REISFILMS
MALI & DOGON
Meer info over Sicilië (filmbeelden en reisverslag) op : http://home.tiscali.be/reisfilmsjpvl
|

|
zaterdag 28 februari februari 2004 om 11u
vertoning van film “Mali: 4 steden
langs de Niger”
in NTG-gebouw
bij Sint-Baafskathedraal en Belfort in Gent
Organisatie : Africa matters
Film maakt deel uit
van de beurs op 28 en 29 februari die in het teken van Afrika staat
Meer info over beurs :
http://www.africamatters.be/
|
|
|
|
|

|
reisfilms Mali
van Jean-Pierre Van Loocke
Op
stap langs de mysterieuze Dogonfalaise (1u)
4 steden langs de Niger : Bamako, Segou, Djenne en
Mopti en piroguetocht op de Bani (1u02)
|
|
Ziehier enkele momentopnames uit de films.
We beginnen
met de film over de Dogon :
|
info films :
Jean-Pierre Van Loocke,
tel. 050/31.68.92
email : jp.vanloocke@tiscali.be of
Jean-Pierre.Van.Loocke@brugge.be
|
|

|
Dragers en een gids
zijn langs de steile hellingen geen overbodige luxe.
|
|
|
|
|

|
De talloze voorraadschuren
die op de rotswand balanceren zien eruit als grote pepervaten
|
|
|
|
|

|
Het woongebied van de Dogon
situeert zich boven op, langs en onder een 300 m hoge rotswand.
|
|
|
|
|

|
Slapen gebeurt bovenop
de platte daken.
|
|
|
|
|
|
|
|
|

|
In de films besteden we
aandacht aan alle aspecten van de Malinese maatschappij (zoals o.a. het onderwijs,
aids, werkgelegenheid), maar aan de fauna en de flora. Een boom die erg
tot de verbeelding spreekt is de baobab of apebroodboom. Alle
onderdelen van de boom zijn nuttig. Zo doet de buitenkant van de vrucht
o.a. dienst als bh.
|
|

|
In het Dogongebied zijn
er geen auto's en gebeurt alles te voet. Af en toe eist de verzengende
hitte zijn tol.
|
|

|
De Dogon zijn een
animistisch volk dat sterk gelooft in geesten en in de krachten van de
natuurelementen. In een land waar 8 of 9 maanden lang geen druppel
regen valt, is een regendans geen ongewone gebeurtenis.
|
|

|
Bij de Dogon leven
zowel animisten, moslims als christenen. Zicht op de vrouwelijke
vleugel van de kerk.
|
|

|
De Dogon leven in erg primitieve
omstandigheden : zonder elektriciteit, Aldi, noch waterleiding.Elke dag halen
de vrouwen water van bij de dorpsbron dat onder andere moet dienen voor de
douche van de blanke toeristen.
|
|

|
Uren na het eerste
hanengekraai, hanengebalk en geitengemekker steekt om 6 uur eindelijk de zon
zijn hoofd uit.
|
|
Uit de film “4 steden langs
de Niger”
|
|
|
|
|
|

|
13 jaar eerder dan de Brugse
binnenstad stond heel het stadje Djenne al op de Werelderfgoedlijst van de
Unesco.Alle huizen zijn er in leem gebouwd.De leem houdt de huizen
wonderbaarlijk koel.
|
|
|
|
|
|

|
Maar de bescherming
gaat ook gepaard met ongemakken.Zo wil de Unesco dat er niets meer aan het
straatbeeld wijzigt.Daartoe behoren ook de middeleeuwse open rioolgeulen in
het midden van de straten.Ze zien er smerig uit en stinken.
|
|
|
|
|
|

|
Ook de moskee in Djenne
is volledig in leem gebouwd. Het heiligdommoet elk jaar na het regenseizoen
met verenigde krachten hersteld worden. De houten stokken die uit de
gevel steken dienen daarbij als platform.
|
|
|
|
|
|

|
Dit wilden we voor geen
eurocent missen : de maandagmarkt van Djenne, die een van de grootste is van
Afrika.We bekijken de markt vanuit allerlei gezichtspunten en schuwen ons
niet om met de camera in aanslag de kraampjes van dichtbij te aanschouwen.
|
|
|
|
|
|

|
De vrouw van op de affiche
is een Peulvrouw.Typisch voor de vrouwen van herdersvolk de Peul is hun
mondtatouage.Het is een teken van schoonheid en wordt als sensueel en
prikkelend ervaren.En ?
|
|
|
|
|
|

|
Neen, dit is geen Peul,
maar wel cameraman en cineast JP.
|
|
|
|
|
|

|
Mali is het 4de
armste land ter wereld.Veel meer dan wat loslopend vee en een kookpot hebben
de mensen niet.Deze mensen hebben zelfs de luxe over een keukenhut te
beschikken.
|
|
|
|
|
|

|
Maar dat betekent niet
dat ze ongelukkig zijn.Integendeel, hun prachtige en uiterst kleurrijke
gewaden getuigen van grote trots en waardigheid.
|
|
|
|
|
|

