STEUN KODIEL!

Kodiel heeft geen structurele subsidies en bestaat dankzij de steun en giften van vele sympathisanten. 

Ook u kan Kodiel steunen door een storting op rekeningnummer : BE43 9793 2660 8301

Met de mededeling: ondersteuning werking.



Brieven van Kodiel en artikels uit de pers.

(De artikels staan in pdf formaat; Om deze bestanden te lezen heeft u de (gratis) software Adobe Reader nodig)

 

Brieven van Kodiel

Artikels in de pers

  Datum Artikel en Titel Website
Juni 2019 Kapitein Haddock is van het schip … Het Schutblad
Maart 2019 Achter de coulissen Het Schutblad
December 2018 Ceci n’est pas une pipe’ (René Magritte) Dit is geen nieuwjaarsbrief’ Het Schutblad
September 2018 Bedankt Mariette Het Schutblad
Juni 2018 Over ezels, Cisterciënzernonnen en betonbewoners Het Schutblad
Maart 2018 Er waait een nieuwe wind over Kodiel Het Schutblad
December 2017 Verwondering en bewondering Het Schutblad
September 2017 Pitje vertelt Het Schutblad
Juni 2017 Sinterklaas kwam ook op Pinksteren. Het Schutblad
Maart 2017 Na het onstuimige 2016 Het Schutblad
December 2016 Toen nog geen haar op Jo zijn hoofd aan pensioen dacht. Het Schutblad
September 2016 De trektocht van de vernieuwing Het Schutblad
Juni 2016 Lettres de mon moulin du Kouter de Merchtem d' Hedwig Alphonse Domdet Het Schutblad
Maart 2016 Het geheim achter boer Kodiel Het Schutblad
December 2015 Kodiel en het Schutblad Het Schutblad
Maart 2015 We worden oud maar ...! Het Schutblad
September 2014 Trekpaard zijn in een tijdperk ... Het Schutblad
Juni 2014 Hoe ziet een Kodieldag anno 2014 eruit ? Het Schutblad
Maart 2014 We hebben geen winter gehad maar... Het Schutblad
Maart 2013

Boer Kodiel in het ziekenhuis

Het Schutblad
December 2012 Het mirakel Het Schutblad
September 2012 BBQ op Kodiel Het Schutblad
September 2012 Huifkartocht met Kodiel Het Schutblad
Rotary Rotary Meise - Bouchout schenkt jeep  
Juni 2012 Kodiel : De komende zomer Het Schutblad
Maart 2012 Het goede nieuws over enkele diertjes op Kodiel Het Schutblad
September 2011 Dag vrienden Het Schutblad
September 2011 Speech 10 jaar Kodiel Het Schutblad
September 2011 Van stadsmus tot aangelande Peize(gij)gemnaar Het Schutblad
Juni 2011 Feestnummer : Kodiel 10 jaar Het Schutblad
  04/03/2011 Verslag Infoavond Thuislozenboerderij Kodiel Kleine Raak
December 2010 Kodiel en de activiteiten buitenshuis Het Schutblad
September 2010 Hoe de mensen hun verbondenheid met Kodiel tonen Het Schutblad
Juni 2010 Motorwijding levert 2.500 euro op voor vzw Kodiel Klakson
Maart 2010 Van aan het bronnetje tot in volle stroming Het Schutblad
December 2009 Ook andere Fondsen gaan de strijd met armoede aan Koning Boudewijnstichting
November 2009 26/11/2009 Kodiel krijgt subsidie van Nationale Loterij 't Cursiefje
Augustus 2009 Trektocht 2009 : het integrale verhaal  
Maart 2009 Gepassioneerd door Kodiel Het Schutblad
September 2008 19/11/2008 Centra voor thuislozen vieren jubilea Het Laatste Nieuws
Mei 2008 Klakson 1  Ten Bos op solidariteitswandeling voor 'Kodiel' Klakson
Maart 2008 Klakson 2  Kodiel vzw op zoek naar nieuwe suikertante Klakson
Augustus 2007 22/10/2007  Thuislozen herontdekken passie op platteland De Standaard
Juni 2007 22/10/2007  Kodiel geeft mensen opnieuw een doel Het Nieuwsblad
Mei 2007 21/10/2007  Kodiel vangt thuislozen op De Zondag
Maart 2007 18/05/2007  Brusselse daklozen herwinnen zelfvertrouwen op boerderij Het Laatste Nieuws

Kapitein Haddock is van het schip …

 

Misschien denken een aantal lezers duizend bommen en granaten is de flauwe plezante daar weer met een artikeltje waar kop nog staart aan te krijgen is. Maar net zoals in alle vorige verhalen zit ook hierin weer een grond van waarheid.

We beginnen op zaterdagavond 16 februari. Het schip “de 86” lag aangemeerd aan de Terlindenkaai in Merchtem. De kok had de kapitein zijn lievelingsgerecht klaar gemaakt: spek met savooikool en pellenpatatten.  In zijn gekende gulzigheid had hij het spek met zwozze en al naar binnen gewerkt. Daardoor bekwam de verrukkelijke maaltijd hem niet al te best.

’s Nachts moest hij opstaan om een pilletje te nemen voor de maag. Hij legde zich in de zetel in afwachting dat het middeltje hem soelaas bracht. Maar daar lag hij de volgende ochtend nog en het licht onder zijn schedeldak ging niet terug aan.

Alle noodklokken begonnen te luiden. Daarop kwamen twee zoetwatermatrozen in een bestelwagen met zwaailicht ter hulp. Hun voertuig was niet eens uitgerust met een thermometer om na te gaan hoeveel mijlen de kapitein van huis was. De draagberrie was te klein waardoor ze hem diagonaal moesten inladen. Ze reden met spoed naar de afbraakwerf in Jette, vlak bij de Brusselse ring. (Daar hadden ze de kapitein 13 jaar geleden ook al eens bijna voor goed naar het diepste van de oceaan gezonden). De driedubbel overgehaald alpiene kropdragers  die zich over hem ontfermden voelden aan hunne natte vinger dat zijn longen vol zeewater zaten. Omdat dit je reinste onzin was en ze het licht onder zijn schedeldak niet terug aan kregen stuurde ze hem door naar een gespecialiseerd centrum voor moeilijk behandelbare zeelui in Aalst. Daar haalden ze er de chef van de machinekamer bij en die kreeg in een handomdraai de hele mechaniek, inclusief het licht, terug aan de praat.

De kapitein zijn eerste woorden waren: “wat een geluk dat ik deze anakoloet overleefd heb”.

Maar na enkele dagen goede verzorging kwam de kat pas in de mast. Om alle kansen voor zijn maximale revalidatie aan dek te halen zonden ze een bende Basji-Boezoeks op hem af.

Zwemmen, roeien, diepzeeduiken en nog vele andere marteltechnieken werden in dat bootcamp door de ellendelaren op hem toegepast. Op 12 april vonden die dat hun opdracht geslaagd was en ze lieten hem onder begeleiding terug naar zijn have varen.

Daar ontdekte hij dat hij nog wel met een rubberbootje op een visvijvertje kon ronddobberen maar dat de beklimming van de trap van zijn kajuit naar het dek een ontzettend grote inspanning geworden was. De overdosis afgedraaide olie die ze dertien jaar geleden op de voorgenoemde afbraakwerf tussen zijn gewrichten hadden gespoten maakte dat hij van de daardoor veroorzaakte pijn ook niet meer af geraakte. Vanaf nu kan hij nog wel van één en ander genieten maar enkel als hij de slow motion instelling respecteert. Bij elke zwaardere inspanning wordt hij als een vloermat in zijn zetel geslagen. Bij deze confrontatie slaakte hij op zijn beurt een oorverdovende “duizend bommen en granaten”!

Door deze kreet werd de gedaantewisseling van “boer Kodiel” opgeheven en zijn we terug juni 2019.

… maar de boerderij is niet gezonken.

Gelukkig vormen de raad van bestuur en de medewerkers van Kodiel ook in een noodsituatie een gemotiveerde hechte groep. Ze hebben alles in het werk gesteld om op dit onverwachte en heel moeilijke moment een waardevol antwoord te bieden.

Toen duidelijk werd dat Hedwig definitief zijn taken niet meer terug zou kunnen opnemen werd er onmiddellijk naar alternatieve oplossingen gezocht. Maureen zag het zitten om Kodiel verder te zetten in de geest van hoe het tot nu toe geëvolueerd is. Dit wil zeggen dat de deelnemers nog steeds hun plezant boerderijtje terugvinden zoals het tot enkele maanden geleden was. Alleen kon ze dit onmogelijk realiseren. Kristien die sinds haar stage, bij de opstart van Kodiel, steeds vrijwilligster gebleven is kent de werking van binnen en van buiten. Vandaar de evidente keuze om haar halftijds aan te werven en zo de doorstart mogelijk te maken. Sinds 16 april kunnen alle oude en nieuwe deelnemers terug elke dinsdag en vrijdag op Kodiel terecht.

Door de plotse wijzigingen konden ze, dankzij een sponsor, voor deze zomer de klassieke trektocht vervangen door een driedaagse vakantie met spetterende activiteiten in het prachtige zonovergoten Limburg.

Het team werd herschikt maar de heropstart is duidelijk ook mee mogelijk gemaakt door al de vrijwilligers die na een korte onderbreking trouw hun taken terug hebben opgenomen.

De boer … hij ploegde niet meer verder, maar de trekpaarden bleven op een voorbeeldige manier voortwerken.

Over de afgelopen 18 jaar hebben vele honderden kwetsbare mensen heel wat gehad aan hun zorgboerderij in Merchtem. Jaar na jaar is dit inhoudelijk en cijfermatig duidelijk gemaakt in de respectievelijke werkingsverslagen. Jammer genoeg staat daar geen enkele euro steun van de overheid tegenover. Dit maakt dat er heel wat werk aan de winkel is voor de toekomst op middellange termijn.

Hedwig

Achter de coulissen

« C'est arrivé près de chez vous ». 

Kodiel is zoals de maan. Er is een zijde die heel het heelal voortdurend ziet, maar er is tevens de Dark Side of The … . Oei, nu kom ik tot het besef dat zulke zin best de aanzet voor een formidabel artikel in de Dag Allemaal of Story kon zijn. En daardoor zouden dan misschien wel heel veel sensatiebeluste medeburgers plots het Schutblad willen kopen aan een zeer hoge prijs. (Een idee voor een veel belovende fondsenwerving)?

Maar niets is minder waar. Het is enkel de bedoeling om jullie zicht te geven op de wonderbaarlijke wereld van al wat er tijdens die duizenden uren per jaar gebeurt als de medewerkers zich niet samen met de deelnemers aan het amuseren zijn. Want in hoofdzaak blijven wij “de mannen die de gas doen branden, de klinken repareren en ons kippen ambeteren”.

We beginnen bij het allerbelangrijkste. Tussen 20.10 u en 20.40 u is de organisatie op werkdagen onbereikbaar omdat één van de spilfiguren dan op “één” naar “Thuis” kijkt. Deze regel is tevens van toepassing bij alle (al of niet gefikste) matchen van de Rode Duivels.

Daarbuiten is het vollebak inzet op alle fronten.

De dieren dagelijks verzorgen. Aandacht hebben voor het minste mankementje en indien nodig de veearts erbij halen. Het moederinstinct binnen de werking wordt ontwikkeld door het grootbrengen van fleslammetjes die bij aanvang ook een nachtelijke voedingsbeurt vergen. Tijdens de winter worden met de tractor hooi, bieten en stro aangehaald, in de zomer worden tientallen containers water naar de weiden gebracht, gras gemaaid en gedroogd tot hooi.

Ook het bouwen van exclusieve Cavia- en konijnenhokken die via een buis verbonden worden met een buitenverblijf behoren tot de tijdsinvestering. Daarnaast is er zelfs oog voor esthetiek door het plaatsen van reuze grote metalen vlinders, lieveheersbeesten en kattenpostuurtjes in de bessentuin. De appreciatie voor de verantwoordelijke wordt lyrisch gesymboliseerd door het ophangen van een plastieken aap in de druivelaar vlak voor de volière. 

Op vraag van de lokale jeugd en mama’s is er op een spontane wijze een ezel- en paardenactiviteit ontstaan tijdens het weekend, woensdagnamiddag en op vakantiedagen. Voor hun kleine kindjes waren een aantal moeders opzoek naar een mogelijkheid voor gewenning met paarden of ezels. Een aantal meisjes uit de buurt kon reeds voortreffelijk paardrijden maar werd geconfronteerd met de financiële beperking van hun ouders (Tack shift of niet) die de kosten in een manege niet langer wouden zien stijgen. Daarenboven waren ze stapelgek van oefeningetjes met onze minipaardjes. Dit was een win-win situatie. Onze paarden genoten ervan om ook eens met goede ruitertjes op stap te mogen, de meisjes waren dolblij met die mogelijkheid en Kodiel krijgt van elk een kleine vaste maandelijkse vergoeding. Via deze weg zijn er twee studentes die geen vergoeding betalen maar in ruil respectievelijk op dinsdag en vrijdag de paardenactiviteit met de deelnemers mee begeleiden.

De bezoeken op Kodiel zijn ook steeds heel gevarieerd van inhoud en van vorm. Sommige organisatoren lijken het verschil niet te vatten tussen 6 -7 jarige kinderen en pinguïns. In het putje van de winter willen ze bij een ijzige wind en vriestemperaturen absoluut een bezoek met paard en huifkar. Ondanks de vele dekens die in de kar ter beschikking zijn draait zoiets uit op een huil- en kresconcert waarbij de trommelvliezen van de menner-gastheer vele barsten en scheuren oplopen. Iets wat op de koop toe niet als beroepsziekte in deze sector aanvaard wordt.

Andere kiezen dan, voor dezelfde leeftijdsgroep, eerder voor een warme chocomelk in het gezellig cafeetje van Kodiel. De boer legt dan uit waarom er kindjes zijn die niet altijd naar Thuis kunnen kijken of op vakantie gaan. Daarna kijken ze samen naar een fotoreportage over de plezante dingen die mensen op de boerderij komen doen.

Soms wordt het plots heel serieus tijdens het verloop van een studiedag. Het cafeetje wordt in een mum van tijd een heuse vergaderruimte. Voor het begin van zo een conclaaf moeten we nauwgezet nagaan of er voldoende koffie, thee, koekjes en frisdrank in het lokaal beschikbaar zijn voor de hooggeschoolde participanten. Intussen wordt er in de keuken op geluidsarme wijze Oosterse spinaziesoep, spekrolletjes van preistoemp en boerenworst met veldsla, tomaat en hardgekookt ei bereid. Het geheel wordt opgevrolijkt met een biologisch gebrouwen biertje, zodat op het einde mogelijke mankementen of kleine vergetelheden niet te zwaar bekritiseerd worden. Dit om te vermijden dat de kassa niet zou rinkelen bij het bezorgen van de bijhorende onkostennota.

Soms gaat het er dan weer losser aan toe. De bedrijfsleider van de firma die de hosting van onze website verzorgd is samen met twee vrienden ook hobbybrouwer. Zij kozen onze locatie om hun bier aan de lokale pers voor te stellen en tegelijk ook Kodiel nog eens in de picture te zetten. 

Net zoals de Rode Duivels spelen we ook op verplaatsing, maar we blijven wel dichter bij huis. En we verdienen er ook iets aan als we winnen. Maar dat laatste komt niet door onze prestaties maar wel door het ongelooflijk grote hart van zoveel fijne mensen. In de loop van een jaar mochten we Kodiel gaan voorstellen in het Regina Pacis instituut in Hove en op de Tuinbouwschool in Peizegem. We gingen naar het KVO in Opwijk met een fotoreportage ter gelegenheid van hun Quiz. We waren erbij als de KWB jongeren hun café De Werkman een hele dag open hielden ten voordele van Kodiel. Nog in Opwijk was er een lieve dame die een heel weekend soep voor Kodiel verkocht. Jaarlijks maken we ritjes met de ezels voor de kinderen op de jaarmarkt van Peizegem. Een aantal van deze initiatieven kaderen binnen de “Warmste Week”, andere staan er volledig los van. Hoe dan ook, we zijn ontzettend dankbaar voor zoveel financiële steun die ons toelaat de plezante boerderij voor vele verschillende deelnemers draaiende te houden.

In de vrije uurtjes gebeurt het weleens dat we ons compleet laten gaan tijdens een mossel met friet feestje. En dan worden er ook weleens lumineuze plannen voor de toekomst gesmeed. De laatste keer was de organisatie van de trektocht aan de beurt.

We willen er een soepeler aanbod van maken om zo meer mensen de kans te bieden om van die activiteit te genieten. We blijven dichter bij Brussel zodat deelnemers na het avondeten de mogelijkheid krijgen om thuis te gaan slapen en de ochtend daarop terug te komen meedoen. Wie dit een goed idee vindt kan dus kiezen om 1,2 of 3 dagen na elkaar mee te gaan. Voor de liefhebbers blijft de overnachting ter plaatse in tenten nog altijd mogelijk. Zij kunnen dan kiezen tussen een deelname van 2 of 3 dagen. De fietsen en het rijpaard blijven zoals voordien ter beschikking. Maaltijden kunnen we enkel garanderen als de klimaatwijzigingen de nodige voedingsstoffen niet van de aardbol doen verdwijnen hebben. Maar tegen dan zal de gemeente Merchtem wel een windmolenpark gebouwd hebben zodat gsm’s kunnen opgeladen worden. Hopelijk moeten we binnenkort onze giften niet spenderen aan een bijkomende belasting voor het methaangas dat onze paarden produceren. In deze context zullen we ons met heel de groep alvast engageren om tijdens die enkele dagen onze doemp zoveel mogelijk in te houden.

Mochten we ooit nog eens iets noemenswaardig te vertellen hebben dan schrijven we nog wel een keer een artikeltje voor Het Schutblad.  

Ceci n’est pas une pipe’ René Magritte

Dit is geen nieuwjaarsbrief’

Beste vrienden en vriendinnen,

We weten niet goed hoe we hier moet aan beginnen.

De bedoeling is ’t één en ’t ander te vertellen,

maar zoals altijd zonder veel toeters en bellen.

Alhoewel, het doen en laten

van Kodiel-boeren hou je toch maar best in de gaten.

Vorig jaar met Kerst zagen we het licht,

en daardoor kregen onze betrachtingen een ander vooruitzicht.

We besloten nog meer kwetsbare mensen van de buitenlucht te laten profiteren,

een aantal gegadigden wisten dit vrij snel te appreciëren.

Van de slag was er voor madam soep meer werk aan de haard,

tegelijk was het een gedrum voor een zitje op het paard.

Bij het opstijgen vormde de verschuiving van sommigen hun broek voor een grote nood,

zo verblindend dat de begeleidster hen een paar bretellen aanbood.

De gedachte aan het zware boeren leven gaf onze makker zo een bonk,

dat hij keer op keer achterover in de hangmat van de bessentuin klonk.

De gemeenschappelijke tabakspot

was het toppunt van genot.

De boer zei: iedereen rolt er maximum vier,

maar de slimste onder ons vonden snel een achterpoortje voor hun vertier.

Op de trektocht zat er zoveel lekkers in de kastrollen

dat we er industriële hoeveelheden in onze buik van lieten rollen.

Een brave ziel onder ons vond dit verderfelijk gedrag,

daarom zocht hij vergiffenis voor wat niet mag.  

Met een aantal vrome kameraden vloog hij naar Rome

in de hoop om van de Paus de absolutie te bekome.

Jammer genoeg mocht het na de zegen niet meer zijn

dan een schamele spaghetti vlak bij het Sint-Pietersplein.

Met de bussen van De Lijn hebben we heel wat mogen beleven,

op Kodiel geraken was door hun stakingen vaak schudden en beven.

Met de kleurrijke stelplaats onder het Noordstation waren ze ook al niet tevreden,

maar door hun alternatief werd het verkeer rond het Rogierplein helemaal vastgereden.

Gelukkig werden we kort na aankomst op de boerderij,

door een kopje koffie en het gezwans van de boer snel terug heel blij.  

Voor volgend jaar beloven we jullie nog meer lol,

want dan gaan we weer met andere verhalen lekker uit de bol.

We wensen jullie het allerbeste voor het nieuwe jaar,

want met dit schrijfsel zijn we weer eens helemaal klaar.

