Een
cursiefje van 27. maart 2001;
Ik schreef het op een tuinforum en vond het onlangs terug,
even meegenieten ?
Het
merelpaar,
Sinds enkele dagen vliegen en huppelen ze zich in de kijker.
Ik hou ze dan ook in de gaten. Ze hebben voor elkaar gekozen,
zoveel is duidelijk, al zijn ze reeds over de eerste verliefdheid
heen.
gedownload,
met dank
Bouwplannen hebben ze, zoals elke rechtgeaarde merel,
maar ze zijn er wel erg vroeg bij. Mijnheer zit op uitkijk,
zijn veren gepoetst tot blinkend zwart satijn en zijn
gele snavel is kleur op kleur met enkele paasbloemen
in de buurt.
Terwijl haar echtgenoot zich laat bewonderen boven op
de geknotte wilg, is Mevrouw voortdurend in de weer.
Ze scharrelt om en rond onze woning, naarstig op zoek
naar het ideale bouwmateriaal. En al lijkt onze tuin
het geschikt materiaal te leveren, toch bouwt ze haar
nest aan de andere kant van de schutting. Je kan het
haar moeilijk kwalijk nemen, daar is immers het zuiden.
Lieve mevrouw Merel ik wens je veel sukses met je aanstaande
kroost. 't Is te hopen dat manlief de (op)voeding mee
ter harte zal nemen.Want nu zie je er nog fris en monter
uit. Laat dat zo blijven !
Trek eens aan zijn veren, de tijd dat huishouden
alleen een vrouwen-zaak was is lang voorbij.
herschreven 3 februari 2004
Met
pijn in het hart meld ik dat Frido ons enige dagen
geleden heeft verlaten
en naar het Vaderhuis is weergekeerd.
Op 13 maart ll. gaf hij nog
toestemming om gedichtjes van zijn hand,
die reeds eerder verschenen,
ook in mijn webpagina op te nemen.
Verdrietig
om zijn heengaan
maar in dankbare herinnering,
zal ik dat zeker doen.
ria
- mei 2005
Was
dit misschien een testament van Frido?
Als
ik morgen dood zou zijn
op stap naar de vergetelheid
ontvouw dan uit m'n stijf geworden handen
het woord, dat ik nooit heb uitgesproken
en bewaar het in een doek
geweven met sterke draden
van goedheid en van vrede
want niemand hoeft te weten wie ik was
ik, die nu vecht voor
wat liefde en wat leven
maar morgen dood kan zijn.
Uit
mijn schoendoos - bij een blik naar de kalender
Frido
POEZIE
van FRIDO
woensdag
4 mei 2005
Zojuist kreeg ik van Bomi (van senniorennet) per email
dit leuke verhaal toegestuurd. Met alle plezier plaats ik
het hier op mijn webpagina. Ik dank Bomi hartelijk om dit
te willen delen, en aan de lezer veel lees- en kijkgenot.
ria
‘n
Paar jaar geleden hebben we als opvanghuis gediend voor
'n familie merels. 't Was bijna zomer, regelmatig vlogen
er vogels af en aan. Niks speciaal hier, we wonen vrij groen.
Drie halfronde bloembakken met geraniums, hingen aan de
houten schutting onder het afdak. Opvallend was dat ze altijd
richting tweede bloembak vlogen. Dat was hun doel. Zéér
raar vonden we, tot we zagen dat er met droog gras en takjes
werd gesleurd ‘ Ze gaan nest maken, 't zijn merels.‘
zei mijn man. Denk je dat? Ja we zagen het, regelmatig ging
er ééntje in de bak zitten, zat er met het
ganse lijf te draaien, maakte zich zó een klein kuiltje.
De bodem was er al, met de rest werd een mooi stevig nest
gebouwd.
Wij, heel stilletjes op het terras, volgden de bouwwerken.
Een paar dagen later nog vóór 't ontbijt,
ook voor ons was die bloembak nu iets speciaals geworden,
kwam mijn man binnen ‘ er liggen drie eitjes in dat
nest ‘ Nieuwsgierig, een kijkje nemen, het doet je
wat, je hebt het voordien nooit gezien. Ja wel eens op foto
maar nooit echt, op je eigen terras, in je eigen bloembak.