|
Ook de vrouwen mogen er
zijn !
|
|
|
|
|
|

|
’t Is sjiek, echt waar !
|
|
|
|
|
|

|
Je komt toch ook naar me
kijken in de film, he ?
|
|
|
|
|
|
|
|
Info/reserveringen film :
Jean-Pierre Van Loocke, Zandstraat 34,
8200 Brugge
tel. 050/44.80.03 (werk) en 050/31.68.92
(thuis)
email : jp.vanloocke@tiscali.be of
Jean-Pierre.Van.Loocke@brugge.be
Praktische info reis Mali
streek :
gebied langs de Niger van Bamako tot Mopti
en Dogonfalaise tussen Benigmatou en de 3 Youga’s
traject : Bamako, Sévaré, Bandiagara,
Begnimato, Dourou, Nombori, Tireli, Ireli, Banani, Kundu-Ginna, Yougo-Na,
Yougo-Piri, Yougo-Dourou, Banani, Sangha, Sévaré, Djenne, Sévaré, Mopti,
piroguetocht op Bani (naar o.a. Djembe), Segou, Kalabougou, Segou, Bamako
periode
van 22 oktober tot 5 november 2000
reisgezelschap
ik was er met 5 vrienden uit Brugge en een
vrouw uit De Haan
we reisden niet-georganiseerd, maar bereidden
onszelf wel goed voor via reisverslagen, gesprekken met mensen die al eens in
Mali geweest waren, reisgidsen...
reisbureau :
- we boekten bij een reisbureau in Parijs alleen het vliegtuig heen
en terug; het was enkele 1000 BEF goedkoper dan het toegepaste tarief in België
en kostte ca. 21.000 BEF
- we vlogen met Sabena : bij de heenreis rechtstreeks vanuit Brussel
naar Bamako (in totaal 5u30 vlucht) en bij de terugreis : van Bamako via
tussenstop in Ouagadougou (Burkina Faso) naar Brussel
transport ter plaatse
- minibustaxi van luchthaven naar de
Mission catholique in Bamako : 12.000 CFA (in totaal voor ons 7)
- jeeptaxi van Soeurs Blanches in Bamako
naar busstation Sogoniko : 6.000 CFA (in totaal)
- taxi voor 3/4 personen in Bamako : 3500
CFA (busstation naar Soeurs Blanches), 2.500 CFA (restaurant naar Soeurs
Blanches)
- 20 min. wachtgeld (om ons tijd te geven
om geld te wisselen in een bank, terwijl de volkswagentaxi staat te wachten) :
2000 CFA
- rugzak in bagagedepot van bus (onderaan
de bus) tijdens onze rit Bamako – Sévaré : 500 CFA per persoon
- bus Bamako – Sévaré (634 km) met Bittar
Trans : 7.000 CFA per persoon
- taxi van busstation Sévaré naar Mission
catholique Don Bosco : 1.500 CFA in totaal
- tocht voor 6 dagen met vervoer
(heen en terug Sévaré – Dogonfalaise), gids, dragers en 5 overnachtingen :
75.000 CFA per persoon (te betalen door elk van ons, dus in totaal : 425.000
CFA)
- jeep van
Sévaré tot aan rand van Dogonfalaise ter hoogte van dorp Benigmato
- trekking te voet
doorheen het Dogongebied
- terugtocht per
jeep vanuit Sangha naar Sévaré
- taxi van Sévaré naar Djenne met vertrek
om 15u. zondag en aankomst terug in Sévaré op maandag om 17u : 60.000 CFA voor
ons allen samen
- Volkswagentaxi Sévaré – Mopti : 2500 CFA
in totaal
- dagtocht per pirogue vanuit
Mopti naar vissersdorpjes op de Bani : dorp Djennediaga (bozodorp),
Capouloudaga, Djembe (peuldorp), campement touareg, samenvloeiing van de Bani
in de Niger, Motiede : 52.500 CFA (in totaal voor ons 7)
- bus Sévaré – Segou (Bittar Trans) : 5.000
CFA
- tocht per pinasse van Segou naar
Kalabougou (in totaal : 3 uur heen en terug) : 20.000 CFA + 2500 CFA taks per
persoon voor bezoek aan Kalabougou
- bus Sévaré – Bamako : 2.500 CFA per
persoon
- taks luchthaven (om terug te vliegen naar
België) : 10.000 CFA
Logies
we sliepen 1 keer in een hotel (Segou), 5
nachten in missieposten (Bamako en Sévaré) en voor de rest in open lucht op
platte daken (1 nacht in Djenne en 5 nachten in dorpen langs de Dogonfalaise)
Alle overnachtingen vielen
reuze goed mee.Alleen Kita Kourou vond ik niet zo’n goede keuze.
Reizen kost
eten en drank :
- dagmenu in restaurant : 1000-2000 CFA
- klein biertje : 500 CFA, maar 1200 CFA in
Dogongebied
- groot bier (66 cl) : 800 CFA, maar 1100
CFA in Dogongebied
- 1,5 l water : varieert van 500 CFA (op
bus) tot 1250 CFA of 1500 CFA (in Dogongebied en ook in Ségou)
- 1 kg colanoten (in Bamako) : 4500
CFA
- een kop koffie : 100 CFA (in
drankstalletje langs de weg), 300 CFA (in restaurant)
- frisdrank : 175 CFA (in
stalletje op straat in Bamako), 200 CFA (in wegrestaurant Ségou), 250 CFA in
winkeltje in Djenne, 300 CFA (restaurant Kita Kourou en café op 150 m van
luchthaven) of 350 CFA (in restaurant), 600 CFA (in Dogongebied)
- 1 oliebol op een markt in Dourou : 500
CFA
- oliebol gekocht op bus : 250 CFA
- 1 gebakken maniokfriet op markt Djenne :
25 CFA
- zak snoep in Djembe : 2000 CFA
- 6 maniokcakes voor 100 CFA
- 1 banaan van 15 cm : 25 CFA
- 20 frieten op straat in Ségou : 100 CFA
zwemmen
:
- toegang tot openluchtzwembad van hotel in
Ségou : 2000 CFA
- zelfde prijs voor openluchtzwembad hotel
de l’Amitié Bamako
telefoneren
en faxen :
- 1min30sec telefoneren vanuit bushokje in
Segou naar België : 2580 CFA
- 3 min. bellen vanuit postkantoor in
Djenne naar België : 5600 CFA
- telefoonkaart : 7000 CFA voor 60 eenheden
- fax naar België : 17.800 (!!!) CFA, want
duurt 4min05 om door te sturen; vanuit Bamako : 4.025 CFA
souvenirs
:
- houten katapult met afbeelding van man :
1500 CFA
- fooi om iemand te mogen filmen : 100
CFA
- djembe gekocht in Bamako : 25.000
CFA
- houten hanger met mensenhoofd om rond de
nek te dragen gekocht in Tireli : 1250 CFA
- houten wandelstok met 4 hoofden boven
elkaar gekerfd : 5000 CFA
- bobo gekocht aan straatventer in Sangha :
8000 CFA
- peulhoed gekocht aan straatventer : 3500
CFA
- zilveren halsketting : 4500 CFA
- 2 lichte lange broeken met
Afrikaanse motieven : 7000 CFA in totaal (vraagprijs was 11500 CFA) (in
kunstenaarscentrum in oude stad Mopti) (nadeel : zonder broekzakken
opzij)
- 1 lange broek op maat gemaakt in
kleermakersatelier in Mopti : 4000 CFA (voordeel : met broekzakken opzij)
- cd aangeboden door straatventer : 1200
CFA
- zilveren armband : 3000 CFA
- groot tafellaken met blauwe en witte
tinten : 22.300 en 25.000 CFA
stads-
en wegentaks :
- taks te betalen aan wegcontrole tussen
Sangha en Bandiagara : 1000 CFA per persoon
- stadstaks Djenne (door iedereen
te betalen aan stadspoorten), genoemd taxe de développement touristique région
de Mopti commune urbaine de Djenne : 1000 CFA
- taks voor bezoek aan Kalabougou : 2500
CFA
diversen
:
- gids in Djenne voor 2-tal uren : 7700 CFA
in totaal voor 7 man
- postzegel voor postkaartje naar België :
310 CFA
- postkaartje : 150 CFA (in winkeltje in
Mopti), 175 CFA (in winkeltje in Ségou) of 250 CFA (in postkantoor)
- 10-tal balletjes voor voetbaltafel op
straat : 100 CFA
- cursus djembe : 3000 CFA per uur
diensten
in hotel l’Esplanade :
- auto met chauffeur : 20.000 CFA/dag +
buiten de stad : 100 CFA/km
- auto zonder chauffeur : 250.000-500.000
CFA/dag + 100 CFA/km buiten de stad
En voor de was :
- hemd : 500 CFA
- slip : 250 CFA
- lange broek : 600 CFA
- zakdoek : 150 CFA
- BH : 300 CFA
- rok : 700 CFA
- kleed : 850 CFA
- kousen : 200 CFA
Betalen deden we met lokale
munt ter plaatse gewisseld voor Franse frank
We gebruikten geen kredietkaart, maar konden
wel vlot geld wisselen zonder commissie : in banken en op luchthaven
wisselkoers : 100 CFA = 1 FF
andere
noodzakelijke kosten :
- inentingen voor gele koorts, hepatitis,
tabletten tegen malaria (Lariam)
- reisvisum van 1130 fr. + 2 pasfoto’s, af
te halen bij ambassade van Mali, Louisalaan 487, 1000 Brussel
reisliteratuur
Dominicus, Mali (Gottmer, 1998)
- zeer goede achtergrond informatie en ook
goede praktische info
- weinig kaartjes, maar mooie foto’s
Te gast in Mali (1998)
- leuke eenvoudige verhalen
Le Mali aujourd’hui (Les Editions
j.a.)
- zeer mooie foto’s
- goede informatie over de geschiedenis van
Mali, maar geen praktische informatie
The Rough Guide West-Africa
(1999)
- goede informatie over overnachtingen,
transport, restaurants
- ook interessante informatie over de
Dogoncultuur (p. 350-351), zoals bv. anatomie van een Dogondorp
Lonely Planet West-Africa
- 59 blz. over Mali : p. 551-610
- plannetjes
- uitstekende informatie met ook aanduiding
van prijzen van overnachtingen, restaurants
- interessante info over Dogoncultuur : bv.
architectuur, systeem van 5- en 7-dagenweek, plan van marktdagen, maskers,
religie, wereldvisie
Le Guide du Routard, 1998/99
- uitstekende basisinformatie met uitleg
over wat je moet weten over de bezienswaardigheden
Kaart Pays et villes du
Monde : Mali, 1993
- op schaal 1:2.000.000
- beste kaart die we konden vinden, maar
niet gedetailleerd genoeg voor de Dogonfalaise
- aanduidingen van bezienswaardigheden, soorten
wegen, afstanden tussen steden, rijstvelden, speciale moskeeën
- op de kaart staat ook een gedetailleerde plattegrond van Bamako
gegevens over mezelf
- Jean-Pierre Van Loocke
- geboren in december 1960
- beroep : redacteur Informatiedienst stad
Brugge
- adres : Zandstraat 34, 8200 Brugge
- tel. 050/31.68.92 (thuis), 050/44.80.03
(kantoor)
- email : jeanpierre.vanloocke@wanadoo.be
- wie wil mag me om het even wanneer
contacteren
Logies-info
|
|
|

|
Centre d’Accueil des Soeurs Blanches
centrum Bamako, niet ver van de
kathedraal
overnacht op 22/10 en 4/11/2000
- vanuit België per email geboekt : mafrmali@malinet.ml
- prijs : 12.000 CFA voor een
driepersoonskamer en eveneens 12.000 CFA voor een vierpersoonskamer
- ingang langs traliehek dat telkens snel afgesloten dient te worden
- geeft toegang tot een
binnenhof omgeven door exotische planten, overdekte zitplaats, kapel (met in
interieur djembe), slaapkamers op gelijkvloers
- zusters slapen op eerste
verdieping
- missiepost is alleen
toegankelijk op bepaalde uren
- kamers beschikken over al het
noodzakelijke comfort : bedden met muskietennet, ventilator (de ene draait al
beter dan de andere), stopcontact, nachtkastje, 1 tafel en 1 stoel
- afzonderlijke badkamer met
douche, lavabo en toilet
- nadeel is dat eens de warmte binnenzit,
je die er nog moeilijk uitkrijgt
|
|

|
Mission catholique Jean Bosco in Sévaré
op ca. 1 km van de hoofdweg Sévaré -
Mopti
overnacht op 23/10, 30/11 en 31/11/2000
:
- katholieke missiepost van de
paters
- telefonisch gereserveerd
(telefoonnummer gekregen bij de Soeurs Blanches in Bamako)
- 5000 CFA voor een tweepersoonskamer
met 2 bedden met muskietennet, douche, lavabo, tafel met 1 stoel, ventilator
en stopcontact
- 20.000 CFA in totaal voor ons 7
- idyllisch gelegen temidden van weelderige begroeiing
- in bungalows met in totaal 3 tot 4
kamers
- heel het domein is omheind
- toiletten bevinden zich in een ander
gebouw dichtbij
- in de missiepost wonen ook
Malinese gezinnen in afzonderlijke bungalows
- zeer rustig, maar het
getsjielp van de wevers (vogelsoort die hele lange nesten maken) in de bomen
moet je erbij nemen
- pater Joseph was onze
contactpersoon en kan helpen om een gids te vinden voor de Dogon
- als verwelkoming krijg je er
gratis water uit eigen waterput
- 3 minpunten :
- opletten
voor de muggen : dit was zowat de enige plaats op onze reis waar ik
gestoken werd door muggen
- het is niet
gemakkelijk om een verantwoordelijke te vinden die je naar de kamers
kan
brengen (we dienden meer dan 1 uur te wachten voordat père Joseph
opdook).
- ’s avonds is
er alleen verlichting in de kamers, maar niet op het terrein rond de
bungalows (als je naar het toilet wil, moet je dus je zaklamp meenemen)
|
|
|
|
|
|
|

