Voorouderlijst Bloms Petrus

 

Bloem, Bloem(m)en, Bloeme, Bloume, Blom(en), Blomme(n), Blomm, De Blomme, Blum, Blume(n), De Bloem, (de) Bloom, Bloms

1. Bijnaam naar "een bloem" voor een tuinier, of iemand met een goed karakter.

2. Er zou ook een Germaanse meisjesnaam Bloma bestaan hebben. In dat geval een metroniem.

3. Mogelijk ook uit het Middelnederlandse blomme: meel.

Bijnaam voor molenaar of bakker.

 


 

XIII - Bloms Petrus (S5608), x met Margareta Leurentops (S5609).

 

Hierbij een akte (met dank aan Paul Peeters) met vermelding van Petrus Blo(e)ms en zijn vrouw Margaretha Leurentops.

Bron : S.A.L., Inventarisu Cuvelier, register nr. 7888, folio 72v., akte dd. 21 oktober 1613.

Item in tegenwoirdicheyt des meyers ende schepenen van Loven naebeschreven gestaen, Adriaen Rogmans, per monitionem heeft opgedraegen met behoirl(ijcke) verthijdenisse de goeden naebeschreven, als geleghen onder Wesmael, als te weeten ierst seven vierendeelen ende thien roeden, soe landt als bosch, daerinne geleghen tsestich roeden vierschooff, in drije parceelen geleghen onder de Groeve, reg(eno)ten den pastoir van Wesmael ter eenre, des heere van Wesmael bosch ter tweedere, Herman Laeys ter derdere ende Charles Verlinden ter vierder sijden, item noch een dachmael landts, gelegen opt tRemels Velt, reg(eno)ten Ysack Vanden Panhuysen ter eenre, Herman Laeys ter tweedere, Glaude Masqueliers ter derdere ende sheeren strate ter vierdere sijden, item noch een halff dachmael vierschooff tot Weesmaele Velt, reg(eno)ten Ysack Vanden Panhuyse ter eenre, den pastoir van Wesmael ter tweedere, joncker Godefroidt de Laistre ter derdere ende die strate ter vierdere sijden, item noch een dachmael landts, geleghen onder die Haeghe, reg(eno)ten Ysack Vanden Panhuyse ter eenre, derffghenamen van Henrick Vanden Chautere ter tweedere, Peeter Stais ter derdere ende den wech loopende naer tHellegat ter vierdere sijden, oock vierschooff, item noch thien roeden landts, oock vierschooff, reg(eno)ten den pastoir van Wesmael in twee sijden, derffghenaemen Peeter Meulemans ter derder ende Jan Verheyen ter vierdere sijden, gelijck alle de voorschreven goeden den voorschreven Adriaen Rogmans sijn verstorven ende gesuccedeert bijde doot ende afflijvicheyt van wijlen Elisabeth Rogmans, sijn nichten was, ende de voorschreven opdraeghere daervuyt behoorl(ijck) ontgoet ende onterft sijnde, soe is daerinne gegoet ende gheerft ten erffel(ijcken) rechte Peeter Bloems, soe in sijnen eyghen naem als inden naem ende tot behoeff van Margriete Leurentops, sijne huysvrouwe, per monitionem iure et satis die voorschreven opdraghere obligan(do) et submitten(do) in forma et waras op sheeren chijs vanden gronde tanquam prout, coram Pulle, Schore, octobris xxia., anno 1613.

Item de voorschreven partijen vercleeren den rechtveerdighen coop van de selve te bedraeghen ter sommen van hondert tsestich rinsguldens eens, loos (!) ende vrij gelt, coram eisdem.

 

Uit dit huwelijk:

 

Bloms Claudius (Glaudius), () Leuven St.- Geertrui 23.05.1588 (g. Claudius Masquelier en Elisabeth Van Alcken), x 1 Wezemaal 14.10.1618 (g. Blooms Hermannus frater en Hoors Henricus frater) met Hoors Johanna, x 2 Wezemaal 01.07.1636 (g. Joannes Meijntenaers en Hermanus Bloems) met Maria Mieus,

Onderstaande akte (met dank aan Paul Peeters) met vermelding van Claudius (Glaude) Bloems enerzijds en Claudius (Glaude) Masquelier (Mascheliers) en Emerentia(na) Van Lantrop anderzijds. Mogelijk is er tussen Claudius Bloems en Claudius Masquelier op de een of andere manier familieverband, want Claudius Masquelier treedt bij de doop van Claudius Bloems als doopheffer op. Beiden hebben ook in Leuven gewoond.

De onderstaande akte werd afgebroken zonder het gebruikelijke einde en vermeldt daarom geen datum. De voorgaande akte dateert van 01.09.1650 en de navolgende akte van 05.09.1650. Vermoedelijk moet de akte gedateerd worden op 01.09.1650.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8260 fol. 324r - voorgaande akte dd. 01.09.1650 - navolgende akte dd. 05.09.1650.

Item in presentie des heeren meyer ende schepenen van Loven naerbeschreven gestaen Henrick Leunckens, dije vuyt crachte ut supra et repetatur, ende heeft opgedragen met behoorelijcke vertijdenisse ressche ende reyse seeckere twee dachmaelen bempts, gelegen opde Wyngebempden tot Wesemael in twee parthijen, gebruyckt bij Glaude Bloms, de voors. constituanten aengecommen bij scheydinghe ende deylinghe tegen henne mede erffgenamen vuytten hooffde wijlen sr. Glaude Masqueliers ende jouffe. Emerentiana Van Landtrop, gehuysschen, expos. impositi sunt jure hereditario per mo. Francois Schoelmrs., present ende accepterende voor hem ende Cathlijne Peeters, sijne huysvrouwe, henne erffven ende naercommelingen oft actie te hebbene et semper satis den voors. geconstitueerde nae vermoeghen sijnder voors. commissie, oblig., submitt. ende renun. in forma, et waras op eenen halffven cappuyn vi grooten Lovens ende met drije vierde paerten van eenen cappuyn sonder meer, terminis tanquam prout.

