Geschiedenis van het Asseneeds KrekengebiedHet Krekengebied vertelt ons een verhaal van de mens en zijn gevecht tegen de zee, tegen dijkdoorbraken en overstromingen. Vanaf de 12de eeuw kwam het krekengebied in een greep van zware zeeoverstromingen. Vóór het ontstaan van de huidige benedenloop van de Westerschelde in 836, konden de noordwesterstormen immers niet zo ver landinwaarts dringen. Het gebied, dat niet door duinengordels beschermd was, kende de ene na de andere catastrofale overstroming, waarbij telkens nieuwe lagen marien zand en klei op de dekzanden werden afgezet. Bij deze overstromingen werden delen van het landschap uitgeschuurd door de verwoestende kracht van het water. De hierdoor gevormde kreken en greppels vulden zich met zilt water.
Turfsteken Vooral de waterstanden van 1377 en 1404 waren erg hoog. In het gebied van de Vier Ambachten verdronken verschillende dorpen bij de overstroming van 1377. Enkele van deze dorpen werden later terug opgetrokken onder een andere naam. Grote kloosterorden kwamen zich vanaf de 12de eeuw in het gebied vestigen om het in beheer te nemen. Monniken en broeders werden financiers en uitvoerders van grote werken die zouden leiden tot de ontginning van een rijke en vruchtbare streek. Toen er op het einde van de 12de eeuw in de steden een grotere behoefte aan brandstof ontstond, werden de moeren (veengebieden) economisch bijzonder interessant. De grootgrondbezitters organiseerden grootschalige ontginningen van de veenlagen. Er ontstonden nieuwe nederzettingen voor turfstekers en daarnaast werd ook aan zoutwinning gedaan. Na de overstromingen van de 14de eeuw, die onder andere te wijten waren aan de verwaarlozing van de dijken als gevolg van het voortdurende politieke gekrakeel, werd het turfsteken een gevaarlijke zaak. Toch ging het nog enkele eeuwen op een kleine schaal door.Jan Zonder Vrees bouwt Lansdijk Tijdens stormvloeden werden de turfkuilen verder uitgeschuurd. Na de catastrofale overstroming van 1404, de Sint-Elisabethsvloed, werden de bestaande dijken versterkt. Pas in 1530 bouwde men de eerste zeeweringen en binnendijken en werd de herovering van het verdronken land ingezet. Hierbij dient vooral de Graaf-Jansdijk vermeld te worden, deze liep van Grevelingen langs de kust tot in Antwerpen. Hij ontstond omstreeks 1400 uit de samenvoeging van verschillende kleinere dijken en wordt toegeschreven aan Jan zonder Vrees. Tot in de 17de eeuw bleef hij de zeedijk of 'lansdijk' zoals men hem noemde. De vroegere uitgediepte turfputten bleven in het landschap achter als grillige kreken. Tijdens de 15 de eeuw verschenen ook andere ontginners ten tonele. Welgestelde patriciërs uit grote steden als Gent en Brugge bevorderden het aanleggen van dijken. De kloosters hadden inmiddels een deel van hun macht prijsgegeven. Stukken vruchtbare kleigrond werden op de Schelde veroverd en de polders werden gestadig uitgebreid.Asseneedse Haven In de 16de eeuw beschikte Assenede over een haven die via de Vliet, een bescheiden havengeultje, in verbinding stond met de toen veel grotere Braakmanbaai. Platbodemschuitjes vervoerden graan, vlas, meel, zout, e.a. Het haventje ging teloor en er is weinig dat nog aan dat verleden herinnert. De voormalige havengeul wordt nu nog door de Hollekensdijk en Smoutersdijk begrensd. In het midden van de vroegere geul loopt de Vlietbeek. Vlakbij de Scheurhoekdijk bevindt zich nog wel een moerassige plaats, waar we een mengeling van riet, heesters en bomen aantreffen. Dit moerasbos ligt tussen de oorspronkelijke oude en de nieuwe bedding van de Vliet.Onder Spaans gezag Tijdens de inundaties van 1583 en 1584, om strategische redenen uitgevoerd gedurende de Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de Verenigde Provinciën, kwam vrijwel de hele streek weer onder water te staan en ontstonden brede en diepe geulen van waaruit het land opnieuw werd overslibd. Pas tijdens de regeerperiode van de aarts hertogen Albrecht en Isabella konden de onder water gezette polders opnieuw worden drooggelegd. Een nieuw patroon van wegen en dijken ontstond. Toen aartshertog Albrecht in 1621 kinderloos stierf, kwam er een eind aan het Twaalfjarig bestand en dus ook aan de vrede in de polders. Vanaf 1649 kwamen opnieuw verschillende polders onder water te staan. Na 1672 werd het gebied volledig bedijkt en werden nog meer polders aan de streek toegevoegd. Vooral de inpolderingen in de 17de en 18de eeuw hebben het huidige landschap doen ontstaan.De laatste twee eeuwen Tijdens de Oostenrijkse periode en de Franse bezetting werden polders om strategische redenen onder water gezet. De Belgische onafhankelijkheidsstrijd ging opnieuw gepaard met overstroming en uit militaire overwegingen. Tijdens de jongste twee eeuwen werden nog enkele polders op de zee gewonnen op een rationele en grootschalige wijze. Gedurende beide wereldoorlogen werden nogmaals een groot aantal polders onder water gezet. Na de Tweede Wereldoorlog rukt de schaalvergroting van de landbouw op: oude patronen verdwijnen, oude dijken worden afgegraven om plaats te maken voor grote percelen.[David Van Eykeren - Bron: Nieuwe impulsen voor de landschapszorg, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap] |