|
Hotel-restaurant Kita Kourou
- slapen op dak van Kita Kourou Djenne : 1500 CFA per
persoon
- je kan ook binnenslapen, maar dat
gebeurt in kamers zonder raam, op een matras op de grond en een staande
ventilator
- douchen is op bepaalde
momenten van de dag moeilijk, omdat ook het toilet zich in de doucheruimte
bevindt
- eigenlijk is deze ruimte maar een vieze
bedoening
- niet echt een aanrader
- de campement, die zo’n 300 m
verder ligt, zag er een beter alternatief uit, al zou het kunnen dat het daar
drukker is en dus minder rustig ‘s nachts
|
|
|
|

|
Hotel l’Esplanade, Segou
langs boord van de Niger, op ca. 200 m
van de kade en ca. 600 m van busstation
tel. 223.320.127
- relatief nieuw hotel met kamers in allerlei categorieën
- driepersoonskamer met
ventilator (geen airconditioning) : 20.500 CFA (10 % korting voor meer dan 1
nacht)
- buiten slapen op binnenplaats
(in eigen tent) : 3000 CFA per persoon + 1000 CFA voor ontbijt
beoordeling :
- hotel ligt 30-tal m van de
rivier; restaurant ligt tegenaan de rivier; tussenin is er een weg waar
nauwelijks verkeer passeert
- goede ligging, maar wel naast
een sloppenwijk (maar je voelt je er niet bedreigd)
- rustig (geen lawaai van bv. moskee of
straat)
- binnenplaats heeft nette
stenen vloer en er staat exotische beplanting
- restaurant is afgeschermd van
de rivier met lelijke kippegaas
- in het water drijven tientallen blikjes
Nescafé
- opletten met afspraak over te betalen prijs : hotelmanager geeft
korting, maar vertelt dat niet door aan de receptionist waardoor je bij de
eindafrekening toch de normale prijs voorgeschoteld krijgt
|
Restaurants
|
|
|

|
Café du Sport
- pal rechtover de ingang van de
Mission catholique
- geen terras
- klein interieur met
plaats voor 3 tafels
- muren zijn prachtig
beschilderd met figuratieve landschappen
- ontbijt voor 500 CFA :
Frans brood, confituur, Nescafé of thee en gecondenseerde melk
- avondmaal voor 1000
CFA : rijst met lekkere groentensaus en water
- weinig keuze aan eten,
zeer eenvoudig, maar gezellig, voor budgetreizigers
|
|
|
|

|
Casa van Mamadou, Bamako
- schuin rechtover de Mission catholique
- in de buurt steeds een samenhoping van gidsen die je
lastigvallen
- fruitsap : 350 CFA
- ontbijt : half stokbrood met confituur en Nescafé : 500
CFA
|
|
|
|

|
Le San Toro, Bamako
route de Koulikoro, BP 1511
tel. 22.30.82
- Afrikaanse siervoorwerpen in de binnentuin en in het sfeervolle
interieur
- om binnen te kunnen zitten moet je op voorhand boeken, want snel
volzet
- hoofdschotel (om het even wat,
bv. capitaine, frietjes en velletje sla, maar ook mogelijkheid om kip of
konijn te nemen) : 4500 CFA
- aperitief maison (drank op basis van kruiden en fruitsappen) :
500 CFA
- vriendelijke en stijlvolle
bediening (bv. schotels met deksel)
|
|
|
|

|
wegrestaurant Ségou
- het enige wegrestaurant van
Mali
- waar de bussen stoppen
die van Bamako naar Mopti/Sévaré rijden
- steeds een drukke
bedoening
- aan breed kruispunt
tegenaan de asfaltbaan Bamako – Mopti
- zelfbediening door tralies
- zeer goedkoop maar bedenkelijk
eten (vlees vol met zemelen)
- couscous met Arabische saus : 250 CFA
- frisdranken : 200 CFA
|
|
|
|

|
Le Golfe, Ségou
Place Da Monzon
- we aten er op het terras dat uitgeeft op een breed
kruispunt
- ’s avonds is het er erg rustig
- we bestelden de maaltijd vooraf, waardoor we ’s avonds
onmiddellijk op uur konden eten
- net zoals overal lekkere Nigerbaars
(capitaine)
- mogelijkheid om pannekoeken te eten als dessert
|
|
|
|

|
Le Soleil de Minuit in Ségou
- biefstuk met frieten : 2000 CFA
- snelle bediening
- je kan binnenzitten, maar er
is ook veel plaats buiten op het beschaduwde terras
|
|
|
|

|
Hotel l’Esplanade in Ségou
- capitaine met groene boontjes en frietjes, en als dessert
pastiche (watermeloen) : 2950 CFA
- rustig
- verhoogd overdekt houten terras
|
|
|
|
|
Bar Bozo in Mopti
- op terras aan boord van de Niger naast de scheepswerf en de
plaats waar de mannen zich ’s avonds naakt wassen in het water
- weinig keuze
- indien je vis wil eten, best
op voorhand bestellen, want op is op
- onvriendelijke bediening
- capitaine à la braise met frietjes of
rijst : 2000 CFA
- capitaine à la brochette met
frietjes/rijst : 2500 CFA
- om naar toilet te gaan moet je langs de plaats passeren waar de
mannen zich in de rivier wassen
|
|
|
|
|
Le Bozo in Sévaré
- op 300-tal m van Centre Jean Bosco gelegen aan rand van een
immens open plein (groter dan voetbalveld)
- tel. 43.02.46
- gerechten :
- omelet met
frietjes : 1500 CFA
- omelet met
erwten en een sausje : 1500 CFA
- couscous :
1750 CFA
- biefstuk
friet : 3000 CFA
- mogelijkheid om binnen of buiten te
zitten
- binnen is de ruimte afgedekt met
riet
- er staat een tv en er is een bar
- op de vensters zit het vol met
hagedissen
|
|
|
|

|
Le Régal in Mopti
- op hoek van rivier en straat die naar de post leidt
- restaurant zonder buitenterras
- binnen is het koel
- eenvoudig interieur met muren bepleisterd in azuurblauw
- grappige ijskast : er steekt alleen water in, in plastieke
zakjes
- drank moet blijkbaar van elders gehaald worden
- snelle bediening
- ruime keuze aan eenvoudig, maar lekker eten :
- buffet steak : 750
- couscous arabe : 1250
- brochette : 250
- omelette : 500
- riz à la sauce : 500
- pomme de terre frite : 500
- salade verte : 300
- salade tomate : 300
- café au lati : 300
- poulet complet : 2400
- eau awa : 750
- yaourt : 200
- lait caillé : 125
- lait frais : 125
- spaghetti : 500
- café noir & lipton : 150
|
|
|
|