     Uit dit huwelijk:

     1. Blooms Ida, () Wezemaal 25.08.1619 (g. Keijsers Joannes en De Keppere Ida),

     Blooms Petrus, () Wezemaal 21.10/09.1621 (g. Blooms Adrianus en Libens Emerantiana),

     Blooms Christianus, () Wezemaal 14.12.1623 (g. Hoors Christianus en Hoors Catherina),

     Blooms Johanna, () Wezemaal 10.01.1627 (g. Van Beneden Matheus en Verhoeven Johanna),

     Blooms Maria, () Wezemaal 21.02.1630 (g. Blooms Hermannus en Meuws Maria),

     2. Blooms Joanna, () Wezemaal 19.02.1637 (g. Mieus Joannes en De Beer Joanna),

 

Bloms Hermanus, XII (S2804), () Wezemaal 11.02.1589 (g. Hermannus Leijs en Ida Reijnckens),

 

Bloms Gudula, () Wezemaal <28.04.1591-01.05.1592> (g. Adrianus Portmans en Gudula De Beer), x Wezemaal 06.06.1617 (g. Cockx Franciscus en Blooms Claudius) met Matheus Van Beneden, geen fii Wez,

 

Bloems Joannes, () < 01-17.04.1594> (g. Henricus De Beer), x 1 Wezemaal 16.07.1619 (g. De Kepper Adrianus en Blooms Claudius) met Ida De Kepper, x 2 Wezemaal 27.05.1636 (g. Petrus Peters en Gasparus De Beer) met Joanna De Beer,  fa Anthonius,

Hieronder (met dank aan Paul Peeters) aktes die ons vrij interessante gegevens verstrekt over Joanna De Beer, weduwe van Joannes Bloems. In de akte wordt immers ook melding gemaakt van hun zoon Andreas en dochter Maria. Deze laatste was gehuwd met Lambertus De Metser. Joannes Bloems maakte zijn mutueel testament reeds op 28.11.1639 voor notaris Philip Hollandts senior te Leuven. Van deze notaris is nog n register bewaard op het Rijksarchief te Leuven voor de periode 1626 1643. De onderstaande akte werd geregistreerd voor de schepenen van Leuven op 08.07.1672 (datum voorgaande akte).

Lambertus De Metser en Maria Bloems huwden te Wezemaal op 01.06.1672 (get. : Geerts Petrus en Bloems Andreas) en lieten volgende kinderen na :

-     Joannes De Metser, gedoopt te Wezemaal op 06.10.1672 (get. : De Raeymaecker Joannes en Odilia Bloems)

-     Michael De Metser, gedoopt te Wezemaal op 17.08.1675 (get. : Michael Bloems en Joanna De Beer)

-     Anna De Metser, gedoopt te Wezemaal op 23.07.1677 (get. : Huysmans Henricus voor zijn vader Adrianus en De Neuter Anna)

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7925 fol. 8v.

Item inde tegenwoordicheyt der heere schepenen van Loven naerbes. gestaen den clerck Van Limborch om tgene naerbes. staet te Xnieuwen.

ende herkennen, geconstitueert sijnde bij procuratie hier onder geinsereert ende heeft tselve gedaen inder vuegen naer volgende.

Comparerende op heden den lesten juny 1672 voor mij notario ende die getuygen naergenoempt Jenne De Beer, weduwe van wijlen Jan Bloms,

innegesetene der baenderije van Wesemael, dewel. gebruyckende tot tgene naerbes. staet, die macht ende authoriteyt, haer gegeven bij wijlen den

voorschreven haeren man met hunnen mutuelen testamente, gepasseert binnen de stadt Loven opden xxviijen. november 1639 voor den notaris

Hollandts ende seekere getuygen ende tot dijen geassisteert bij Andries Bloms ende Maria Bloms, haeren soone ende dochtere, geloven.

dijenbehalvens dat Lambrecht De Metser, haeren schoonsoone, dese bij onderteekeninge sal approberen, heeft bekent, soo hij doet bij desen,

schuldich te wesen aen ende tot behoeve der kercke deser baenderije van Wesemael, present den eerw. heere pastoor deser baenderije ende ten

behoeve der vs. kercke accepterende, eene erffel. rente van xij r. x s. tsiaers, ter cause der somme van hondert gul., bij haer over eenige jaeren

ontfangen van wegen de voors. kercke volgens dacte als doen daer van gepasseert, die mits desen sal comen te cesseren ende voorts ter cause van

gelijcke somme van hondert gul., bij haer als nu over eenige daegen van wegen de selve kercke ontfangen, maekende alsoo te samen eene somme

van tweehondert guldens eens, wel. voors. rente van xij r. x s. tsiaers cours heeft begonst te nemen St. Jansmisse lestleden ende oversulcx voor de

ierste jaere vervallen ende Xschijnen. sal St. Jansmisse toecomende ende soo voorts van jaere tot jaere totte quytinge toe, die sal moegen geschieden

alst haer comparante gelieven sal teender reyse ende met volle rente in goeden ende gevalueerden gelde volgens placcaert van sijne mat., gelijck sij

daer voor bekent daer voor ontfangen te hebben, geloovende ondertuschen deselve rente van twelff gul. x s. tsiaers jaerl. wel ende loffel. te betalen

als schult met recht verwonnen ende in stats wissele van Loven te leveren, los ende vrije van alle impositien ende exactien, hoedanich die soude

moegen wesen, egeene vuytgehouden, daer voor Xobligerende. haeren persoon ende goederen, naementl. huys ende hoff, gelegen binnen dese

baenderije van Wesemael aende Molestraet indt Saeyevelt, groot ontret vijff vierendelen, regenooten het Hollevelt ter ie., het perts kerckhoff ter ije.,

Guilliam Van Meerbeeck ter iije. ende de Molestraet ter iiije. sijden, item noch drije virendelen hoywasch, gelegen opt Keerbroeck onder Rotselaer,

regenooten de leygracht ter ie., Henrick Oppe ter ije., Peeter Hoes ter iije. sijden, item drije vierendelen landts, ghelegen op Delsackervelt, regenooten

de erffgenaemen oft die weduwe van David Vermeulen ter eenre, Cristiaen Langenackens ter ije., Dirck Bloms ter iije. sijden, consenterende daer

over indt maecken van mainmise ende belijde, decreet ende herdecreet der heeren schepen. van Loven sonder voorgaende daegement,

constitueren alle thoonder deser om tgene vs. is, te Xnieuwen. voor meyer ende schepenen der stadt Loven ende aldaer te consenteren in volontaire

condemnatie, promittens ratum.

