in drie zijden grensde aan de Demer, lag het quasi zeker aan de binnenkant van een meander van de Demer. Dit is natuurlijk altijd interessant voor de toponomisten om de ligging exact te localiseren.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7523, folio 222r., akte dd. 27 april 1635.

Transcriptie.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(chreven)

gestaen Hendrick Van Brusselen sone wijlen Adriaens, woonende tot

Wesemael, per mo(nitionem) heeft opgedraeghen met behoorlijcke v(er)thijdenisse

drije vieren(deelen) bempdt, alsoo tselve geleghen is onder Rotselaer achter

Sallaecken, regen(oten) Dierick Van Vlasselaer ter ie. en(de) den Demer

in drije andere sijden, expos(ito) impos(iti) sunt de voors(chreven) Dierick Van Vlasselaer

en(de) Anna Boogaerts, sijne huysv(rouw)e, woonende tot Wesemael, p(er) mo(nitionem) et

satis, etc(eter)a, et waras voor onbelast goedt, item partijen v(er)cleiren den

rechtveerdighen coop te wesen om en(de) voor de somme van hondert en(de) xviii g(uldens)

los geldts eens en(de) twee guldens lijffcoop, coram Lievens Van(der) Hulst,

aprilis xxvii., a(nn)o 1635.

 

Hierbij een akte met vermelding van Thedorus (Dierick) Van Vlasselaer en Anna Boogaerts, inwoners van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7512, folio 436v., akte dd. 14 april 1623.

Item in tegenwoordich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(creven) gestaen Adriaen Van Leempoel zone wijlen Henricx, woonen(de) tot Geelroy, met manisse heeft opgedraeghen met behoorl(ijcke) v(er)thijden(isse) onderhalff dachm(ael) landts bempts, gelegen tot Geelroy onder die heerlijckh(eyt) van Rivieren, gel(ijck) tsel(ve) ombegrepen der maeten gelegen is rontsomme in zijne grachten, regen(oten) den Heyloop ter ie., Wouther Collijns ter iie., den h(ee)re van Rivieren ter iiie. en(de) Joos De Clerck ter iiiie zijd(en), exp(osito) imp(ositi) sunt Dierick Van Vlasselaer en(de) Anna Boogaerts, zijn(e) huysvr(ouw)e, woonen(de) onder Wesemael, et sat(is) die voors(creve) opdraege(re) obligan(do) et submitten(do) ac renun(tiando) in forma, et war(as) op vijff stuyvers h(ee)ren chijns aen(den) h(ee)re van Rivieren sonder meer, tanqua(m) prout iure, coram Heyden, Beringhen, april(is) xiiii., 1623.

Item partijen v(er)cleren den rechtveerdigen coop te wesen om en(de) voorde somme van twee hondert en(de) lvii rinsg(u)l(dens) los gelts eens en(de) thien rinsg(u)l(dens) lijffcoop, coram eisd(em).

 

Hierbij een akte met vermelding van Theodorus (Dierick) Van Vlasselaer en zijn vrouw Anna Boogaerts.

Bronj : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7515, folio 323r., akte dd. 6 juli 1626.

Item m(eeste)r Henrick Van Roost tot des naerbes(chreven) staet te doen, geconstitueert sijnde bij procuratie, hem gegeven bij m(eeste)r Jan Standaerts, s(ecreta)ris der stadt van Aersschot, voorden not(ari)s Phil(ip)s Hollandts ende sekere getuygen opden vi. july 1626, alhier gesien en(de) gebleken, bij manisse heeft opgedraegen met behoorelijcke v(er)thijdenisse onderhalff dachmael bempts, gelegen onder den heere van Rivieren bijden Eeckelberch, regen(oten) den Heyloop ter ie., Adriaen Van Brussel ter iie., den voors(chreven) heer van Rivieren ter iiie. ende Dierick Van Vlasselaer ter iiiie. zijd(en), expos(ito) impos(itus) est die voors(chreven) Dierick Van Vlasselaer, soo voor hem als voor Anna Boogaerts, sijne huysvr(ouw)e, per mo(nitionem) et satis et waras op v st(uyvers) heeren chijs en(de) sesse gul(dens) v st(uyvers) erffel(ijck) aen(de) kinderen Everaerts V(er)loo, te quyten den penn(inck) xvi, tanquam prout iure, reserveren(de) die voors(chreven) Diercik hem sijne vrije disopositie (!) en(de) voorheffen, vercleren(de) den prijs te sijn hondert tseventich rinsguldens eens los gelt en(de) twee guldens lijffcoop, van welcken coop die voors(chreven) vercooper hem bekent v(er)nueght en(de) betaelt te sijn, coram Greve, Berckel, julii via., 1626.

            In de marge.

Is gebleken bijde quitan(tie), geschreven van E. Van(der) Beken, s(eceta)ris der stadt van Aerschot, van dese vi r(insguldens) en(de) v st(uyvers) erffel(ijck), staen(de) opden originelen constitutie brieff, gepasseert voor schepen(en) van Aerschot de date vii. sept(embris) 1623, nu onlancx gequeten bij Willem Leers opden rugge van(den) selven brieff van(der) daet xxiiii. sept(embris) 1626.

 

Hierbij weer een akte met vermelding van Theodorus (Dierick) Van Vlasselaer en zijn vrouw Anna Boogaerts als inwoners van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7515, folio 342r., akte dd. 5 augustus 1626.

