|
ACHTER DE KERKHOFMUUR |
Allerheiligen stond terug voor de deur en voor de
zoveelste keer trok ik terug naar het kerkhof.
Niet de dag zelf want dan vindt ik het te druk en ook omdat ik vaak aan
graven stop van mensen die ik ooit in het straatbeeld zag.
Buiten mijn goeie vriend “Rogéke” zou ik zelfs niet weten wie ik er nog moet
bezoeken.
Moeder is verleden jaar na tien jaar weggehaald van het kerkhof van Dilbeek
en grootvader langs moeders kant is ook al een paar jaar weg van het kerkhof
van Deftinge.
Ja, het lijkt wel of de dood niet eeuwig is en op zekere dag verhuist naar
ik weet niet waar.
Verweesd loop ik dan maar de verschillende kerkhoven af op zoek naar de
gewone mens voor wie het leven plots stopte.
Traag stap ik over de kiezelsteentjes van graf tot graf en lees er de namen
van de overledene die zoveel verdriet achterlieten bij deze die hier met
Allerheiligen zullen komen te staan.
Maand na maand zie ik hier nieuwe gezichten liggen, oude gekenden uit het
straatbeeld.
Hoewel, oud is niet het juiste woord want vaak verschiet ik wanneer ik de
geboortedatum lees en ontdek dat sommigen veel jonger waren dan mezelf.
Jonge mensen waar ik me vaak de vraag stel of het nu door ziekte of een
ongeluk was.
Onlangs nog was ik op een begrafenis van een meisje van 26 jaar waar het
leven in feite nog moest beginnen en toch…toch is ook voor haar het leven
plots gestopt.
Het duurt dan een fractie van een seconde om te beseffen dat het morgen ook
mijn beurt kan zijn en dat ik in feite al veel geluk heb gehad als ik al het
jonge leven hier zie liggen.
Aangekomen bij het graf van “Rogéke” neem ik wat meer tijd, in mijn fantasie
stap ik even terug in de tijd en haal al die mooie herinneringen terug voor
ogen.
De periode dat we elkaar leerden kennen, de dagen dat we een pintje dronken
en dat we probeerden figuurtjes te blazen met de rook van onze sigaren.
De gewone man die ’s morgens zijn hand opstak om mij te begroeten voor ik
naar het werk vertrok.
Onze gesprekken waar we vaak de ernst achterwege lieten omdat het leven zo
al serieus genoeg was.
Telkens als ik zo voor zijn graf sta ga ik zodanig op in mijn fantasie dat
ik met “Rogéke” begin te spreken en mijn stem zowel de vragen stelt als de
antwoorden geeft.
Minuten kan ik naar zijn foto kijken waar hij nog zo levendig opstaat.
-Awel manneke, ’t is lang geleden dat ik u nog eens gezien heb!
-Euh…ja Rogéke, ni veel tijd hé man.
-Wablieft, gij niet veel tijd,ge werkt toch nog aan de staat?
-Euh…ja ja, maar ge weet hoe dat gaat hé, het werk, de kinderen, mijn lief
en…
-Ja ja ’t is al goed ik ben blij dat ik u nog eens zie.
-Ge hebt precies al veel nieuwe geburen gekregen.
-Ja, de dood is geen seizoenartikel en dus is er hier wel regelmatig
beweging hé.
-Ja jong, mijnen bompa zijn graf is ondertussen al weg en ook dat van mijn
moeder en dus zijt ge nog de enigste bij wie ik op bezoek kom.
-Het voornaamste chauffeurke is dat ge er nog aan denkt.
-Ja, dat wel.
Maar zelfs in mijn fantasie moet ik opletten hoe diep ik het gesprek voer om
geen krop in mijn keel te krijgen of tranen in mijn ogen.
-Awel manneke, ge staat daar zo stil, weet ge niet meer wat zeggen?
-Euh…ja ja.
-En hebt ge geen bloemeke mee om op mijn graf te zetten?
-Euh…oei, nee maar ik zal na Allerheiligen eens terugkomen met ne pot
chrysanten.
-Nee, laat dat maar zo want met Allerheiligen zullen er hier genoeg potten
op mijnen buik staan en af en toe waait er al eens ene van bij mijne gebuur
tot bij mij.
-Allé, als ge aandringt zal ik dan ook geen kosten doen hé.
-Nee, kom af en toe eens langs dat doet mij veel meer plezier.
Vaak stopt mijn fantasie als ik iemand anders over het kerkhof hoor lopen en
dan is ook het gesprek ten einde.
Ik kijk nog eens naar de foto en zet dan mijn wandeling verder om iets
verder beleefd te knikken naar de andere bezoekers.
Na een halve eeuw hier te hebben rondgelopen op de wereldbol krijgen vele
graven een andere betekenis omdat sommige personen wel één of andere plaats
hebben in onze herinneringen.
De groenteboer die ooit in Gemeldorp een groentewinkeltje had en een
leeftijdsgenoot die ooit met mij in de kleuterschool zat.
Een paar klanten die vroeger in het café rechtover mijn deur kwamen en zelfs
een paar buren.
En dan zijn er de tantes en nonkels langs moeders kant waar we vroeger samen
Nieuwjaar mee vierden en ook tante Amandine die een strenge en gierige
stempel kreeg.
En of het nu Allerheiligen is of een andere dag, elk graf brengt bij mij de
herinneringen van vroeger tot leven waar elke persoon met eerbied terug zijn
plaats inneemt.
Hoe ouder ik wordt hoe meer ik eraan denk en vaak zit ik te denken dat ook
ik hier een dag zal liggen.
Soms ben ik zelfs opzoek naar een plaatsje waar ik graag zou liggen, ja ik
ben nogal kieskeurig.
Liefst niet aan de ingang want daar trekt het teveel als de wind over de
velden waait.
Nee, achteraan tegen de kerkhofmuur waar ze nu in Deftinge een bank gezet
hebben.
Ja, naast een bank waar de gewone mens naast mij zou kunnen komen zitten om
een klapke te doen over vroeger.
Achter de kerkhofmuur waar aan de ene kant de koeien grazen en aan de andere
kant de dood rust.
Dicht bij de zusters van het klooster en zoveel anderen die geen vreemden
zijn op een klein kerkhof waar iedereen elkaar kent.
En dan maar hopen dat ook mijn kinderen eens op bezoek komen want als ik
sommige graven zie besef ik maar al te goed dat ook de dood eenzaam kan
zijn.
Och…gehaast ben ik nu ook weer niet, ’t is maar dat men nooit weet wanneer
men de grens van leven en dood oversteekt om Allerheiligen te vieren.
’t Zijn die momenten waar ik terugdenk aan de woorden van bompa en mijn
moeder die ooit vertelden dat ze van ginder boven over mij en de kinderen
zouden waken.
Ja, daarom dat men door simpele woorden zijn geliefden niet vergeet!
Groeten chauffeurke

Terug naar 'Lierde onder de pen'
Terug naar homepage Lierde Online