Actum binnen Wesemael ter presentie van Cornelis Peeters, Claes ende Hen. Roekeloos als getuygen, hebben de vs. compten. ende

assistenten deser minute geteekent, mij pnt. als notaris sig. A. Vanden Schrieck.

Aldus vernieuwt ende herkent bij den voors. geconstitueerden coram eisdem eodem. 

 

In de akte wordt melding gemaakt van Joannes Bloms en Joanna De Beer.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7528, folio 107r., akte dd. 28 november 1639.

Item, in presen(tie), etc(etera), gestaen Henrick Van Horrick voor sijn tocht, s(ieu)r Carel Carels en(de) jo(uffrouw)e Marie Van Horick, dochter des v(oor)s(chreven) Henrix, sijne huysvrauwe, voor de erffelijckeheyt proprieteyt, hebben bekindt en(de) geleden, kinnen en(de) leyden midts desen midts seckere somme van penninghen de qua satis, aen hen bij Jan Bloms en(de) Johanna De Beer, gehuysschen, gelost, gequeten en(de) affgeleydt te sijne alsulcke neghen ha acht halsteren corens, te voorens neghen halsteren geweest sijnde, welcke capitale penninghen op deser stadt registre als onder de weth sijn geconsigneert om ter selver natueren aengeleydt te worden als die voors(chreve) ierste comparanten hen met brieven van erffvuytgevinghe geserervert hebben op seckere goed(en) stuck erffve, geleghen onder Wesemael, volgen(de) de brieven van erffvuytgevinghe daeraff sijnde en(de) gepassert voor meyer en(de) schepen(en) deser stadt Loven opden xiiien. january 1638 in prima, schelden voor sulx den v(oor)s(chreven) gehuysschen en(de) v(er)obligeerde gronden van(de) voors(chreve) rente van acht halsteren corens en(de) v(er)loopen van dijen volcomentl(ijck) quyte, promittens nullateus alloqui sed semp(er) satis et waras erga quoscumque obligan(do), etc(etera), in forma, consenteren(de) inde cassatie der selver rente, coram Lievens, Van Grave, novembris xxviii., 1639.

 

Hieronder volgt een akte met vermelding van Joannes Bloems en Joanna De Beer. Uit de akte blijkt dat Joanna De Beer de dochter is van Anthonius.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7526, folio 115v., akte dd. 13 januari 1638.

Condt sij een(en) yegelijcken dat in tegenwoerdich(eyt) des meyers en(de) schepen(en) van Loven naerbes(crherven) gestaen m(eeste)r Henrick Boyennants vuyt crachte en(de) naer v(er)mogen van speciale en(de) onwederoepel(ijcke) procuratie, hem tot des naerbes(chreve)n gegeven bij s(ieu)r Henrick Van Horick voerde tochte en(de) s(ieu)r Caerel Caerels als man en(de) momboir van jo(uffrouw)e Marie Van Horick, hem voerde selve sterck gemaeckt hebbende voer derffelijckheyt van het naervolgen(de) goet, gepasseert voerden not(ari)s Mintart en(de) zekere getuygen opden xien. deser, alhier gethoont en(de) waeraff den teneur naervolght.