Item in tegenwoordicheyt des meyers en(de) der schepenen van Loven naerbes(chreven) gestaen jo(ncke)r Raes Van Grave, tegenwoordich schepen(en) deser stadt, bij manisse heeft opgedraegen met behoorelijcke) verthijdenisse een dachmael broecx, gelegen onder Rotselaer int Sallaecken Broeck, regen(oten) d' erffgen(aemen) Jans Van Inthoudt ter ie., die Demere ter iie., Dierick Van Vlasselaer ter iiie. en(de) Jan Zuetricx ter iiiie. zijd(en), expos(ito) impos(itus) est m(eeste)r Henrick Leunis tot behoeff des v(oor)s(chreven) Diericx Van Vlasselaer en(de) Anna Boogaerts, gehuysschen, woonen(de) tot Wesemael, behoudel(ijck) de voors(chreven) Dierick daervan sijne vrije dispositie, per mo(nitionem) et satis obligan(do) et submitten[do] ac renun(tiando) in forma et waras voor onbelast, en(de) v(er)claeren partijen den rechtveerdigen prijs te wesen de somme van twee hondert xxv r(insguldens) eens boven slach, hoogen en(de) wijngelt, die welcke de voors(chreven) opdraegere bekent ontfangen te hebben, coram Van(der) Vorst, Greve, aug(usti) v., 1626.

 

Hierbij twee opeenvolgende akten van dezelfde datum. In de eerste en de tweede akte maakt men melding van Theodorus (Dierick) Van Vlasselaer. In de tweede akte wordt ook zijn vrouw Anna Boogaerts vermeld.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8253, folio 300r., akte dd. 23 september 1630.

In presentie villici, etc(etera), Jan Degens soone wijlen Jans met Adriana Gooris, sijne huysvrouwe, erffgen(aemen) van wijlen Jan Doncx ende van Paesschijne Gooris, met hunnen testamente vanden i. february 1622, gepasseert voor schepene van Nieurode Aerschot, hier verthoont bij copije authentycq, geteeckent Vander Beken, hebben opgedragen met wettighe verthijdenisse die goeden naervolgende, hun aengecommen bijde voors(chreve) successie, eerst huys ende hoff met seker landt ende toebehoorten, groot thien vierendeelen, in eenen stuck gelegen tot Geelroy, regenoten sheeren straete ter i., Machiel Van Eemelen ter ii., Adriaen Borchmans ter iii., Willem Van(den) Eynde ter iiii. zijden, belast alleenlijc met i capp(uyn) en(de) ... [n.v.] penn(ingen) Lovens aenden heere van Rivieren, item een halff boender erffven, soo bossche als landt, ghelegen tot Geelroye voors(chreven), geheeten dLanckboendere, regenot(en) Joos De Clercq ter i., Philips Vranx ter ii., Goordt Verrict ter iii. en(de) Hendrick Van Brussele ter iiii., belast met iii mol(evaten) corens aenden heere van Rivieren ende liggende onder eenen peertskeur, exposit(o) et Theodorico Van Vlasselaer per monit(ionem) imposit(us) idem reddidit terminis opde lasten voors(chreven) ende voortaene op wettigen pandt ende hypotheque van alsulcke sesse guld(ens) v st(uyvers) erff(elijck) als wijlen Jan Donx saliger heeft personelijcken bekindt aenden voors(chreven) Vlasselaer den xxix. meerte des jaers 1627 in hac camera iii., welcke rente sij gehuysschen een voor al en(de) yeder voor t' geheel hebben geloeft jaerlijcx loffelijcken te betaelen et l(itte)ras perficere obligantes, etc(etera), insolidum et sub premissis se(m)per satis et waras, oblig(ando), etc(etera), met conditie van te mogen lossen ut in l(itte)ris constitutionis, coram Roeloffs, Foxius, septembris 23., 1630.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8253, folio 300v., akte dd. 23 september 1630.