|
Kita Kourou in Djenne
- naast het politiekantoor en op 150-tal m van de beroemde
maandagmarkt
- lekker eten
- vriendelijke eigenaar die erg
begaan is met zijn klanten
- bier is alleen in het geniep
te verkrijgen (op voorwaarde dat je het drinkt zonder dat iemand anders het ziet,
bv. op je kamer), want moslims mogen geen alcohol drinken en de sociale
controle is er erg groot
- biefstuk met groene boontjes : 2000 CFA
- couscous : 1000 CFA
- spaghetti : 2000 CFA
- fles water : 750 CFA; frisdrank : 300 CFA
- omdat terras aan de straat
grenst, wordt je er lastiggevallen door gidsen die hun diensten willen
aanbieden
|
Enkele
woordjes in Bambara
|
aniesokoma
|
goeiedag
|
|
aniekié
|
goedenamiddag
|
|
anie-oela
|
goedeavond
|
|
kanchi
|
goedenacht
|
|
initié
|
dank je
|
|
anitié
|
dank u (2
personen)
|
|
ekakinewa ?
|
hoe gaat het ?
|
|
somokonkakinewa
|
hoe gaat het
met de familie ?
|
|
torosieté
|
goed
|
|
kanjerebé
|
smakelijk
|
|
agadi
|
lekker
|
|
leffara
|
ik heb genoeg
|
|
soko
|
vlees
|
|
chjekee
|
vis
|
|
dolo
|
bier
|
|
djie
|
water
|
|
keme
|
100
|
|
kélé
|
1
|
|
fila
|
2
|
|
saba
|
3
|
|
nani
|
4
|
|
dourou
|
5
|
|
woro
|
6
|
|
wolofla
|
7
|
|
cheikie
(sjeikie)
|
8
|
|
kononto
|
9
|
|
ta(n)
|
10
|
Reisverslag
Mali en Dogon
zondag 22 oktober 2000
24 kg bagage
Om 18u57 vertrekt de trein met
ons 7-tal richting Brussel.We hebben onze fleece aan en daarbovenop onze
rugzak.Het totale gewicht van mijn bagage baart me zorgen : 24,05 kg heb ik
mee, verdeeld als volgt :
- rood rugzakje : 0,200 kg
- slaapkussen, handdoek, Ecuadoriaans dagrugzakje : 1 kg
- toiletzakje : 1,1 kg
- zelf opblaasbaar slaapmatje : 2 kg
- slaapzak : 1,8 kg
- rugzak met reisinfo en fotoalbum : 2,7 kg
- sandalen en stapschoenen Aigle : 1,7 kg
- camera, statief en batterijen : 4,5 kg
- statief : 1,5 kg
- camera zonder
batterij : 1 kg
- tas : 0,4
kg
- 7 filmpjes in
UV-zakje : 0,5 kg
- lader : 0,45
kg
- batterijen : 0,7
kg :
-
2 kleine : 0,25 kg
-
tussenslag : 0,2 kg
-
grootste : 0,25 kg
- kleren : 4,9 kg
- 2 hemden met
lange mouwen
- 2 sweaters :
blauw en geel
- 3 lange
broeken
- 2 korte
broeken
- 5 t-shirts
- 1 fleece
- 6
onderbroeken
- 6 paar
kousen
- boek Mali Blues : 0,45 kg
- dagboekschriftje : 0,2 kg
- speelgoed om weg te geven, stylo’s en kleertjes : 2,5 kg
- koeken, zout, kandijsuiker en witte suiker : 1 kg
- 2 appels : 0,3 kg
- 6000 FF
In Brussel Zuid wisselen we
van trein.Op het perron worden de benen losgegooid voor een sessie Afrikaanse
dans.Een kwartier later rijden we naar Zaventem luchthaven.
In Zaventem
We mogen 20 kg bagage
inchecken.Geen nood, want al mijn cameramateriaal, het toiletzakje met de
medicamenten, de belangrijkste kleren en schoenen... hou ik bij me op het
vliegtuig in mijn rode tas.Daardoor check ik slechts 15 kg bagage in.Ik zorg
voor nog een extra kg door mijn drinkbus te vullen met 1 liter kraantjeswater.
We hebben nog meer dan 2 uur
tijd en gaan iets eten in het restaurant.De zon schijnt door het grote raam op
de vliegtuigen van Sabena die tegen de pieren staan.Ik eet mijn boterhammetjes
op met honing, confituur en choco en drink een fruitsapje dat ik heb
meegebracht.De anderen drinken dure koffie en eten een prijzige boterkoek (50
fr.).We nemen onze lariampil.
Na het eten flaneren we langs
de taxfreeshops.Ze verkopen hier de camera van Sharp (PD4) die ik enkele
maanden geleden wou kopen bij Steenweg in Utrecht.De verkoopprijs voor die
digitale camera was 8000 fr. hoger dan in Utrecht.Lang blijf ik niet hangen bij
de shops, want mijn handbagage begint zwaar door te wegen.Daarom begeef ik me
maar meteen naar de wachtruimte voor het vliegtuig.Er was een vertraging
aangekondigd van ca. 20 minuten.Ik begin Mali Blues te lezen.Nadien ga ik nog
voor een laatste keer naar een deftig toilet.
Rij x tot rij x mag opstappen,
de mensen die achteraan zitten mochten eerst het vliegtuig op.De andere rijen
worden niet meer afgeroepen.Hoewel we in groep reizen, zitten we op het
vliegtuig niet allemaal bij elkaar.In het vliegtuig ziet het zwart van het volk
: de blanken zijn duidelijk ondervertegenwoordigd.
Het vliegtuig moet om 11 uur
vertrekken, maar loopt wat vertraging op, omdat er diende te worden gewacht op
passagiers die van een ander vliegtuig kwamen.Door de opgelopen vertraging
staan er ondertussen meerdere vliegtuigen klaar om op te stijgen.We moeten onze
beurt afwachten.
In de lucht
Uiteindelijk stijgen we met
ca. 45 minuten vertraging op.De piloot doet zijn best om de vertraging weg te
werken en slaagt daar gedeeltelijk in.We vliegen op een hoogte van ca. 10.000 m
en vliegen over Frankrijk en Marokko.Onder ons schuift de Sahara in het zuiden
van Marokko aan ons voorbij.Ik film even door het bekraste raam en ga op zoek
naar een ander raam om te filmen, maar het vliegtuig zit eivol, zodat ik geen
ander filmraampje vind.
Op het Sabenavliegtuig heeft
iedereen een eigen tv-schermpje voor zich op de rugleuning van de passagier
voor zich.Met een afstandsbediening kan je kiezen wat je wil zien.Ik bekijk de
laatste nieuwsjes, over o.a. de dreigende oorlog tussen Israël en de
Palestijnen, de race voor het presidentschap in de VS en een busongeval in
Peru.
Mijn buurmanpassagier is een
“artiste” uit Bamako.Doordat hij niet kon schrijven en ik in zijn plaats zijn
registratiekaart invulde, kwam ik te weten dat hij 40 jaar oud was en geen
kinderen had.Een precies adres had hij ook niet : het adres verwees naar een
heuvel in Bamako.Hij deed een beetje vreemd op het vliegtuig.Toen ik de laatste
koptelefoon die de hostess ronddeelde aan hem wou geven, wou hij ze niet
krijgen.De hostess bracht er toen nog een, maar ook deze wou hij niet.Even
later nam hij de koptelefoon van mij en zette hem op zijn hoofd.Toen nam hij
ook nog mijn afstandsbediening en zocht naar een kanaal met muziek.Die liet hij
op volle toeren afspelen en viel toen in slaap met de muziek aan.Af en toe
maakte hij rare geluiden.Zowat 1 uur voor het landen, gaf hij de koptelefoon
aan mij terug.
Toen de airhostess kwam, zei
hij dat hij geen cola wou.Op het wagentje stond alleen cola en water.Toen de
hostess vroeg wat hij wel wou, wees hij naar de colafles.De hostess nam de
fles, maar hij protesteerde.Ze geraakte er nerveus van en vroeg hem wat hij dan
wel wou.Hij bleef naar de colafles wijzen.Uiteindelijk kreeg hij dan toch cola.
Zijn dessert moest hij niet
hebben.Hij wou het aan mij geven, maar ik bedankte ervoor.Net voor de landing
wou hij perse nog een koffie drinken, maar we hadden onze gordel al aan en de
hostess zei dat het te laat was.Hij leek verbitterd.
Bamako airport
Rond 15u30 landen we in
Bamako, waar in de verte wolken te zien zijn.Toch laat de hitte zich goed
voelen, vooral doordat we, eens het vliegtuig uit, te voet moeten stappen over
de landingsbaan.Er mag nergens gefilmd worden.Dat mocht ook niet tijdens het
opstijgen en landen.
We stappen het
luchthavengebouw binnen en moeten meteen langs de immigratiepost.Er staan twee
rijen aan te schuiven.Een beamte controleert ons paspoort, visum en de inenting
tegen gele koorts.Hij neemt ook onze verblijfkaart in ontvangst en slaat een
stempel in ons paspoort.
Wat verder is de enige
loopband waarop de bagage wordt gelegd.Het duurt een hele poos voor de bagage
er is.Dragers bieden hun diensten aan, tevergeefs, want niemand heeft al geld
kunnen wisselen.We sleuren onze bagage tot bij de douane.Elke rugzak moet
opengemaakt worden.Een vrouwelijke beamte doet teken naar het zakje waar mijn
statief inzit.Het ziet er verdacht uit.Eens geopend, schudt ze haar hoofd.Wat
die toeristen toch allemaal meebrengen, zeg !
We stappen naar
buiten.Touroperatoren zwaaien bordjes met namen daarop.De onze staan er niet
op, want we hebben niets vastgelegd.Alleen het logement voor de eerste nacht
ligt vast : bij de Soeurs Blanches, via email.
We banen ons een weg door de
menigte en moeten ons verweren om niet meteen in een taxi terecht te
komen.Eerst willen we onze vliegtuigticketten herbevestigen.Een jongen gaat met
ons mee naar het bureautje van Sabena, op de verdieping in de vertrekhal.We
hebben geluk, want de computer werkt.Ons ticket voor de terugreis is
bevestigd.Nu snel naar de anderen.In de vertrekhal is de bank dicht.Toch kan ik
geld wisselen in een krantenwinkeltje.Ik wissel 2000 FF en krijg er 200.000 CFA
voor.De briefjes zijn aan elkaar geniet en zien er vuil uit.Maar er is geen
commissie te betalen en het klopt.
De luchthaven ligt 15 km van
het stadscentrum.De enige manier om er te geraken is een taxi huren.We
onderhandelen voor een taxi naar de Soeurs Blanches.Iemand van het hotel Amitié