Op den xien. jan(ua)ry 1638 compareren(de) voer mij openbaer not(ari)s en(de) die getuygen naergen(oempt) s(ieu)r Henrick Van Horick voerde tochte en(de) s(ieu)r Carel Carels als man en(de) momboir van jo(uffrouw)e Maria Van Horick, dochtere des voers(chreven) Henricx en(de) van wijlen Margerata (!) Rogge, geloven(de) die sel(ve) zijn(e) huysvr(ouwe) daerinne te hebben dat zij tgene naerbes(chreven) is, sal lauderen en(de) approberen voor dessel(ven), hebben tsamen en(de) elck int besundere bekent v(er)cocht, gecedeert en(de) getransporteert te hebben, soo sij v(er)coopen, cederen ende transporteren bij desen aen Jan Bloems en(de) Johanna De Beer dochtere wijlen Anthoens, beyde alhier p(rese)nt en(de) accepteren(de), zeker stuck erffve ofte grondt, geleghen tot Wesemael aen(de) Molestraete en(de) tSollevelt, daer iertijts huys en(de) hoff heeft opgestaen, geco(m)peteert hebben(de) derffgen(amen) wijlen Cath(lij)ne Snijders, bij die voorn(oempde) Henrick Van Horick behoorel(ijck) vuytgedaeght voor het gebreck van negen halsteren rogge ts(iae)rs, bij erffvuytgevinghe opden sel(ven) grondt gereserveert, gepasseert voor schepen(en) van Wesemaele opden xviien. decemb(ris) 1527 achtervolgen(de) het bescheet van vuytdagemente daer van gepass(eer)t voor schepen(en) voors(chreven) in date va. january 1638 lestleden, ond(erteecken)t Keyen, om en(de) voor acht halsteren corens ts(iae)rs goet en(de) leverbaer goet in specie, jaerlijcx binnen deser stadt van Loven te leveren aen(den) voors(chreven) Van Horick voor zijne tochte en(de) naer zijne doot aen(den) voors(chreven) Carels qua(lita)te qua supra oft zijne naercomelingen, los en(de) vrije van alles, daer van dierste jaer van betaelinge sal vallen en(de) v(er)schijnen te S(in)t Andriesmisse 1638 naestcomen(de) en(de) alsoo voorts van jaere te jaere tot S(in)t Andriesmisse totter affquyttinghe toe, die welcke sal moeten geschieden alst die rentgelderen goetduncken en(de) gelieven sal, elck halster tot xxx st(uyvers) in eene reyse en(de) met vollen pachte, geloven(de) die voors(chreven) cooperen altijt wel, loffel(ijck) en(de) personel(ijck) te betaelen en(de) bynnen deser stadt Loven te leveren als boven, onder obligatie ende submissie van henne respective persoonen en(de) goederen, meuble ende immeubele, p(rese)nt ende toecomen(de), met renunciatie in forma, namentl(ijck) de voors(chreve) Jenneken beneficio senat(us) cons(ulti) vell(iani) et auth(entica) si qua mulier, daer van onderricht zijn(de), en(de) van alle andere in forma, constitueren(de) onwederroepel(ijck) m(eeste)r Jan Wouteleers, m(eeste)r Henrick Boyennans en(de) alle andere thoonders deser int besondere om tgene voors(chreven) is, wettel(ijck) te v(er)nyeuwen en(de) te herkennen voor allen h(ee)ren, hoven, wetten en(de) gerechten daer des mochte van noode wesen en(de) aldaer die voors(chreve) Jan Bloems en(de) Jenneken De Beer inde voors(chrerve) erffve te goeden en(de) ierffven, die voors(chreve) cooperen daerinne te goeden en(de) ierffven, wettel(ijck) gifte te doen, garrantschappe te gebeuren voor eene vrije, eygen en(de) ombelaste erffve ende voorts alles anders, etc(etera), super quibus, etc(etera), actum bynnen Loven ter p(rese)ntien van Niclaes Geerts, raymaecker te Wesemael, en(e) Hendrick Preudhomme, smeth te Lovenjoul, getuygen hiertoe gebeden, me stipulante, quod attestor, en(de) was ond(erteecken)t Petrus Mintart, not(ari)s.

Die v(oor)s(chreven) Boyennans naer v(er)mogen der bovens(chreven) procuratie, heeft bekent ten erffchijns vuytgegeven te hebben en(de) geeft vuyt bij desen aen Jan Bloems en(fe) Johan(na) De Beer, gehuysschen, alhier p(rese)nt, die welcke oyck bekennen ten erffe aenveert te hebben het stuck erffve, gelegen onder Wesemael int bovensten notariael instrument gespecificeert, tot behoeff van(de) v(oor)s(chreve) Johan(na) De Beer alleen, om tselve erffel(ijck) te houden en(de) te besitten op eene voertaene rente van acht hal(steren) coren, aldaer vermelt, geloven(de), v(er)binden(de) en(de) v(er)obligeren(de) prout inden selven notariaelen instrumente et satis et waras prout, coram Borchgreeff, Gudelinus, xiiia. jan(ua)ry 1638.

     Uit dit huwelijk:

     1. Blooms Margareta, () Wezemaal 23.08.1620 (g. De Custere Rumoldus en Paeps Margareta),

     Blooms Joannes, () Wezemaal 27.10.1622 (g. Peeters Joannes en Leijs Maria fa Hermannus alias Van Ghele),

     Blooms Odilia, () Wezemaal 02.07.1625 (g. Blooms Henricus en Chijs Odilia),

     x 1 Wezemaal 26.02.1648 (g. Verlinden Joannes en De Custer Georgius) met Raimakers Arnoldus,

     x 2 Wezemaal 04.06.1669 (g. De Neuter Adrianus en Bloems Joannes) met Jenken Hubertus, fii in Wezemaal,

     Odilia Bloems was gehuwd met Arnoldus De Raeymaecker, meier van de baronie van Wezemaal.

     Gezien Odilia in onderstaande akte een eerder zeldzame voornaam is mogen we aannemen dat zij

     de dochter was van Joannes Bloems en Ida De Kepper. Met dank aan Paul Peeters.

     Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7910 fol. 154r.

     Item in tegenwoerdicheyt des meyers ende schepen. van Loven naergenoempt ende eygenoten gestaen Aerdt De Raeymaecker,

     meyer der baronnije van Wesemael, ende Odilia Bloems, gehuysschen, bij manisse, etha., hebben opgedraegen met behoirlijcke

     verthijdenisse een dachmael landt, gelegen onder Wesemael voerschreven opden Olivier, regenoten Dirick Bloms ter eenre,

     Guilliam Van Assche ter ijr., Jan Van Halbeeck ter iijr., d' Olivierstraete ter iiij. zijden, item een halff dachmael landt, oyck aldaer

     gelegen ontrent d' aertgat bijde Delle, regenoten derffgenamen Hendrick Bets ter eenre, mevrouwe Van Oyenbrugge ter ijr.,

     de pastorije van Wesemael ter iijr., den voetwech naer Vlaslaer ter iiij. zijden, wesende beyde de selve parceelen los, vrey ende

     eygen goet, expositis impositus est mr. Jan Rauvoet (present ende accepterende), soo voer sijn selven als oyck voer Cathlijn

      Janssens, sijne huysvrouwe, per mo. reddidit op eene voerdaene rente van sesse carolus guldens te xxen. stuyvers tstuck ende

     vijff gelijcke stuyvers erffelijcke rente, alle jaeren op date deser te verschijnen ende te betalen ende waer van den iersten valdach

     sal wesen opden xxvi. augusti xvic. vijffenvijfftich ende soo vervolgens van jaere tot jaere totte quytinge der selver toe, die sal

     moghen geschieden t' allen tijden alst die rentgelderen believen sal, ten twe reysen, elcke reyse mette rechte hellicht en.

     met volle rente tegens den penninck sesthien ende inder stadt wissele van Loven, los ende vrey van alle impositien, alreede

     innegestelt oft naermaels inne te stellen, te leveren tot behoeff vande voerschreven gehuysschen renthefferen, hunne erfven

     ende naercomelingen oft huns actie hebben., gelovende die voerschreven gehuysschen verobligeerde tsamen ende elck

     in solidum die selve rente van sesse guldens vijff stuyvers jaerlijcx telcken valdaege, wel ende loffelijck te betalen ende

     te leveren los, vrey ende tot behoeff als boven telcken valdach als schult met rechte verwonnen, obligan., submitten.

     ac renuncian. in forma, coram St. Victor, Willemaerts, xxvi augusti a. 1654.