 Jullie kapoenen

De Kodielertjes                                                             Peizegem 1 januari 2019

Bedankt Mariette

Beste vrienden,

Deze keer is mijn verhaaltje wat minder grappig omdat ik jullie moet vertellen over het leven zoals het is. Soms gaat het dan over wat moeilijkere momenten. Velen onder jullie hebben mijn moeder Mariette als vrijwilligster op Kodiel vrij goed gekend. Begin 2002 overleed haar man en ze geraakte er maar moeilijk overheen. De kersverse boer Kodiel dacht: het is misschien een verzetje als ze op dinsdag- en vrijdagmiddag samen met deelnemers komt eten. Eerst twijfelde ze wat. Met die “rare mannen” uit Brussel aan tafel zitten was toch een hele uitdaging. Maar Jean deed het ijs snel smelten. Op de tap van het café stond een bokaal met een goudvis. Hij noemde hem Maurice en verzond de meest hilarische verhalen over het personage. En elk verhaal begon met “Maurice tourne en rond”. Vrij snel maakte ze deel uit van de bonte bende en ze werd van langsom meer aangesproken met “Moeke”. In ruil voor de erkenning begon ze na het eten de afwas te doen. En dan kwam voor het eerst haar eigen ander kantje naar boven. Hoe kunde nu aan die mensen van die poedersoep serveren? Ik zal hier eens verse soep beginnen maken, dan hebben ze tenminste iets voedzaam binnen. En zo ontstond de traditie van de verse soep, die nu door Lieve nog altijd wordt verder gezet. Het kon haar mateloos irriteren als de boer vergat klontjessuiker of smeerkaas aan te kopen. Daarom nam ze haar Opelleke en reed zelf naar de winkel om boodschappen te doen. En Francoise had dusdanig haar hart gestolen dat ze mee mocht. En wat we niet mochten weten was dat voor die twee terug kwamen ze eerst samen iets gingen drinken. Serge was ook zo ne lieve, en daarom kreeg hij een schaalmodel van een camion van Colryut. (Soms ging hij met de echte camion van zijn peter mee naar Italië). Maar op de duur had Moeke zoveel werk op Kodiel dat de boer haar ’s avonds niet meer buiten kreeg en ze dan nog eens bleef eten. En telkens weer vertelde hoe ze geraakt was door het vertrouwen dat de deelnemers in haar hadden. In de goede oude tijd, toen op de trektochten de twee groepen op woensdag avond samen aten vóór de wissel, zorgde zij voor een overdosis aan zelfgemaakte spaghettisaus. Als de doorverwijzende diensten tijdens de vakantiemaanden hun BBQ organiseerden konden ze van haar alles bekomen. Wie het schoon vroeg mocht zelfs de slazwierder en de keukenrobot gebruiken, wie de soepborden met de platte borden mengelde zal het echter geweten hebben. Maar als ze eens een dag afwezig was kwam er een zondvloed van vragen over wat er met Mariette gebeurt was.

Enkele jaren geleden werden de soepkastrollen te zwaar. Het sleuren met de boodschappen bakken moest de boer overnemen. Maar van kappen met Kodiel was geen sprake. Het Opelleke deed nog altijd zijn dienst en dus kwam ze elke dinsdag nog haar dagje met “de mannen” doorbrengen. Vrijdag ging niet meer want dan kwam de coiffeuse bij haar thuis. Plots kwam de boodschap: ik durf niet meer naar Kodiel komen want mijne auto rijdt met mij in plaats van omgekeerd. Maar Kodiel is het dorp der mirakelen. Vrijwilligers Herman en Kristien gingen haar met hun auto halen. Zo bleef het dinsdag maar vrijdag gaat niet. Nog een beetje later kwam bovenop het rijden met de auto ook de confrontatie met het niet meer kunnen stappen. Kodiel bleef bestaan via verhalen van de boer en leuke foto’s.

Mariette wou het altijd voor anderen doen. Nu moest ze aanvaarden dat anderen het voor haar deden, en dat was een brug te ver. Ze zei: “’t is goed geweest, doe ze de groeten”.

Over ezels, Cisterciënzernonnen en betonbewoners

Als een ezel een ezel koopt dan kan het niet anders of er volgt een ongelofelijk verhaal.

Op 01/04/2015 stond het volgende zoekertje op “tweedehands”. Reuze ezel van 2 jaar oud en 1.50 m groot te koop. Zijn naam: “Dolmen Du pays des collines’’. De boer was direct dol enthousiast over de naam. Wijlen Frans Colruyt was de beste vriend van zijn bompa. Die zijn zonen richten het IT-bedrijf Dolmen Computer Applications op. Een slimmere ezel als deze kon er op heel de wereld zeker niet gevonden worden. Kodiel zou eindelijk een rijdier hebben dat het niveau van zijn mensen aankon. Maar zoals op vele boerderijen balkt de baas heel hard maar heeft eigenlijk niets te zeggen. Daardoor werd de veel belovende aanwinst snel omgedoopt tot “Teddy”. En naar mijn gedacht bracht dat een vloek over het brave dier.

Een jaar na zijn aankomst begon hij fel te vermageren. Bij de minste inspanning zakte hij door zijn benen en op onvoorspelbare momenten begon hij fel te zweten. Zo fel als Elvis Presley op het einde van zijn shows. Daartegenover verorberde hij meer voedsel dan om het even welk hard werkend trekpaard. En toen begon de veterinaire processie van Echternach. Zij kwamen en gingen en lieten telkens de meest wonderbaarlijke remedies achter, maar zonder resultaat. Via een bloedanalyse zou het raadsel opgelost worden. Het extreem hoge gehalte aan gammaglobulines wees op een heel erge ontsteking. De geraadpleegde druïdes spraken zo een verontrustende taal dat we overwogen om mee te doen aan de acties van “Kom op tegen Kanker”. Voor de boer was het zo stilaan genoeg geweest. Hij begon voorzichtig richting cervela-fabriek te kijken. Maar opnieuw had hij eigenlijk niet veel te zeggen.

Maureen besliste om in haar portemonneeke met spaargeld te duiken. Ze trok met haar beste vriend naar de wereldvermaarde universitaire kliniek van Merelbeke. Ze hebben daar het arme dier binnenstebuiten gedraaid en alle beschikbare apparatuur ingezet, onder de auspiciën van de professoren uit de verschillende specialiteiten. Na meer dan een week werd hij uit de kliniek ontslagen. Resultaat: geen enkele geloofwaardige diagnose, nog hogere waarden aan gammaglobulines en een flink leeggeschut geldbeugeltje. De menselijke koppigheid bracht daarna opnieuw een toeloop aan veeartsen op de boerderij teweeg. Deze keer kwamen sommigen zelfs gratis mee met collega’s uit pure curiositeit. Maar ook zij keerden radeloos huiswaarts.

Uiteindelijk zette Maureen de ezel op een dieet van Luzerne, appels en wortels. Heel veel maanden later begon Teddy aan te sterken en de bloedwaarden waar om ongekende rede terug normaal. En zo werd koppigheid beloond in dit verhaal. Met haar laatste zakgeld dronk ze een echte Coca-Cola op de weergekeerde gezondheid van haar geliefde ezel. 

Intussen stootte boer ezel zich voor de tweede keer aan een steen.

In zijn jaarlijkse zoektocht naar een fijne locatie als uitvalsbasis voor de trektocht kreeg hij een hint over het domein Roosendael in Sint-Katelijne Waver. Hij ging er een kijkje nemen en werd ontvangen door een uiterst vriendelijke mevrouw die hem rondleidde door het prachtige landschapspark met zeer goed uitgeruste kampeerplaats. Waarom ze hem heel de pijnlijke geschiedenis van het domein uit de doeken deed zal pas later blijken. Het was een Cisterciënzerklooster waaruit de Fransen de zusters wegjaagden en inboedel en stenen ervan verkochten. Daarna werd het heropgebouwd als Chateau de Roosendael. Dat vonden de Duitsers in de eerste wereldoorlog een ideale oefenplek en ze schoten het kasteel in brand. De laatste eigenares maakte er een landhuis van maar ging failliet aan de hoge onderhoudskosten. Daarom gaf ze het weg aan de Aartsbisschop die het van misérie doorschoof naar vzw Kempens Landschap.

Verblind door de mooie rustgevende plek besliste boer ezel om vandaaruit de trektocht 2018 te organiseren. Toen bleek echter dat het onheil dat in het verleden op het domein rustte zich nu verplaatst had naar de ruime streek er om heen. Het ontwikkelen van de routes op de computer bleek al niet eenvoudig. Spoorwegen, snelwegen, waterwegen, industriezones en woongebieden maakte de opdracht heel complex. Daarenboven werd gelijktijdig de app voor het overzetten van de routes op de Gps zo gesofistikeerd dat er ettelijke kostelijke werkuren aan gespendeerd moesten worden. Maar dat was maar een peulschil vergeleken met de confrontatie op het terrein tijdens de eerste proefritten. In dit landje wordt 80 % van de openbare werken voornamelijk uitgevoerd tijdens een verkiezingsjaar. Zo stootte we van de ene afgesloten weg op de andere. Op basis van het koppige doorzettingsvermogen van de ezel ging de zoektocht naar oplossingen echter onvermoeid verder. Maar om te zoeken is geduld nodig en dat vertraagt in belangrijke mate het ritme. Dat laatste irriteerde buitenmaats de betonbewoners uit de dichtbevolkte regio. Daardoor werden we op enkele uren tijd een ontelbaar aantal keren door deze bijzondere wezens uitgekafferd. Omwille van de gevoeligheid van het lezerspubliek durf ik hierover geen verdere details publiceren. Volhouden bleef de boodschap! Tot we uiteindelijk in de winkelwandelstraat van Duffel en achter het stadion van KV Mechelen verzeild geraakten. Toen werden we overweldigd door het idee dat onze paarden in zulke cleane omgeving wel eens een drol zouden kunnen laten vallen. Het risico dat de reactie van de autochtonen zo buitenmaats zou zijn dat er mogelijks bloed kon vloeien leek ons reëel. Met spijt in het hart werd besloten om de strijdbijl te begraven.

Maar toen fluisterde een lieve collega ons de volgende ondersteunende woorden in: “wees creatief en blijf erin geloven”. Het inspireerde ons dermate dat we ons lieten leiden door de gedachte: “in nood kent men zijn vrienden”. We trokken naar Roger een oude gebuur van Kodiel die wegens overdreven rijkdom dringend is moeten stoppen met werken en een villa heeft moeten kopen met 2 ha grond. Deze ligt in het groene Opdorp (Buggenhout). Van daaruit kunnen we via landelijke wegen naar dorpjes als Malderen, Londerzeel, Puurs, Sint-Amands enz. In de aanloop naar dit noemenswaardig evenement hebben we voor de aller eerste keer een stagiaire van De Schutting gevonden die er ook naar uitkijkt om mee te gaan. Als Céline hierdoor geen goede stage evaluatie krijgt, dan weet ik het ook niet meer. Vanaf nu kan het niet meer stuk, zelfs niet voor wie nog twijfelt om de schuchtere vraag te stellen of ook hij of zij uitzonderlijk ook niet mee zou mogen gaan.

 Er waait een nieuwe wind over Kodiel.

De wereld verandert snel en daar ontsnapt ook de welzijnssector niet aan. Vanuit het beleid wordt de hulpverlening in nieuwe banen geleid, met andere accenten en voorwaarden.

Hierdoor  komt er op Kodiel ruimte vrij om andere kwetsbare mensen de kans te bieden om deel te nemen aan de activiteiten. Van bij de start kregen we vragen van organisaties die zich inzetten voor opvang en/of begeleiding van personen met een beperking. We contacteerden hen met de boodschap dat ze vanaf nu ook mensen kunnen toeleiden.

We willen op lokaal vlak ook nauwer samenwerken met diensten en mensen die actief zijn binnen kansarmoede en minderhedenbeleid.

Vorig jaar kregen we de vraag van het Steunpunt Groene zorg om lid te worden van hun organisatie. Zij coördineren en ondersteunen de zorgboerderijen in Vlaanderen. Tevens kunnen mensen en diensten die opzoek zijn naar een zorgboerderij bij hen terecht voor informatie en advies. Er is blijkbaar nood aan meer zorgboerderijen in Vlaams-Brant.

Door ons lidmaatschap konden we Kodiel laten registreren als Groene zorginitiatief bij het VAPH (Vlaams Agentschap voor personen met een handicap). Hierdoor kunnen rechthebbenden de kosten voor hun deelname vergoeden met hun Persoonsvolgend budget.

Kodiel is ontstaan als experimenteel buitenbeentje binnen de Brusselse thuislozenzorg. In dat warme nest hebben we het initiatief mogen ontwikkelen en uitbouwen tot het huidige aanbod. Onze roots zullen ons altijd nauw aan het hart blijven liggen. Daarom willen we ook in de toekomst een bijzondere plaats voor thuislozen blijven voorbehouden. We kiezen nog steeds resoluut voor de ongedwongen manier waarmee we van hun boerderijtje in Merchtem voor hen een aangename plek willen maken. De meerwaarde die ieder op zijn manier kan vinden in het omgaan met de dieren blijft de belangrijkste pijler in het aanbod.

Naar goede gewoonte zijn we ook aan de voorbereiding van de jaarlijkse trektocht begonnen. Deze keer vonden we een uitvalbasis voor de week van 02 tot 07 juli op het Domein Roosdaal in Sint-Katelijne Waver.

Binnenkort mogen we met onze minibus de lage emissiezone van het Brussels Gewest niet meer in. Door de steeds maar drukkere verkeerssituatie wordt het als maar tijdrovender om in de stad te geraken en er paarkeerplaats te vinden. Eigen vervoer is op de piekuren al lang niet meer efficiënter dan het openbaar vervoer. Daarom werd er beslist om bij de huidige aanpassingen niet langer de deelnemers met de minibus af te halen. Om de overgang vlot te laten verlopen heeft Hedwig, gedurende de maand januari, het traject van De Schutting naar Kodiel samen met de deelnemers met tram en bus gemaakt. 

Gelukkig hebben we ook nog onze trouwe doelgroep vrijwilliger die de Lijnbus neemt aan het Noordstation. Hij draagt een badge met het logo van Kodiel om zich kenbaar te maken.

Hij toont nieuwe deelnemers de weg naar Kodiel, zodat ook zij zorgeloos ter plaatse geraken. Op onze website staan verschillende afdrukbare documentjes met gedetailleerde wegbeschrijvingen ter ondersteuning van het vervoer.

Verwondering en bewondering

Verwondering over de stad

Ook al valt op het platteland de verbinding via de schotelantenne van TV Vlaanderen soms uit, toch hebben we regelmatig de kans om nieuwsberichten te ontvangen over gebeurtenissen die zich ver van ons konijnenkot en de paardenweides afspelen. Soms gebeurt het dan weleens dat het licht uit gaat in ons boerenverstand.

 

Er was bijvoorbeeld eens een grote stad waar er ontzettend veel fijne mensen zich  inzetten voor de vele thuislozen.

Maar plots dook er een boze fee op die een giftgas ontwikkeld had dat ze aan zichzelf en andere beheerders toediende. Door het inademen van het product werden ze besmet met een vogelvirus dat op zeer intensieve wijze bij hen het gedrag van de ekster stimuleerde. Onder invloed van de gasaanval gingen de besmette op zoek naar al wat schitterde en glansde. De lichtweerkaatsende vakjes op de eurobankbiljetten vielen bij hen bijzonder in de smaak. En daarvan vonden ze er een vrij grote hoeveelheid in de kas(t) van een bekende thuislozenorganisatie. Eén van hun vrienden zei destijds in een totaal ander verband: “Ce n’est qu’un fait-divers”. Als goed gelovig mens wil je dan ook oprecht hopen dat het daarbij blijft, ondanks de omvang van de feiten. Door het plaatsen van voldoende vogelverschrikkers lijkt het gevaar afgewend te zijn. En dan zou je zo denken klaar is Kees.

Maar helaas Pindakaas, niets is minder waar. Want nu is het gas ook binnengedrongen op het stedelijk cabinet van de burgerlijke stand. Er zou namelijk een plan op tafel liggen om alle mensen die hun identiteitskaart kwijt raken 250 € aan te rekenen voor een duplicaat. In de sprookjestijd stond dat gelijk met 10 000 oude Belgische franken. Wie in moeilijke omstandigheden moet overleven loopt het grootste risico om dat waardevol document te verliezen of ervan bestolen te worden. De tijd van de goede oude portemonnee is dus misschien passé. In dat geval zouden het best kunnen dat er binnenkort mensen over de boulevards lopen met een caddie en daarop een brandkast ter beveiliging van de onbetaalbaar geworden documenten. Het virus is dus nog lang niet bestreden, want nu zouden andere rare vogels van plan zijn om rechtstreeks de kaas van de mensen hunnen boterham te eten. Naast de traditionele dekens voor de winteropvang moet er misschien overwogen worden om ook vogelnetten in te zamelen.

Bewondering voor de mensen op den buiten.

Beïnvloed door het rebelse karakter van Pietje de Leugeneir was mijn zomerrelaas misschien een beetje onstuimig. Mijn herfstmijmeringen over het leven in de stad brachten mij bij de veel rustigere bewonderenswaardige belevingen met de trouwe deelnemers op de boerderij.

 

Om hun privacy te beschermen hebben we ze alle vier een bijnaam gegeven.

We beginnen met de boezemvrienden Peppi en Kokkie.

Kokkie komt al 15 jaar naar Kodiel. Hij is de meester bakker en zorgt ervoor dat de tafels voor de boterhammenmaaltijd mooi gedekt zijn. Met volle plezier helpt hij zijn karamaat (vriend) Steve om het eten op te dienen en de paardenboxen uit te mesten. Tevens toont hij de mensen die met de Lijnbus komen, de weg naar de boerderij. Hij betaalt ook hun rit met de meerritten kaart die hij van Erwin (boer Kodiel) krijgt.

Peppi komt al sinds 10 jaar. Hij is het Brussels ketje. Altijd klaar om zijn vrienden een beetje uit te dagen of één of ander smoesje uit te vinden. Regelmatig zit hij samen met Kokkie op de Lijnbus. Daar geven ze op een heel speciale manier uiting van hun vriendschap. Ieder is gewoon aan zijn eigen plaats op de bus, en zo zit er eentje helemaal vooraan en de andere achteraan. Na het middagmaal doen ze echter steeds samen hun dutje op de zetel in het salon. Peppi helpt ook bij het dekken van de tafels en brengt het glas naar de container. Door zijn uiterst performant geheugen is hij onze levende verjaardagskalender. Hij zorgt tevens voor het onderhouden van onze goede contacten met de uitbater van de krantenwinkel in het dorp.

Op het einde van elke Kodieldag hebben ze een kapitale vraag voor de boer. “Erwin wa gade gij deze avond eten”?  Na het citeren van de menu volgt: “en ga Maureen da lusten”?

De Keltische krijger komt al 5 jaar. Hij is de enige in de geschiedenis van Kodiel die een paardenbox zo perfect kan uitkuisen dat ge er daarna een tafel kunt inzetten en uw boterhammen opeten. Hij heeft zijn eigen volledige paardenuitrusting, en voelt zich heer en meester bij het berijden van het trekpaard. In zijn thuishaven heeft hij nogal last van de kok die dagelijks om 5 u ‘s ochtends zijn auto onder de venster van zijn slaapkamer parkeert. Die doet dat namelijk met een loeiende motor die aan 4000 à 5000 toeren draait. Daardoor komt hij vaak grommend en brommend aan, maar naargelang de dag

verstrijkt krijgen we terug een brede glimlach te zien. Omdat de onbegrijpbare flauwe zever die de boer vertelt nogal eens op zijn systeem werkt heeft hij die laatste de bijnaam “Professor zonnebloem” gegeven. Maar al bij al komen deze twee ouderlingen van het gezelschap toch ook goed overeen.

Mevrouw Chouchou komt al 3 jaar. Haar bijnaam is de afspiegeling van de ontzettend grote liefde waarmee ze alle dieren op de boerderij benadert en benoemt. De bessentuin met de grote variatie aan kleine dieren is haar biotoop. Op haar eentje verzorgt ze die allemaal en spreekt hen één voor één persoonlijk aan. Op minutieuze wijze staat ze Maureen bij in het bijhouden van de stock van de verschillende soorten dierenvoeding. Op dezelfde manier signaleert ze elk mankement dat ze op haar ronde observeert. Ze kan best genieten van leuke deuntjes uit de oude doos die tijdens de rustpauzes op de radio te horen zijn. De tochtjes die ze met het ezeltje en de kleine huifkar maakt zijn voor haar het summum. Er mogen dan best een aantal grappige passagiers mee, want wat humor onderweg kan ze zeker appreciëren.

Alle vier samen vormen ze de kerngroep die jaarlijks vol passie uitkijkt naar hun onvergetelijke trektochten.

 


Beste vrienden,

Graag wil ik mij aan u voorstellen: mijn naam is Pitje De Leugeneir. Ik ben het zelfherstellende alter ego van “Boer Kodiel”. Zijn goede vrienden kennen me nog uit lang vervlogen tijden, toen hij meer in het ziekenhuis lag dan dat hij ging werken.

Als ik nu plots terug opduik dan komt dat door wat hij “de ravage van de passage” tijdens het zomeraanbod op Kodiel noemt. Deze uitspraak maakte me zo curieus dat ik er meer over wou weten.

Elke zomer stelt hij fietsen ter beschikking. Deze vehikels worden samengesteld volgens het principe van: van drie slechte maken we ene goeie. Niemand krijgt echter enige uitleg van hoe je ermee kan stoppen. Om stil te staan vinden vele gebruikers dan ook geen andere oplossing dan recht op de muur van de schuur te eindigen. Ontplofte binnenbanden zijn het onvermijdelijke gevolg. Merkwaardig hierbij is dat er geen pleistertje uit de EHBO-kist verdwijnt.

Een andere animatie zijn de ritjes met het huifkarretje. Hij propte er eens vijf mensen achteraan in. Twee van hen hadden last van claustrofobie. Begrijpelijk dat ze bij hun aankomst zo snel als mogelijk wilden uitstappen. Het deurtje kon echter enkel langs de buitenzijde geopend worden. Met gebundelde krachten stampten ze het uit haar hengsels en baanden zich zo een weg naar buiten. De impact van het trauma dat deze arme schapen toen opgelopen hebben is niet bekend.

Door de klimaatsverandering lopen tijdens de bezoekdagen de temperaturen vaak op tot  30° C in de schaduw. Het enige beschikbare wateroppervlak om zich wat te verfrissen, is een doorgesneden plastieken drinkton voor de paarden. Ze is amper groot genoeg om er uw hoofd in af te koelen. In de keuken staat wel een gootsteen met twee reuze grote afwasbakken. Geen wonder dat mensen op het idee komen om mekaar daar eens lekker kopje onder in te laten gaan. Telkens opnieuw is het risico dat de zwemmers met pompbak en leidingen op de vloer eindigen ontzettend groot. Als ze zich tijdens hun val proberen vast te klampen aan de kraan, is de zondvloed een feit.