heeft een minibusje klaarstaan.We mogen mee als we willen.De andere
taxichauffeurs vernemen echter dat we naar de Soeurs Blanches willen gaan en
vinden het niet eerlijk dat we met het busje van hotel Amitié meegaan.We
veinzen naar de Amitié te gaan en mogen vertrekken.
Ons plan om via het busstation
naar ons logement te gaan, mislukt.Dat kost extra, zo luidt het en het
busstation ligt niet op de weg.Voor we kunnen reageren rijdt het busje voorbij
de afslag naar het busstation en zitten we op de rechte baan naar een van de
lange druk bereden bruggen over de brede Niger.We rijden over de Pont du Roi
Fahd Ibn Abdullaziz, die aan de westkant van het centrum gelegen is.Ter hoogte
van de andere brug, die naar het midden van de stad leidt staat het hotel de
l’Amitié, dat samen met de BCEAO (West-Afrikaanse Centrale Bank) de enige
hoogbouw is in Bamako.Het is snikheet, zoals altijd.De ramen van het busje
staan open.Een ideale voedingsbodem om een sluimerende verkoudheid tot
ontwikkeling te laten komen, zo blijkt.
Bij de Soeur Blanches
We komen bij de Soeurs
Blanches aan, even na 17 uur.Een perfecte timing, zo lijkt het, want op zondag
zijn de tralies gesloten van 11 tot 17 uur (anders van 11 tot 16 uur).Een in
het wit geklede zuster komt opendoen.Ze kijkt vreemd als we zeggen dat we
geboekt hebben.Maar als we verwijzen naar de email dan is alles ok.We krijgen 2
kamers toegewezen : een voor de 3 vrouwen en een voor de 4 mannen.In de gang
zijn er 2 ruimtes met een westers toilet en een douche met lavabo.Op de kamer
draait een fan tegen een slakkentempo.De warmte heeft het interieur
ingepalmd.We zweten spontaan, zonder inspanningen te doen.Ik zoek naar een
stekker om mijn batterijen te kunnen opladen en bingo : er is er een naast de
schakelaar voor de fan.
De zusters wijzen ons erop dat
we ten allen tijde de poort moeten sluiten.We krijgen 2 sleutels : een voor de
kamer en een voor de poort.Eens de poort achter ons gesloten, begrijpen we
waarom.Iemand komt vragen of we een djembe willen kopen, een andere wil ons
naar zijn restaurant lokken, en een derde wil ons rondgidsen in Mali.Met een
vierde onderhandel ik over de prijs voor de busrit naar het busstation.Hij
vraagt 7000 CFA, maar ik kan een overeenkomst sluiten voor 6000 CFA.Hij zal
zelfs voor ons de busticketten kopen bij de beste busmaatschappij, Bittar.
Hoe er ook wordt aangedrongen,
we willen geen gids.We willen alleen maar een wandelingetje maken in de
buurt.Tot onze verbazing lukt dat : we gaan op stap zonder gids, in de richting
van de rivier.De hoofdstraten zijn geasfalteerd en het is er uitkijken voor het
drukke veelal eenrichtingsverkeer.De zijstraten zijn onverhard, hobbelig, vol
zand.Naast de hoofdweg liggen open rioleringen.Ze zijn smerig en stinken.Er
ligt afval in.Een rat baant zich een weg door de riolering en kruipt een
tunneltje door.Overal zijn mensen druk in de weer : vrouwen doen de was in
grote wasteilen, anderen zitten tv te kijken of wassen zichzelf.We drinken een
frisdrankje aan het stalletje op de hoek : voor slechts 175 CFA.Goedkoper
zouden we niets vinden.
Avondwandeling in Bamako
We wandelen bij valavond tot
aan een rond punt met daarop een verlicht beeldhouwwerk. Wat het voorstelt,
weten we niet, maar het valt wel op dat er op elke rotonde een beeldhouwwerk
staat : zoals een olifant, een wereldbol, de eerste president van Ghana, een
kaart van Mali...Op de grotere kruispunten staan verkeersagenten, ook als er
verkeerslichten zijn.Wie foto’s neemt of filmt, moet opletten, want het is
verboden om politieagenten op beeld vast te leggen.Ook regeringsgebouwen zijn
verboden terrein voor de fotograaf of cineast, maar hoe moet je die in godsnaam
herkennen ? Overal zitten de mensen buiten.We passeren een telefoonkotje en
proberen te bellen naar een van de gidsen uit Sangha, maar het lukt niet.Er
wordt niet opgenomen.We zien een tapijtenverkoper met een stapel tapijten op
zijn hoofd.Lieve neemt een foto van hem aan de overkant van de weg en krijgt de
man meteen op haar dak.Ze kan hem afwimpelen en hij laat ons gerust.We zien
mensen thee drinken, passeren een chiquere winkel, waar meubelen en bloemen
worden verkocht.Wat verder staan koelkasten op straat.We wandelen langs een
parkje, maar we kunnen er niet in, want het is omheind met hekken.
Lekker en goedkoop eten in café du Sport
Na onze wandeling is het
donker geworden.Dirk en ik gaan iets eten in het café du Sport, rechtover het
foyer des Soeurs Blanches.We voelen ons tot dit etablissement aangetrokken
vanwege de aanlokkelijke prijskaart die uithangt bij de Soeurs Blanches.De
gerechten zijn spotgoedkoop.Lieve en Veerle zijn moe en gaan niet mee.Dirk en
ik stappen het restaurantje binnen.Er staan twee tafels en de muren zijn
beschilderd.Het meet slechts 4 x 4 m.De eigenaar begroet ons vriendelijk.We
vragen de menukaart, maar die is er niet.Er is alleen wat de pot schaft : rijst
met wortelen, aardappelen en nog wat andere groenten.De man gaat aan het werk
in zijn piepklein keukentje.We betalen voor onze maaltijd voor 2 personen,
inclusief 1,5 l water 1000 CFA (61,2 fr.).Het smaakt heerlijk.Vooral de
patatjes smaken goed door.
Rond 20 uur komen Koen, Nieken
en Daniël aan.Ze zijn onmiddellijk na onze aankomst bij de Witte Zusters per
taxi naar Hamdallay gereden om er met Mamadou af te spreken voor de lessen
djembe die ze willen volgen tijdens hun 3de week in Mali.Mamadou
speelt bij de opera van Mali in Bamako.Hij trad al enkele keren met de opera op
in het buitenland, zoals bv. in Helsinki, Frankrijk en de Verenigde Staten.Hij
leek bereid te zijn om les te geven.Ondertussen bestelde Daniël al 7 djembes.Hoewel
ik Nieken duidelijk had gezegd om er twee voor mij te bestellen, was Daniël
verrast toen hij dat hoorde.Maar het kon.Hij gaf een voorschot voor de djembes
die 25.000 CFA het stuk zouden kosten.Veerle wilde er ook twee hebben.
Na het eten praten Dirk en ik
nog wat met een Italiaanse zuster.Ze zegt dat de regen heel ongelijkmatig
viel.In bepaalde regio’s viel er nauwelijks een druppel, op andere plaatsen
viel er veel regen en zijn de wegen bijna onberijdbaar geworden.Ze verwacht een
bijzonder warme droge tijd.Vooral in maart – april zal het verstikkend heet
worden.We hebben het ook over de andere missieposten.Die zijn er ook in Segou,
Sévaré, Mopti en Bandiagara.In Sévaré zou de missiepost redelijk zijn.De
missiepost wordt er geleid door paters.Ik vraag naar een contactpersoon en even
later bel ik vanuit een winkeltje in de staat met père Vincent, de
verantwoordelijke pater uit Sévaré.Ik betaal voor ca. 1,5 minuten 2580 CFA.Er
is nog plaats.Langs mijn neus weg vraag ik hem of hij soms een gids kent voor
de Dogon.Wie weet, misschien kan hij al iemand contacteren ?
De eerste slapeloze nacht
Om 21u10 lokale tijd (23u10
Belgische tijd) kruip ik in mijn bed, onder de clambo die met haakjes vasthangt
aan de rechtopstaande staanders aan de beide uiteinden van het bed.De fan aan
het plafond werkt niet naar behoren, waardoor de warmte blijft hangen.Ik steek
de losstaande fan in de uitsprong van de kamer aan.Beide fans maken zodanig
veel lawaai, dat ik de slaap niet kan vatten.Heel eventjes lijk ik me in dromenland
te bevinden, maar toen krijg ik opeens het gevoel dat er een klauwerige hand
mijn hand vastneemt.Instinctief sla ik herhaaldelijk naar het bewegende ding
dat er wellicht nooit geweest is.Alhoewel, even later meen ik iets te horen
onder de bedden...
Hoe ik ook probeer om in slaap
te geraken, het wil maar niet lukken.Telkens weer krijg ik de indruk dat het
buiten fel regende, maar het zijn de ventilatoren die lawaai maken.Ook de
anderen hadden die valse indruk dat het regende.In de kamers blijft het de hele
nacht saunawarm.
We beslissen om om beurt de
kassa bij te houden.Op zondag steken we elk 14.500 CFA in de pot.
maandag 23 oktober 2000
Ontbijt in café du Sport
Om 7u30 ontbijten we in het
café du Sport.Hoewel we het ontbijt van daags tevoren bestelden, blijkt het nog
niet klaar te zijn.We krijgen de indruk dat het brood nog moet worden
gehaald.We krijgen Frans brood en een pot confituur.Als drank kunnen we kiezen
uit koffie of thee.6 van de 7 mensen kiezen, zoals steeds tijdens de reis, voor
koffie.Zoals steeds krijgen we een hete kan water en Nescafé.Op andere plaatsen
krijgen we soms Nescafézakjes.De melk zit in een grote blik en lijkt op een
dikke blubberige saus.
Omdat de anderen geen CFA’s
hebben, verdeel ik ze onder de anderen voor Frans geld.Elkeen krijgt 30.000 CFA
in ruil voor Frans geld.
Om 8u30 stipt vertrekken we met het
