NEVELS en SEIZOENEN in TUIN en NATUUR

 

maak uw keuze

poëzie eigen werk
2005 - 2006
13. 14. 16. 17. 18.
19. 20. 21. 22. 23.
24. 25. 26.

muziek klik hieronder

 

 

 

 

 

 

 

Seizoenen - ieder jaar opnieuw !

 

lente 2004 - Obidos - Portugal

 

 

 

 

 

 

 

hit counter html code

 

 

Een cursiefje van 27. maart 2001;
Ik schreef het op een tuinforum en vond het onlangs terug, even meegenieten ?

Het merelpaar,

Sinds enkele dagen vliegen en huppelen ze zich in de kijker. Ik hou ze dan ook in de gaten. Ze hebben voor elkaar gekozen, zoveel is duidelijk, al zijn ze reeds over de eerste verliefdheid heen.


gedownload,
met dank



Bouwplannen hebben ze, zoals elke rechtgeaarde merel, maar ze zijn er wel erg vroeg bij. Mijnheer zit op uitkijk, zijn veren gepoetst tot blinkend zwart satijn en zijn gele snavel is kleur op kleur met enkele paasbloemen in de buurt.
Terwijl haar echtgenoot zich laat bewonderen boven op de geknotte wilg, is Mevrouw voortdurend in de weer. Ze scharrelt om en rond onze woning, naarstig op zoek naar het ideale bouwmateriaal. En al lijkt onze tuin het geschikt materiaal te leveren, toch bouwt ze haar nest aan de andere kant van de schutting. Je kan het haar moeilijk kwalijk nemen, daar is immers het zuiden.
Lieve mevrouw Merel ik wens je veel sukses met je aanstaande kroost. 't Is te hopen dat manlief de (op)voeding mee ter harte zal nemen.Want nu zie je er nog fris en monter uit. Laat dat zo blijven !

Trek eens aan zijn veren, de tijd dat huishouden alleen een vrouwen-zaak was is lang voorbij.

herschreven 3 februari 2004

 



 

 

 

 

 


 

 

 

 

Met pijn in het hart meld ik dat Frido ons enige dagen
geleden heeft verlaten
en naar het Vaderhuis is weergekeerd.
Op 13 maart ll. gaf hij nog
toestemming om gedichtjes van zijn hand,
die reeds eerder verschenen,
ook in mijn webpagina op te nemen.

Verdrietig om zijn heengaan
maar in dankbare herinnering,
zal ik dat zeker doen.

ria - mei 2005

 


 

Was dit misschien een testament van Frido?

 

Als ik morgen dood zou zijn
op stap naar de vergetelheid
ontvouw dan uit m'n stijf geworden handen
het woord, dat ik nooit heb uitgesproken
en bewaar het in een doek
geweven met sterke draden
van goedheid en van vrede
want niemand hoeft te weten wie ik was
ik, die nu vecht voor
wat liefde en wat leven
maar morgen dood kan zijn.

 

Uit mijn schoendoos - bij een blik naar de kalender
Frido

 

POEZIE van FRIDO

 


 

woensdag 4 mei 2005


Zojuist kreeg ik van Bomi (van senniorennet) per email dit leuke verhaal toegestuurd. Met alle plezier plaats ik het hier op mijn webpagina. Ik dank Bomi hartelijk om dit te willen delen, en aan de lezer veel lees- en kijkgenot. ria