In presentia villici, etc(etera), Perijne Meys, dochtere van wijlen Jan Meys ende van Marie Voghels, gehuysschen als sij leeffden, met overstaen van Hendrick Verreect, haeren man ende momboir, woonende tot Geelroye, hebben opgedragen die goeden naervolgende, der voors(chreve) Prij Perijne oft Peernelle aengecavelt vuyten achtergelaeten goeden van haere oiuders voor schepenen van Nieurode den m(eeste)r Liebrecht Vanden Berge, n(o)t(ari)s, binnen Loven residerende, den 17. juny 1626, eerst vijff dachmaelen landts, gelegen tot Nieurode opde Delle aen d' aertgat, regenot(en) de pastorie van Nieurode, Eustaes Ardaens, derffgen(aemen) Andries Swinnen, ende de Penstraete ende de Huybrecht straete, item xxv roeden landts, gelegen opde Delle voors(chreven), regenot(en) die kercke van Nieurode, Eustaes Ardaens, Machiel Van Vuythem ende die Huybrecht straete, item drije vierendeelen landts, gelegen opde voors(chreve) Delle, regenot(en) derffgenaemen Paul Vanden Berghe ende Peeter Oyen ende den Benneberch, Franchois Godevarts, Matheus Peten ende Machiel Van Vuythem, item twee stucken bossche, geleghen onder Nieurode aende Veulenstraete, groot sijnde beyde drije dachmaelen ombegrepen, regenoten Dierick Wouters, Jan De Greve, Franchois Clercx ende die Veulenstraete, item die hellicht van een dachm(ael) bossche, ghelegen tot Nieurode beneden die Lemmenshoeve, wesende opgaende eycken ende een deel  van het halff dachm(ael), inde begrepen inde vijffde deylinghe, regenoten van het geheel halff dachm(ael) Jan Standaerts oist, Adriaen Pasteels zuydt ende noort, ende het halff dachmael, begrepen inde sevenste deylinghe, ter iiii. zijden, item het derdendeel van een halff dachmael bossche, wesende opgaende eycken, waervan t'weede ende vijffde gedeelte het derde paert elck is hebbende, regenot(en) den Heyligengeest van Nieurode oist ende zuydt, den Groenen Wech west, het sevenste gedeelte met het halff dachmael eycken noorden, item [een] vierendeel van the thien vierendeelen bossche, waervan dandere drije vierendeelen sijn ghespecificeert inde i., iii en(de) vii. deylinghe, ghelegen tot Rillart, regenot(en) Jan Van(den) Vinne zuydt ende west, Gillis Van Tolmer noord, exposit(o) et Theodorico Van Vlasselaer, soo voor hem selven als voor Anna Boogaerts, sijne huysvrouwe, en(de) huns representeren(de), idem reddidit terminis ende voorts meer op eene voortaene rente van sesse guld(ens) vijff st(uyvers) tot xx st(uyvers) den guld(en) ende elck[en] stuyver tot iii plecken Brab(ants) gerekent, jaerlijcx te verschijnen opden date deser, aenden renthebbere te leveren, los ende vrije van allen beden, schote, lote ende impositien, ingestelt oft inne te stellen infuturum quolibet assecutum et satis de voors(chreve) opdragers elck insolidum obligantes, etc(etera), et waras op sheeren chijns vanden gronde terminis tanquam prout, voorts hebben dopdrageren onder obliga(ti)e, etc(etera), als voore geloeft dese rente loffelijck te betaelen et los ende vrije te leveren infuturum quolibet assecutum et casu quo ad monit(ionem) alia et tantum prout, met conditie van te mogen lossen teender reysen den penn(inck) xvi ende met volle rente, eod(em) eisd(em).

 

Hierbij een akte met vermelding van Theodorus Van Vlasselaer zone Seger (x Anna Boogaerts).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8251, folio 50r., aktedd. 29 maart 1627.

Item in tegenwoirdicheyt der schepenen van Loven gestaen Jan Doncx sone Jans en(de) Paschijne Gooris, gehuysschen, woonende te Gheelroye, onder obligatie, submi(ssie) en(de) renunciatie in forma en(de) signantelijck de voers(chreve) Paschijne der privilegie s(enatus) c(onsulti) velleani authentica si qua mulier en(de) allen anderen haer voergehouden, hebben indivisim en(de) een ieder insolidum bekent Dierick Van Vlasselaer sone Zeghers eene erffelijcke rente van sesse rinsguldens en(de) vijff stuyvers, alle jaere date deser te verscheynen, waer van den iersten valdach sijn sal marty xxix., 1628, en(de) soo voirts van jaere te jaeren, los en(de) vrije van x., xx., c., mindere oft mee[r]dere impositien, innegestelt oft inne te stellen, binnen der stadts wissele van Loven te leveren in futurum quolibet assec(utum), gelovende ter manisse pandt te stellen, geleghen onder den resorte van Loven et tantum prout, weerdt sijnde dobbel rente, et tantum prout, met conditie van te moghen lossen die voers(chreve) rente van sesse r(ins)g(uldens) vijff st(uyvers) teghen den penninck sesthien en(de) met volle rente, ende om den voers(chreven) rentheffere van sijne voers(chreve) rente te bat te v(er)seren te v(er)sekeren, soe consenteren die voers(chreve) rentgelderen int maecken van mainmise en(de) beleyde over alle en(de) iegewelcke hunne goederen sonder daer toe te derven wesen gedaecht, coram Dilbeke, Impens, martii xxix., 1627.

            In de marge.

Die besettinge deser rente gedaen bij Jan Degens met Adriana Gooris, staet septembris 23., 1630.

 

Hierbij een akte met vermelding van Theodorus Van Vlasselaer en zijn vrouw Anna Boogaerts.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8251, folio 146r., akte dd. 3 januari 1628.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers en(de) schepenen van Loven naebescreven gestaen Jan Van Leyen sone wijlen Adriaens, woonende tot Aerschot, heeft opgedraghen met behoirlijcker v(er)thijdenisse die hellicht van onderhalff vierendeel landts, soo en(de) gelijck het selve geleghen is tot Overvelt onder Wezemae(le), bij hem transportant onlancx v(er)creghen alhier voer schepenen voers(chreven) teghen Jan Stuycx, reghenooten sheeren straete ter ie., Dirick Van Vlasselaer ter iie., Jan Van Inthout ter iiie. en(de) vierdere zijden, en(de) den voers(chreven) opdraghere daer vuyt ontgoyt ende onterft sijnde bij manisse des meyers en(de) wijsdomme der schepenen van Loven, soo is daer inne gegoyt en(de) geerfft ten e[r]ffelijcken rechte Dirick Van Vlasselaer, soo voer hem selven als voer Anna Boogaerts, sijne huysvrouwe, reserverende den voers(chreven) Dierick daer inne des nyettemin sijne vrije en(de) libere dispositie, et satis den voerscreven transportant obligans, submittens ac renun(cians) in forma et waras op eenen cleynen heeren chijns, soo verre men dijen daer bevint op vuyt te gaen, mede te sijn geleghen onder eenen perdtskeur aenden heere van Wesema[e]l als op allen lasten daer op vuytgaende, v(er)clarende partijen den rechtverdighen coope te wesen die somme van viertich rinsguldens eens, al los gheldts, coram Borchgraeff, Haper, iiia. januarii 1628.