     Blooms Damianus, () Wezemaal 26.04.1628 (g. De Coster Damianus en Kapellemans Ida),

     Blooms Nicolaus, () Wezemaal 16.01.1633 (g. Geerts Nicolaus en Bloems Catlijn),

     2. Blooms Andreas, () Wezemaal 21.09.1637 (g. Piaet Maria),

     x Wezemaal 16.11.1668 (g. Petrus Geerts en Joannes Crabben) met Krabbe Adriana, gezin en akte bij Crabbe (met dank aan Paul Peeters),

     Blooms Anna, () Wezemaal 14.09.1641 (g. Marissens Gerardus en Everaerdts Anna),

     Blooms Maria, () Wezemaal 29.03.1645 (g. Mijnaerts Joannes en Van Halbeeck Maria), x Wezemaal 01.06.1672 (g. Geerts Petrus en Bloems Andreas) met Lambertus De Metser,

 

Bloms Petrus, () Wezemaal 19.09.1596 (g. Petrus Stessens en Catharina Phlips),

 

Bloms Adrianus, () Wezemaal 01.11.1600 (g. Adrianus De Muijser en Catharina Vander Veeken), x Wezemaal 04.07.1627 (g. Blooms Hermannus, Bloom Joannes en Van Inthout Anthonius) met Ida Capellemans,

Hierbij (met dank aan Paul Peeters) een akte met vermeling van Adrianus Bloms zone Petrus en zijn vrouw Ida Cappellemans, inwoners van Wezemaal. We vernemen in de akte ook naast de voornaam ook de familienaam van zijn moeder, nl. Margaretha Leurentops (ook wel als Lorentops gekend), die op het ogenblik van de akte nog in leven is.

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 8253, folio 277r., akte dd. 12 augustus 1630.

Item n p(rese)ntie des heeren sch meyers en(de) den heeren schepenen van Loven naerbeschreven gestaen Adriaen Bloms soene wijlen Peeters, daer moeder aff is Margriete Leurentops, woonende onder Wesemaele, met consente, wille ende wete van Ida Cappellemans, sijn(e) huysvr(ouwe), gelovende deselve in dijen te hebben, dat sij desen ter manisse sal co(m)men lauderen en(de) approberen voor soe veele des noodich soude moeghen wesen, ende heeft opgedraeghen met behoorelijcke v(er)thijdenissen ierst de hellicht van eenen hoff, geleghen onder Wezemael aende plaetse aldaer opde zijde daermen naer Vuytthem gaet, regenoten van(de) selve hellicht tsheeren straete ter een(de)re, Jan Bloms ter tweedere en(de) Glaude Bloms ter vierdere zijden.

Item draeght alnoch op de hellicht van vijff vierendeelen lants, gelegen onder Wesemael v(oor)s(chreven onder de groeve, regenooten tsheeren bosch van Wesemael in twee sijden, den H(eyligen) Geest van Holsbeke ter derdere ende derffgen(aemen) Herman Leys ter iiiier. zijden.

Item noch een pleck lants, groot tsestich roeden, viertschoeff wesen(de), gelegen onder Wesemael v(oor)s(chreven) onder de v(oor)s(chreve) groeve, den H(eyligen) Geest van Holsbeke ter een(de)re, de pastoreye landt van Wesemael in twee zijden, alles opden belast met iiii cap(puynen) viii pennin(gen) Lovens tsheeren chijns en(de) alnoch een coppel kiecken(en), den v(oor)s(chreven) opdragere competeren(de) bij scheydinghe en(de) deylinghe, gepasseert voor wethouderen van Wezemael den vijffden september van(den) jaere 1629, expositis impositus est per monit(ionem) iure hereditario Lambrecht Janssens soene wijlen Jans, soe tot behoeff van hem selven als ten van Eva Roesbroeck, sijn(e) wettige huysvr(ouwe), quo facto idem reddidit terminis ende voorts meer op eene voortaene rente van drije guldens twee ende een(en) halffven stuyvers tsiaers te xx st(uyvers) tstuck den gul(den) en(de) den stuyver te drije plecken Brabants gerekent, loopen(de) munte, erffelijcke rente, alle jaere op date van desen te v(er)schijnen, waer van den iersten termijn van betaelinghe vallen ende v(er)schijnen sal den twelffsten dach augusti des toecomende jaers sesthien hondert eenendertich ende soe voorts van jaere te jaere totter affquytinghe toe, de welcke sal moeghen geschieden t' eender reyse teghen den penninck sesthiene en(de) met volle rente, al los gelts, aen en(de) ten behoeve der v(oor)s(creve) rentheffers en(de) naercomelingen oft actie van hem te hebbene, te leveren, geloven(de) die v(oor)s(chreve) opdraegere, hem sterckmaecken(de) voor de v(oor)s(chreve) zijne huysvr(ouwe) onder obligatie en(de) submissie van hunleden respective p(er)soonen ende goeden, beyde haeve ende erffve, present ende toecomende, met renunciatie van allen en(de) yegewelcke priviligien in forma, de v(oor)s(chreve) rente jaerelijx ten v(oor)s(chreven) valdage sonder p(re)judicie van des v(oor)s(chreven) is, wel, loffelijck en(de) p(er)sonnel(ijck) te betaelen en(de) te leveren ten behoeve der v(oor)s(chreve) gehuysschen binnen der stadts wissele van Loven, alles los en(de) vrije van xe;, xxe., ce., mindere oft meerdere penningen, impositien ofte exactien, alreede innegestelt oft naermaels inne te stellen in futur(um), telcken valdage als schult met recht v(er)wonnen, et casu quo alia et tantum, coram Schore, Leunckens, augusti xii., 1630.