minibusje dat voor de foyer staat, naar het busstation in Sogoniko, dat op 7 km
van het stadscentrum ligt.We betalen 6000 CFA.Omdat de anderen geen geld
gewisseld hebben op de luchthaven, zitten ze nu in geldnood.De chauffeur brengt
ons naar een bank in Sogoniko.We wisselen er allemaal geld.In de banken wordt
geen commissie aangerekend.Op de zwarte markt gebeurt dat soms wel.Ik wissel
nog eens 2000 FF.Nadien rekent de chauffeur 2000 CFA extra aan, als wachtgeld.
In het busstation van Sogoniko
Ondertussen heeft hij al de
busticketten afgehaald : 7000 CFA per ticket naar Sévaré, dat op 634 km van
Bamako ligt.Tot onze verbazing is dat de echte prijs en heeft hij er dus geen
commissie voor aangerekend.Om 10 uur moet de bus vertrekken.Wij zijn er meer
dan een half uur voordien, ruim op tijd dus.Na een poosje wachten in de felle
zon, mogen we onze bagage afgeven.Tegen 1000(of 100 ?) per colli verdwijnt ze
in de bagageruimte onderaan de bus.
We wachten op de ijzeren
banken van het open busstation tot onze namen worden afgeroepen.Op de betonnen
wanden zoeken hagedissen naar een prooi.In snelle schichten bewegen ze
vooruit.Onmogelijk om hen van dicht te filmen.Ze zijn te mensenschuw.
Malinezen vragen nieuwsgierig
vanwaar we zijn.Een van hen vraagt of we colanoten willen kopen.Zijn oom
verkoopt er en het is hier veel goedkoper dan verder in het binnenland.De
colanoten zijn een importproduct.Ze moeten ingevoerd worden van de Ivoorkust en
worden vanaf Bamako verder verspreid over het land.Hij vraagt 4500 CFA voor een
kg.We zijn nog wat wantrouwig en gaan niet in op zijn voorstel.De man blijft
evenwel vriendelijk.
In de schaduw is het
doenbaar.Erbuiten is het snikheet.Toch loop ik wat rond om te filmen.Enkele
werklui van de busmaatschappij vragen om hun makkers die bananen zitten te eten
te filmen.Dat doe ik, en uiteindelijk moet ik hen allemaal filmen.Een tijdje
later vragen ze er geld voor.Ik geef 250 CFA.Ze zijn er dankbaar voor.Er komt
een man in een rolwagentje geld schooien.
Op weg naar Sevaré
Plots wordt Daniëls naam
afgeroepen : “Daniël 7 places”, klinkt het.Langs een zijdeurtje van de bushalte
stappen we naar de bus.Het is een Duitse bus.Er hangen nog Duitstalige affiches
in.Het is snikheet op de bus.Om 10u30 rijdt de bus weg.Langs de openstaande
bovenluiken waait wind naar binnen.Wat een deugd doet dat.De warmte wordt
opeens draaglijker.De temperatuur wijst 34° C.De bus zit niet helemaal vol.We
rijden langs een open terrein.Links van ons passeren we een voetbalstadion dat
in aanbouw is.Nog voor we Bamako helemaal verlaten, stopt de bus.Van alle
kanten van de weg komen mensen om eten en drank te verkopen.Ik koop 1,5 l water
voor 500 CFA.Dat is al ietsje duurder dan in Bamako-centrum.Naarmate we van de
hoofdstad wegrijden, stijgt de prijs : van 400 CFA in Bamako naar 1500 CFA in
het Dogongebied.De verkopers, vnl. vrouwen en meisjes, sleuren van alles op hun
hoofd mee : drankjes in doorzichtige plastic zakjes zonder reclame op (om ervan
te drinken, moet je het tipje opensnijden), bananen, cakes, klaargemaakte thee,
water in flessen en andere frisdranken.Er worden ook wortels verkocht.Het
blijkt maniok te zijn.Het wordt gestampt gebruikt voor een bereiding met
geitenmelk.Portugese zeelui introduceerden de plant rond 1600 in Afrika, waar
het de banaan verdrong als basisvoedsel.
Eens de buitenwijken van
Bamako voorbij, rijden we over de goede asfaltweg langs een glooiend landschap
met spectaculaire rotsformaties aan de rechterkant van de weg.Het landschap is
verrassend groen.Dat komt door de vele bomen en struiken en de enorme boababs
die er staan.Hier en daar zijn er plantages met mango- en bananenboomgaarden en
gierstakkers.We passeren ook een beschermd bos met een rijke variëteit aan
bomen en struiken.Af en toe moet de bus zijn vaart wat verminderen, want bij
elk dorp liggen snelheidsremmers.Vaak gaat het om een opeenvolging van ribbels
: eerst 1 ribbel, dan wat verder 2 na elkaar, en nog wat verder 3 ribbels.De
dorpjes zijn erg schilderachtig.De huizen zijn gemaakt uit leem en de daken
gemaakt uit stro.Hier en daar zijn afdakjes gemaakt met pilaren in de vorm van
kromme boomtakken.De mensen zoeken eronder wat beschutting tegen de zon.Veel
activiteit is er niet te zien.Iedereen lijkt toe te zijn aan een siësta.Niet al
het vee loopt vrij rond.Er zijn ook schuttingen gemaakt met takken.Op de grond
staan soms vreemd gevormde heuveltjes.Het blijken termietenheuvels te zijn.
Na 240 km rijden bereiken we
Segou.Het is er vlak.We rijden de stad binnen langs een lange laan omzoomd met
bomen en imponerende koloniale gebouwen.Even houdt de bus halte in het
busstation, maar rijdt dan weer verder naar het wegrestaurant, waar we een
halfuur halte houden.Het wemelt er van de mensen.Voor het restaurant zitten
fruitverkoopsters.In het restaurant wemelt het van de vliegen.Achter tralies
staan kookpotten te pruttelen.Er is van alles te koop.Ik eet een schotel met
bouillonvlees voor 500 CFA.Het vlees zit vol zemelen en is bijna niet te
eten.De frisdranken kosten 200 en 250 CFA.Op straat wemelt het van de
ezelskarren.We bevinden ons op een splitsing van de weg.Er staan geen gebouwen
tussen en het geheel is vrij open.
Rond 13u15 rijden we
verder.Rechts van ons zien we in de verte de rivier de Niger liggen.De Niger is
met zijn 4200 km lengte de derde grootste rivier van Afrika.Wat de Nijl
betekent voor Egypte, betekent de Niger voor Mali.Het is de levensader, niet
alleen voor het water dat de akkers bevloeit, maar ook voor het transport van
duizenden mensen.Tijdens het regenseizoen zijn de wegen tussen Djenne en
Timboektoe omberijdbaar en kunnen de mensen enkel per goede 4 x 4 of per boot
tot in Timboektoe geraken.
We rijden over een brug over
de Bani.In de verte duiken donkere wolken op en flitst een bliksemschicht.We
krijgen regen.De korte stortbui tovert plassen op het landschap.Op de plaats
waar Dirk, Nieken en Daniël zitten regent het binnen.Het water sijpelt door
spleten in het plafond.We lachen ons een bult.De Malinezen vinden het ook
grappig.
Onderweg zien we
katoenplantages.Grote groepen mensen zijn bezig met de witte katoen te
plukken.Stilaan komen er meer mensen op de bus.
In San (48.000 inwoners) volgt
een busstop van een 25-tal minuten.De bus moet er tanken, een eindje voorbij de
grote watertoren.Er heerst een drukte van jewelste, want het is marktdag.Hele
rijen ezelskarren verlaten de stad.Mensen lopen rond met allerlei koopwaar :
een man draagt splinternieuwe schoenen in zijn hand.De sfeer is los.De mensen
zijn niet opdringerig.Kindjes komen zich nieuwsgierig rond ons verzamelen.Twee
jongetjes slaan ons gade.Ze omhelzen elkaar.Het is een ontroerend gezicht.
Langs de weg passeren we
massa’s ezelskarren.Even voorbij San begint het nogmaals te regenen.Nieken
gebruikt het gordijntje om de regen op te vangen.Om 19u25 komen we aan in
Sévaré.Het is pikdonker.Straatverlichting is er niet.Wel brandt hier en daar
een lichtje of reclamebord in de huizen.We stappen uit en worden onthaald door
een jongen van de missiepost.Hij toont een brief met het adres van de
missiepost Jean Bosco en biedt ons vervoer aan.Even dreigt het mis te lopen,
want ook andere taxichauffeurs willen ons naar de missiepost brengen.De
missiepost ligt zo’n 2 km van het busstation.We betalen 1500 CFA voor de
rit.Onderweg vraagt de chauffeur of we een gids nodig hebben voor de Dogon.Hij
zegt dat we net op het goede moment komen, omdat er de volgende dag een grote
begrafenisceromonie is voor de overleden hogon.We kunnen onze oren niet
geloven.
In de missiepost Jean Bosco
In de missiepost worden we
gedropt bij het gebouw aan de ingang.We maken er kennis met père Vincent.Het
duurt ca. 45 minuten voor we de sleutel van onze kamer krijgen.We krijgen
allemaal een fris glas water aangeboden.De kamers kosten 5000 CFA per kamer (voor
2 personen).In totaal nemen we 4 kamers.In de kamer is er een douche en lavabo
en staan er 2 bedden en een tafel zonder stoel.Een fan aan het plafond brengt
verfrissing.De toiletten bevinden zich in een ander gebouwtje.Net zoals in de
foyer des Soeurs Blanches in Bamako drukt père Vincent ons op het hart om te
deur goed te sluiten.Het is een dubbele deur.De binnendeur bestaat uit een
hordeur waar een gat doorheen zit om de klink langs de binnenkant te kunnen
openen.De bedden zijn van hetzelfde type als in Bamako.De clambo kan aan de
staanders vlot opgehangen worden en de bedden zijn ideaal qua ligconfort.Want
op de resorts ligt een grote plank die inzakken onmogelijk maakt.
Père Vincent beveelt de