‘n Paar jaar geleden hebben we als opvanghuis gediend voor 'n familie merels. 't Was bijna zomer, regelmatig vlogen er vogels af en aan. Niks speciaal hier, we wonen vrij groen. Drie halfronde bloembakken met geraniums, hingen aan de houten schutting onder het afdak. Opvallend was dat ze altijd richting tweede bloembak vlogen. Dat was hun doel. Zéér raar vonden we, tot we zagen dat er met droog gras en takjes werd gesleurd ‘ Ze gaan nest maken, 't zijn merels.‘ zei mijn man. Denk je dat? Ja we zagen het, regelmatig ging er ééntje in de bak zitten, zat er met het ganse lijf te draaien, maakte zich zó een klein kuiltje. De bodem was er al, met de rest werd een mooi stevig nest gebouwd.
Wij, heel stilletjes op het terras, volgden de bouwwerken. Een paar dagen later nog vóór 't ontbijt, ook voor ons was die bloembak nu iets speciaals geworden, kwam mijn man binnen ‘ er liggen drie eitjes in dat nest ‘ Nieuwsgierig, een kijkje nemen, het doet je wat, je hebt het voordien nooit gezien. Ja wel eens op foto maar nooit echt, op je eigen terras, in je eigen bloembak. Je wordt er een beetje stil van. Er lagen echt drie blauwachtig gekleurde eitjes. Regelmatig eens gaan zien, ja hoor ze zat er, moeder merel. Haar kopje, voor ons net zichtbaar, tussen twee grote roze bloemen. Nog nooit denk ik, heeft ‘n vogel zo'n mooi decor voor z'n nest gehad. Zolang je in de keukendeur bleef staan gebeurde er niets, kwam je een paar passen dichterbij hief ze het kopje met een onderzoekende blik van ‘wat moet dat mens hier? ‘ De volgende dag waren ‘t al vijf eitjes. Ondertussen waren we al zo ver dat we rustig aan de tuintafel konden zitten terwijl zij zat te broeden. Gewoon praten ging ook, we waren goedgekeurd, geaccepteerd. Alléén wanneer mijn man ietsje te hard een blad van de krant omsloeg vloog ze op. Ze ging dan op de schutting zitten wachten tot het weer veilig was, kwam dan terug. Zij werd zo eigen dat ik rustig de andere planten kon begieten zonder dat ze opvloog. Je wil dat volgen er niets van missen. Grote verwondering toen ik haar zag wegvliegen met een ei dat aan haar bek geprikt hing. We controleerden het nest, nog vier eitjes. Plaatsgebrek? Natuurlijke selectie? We wisten het niet.
Het broeden ging gewoon verder. 'n Tijdje later, hoorden we een licht gefezel uit het nest komen, piepen kon je het nog niet noemen. Al die tijd was de vader op 'n afstand gebleven, waakzaam oplettend! Vrouwtje vloog weg, hij kwam op het nest zitten krijsen, verdediging en angst samen. Zo was het vrouwtje terug, vloog hij altijd naar hetzelfde paaltje, zijn uitkijkpost. Hij hield ons nauwlettend in de gaten. Wat kan zo'n vogel denken? Misschien was hij wel verbaasd over mijn witte veren. Hij vond ons denkelijk even interessant als wij hen. Stond er één van ons recht vloog hij reclamerend, veilig in een grote boom. Moeder deed ondertussen wat ze moest doen, zij wist wel beter. Voor haar waren we OK. De volgende dag zagen we moeder wegvliegen met een vogeltje in de bek. Waar heeft ze het gebracht, wat heeft ze ermee gedaan ? Waarom? Vragen en nog eens vragen. We konden er alleen maar naar raden.
Nog eens goed gekeken, nog drie vogeltjes, met te grote wiebelende kopjes en opengesperde bekjes. Het werden al vlug drie fatsoenlijke vogels, ze begonnen zelfs al pogingen te doen op te vliegen, even vlug vielen ze weer in 't nest. Het voederen ging om beurten, de dag lang. Moeder bracht de nacht door op 't nest, vader in zijn boom. 's Morgens was de voederpartij lang bezig vóór wij beneden kwamen. Het ogenblik kwam dat er al eens ééntje op de kant van 't nest ging zitten kwetteren. De tijd was er rijp voor, het uitvliegen kon beginnen. Moeder zat op het grasperk, trippelde parmantig rondjes, herhaalde steeds hetzelfde lokkende liedje. Het jong op de kant, fladderde wel fel met de vleugels, was niet van plan het veilige nest te verlaten. Uren heeft die lokpartij geduurd. En Ja het lukte, dapper vloog ‘t naar de moeder, landde wel een beetje raar, verstopte zich in de struiken. Dat was er al één. Het tweede hebben we niet gezien, de volgende morgen was er nog maar ééntje Dat laatste is een verhaal op zich, een melodrama. Het jong op de kant van het nest doodsbang, moeder allerlei geluidjes makend vloog weg en weer. Hij of zij vertikte het gewoon, veel gefladder en angstig gepiep dat was alles. We zagen iets wat ik zelf niet zou geloven moest een ander het vertellen. De schutting waar de bak aanhing stond tussen ons en de buren. Moeder was van tactiek veranderd, ze ging nu aan de kant van de buren aan de planken hangen. Ze begon met de snavel over en weer te schrapen, net op de plek waar de bak hing, ondertussen allerlei piepgeluiden makend . Het jong was nu helemaal van slag, wist niet waar naartoe of wat aangevangen, hoorde zijn moeder, rook ze misschien wel maar zag ze niet. Een lange tijd ging dat zo verder, moeder had er ineens genoeg van. Ze kwam weer naar het nest plaatste zich naast het jong op de rand, gaf er met haar lijf een duw tegen, 't jong ging over boord.
Het beestje is niet gevallen, kreeg ineens zijn natuurlijke reflex en vloog weg tussen het groen, gevolgd door de moeder.
Voor ons 'n onvergetelijke gebeurtenis! Bomi