     Uit dit huwelijk:

     Blooms Guillielmus, () Wezemaal 25.03.1628 (g. Keijsers Guillielmus en Capellemans Antonia),

     Blooms Anna, () Wezemaal 05.11.1630 (g. Blooms Johannes en Capellemans Anna),

     Blooms Maria, () Wezemaal 18.02.1634 (g. Keijsers Franciscus en Van Houij Maria),

     Blooms Joannes, () Wezemaal 06.12.1637 (g. Bloems Joannes iunior  en Bloems Joanna),

 

Bloms Andreas, () Wezemaal 16.08.1603 (g. Andreas Van Roest en Catharina Hogmans filia Colini),

 

Bloms Martinus, () Wezemaal 14.10.1605 (g. Marten Oemkens en Joanna Catharina Lemmens).

 


 

XII - Bloms Hermanus (S2804), () Wezemaal 11.02.1589 (g. Hermannus Leijs en Ida Reijnckens), x 1 Wezemaal 19.07.1615 (g. Claudius Blooms fratre en Theodoricus Van Vlasselaer vitrico sponsae tanquam testibus) met Van Inthout Catharina (S2805), () Wezemaal 07.02.1595 (g. Joannes Sweerts en Catharina Van Aerschot), (+) Wezemaal 20.03.1625, x 2 Wezemaal 12.01.1627 (g. Dnus Joannes Joannes ex Diest en Blooms Joannes) met Verhoeven Joanna, + Wezemaal 30.12.1635, x 3 Wezemaal 15.12.1639 (g. Smoors Christianus en Bloems Joannes) met Smoors Catharina.

 

Hierbij een akte (met dank aan Paul) met Hermannus Bloems en zijn vrouw Catharina Van Inthout. 

Bron : S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7508, folio 80r., akte dd. 23 oktober 1617.

Item in presen(tie) voors(creven) gestaen Matheus Crosse ende Elisabeth Grandseing, gehuysschen, woonen(de) onder Wesemael, per mo(nitionem) hebben opgedraegen met behoorlijcke v(er)thijdenisse een huys en(de) hoff met allen sijnen toebehoorten, tsaemen groot onderhalff dachmael, gelegen tot Overvelt onder Wesemael, regen(oten) sheeren straet ter eenre, eertijts Jan Van Geten en(de) nu Peeter Oyen ter iie., Jan Van In[t]hout ter iiie. en(de) Gielis De Winter ter iiiie. zijden, gelijck die voors(creve) gehuysschen derffve voors(creven) v(er)cregen hebben tegen Thomas De Neutere voor schepenen van Wesemael op den eersten meert 1611, exp(osito) soo is daerinne gegoydt en(de) geerft ten erffel(ijcken) rechte Herman Bloems, soo voer hem als voor Cathelijne Van Inthout, sijne huysvr(ouw)e, et satis die voors(creve) opdraegeren obligan(do), submitten(do) ac renun(tiando) in forma, et waras dat tvoors(creven) goet subiect is den peertskeur als op allent recht daerop vuytgaen(de), coram eisd(em).

 

Uit dit huwelijk:

 

1. Blooms Theodoricus, XI (S1402), () Wezemaal 05.04.1616 (g. Theodoricus Van Vlasselaer en Anna Verhulst),

 

Blooms Catharina, () Wezemaal 08.10.1617 (g. Joannes Blooms en Catharina Poertmans), x Wezemaal 16.06.1641 (g. Joannes Bloems en Petrus Peters) met Foblets Petrus,

Onderstaande akte met dank aan Paul Peeters.

Hieronder een schepenakte aangaande Peter Foblets (Fobelets) en Catharina Blooms (Bloms, Bloems).  Volgens die akte Peter Foblets de kleinzoon van Arnold (Aert) Van Aerschot.  Mogelijk werd hij gedoopt te Rotselaar op 05.02.1620 als zoon van Adrianus Fobelets en Joanna Van Aerschot (g. Petrus Van Eycken en Catharina De Muy).  Deze laatste zou dan de dochter zijn van Arnold Van Aerschot.

S.A.L., Inventaris Cuvelier, register nr. 7911 fol. 302r.

Condt sij eenen iegelijck dat in tegenwordicheyt der schepenen van Loven naergenoempt gestaen Arnoldus Glavimans naer vermoghen van speciaele procuratie, hier volgende ende geinsereert.