Ijsjes zijn dan misschien een beter alternatief om verfrissing te bieden. Jammer genoeg worden ze per tien in een doos verpakt. Er is eens van uitgegaan dat  voor een groep van 22 deelnemers geen derde doos hoefde aangekocht te worden. Die besparing resulteerde in een heus stoelengevecht. Bij de ontruiming van het slachtveld bleek dat zelfs een armleuning in massief hout hiertegen niet bestand was. 

Na deze introductie zitten jullie nog wel altijd met de vraag waarom Pitje dit allemaal komt vertellen? Awel hein, tijdens één van die passages waren ze het deksel van de keukenrobot vergeten af te wassen. Ze hadden het zo vettig als iets in de kast weggemoffeld. Toen de volgende het wilden gebruiken schoot het als een natte brok zeep uit hun handen en brak in twee stukken op de grond.  In eerste instantie haalde de boer weer zijn geëigende woordenschat naar boven. Eens tot rust gekomen waste hij de scherven af en haalde zijn tube contactlijm tevoorschijn. Zoals meestal was het gaatje bovenaan verstopt met verharde lijm. Maar dat was het minste van zijn zorgen. Er volgde een traditionele “nondedju” met daarop volgend een wurggreep rond de tube die geen enkel konijn zou overleven. De gevolgen waren dramatisch. Doordat het langs voor niet kon spatte de lijm er langs achter uit. In een fractie van een seconde waren de boer zijn vingers stevig aan elkaar gefixeerd. Zijn linker hand was sinds mensenheugenis van plastiek en nu lijkt het alsof zijn rechter hand ontworpen werd in het wassenbeeldenmuseum van Madame Tussauds. In Brussel noemen ze zoiets “La Total”. Daardoor vroeg hij aan Pitje om terug op de proppen te komen.                                                                                                                                    

Graag grijp ik deze kans om ook eens mijn gedacht te zeggen over hunne fameuze trektocht. Ik vind dat ze het erg hoog in hunnen bol krijgen.

Neem nu de kampplaats. Vroeger lieten ze een werftoilet plaatsen op een weide in een godvergeten gat en waren daarmee heel tevreden. Ze stonden zelfs eens in den hof van een café. Voordien werd die gebruikt als parking. Ze kregen er bijna geen haring van hun tenten in de grond waardoor ze hun vingers bond en blauw sloegen.                                                                                                                 Ze sliepen in minuscuul kleine tentjes van bij Lidl. Ze kochten die op basis van de overtuiging: de prijs is belangrijker dan de kwaliteit. Bij elke regenvlaag dreven ze er op hun luchtmatrasje in rond.

Maar dit jaar logeerden ze zes dagen op een domein met bungalow, kiosk, weide met douche voor de paarden enz. Iedereen sliep in een aparte ruime en stormbestendige tweepersoonstent.      

Destijds werd er koffie gemaakt in Italiaanse glazen koffiekannen waarin kokend water door de gemalen koffie geperst werd. Een deel was te drinken, maar het onderste van je tas kon je beter met mes en vork leegeten. Nu is er ’s morgens en ‘s avonds Senseo naar believen. Zelfs ’s middags is er bovenop het minuut-soepje ook espresso oploskoffie verkrijgbaar.                                           Ook de tijd van stoofvlees met rijst of spaghetti bolognaise is voorbij. Naast vegetarisch en halal staat er kipfilet met tomaat-mozzarella en gerisoleerde aardappelen, of tortelini in verse roomsaus met spinazie en chipolata’s op het menu. Ze serveren zelfs klassiekers als vol au vent met kroketjes.

De laatste jaren reden ze door het Pajottenland of gingen eens tot in Zemst. Dit jaar logeerden ze in Wachtebeke en reisden naar het buitenland. Over Nederlandse dijken bezochten ze Overslag, Zuiddorpe en Koewacht. Gelukkig hielden ze het bij deze mooie landelijke dorpjes, en hebben ze beruchte etablissementen in meer noordwaarts gelegen steden links laten liggen.

Het toppunt van de hoger vernoemde tendens is de evolutie van hun rollend materiaal. In het recente verleden gingen ze nog op vakantie met een boerenknol die aan 4 km/uur een oude huifkar trok. De wind en de regen bliezen er van voor naar achter doorheen. Uit bezorgdheid voor het geld en het materiaal voelde de boer zich verplicht om erin te slapen. ’s Ochtends kroop hij stijf voorovergebogen en kreunend van de vocht en de kou uit de kar. Vele deelnemers zetten hun wekker om dit schouwspel niet te missen. Maar ook deze romantische taferelen behoren voor goed tot het verleden.

In juli vertrokken ze met een spiksplinternieuwe woonwagen. Hij kan volledig winddicht gemaakt worden. ’s Middags kunnen acht mensen ongestoord aan de ruime tafel eten. Deze wordt ’s avonds omgebouwd tot een super comfortabel bed voor de boer. De deelnemers zetten wel nog altijd hun wekker, want als hij nu opstaat “huppelt hij als een konijn over de plein” (dixit Robert Waseige 2002).    

Hun gespan bestaat uit een koppel Fjorden paarden die aan +/- 6,5 km/uur vooruitgaan. De boerenknol hebben ze opgewaardeerd tot rijpaard uit de France-Comté. Zelf met deze nieuwe adellijke tittel sleffert hij nog altijd  aan 4 km/uur, wat de Fjorden horendol maakt omdat ze meer op hem moeten wachten dan dat ze mogen stappen. Maar in Frankrijk zeggen ze dan: “noblesse oblige”.

De tijd heelt alle wonden en in mijn hart zullen de slachtoffers altijd blijven voortbestaan.

Pitje De Leugeneir

Sinterklaas kwam ook op Pinksteren.

Vlak voor de Sint in december terugkeerde naar Spanje contacteerde zijn, intussen wit geworden, knecht boer Kodiel met volgend verhaal.

Om hun jaarlijks weerkerende marathonrace met kadootjes voor de brave kinderen wat dragelijker te maken hadden ze het destijds op een akkoordje gegooid met de Antwerpse thuislozenwerking Anapneusis. Het consortium van de Heilige man schonk een minibus aan het goede doel. In ruil mochten zij het voertuig gebruiken bij hun jaarlijkse doortocht in Vlaanderen.

Door de vergrijzing lopen er echter van langs om meer oude mannen in de sinjorenstad. Uit grote zorg voor hun gezondheid willen die daar geen oude auto’s meer toelaten. Pol, de vroegere coördinator van Anapneusis en goede vriend van Jo, stelde binnen zijn raad van bestuur een schenking aan Kodiel en De Schutting voor. In het jeugdige Brussel mag het uiterst goed onderhouden busje nog zeker tot 31 december 2019 rondrijden. Het ruime voertuig zal zowel bij uitstappen als bij verroer van en naar de boerderij de passagiers heel wat comfort bieden. Daarbovenop, als iemand zich ergens niet goed voelt kunnen we zoals de Nederlanders zeggen: “busje komt zo”.

Maar de Sint is ook een trouwe lezer van het Schutblad. Vorig jaar rond deze tijd schreven we een artikel over “de trektocht van de vernieuwing”.

De goede man vond dat blijkbaar veel geblaat voor weinig wol. Hij moet toen gedacht hebben: we zullen hen volgend jaar eens echt in ’t nieuw steken. Hiervoor nam hij Lion’s club Brussel Munt en een privésponsor onder de arm.

Hij bedacht ons met een heuse hypermoderne woonwagen die de spil wordt van de jaarlijkse trektocht. Hij werd volledig vervaardigd uit geïsoleerd onderhoudsvrij materiaal. De frigo werd vooraan onder de bok ingebouwd, zodat we er geen zitplaatsen mee verliezen. Er kan binnen gekookt worden zonder passagiers die aan tafel zitten te storen. Gedaan met de wind die voortdurend de gasvuurtjes uitblaast. ’s Avonds worden een deel van de zitplaatsen omgevormd tot een tweepersoonsbed. Naast verschillende bergruimtes voor voeding, drank en materiaal voor de reizigers is er een aparte ruime koffer voor het opbergen van al het nodige voor de paarden. Achteraan is de instap laag zodat rolstoelgebruikers en moeders met baby’s in gesofisticeerde reuze buggy’s via een oploop vlot in en uit kunnen.

Tijdens warme zomerdagen zorgen zes schuiframen en een luifel voor- en achteraan voor voldoende verluchting. Bij onguur weer kan de binnenruimte volledig tochtvrij afgesloten worden.  Ook aan de veiligheid werd gedacht. De wagen is uitgerust met stoplichten en richtingaanwijzers, die door de menner bediend worden. Op het dak is een zwaailicht gemonteerd dat nodig is wanneer we hem met de tractor of de Landrover over de openbare weg op sleeptouw nemen.

Tijdens de week van 03 tot O8 juli zullen we hem voor het eerst kunnen uittesten. We gaan ermee op trektocht in de streek rond Wachtebeke. Met zulke aanwinst “is het moeilijk bescheiden te blijven”. Daarom trekken we resoluut de grens over om er ook bij onze noorderburen mee te showen.   

Intussen blijven we heel nederig bij het ervaren van zoveel goeds dat aan Kodiel werd toebedeeld, en danken iedereen die dit alles mee mogelijk heeft gemaakt.

Na het onstuimige 2016

Toen Greet mij in volle griepepidemie en bij -2° Celsius een mailtje stuurde met de vraag om een artikeltje te schrijven voor het Schutblad, had ik het gevoel dat de wereld onder mijn voeten wegzonk. Ik herinner mij mei 68, de oorlog in Vietnam, de eerste mens op de maan, enz., enz. Al die straffe gebeurtenissen werden op een evenwichtige manier over mijn leven verdeeld, waardoor het mij lukte om het allemaal een plaats te geven. Het bewuste mailtje kwam aan op een moment waarop ik nog altijd aan het bekomen was van de explosie aan evenementen tijdens het vorige jaar. Een vuurwerk van kopzorgen en fantastische oplossingen die uit de lucht vielen, onverwachte wendingen en uiterst emotionele momenten. Daarbovenop was er de jaarlijks terugkerende werkdruk met de boekhouding en het werkingsverslag.

Tegelijk groeide het besef dat jullie net daardoor al een half jaar geen nieuws meer gekregen hadden over de boerderij. Die gedachte had hetzelfde effect als had de boer twee groene selders opgegeten en vier tassen straffe koffie na elkaar gedronken. Het kortstondig dipje was als bij toverslag verdwenen. Meteen schoot jullie schrijverken in gang, en zette wat volgt op papier.

 De herfst roept een gevoel van rust en mijmering op, waar we jaar na jaar op één of andere manier steeds weer van genoten. Vorig jaar was dat wel niet aan de orde. Sinds geruime tijd wisten we dat we werk moesten maken van de renovatie van de gevels op Kodiel. In oktober werd er aan die serieuze klus begonnen. We wisten dat we stof gingen vreten, maar de hoeveelheid hadden we zwaar onderschat. Aangemoedigd door het enthousiasme van een aantal oude getrouwen deelnemers bleven de activiteiten gewoon doorgaan. Niemand stoorde zich aan de extra dosis speciale peper en zout op de toespijs bij het middagmaal. Ook de paarden en de ezels waren snel aan het geluid van de motoren van de compressoren gewoon. Het resultaat mag er echt wel zijn. Alle gevels werden afgestraald en/of hervoegd. De binnenmuren van de schuur waren in zo een slechte staat dat enkel een synthetische cement bepleistering ze voor de volgende generaties kon vrijwaren. Zulke ingrijpende onderhoudswerken doe je natuurlijk niet voor een prikje.

We willen hiervan gebruik maken om de vele sympathisanten van De Schutting en Kodiel nog eens expliciet te bedanken voor hun ononderbroken financiële steun via de fiscaal aftrekbare of andere rekeningen van onze organisaties. Evenveel dank aan al diegenen die ons jaarlijks ondersteunen met de wijnactie. Dankzij jullie kunnen wij ons voluit blijven inzetten voor de vele thuislozen die op ons beroep doen.

 Als een vulkaan blijft boerin Maureen nieuwe ideeën spuien. Wie dacht dat het verhaal over de geiten in “Lettres du Moulin de …”  een afgesloten geheel was, is er aan voor de moeite. Ze vond dat het agility-park nog niet prefect was uitgerust. We reden dan maar naar het verre Limburg om met twee reuzestukken van een waterglijbaan naar huis te komen. Die vormen nu de tunnel waar de geiten tijdens hun oefeningen doorlopen. Al die hindernissen staan op een stukje afgesloten weide. De geiten mogen er niet grazen omdat ze het perk dan zouden beschouwen als hun territorium. Daardoor zouden ze niet meer bij de les zijn tijdens het werk in het agility-park. We lieten dan maar de zeboekoeien het gras kort houden. De verschillende ongecontroleerde slippartijen in de koeienvlaaien zorgde dan weer voor  terechte irritatie bij een aantal deelnemers. Kalkoenkeutels daarentegen glijden systematisch langs de grassprieten in de grond. Zo kwam de boerin op het idee om een aantal prachtige sierkalkoenen aan te werven om de klus te klaren.

Het succes van de nieuwe activiteiten met de geiten was inspirerend om ook het omgaan met de paarden nog toegankelijker te maken voor de deelnemers. We mogen niet onderkennen dat dieren met een gewicht tussen 400 kg en 800 kg bij aanvang voor velen een overweldigende confrontatie zijn. Daarom is er sinds kort een prachtig minipaardje dat luistert naar de naam Gamin. Hij is vorig jaar geboren en dus nog in opleiding. Zijn troeven zijn dat hij door zijn Amerikaanse oorsprong denkt en functioneert als een echt zadelpaard.

Bijkomend zal hij maar tussen 75 cm en 80 cm groot worden. Dit maakt hem zo schattig dat niemand bestand is tegen zijn charmeoffensief. De bedoeling is dat hij op termijn de uitnodiging bij uitstek wordt om op de juiste manier met paarden leren om te gaan en hen te leiden. Nu al krijgt hij bij elke Kodieldag een flinke borstelbeurt en regelmatig worden zijn manen volgens de regels van de kunst gevlochten.

Enthousiaste groetjes van boer en boerin Kodiel

Ps. Sorry, Greet als het deze keer niet voor 100 % van een leien dakje liep.

Toen nog geen haar op Jo zijn hoofd aan pensioen dacht.

In de tijd dat de conducteur zijn tram bestuurde met zijn linkerhand op een horizontaal geplaatste ratel en half staand steun vond op een aan een paal gefixeerd fietszadel reed tram 52 van Drogenbos naar de Heyzel. Vlak bij de halte “Dikke Linde” in Laken werd er begin jaren zeventig een super trendy nieuw college gebouwd.

Het Walhalla voor jongens die net niet mee voluit hadden kunnen gaan in 68, omdat ze nog te jong waren. De auto’s van het jonge lerarenkorps spraken boekdelen. De directeur reed met een prachtige Volvo Amazone, steeds met een Cubaanse sigaar in de mond. De leraar Nederlands had een authentieke DAF Daffodil en moest genoegen nemen met Mercator cigarillo’s. De leraar Frans was te gierig om te roken maar reed met een spierwitte Deux-chevaux.

(Waarvan de vier wielen ooit voor de deur van zijn klaslokaal gestapeld werden). 

Naast de lessen, die even saai waren als op andere scholen, was er een sfeer van uitzonderlijke vreugde en geluk. In het struikgewas dat later de speelplaats zou worden werden groepjes leerlingen betrapt op het roken van Groene Michel zonder filter. Bij de opstart was er een relatief gebrek aan door de school georganiseerde ontspanningsactiviteiten. Daardoor werd in deze experimentele beginfase op een mooie dag, gedurende twee weken een krijgsraad geïnstalleerd door de directie. Dit was het gevolg van de nare ontdekking dat de meest creatieve leerlingen een bierfeest in de kruipkelders  van de school hadden georganiseerd. Na zes jaar waren de bouwwerken voltooid, en werden alle studiejaren van een volledige humaniora aangeboden. En toen viel het dak van de sportzaal in. (Zie artikels in de kranten van toen).

Op deze uitzonderlijk heugelijke plek vond de eerste ontmoeting plaats tussen de twee protagonisten van dit verhaal. Joske, alias Mijnheer Jo van De Schutting en Hedwigske alias (zijne gehandicapte vriend) ’t is te zeggen, boer Kodiel. Joske had toen al begrepen dat in aanwezigheid van abnormaal functioneerde mensen het belangrijk is om u rechtlijnig correct te gedragen.

Daardoor behaalde hij na zes jaar op dezelfde school probleemloos zijn diploma. Waarvoor félicitaties vanwege alle lezers van dit blad.

Over zijn vriend kunnen we kort zijn. Hij werd er na twee jaar al bedankt voor bewezen diensten.

Toch moeten we hierbij een belangrijk wapenfeit vermelden. Om de gemoederen te bedaren en de moeilijke leerlingen een beetje manieren bij te brengen, organiseerde de turnleraar een pingpongtornooi. (Hij had het niet breed en kwam daardoor niet met een originele auto maar met de fiets naar school). Het tornooi begeesterde vele leerlingen. De selecties waren bikkelhard en verschillende uitgeschakelde kampten met beginnende depressies. Vanaf de achtste finales sprongen twee spelers in het oog. Ze hadden elk hun eigen stijl, vergelijkbaar met Borg en McEnroe.  Zij twee speelden een bloedstollende finale die er toe leidde dat er tijdens het eerste lesuur na de middagpauze niemand in een klas zat.

Sinds de daarop volgende zomervakantie hebben ze elkaar in jaren niet meer gezien. En toch, zonder het te weten studeerden ze allebei psychiatrische verpleegkunde. Bijna 20 jaar later stonden ze terug oog in oog zonder pingpongtafel maar met de bureau van Albatros tussen hen beiden. De toen al leidinggevende Mijnheer Jo zei tegen de sollicitant: ”hou u koest en doe u best want ik zal het persoonlijk opvolgen”.  Bij alle twee rolde in hun brein hetzelfde filmpje af. Vijf seconden later proestten ze het uit van het lachen en vielen in elkaars armen, van hoe is da nu mogelijk … hoe is da nu mogelijk … !

Het pingpongen lieten ze in het verder verloop van hun carrière over aan Hobo.

Zelf ontwikkelden ze een nieuwe passie: hun moto’s. Geen mobylette of scooterke maar ferme bakken waar ge mee over lange afstanden kon toeren. Omdat ze er winter en zomer mee naar het werk kwamen,  zochten ze samen naar de beste mekanieker, de beste helmen, de beste uitrusting enz.  Na een tijdje waren ze met drie, want Jo zijn broer Stef had het virus ook te pakken. Lang vóór de Gps werden prachtige uitstappen georganiseerd door de Dardennen, Henegouwen en het Zuid-Limburgs NL heuvelland. Heel de route werd van nul af aan via de computer op A4 blaren ingetikt. Alle blaren werden aan elkaar gekleefd en in een drie meter lange plastieken hoes gestoken. Die werd opgerold en op het stuur van één van de moto’s gefixeerd doormiddel van een systeem dat op ineen gestoken C&A kapstokken leek.

Bij die onvergetelijke uitstappen werd er regelmatig halt gehouden om ergens iets lekkers te degusteren.

Ze hebben ook twee keer samen geslapen, dankzij de toenmalige Minister van Welzijn. Die was zo begaan met het lot van de meest kwetsbaren dat het beleid uitgebouwd werd  in nauw overleg met de federatie “Thuislozenzorg Vlaanderen”. Op zijn beurt stimuleerden die organisatie haar leden om deel te nemen aan, de internationale dag tegen armoede en sociale uitsluiting. In Brussel sliepen toen vele collega’s uit de thuislozensector op 17 oktober samen één nacht buiten op het Muntplein. (Met als beschutting tegen regen en wind, het plastiek zijl van den bietentas van den boer).

Zoveel jaren later rijden ze beiden wel met een scooter. De leidinggevende natuurlijk met een veel zwaardere dan de boer. Hun nieuwe passie richt zich van langs om meer op het degusteren, terwijl ze filosoferen over hoe fijn het vroeger was en even stilstaan bij de gedachte van wat zeker had moeten blijven.

Sinds enkele jaren zijn ze ook wel wreed bezig met het boerderijtje en de bijhorende beestenboel in Peizegem. Voor een finale te beslechten in een paardentornooi zijn ze intussen veel te stijf geworden. De open vraag is dan: Welke wegen gaan ze met Kodiel nog bewandelen?   

 

NVDR: wees gerust, alle mensen en collega’s uit de vele Brusselse organisaties zullen altijd een heel bijzondere plaats en hun hoofd en hun hart behouden.

 

De trektocht van de vernieuwing

Als een clown in een circus hebben we met een traan en een lach beetje bij beetje de Belgische trekpaarden zien heengaan. Ze hebben Kodiel mee opgestart en vorm gegeven.

En we lachen nog steeds met de ongelofelijk toffe herinneringen die ze ons nagelaten hebben. Maar de hoge kosten, omwille van hun vele gezondheidsproblemen hebben ons resoluut aangespoord om andere keuzes te maken. Het negenjarig Frans trekpaard Tor is de enige die dit alles overleefde. We hopen dat hij nog lang op Kodiel mag meewerken.

Parallel aan het karakter en gedrag van de verantwoordelijke gingen we er vanuit dat grote ezels het gepaste antwoord waren. Doch ook met deze dieren werden we met tegenslagen geconfronteerd. Hierdoor gingen er van langs om meer stemmen op die zeiden dat we "Den duvel aan onze nek hadden". In de tijd van Breugel staken de mensen in zo een geval de schuur in brand, om het kwaad te bestrijden. Een lieve collega van De Schutting had een zachtaardiger idee, en schonk ons een noveenkaars. De konijnen bleven sterven, de boer had nog steeds even veel pijn aan zijn gewrichten, maar na negen dagen en negen nachten werden onze geesten verlicht.

