|
Toen
het lichaam werd gemaakt, wilden alle lichaamsdelen de baas worden.
De
hersenen zeiden: omdat wij alles beheersen en al het denkwerk doen, vinden wij
dat wij de baas moeten zijn.
De
handen zeiden: Omdat wij al het werk moeten doen om het geld te verdienen om
jullie te onderhouden, vinden wij dat wij de baas moeten zijn.
De
ogen zeiden: Omdat wij voor jullie allemaal moeten kijken en jullie moeten
vertellen waar het gevaar loert, vinden wij dat wij de baas moeten zijn.
En
zo ging het ook met het hart, de longen, de oren en de voeten, totdat op het
laatst de lul sprak. Ook deze eiste de baas te worden. Alle andere lichaamsdelen
lachten om het idee dat de lul de baas zou zijn.
De
lul werd nijdig en blokkeerde zichzelf en hij weigerde te functioneren. Al gauw
gingen de hersenen pijn doen, de ogen scheel staan, de voeten werden week, de
handen slap en het hart en de longen worstelden om door te gaan.
Totdat
alle lichaamsdelen de hersenen smeekten om de lul de baas te laten worden. En
dat gebeurde. Alle lichaamsdelen deden het werk en de lul speelde rustig de baas
en produceerde een hoop gezeik.
De
moraal van dit verhaal: je moet geen hersenen hebben om baas te zijn, maar je
moet wel een lul zijn!
|