 

Hierbij twee aktes met vermelding van Theodorus Van Vlasselaer en zijn vrouw Anna Boogaerts.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8251, folio 326r., akte dd. 1 maart 1627.

In tegenwoordicheyt des meyers ende schepenen van Loven naergen(oempt) Peeter Verreycken, woonende tot Nieuwrode soone wijlen Jans, met Elisabeth Van Lubbeke, sijne huysvrouwe, hebben opgedragen, soo hen selven als voor die weeze van Anneken Van Lubbeke ende haeren andere, hen in desen hiervoor sterck maeckende, een omtrent die hellicht van een halff dachm(ael) bossche, gelegen t' Overvelt onder Wezemael, regenot(en) sheeren bossche van Weezemael in twee zijden ende Dierick Van Vlasselaer in andere twee zijden, wesende gebleven onverdeylt tusschen hen opdrageren ende Willem Vrancken, weduwer van wijlen Enneken van Lubbeke, om daer met die penn(ingen), daervan te commen, te losse[n] eene rente van thien st(uyvers) erff(elijck), die sij sijn geldende aen Carel Diericx qua(lita)te qua, exposit(o) impositus iure hereditario den voors(chreven) Vlasselaer, soo voor hem selven als voor Anna Boogaerts, sijne huysvrouwe, per monit(ionem) et satis die voors(chreven) opdragere et waras voor keurgoet onder den heere van Wesemael, soe verre bevonden wordt tselve subiect te sijn, verclairende dit transport te geschieden om de somme van sesthien guld(ens) eens losgelt, aende vercoopers te voldoen  om ge voldaen en(de) betaelt, boven xii st(uyvers) lijcope, promittens amplius non alloqui, eisd(em).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8251, folio 326v., akte dd. 1 maart 1627.

In presentia villici, etc(etera), gestaen Machiel Van Thienen, woonende tot Rotselaer, heeft opgedragen met behoorlijcke verthijdenisse negen negenthien stuyvers een pleck erff(elijck), staende op seker erffve beempt, groot een halff boender, tot Sallaecken onder Rotselaer, regenot(en) sheeren straete in twee Jooris Broeckmans ter i., Jan Van Inthout ter ii en(de) iii. ende Dierick Van Vlasselaer beneden ter iiii. zijden, vuyt meerdere van ii g(uldens) xviii st(uyvers) bij scheydinge ende deylinge, exposit(o) impositus iure hereditario Dierick Van Vlasselaer voors(chreven) ende Anna Boogaerts, gehuysschen, per monit(ionem) et satis den voors(chreven) opdragere oblig(ando), etc(etera), et waras voor eene deuchdelijcke rente, niet belast noch veralieneert, eod(em) eisd(em).

 

Hierbij een akte met vermelding van Theodorus Van Vlasselaer en zijn vrouw Anna Boogaerts.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8250, folio 61v., akte dd. 31 maart 1623.

Item in p(rese)ntie des meyers, etc(etera), gestaen Gertruydt Van(den) Velde met consente en(de) overstaene Peeter Reys, haers mans, voor deygendo(m)me en(de) Magdalena Van Arschot met wille en(de) overstaen van Ferdinando Furincx, haers man, voerde tochte, hebben opged(rage)n met wettige verthijdenisse huys, hoff met allen sijn(e) toebehoirten, groot een dach(mae)l onbegrepen der maete, gelegen tot Sallaecken onder Rotselaer, regen(oten) de straete ter ie., Cornelis Vanden Velde ter ii. en(de) iiie. en(de) de gemeynte ter [de] heyde ter vierde(re) sijd(en), expositis impositus Dierick Van Vlasselaer en(de) Anna Bogaerts, gehuyschen, per mo(nitionem), des behoudt Dierick hier inne sijnen vrije wille ende vrije dispositie, et satis obligeren(de), submitteren(de) en(de) renuntieren(de) in for(m)a et waras op ontrent eenen stooteren sonder meer prout, item de cooper sal iaerl(ijcx) gedueren(de) dleven van Magdalena voors(chreven) haer betaelen eenen guld(en) en(de) verclaeren den coope te sijn iic. xxvii r(insguldens) en(de) drij g(uldens) lijcoope, d(aer)van sij beke(n)nen v(er)nueght en(de) voldaen te sijn, cora(m) Borchgreve, Beringen, den lesten meert 1623.

 

In bijlage een akte met vermelding van Theodorus Van Vlasselaer zone Seger (x Anna Bogaerts).

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8250, folio 97v., akte dd. 7 augustus 1623.