Onze neuzen draaide noordwaarts en in de lente kwamen de Fjordenpaarden op hun nieuwe bestemming aan. Dat kwam dus dankzij de tussenkomst van bovennatuurlijke krachten uit hogere spirituele regionen in samenwerking met de Raad van Bestuur die nog maar eens een tandje bij stak. Het had dus niets te maken met het gerucht dat boer Kodiel op een Drakar geboren was ergens op de woeste zee.

Elk afzonderlijk trokken de twee veel belovende paardjes op voorbeeldige wijze de kar. In tweespan hadden we een aha-erlebnis. We scheurden opnieuw in racetempo door de veldbanen en stoppen leek meer op een roulettespel als op een eenvoudig uit te voeren bevel. In voorbereiding van de trektocht door het Pajottenland hadden we dit drie jaar geleden met de trekpaarden al eens meegemaakt. We gingen ten rade bij een ervaren menner uit de streek. Ook met hem slingerden we aan een ongelofelijke snelheid van links naar rechts over de weg. Bij dat vertoon verdacht een buur de boer ervan dat hij zwaar onder invloed met zijn paarden op de baan kwam. Daarop stak deze laatste een tweede noveenkaars aan, bleef erin geloven en vertrok op 22 augustus met een rustig tweespan Fjorden op trektocht. Waarschijnlijk had de kaars alleen niet mogen baten en was de hulp van Maureen en Steve evenzeer van doorslaggevend belang.

Niet alleen omtrent de paarden waren er ingrijpende veranderingen. Ook in het clubje van de oude getrouwen die voor de omkadering zorgden werden de kaarten flink door elkaar geschud. Hanna vond een studente job en haar vader kon zich niet vrij maken. Dus gingen we opzoek naar nieuwe vrijwilligers. Tot onze verwondering zijn er wel een aantal die dit dolgraag eens zouden willen meemaken. Jammer genoeg konden ze omwille van hun werk of door gezondheidsproblemen er dit jaar niet bij zijn. Ze hopen dat ze volgend jaar een tweede kans krijgen. Kristien is nu de enige die de twaalf edities begeleid heeft zonder er ook maar eentje te missen. Hiervoor moeten we misschien ook eens een kaarsje laten branden. Uiteindelijk kwam de oplossing van onze buur Hannes. Samen met zijn broertje kwamen ze 15 jaar geleden als eerste kinderen uit de buurt hun memorabele ruzies uitvechten op Kodiel. Maar tegelijk genoten ze enorm van het aanbod en waren steeds bereid om een handje toe te steken. Intussen is hij een flik uit de kluiten gewassen man geworden en heeft hij heel wat ervaring opgedaan met paarden. Hij was dus de geknipte kandidaat om onze tocht mee te begeleiden. Ook Steve stelde zich soepel op zag het zitten om tijdens de volledige week mee voor ondersteuning te zorgen. Al het voorgaande stimuleerde ook onze zin voor rationaliteit. Vroeger stelden we de groepen samen op basis van een gezonde mix tussen deelnemers die veel aten en zij die met minder tevreden waren. Zo hielden we de voorspelbaarheid van de aanvoer door de catering onder controle. Voor het eerst kozen we ervoor om de twee groepen samen te stellen op basis van wie al of niet wou paardrijden. Zo hadden we het rijpaard maar drie van de zes dagen nodig. Achteraf bekeken, herdachten we op onze manier de Eerste Wereldoorlog. De eerste groep beeldde de cavalerie uit en de tweede groep een bataljon cyclisten.

Zowel de in het totaal negen deelnemende soldaten als hun sergeanten, hebben de strijd in goede fysische en psychische gezondheid overleefd. We mogen stellen dat het moraal van de troepen permanent bijzonder goed was.

De fietsen in groep twee hadden zo een succes dat we even vreesden voor verwondingen in de strijd om er één te bemachtigen.

Maar ook die invloed des duivels hebben we op de gepaste wijze bezworen. In onze eindeloze zoektocht naar schaduw voor de middagpauzes (gemiddelde temperatuur tussen 30° en 32 °) vonden we een boskapel. Terwijl onze soep nog op tafel stond kwamen er van langs om meer mooi uitgedoste mensen aan, inclusief mijnheer pastoor. Iets in ons voorkomen wekte bij hen mededogen op. Daardoor mochten we, ondanks de doopplechtigheid, toch ons middagmaal verder zetten. Om zeker te zijn dat dit in peis en vree zo verlopen deed de pastoor een handoplegging bij de paarden en de meest roekeloze fietsers. Nooit voordien zijn we op zo een uitgesproken rustige manier ‘s namiddags verder getrokken.

Zo was onze twaalfde trektocht van Peizegem over Grimbergen, Hombeek naar Zemst-Laar en terug, doorspekt van wonderbaarlijke nieuwigheden. Daartegenover stond dat we bij onze ex-collega Jolien en haar vriend Koen mochten logeren. Het was fijn om ’s avonds samen met oude bekenden aan tafel te zitten in een prachtige omgeving en een zuiders klimaat. Helemaal op het einde kwam onze vroegere vrijwilliger Coike, na het jaarlijks Cnapelinckx  familiefeest, zijn befaamd pannenkoekenmachine opladen. Dat was het weekend voordien doorgegaan op dezelfde locatie als die waar wij zes dagen lang prachtige herinneringen aan overhouden. De pannenkoeken zijn bijzaak maar het weerzien van Coike geeft ons weer moed en energie om heel de winter door te komen.

Lettres de mon moulin du Kouter de Merchtem

d' Hedwig Alphonse Domdet.

Bij het schrijven van deze brief aan mijn vriend Jo Geysen, lyrische poëet te Brussel, trilt mijn pen als een veer. In het diepste van mezelf heb ik sinds lang de wens om de paden van het mannelijke machogedrag te verlaten. Mijn hart fluistert mij telkens opnieuw in dat ik u het verhaal van de “kiekens” moet vertellen. Maar deze term brengt mij eveneens rechtstreeks in relatie met vrienden van onze paarden, en dus mannelijk … .

Een bijkomende zorg is dat in de stad waar je werkzaam bent multiculturaliteit en seksuele gelijkheid hoog in het vaandel gedragen worden. Tevens weet ik dat uw enthousiasme omtrent mijn brieven u er vaak toe brengt om ze aan vele vrouwelijke geïnteresseerden te laten lezen. Daarbovenop ervaar ik dat de politieke slogan: “omdat mensen belangrijk zijn” resoluut vervangen werd door: “omdat de nieuwe regels het belangrijkste zijn”.

Het gebruik van het woord “kiek” in mijn geschriften zou mij in het kader van de hoger beschreven context in een kluwen van juridische vervolgingen kunnen storten. Op basis van de erbarmelijke toestand in de Belgische gevangenissen en het feit dat ik de appelsienen die je mij desgevallend bij uw bezoek zou brengen niet lust, moet ik u onthouden van het relaas over onze gevleugelde lievelingen.

Dankzij mijn joviale Franse buurman monsieur Seguin, heb ik een perfect neutraal onderwerp gevonden om u over te berichten “DE GEIT”. Aangezien deze term geen enkele pejoratieve bijklank heeft, valt alle stress als een b(l)ok van mijn schouders. Ik voel mij vogelvrij om u in alle oprechtheid mijn verhaal te doen.

Destijds hadden we zes geiten waarvan één bok. Ze kweekten naar hartenlust, maar we kregen de lammeren aan de straatstenen niet verkocht. Toch waren er nooit meer dan zes omdat er velen stierven. Voorbijgangers en buren zorgden ervoor dat met regelmaat van een klok beschimmeld brood, spek en rauwe hamburgers in de weiden terecht kwamen. Hierdoor leden deze dieren aan kwalijke gastro-intestinale aandoeningen, die voor een natuurlijke selectie zorgden. Uiteindelijk bleef er maar één witte geit meer over. Uit angst om deze ook te verliezen hielden we haar in een prachtige stal, met veel licht en aangepaste muziek. Ze kreeg twee maal per dag vers gras, worteltjes, zuiver water en aangepaste droge voeding. Op een dag brak ze uit en trok naar de “Konijnenberg” in Buggenhoutbos. Daar beleefde ze onvergetelijke momenten met de zwarte bok van de boswachter. Toen die moe maar heel tevreden terug naar huis ging kwam de boze wolf en at haar op.

Moraal van dit verhaal: wat is het best, leven binnen de veiligheid en geborgenheid van een afsluiting en goede zorg of kortstondig genieten van een levensgevaarlijke absolute vrijheid?

En toen had de donkerharige vrouwelijke medewerkster van Kodiel een super geniaal idee.

We moeten buiten de stal een opstelling bouwen waar geiten plezier kunnen beleven, zodat ze zich niet meer opgesloten voelen. Dat vond de verantwoordelijke bok meer dan de moeite waard om op het dagelijks bestuur te bespreken. Er werd toestemming gegeven voor de nodige uitgaven voor de constructie van een agility park. Wie nu naar Kodiel komt kan samen met een “geit” een hindernissenparcours doorlopen. Ze lopen over een hangbrug, springen door een hoepel, kruipen door een autoband, slalommen tussen paaltjes enz. Als u dit onmogelijk acht kijk dan naar de foto’s op de website: http://www.kodiel.be/

Beste vriend en poëet Jo Geysen, hier eindigt mijn verhaal. Ik zal, zoals in het verleden mijn uiterste best doen om de molen draaiende te houden. Zeg aan uw vrienden uit de fantastische stad die Brussel is, dat ze bij ons altijd ontzettend welkom zijn.

 Ik teken met mijn tweede geboortenaam die ik van mijn peter kreeg,

Alphonse,

Alias boer Kodiel.

Het geheim achter boer Kodiel!

Heel veel mensen hebben tot nu toe gedacht dat boer Kodiel, meer dan een halve eeuw geleden, geboren werd in een warme koeienstal ergens in de Zennevallei.

Ze baseerden zich daarvoor op een aantal uiterlijke kenmerken en gedragscomponenten. Sinds enkele jaren stapt hij als een door artrose opgevreten Brabants trekpaard. Zijn Lievelingsmenu is een dikke panch en een snee van ‘t verken. Hierdoor is zijn lichaamsbouw langs geen kanten meer vergelijkbaar met die van een flesgans. Bij de minste frustratie wordt hij overweldigd door een quasi totaal geheugenverlies wat zijn woordenschat betreft. Het enige wat hij dan nog uitkraamt zijn eindeloze paternosters van nondedju en nondedju. Maar in het diepste van zijn ziel is het een zeer goedaardig man. Hij fleurt helemaal op als hij iemand plezier kan doen met een koppel eieren, een appelcake of een ritje op de huifkar. Maar al het voorgaande heeft zijn vele kameraden gedurende al die jaren op het verkeerde been gezet. "Boer Kodiel is niet van hier!" Maar hij komt ook niet uit Afrika of uit Amerika, de Himalaya of de woestijn.

Hij werd geboren op een drakar, in volle stom in de Noorse zee ter hoogte van Hammerfest. Daardoor heeft hij nooit mooi rechtop leren lopen. Na heel zijn jeugd te hebben overleeft op pekelharing is het begrijpelijk dat hij eens iets anders op zijn bord wou. Mocht hij zo mager als een pier geweest zijn, dan hadden we hem nooit gekend. Hij zou de ijzige kou in het hoge Noorden nooit getrotseerd hebben, of de meeuwen hadden hem opgevreten. Zijn beperkte woordenschat is het gevolg van jaren lang in een platte bood met drakenkop, op zee te hebben rondgedobberd. Daar komt ge niet veel volk tegen om mee te praten en zo de kans te krijgen om een geraffineerde taal aan te leren.

Maar op een mooie dag legde hij met zijn soortgenoten aan in de haven van Antwerpen. Gelukkig werd de stad toen niet bestuurd door de partij van Niet Voor Andersdenkenden dan wij. Want zijn achternaam betekent eigenlijk: Doe het Omgekeerde van hoe het Moet. En die combinatie had nogal eens voor vonken kunnen zorgen. Lang geleden waren de Antwerpenaren heel gastvrije, warme, joviale mensen met een groot hart. Ze leefden in een prachtige bruisende stad. Het maakte boer Kodiel zo wild enthousiast , dat hij zijn hand heel hoog in de lucht gooide en daardoor verdween het voor de eeuwigheid in de Schelde. Vandaar de naam Handtwerpen. Het was hoogtijd om eens een aantal geschiedkundige fabeltjes over deze locatie recht te zetten. Tevens weten jullie nu dat de boer eigenlijk een aangespoelde Viking is. Tot voor enkele jaren kon je dat goed zien aan zijn (intussen grijs geworden) dikke rosse baard.

Bij aanvang wou hij zijn No(o)rs voorkomen en karakter verdoezelen. Hij kwam op het idee om zich een plaats te veroveren in het wereldje van de trekpaarden. De mannen die hij daar tegen kwam waren ook geen katjes om zonder handschoenen aan te pakken. Zo ontstond de mythe dat de boer hier zou geboren en getogen zijn.

Maar zijn zeemansbloed bleef voor onrust in zijn hoofd zorgen, en lokte hem regelmatig terug naar de haven. Op een dag vertelde Spaanse matrozen hem over Don Quichot. Dat maakte hem opnieuw wild enthousiast, want die kerel had hij wel eens in het echt willen ontmoeten. Gelukkig gooide hij toen zijn tweede hand niet heel hoog in de lucht… Maar hij kwam wel met twee grote witte Andalousische ezels naar huis. Zijn levensgezellin was de enige op deze planeet die instaat was om hem enigszins te begrijpen en zijn kapriolen een plaats te geven. Daarom besliste ze dat ze zich beter zelf zou bekommeren over die zachtaardige nieuwe dieren. Van meet af aan was ze geboeid door hun rustgevende zelfzekerheid en werkkracht. Zo verdween de boer wat op de achtergrond, en de ezels kregen een belangrijke plaats op Kodiel.

Zowel te land als op zee slaagt het noodlot echter toe. Totaal onverwachts verloren ze op de thuislozenboerderij hun zevenjarige ezel, die moeiteloos een kar van 900 kg kon trekken. Kort daarna moesten ze het trekpaard Lies laten inslapen, omdat het dier te ziek geworden was en de pijn niet meer kon verlicht worden.

En toen dook de Viking terug op. In zijn bloedbaan kolkte het van adrenaline, endomorfine, chromosomale elementen en andere stoffen die hem terug brachten naar zijn verleden. Hierdoor zag Viking boer sterretjes, en iedereen weet dat vele dingen in de sterren geschreven staan. Zo zag hij de zeepaardjes terug uit zijn kindertijd. Net zoals de mensen zijn de paarden volgens de evolutietheorie van Darwin ook uit de zee gekomen. De aller oudste afstammelingen van de zeepaardjes zijn de Fjorden. Deze Noorse trekpaardjes zijn zo lief als alle begeleidsters van De Schutting te samen. Zo werklustig als de levensgezellin van de boer, en even grote kapoenen als sommige deelnemers van Kodiel. Sommigen van die paardjes zijn de Vikingen gaan nabootsen, en daardoor wat koppig geworden. Maar, in Zemst bij Jolien en Koen hebben ze twee Fjordenpaardjes gevonden die voordien nog nooit een Viking gezien hebben. Ze zijn zes en drie jaar oud. De jongste moet nog één en ander leren, maar vordert erg goed. De oudste kent alles. Hij wordt bereden, hij trekt de kar en bij het werken op het land gaat hij zelfs "in het Kodjiel" (op het kordeel). Hopelijk staat in de sterren geschreven dat deze twee samen, ontzettend veel plezier gaan bezorgen aan de vele deelnemers die in de komende jaren nog naar Kodiel zullen komen.

Hedwig

KODIEL EN HET SCHUTBLAD

Voor de decemberuitgave van dit gerespecteerd blad zou je verwachten dat de boer een devoot verhaal schrijft over de os en de ezel in de stal. Maar dat is in dit jubileumjaar, buiten de verwachtingen van de redactie gerekend.
Als bevriende werking kregen we een strikt op te volgen bevraging die ik niet openbaar wil maken, omdat het eigenlijk wel eens een valstrik zou kunnen zijn.
Zo willen ze weten wat er op Kodiel met de publicatie gebeurt. Wordt hieronder verondersteld dat de boeren het in gelijke rechthoeken geknipt hebben, in één hoek een gaatje gemaakt hebben, om het daarna aan een nagel te hangen in de kleinste ruimte?
Ze willen ook weten of het wel gelezen wordt. Zou dit een subtiel peilen zijn naar de verstandelijke capaciteiten van boeren en cowboys?
Ze willen meer weten over hun investeringen in publiciteit. Daarom wordt op een weliswaar vriendelijke manier gevraagd of we wel voldoende positieve reclame maken voor De Schutting. Hierop kunnen we 100 % geruststellend antwoorden. Al 14 jaar lang zeggen we alleen maar heel veel goeds over deze organisatie die met kop en schouders boven het ruime welzijnswerkveld uitsteekt.
En dan lijken ze plots aan zichzelf te gaan twijfelen. Ze willen weten of ze in de voorbije 25 jaar veranderd zijn. Wat moet je hierover vertellen aan mensen die 25 jaar geleden hun laatstejaars stage in De Schutting deden? Of collega’s die op 2 september 1990 de ontroerende foto’s toonden van de eerste schooldag van hun kinderen. Ons antwoord is eenduidig: jullie zijn allemaal nog altijd even mooi, maar ho zo ontzettend veel wijzer geworden.
En dan: DE strikvraag der strikvragen. Kies je lievelingsartikel. Wie op deze vraag durft te antwoorden is voor de rest van zijn leven verbrand. Ze waren allemaal geweldig: Mark met zijn voorwoord – de andere Mark filosoof en dichter – Tineke die in haar artikels over woonst, nog steeds opzoek is naar de Brusselse politieker die zegt: “'Wir schaffen das” – de reporters van de ongelofelijke exotische vakanties met De Schutting – het verhaal van toen boer Kodiel eieren bakte voor iedereen die mee naar de boerderij ging – de verslaggevers van de Brussels Homeless Cup, en andere gerenommeerde voetbalcompetities enz. enz. … Ik mag en ik kan niet kiezen, want ik zie jullie allemaal even graag.
Ik kan wel antwoorden op de vraag die niet gesteld werd. “Deden we ons best om jullie 25 jaar lang elk trimester een Schutblad te bezorgen”?
Jullie zijn gewoon fantastisch! Proficiat om dit bovenop de zorg voor al de mensen die jullie begeleiden er nog eens bij te nemen. We beleven er telkens weer opnieuw veel leesplezier aan.

 

Hedwig
 

WE WORDEN OUD, MAAR …!

 

Deze diep filosofische bedenking is niet alleen gebaseerd op het feit dat de boer per week evenveel tijd spendeert met het zoeken naar zijn sleutels dan met het openmaken van de deuren, maar ook op tal van observaties rondom zich.
Zo nodigde zijn beste vriend (waarmee hij lang geleden ook op school zat) hem uit om eens lekker te gaan eten voor zijn verjaardag. Toen ze de menukaart aangeboden kregen constateerde die dat hij zijn bril vergeten was. Hij had dus geen flauw benul van al het lekkers dat er op de kaart te vinden was. Om niet in affronten te vallen, bestelde hij dan maar de dagschotel. Ze aten vleesbrood met patatten en spinazie en verlieten discreet het etablissement.
Zeer recent hadden drie extreem moedige kerels beslist om met volle inzet de boekhouding van Kodiel te digitaliseren. Conform aan den ouden trant was iedereen 20 min vóór tijd aanwezig . Toen ze echter aan hun loodzware opdracht wouden beginnen, merkten ze dat de pc niet lang zou functioneren. Er was nergens een kabel voor de netaansluiting te vinden, en de batterij was bijna plat. Een Chinese vrijwilliger ging een nieuwe kabel kopen. De andere probeerden intussen de tijd te doden met kopjes koffie. Vele lange uren later keerden ze huiswaarts, bevend als een blad door de quasi dodelijke dosis cafeïne in hun lijf.
Maar ondanks alles waren ze in beide gevallen blij en tevreden omdat ze samen weer onvergetelijke momenten beleefd hadden.
Maar wat de boer er het meeste van overtuigt dat we oud worden, is dat er om de haverklap sprake is van één of andere jubilee. Zo ook bij de uitnodiging om dit tekstje te schrijven. “Zie dat het een beetje op iets trekt want ’t is voor het 25 jarig bestaan van “Het Schutblad”. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. In die tijd was er in de verste verte nog geen greintje van het idee “Kodiel” te bespeuren. Boer Kodiel scheurde toen nog met een Golf Turbo over de Belgische en Franse wegen, met apparatuur voor dermatologen en gynaecologen in de koffer. De belangrijke vraag voor een nieuw artikel kwam de dag na het voltooien van de kladversie van het werkingsverslag 2014. Vandaar het idee om in de sfeer te blijven en eens te gaan kijken wat er jaren geleden over Kodiel geschreven werd.

 

WE SCHRIJVEN SCHUTBLAD MAART 2005.

Er zijn drie nieuwe vrijwilligers.
Heidi komt elke zaterdagnamiddag helpen tijdens de wandelingen met de paarden. Op een rustige en aangename manier leert ze ons telkens weer nieuwe dingen over paardrijden en verzorgen.
Kristien deed vorig jaar een zeer goede stage orthopedagogie, en behaalde haar diploma. Sindsdien komt ze in haar vrije tijd een handje toesteken bij het werk op de boerderij. Ook zij heeft een grote passie voor paarden.
Herman is een kampioen amateur bakker. Elke dinsdagvoormiddag komt hij ons leren broodbakken. Hierdoor krijgen we de keuze tussen: wit, bruin, stokbrood, suikerbrood of krentenbrood. Iedereen die de kans kreeg te proeven had er niets dan lof over.