Op heden den negenthiensten septembris xvic. sevenenvijfftich comparerende voor mij notario, present die getuyghen naergenoempt, Peeter Foblets ende Cathlijn Bloms, gehuysschen, woonende tot Rotselaer, die welcke midts eene somme van hondert vijfftich guldens, bij hen ontfangen van joe. Anna en. Maria Anthonis dochteren wijlen Niclaes, begijnkens inden Ouden Begijnhove binnen Loven, hebben saemen ende elck van hen int besondert bekent aende selve, present ende dat accepterende, wel ende deughdelijck schuldigh te sijn negen guldens seven stuyvers eenen halven s' jaers, altijdt vallende St. Jansmisse, erffelijcke rente jaerelijcx wel ende loffelijck te betaelen ende inde stadts wissele van Loven, los ende vrije van alle impositien, exactien, innegestelt ende alnoch inne te stellen, te leveren ten behoeff der voors. renthefferessen, erffelijck in toecomende tijden, t' elcken jaere ende termijn als schult met recht verwonnen, ende om die selffve renthefferssen vande voors. rente ende jaerelijcxe betaelinge van desen noch bat te versekeren, soo hebben die voors. gehuysschen saemen ende elck in besonder geconsenteert, gelijck sij consenteren bij desen, int maecken van beleyde ende mainmise over alle ende iegewelcke henne goederen, meubule ende immeubule, present en. toecomende, ende signatelijck over de goeden hier volgende, ierst over huys ende hoff met het block daer achter aen liggende, groot een halff boender, gestaen bij de Drije Linden onder Rotselaer, regenoten s' heeren straete in twee sijden, Andries Dauwen ter derdere, Wauter Verheyden ter vierdere sijden, belast alleenelijck met ontrent drije guldens s' jaers, item over huys ende hoff tot Wesemael met een dachmael bosch daer achter aenliggende, regenoten den heere van Wesemael in twee sijden, de straete van voren ter derdere, item over een dachmael bempts onder Rotselaer inde Hallewije, regenoten Wauter Van Aerschot ter ie., Vrauwenperck ter ije., Guilliam Roesbroeck ter iije., belast met thien stuyvers aen Vrauwenperck voors., item alnoch over een dachwant bempts, gelegen aende Heyekant onder Rotselaer, eygen goet, genoempt d' Elst, regenoten de kercke van Wesemael ter ire., mijn heere Oppems ter ijre. ende iije., item over een dachmael landts opt Duerenvelt, belast met drije molenvaten corens aenden H. Geest van Rotselaer, regenoten de herbaene van Aerschot naer Loven ter ie., jor. van Grave ter ije. ende iije., Peeter Meulemans ter iiije. sijden, item over het derde paert in diversche parceelen van goederen, gelegen onder Lubbeeck, soo bosch, landt als weyde, groot saemen twee boenderen ende een halff, hem competerende vuyt den hooffde van sijnen grootvader Aert Van Aerschot, midts gaders int decreet der schepenen van Loven daer op te geven sonder dagement te derven doen op conditie vande voors. rente te moghen lossen, den penninck xvie., met volle rente t' eender reyse in permissien gelde ende tot effect van desen, soo hebben die voors. gehuysschen te saemen ende elck indivisum onwederoepelijcken geconstitueert, gelijck sij doen bij desen, ... [niet vermeld] ende elcken thoonder deser om in henne naemen te gaen voor meyer ende schepenen van Loven ende alle richters competent ende aldaer dese bekentenisse ende wes voors. is, te doen ende laeten vernieuwen met allen solemniteyten gerequireert, promittentes irrevocabiliter ratum obligando, ettha., aldus gedaen ende gepasseert binnen Loven inden voors. begijnhove ter presentie van sr. Joannes Van Panhuysen ende Joes. Bapta. Verelst als getuygen, tot desen versocht ende was onderteeckent Peeter Foblets onder stondt, dit is het marck van Cathlijne Bloms ende waeren noch onderteeckent J. Van Panhuysen en. B. Verelst, onder stondt mij present als notaris, ende was onderteeckent P. Van Meerbeeck, notaris, welcken volgende den voorschreven comparant heeft alhier vernieuwt ende gerepeteert die voormelde bekentenisse van negen guldens seven ende eenen halven stuyvers, hier vorens al breeder vermelt, gelovende, consenterende, pro ut latius ante, coram Horenbeke, Meys, xx septembris 1657.

N.B. : De akte werd doorgehaald en in de marge werd volgende tekst vermeld.

Is alhier gebleken vande originele quittantie van cassatie der rente van negen guldens 7 st. ende verloopen van dijen, staende onder het dobbel deser, waer van den teneur alhier is volgende ende luydt aldus.

Den ondergeschre. kenne voldaen te sijn vande erffgenaemen van Wauter ende Adriaen Van Aerschot, kenne van allen vande capitaelen ende den interest voldaen te sijn tot het jaer 1703 inclues ende was onderteeckent Anna Huts.

Aldus gecasseert bij den onderges. clerck desen 14 january 1704, quod attestor J. Lache.De quittantie is geschreven op behoorl. segel.

     Uit dit huwelijk:

     Foblets Joanna, () Wezemaal 08.04.1642 (g. Van Aerschot Joannes jr en Bloms Joanna),

     Foblets Maria, () Wezemaal 22.09.1644 (g. Bloms Joannes sr en Bloms Joanna),

     Foblets Petrus, () Rotselaar 18.04.1647 (g. Petrus ... en Catharina Verlinden),

     Foblets Anna, () Rotselaar 13.02.1650 (g. Joannes Jansens en Anna Vanden Panhuysen),

     Fobelets Elisabeth, () Rotselaar 01.12.1652 (g. Franciscus Van den Bosch n. Henricus Briers en Elisabeth Vander Elst),

     Foblets Catharina, () Rotselaar 10.11.1655 (g. Guilielmus De Pelsmacker en Catharina Foblets),

     Foblets Barbara, () Rotselaar 02.03.1660 (g. Arnoldus Maerschalx en Catharina Van Arschot),

 

Blooms Elijsabeth, () Wezemaal 12.11.1619 (g. Dionisius Van Inthout en Elijsabeth Berthauw),

 

Blooms Johanna, () Wezemaal 04.09.1621 (g. Adrianus Blooms en Johanna Mertens uxor Bortholomei Van Inthout), x Wezemaal 22.11.1643 (g. Hermannus Bloems en Antonius Vander Elst) met Joannes Vander Elst,

     Uit dit huwelijk:

     Vander Elst Joannes, () Wezemaal 10.01.1646 (g. Van Langendonck Joannes en Cuertens Joanna),

     Vander Elst Catharina, () Wezemaal 30.01.1648 (g. Van Inthout Petrus en Bloems Catharina),

 

Blooms Johannes, () Wezemaal 15.12.1623 (g. Bartholomeus Van Inthout en Anna Van Inthout),

 

Blooms Anna, () Wezemaal 13.03.1625 (g. Christianus Moors ex Peelt en Anna Bogaerts),

 

3. Bloems Joanna, () Wezemaal 17.01.1644 (g. Joannes Meijnteneers en Joanna De Beer),

 

Bloms Joannes, () Wezemaal 10.10.1645 (g. Joannes Mijnarts sr en Maria Van Inthout),

 

Bloems Maria, () Wezemaal 18.08.1647 (g. Petrus Van Keulen en Maria Stenlaerts).