Item in p(rese)ntie des meyers, etc(etera), gestaen Barbara Roekeloos wed(uw)e wijlen Peeters Van[der] Taelen voerde tochte en(de) Jan Sloecx, man en(de) momboir van Gertruyt Van[der] Taelen, haere dochter, voerde proprieteyt, heef hebben ten erfuytgegeven Dierick Van Vlasselaer sone Zegers, die bekint ten erfve aenveert te hebben, een halff boen(der) lants, soe die plecke gelegen is tot Sallake[n] onder Rotselar, regen(oten) derfgen(aemen) Willems Van Vlasselaer ter ie., de straete ter ii., de heyde ter iii., Ph(i)l(ip)s Jans en(de) Thomas De Neuter ter andere sijden, erfel(ijck) te houden voer onbelast en(de) op eene rente van acht rinsg(uldens) tot xx st(uyvers) den guld(en), loop(ende) munte, iaerl(ijcx) vallende date deser, los en(de) vrij van x., xxe., meerde(re) en(de) minde(re) imposi(ti)en, erfe(lijck) in toecom(ende) tijden te Loven, telcken iae(re) als schult met recht verwo(n)nen, et satis ob(ligerende), sub(mitterende) en(de) renunt(ierende) in forma, et waras voer onbelast, noch geloeft Dierick voers(chreven) dese acht rinsg(uldens) loffel(ijck) en(de) personel(ijck) te betaelen, obligeren(de), sub(mitterende) en(de) renunt(ierende) in for(m)a, et casu quo pignora, etc(etera), met geloefte van(de) rente van acht guld(ens) nyet te lossen gedueren(de) dleven der voers(chreve) Barbara, naer wyens aflijvicheyt de rente sal mogen gelost wordden teen(der) reyse, elcken pen(ninck) met gel(ijcke) pen(ningen) en(de) met volle rente, los en(de) vrij van allen costen, item treckt de v(oer)s(chreve) Barbara vijftich guld(ens), item is te weten dat den coope is ... [rand] hondert drijentachtentich g(uldens), d(aer)aene te cortten dese acht guld(ens) erfel(ijck), de vijftich guld(ens) eens ende de reste iic. vijfftich r(insguldens) sal hebben Jan Sloecx, x r(insguldens) lijcoope, xii st(uyvers) voer de ... [rand] en(de) drij st(uyvers) voer eenen goidtspenn(inck), item de pachter sal in sijn hure blijven, coram Vorst, Willemars, augusti septima anno            1623.

            In de marge.

Op heden den xxii. may anno xvic. xxv heeft Jan Sloecx vuyt handen van Dierick Van Vlasselaer ontfangen de capitale penn(ingen) van twee guld(ens) vuyt acht gul(dens), hier inne het witte staende, beloven(de) nyet te eyschen, in teecken der waerheyt dit geteeckent ten daege en(de) date deser.

Jan Sloex.

 

In bijlage een akte met vermelding van Theodorus Van Vlasselaer zone Seger (x Anna Bogaerts). Helaas waren er enkele woorden niet leesbaar om reden dat ze in de rand van het register stonden.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8250, folio 148r., akte dd. 23 februari 1623.

Item in p(rese)ntie des meyers, etc(etera), gestaen Peeter Van Linden, man en(de) momb(oir) van Catlijne Covelleyns onwederoepel(ijck) gemachticht bijde selve Cathlijne opt slot vna Rivieren voer A. Van Eynatten, openb(aer) not(ari)s, en(de) getuygen den lesten february 1624, verthoont en(de) gesien ... [rand] ende Henrick Covelleyns, vaedere der v(oor)s(chreve) Cathlijn, hebben opgedraegen met wettige vertijdenisse een dach(mae)l lants onbegrepen der maeten, gel(ijck) tzelve gelegen [is] tot Rotselar aent Heyveldeken Heyveken, regen(oten) sheeren straete ter ie. en(de) iie., de Heyde ter iii. en(de) Henrick Henrick Van Meerbeke ter ande(re) sijden, op hen v(er)storven bij daflijvich(eyt) van hen ouders, expositis impositi Dierick Van Vlasselaer per sone Zegers per mo(nitionem) et satis obligeren(de), sub(mitterende) en(de) renunt(ierende) in for(m)a et waras voer onbelast prout, noch geloven dopdraegeren het voers(chreven) dach(mae)l costel(oos) en(de) schaedel(oos) tontheffen van(den) chijns ontrent twee stuyvers siaers, soe dat den cooper noch sijn(e) erfgen(aemen) oft goeden daer doer eenichss(int)s beschaedichte en sal wordden, tot versekerin(ge) van dwelck sij hebben opgedraegen met wettige vertijdenisse een half dach(mae)l ... [rand], tot Rotselaer gelegen, regen(oten) shee(ren) straete in iie. en(de) Henrick) Van Meerbeke ter iii. en(de) thuys Henricx Covelleyns, item een halff dach(mae)l lants daer bij gelegen, geheeten tH... [rand], regen(oten) de straete in ij ter ie., de v(oer)s(chreven) Covelleyns ter ii., Henrick Van Meerbeke ter ande(re) sijden, belast met cleynen chijns, item verclaeren den coope te sijn eenentachtentich guld(ens), los en(de) vrije, op heden o(n)tfangen, den lijcoope vier g(uldens), coram Asscha, Daneels, den iersten meert a(nno) 1624.

 

Hierbij een akte met vermelding van Theodorus Van Vlasselaer en zijn vrouw Anna Boogaerts.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8248, folio 180r., akte dd. 22 maart 1622.

Item in presentia villici, etc(etera), gestaen Dierick Valvekens, woonende tot Wese Rillart ond Haterbeeck onder die prochie van Aerschot, heeft opgedraegen met behoorlijcke verthijdenisse omtrent xl roeden erffven, wesende bossch, liggende in sijne renen ende canten der maete ombegrepen, liggende t' Overvelt onder Wezemael, regenot(en) Jan Van In[t]houdt ter i. en(de) ii., Hendrick De Rijck, getrouwt hebbende Maria N. ter iii., den heere van Wezemael ter iiii. zijden, exposit(o) impositus iure hereditar aenden opdraegere verstorven van Jannen Wijbrechts, die getrouwt hadde Elisabeth Bruynincx, exposit(o) impositi sunt iure hereditario Dierick Van Vlasselaer met Anna Boogaerts, gehuysschen, per monit(ionem) et satis den voors(chreven) opdraghere oblig(ando) et submitten(do) ac renunc(iando) prout in forma, et waras op sheeren chijns vanden gronde, bij aldijen bevonden wordt eenigen daer vuyt te gaene ende te liggen onder eenen peertskuere, belovende aff te doen allen verloopen vande voors(chreve) commeren ende partijen verclairen den rechtveerdigen coope van desen parceele te ge bedragen vierendertich guld(ens), waervan den opdragere verclairdt verneucht te sijne ende den lijckop te ge bedraghen twee guld(ens) thien st(uyvers), coram Borchgreve, Beringen, martii vii., 1622.