Nieuw aan het huis van Kodiel is de inkom achteraan. Deze verruimt de keuken en dankzij het hellend vlak wordt de benedenverdieping beter toegankelijk voor rolstoelgebruikers.

Verbonden met de groententuin bouwden we een schuthok voor de ezels en een tuinhuisje met terras. Daarnaast kwam er een volière en een bloementuin. Sinds vorig jaar hebben we onze eigen kleine tractor.

In 2005 zouden we graag de schuur ombouwen in vier paardenboxen. Hiervoor hebben we al één sponsor voor een deel van de kostprijs.

Voor wie het nog niet wist: iedereen is welkom op Kodiel!


Bij het lezen van de passage over de vrijwilligers pinkte de boer een traantje weg van ontroering. Heidi heeft haar toekomst uitgebouwd in de Verenigde Staten maar is van ver over de oceaan Kodiel altijd blijven steunen. Kristien en Herman blijven zich zoveel jaren later nog steeds keihard inzetten voor wat ze ooit mee gestart zijn. Daarnaast kunnen we de vrijwilligers, die ons geholpen hebben en/of dat nu nog altijd doen, niet meer op onze twee handen tellen. Zij zijn de menselijke motor die het boerderijtje al bijna 14 jaar doet draaien.
Als we de infrastructuur vergelijken met vroeger en nu, dan zijn we ook de vele instellingen, organisaties, privépersonen en bedrijven ontzettend dankbaar voor de steun die we van hen kregen. Dit geldt evenzeer voor de bestuurders die, van vóór de opstart, hun schouders durfden zetten onder een project dat doorspekt was met ideeën van een zonderlinge boer.
 

Hedwig
 

TREKPAARD ZIJN IN HET TIJDPERK DAT BOEREN MET TRAKTOREN RIJDEN

Ik ben Lies, Brabants trekpaard, geboren in Opwijk. Tot mijn 14 maanden heb ik op de weide tussen de koeien mogen lopen. Toen werd ik door een groenteboer gekocht en naar Kodiel gebracht. Daar dachten ze dat zij mij gingen leren wat het echte leven was. Wie zo denkt weet niet wie Liesje eigenlijk wel is, want Liesje is de baas. En dat hebben ze daar tijdens mijn eerste levensjaren aan den lijve ondervonden. Behalve een tweetal mensen, die wanneer ik op mijn achterbenen ging staan, het vertikten om weg te lopen. Ze gingen in tegendeel zo lelijk tekeer dat ik mij niet meer op mijn gemak voelde. Uiteindelijk hebben we de strijdbijl dan maar begraven, al hoewel!

Ik ben Tor, een donkerkleurig Comtois trekpaard, geboren in Frankrijk, en tot mijn 5 jaar leefde ik als God in Frankrijk. Ik mocht met vier rijpaarden spelen en grazen op een weide van 3 ha, vlak over de grens in België. Daardoor ben ik ook genaturaliseerd. Op een dag werd ik gekocht door een dametje die op zoek was naar een wat speciaal trekpaard. En zo kwam ook ik op Kodiel terecht. Door mijn voorgeschiedenis heb ik het spelen en plagen flink onder de knie. Zo kan ik tijdens een wandeling plots rechtsomkeer maken en in draf terug naar huis lopen. Voetbal spelen met een emmer vol water is ook zo een leuke bezigheid. Maar die snoodaards in Merchtem konden daar niet mee lachen. Daardoor behoren mijn fratsen nu tot de zoete herinneringen uit het verleden, al hoewel! Gedurende het grootste deel van het jaar valt onze taakinhoud nogal mee. Twee tot drie keer peer week worden we klaar gemaakt voor een wandeling. Meestal worden we dan eerst in de richting van het haar geborsteld. Af en toe in tegenovergestelde richting. Toch moeten we rustig blijven stilstaan. Ook als er iemand met zijn volledig gewicht aan de kam hangt, omdat er knopen in onze manen zijn. In zo een geval mogen we zelfs niet eens onze hoef op zijn tenen zetten. Het zadel hoort vlak achter onze schouders te liggen. Soms wordt het in onze lende geplaatst, en dat kietelt zo als het aangespannen wordt. Een fijn spelletje is, ons hoofd zo hoog mogelijk houden als ze een bit in onze mond willen steken. Vlak voor het vertrek komt de kat bijna letterlijk op de koord. Ze komen aandraven met een hoge trapladder die ze naast onze schouders plaatsen. Al of niet met het nodige gekreun of gegil, kruipt er iemand naar boven. Met de ruiter op de top begint de ladder al wel eens heen en weer te wiegen. Het gegil gaat dan over in een oorverdovend gegier. Enkele seconden later ploft er een serieus gewicht op onze rug. Als we niets voelen, vrezen we dat het opzet mislukt is, en de ruiter aan onze andere zijde op de grond terechtgekomen is. Gelukkig is dat heel uitzonderlijk en al heel lang geleden. Na de trapezeoefeningen kan de wandeling beginnen.

Bij de meeste ruiters en begeleiders moeten we ons gedeisd houden. Af en toe is het fun. We lopen dan langzaam de graskant op tot aan de rand van de beek. Zonder verder iets te ondernemen gaan de decibels dan opnieuw ongelofelijk de hoogte in. Doen alsof we doof zijn is ook heel grappig.

Als er “ho” geroepen wordt gaan we gewoon verder door. Zo lukt het soms de begeleider die ons vast houdt met een touw, mee te nemen op wandeling.

Een aantal keer per jaar krijgen we geen vat op de bedoeling van de activiteit. We moeten dan vaak vroeg in de ochtend al de wagen op. Ze rijden dan met ons naar diverse plaatsen waar heel veel mensen en ook andere paarden samen komen. Bij de mensen onderscheiden we twee soorten. Het grootste deel ziet er vrij normaal uit, en blijft mooi op de stoep staan.

Voor anderen kan je het zo gek niet bedenken. Soms zijn ze in lompen gekleed en kruipen bijna op handen en voeten rond. Op een andere plaats moeten we een kar trekken terwijl we quasi omsingeld worden door in het wild rondschietende soldaten. Het gebeurt ook dat er een groep achter ons loopt die constant in ijzeren buizen blaast, en zo de meest bizarre geluiden produceert. Vaak zijn ze vergezeld van meisjes met veel te lange benen, en daardoor ook veel te korte rokjes. Ze proberen onophoudelijk stokjes weg te gooien die altijd terug bij henzelf terecht komen. Het sleutelwoord bij dat soort toestanden is “wachten”. Al deze bizarre lieden zijn blijkbaar zo moe dat telkens als ze 20 m gestapt hebben ze vijf minuten moeten rusten. Zenuwslopend is dat voor ons. We hebben horen zeggen dat we toch maar ons best moeten doen, want het zou onze bescheiden bijdrage zijn in de kosten van de hoefsmid en ons onderhoud.

De kers op de taart is de trektocht. Maar voor het dit jaar zover was hebben we één en ander beleefd. Tot dan mochten we elk om beurt de kar trekken, en tonen hoe goed we dit konden. In oktober vorig jaar werden we ineens samen, naast elkaar ingespannen. Tor dacht dat hij de zaak in handen moest nemen. Maar ik ben Lies, en zoals gezegd: ik ben de baas! Wat weet nu zo een speelvogel over in tweespan werken. Dit had als resultaat dat bij de eerste poging, de mensen op de kar, van voor naar achter vlogen. Daarna hebben ze er een instructeur uit een menschool bijgehaald. Die hebben we enkele kilometertjes naast de kar laten crossen. Uiteindelijk begon die alle riemen bij te regelen zodat Tor vóór mij liep. Ik dacht: “met alle Chinezen maar niet…”. Daarom verhoogde ik de cadans zodat Tor meer meegesleept werd dan hij de kar trok. Dit in de hoop dat ze met hun onhaalbaar idee zouden stoppen. Maar hoe meer ik den duvel draaide hoe meer we moesten oefenen.

 

In juni spanden ze ons zelfs voor hun loodzware woonwagen, en trokken met ons door het Pajottenland. De eerste dag raasden we in ware formule 1 stijl over de wegen. De tweede dag leek het al meer op een oldtimerrally. De derde dag was ik zo bekaf dat we de strijdbijl toch maar weer eens begraven hebben.

In augustus vertrokken we dan met de deelnemers en hebben we ons correct gedragen. Tor heeft mij goed geholpen op de felle hellingen maar daarbuiten was meneerke dikwijls in vakantiestemming.

Ik wil jullie nog twee dingen over die trektocht vertellen.

Er is duidelijk iets mis met de waterdichtheid van de pels van die deelnemers. ’s Middags moesten ze vóór het eten allemaal uit hun woonwagen zodat de tafel kon gedekt worden. Op een dag vielen er net op dat ogenblik bakken water uit de lucht. Toen trokken ze van die grote kappen met punthoeden over zich, zodat ze eruitzagen als middeleeuwse monniken.

Er staat een foto van die verkleedpartij op hun website.

We kwamen ook heel veel andere mannetjes tegen, verkleed in circusartiest. Ze rijden op volledig uit elkaar gehaalde fietsjes zonder verlichting, spatborden of bagagedrager. Het stuur ziet eruit alsof ze er eens tussen twee landbouwtractoren mee verpletterd zijn. Maar het ergste is dat ze er ook de remmen afgegooid hebben. Als ze op een kruispunt komen dan gieren ze alsof ze op de top van de wankele trapladder staan, vlak voor het bestijgen van een paard. Zo flitsen ze dan op enkele centimeters van je hoeven voorbij. Eens dat gelukt, roepen ze allerlei verwijten naar de bestuurder op de woonwagen. Zouden die thuis gewoon in de haag rijden om kunnen af te stappen?

 

 

 

Francis

 

Hedwig

 

H

OE ZIET EEN KODIELDAG ANNO 2014 ER NU EIGENLIJK UIT ? 

Om 5u30 vertrekt de buurman van de boer met zijn interventievrachtwagen van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening. Daardoor begint zijn haan te kraaien en zijn hond te blaffen. Uit pure hoffelijkheid beantwoorden onze ezels deze ochtendbegroeting met een vrolijk gebalk. Op datzelfde ogenblik liggen alle deelnemers van Kodiel nog zalig te dromen in de in stilte gehulde hoofdstad van Europa.

Om 7u30 vertrekt de boer met de minibus naar Brussel. Hij moet een veiligheidsmarge inrekenen, want de tocht kan soms oneindig lang duren. Om in De Schutting binnen te geraken moet hij beroep doen op zijn volledig arsenaal functionele hersencellen. Er moeten 7 sloten opengemaakt worden, waarvan een aantal in wijzerzin en een aantal in tegenwijzerzin. Daarbovenop moet de juiste code ingebracht worden op het kastje aan de muur, met daarna nog twee andere bewerkingen. Eén onzekere beweging op het minuscuul klein toetsenbord kan als gevolg hebben dat de helft van de Brusselse Welzijnssector een alarmboodschap voor inbraak op zijn gsm krijgt. Met een beetje geluk is er intussen iemand aangekomen die de juiste handelingen kent om met de semi-industriële machine koffie te maken.

In een uiterst ontspannen sfeer wachten de deelnemers van Kodiel op elkaar in de prachtige living van De Schutting. Ze genieten van het lekkere kopje koffie dat hen aangeboden wordt. Om 9u30 vertrekken we naar onze boerderij. Het is telkens weer een ontroerend moment, wanneer we door het voltallige team van De Schutting uitgewuifd worden. Op datzelfde ogenblik staat onze trouwe vrijwilliger aan het Noordstation bij de vertrekhalte van bus 245 naar Dendermonde. Hij heeft een goede herkenbare badge met het logo van Kodiel op zijn jas. Zo kan iedereen die geen plaats kon reserveren in de minibus, zorgeloos met de Lijnbus op Kodiel geraken.

Bij de meeste deelnemers is tijdens het traject het effect van de koffie van De Schutting al uitgewerkt. Daarom zorgen we ervoor dat bij aankomst op Kodiel de thermossen al goed gevuld zijn. Iedereen krijgt ook een speculooske bij de koffie. Dat is nog een overblijfsel uit de lanceringsfase van Kodiel. Toen werden er grootse promotiecampagnes opgezet, zoals het eieren bakken voor wie op tijd naar De Schutting kwam.

Om 10u30 beginnen we eraan. Dinsdagvoormiddag kan wie wil helpen brood bakken. Anderen kunnen met de minibus naar de boerderij op Terlinden. In de winter kiezen de stoere binken vooral voor het uitmesten van de boxen van de zeboes, de geiten en de schapen. Wie liever de dieren voedert kan daarna de hooirekken vullen, bieten malen en zuiver water aan onze kleine herkauwers geven. In de periode dat de ezels ook op de boerderij staan, krijgen zij dezelfde service. (Door dit te schrijven, besef ik dat het enkel boer Kodiel is die alle dagen zelf zijn eten moet klaarmaken). Voor de adepten van “Small Is Beautiful” is de bessentuin een paradijs. Japanse meeuwtjes, parkieten, minipapegaaien en anderen zorgen voor de nodige achtergrondgeluiden. Ook het borrelend water uit de stenen kruik boven het visvijvertje maakt mee de sfeer. In de verschillende looprennen zitten konijnen, cavia’s, eenden en kippen. Elk met hun eigen behuizing. Naargelang de soort, voorzien van ondergrondse tunnels om hun een pleziertje te gunnen. Maar ook al deze kleine wezentjes hebben hun verzorging nodig. In de chalet wordt hun voeding opgeslagen in een toren met schuiven. In elk compartiment zit het aangepaste eten voor elk van de verschillende dieren. Om vergissingen te voorkomen staan hun foto’s op de respectievelijke schuiven. Om het plaatje volledig te maken leven hier ook de twee minivarkentjes. Ze zijn van langs om aaibaarder en komen met plezier een lekker gedroogd stukje stokbrood uit je hand snoepen. Voor de lente begint is er ook wat snoeiwerk aan de bessenstruiken. Hoe beter deze onderhouden worden, hoe meer vruchten de deelnemers kunnen plukken en mee naar huis nemen. Ook de eieren van de kippen en het gebakken brood verlaten op die manier de boerderij.

Tijdens de zomer staan de meeste dieren op de weiden. Daar moeten we dagelijks langsgaan om na te zien of ze nog voldoende water hebben en blaken van gezondheid. Om ze tam te houden krijgen ze bij elk bezoek een klein stukje wortel. Voor de veiligheid mogen we een kleine controle van de afsluiting zeker niet vergeten. In dit seizoen sluiten we de voormiddag af met het vervoer van de paarden en de ezels van hun weide naar Kodiel. Af en toe krijgen we te horen dat het voorgaande een verhaaltje voor softies is. In dat geval scheurt er enkele seconden later één van onze fietsen met fluitende banden van de koer. Een paar uur later is de eenzame fietser totaal relaxed, 10 liter vocht en 500 gr. vet lichter, voldaan terug op zijn vertrekpunt . (Of we moeten hem in een naburige gemeente gaan zoeken omdat hij de weg kwijt is). Als we dit euvel vooraf inschatten zijn er armbandjes met het telefoonnummer van Kodiel op beschikbaar. Ongeacht de belevenissen tijdens de voormiddag, rond 12u30 komen we allemaal terug naar de Molenbaan. In het gezellig cafeetje staan de tafels gedekt, en de dampende soep klaar om op te dienen. Na de maaltijd observeren we een duidelijke splitsing van de groep. Een deel vertrekt met een pas gerolde sigaret en een kop koffie naar buiten onder het afdak. Anderen mengen zich in een bikkel harde strijd voor de horizontale plaatsen in de salon. Enkele minuten later kunnen we wegens geluidsoverlast de radio uitzetten. Er wordt dan een onmetelijk aantal bomen gezaagd.

Rond 13u30 beginnen we met het klaarmaken van de paarden en de ezels. Enkel tijdens de winter worden hun boxen uitgemest vóór het vertrek van de wandeling. Afhankelijk van het weer en het aantal deelnemers maken we één of meer lange of kortere tochtjes. Ook ’s namiddags zijn er verschillende keuzemogelijkheden zoals bv. de bezetting van het salonnetje verder zetten. Deze keuzemogelijkheid kent echter weinig succes. De meeste oude getrouwe deelnemers hebben hun geliefd paard waar ze willen op rijden. Als op dagen van grote toeloop de beurtrol dat niet toelaat kan dit al eens tot een kleine frustratie leiden. Wie nog in een fase van kennismaking of gewenning is verkiest vaak één van de twee Andalousische ezelinnen. Dankzij hun lichaamsbouw en schofthoogte kunnen zij met gemak volslanke volwassenen dragen. Toch behouden ze het rustige betrouwbare karakter van een ezel. Als dat ook nog overkomt als stuntmannenwerk dan bieden we een tochtje aan met de kleine huifkar, getrokken door de Noire du Béri ezelin. Komt na een tijdje het verlangen om zelf te leren mennen, dan hebben we een apparaatje waarmee kan geoefend worden zonder het voor de ezel moeilijk te maken. Heel zelden zien we bij het begin van de wandeling onze eenzame fietser terug van de koer zoeven. Anderen volgen wel eens zijn voorbeeld, maar dan aan een veel rustiger tempo. Als tijdens de winter de landwegen besneeuwd liggen kunnen we met de paarden niet buiten komen, omdat ze hoefijzers aan hebben. De ezels hebben geen ijzers nodig. Hierdoor kunnen zij de sledes trekken en ons zo wat winterpret bezorgen.

Weer of geen weer rond 16u leggen we de riem eraf. Dit doen we niet vooraleer we samen nog van een drankje genoten hebben. Bij één of andere gelegenheid durven we dan ook wel eens met pannenkoeken of appelcake tevoorschijn komen. Dit is dan ook het uitverkoren moment voor diepgaande analyses over het gedrag en karakter van de paarden en de ezels. Ook de ongelofelijke rijbelevenissen uit het verleden worden dan terug opgehaald.

Als we kunnen rekenen op de hoffelijkheid van de andere weggebruikers, dan is iedereen ten laatste om 17 u terug in Brussel.

Op twee dagen per maand is er een specialleke.

Ondanks hun onbegrensde sterke binding met de “Homeles voetbal cup” vinden ze bij Hobo toch nog de tijd en de energie om elke eerste dinsdag van de maand hun mensen de kans te bieden kennis te maken met Kodiel. Waarvoor ons even onbegrensd respect.

De eerste zaterdag van de maand steken wij een tandje bij. De onthaalhuizen die ouders met kinderen opvangen krijgen dan om beurt faciliteiten voor het vervoer met de minibus. 

Hedwig

 

 


WE HEBBEN GEEN WINTER GEHAD MAAR... 

Boer Kodiel zit eigenlijk met gemengde gevoelens achter zijn computer na te denken over een tekstje voor het Schutblad. Hij is blij omdat het na 17 weken eindelijk gestopt is met regenen. Hij kan terug op zijn pantoffels de koer over steken, om zijn portefeuille die hij in de minibus vergeten is te gaan halen, zonder natte voeten te hebben. Anderzijds zaten er met Kerstmis nog vliegen in zijn keuken en sinds lichtmis zijn ze er al terug. Dat voorspelt niets goeds over de dosis dazen (paardenvliegen) die volgende zomer de paarden en ons zelf weer tot bloedend toe gaan prikken. Die gedachte jaagt de blijdschap dan weer voor een groot stuk weg. Maar al bij al hebben we geen rede tot klagen. Gisteren en vandaag konden we al in ons marcelleke op de droge koer in het zonnetje zitten en tijdens de voorbije winter hebben we niet veel hout verbruikt om het huis warm te stoken. Maar dan komt weer de gedachte dat dit waarschijnlijk toch te maken heeft met de opwarming van de aarde. Hoe dan ook de boer blijft een boer, en volgens het spreekwoord ploegde hij verder. Maureen heeft al de weiden al geslepen zodat het gras kan beginnen groeien. De planning voor de meststoffen is opgemaakt.

De schapen lopen al met hun lammetjes op de weide. De geiten staan nog op stal maar worden zo dik als zeppelins. Lang zal het niet meer duren vooraleer ook zij aan de zorg voor hun kroost kunnen beginnen. Bij het konijn lijkt het op een schijnzwangerschap uit te draaien. Ze maakte een nest, maar jongen waren er niet te bespeuren. Bij de zeboekoeien hebben we het kweekprogramma stopgezet de stier kreeg een beetje teveel karakter waardoor de deelnemers niet graag meer in zijn buurt kwamen. Ook de schapenbok werd stilaan minder menslievend en heeft een thuis gevonden bij mensen die zich daar niet door laten impressioneren. We plannen om voortaan in de herfst met een jonge bok te werken, die daarna naar andere oorden mag vertrekken. De grote veel vretende hangbuikvarkens vertrokken naar het Meetjesland en werden vervangen door twee echte minivarkentjes. Een ware opluchting voor de portemonnee.

Ook de zomer zit al in ons hoofd. Al jaren zeggen we dat we eens een trektocht door het ho zo mooie Pajottenland willen doen. Het sterk glooiende landschap maakt dat dit enkel kan gebeuren als de woonwagen door twee paarden getrokken wordt. Sinds het verlies van de rustige Opaline kan dit enkel met Lies en Tor en dat is sneller gezegd dan gedaan. De eerste is na twaalf jaar nog altijd niet zeker of het mogelijk is dat een ander wezen als zij de baas kan zijn. De tweede denkt dat het leven één groot circus is en hij de clown is die constant het publiek moet entertainen. Bij de eerste tweespanpoging werden we zo fel van voor naar achter geschokt dat we de whiplash nabij waren. Gelukkig kregen we goede raad en aanmoedigingen. We oefenden gedurende heel de winter en raar maar waar zelfs in de processie van Echternacht zouden ze nu onopvallend kunnen meedoen.