 


 

XI - Blooms Theodoricus (S1402), () Wezemaal 05.04.1616 (g. Theodoricus Van Vlasselaer en Anna Verhulst), x Wezemaal 28.10.1640 (g. Joanna Van Inthout en Petrus Vanden Schrieck ex Alijs) met Anna Vanden Panhuijs (S1403), () Wezemael 07.04.1621 (g. Joannes Van Herk en Anna Vanden Panhuijs).

 

Onderstaande akte met dank aan Paul Peeters.

BRON : S.A.L, Inventaris Cuvelier, register nr. 7918, folio 475v, akte dd. 16.08.1666.

     Transcriptie.

 

Item in tegenwoerdicheyt der heeren

schepenen van Loven naergenoempt

gestaen Dierick Bloems, innegeseten

van Wesemale, sone wijlen Hermans,

den welcken heeft geemancipeert ende

wettelijcken vuyt sijnen broode gedaen

Michiel, Peeter, Adriaen, Hendrick,

Emerentiana, Barbara ende Elisabeth

Bloems, sijne kinderen, die welcke hij

verweckt heeft van met Anna Vanden

Panhuyse, sijne huysvrouwe, quo facto

Wouters reconduxit, coram De Rijcke

et St. Victor, xvi augusti a. 1666.

J. De Rijcke.                                                M. Peeters.

 

Nog aktes Vanden Panhuijs.

 

Uit dit huwelijk:

 

Bloems Emerantia, () Wezemaal 01.11.1640 (g. Gregorius Vanden Panhuijsen en Emerantia Vanden Panhuysen), x 1 met Henricus Verlanen, x 2 Wezemaal 05.08.1670 (g. Theodorus Bloems en Bartholomeus Geerts) met Guilielmus Meijs, geen fii te Wez, Rot,

 

Bloms Michael, () Wezemaal 18.01.1643 (g. Michael Wiggers en Elysabeth Van Inthout),

 

Bloems Georgius, () Wezemaal 26.02.1645 (g. Georgius Leups en Maria Van Herck),

 

Bloems Helena, () Wezemaal 24.02.1647 (g. Godefridus Vanden Panhuijsen en Helena Vanden Panhuijsen),

 

Bloems Petrus, () Wezemaal 03.12.1648 (g. Dionysius Van Inthout en Anna Van den Panhuijs),

 

Bloems Adrianus, () Wezemaal 30.04.1651 (g. Guilielmus Meijs en Adriana Montens),

 

Bloems Barbara, () Wezemaal 30.04.1651 (g. Petrus Vanden Schrieck en Barbara Claes),

 

Bloms Henricus, () Wezemaal 21.02.1655 (g. Henricus De Brier en Anna Vermeulen),

 

Bloms Barbara, () Wezemaal 24.05.1657 (g. Andreas Van Inthout loco Andreas Cranevelt en Barbara Van Langendonck), x Wezemaal 19.11.1677 (g. Van Aerschot Joannes en De Bloem Petrus) met Van Aerschot Gisbertus,

     Uit dit huwelijk:

     ... geen andere fii in Wez, W, Rot, DD,

     Van Arschot Emerantiana, () Wezemaal 18.03.1691 (g. Geerts Petrus en Blooms Emerantiana),

 

Bloems Elisabeth, X (S701), () Wezemaal 06.12.1658 (g. Franciscus Willems en Elisabeth Wiggers).

 


 

X - Servranckx (Servrancx - Cervrancx - Vranckx - Vrancx) Joannes (S700), () Leuven St.-Gertrudis 25.08.1675, + Werchter 06.02.1733, x Werchter 25.10.1699 (g. Crabbe Henricus, Van Leemputte Isaac, Van Roest Arnoldus en Tillecos Joannes) met Bloems Elisabeth (S701), () Wezemaal 06.12.1658 (g. Franciscus Willems en Elisabeth Wiggers).

 

Uit dit huwelijk:

 

Servrancx Egidius, IX (S350), () Werchter 12.03.1700 (g. Faiaerts Egidius en Crabbe Anna),

 

Servranckx Maria, () Werchter 14.06.1702 (g. Servranckx Ludovicus en Van den Bolck Maria), x 1 Werchter 18.01.1732 met Van Meerbeeck Guilielmus, x 2  Werchter 01.11.1733 met Wouters Martinus,

     Uit dit huwelijk:

     1. Van Meerbeeck Arnoldus, () Werchter 11.06.1733 (g. Vervoort Arnoldus en Servrancx Barbara),

     2. Wouters Elisabeth, () Werchter 25.10.1735 (g. Wouters Joannes en Bloems Elisabeth n. Crab Elisabeth),

     Wouters Anna Catharina, () Werchter 27.06.1739 (g. Wouters Petrus en Uijtterhoeven Catharina),

     Wouters Anna Maria, () Werchter 25.12.1744 (g. Boschmans Henricus en Verhoeven Maria),

 

Vranckx Joanna Catharina, () Werchter  13.05.1706 (g. Servranckx Joannes en Servranckx Catharina),

 

Servranckx Joannes, () Werchter 02.03.1709 (g. Van Roest Arnoldus nomine Servranckx Joannes en Crab Catharina).

 

Terug naar startpagina Terug naar startpagina stamboom