 

Hierbij een akte met vermelding van Theodorus Van Vlasselaer en zijn vrouw Anna Boogaerts.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8247, folio 88r., akte dd. 11 december 1617.

Item in p(rese)ntie des meyers, schepen(en) en(de) eygen(oten) van Loven naergen(oempt gestaen, Cathlijne Gestels, dochter wijlen van Marie Van Aerschot, geass(isteer)t met Jan Van(den) Broecke Schriecke, haren man ende momb(oir), woonende tot Nieuwrode, zoo voorde proprieteyt der voors(chreve) Cathlijne, competerende inde goeden naerbes(chreven), als oock mede voor die tochte, die d(aer)aene zoude moghen pretenderen Jan Van Gestelt, vader der voors(chreve) Cathlijne, voorden welcken zij hunl(ieden) sterckmaken en(de) geloven hem in dijen te hebben dat hij teghen dese nimmermeer en zal connen doen oft laten geschieden, hebben opged(raeg)en met wettighe v(er)thijdenisse, rijssche en(de) rijse het derdendeel  oft derdepaert van een boender maeybemdts, geleghen int Bexsembroeck achter Sallaecken onder Rotselaer, regen(oten) de Laecke ter ire., Geerdt Van Aerschot ter iire., Peeter Godevarts cum suis ter iiire., d' erffgen(aemen) Willems Auroghs ter iiiire. zijden, item een dachm(ael) landts, geleghen t' Overvelt opt Waterloos onder Wezemael, onbegrepen der maeten, regen(oten) Willem V(er)calsteren ter ire., d' erffgen(aemen) Jans Van Inthout ter iire., Dierick Van Vlasselaer over Jan Dielmans ter iiire. zijden, wesende beyde die voors(chreve) parcheelen d' opdraeghersse aengedeylt vuytten achtergelaten goeden der voors(chreve) wijlen Marie Van Aerschot voor schepen(en) van Wesemael den xxv. novemb(ris) 1616, expos(ito) impos(itus) iure haeredit(ario) et allodi als den voors(chreven) Dierick Van Vlasselaer en(de) Anna Boogaerts, gehuysschen, per mo(nitionem) in quantum reperientur censualia his interfuerunt Lievens, Beringhen, scabini et allodii consortes Lovan(iensis), item  d(ominus) Vanden Tympele, praetor, et Joannes Hermans, scriba, ibidem allodii consortes Lovan(iensis), qui quidem haec rogantes quod faciunt coram quibus satis, obligan(do) et sub(mittendo) ac renun(tiando) et waras voor vrije, eyghen, onbelast goet oft nochtans daer eenighen chijns op bevonden worde, des d' opdragheren v(er)claren niet te weten, dijen zullen cooperen moeten draghen sonder eenighe recompensie tot eenen halven st(uyver) inde jaerlijc[k]sche betaelinghe, maer d' excrescentie salden opdraghere moeten goetdoen ende compenseren naer behooren met allen d' achterstellen der selver lasten, d(aer)voor v(er)bindende se et sua, actum decembris xi., anno 1617.

Item partijen v(er)claren dit transport te geschieden bij middele van coope ende midts die somme van een hondert tweeendertich guldens eens, los geldts, d(aer)van den opdraghere bekent v(er)nuecht te wezen, promitten(tes) amplius non alloqui, sed semper satis obligan(do) als boven, den lijcoop van twee guld(ens) thien st(uyvers), bijden coopere oock voldaen, eisdem.

 

Hierbij een akte met nog eens een vermelding van Theodorus Van Vlasselaer en zijn vrouw Anna Boogaerts als inwoners van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8247, folio 150v., akte dd. 26 februari 1618.