20-jarige Amadou aan als gids.Amadou is enkele jaren geleden begonnen als
gids.Hij trad daarmee in de voetsporen van zijn oom die jarenlang een
gereputeerde gids was en nu een antiekzaak is begonnen.Op de trappen van het
terras van het onthaalgebouw discussiëren we over de prijs.Amadou stelt 17.000
CFA voor per persoon, alles inbegrepen.We kunnen het bedrag terugbrengen tot
15.000 CFA per persoon, dragers en transport van Sévaré tot Sévaré
inbegrepen.In totaal betalen we 75.000 CFA per persoon voor 5 nachten en 6
dagen.Dat lijkt een goede deal te zijn, want normaal gezien variëren de prijzen
voor een Dogontrekking van 12.500 tot 20.000 CFA per persoon per dag,
afhankelijk van de grootte van de groep.Bovendien hebben we het geluk dat we de
begrafenisrituelen zullen kunnen bijwonen voor de overleden hogon.Het nemen van
een gids voor het Dogongebied is een must.Want hij alleen weet waar de talrijke
heilige plaatsen zich bevinden.Wie ze betreedt, zou zich de wrok van de
voorouders op de hals halen en die zou zich kunnen keren tegen de
dorpsbewoners.Als je in het Dogongebied niets vermoedend op zo’n heilige plaats
stapt, kan het voorvallen dat de bewoners een offer moeten brengen.In het
ergste geval moet dan een geit of rund voor de bijl.Wees er dan maar zeker van
dat jij als overtreder voor de offergave zult moeten betalen.
Avondmaal in bar Bozo
Moe, maar toch enthousiast
over de gesloten deal trekken we te voet vergezeld door Amadou en père Vincent
naar het restaurant Bozo in Sévaré.Ik kies er voor de biefstuk-frites.Het is de
laatste biefstuk die ze hebben.Ik deel een biertje en drink water en
fanta.Amadou mag ook iets meeëten, maar kiest alleen voor fanta.We hebben het
over allerlei onderwerpen, zoals politiek, scholen...
dinsdag 24 oktober 2000
Gewekt door vogelgetsjielp
Ik slaag er weer niet in om
goed in te slapen.Moe, word ik ’s morgens gewekt door de tientallen vogels die
er vrolijk op losfluiten in de bomen rondom onze bungalow.Nu het klaar is merk
ik hoe idyllisch de missiepost wel is.De kamers bevinden zich in een roos
gebouwtje met een terrasje ervoor.Overal rondom ons staan lage gebouwtjes, waar
Malinezen wonen.Een vrouw veegt het stof weg met een korte bezem.Een koe kijkt
toe.Kippen lopen haastig rond.Een geit ligt rustig te knabbelen.Op het erf
staan allerlei bomen.In een van de bomen hangen grote nesten.
Ik wil geen seconde van dit
spektakel missen en stel uit om me aan te kleden.Blootsvoets in mijn sandalen
trek ik erop los met mijn camera en statief.De zon komt op en zorgt voor een
sprookjesachtig lichteffect.Ik positioneer mijn statief en richt mijn camera op
een van de nesten.Het is de eerste maal dat ik het statief gebruik.Het is even
wennen.Nog voor ik het goed besef prikt een mug in mijn voet.Shit, ik ben mijn
kousen vergeten aan te doen.Een rilling overvalt me.Bestaan er ook
niet-malariamuggen ? Ik hoop het.Af en toe moet ik zwaar hoesten.In België had
ik blijkbaar al de kiemen voor de verkoudheid van mijn vrouw Anne overgeërfd en
nu kwam ze tot ontwikkeling.De verkoudheid zou heel de reis me blijven
vergezellen, al prijs ik me toch gelukkig dat ze niet gepaard ging met keel- of
oorpijn.
Om 8u15 meldt een jeep zich
aan.Amadou is er ook bij.Geen onaangename verrassingen dus.Voor ons
slaapgebouwtje zeeft een vrouw gierst.Het lijkt ons een mooi en typisch
tafereeltje voor Mali, maar ze wil niet dat we filmen.We zoeken wat kleertjes
die we cadeau kunnen doen en dan mag het.
Enkele andere vrouwen kijken toe vanop hun
erf.Ik vraag hen of ik hen ook mag filmen, op voorwaarde dat ook zij wat
kleertjes krijgen.Het mag.Ik ga hun erf op tot bij de grote pruttelende
kookpot.Een vrouw plet met een houten stok tomaten.Het sap spat tot op mijn
kleren.Ik geef hen de kleertjes.Ze zijn er blij mee.
Ondertussen ligt de bagage
bovenop de jeep en kunnen we vertrekken.We rijden door de brede straten van
Sévaré, waar overal aan de rand vuilnis ligt.Varkens wentelen zich in de
modder.Aan het tankstation houden we halte.De chauffeur is op zoek naar
remolie, maar ze hebben er geen.
Ontbijt op een bananenplantage
We rijden naar zijn huis voor
een ontbijt.Aan de achterkant van het huis nemen we plaats in een
zandbak.Rondom ons staan weelderig bloeiende bananenbomen.Een man geeft ze
rijkelijk water.De opa kijkt ons op een afstand toe.Een moeder geeft de borst
aan haar kind.Het blijkt de tante te zijn van de chauffeur.Ze ziet er nog jong
uit.De familie lijkt welstellend te zijn.De vader is chef bij de politie.Rondom
ons springen vogeltjes met een rode kop op en neer.We krijgen een lekker vers
Frans broodje voor ontbijt met de gebruikelijke pot confituur (abrikoos) en
Nescafé.Het prijskaartje voor het ontbijt is niet gering : 1500 CFA per
persoon.Een kindje speelt met een speelgoedje.Net op het ogenblik dat we zelf
een speelgoedje willen geven aan het kindje, vertrappelt een man het
speelgoedje van het kindje.Het kindje is eerst bang voor het cadeautje, maar
volgt snel het voorbeeld van haar mama door voortdurend kusjes te geven aan het
popje.
Op weg naar Bandiagara
We nemen afscheid en rijden
opnieuw de stad in, op zoek naar remolie die uiteindelijk toch gevonden
wordt.We rijden een zanderige zijstraat in en blijken plots op de weg te zitten
naar Bandiagara, dat op 64 km van Sévaré ligt.De weg is in aanleg over een
afstand van ca. 30 km.Geregeld moeten we dan ook de hoger gelegen hoofdweg
verlaten om langs de lager gelegen zijbermen te rijden.Gelukkig zijn er niet
veel tegenliggers, want ze maken nogal wat stof.De handdoek die ik meeheb komt
goed van pas.Door ze voor mijn gezicht te houden, vermijd ik dat mijn neusgaten
en mijn mond vol stof komen te zitten.
In de auto zitten we als sardienen
op elkaar gedrukt.Daniël en Lieve zitten achterin in de laadbak en moeten hun
hoofd wat bukken om niet tegen het plafond te zitten.Op de middenbank zitten ze
met 4 en ikzelf zit vooraan naast de chauffeur en Amadou.Door mijn rugzakje aan
mijn voeten, is er nauwelijks plaats om mijn voeten te verplaatsen.
We stoppen aan een
grenscontrole en moeten ons paspoort tonen.Amadou vraagt ons om te zeggen dat
we ontwikkelingswerkers zijn uit de missiepost.Omdat alles in de prijs
inbegrepen is, kan hij daardoor wellicht vermijden dat er taks moet worden
betaald voor onze tocht naar de Dogon.Gelukkig vraagt niemand ons wat en kunnen
we ongehinderd doorrijden.
Voor een spotprijsje kopen we
guavevruchten en bananen.Onderweg wordt enkele malen halte gehouden om nog wat
bundels takken mee te nemen.Daardoor kan de baché die we met veel moeite en ten
koste van heel wat stof voorbijstaken ons weer voorbijrijden.Even voor
Bandiagara verlaten we de vlakte en wordt de weg nog slechter.De chauffeur
laveert voortdurend van links naar rechts om de putten in het wegdek te
mijden.Achter ons zien we de schilderachtige brede laagvlakte.In het
onherbergzaam rotsachtig landschap staan minder bomen dan we gewoon zijn.Er
zijn wel vele struiken en de aarde is rood.Er is nauwelijks bewoning.Toch zien
we af en toe iemand uit de brousse opduiken.
Zo’n 10 km voor Bandiagara
passeren we de afslag naar Songo, een dorp waar er rotstekeningen te zien zijn
die bij het besnijdenisritueel gemaakt worden.De jongens worden op 12-jarige
leeftijd besneden.Eens besneden moeten ze zo vlug mogelijk geslachtsgemeenschap
hebben met een meisje.Jongens mogen bij de besnijdenis niet huilen of zich bang
tonen, want anders worden ze uitgelachen voor vrouw.Ze moeten zich moedig en
sterk gedragen.Maar de vader zal vanaf dan niet meer toelaten dat de jongens
nog vrouwenwerk doen, zoals helpen in het huishouden. Want anders zouden de
jongens verwijfd worden.
De meisjes moeten het ook op
zeer jonge leeftijd “doen”.Ze moeten sex hebben voor hun eerste maandstonden,
omdat het zuivere bloed moet vloeien voor het onzuivere.Net zoals de jongens
worden ook de meisjes besneden.Dat gebeurt als ze 8 tot 10 jaar oud
zijn.Daarbij wordt hun clitoris weggenomen.De besnijdenis is er gekomen door de
islam.Hoewel er in de Koran niets staat over vrouwenbesnijdenis, schijnt de
profeet Mohammed er wel iets over gezegd te hebben.Hij zou gezegd hebben :
“Verklein, maar maak niet kapot.”.Door de besnijdenis worden de vrouwen gezien
als volwaardige vrouwen.Voor hun toekomstige rol als vrouw, vereist de traditie
dat het verschil tussen man en vrouw zo wordt aangegeven. De clitoris wordt
gezien als de “mannelijke delen” van een vrouwenlichaam.In heel de wereld
ondergaan zowat 135 miljoen meisjes en vrouwen de behandeling.In vele Afrikaanse
