ONDERSTATIONS
De hoogspanningspost
De omzetting naar
gelijkspanning
De verdeling van
gelijkspanning
Criteria voor de
plaatsing van onderstations en sectioneerposten
| Een hoogspanningspost
ontvangt één of meerdere voedingen vanuit het elektriciteitsnet.
De tractie-onderstations van de NMBS worden rechtstreeks
gevoed uit een grote injectiepost van Electrabel. De
meeste onderstations hebben een ontdubbelde voeding uit
een 36 of 70 kV-post. Meestal is er één voeding in
dienst en staat de andere gereed om eventueel de eerste
te kunnen vervangen. De meeste 70 kV-posten worden
via een luchtlijn gevoed. De toestellen staan buiten
opgesteld. Alle andere onderstations worden via ondergrondse kabel van stroom voorzien. Voor de hoogspanningspost werd vroeger een afzonderlijk gebouw gebruikt. Momenteel wordt de hoogspanningspost in hetzelfde gebouw ondergebracht. |
![]() |
| Tegenwoordig is
het distributienet voldoende sterk. Sommige recente
onderstations worden uit een distributiepost (10 tot 15
kV) gevoed. Op deze lagere spanning is er meer stroom
nodig om hetzelfde vermogen te transporteren. Om
kabelverliezen te beperken worden beide voedingen in
parallel geëxploiteerd. Door beide kabels loopt er dus
stroom. Een differentieelbeveiliging controleert dat alle
stroom die Electrabel levert, ook effectief bij de NMBS
toekomt. Als er een fout is in een kabel, is er een
lekstroom. De differentieelbeveiliging schakelt de
defecte kabel uit. Een hoogspanningspost bestaat uit meerdere cellen of velden. Elke cel of veld bevat een aantal toestellen :
Het onderbreken van een HS-kring gaat steeds gepaard met een vonkontwikkeling. Bij het onderbreken van belastingen kan, door lokale verhitting en het elektrisch veld de lucht ioniseren waardoor er een boog ontstaat. Deze boog moet zo vlug mogelijk gedoofd worden om geen ontploffing of kortsluiting te veroorzaken. Boogdoving bij wisselspanning is bijna altijd gebaseerd op de nuldoorgang van zowel spanning als stroom. Bij een zuiver resistieve belasting gaan beiden gelijktijdig door nul, zodat een boog automatisch dooft. Bij inductieve of capacitieve belastingen, is er een spanning aanwezig tussen de contacten bij nuldoorgang van de stroom. De bedoeling van boogdoving is het verhogen van de isolatie tussen beide contacten. Indien het diëlektricum voldoede gedesioniseerd is, zal de boog niet meer opnieuw ontsteken. De meest gebruikte schakelaar bij de NMBS is de klein olievolume-schakelaar. Om een vlotte boogdoving te verkrijgen, wordt de olie rond de boog ververst. Tijdens het openen van de contacten wordt er verse olie ingespoten. In de oudste onderstations gebeurt de boogdoving met perslucht. De desionisatie en het herstel van het diëlektricum wordt verzekerd door een sterke luchtstraal die de herontsteking van de boog belet. Schakelingen gaan gepaard met een luide knal en met sterke luchtverplaatsingen rond de schakelaar. Hedendaagse schakelaars hebben vaak zwavelhexafluoride (SF6) als diëlektricum. Bij nuldoorgang worden de elektronen als het ware gevangen door de sterk elektronegatieve fluoratomen. Voor de 70 kV-posten is SF6 de enige nog beschikbare techniek. Bij lagere spanningen wordt de stroom tegenwoordig vaak onder vacuüm gesneden. Zonder geleidend medium kan er theoretisch zelfs geen boog ontstaan. Bij het openen van de contacten ontstaat er echter wel een plasma van geleidende metaaldampen, zodat er toch een kleine lichtboog in de schakelaar kan ontstaan. Meer uitleg en foto's - Facturatie en piekafvlakking - Project energietelling via TCP/IP |
|
De omzetting naar gelijkspanning
De verdeling van
gelijkspanning