We kunnen dit jaar dus eindelijk door het Pajottenland trekken.

Omdat we steeds trachten om het aanbod zoveel als mogelijk in evenwicht te hebben met de verwachting van de deelnemers moeten we nog een vervolg breien aan het artikel van vorig jaar over “het jaar van de ezels”. Met een paard minder in de aanbieding waren een aantal ruiters hun kluts kwijt. Er kwam van langs om meer vraag om op de ezels te mogen rijden en we gingen daar graag op in. Snel merkten we dat de ezels volwassenen konden dragen maar dat het maximum gewicht toch beperkt was. De boerin ging opzoek naar een oplossing via internet. In Henri-La-Chapelle vlak bij Welkenraedt vond ze een prachtige witte ezel met een schofthoogte van 143 cm (een Andalousische merrie van 7 jaar oud). Ze vond ook een sponsor en de deal was gesloten. De ezelin noemt Griet en haar aanwinst is een echt succes. Met de beperking van het gewicht hoeven we geen rekening meer te houden en mensen die sinds jaren op geen paard meer durfden rijden gaan dankzij haar terug mee op wandeling. En als bij toverslag verscheen er nog een Andalousische ezelin van dezelfde grootte en dezelfde ouderdom op internet. Deze keer in Lessines.

Bij vzw De Kleppe zochten ze een koppel ezels dat in tweespan kon werken. Zo vertrokken de twee Pyreneese ezels naar een goede nieuwe thuis en hadden wij plaats voor een tweede Andalousische merrie. Ze heeft een originele Spaanse stamboek en noemt Piruleta Condesa De Aguilar, Mira voor de vrienden.

Voor wie de tel is kwijt geraakt: we hebben drie paarden, Lies, Marie en Tor. We hebben drie ezels: Vali, die al vele liefhebbers heeft geholpen om te leren mennen met de huifkar. Griet en Mira waar we even comfortabel op rijden als op de paarden, maar die veel rustiger zijn.

Hedwig

 BOER KODIEL IN HET ZIEKENHUIS

Uitzonderlijk geen vervolgverhaal van Dikke Freddy maar wel van Hedwig, alias Boer Kodiel die sinds januari opgenomen is in het ziekenhuis. Hij hield ons op de hoogte van het dagelijks reilen en zeilen in een ziekenhuis ergens op het Vlaamse platteland maar dat had evengoed ergens in Brussel kunnen zijn

Dinsdag 29 januari

Psssst psssst,

Ik zit hier samen met de muizen verstopt in het kastje met de afvoerleidingen onder de wastafel. Er is terug wat goed nieuws maar ik geef dat vanuit een schuilplaats uit vrees dat ze anders weer een bakje ongelukken over mijn hoofd kieperen. Toch wil ik jullie in alle discretie op de hoogte houden van mijn ziekenhuisverhaal.

Sinds twee dagen is de wonde zo goed als droog. Daardoor mag ik terug in de zetel zitten (op hoop van zege).

Omdat ik zo stijf ben als n’en bezemsteel gaat de kinesiste vanaf morgen den kleine terug leren lopen.

Het personeel van het operatiekwartier is zo enthousiast over mij dat ze me absoluut nog eens wilden terug zien.
De verpleegkundigen op de afdeling hebben daar met volle plezier aan meegewerkt door de dieptecatheder onder mijn sleutelbeen  los te knippen.
Zo is er opnieuw gevaar dat hij er gaat uit floepen. Daarom mocht ik terug naar beneden voor de plaatsing van een derde exemplaar.
Dit houdt ook in dat de dokters van plan zijn om nog vele liters antibiotica via baxter te laten toedienen.

Mijn verlengde vakantie op het Pellenbergse platteland wordt dus niet in vraag gesteld.

Mochten er nog vragen zijn dan zal dokter Bumba daar met plezier op antwoorden.


Groetjes,

Hedwig

 

Woensdag 6 februari

Beste vrienden,


Mijn buurman heeft zijn ware aard ontpopt en mij daardoor 73 jaar terug gekatapulteerd in de tijd.

Hij is een gepensioneerd hogere officier van het Belgisch leger die gediend heeft in de eenheid in Soest (Duitsland).

Maar erger nog: zijn vader was tijdens de tweede wereldoorlog lid van de Witte Brigade.
Ik weet nu alles over Léon De Grelle, hoe je een Duitse tank kan doen ontploffen en hoe je een radioverbinding kan saboteren.
Dagelijks is er inspectie om te controleren of onze schoenen goed opgeblonken zijn en de bedden en de nachtkastjes wel mooi in lijn staan.

Als de verpleegsters of de dokters in onze kamer binnen komen, spreken we geen Nederlands meer maar communiceren in Morse.
Als we onze waskom omstoten in ons bed zeggen we niet "verdomme" maar wel "cheise".

Ik ben er dusdanig door overweldigd dat mijn medische toestand in het niets verdwijnt door deze belevenissen.
Het gaat nochtans verder de goede richting uit.
Na wat aarzelingen tussen lekken en droog blijven is de wonde nu volledig dicht.
De verpleegster, die ooit Belgisch kampioene worstelen bij de dames was,  heeft de stevigheid van het genezingsproces met succes getest.
Daarop volgend hebben ze in twee fases de haakjes weggenomen en er hebben zich geen scheurtjes in de wand van de reactor gevormd.
Er is nu een verband op geplaatst met venstertjes in zoals bij een Duitse duikboot.
Jammer genoeg gaan ze binnenkort mijn dagelijkse dosis Campari afnemen en overschakelen op pilletjes.

Ik ben daardoor heel bang voor een invasie van roze olifantjes.


Groetjes,
De model patiënt

 

Maandag 11 februari

Beste vrienden, Ik heb den duvel aan mijne nek.
Net toen ik het zonnetje, de bloementjes en de vogeltjes terug hun intrede zag maken in mijn leven is hier in mijn kamer een onbeschrijfelijke muiterij los gebarsten. De Professor is vandaag teruggekomen uit vakantie en kwam mij een bezoekje brengen met zijn equipe.

Toen hij de ontslagbrief, het hospitalisatieattest en de medicatie op mijn nachtkastje zag klaar liggen werd hij nog oranjender dan mijn Campari.

Hij schreeuwde: "DUIZEND BOMMEN EN GRANATEN" en ging zijn assistenten die mijn vertrek geregeld hadden te lijf. Zij sloegen terug met mijn looprekje, mijn kruk en de staander van de baxters. De verpleegster liep wenend en om hulp roepend de gang in. De hoofdverpleger zat boven op de verlichtingsbak en sloeg de klappen af met de plateau van het middagmaal.
De mensen van de security werden opgeroepen en hadden na een half uur de zaak terug onder controle. Met gescheurde uniforms en plat getrapte kepies voerden ze de herrieschoppers af. Mijn kamer lag bezaaid met stukken doktersschort, kapotte brillen en stethoscopen.

Wat later kwam de zwaar gehavende prof terug in mijn kamer en zei: Hedwig voor uw VEILIGHEID is het beter dat ge nog veertien dagen blijft zodat we zeker zijn dat de infectie volledig overmeesterd is. Ik was zo getroffen door zijn bezorgdheid dat ik niet anders kon dan instemmen.
Ik beloof jullie dat ik nooit nog mijn vertrek uit het ziekenhuis vooraf zal aankondigen. Ik zal pas een berichtje sturen als ik thuis in mijn zetel zit en in mijn wang gepitst heb om zeker te zijn dat het realiteit is.

Groetjes,

De hospitaalrat

 

 

Zaterdag 16 februari

Beste vrienden,

Nu de Professor terug is kan ik met een vrij grote zekerheid stellen dat ik de laatste week van mijn hospitalisatie ingegaan ben.

Het lijkt mij dan ook aangewezen om een evaluatie te maken van één van de meest boeiende periodes uit mijn leven.

Het ziekenvervoer: Ik werd met een oude 4x4 naar het ziekenhuis gebracht. Door de schokken en de vibraties waren de stukken in de heup zodanig los getrild dat ze er bij de aanvang van de operatie gewoon uitvielen, tot grote tevredenheid van de chirurg. Mijn reistas werd achteraan in de bak bedolven onder het hooi en het stro. Hiervan zijn nog steeds sporen in de badkamer van de ziekenkamer te vinden telkens als ze de kleerkast open doen. Nu weet ik waarom niemand mij bij mijn naam noemde en ik kortweg met "boer" werd aangesproken.

De operatie: De producten die gebruikt werden bij de narcose zijn fantastisch. Nooit tevoren ervaarde ik zo een intens gevoel van geluk (zelfs niet toen de bisschop mij bij mijn plechtige communie gezalfd heeft). De kijk op het leven en de medemensen was zo positief dat de race in mijn ziekenhuisbed met de dolle verpleegsters ervaren werd als een bezoek aan Plopsaland. Minder aangenaam was het feit dat de incisie zo groot was dat ik tijdens de ingreep de wonde moest helpen open houden omdat de dokter anders niet zag waar hij de prothese moest plaatsen. Die werkuren worden wel in mindering gebracht op de factuur.

Het personeel: bij de verpleegsters heb ik nogal een dubbel gevoel. Het aandraven met pillen en baxters liep op wieltjes. Als ze bij het bedbad het washandje dat de buur gebruikte voor zijn poep nemen om je gezicht te wassen dan kan je daar toch geen goede punten voor geven hé.

De kinesisten zijn de schrik van elke patiënt. Enkel de meest hardhorige worden door de KUL aangeworven. Hierdoor zijn ze volledig immuun voor elke boodschap van pijn bij de patiënt. Ik had hen daar bovenop nog eens extra geïrriteerd. Iedereen moet zijn eigen krikken meebrengen. Jammer genoeg was de mijne krom gebogen als een banaan omdat ik ze thuis als hefboom gebruikt had om de hooikeerder aan de tractor vast te pikken, en dat zinde hen niet.

De doktersassistent, is de meest inventieve figuur van het ziekenhuis. Hij simuleert niet alleen het vertrek van patiënten maar ontwikkelt ook heel eigen methoden voor klinisch onderzoek. Toen hij mijn knieën onder de loepe nam deed hij dat op dezelfde wijze als ik gebruik om holle oesters open te maken. Plots vond ik de kinesisten heel zachtaardige mensen.

De poetsvrouw zij poetst zonder ophouden, maar is een beetje megalomaan. Ze heeft een scheve neus en een krom been. Ze beweert dat ze dit opgelopen heeft op de Costa Concordia toen dat schip kapseisde. Van haar dochter van vierentwintig zegt ze dat die een cup-maat Z heeft waardoor ze bij het autorijden regelmatig knel zit tussen de zetel en het stuur en door deze bijzonderheid ook geen lief vindt.

Het bezoek: sommigen komen zoals de Driekoningen met wierook en tranen en proberen de zieke moed in te spreken. Anderen komen gewoon een potje lachen met de patiënt. Noch anderen komen in groep met een minibus. Wanneer die vertrokken zijn, komt het hoofd van de poetsdienst haar beklag doen omdat de gang vol grond ligt van aan de lift tot het toilet voor bezoekers.

Het meubilair: bij de aankoop heeft de directie zich laten inspireren door de film "Sneeuwwitje en de zeven dwergen". De badkamer is even groot als die in een kleine mobilhome. Als een gehaaste verpleegster er tegelijk met de patiënt zou instappen, zitten ze er onverbiddelijk in vastgekneld. Zetels, stoelen en rolstoelen zijn van lilliputtergrootte. Mijn Goliath formaat maakt dat als ik durf gaan neer zitten er vier man nodig is om terug recht te geraken. Om het comfort bij de volgende hospitalisaties aanzienlijk te verhogen overweeg ik om mijn knieën niet te laten repareren maar de benen op die hoogte te amputeren zodat ik beter aangepast zal zijn aan de infrastructuur.

Ik zal bij het verlaten van het ziekenhuis niet nalaten om deze evaluatie te deponeren in de suggesties voor patiënten. 

Groetjes,

Pitje de Leugenair

HET MIRAKEL

Heel lang geleden was er eens een man die verlamde mensen terug kon doen lopen.

Nu zijn er dokters die mensen die goed kunnen lopen zo kunnen “veroekjakken” dat ze alleen nog rechthouden dankzij een looprekje. Dit overkwam boer Kodiel.

Omdat “bij de pakken blijven zitten” niet direct de stijl van het huis is ging hij op zoek naar een tovenaar die de vloek kon wegnemen. Hij vond hem, en stapje per stapje gaat het terug de goede richting uit maar het zal heel wat tijd vragen.

De Raad van Bestuur pakte onmiddellijk de koe bij de horens en zo werd een kleine noodsituatie omgebogen naar een positieve fase met nieuwe kansen.

Sinds 1 oktober zorgt Maureen voor de activiteiten en het vervoer van de deelnemers. Hierdoor kunnen de liefhebbers naar Kodiel blijven komen zoals voorheen. Als bij wonder kwamen er sindsdien toffe voorstellen en mogelijkheden uit verschillende hoeken.

Onze vrijwilligster Kristien die sinds jaren mee voor de omkadering van de trektocht zorgt komt elke dinsdag helpen bij de activiteiten met de paarden. Ook Jolien die op Kodiel gewerkt heeft wil af en toe een handje toesteken waar nodig. Heidi en Steve maken dat de activiteiten goed verlopen, en hebben Maureen geholpen op de boerderij toen het een tijdje gesloten was.

Omdat Mariette ook een tijdje buiten strijd is garandeert Lieve dat de traditie van de grote keuze aan lekker vers gemaakte soepen voortgezet wordt. Daniël zorgt trouw voor de koffie en de koekjes bij het onthaal en de fijne bediening van het middagmaal, evenals de afwas.

We hadden een probleem om de grote vraag naar tochtjes met paard en huifkar te kunnen blijven beantwoorden. En hops daar stond André, een buurman uit de streek met ervaring in het mennen. Op korte tijd is hij al de goede vriend geworden van verschillende deelnemers. Elke vrijdag rijdt hij met de huifkar. Dinsdags neemt Maureen dit op met het ezelskarretje.

Hierbij vergeten we uiteraard onze stille krachten niet: Johan, Herman, Eric, Coike en Brigitte. Zij blijven onvermoeid hun engagement nakomen en verzekeren zo de continuïteit van het geheel.

Ook het dierenwereldje onderging noemenswaardige evoluties. De Zeboestier begon een beetje te fel bewust te worden van zijn mannelijkheid. Hierdoor voelde zich maar weinig mensen nog geroepen om voor hem te zorgen. Hij werd vervangen door een lief Jersey kalfje.

Brian (het paard van de Palm brouwerij) is met pensioen bij twee dames in Kappellen o/d Bos, die al een ander paard van Palm op pension hebben. Hij werd vervangen door Tor, een Comtois-trekpaard. Dankzij de grote ervaring van Leo en Michel kregen Maureen en Kristien heel waardevolle hulp bij het leren in gespan gaan van dit jonge paard. Het loopt zo vlot dat hij al samen met Opaline in tweespan de grote huifkar getrokken heeft. Dit zal ons in de toekomst toelaten om op trektocht te gaan in meer heuvelachtige streken zoals bv. het Pajottenland.

De ezels Sam en Lily hebben een nieuwe job gevonden op een kinderboerderij. In hun plaats kwamen Minneke en Fientje. Twee struise merries uit de Pyreneeën. Ze zijn net als Tor in opleiding. Op termijn zullen volwassenen hen kunnen berijden. We gaan hen leren om samen de kleine huifkar te trekken, zodat er negen personen tegelijk op de kar kunnen voor een tochtje tussen de Peizegemse velden.

Er waait een frisse wind op Kodiel die nieuwe perspectieven opent.

We danken iedereen die zich inzet om dit kleine mirakel waar te maken.

 

Hedwig

27 juli DE BBQ OP KODIEL

                                                               

N iets dan lachende gezichten in Merchtem! En de zon lachte mee!

Het was een warm ontmoeten… ook rond de warmte van de houtskool die lag te gloeien voor de preparatie van allerlei lekker vlees… En een hele “Schuttingploeg” was druk doende om de vele bezoekers hartelijk welkom te heten en ondertussen smakelijke hapjes en toespijs klaar te zetten.

Kodiel-baas Hedwig keek… en zag dat het goed was! En het was zeer goed!!!

Het mooie warme weer deed ook nog verlangen naar een ijsje… en het kwam! Heerlijk! Ook de ontmoetingsbabbels waren heerlijk. Wat is het toch goed en schoon als mensen elkaar in vriendschap mogen ontmoeten.

Voor verder contact “onderweg” werd het paard van stal gehaald. Na deskundige optoming werd de huifkar vertrekkensklaar gemaakt voor een mooie verkenning van de omliggende natuur. Bij de boerderij van Hedwig werd afgestapt: fietsers zorgden voor een plezante verwelkoming. En dan maar genieten van de ‘dierentuin’ en de gezelligheid.

Al eerder werd toch een probleem gesteld: voor de Kodiel-dieren was er eigenlijk te weinig weide. Maar ook dat probleem werd opgelost, dank zij alweer lieve mensen.

Ik mocht met beheerders van De Schutting en Kodiel mee op verkenning: kennismaking met een weide. Ze ligt niet ver van Kodiel, daar kunnen de Kodiel-dieren ook grazen. Die weide mag gratis worden gebruikt, dit alles dank zij een zeer milde bijdrage van een Vlaamse Lionsclub uit Brussel.

Onze gezamenlijke dank gaat naar de voorzitter Bart Van Cauwenberge en zijn leden.

Dat alles maakt van deze dag een ‘fantastische dag’!

Herman De Mulder

HUIFKARTOCHT MET KODIEL
 

V an 9 tot 12 augustus ging ik mee op tocht met Kodiel. Maureen kwam ons ’s morgens in De Schutting halen en reed met ons naar Dendermonde.

Vanuit Dendermonde vertrokken we met de huifkar naar Lokeren. We kregen logies op een paardenranch. Van daaruit gingen we dagelijks Lokeren en omstreken verkennen met de huifkar en per fiets. ‘s Avonds bracht Maureen het eten op onze bestemming.

De laatste dag vertrokken we vanuit Lokeren naar Dendermonde vanwaar we met de bus terug naar Kodiel onze eindbestemming reden. Daar wachtte ons een lekker afscheidsmaaltijd: friet met balletjes in tomatensaus.

Het was leuk geweest, het weer viel mee en de sfeer was ook in orde, dus, volgend jaar ben ik zeker opnieuw van de partij!

Francis

 

 

KODIEL EN DE ACTIVITEITEN BUITENSHUIS

D e kern van de werking van Kodiel is uiteraard het dagdagelijkse aanbod van activiteiten voor de deelnemers. Daarnaast worden we langs om meer gevraagd om met onze dieren aan verschillende festiviteiten deel te nemen.

Het grootste deel van de koek zijn verjaardagsfeestjes, jubilea, afscheid van vrijgezellenleven enz. Onze grote huifkar waar 22 volwassenen op kunnen wordt getrokken door één van onze trekpaarden. Meestal zijn deze tochtjes een plezierige en luidruchtige bedoening.

Er zijn ook al koppeltjes die voor onze huifkarren kozen bij hun huwelijk. Volgend jaar in de maand mei doen we dat nog eens over voor vrienden van buren uit de Molenbaan.

We worden jaarlijks gevraagd om met een ezel met pakzadel en rieten draagmanden deel te nemen aan de processie in Steenhuffel. Eén van onze boerenpaarden trekt er een praalwagen.

Tijdens de ommegang van Kalfort trekt onze ezel een antiek karretje met waterton in een scène uit de Franse revolutie. En ook daar trekt één van onze paarden een praalwagen. Twee van de Kodielgeiten lopen mee in de stoet.

Verschillende jaren na elkaar reden we met een ezel en het kleine huifkarretje rond op de jaarmarkt in Vilvoorde. Dit kan niet meer omdat we op dezelfde dag gevraagd worden om met twee boerenpaarden de kinderen te laten rijden op de jaarmarkt in Peizegem.

Drie jaar geleden vroeg de vader van Jolien of we met het ezeltje en de huifkar wouden deelnemen aan de St Hubertusviering in Londerzeel. Jolien zou met Lies de stoet openen. Dat hadden we nog niet gedaan en aan zo een sympathieke mens kan je eigenlijk niets weigeren. Alles liep op wieltjes en zo werden we ook voor de volgende editie uitgenodigd. Toen wou Jolien met twee vriendinnen meerijden met drie trekpaarden. Na de tocht reden ze samen nog enkele dressuuroefeningen die best geapprecieerd werden door het publiek.

Tijdens de wintermaanden smeedde vader en dochter Cnapelinckx een gedurfd plan.

Tijdens de editie 2010 zou er een prachtige carrousel te zien zijn gereden met vijf trekpaarden. In de lente vroeg Jolien of de paarden van Kodiel hiervoor mochten gebruikt worden. Natuurlijk mocht het, maar onze paarden hadden dit nog nooit gedaan en tijdens het jaar moeten ze maar zelden draven. Vier jonge dames begonnen keihard te trainen. Het lievelingspaard gaf de groep een naam: “Brillant en de Lady’s”. Het werkte zo aanstekelijk dat uiteindelijk zeven bereden paarden de uitdaging aan gingen. Om de perfectie te benaderen werd er een kenner bij gehaald.

Willy drukte zijn stempel op het resultaat en de dames veranderden resoluut de naam in “Willy en de Lady’s.