Je wordt er een beetje stil van. Er lagen echt drie blauwachtig
gekleurde eitjes. Regelmatig eens gaan zien, ja hoor ze
zat er, moeder merel. Haar kopje, voor ons net zichtbaar,
tussen twee grote roze bloemen. Nog nooit denk ik, heeft
‘n vogel zo'n mooi decor voor z'n nest gehad. Zolang
je in de keukendeur bleef staan gebeurde er niets, kwam
je een paar passen dichterbij hief ze het kopje met een
onderzoekende blik van ‘wat moet dat mens hier? ‘
De volgende dag waren ‘t al vijf eitjes. Ondertussen
waren we al zo ver dat we rustig aan de tuintafel konden
zitten terwijl zij zat te broeden. Gewoon praten ging ook,
we waren goedgekeurd, geaccepteerd. Alléén
wanneer mijn man ietsje te hard een blad van de krant omsloeg
vloog ze op. Ze ging dan op de schutting zitten wachten
tot het weer veilig was, kwam dan terug. Zij werd zo eigen
dat ik rustig de andere planten kon begieten zonder dat
ze opvloog. Je wil dat volgen er niets van missen. Grote
verwondering toen ik haar zag wegvliegen met een ei dat
aan haar bek geprikt hing. We controleerden het nest, nog
vier eitjes. Plaatsgebrek? Natuurlijke selectie? We wisten
het niet.
Het broeden ging gewoon verder. 'n Tijdje later, hoorden
we een licht gefezel uit het nest komen, piepen kon je het
nog niet noemen. Al die tijd was de vader op 'n afstand
gebleven, waakzaam oplettend! Vrouwtje vloog weg, hij kwam
op het nest zitten krijsen, verdediging en angst samen.
Zo was het vrouwtje terug, vloog hij altijd naar hetzelfde
paaltje, zijn uitkijkpost. Hij hield ons nauwlettend in
de gaten. Wat kan zo'n vogel denken? Misschien was hij wel
verbaasd over mijn witte veren. Hij vond ons denkelijk even
interessant als wij hen. Stond er één van
ons recht vloog hij reclamerend, veilig in een grote boom.
Moeder deed ondertussen wat ze moest doen, zij wist wel
beter. Voor haar waren we OK. De volgende dag zagen we moeder
wegvliegen met een vogeltje in de bek. Waar heeft ze het
gebracht, wat heeft ze ermee gedaan ? Waarom? Vragen en
nog eens vragen. We konden er alleen maar naar raden.
Nog eens goed gekeken, nog drie vogeltjes, met te grote
wiebelende kopjes en opengesperde bekjes. Het werden al
vlug drie fatsoenlijke vogels, ze begonnen zelfs al pogingen
te doen op te vliegen, even vlug vielen ze weer in 't nest.
Het voederen ging om beurten, de dag lang. Moeder bracht
de nacht door op 't nest, vader in zijn boom. 's Morgens
was de voederpartij lang bezig vóór wij beneden
kwamen. Het ogenblik kwam dat er al eens ééntje
op de kant van 't nest ging zitten kwetteren. De tijd was
er rijp voor, het uitvliegen kon beginnen. Moeder zat op
het grasperk, trippelde parmantig rondjes, herhaalde steeds
hetzelfde lokkende liedje. Het jong op de kant, fladderde
wel fel met de vleugels, was niet van plan het veilige nest
te verlaten. Uren heeft die lokpartij geduurd. En Ja het
lukte, dapper vloog ‘t naar de moeder, landde wel
een beetje raar, verstopte zich in de struiken. Dat was
er al één. Het tweede hebben we niet gezien,
de volgende morgen was er nog maar ééntje
Dat laatste is een verhaal op zich, een melodrama. Het jong
op de kant van het nest doodsbang, moeder allerlei geluidjes
makend vloog weg en weer. Hij of zij vertikte het gewoon,
veel gefladder en angstig gepiep dat was alles. We zagen
iets wat ik zelf niet zou geloven moest een ander het vertellen.
De schutting waar de bak aanhing stond tussen ons en de
buren. Moeder was van tactiek veranderd, ze ging nu aan
de kant van de buren aan de planken hangen. Ze begon met
de snavel over en weer te schrapen, net op de plek waar
de bak hing, ondertussen allerlei piepgeluiden makend .
Het jong was nu helemaal van slag, wist niet waar naartoe
of wat aangevangen, hoorde zijn moeder, rook ze misschien
wel maar zag ze niet. Een lange tijd ging dat zo verder,
moeder had er ineens genoeg van. Ze kwam weer naar het nest
plaatste zich naast het jong op de rand, gaf er met haar
lijf een duw tegen, 't jong ging over boord.
Het beestje is niet gevallen, kreeg ineens zijn natuurlijke
reflex en vloog weg tussen het groen, gevolgd door de moeder.
Voor ons 'n onvergetelijke gebeurtenis! Bomi



|