Item in tegenwoordicheydt des meyers, etc(etera), gestaen Willem De Neutere sone wijlen Joos met Eliz(abe)t De Neutere, zijne sustere, voor d' eene hellicht vande vijffentwintich roeden bemdts naervolgende, en(de) Geertruydt De Canne wed(uw)e wijlen Adriaens De Neutere voorde tochte, ende Willem De Neutere, haren sone, soo voor hem selven als voor Anna, Marie, Cathlijne en(de) Barbara De Neutere, sijne susters, hem voorde selve sterckmaeckende, gelijck hem oock voorde selve sterckmaeckt den voors(chreven) Willem De Neutere, hunnen oom ende momb(oir), voor die proprieteyt vande resterende hellicht vande selve xxv roeden bemdts, hebben tsamen handt opged(raeg)en met wettighe v(er)thijden(isse) rijsschen en(de) rijse vijffentwintich roeden bemdts vuyt meerderen parcheele van vijfftich roeden, d(aer)van d' andere vijffentwintich roeden competeren onverdeylt aen Louys Van Meerbeke, zoo en(de) gelijck die geheele vijfftich roeden gelegen zijn int Bexsem Broeck onder Rotselaer achter Sallaecken, regen(oten) Jan Van Inthout in twee zijden, Jacquemijne Vits ter iiire., Dierick Van Vlasselaer ter iiiire. zijden, expos(ito) impos(itus) est iure haeredit(ario) et allodiali Dierick Van Vlasselaer met Anna Boogaerts, gehuyss(chen), woon(ende) tot Wesemael, per mo(nitionem) et satis die voors(chreve) opdrageren obligan(tes) et sub(mittentes) se suaque in solidum ac renun(tiantes) prout in forma, et waras voor onbelast, ten ware d(aer)op bevonden wirde eenighen heeren chijns niet excederen twee blancken, den welcken die cooperen zullen moeten draghen, maer t' gene excederende twee blancken moeten d' opdragheren c(om)penseren ende draghen die geheele verloopen ende v(er)claren partijen dit transport te geschieden ter saecken van coope om en(de) midts die somme van tweendertich guld(ens) eens, los geldts, ende xx st(uyvers) lijcoops, d(aer)van d' opdragheren hen v(er)claren vernuecht te sijne, promittentes amplius non alloqui, sed semper satis et waras erga quoscunque obligantes, sub(mittentes) ac renun(tiantes) in forma, coram eisdem.

 

De bijgaande akte maakt melding van Theodorus Van Vlasselaer en zijn vrouw Anna Boogaerts.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8245, folio 10r., akte dd. 18 juli 1614.

Item in p(rese)ntie des meyers en(de) schepen(en) van Loven, Sebastiaen van Revieren soene wijlen Oliviers heeft opgedragen met behoorlijcke verthijdenisse een derdendeel van een boender broecx, gelegen onder die prochie van Rotselaer achter Sallaken, regenoten die goeden der kercke van Bethecu(m) ter ire., Jan Van Inthoudt ter iir., Loyck Van Meerbeke ter iiir., Henrick Van Meerbeke ter iiiir. sijd(en), expos(ito) impos(itus) est iure hered(itari)e Dierick Van Vlasselaer ende Anna Boogaerts, sijne huys(vrouw)e, p(er) mo(nitionem) et sat(is) et war(as) voor ombelast, ten waere eenigen cleynen chijns, daeraff den opdrageren verclaert nyet te weten, verclaer(ende) voorts den rechtveerdigen prijs te wesen hondert en(de) xx r(insguldens) te xx s(tuyvers) tstuck ende los en(de) vrije gelts en(de) vier gulden ten lijffcoop, cor(am) Duffel, Loenis, julii xviii., xvic. xiii.

 

De bijgaande akte maakt melding van Theodorus Van Vlasselaer en zijn vrouw Anna Boogaerts, inwoners van Overvelt onder Wezemaal. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8245, folio 25r., akte dd. 15 september 1614.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers ende schepenen van Loven gestaen, Elizabeth Van Vlasselaer dochter wijlen Diericx, eertijts weduwe Jans Schoerbroot, met consente, wille, weete en(de) overstaene van Jan Intsen, haeren tegenwoird(igen) mans, woonen(de) S(in)t Jooris Winghe, voerde tochte, Elizabeth Schoerbroot met consente, wille, weete en(de) overstaen(e) Jans Kemerlincx, haers mans, en(de) Marie Schorenbroot met consente en(de) overstaene Mathijs Verheyen, woonen(de) Onser Lieven Vrouwen Thielt, voer d' erffelijckheyt, hebben opgedraegen met behoirl(ijcke) verthijdenisse een besloten de hellicht van een besloten bloxken, groot een dachmael der maeten ombegrepen, gelegen tot Bexem onder Rotzelaer, regenooten Willem Rogmans ter eenre, sheeren straete ter iire., de Heye ter iiire. en(de) sheeren bosch ter vierdere sijden, item alnoch de hellicht van een besloten bloxken, groot anderhalff dachmael, gelegen insgel(ijcx) tot Bexem onder Rotzelaer, sheeren straete in ii zijden ende het Veltstraetken ter iiire. ende den pastoir van Rotzelaer ter iiiire. sijden, expos(ito) impos(iti) sunt iure hered(itari)o Dierick Van Vlasselaer ende Anna Bogaerts, gehuysschen, woonen(de) t' Overvelt onder Wesemale, per mo(nitionem) et satis die voors(chrev)e opdrageren obligeren(de), submitteren(de) en(de) renuntieren(de) in forma, ende waranderen(de) die het ierste parceel op xx st(uyvers) erffel(ijck) aen(den) Heyligengeest van S(in)te Geertruyden alhier ende het resteren(de) parceel op twee cappuynen sheeren chijns van(den) gronde, tanqua(m) prout, coram Glavemans, Luenis, 7bris. xva., a(nn)o 1614.

Item partijen verclaeren inne wedersijden den rechtveerdigen prijs coop van(de) voors(chrev)e goeden met den lijffcoop te bedraegen xxxii r(ins)g(uldens) los gelts, coram eisdem.