Door dit fantastische verhaal moest Hedwig zijn plan trekken met het inspannen van de ezel in de huifkar want Jolien werd helemaal door haar opzet ingenomen. Maar sinds geruime tijd hebben we een “manusje doet al” op Kodiel. FRANCIS was de ideale redder in nood. Zondag 24 oktober om 8u45 stond hij paraat. We vertrokken met onze ezel richting “De Burcht” in Londerzeel. Daar spanden we in. Terwijl Hedwig de Jeep met de Van ging parkeren hield Francis de ezel in toom.

Alle ruiters en gespannen vertrokken van op het Heldenplein voor een optocht door de gemeente.

Ezel Tisnit vond dat hij aan al die raspaarden eens moest tonen wat hij kon. We hadden onze handen vol om hem in toom te houden. Vlak vóór ons reed een kindje op een kleine Shetlandpony en daar moesten we op een veilige afstand achter blijven. Bij aankomst op “De Burcht” mochten we aanschuiven om van de pastoor een gewijd broodje te krijgen. Gelukkig temperde dit de razernij van onze ezel. We konden op een rustigere manier aan de rondjes met de kinderen beginnen op het kerkplein. Terwijl Francis telkens op de terugkomst van het ezelskarretje moest wachten kon hij, dankzij de bonnetjes die we bij de start kregen, met een hamburger en een drankje in de hand kijken naar de carrousel die met groot succes uitgevoerd werd. Daarnaast was er ook een demonstratie met roofvogels.

Op “den buiten” respecteren de mensen nog de traditie: om klokslag 12 u verdween het publiek naar huis voor het middagmaal. Wij konden uitspannen en de ezel terug naar de weide brengen. Hiermee hadden we nog alles niet gehad want we werden nog in Londerzeel verwacht samen met alle medewerkers. De tafel was gedekt en we kregen Friet met sla, vol au vent en stoofvlees naar believen. Iedereen was nog vol lof over de prestatie met de trekpaarden. Toen we voor de tweede keer terug naar Kodiel reden hingen we het huifkarretje aan de Jeep en brachten het veilig naar huis.

Hedwig

HOE DE MENSEN HUN VERBONDENHEID MET KODIEL TONEN

Onlangs zaten we nog eens samen herinneringen op te halen uit de bijna 10 jaar oude geschiedenis van Kodiel. 

Plots ontdekten we dat buiten de activiteiten en het omgaan met de dieren sommige mensen op hun eigen manier een band smeden met hun boerderijtje in Peizegem.

We pikken er twee voorbeelden uit.  

Een aantal jaren geleden kwamen twee vriendinnen via een groepsbezoek van een organisatie voor het eerst in contact met Kodiel. Daarna bleven ze geruime tijd regelmatig deelnemen. Op een bepaald ogenblik werd de vader van één van hen zwaar ziek. Ze kochten een miniautootje zonder rijbewijs en verbleven beurtelings een week bij hem in noord Frankrijk en een week in Brussel. Toen kwamen ze om de veertien dagen naar Kodiel. Uiteindelijk verhuisden ze om permanent bij de vader te zijn. Na een paar maanden installeerden ze een regelmatig contact via mail.

Ze vertelden over het leven ginder en waren steeds heel nieuwsgierig om de laatste nieuwtjes van Kodiel mee te pikken. Om de vijf a zes maanden maken ze nog eens de lange reis om op bezoek te komen. Ook al moeten ze soms door moeilijke periodes het blijft steeds een onvergetelijk en enthousiast weerzien. 

Sinds anderhalf jaar kregen we verschillende brieven van een vrouw die naar Oostende verhuisd was. Telkens konden we lezen hoe graag ze nog eens naar Kodiel zou komen maar er was altijd wel één of ander obstakel dat dit onmogelijk maakte. Problemen met de gezondheid of een hoogmoedige vriendin die voor het vervoer wou zorgen maar waarvan zij niet wou dat wij haar leerden kennen. Toen stopten ineens de brieven. Maanden later kregen we op een woensdag een telefoontje met de vraag of ze vrijdag met haar begeleider mocht komen. Rond kwart vóór twaalf kwamen ze met pak en zak aan. Mariëtte belde naar Hedwig want die mensen hadden iets bij dat moest gekookt worden voor het middagmaal. Toen ik terug kwam toonde ze me na een stevige knuffel een grote boodschappentas vol met verse reuze garnalen. Die was ze om vijf uur ’s morgens in de vismijn gaan kopen.

Ze had ook een potje pilipili meegebracht omdat ze bang was dat we dat niet in huis zouden hebben. Dat moesten we absoluut aan het kokend water toevoegen. 

Het was een ongelofelijke lekkernij waarvan we nog een heel deel hebben moeten invriezen. Alsof dat nog niet genoeg was kregen we nog de lekkerste appelcake van heel de Belgische kust als dessert. Gedurende heel het middagmaal werden alle toffe verhalen van vroeger en nu naar boven gehaald. Van in Oostende was ze Kodiel geen ogenblik uit het oog verloren. Aan iedereen die het wou horen had ze erover verteld. Ze was zo blij dat ze er eindelijk eens terug geraakt was.

 Hedwig

 

VAN AAN HET BRONNETJE TOT IN VOLLE STROMING 

Als de collega’s van De Schutting met fierheid de 20ste verjaardag van het Schutblad aankondigen, dan werken we graag mee aan dit jubileum.

Tijdens de laatste acht jaar verschenen regelmatig tekstjes over het reilen en zeilen van de thuislozenboerderij. Voor ons de kans om eens terug te blikken op “hoe het allemaal begon” maar we willen ook iets vertellen over “het verloop tot en met vandaag”.

 

In 1999 groeide binnen De Schutting en Albatros de bezorgdheid voor mensen die om één of andere rede niet meer konden gaan werken of een vorming volgen. Mensen voor wie een beschutte werkplaats of dagactiviteitencentrum ook geen alternatief was. We wouden hen blijven begeleiden maar het liep wat stroef. Er was niet veel meer dat hen nog kon boeien en het geloof in zichzelf en de toekomst brandde op een laag pitje.

We gingen op zoek naar iets dat bij hen passie kon opwekken. Enkelen onder hen brachten ons op een idee. Ze wisten dat Hedwig een hobbyboerderijtje had en vroegen regelmatig of ze daar niet mochten komen helpen. Hun argumenten waren:”zo vervelen we ons niet tijdens het weekend en tegelijkertijd zijn we eens weg uit Brussel”. 

 

Na wat brainstormen kreeg het prototype een naam: Het project buiten de stad.

We vonden snel inspiratie want de Provincie Limburg promootte, op hetzelfde ogenblik, de ontwikkeling van het Nederlandse idee van Zorgboerderijen. Het bestaat erin om mensen arbeidsmatige taken te laten uitoefenen op een boerderij. Hierbij staat niet de productie voorop maar wel de neveneffecten van het mogen werken. Iets mogen doen samen met anderen, fierheid over wat je die dag gedaan hebt, een rede om ’s morgens op te staan enz.

Boer Soi gaf ons zijn principe akkoord om aan zo een project mee te werken.

Paarden hebben van oudsher op velen een bijzondere aantrekkingskracht gehad. Een trekpaard en een ezeltje waren onmiddellijk ter beschikking.

Als we nog een lokaal en wat geld vonden konden we starten. Wij voelden al passie voor dit project! Dit gevoel sloeg over op een aantal sympathisanten van onze thuislozenwerkingen, zowel mensen als organisaties. We vonden middelen om te starten en om een huis met schuur te kopen in Peizegem.  

 

Het hek was van de dam, op 1 juni 2001 kreeg het project de naam Kodiel en de eerste deelnemers kwamen werken op de boerderij.

De pioniers die tijdens deze eerste periode kwamen waren super blij en fier. Maar het ging over 17 verschillende mensen gedurende zeven maand. Ze kwamen met Lijnbus 356 en brachten zelf hun picknick mee, (of aten ’s middags niet). Anderen waren bang om nooit ter bestemming te geraken, of eindigden hun reis aan het eindstation in Dendermonde.

Omdat op Kodiel de deelnemers onze rede van bestaan zijn zochten we een passend antwoord op wat we van hen te horen en te zien kregen. We zorgden zelf voor een boterhammenmaaltijd waar wat later vrijwilligsters huisbereide soep aan toevoegden.

Hobo vzw liet ons hun minibus gebruiken om  het vervoer gebruiksvriendelijker te maken.

De collega’s uit De Schutting en Albatros kwamen samen meedoen met de mensen die ze begeleidden om ons aanbod beter te leren kennen. Zo kwamen er in 2002 reeds 44 verschillende mensen naar Kodiel.

 

Hiermee sloten we de experimentele fase af. Het was duidelijk dat Kodiel een antwoord op een bestaande nood was. We vonden dat nog meer mensen hiervan gebruik zouden moeten kunnen maken. Daarom maakten we een overeenkomst met 14 andere thuislozenwerkingen zodat meer liefhebbers naar Peizegem konden komen.

Vanuit Albatros werd ½ tijds een medewerkster gedelegeerd en drie personen werden opeenvolgend voor bepaalde duur tewerkgesteld via het statuut artikel 60.

Een stagiaire van De Schutting, schreef een prachtig eindwerk: “De boer op met thuislozen”. Voor het eerst zette iemand onze visie, methodiek en meerwaarde in samenwerking met de bestaande begeleiding, op papier. De kernideeën waren: non-directief, niet verbaal gericht, aandacht voor het positieve, respect voor de verwachtingen van elkeen enz.

Dit was een enorme steun om andere organisaties, instellingen en beleidsverantwoordelijken te overtuigen van de waarde en de noodzaak van wat we deden. En uit verschillende hoeken kwam er ook positief respons, zowel vanuit het beleid als van sponsors. Naast de voortzetting van de werking konden we ook de keuken vernieuwen, een hellend vlak voor rolstoelgebruikers aanleggen en verschillende dakwerken uitvoeren.  

Er boden zich ook meer vrijwilligers aan zodat we het aanbod konden uitbreiden. Sindsdien wordt er op dinsdag brood gebakken. De activiteiten met de paarden konden verruimd worden omdat er meer omkadering was. De eerste stagiaire van Kodiel speelt daar tot op heden nog steeds een belangrijke rol in. Buren lieten ons hun zandpiste gebruiken. Hierdoor kon naast de wandeling met paarden ook op een veilige manier rijles gegeven worden. We hadden meer paardenboxen nodig en twee vrijwilligers organiseerden hiervoor een eetfeest waar +/- 600 mensen naartoe kwamen. Dit was tevens een hartverwarmend signaal i.v.m. de aanvaarding van onze werking in de streek. Ze brachten ook bijkomende sponsoring aan waardoor de schuur kon omgebouwd worden in een heuse paardenstal met vier boxen. Een geluk want sindsdien hebben nog meer mensen paarden ter beschikking gesteld waardoor de paardenstal tijdens de winter optimaal gebruikt wordt.

 

Sinds 2004 hebben we een goed uitgeruste woonwagen waarmee we jaarlijks met een tiental deelnemers op trektocht kunnen gaan. Dit blijft voor hen en voor ons het topmoment waar we telkens opnieuw naar uitkijken.

Tijdens de zomervakantie startten we met het aanbod van huifkartochten voor de doorverwijzende diensten al of niet met picknick of barbecue. Fietsen en een eerste contact met paarden zijn dan ook keuzemogelijkheden. In deze context beantwoorden we aan een andere behoefte die we bij het begin niet hadden ingeschat. Ouders met kinderen komen tijdens de schoolvakantie een onvergetelijke dag op het platteland beleven; de kinderen kunnen zich uitleven en de ouders genieten van zoveel spontaan plezier.  

Het aantal verschillende mensen die per jaar naar Kodiel komen bleef maar stijgen naar het record van 390 tijdens het voorbije werkjaar.

 

Vanuit de zorg om steeds het aanbod maximaal aan te passen aan de verwachtingen van de deelnemers heeft de boerderij ook een hele evolutie doorgemaakt.

De groetentuin was net als het brood belangrijk omdat de deelnemers tastbare dingen van de boerderij zouden kunnen mee naar huis nemen. Het groenten telen boeide, over verschillende jaren, slechts een viertal mensen. We hebben hem resoluut vervangen door een bessentuin met volière, visvijver en legkippen. Het aangename rustige hoekje is de meerwaarde voor minder mobiele mensen. De noten, de bessen en de eieren komen in de plaats van de groenten.

                  

Groententuin 2001                                               Bessentuin 2010

                                  

Vleeskoe 2001                                                      Zeboe koetjes 2010

De veeteelt werd ook opnieuw onder de loep genomen. Onze doelstelling om voluit te gaan voor een aanbod voor de meest kwetsbare bracht er ons toe om afstand te nemen van het arbeidszorg idee. We legden van langs om meer het accent op het “omgaan met dieren” veeleer dan de betrachting te “werken op een boerderij”. Daarom gingen we op zoek naar kleine dieren die rustig zijn in contact met mensen en dit ook aangenaam vinden. De vleeskoeien werden vervangen door zeboes en de inlandse varkens door hangbuikvarkens.

Er kwam een tweede ezel bij. De bessentuin werd groter om er de konijnen, loopeenden, cavia’s, sierkipjes en de barbaries te kunnen logeren.

 

Dankzij sponsoring konden we twee jaar geleden een halftijds werkkracht aanwerven die toelaat de kwaliteit te handhaven en waar mogelijk nog te verbeteren.

Andere sponsors gaven ons de mogelijkheid om de gebouwen verder aan te passen.

De koer werd vernieuwd, er werd een mestopslag en regenwaterput met bediening van het sanitair en de paardenstallen voorzien. Daarbovenop zijn we volop bezig met de bouw van een appartement en een tweede zit- en werkruimte.

 

Dit alles konden we waar maken dankzij de ongelooflijke steun van een aantal mensen, organisaties, instellingen, bedrijven, beleidsorganen enz. Een veel te lange lijst om hieraan toe te voegen. Maar de Raad van bestuur en alle medewerkers willen hen hierbij oprecht en van harte bedanken voor hun bijdragen die toegelaten  hebben om dit fantastische verhaal waar te maken.

 


HET VERHAAL OVER EEN TREKTOCHT VAN A TOT Z 

De oorsprong van de trektocht “augustus 2009” vinden we terug in de editie 2007. Toen vertrokken we voor de eerste keer niet op Kodiel. Onze uitvalbasis was de tuin van een gastvrij gezinnetje in Nederland (enkele km voorbij Lommel). Met de paarden en de woonwagen rondtrekken in een ander land maakte een grote indruk op de deelnemers. Toen dachten wij: dit is voor herhaling vatbaar. Vanuit de westhoek richting Frankrijk leek ons wel iets, maar dan wel op de voorwaarde dat er fondsen gevonden werden om deze reis te bekostigen.  

Intussen hadden de eendaagse huifkartochten van langs om meer succes. Om dit te kunnen beantwoorden kochten we een grotere huifkar en zetten onze eerste te koop. Luc, een paardenhandelaar die huifkartochten door de westhoek organiseert ging op de advertentie in. Naast de koop was hij ook erg geïnteresseerd voor wat we op Kodiel deden. Dadelijk bood hij aan ons te helpen met de voorbereiding van een trektocht door de westhoek. We hielden contact met hem terwijl Hedwig intensief bleef zoeken naar sponsoring. Dankzij een erkenning binnen het participatiedecreet kregen we de middelen en konden aan de concrete voorbereiding beginnen. 

We contacteerden onze trouwe vrijwilligster Kristien, met de vraag of zij ook de vijfde trektocht nog mee wou  begeleiden. Natuurlijk ging ze mee! In 2008 ging heel wat aandacht naar de verbetering van de accommodatie en uitrusting van de woonwagen. Vaste plaats voor de koelkast, uitbreiding van de kookmogelijkheden, koffers voor voeding en drank, berging voor chemisch toilet enz. Dit jaar hebben we het ontbrekende kampeermateriaal aangekocht, zodat we over al het nodige beschikken om de deelnemers een aangename vakantie te bezorgen.

In de maand mei spraken we af met Luc op de camping in Diksmuide die het vertrekpunt zou worden van onze reis. Hij had de route door de Westhoek en Noord Frankrijk al helemaal uitgestippeld en we zouden hem die dag afrijden met de minibus. We stonden versteld van het zeer gevarieerde landschap met rustige wegen en veel groen, …

We verkenden de kampeerplaatsen en maakten kennis met de mensen die ons zouden   ontvangen. We evalueerden ook de moeilijkheidsgraad van de hellingen voor ons trekpaard Opaline. Dag 1 en 2 waren goed haalbaar, dag 3 zou een probleem worden. Luc is gewoon in tweespan te mennen met Ierse Tinkers, maar dat is een ander type paard dan onze boerenknol. Hij had voorzien over de Kasselberg te rijden. Een prachtige kasseienweg die kronkelend door het bos over kilometers stijl naar boven gaat. We hebben de route moeten aanpassen om rond de Kasselberg te blijven.  

Inmiddels hadden we de woonwagen al uit zijn schuilplaats voor de winter gehaald om de remmen en de banden te laten nakijken.  Eens al het stof eraf zagen we dat vooral de binnenkant wel een laagje verf kon gebruiken. We kozen voor lichtgrijs, een mooie combinatie met de oranje gordijntjes die de mama van Maureen nieuw had gemaakt. In een gespecialiseerde zaak in Brussel vonden we de meest gedetailleerde topografische landkaarten van Nord pas de Calais. Die heeft Maureen nodig voor het uitschrijven van de route tijdens de verkenning in juni..Voor Vlaanderen hebben we hiervoor een stratenplan per provincie. 

In juni hebben we, traditiegetrouw, tijdens het eerste deel van onze vakantie de geplande tocht met paard en woonwagen afgereden. Hiervoor moesten we eerst de woonwagen naar onze vertrekplaats (Diksmuide) slepen. Aan 40 km /uur doe je hier wel een tijdje over! De dag erna brachten we Opaline ter plaatse en hadden we moeten kunnen vertrekken. Mis: we hadden het verkeerde lamour mee waardoor we het paard niet konden inspannen. Dus voor de derde keer terug naar Kodiel. Luc reed de eerste drie dagen met ons mee om de weg te tonen. We respecteerden deze eerste drie dagen de tijden van vertrek en rust die de deelnemers normaal volgen, zodat we konden nagaan of de slaapplaatsen op tijd bereikt werden ’s avonds. De test verliep vlekkeloos, al was de tocht voor Opaline wel zwaarder dan andere jaren. Met een gerust gevoel hebben Hedwig en Maureen er daarna van geprofiteerd om nog een beetje vakantie te nemen en nog wat rond te trekken zonder timing of verplichte route..

De woonwagen konden we na deze eerste fase veilig en vlakbij ergens onderbrengen tot augustus. Om niet het risico te lopen om op de trektocht opnieuw dingen te vergeten hebben we een lijst gemaakt van alles wat we in de woonwagen lieten liggen.  

Eind juni is het grote moment dat iedereen vol spanning afwachtte! De telling van de mensen die het meest op Kodiel geweest zijn gedurende het voorbije jaar werd door Mariette in de computer ingebracht. Op die basis werd de lijst van de deelnemers en de indeling in twee groepen samengesteld. De tien kandidaten vernamen met grote vreugde het super nieuws. Intussen werd Opaline ingezet op alle huifkartochten van “een dagje op Kodiel” zodat ze goed getraind de trektocht in augustus kon aanvatten. We reserveerden ook al de hoefsmid om vlak voor het vertrek in augustus de hoeven van de paarden te kappen en ze van nieuwe hoefijzers te voorzien. Maureen vroeg aan de sympathisanten wie zin had om een avondje mee te helpen zodat ze niet elke dag alleen naar de westhoek moest rijden. Al vlug had ze voor elke avond volk dat meereed. Het avondmaal is een tof moment dat toch ook wat voorbereiding vraagt. We probeerden te zorgen dat er elke dag wat lekkers is met voldoende variatie. Het menu wordt daarom vooraf opgesteld. We houden hierbij wel rekening dat  we vaak voor een twaalftal mensen (bezoekers incluis) op vier campingvuurtjes moeten koken. Toch blijft het een gezellige boel dankzij de goede voorbereiding van elke maaltijd op Kodiel. 

Jo en Hedwig gaan, een goede week voor het vertrek naar de westhoek om met de routebeschrijving in de hand, de tocht nog eens meter per meter per auto af te rijden. Dit is nodig om te kijken of er geen wegonderbrekingen of omleidingen zijn. Soms moeten ze ook de ”rechts” in het roadbook corrigeren naar de”andere rechts” (links). Niemand is perfect!

De week voor het vertrek worden alle spullen die mee moeten klaargezet: de tenten worden nagezien, kampeergerief word verzameld, de apotheek wordt gecontroleerd enz. Gelukkig hebben we na al die jaren een goede checklijst met alles wat mee moet. Opaline moet vanaf dan eerst 1 maal per dag en nadien twee keer per dag een emmer vol krachtvoer krijgen.

Het gareel krijgt ook nog een oppoetsbeurt voor de tocht.. Het moet perfect in orde zijn. Een probleem hiermee zou ons resoluut allemaal terug naar huis sturen. Twee fietsen en een driewieler worden nagezien. De minibus gaat naar de garage voor een onderhoud en een grondig nazicht. Als deze het zou laten afweten valt de catering, vervoer van deelnemers en alle materiële hulp in duigen. 

En dan: zondag 9 augustus. De eerste groep werd verwacht aan de Schutting voor drie dagen onbekend avontuur. Iedereen was mooi op tijd. Maureen en Jolien vertrokken met  vijf gelukkige deelnemers naar Diksmuide. Inmiddels reden Kristien en Hedwig met de jeep met op de paardentrailer Marie en Opaline naar dezelfde bestemming. Marie ging mee als zadelpaard. Samen met de twee fietsen zou dat voor voldoende afwisseling zorgen.  