 

De bijgaande akte maakt melding van Theodorus Van Vlasselaer en zijn vrouw Anna Boogaerts, inwoners van Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8245, folio 261r., akte dd. 11 juli 1616.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven(en) gestaen Paschier Somers zone Sebastiaens, woonen(de) tot Aerschot, hem sterckmaecken(de) voer Marie De Winne, zijne tegenwoirdige huysv(rouw)e, dat zij t' gene naerbeschreven staet, ter maenissen zal lauderen en(de) approberen, heeft opgedragen met behoirl(ijcke) verthijdenisse, ressche ende rijse de hellicht van een halff dachmael bossch, gelegen t' Overvelt odner Wesemale, regenooten den Galgen Berch ter eenre, Jan Van Inthoudt ter iire. en(de) iiire. ende Adriaen Van(den) Put oostwaerts ter iiiire. zijden, expos(ito) impos(itus) est iure hered(itari)o Dierick Van Vlasselaer zone wijlen Zegers, woonen(de) tot Wesemale, per zoe tot zijnen behoeve als tot behoeve van Anna Boogaerts, zijne huyssvrouwe, per mo(nitionem) et satis die voirs(chreven) opdragere obligeren(de), submitteren(de) ac renuntieren(de) in forma et waras op een pertskeur aen(den) heere van Wesemale, tanquam prout, coram Tommen, Nijverseel, julii xi., 1616.

 

De bijgaande akte maakt melding van Theodorus Van Vlasselaer zone Seger en zijn vrouw Anna Boogaerts, inwoners van Overveld onder Wezemaal.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8245, folio 351r., akte dd. 27 februari 1615.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers en(de) schepen(en) van Loven(en) naerbeschreven gestaen, Anna Vanden Bossche dochter wijlen Goirts met consente, wille en(de) overstaene Jans Dilemans, haers mans, woonen(de) tot Vlasselaer onder Wesemael, de hellicht van een boender beempt ombegrepen der maeten, alsoe tzelve inne zijne grechten gelegen is tot Geelrode onder Rivieren, regenooten den heere van Rivieren inne twee zijden, den Heyligengeest van Wesemale ter iiire. ende den Heyloop ter iiiire. sijden, de voirs(chrev)e Anna Vanden Bossche verstorven van Marie Van Aerschot, haere moedere, expos(ito) impos(itus) est iure hered(itari)o Dierick Van Vlasselaer zone wijlen Zegers, zoe voer hem zelven als tot behoef van Anna Boogaerts, zijne huuysvrouwe, woonen(de) t' Overvelt onder Wesemale, per mo(nitionem) et satis die voirs(chrev)e opdrageren obligeren(de), submitteren(de) en(de) renuntieren(de) in forma et waras op sheeren chijns aen(den) heere van Rivieren tanqua(m) prout, is conditien dat die voirs(crev)e coopers stracx zullen mogen aenveerden het een dachmael ende het ander dachmael naer de doot van Jan Gestels die daer de tochte inne is hebben(de), coram Duffle, Vorst, februarii 27., 1615.

Item partijen vercleren inne wedersijden den coop vande voirs(chrev)e goeden los en(de) vrij gelt te wesen twee hondert twelff guld(ens) eens en(de) ... [beschadigd].

 

Uit dit huwelijk:

 

Van Inthout Bartholomeus, ca. 1584, x > 1616 met Johanna Mertens,

     Uit dit huwelijk:

     Van Inthout Joannes,

     Van Inthout Petrus, 

     Van Inthout Bartholomeus, () Rotselaar 27.12.1616 (g. Bartholomeus De Pelsmaekers en Anna Van Inthout), x met Ida Blooms,

     Een akte waarin Bartholomeus en Ida voorkomen vind je onder de KLIK bij 6. Met dank aan Paul Peeters.

     Van Inthout Anna, () Rotselaar 18.02.1618 (g. Dionys Van Inthout en Adriana Van Emele),

     x 1 Wezemaal 10.01.1643 (g. Adrianus De Kepper en Walterus Minnen) met Mellaerts Guilielmus, (+) Wezemaal 17.03.1652,

     x 2 Wezemaal 11.08.1652 (g. Van Inthout Hubertus en Minnen Walterus) met Vercouteren - Van de Cauter Joannes,

     () Holsbeek 07.11.1629 (g. Piaet Joannes en Pasteels Catharina), gezinnen en meer info bij Vercouteren,

     Van Inthout Maria, () Rotselaar 13.03.1621 (g. Adrianus Mertens en Smeyers Maria),

     x Wezemaal 21.01.1655 (g. Bartholomeus Van Inthout en Gerardus Elsens) met Cornelius Van Beringhen,

     Van Inthout Hubertus, () Wezemaal 19.12.1627 (g. Verect Hubertus en Van Inthout Maria),

     Van Inthout Nicolaus, () Wezemaal 20.11.1631 (g. Geerts Claes en Verhoeven Jenneken),

     x Betekom 25.02.1659 (g. Cornelius Goians, Franciscus Luyten, Anthonius ? Van Meerbeeck en Hubertus Van Ninthaut)

     met Barbara Van Vlasselaer, fa in Betekom,

 

Van Inthout Dionisius, ca. 1585, + Wezemaal 03.06.1657,  x 1 > 1621 met Keijsers Ida - Aleijdis,  (fa Walterus (x 1 met Catharina Vuedinck) x Catharina Philips), () Wezemaal 20.11.1589 (Hubertus Ooms en Elisabeth Steensenmans), x 2 Wezemaal 05.04.1639 (g. Guilielmus Keijsers en Joannes Van Inthout) met Maria Van Halbeeck,x 2 Wezemaal 05.04.1639 (g. Guilielmus Keijsers en Joannes Van Inthout) met Maria Van Halbeeck,

     Uit dit huwelijk:

     1. Van Inthout Wilhelmus, () Wezemaal 21.12.1621 (g. Keijsers Wilhelmus frater Aleijdis en Keijsers Anna soror Aleijdis), Meer info bij Van Inthout.

 

Terug naar startpagina Terug naar startpagina stamboom