Hedwig, Kristien en Jolien zorgden voor de begeleiding ter plaatse. Hedwig mende met Opaline. Kristien en Jolien leidden alles in goede banen tijdens de tocht: ’s morgens stonden ze in voor het ontbijt en de tenten op te plooien, de afsluiting van de weide van de paarden af te breken en de paarden aan te kleden om te vertrekken. Tijdens de tocht zorgden ze voor het middagmaal, de wissels tussen ruiters en fietsers, de fotoreportage en vooral bij warm weer de bar met koele frisdrank open te houden. Bij het uitspannen ’s avonds, meestal rond 17 u 30, zorgde Maureen dat ze op de aankomstplek was. Zo kon Hedwig aan het eten beginnen terwijl Jolien en Kristien met de deelnemers de tenten opzetten. De jaren ervaring maken dat dit zo gesmeerd loopt dat er ruim tijd over is voor een aperitiefje met wat zoute koekjes. Dit jaar hadden we bovendien het geluk dat de regen de opstelling van de overnachtingplaats niet kwam bemoeilijken. De woonwagen moet wel telkens zorgvuldig met de rug naar de wind staan. Als we hier niet op letten valt er op de campingvuurtjes niet veel te koken.  

Op het thuisfront zorgde Maureen dat de andere diertjes op Kodiel ’s morgens verzorgd werden,  Johan, Hanna en Monica namen de avondshift op hen. Mariette was elke dag aanwezig om de afwas van de dag voordien te doen en het avondmaal van de dag mee voor te bereiden. We kookten de aardappelen en kuisten de groenten thuis om op de kampplaats minder werk te hebben. Lieve kwam een dag bij al deze klussen helpen. Haar echtgenoot André had het grootse plan om een dag en een nacht een stukje van de tocht mee te komen beleven. Jammer maar omwille van zijn heel belangrijke internationale contacten kon deze VIP niet van de partij zijn. 

Woensdag was de wissel: om 14 uur pikte Maureen 5 deelnemers op aan de Schutting die de 5 deelnemers uit de eerste groep zouden vervangen. Ook bij de tweede groep was iedereen op post voor de drie uur lange rit naar Zuytpeene. Omdat we op die dag altijd met het meeste volk aan tafel zitten eten we de traditionele spaghetti met overvloed aan saus en kaas.

Luc had een optreden van de Poldercowboys georganiseerd, super toffe gasten met ongelofelijke muziek  Één van de deelnemers mocht zijn eigen gitaar op hun installatie aansluiten en meedoen aan de show. Iedereen zat in een halve maan op balen stro rond het kampvuur. Gastvrouw Mimi had voor de gelegenheid haar vrienden ook uitgenodigd. Zij kampeerden aan de andere zijde van de boerderij. Een fantastische sfeer, alsof we eventjes terug naar de jaren zestig gingen.

De dag daarna overnachtten we in Abele bij Lena en Jacques. We kampeerden in hun achtertuin goed beschermd achter een hoge haag. De grond was er zo hard dat we een ijzeren hamer van 1 kg nodig hadden om de haringen in de grond te krijgen. Hun café “de helleketel” bestaat sinds 1895. We mochten er de keuken gebruiken en op het terras eten. Na de maaltijd trakteerde Lena een rondje. Toen we de dag daarna vertrokken drukte ze ons op het hart dat we steeds individueel of in groep welkom waren.

Maureen had ’s avonds wel de reserve driewieler moeten meebrengen. Onze brokkenpiloot was er na drie uur rijden in geslaagd om de twee voorwielen loodrecht op de kader te zetten. Fiets twee heeft het vier uur uitgehouden, waarna de voorband, het stuur en het zadel de frontale klap op een betonnen paal niet overleefden. De volgende avond had Coike voor een nieuwe binnenband gezorgd en sleutelde de fiets terug in mekaar. Drie minuten later zoefde de driewieler terug aan een ongelofelijke snelheid over de smalle wegjes. Gelukkig was de piloot de dag daarna zo moe dat hij, zonder bijkomende schade, na het middageten in de woonwagen in slaap viel. Na 6 dagen arriveerden we terug op camping. De tocht was weer eens voorbij. De paarden en de mensen waren gezond moe en heel tevreden. We wisselden nog wat gegevens uit met andere campingbewoners die ons vertrek en onze aankomst gefilmd hadden. Misschien krijgen we ooit nog een Cd’tje in de bus met beeldmateriaal? .Maureen kwam de mensen ophalen en samen met Jolien brachten ze de deelnemers terug naar Brussel. Hedwig en Kristien reden met de paarden terug naar Kodiel.

Eenmaal terug in Merchtem waren we fier omdat ook de vijfde editie een succes was en zonder problemen verlopen was. Dit hebben we te danken aan de aangename manier waarop de mensen deelnemen aan de trektocht en de grote inzet van alle vrijwilligers die dit jaarlijks mogelijk maken.  

 

Op dag 6 + 1 zijn Hedwig en Maureen voor de laatste keer teruggereden naar Diksmuide om de woonwagen op te halen.

Thuis werden de tenten er eerst uitgehaald omdat ze nog nat waren van de dauw van de laatste nacht, daarom werden ze allemaal terug opgesteld om te verluchten en te drogen. De slaapzakken deden we naar de droogkuis. De spullen die bij het kampeermateriaal horen lieten we in de woonwagen, voor de rest werd hij leeggemaakt en uitgekuist. Eens de tenten en de slaapzakken er terug in lagen kon hij terug in de schuur bij boer Soi.

Terwijl we dit neerpenden zaten we in onze fantasie al terug op de bok van de wagen misschien getrokken door twee paarden?

Tot volgend jaar!


Sinds het ontstaan van Kodiel probeer ik hier en daar wat bij te springen. Ik doe verschillende taken, maar wat voor mij het leukste is, is de verzorging van de dieren.

De dagen dat er geen deelnemers zijn op Kodiel moeten de dieren uiteraard ook verzorgd worden en deze klus neem ik met plezier op mij.

In de beginperiode van Kodiel was het boerderijgedeelte helemaal anders. Er waren die immens grote koeien, wat meer op de vleesproductie en wat minder in het omgaan met dieren. Ik moet eerlijk bekennen dat ik in MCAN02576_0000[1]het begin toch wat bang was van die grote beesten.

We hebben de boerderij wat veranderd in die zin dat we nu van dieren van alles wat hebben zitten. De bessentuin is een waar dierenpark geworden. Er zijn konijntjes en cavia’s bijgekomen, verschillende soorten kippen, eendjes, een volière met veel soorten verschillende vogeltjes en natuurlijk onze hangbuikzwijnen. Deze dieren worden zo veel mogelijk gestreeld en geknuffeld zodat ze aan mensen gewoon zijn.

Ook bij de geiten en de schapen proberen we de dieren zo veel mogelijk tam te maken. Er is pas een nieuw schaap bijgekomen, een Jacobschaap (wit met zwart en met 4 horens). Ze is nu nog een beetje wild. Ik ga zo’n keer of 5 per dag bij haar om haar beschuitjes uit mijn hand te laten eten zodat ze tam wordt.

MCj04318830000[1]En dan… het hoogtepunt waar ik het meeste naar uitkijk: de geboortes van de dieren. Niets zo leuk als ’s morgens de stal binnen komen en het gemekker van een pas geboren geitje horen. Er zijn er dit jaar al 5 geboren, kruisingen met Afrikaanse boerengeiten. Dit zijn zware vleesgeiten met lange afhangende oren. Maar omdat ze gekruist zijn staan bij ons lammekes die lange oren rechtop waardoor het precies vleermuizen zijn. We verwachten nu nog de lammekes van 1 geit en dan moeten al de schapen nog lammeren. Van onze zeboe verwachten we rond de maand juni een kalfje. Ik kijk er al naar uit!

Ook bij de vrijwilligers zijn er veranderingen.

MCj03190960000[1]Begin februari is Heidi naar de Verenigde Staten vertrokken om daar te gaan leven en werken. Zij weet heel veel over paardrijden en Hypotherapie. Velen beleefden dankzij haar toffe momenten met onze paarden .

Sinds enige tijd komt Johan regelmatig helpen op de boerderij en bij het verzorgen van de dieren. Op de dagen dat er geen deelnemers komen is dit een fijne steun. Ook zijn dochtertje Hanna doet graag MCj01921610000[1]mee.

 

Maureen


Huifkar vakantie met Kodiel

Woensdag 20 augustus 2008 kwam Maureen ons rond 16 h halen in De Schutting. We vertrokken met Hinda, Lai, Eric en Fernand. Hedwig, Jolien en Kristien wachtten ons met de huifkar op, ergens dicht bij Gent.

We hebben eerst een frisdrank gedronken en hebben dan de tenten opgezet. Maureen maakte een heerlijke spaghetti, we hebben de hele avond gebabbeld. Ik heb goed geslapen in mijn tent.

We zijn opgestaan om 7 uur, ontbijt en dan op weg. Ik mocht kiezen: met de huifkar meerijden  paardrijden of fietsen.  Ik heb het hele traject van 33 km gefietst. Er waren 2 grote hellingen en ik was dus ’s avonds goed moe.

We hebben in Melle geslapen. Maureen maakte een lekkere couscous. Het was zo lekker dat ik wel 3 borden gegeten heb. Nadat we de tenten rechtgezet hebben. Was er nog een dessert: beignets. Ik heb er 15 gegeten.

Vrijdag hebben we 27 km afgelegd. Deze keer zat ik in de huifkar. We hebben kortbij een voetbalveld geslapen. Deze keer aten we aardappelen, worst, sla en tomaat.

Ik heb wel 7 worsten gegeten. De zuivere lucht heeft ons honger gegeven. Ik heb een goede nacht gehad. Jolien zette haar tent naast de mijne. Zaterdag heb ik 12 km op het paard Marie gereden. De laatste 12 km zat ik in de huifkar om te siësten.

Om 17 uur kwamen we aan op Kodiel, ik heb een goede vakantie gehad in aangenaam gezelschap. Héél veel dank aan Hedwig, Jolien, Kristien en Maureen. Ik hoop dat ik volgend jaar weer terug mee mag. Het heeft me echt deugd gedaan.

Francis


Ik ben Jolien en begon op 1 april op Kodiel te werken. 

Ik heb altijd een voorliefde voor dieren gehad. Dit heeft niet enkel mijn studiekeuze bepaald maar ook mijn toekomst.

Vorig jaar studeerde ik af te Roeselare waar ik dierenzorgtechnieken volgde. Mijn grote droom is altijd al geweest om samen met paarden iets te gaan doen, bijvoorbeeld hippotherapie. Nu studeer ik orthopedagogie in het CVO te Leuven.

Ik had nooit gedacht dat ik tijdens mijn stage op Kodiel zou terecht komen. Een medestudent vertelde me dat men iemand zocht om parttime bij Kodiel te komen werken. Ik dacht: “Ik zal eens proberen, je weet maar nooit”. En zie nu, ik ben aangenomen en ben hier echt blij mee!

Het was ook mijn allereerste solicitatie. Het was nogal raar, ik wist niet dat je een sollicicatiegesprek kon doen en terwijl een boterham eten. Maar op Kodiel kan alles!

Op mijn eerste werkdag was ik nogal onwennig, alles was nieuw voor mij. Ook de Franse taal is niet mijn sterkste kant, maar al doende leert men. Ik denk dat ik nog veel zal moeten leren om mijn Frans goed te krijgen. De mensen op Kodiel helpen mij hierbij en daarvoor ben ik zeer dankbaar. Zonder hen zou het me zeker niet lukken!

Nu na anderhalve maand begin ik mij al goed aan te passen aan een dagje Kodiel. Ik rij al zelfs met het busje, dat is voor mij een avontuur maar ook voor diegene die bij mij in het busje zitten. Het komt nogal vaak voor dat er niemand vooraan naast mij wilt komen zitten. Maar ik heb tot nu toe nog niets omver gereden.

De rustige sfeer op Kodiel is leuk om te werken, er is geen tijdsdruk. We bepalen zelf het werktempo. Er is ook alltijd tijd voor een grapje en een babbel. Met mij durven ze nog al eens lachen omdat ik een beetje minder kracht heb dan de mannen, maar ik zal nog wel spieren bijkweken.

Ik voel mij gelukkig wanneer ik samen met de mensen de zorgen van de boerderij kan delen. Al wat men geeft krijgt men op Kodiel meer dan dubbel terug.

Mijn voorliefde voor paarden kan ik niet ontkennen. Ze stralen macht en liefde uit en tegelijkertijd hebben ze een hoge aaibaarheidsfactor. Maar ook de andere dieren zoals ezels, varkens, kippen, geiten en schapen worden met veel zorg omringd.

De middagpauze met de overheerlijke verse soep en de rijk gedekte tafel van moeder Mariette is steeds een feestmaal. Aan tafel spreken we dan over de afgelopen dagen of over Blo (de hond van Kodiel). Allez ik probeer dan mijn Frans te oefenen. Na de middagpauze gaan we, met diegene die dit willen, met de paarden wandelen. Op een zonnige dag is het zalig.

Sommige blijven liever met hun beide voeten op de grond en maken dan een wandeling of gaan gewoon fietsen. Zoals ik al zei “Op Kodiel kan alles”. 

Hopelijk ben ik een paar druppels van het potteke olie dat op Kodiel alles laat draaien (citaat Hedwig).


Op de boerderij zijn ze het jaar goed begonnen! 

Dankzij hetzelfde groepje mensen dat sinds 2001 zorg draagt voor Kodiel is er op 24/01/08 opnieuw een grote stap gezet. Op die dag werd de “Thuislozenboerderij Kodiel vzw” gesticht.

We hebben dit kunnen doen omdat de Koning Boudewijnstichting voor de volgende twee jaar een belangrijke financiële steun geeft. Hiermee gaan we tijdens die periode iemand deeltijds aanwerven. Zo kan iedereen zoals voordien verder naar Kodiel komen. Hedwig krijgt dankzij deze steun wat meer tijd om naar middelen en mogelijkheden te zoeken om ons boerderijproject nog heel lang te laten verder bestaan.

Wees allemaal gerust we blijven elke dinsdag, vrijdag en eerste zaterdag van de maand de activiteiten doen zoals we het al jaren gewoon zijn. Iedereen blijft net als voordien vrij kiezen wat hij of zij graag wil doen. De kinderen blijven evenzeer welkom. Mariette blijft de boodschappen doen, zorgen voor de gezelligheid in huis en even lekkere soep maken als in het verleden. Al wie op dinsdag samen met Herman brood bakt mag nog steeds zijn resultaat mee naar huis nemen. Op zaterdag blijft Heidi paraat voor wie een echte ruiter wil worden. Tijdens de zomer beloven we dat de ééndaagse huifkartochten met picknick of bbq ook zullen voorgesteld worden. En de klap op de vuurpijl: “de jaarlijkse trektocht” met de tien deelnemers die in het voorbije jaar het meest naar Kodiel kwamen, staat nu al gepland tussen 18 en 23 augustus. Maureen, Kristien en Lieve hebben dit goed genoteerd.

Het is een belangrijk moment om de teams, de stuurgroep en alle sympathisanten van Albatros en De Schutting extra te bedanken voor al de inspanningen die ze gedurende zeven jaar voor ons project gedaan hebben. In de periodes dat er geen € subsidie of ondersteuning

binnen kwam zorgden zij ervoor dat op de thuislozenboerderij alles verder bleef lopen zoals voordien. De nieuwe stap betekent dat we alles in het werk zullen stellen om onze eigen verantwoordelijkheid op te nemen. Tegelijk zullen we alles doen om de sterke band, met al de mensen die dit verhaal samen met ons schreven, te voeden en te onderhouden.

Bij deze nieuwe wending zijn we ervan overtuigd dat ook de deelnemers graag mee een stukje verantwoordelijkheid willen dragen voor de toekomst van Kodiel. Daarom vragen we vanaf dinsdag 04 maart 08 een dagbijdragen voor eten en drank van 1.50 € per persoon.

Indien dit voor iemand een probleem zou zijn kan dat binnen de begeleiding besproken worden. Omdat Hedwig toch liefst zoveel mogelijk samen met de deelnemers op de boerderij is, willen we ook bij de start van elke werkdag wat tijd inwinnen. Daarom komen we pas vanaf 9 u samen in De Schutting. Het vertrek blijft 9.30 u. De gemiste eitjes van het ontbijt kunnen de deelnemers krijgen van de legkippen op de boerderij.

We zijn goed begonnen en hopen dat 2008 het jaar van het goede nieuws mag worden.


Woensdag 8 augustus zijn we aan ons reisje naar Nederland begonnen, het was niet ver van de Belgische grens. Eenmaal ter plaatse zijn we begonnen met het uitladen van de camionnette. We hebben elk in ons eigen tent geslapen, dat was erg leuk. Ik heb vooral van het lekkere eten en van de natuur genoten. ‘s Anderdaags zijn we naar de Antwerpse kempen vertrokken. Ter plaatse hebben we een wandeling gemaakt te paard. Tijdens deze wandeling heb ik vooral van de natuur genoten. Daarna hebben we een wandeling gemaakt naar Postel, ook in de Antwerpse kempen gelegen. We hebben in de prachtige abdij van Postel geslapen waar we verwelkomd werden door heel vriendelijke monniken. We hebben in de buurt gewandeld en we hebben drankjes gedronken in de cafés uit de buurt. De ochtend nadien hebben we ons ontbijt genomen en zijn we te paard naar Nederland teruggegaan. Eenmaal aangekomen in Nederland hebben we Maureen gewacht, we zijn begonnen met de camionette te laden en we zijn zaterdag 11 augustus naar Brussel teruggereden.

 Het was een kort maar aangenaam reisje.


Beste vrienden,   

Kodiel kiest buiten de paarden resoluut voor “hoe kleiner hoe mooier”!

Op de eerste foto zien jullie Ike en Tina. Deze hangbuikvarkentjes zijn drie maand oud en wegen op volwassen leeftijd +/- 60 kg. Nu kan je hen nog wegstoppen in een schoendoos.   

 

Op de tweede foto zien jullie onze zeboekoetjes Flip en Mathilde. Zij zijn +/- 14 dagen oud en amper iets groter dan het zes weken oude zwarte geitenlammetje. Dit koppeltje zeboekoetjes wordt op volwassen leeftijd maar 80 cm groot.  

 

Met veel lieve groeten uit de babyopvang van de boerderij.

Hedwig


Jean: het verhaal van Kodiel

Eindelijk begin ik dan toch met mijn verhaal. Alles begint met een rare vent die nogal eigenaardig overkomt bij een eerste ontmoeting. Je zou er zelfs bang voor zijn, maar achter die man schuilt een geheim, het geheim van de aarde, de dieren, de boeren, van het stro en de aangename geur van het pas gemaaide hooi.

Als zo’n mensen de brug maken tussen sociale werk en de zorg voor mensen die maatschappelijk zwak staan, dan geeft dit mengsel Kodiel. Kodiel is een boerderij waar men heel wat kan doen. Wij worden eerst verwelkomd in de Schutting. Dit is een andere organisatie. Dan krijgen we eieren (een pierenoeg… zoals men zegt) met lekkere geboterde boterhammen en koffie naar believen, alles aangeboden door de Schutting. Om 9.30 uur vertrekken wij uit Brussel richting Peizegem.

Haaaa…. Peizegem aan zee??? Ons hoofdkwartier, gevestigd in een gewezen herberg waar alles gebleven is als voorheen, een warme sfeer waar men opnieuw verwelkomt wordt met koffie. Daar bespreken we de taken die zeker moeten gebeuren. Een normale zaak op een plaats waar koeien, paarden, kippen, geiten en konijnen zijn. Wij moeten die verzorgen. Dit geeft ons een verantwoordelijkheid, hetgeen ons niet gegeven wordt in de stad. Dit is het werk van de voormiddag. O ja, ik vergeet het belangrijkste: niemand is verplicht iets te doen waar hij geen zin in heeft, maar meestal verloopt de taakverdeling vlot..

In de namiddag verlangt meestal iedereen om paard te rijden. Kodiel heeft ook twee huifkarren maar ik, Jean Van den Bossche, 43 jaar en zonder tanden, hou van de grond en steek er graag mijn handen in. Daarmee bedoel ik dat ik me graag bezig hou met de groenten.

Zo dan, de dag eindigt rond 16 uur. We frissen ons wat op en we nemen de bus richting Brussel.  

                               


 

Erik: waarom naar Kodiel gaan?

Niet iedereen heeft de kans om in een fijn midden geboren te worden en voldoende naar school te hebben kunnen gaan om een kans te hebben op de arbeidsmarkt.

Dat is mijn geval. Met mij heeft men allerlei dingen geprobeerd om normaal te laten leven, maar zonder resultaat.

Kodiel is als een aanbod zonder dwang. Gaat het op een bepaalde dag niet, dan is dat niet erg. Voor mij was het in het begin niet gemakkelijk, om psychologische redenen, waarover ik niet verder ga uitweiden. Daarbovenop was ik een beetje bang van de paarden. Met de tijd is dat wel verbeterd. Ik heb veel te danken aan Hedwig en de mensen die mij omringen. Het zijn bekwame mensen zonder pretentie. Ze staan open voor al diegene die door de consumptiemaatschappij vergeten worden.

Jammer dat Hedwig moet vechten om subsidies te kunnen bekomen, want ik elders zag is minder geschikt voor ons.

’s Morgens hebben wij een eerste contact met de dieren in de stal. De stallen kuisen en de dieren voederen is onze taak. ’s Middags zijn we samen rond een lekkere maaltijd, klaargemaakt door Mariette. Zij heeft de sociale inzet van haar zoon aanvaard.

 

 

Terug naar boven