landen en in sommige landen van het Midden-Oosten wordt het als de normaalste
zaak van de wereld gezien.Ook komt het voor onder gemeenschappen van
immigranten, in delen van Azië, Noord- en Zuid-Amerika en Europa.
De Dogon mogen al trouwen met
elkaar vanaf 12-jarige leeftijd.Kinderen krijgen en een familie starten is het
belangrijkste in hun cultuur.Rijkdom wordt niet gemeten naar de hoeveelheid
geld die je hebt, maar naar het aantal kinderen.Wanneer een vrouw haar eerste
kind baart, schenkt ze het aan haar ouders.Zo worden die gecompenseerd voor het
verlies van hunn dochter die het huis verlaat om met haar man elders een leven
op te bouwen.De man moet zichzelf bewijzen door een kind te maken.Zolang dat
niet gebeurd is, blijft de vrouw bij haar ouders wonen.Ondertussen moet de man
ervoor zorgen dat ze een eigen huis hebben.
Op de rotsen zijn ook
schilderingen aangebracht om mensen de Dogoncultuur aan te leren, met
bijvoorbeeld afbeeldingen van de kanaga en de heilige slang.Daarbij worden 3
kleuren gebruikt : zwart, wit en rood.Ze staan symbool voor de aarde, de hemel
en het bloed (leven).We zien de bordjes die wijzen naar het dorp, maar we
stoppen er niet.Om in Songo te geraken moet je trouwens nog 4 km rijden over
een piste.
In Bandiagara
Rond 12 uur komen we aan in
Bandiagara.De straten zijn er breed en bar slecht.Een jongen komt
voorbijgereden op een ezelskar.Zijn lading bestaat uit schoolbanken.Even later
volgt er nog zo’n ezelskar.Bij de grenspost, die zoals steeds is afgezet met
grote blikken tonnen,worden we bestookt door souvenirverkopers.Ik laat me
verleiden om een bronzen beeldje te kopen met 2 figuurtjes die aan elkaar
verbonden zijn.De vraagprijs is 3000 CFA.Ik toon weinig interesse, maar de
verkoper wil kost wat kost verkopen.Hij gaat akkoord met 1500 CFA en een petje
dat ik hem moet geven bij mijn terugkeer.Of ik hem mijn horloge wil geven als
pand.Neen, natuurlijk niet !
In Bandiagara stoppen we bij
een winkeltje waar we een frisdrank nuttigen.Aan de overkant van de straat
bevindt zich op de hoek een “moderne” beenhouwerij.Werklui zijn er bezig met
het herstellen van het dak.We zien hoe ze het leem stampen tot soort metselbrij
en dat naar de man op het dak gooien.Om te mogen filmen moet ik wat geld
geven.Ik geef 100 CFA aan de man die de leem aanvoert.Hij is ermee tevreden,
maar ook de andere man (op het dak) wil zijn deel.Ik heb niet meer kleingeld en
krijg een vlaag woedende woorden over me heen.Het is bloedheet in Bandiagara en
de straten zijn bezaaid met vuilnis en wit opwaaiend stof.Het stadje is weinig
uitnodigend.
Op weg naar Benigmato
Iets verderop ligt de
schilderachtige rivier.We rijden erover.Ik wil er filmen, maar krijg er niet de
gelegenheid toe.We moeten snel verder, zegt de chauffeur die eerst nog rijdt naar
een winkeltje om de bundel takken af te geven.Het parcours wordt slechter en
slechter.Het wegdek bestaat uit verharde lateriet : grond waaruit de
stortregens alle mineralen hebben weggespoeld.Alleen het ijzer in de bodem is
overgebleven en dat geeft de bodem een typische roestrode kleur.De omgeving is
idyllisch mooi.Overal zien we rotsen met ertussen kleine akkers met vnl.
uien.De kleur van de uienplantages is groenblauw.Hier en daar is er water met
waterlelies en staan er palmbomen.Dit lijkt wel het paradijs.
Even later komen we in een
brede kloof die een onvergetelijke indruk op me naliet.Over de zwarte stenen
bodem vloeit water met een groenachtige schijn.Honderden geiten banen zich een
weg door het water tot over de rotswand.Aan de andere kant van de kloof staat
op een heuvelflank een groot schoolgebouw.Tientallen veelkleurig geklede
kinderen staan voor het schoolgebouw en zwaaien ons toe.We komen ogen te kort
om alles te bekijken.De chauffeur rijdt verder zonder te stoppen.Jammer.
Wat verder verlaten we de
rotsige hoofdweg en volgen we over het hoogplateau de bijna niet te volgen
sporen van een piste.De weg wordt alsmaar moeilijker.We blijken aan de rand van
het plateau gekomen te zijn.Rond 13u40 stappen we uit en laden de bagage uit.
We bevinden ons ergens in de onderste helft van de 250 km lange falaise.
Amadou stelt voor dat de
mannen bij de bagage blijven.Hijzelf zal met de vrouwen naar het dorp op de
falaise gaan om er dragers te zoeken.Ikzelf ga ook mee.We klauteren van het
plateau en komen in een vlakte vol bomen.In de verte zien we spectaculaire
rotsformaties.Maar nergens zijn mensen te zien.Zou er dan toch geen feest zijn
? Het geeft niet, want de omgeving is prachtig.
In Benigmato
Na ca. 1 km komen we aan in
het dorp Benigmato.Een peuter roept ons toe : “Ca va ?” Ik wil de kleine
filmen, maar stuit op verzet van de moeder.We stappen door over de rotsen en
houden halte in het christelijke kwartier.10 % van de Dogon zijn christen en 4
% evangelist.Het christendom heeft hier een grotere aanhang dan in de rest van
Mali.In het dorp is er ook een animistisch en moslimkwartier.Dat is in vele
andere dorpen niet anders.De Dogon zijn erg verdraagzaam tegenover andere
godsdiensten.Gemengde huwelijken zijn er heel gewoon.De meesten trouwen 2 keer,
een eerste keer uit plicht, omdat ze uitgehuwelijkt worden, en een tweede keer
uit liefde.
Daniël, de dorpschef, komt ons
begroeten.Zijn vrouw Elise schaamt zich niet voor haar verlepte borsten.Daniël
vraagt hoe we heten.Het blijkt dat er 3 Jean-Pierres zijn in het dorp en 1
Dominique, die een man is.Men vindt het vreemd dat onze Dominique een meisje
is.
We rusten er uit op gammele
houten stoeltjes onder een afdakje voor een leeg gebouwtje in leem.De stoeltjes
hebben een schuine rugleuning.Ze zitten niet erg confortabel, vooral niet als
je wil schrijven, want je ligt te veel achterover.De bankjes hebben een rechte
leuning in de vorm van enkele horizontale rietstengels.Ze zijn ook niet te
vergelijken met een zetel van bij ons.
De gebouwen staan verspreid op
een onsteile helling op de rots.De deuren en luiken van de huisjes zijn
versierd met mooie houtsnedes.Soms stellen ze de mythe voor van de stichting
van de Dogonwereld.Maar meestal is het de vrouw die in beeld is.De vrouwen
staan centraal, omdat ze de moeders als dragers van kinderen de moeders van de
hele mensheid zijn.
Ook de ladders die toegang
geven tot de platte daken van de huisjes hebbeninkervingen. Verschillende
hutten staan op stenen blokken en takken. De balken bieden bescherming tegen
water en knaagdieren.
Bij de toguna, dit is de
plaats waar de mensen van het dorp samenzitten om te beraadslagen, wordt er een
spel gespeeld met 6 vakjes aan 2 kanten waarin steentjes worden gelegd.Het spel
heet wale.Het is hier en daar te koop voor toeristen.Uit een radio klinkt
muziek : “La, lala, lala, la, lala, lalaa”.Dit is het deuntje van Club Brugge.
Na een poosje arriveert de
rest van de groep, voorafgegaan door de jonge dragers.Bij de dragers is een
meisje met een babytje op haar rug.Over het algemeen worden kinderen op de rug
gedragen tot ze 3 jaar oud zijn.Het meisje daalde van het rotsplateau af met de
baby op haar rug en een grote rugzak op haar hoofd.
Overal lopen kippen rond.Er
zijn ook varkens die knorrend rondlopen op de rots.
Als middagmaal krijgen we
enkele stukken watermeloen.Het is betrekkelijk stil in het dorp.Dat er hier een
begrafenisfeest zou zijn, lijkt steeds onwaarschijnlijker.In de verte horen we
af en toe getrommel, maar van mensenstemmen is er geen sprake.Plots rond 15 uur
vraagt onze gids Amadou om met hem mee te gaan naar het feest.Zou het dan toch
waar zijn ? Heel even zijn we weer vol verwachting.
Wat verderop staan we plots
oog in oog met enkele gemaskerde dansers.Het is letterlijk en figuurlijk
opgezet spel.De dansers treden een halfuur op.Ik film ze in actie met mijn
statief.Op het einde dansen de mannen uit ons gezelschap mee.
De maskers zijn de
tussenpersonen tussen de doden en levenden.In de maskers zitten de geesten van
de overledenen die hun levenskracht geven aan de achtergeblevenen.De maskers
belichamen ook dieren, zoals bv. de antiloop.Elke danser kiest een dier uit die
het beste bij zijn karakter past.Iets speciaal is het kanagamasker.De kanaga
bestaat uit twee armen die naar de hemel wijzen en uit twee benen die naar de
aarde wijzen.Het symboliseert daarmee de rol van de mens die de verbinding
vormt tussen de hemel en de aarde.De Dogon geloven sterk in hemelse krachten en
bewegen daarom het hoofd behendig van in de lucht tot op de grond in grote
cirkelvormige bewegingen.Dat lukt vrij aardig.Gemakkelijk is het niet, want
raken ze de grond, dan kan het masker breken.
De dansen zijn erg belangrijk
in het leven van de Dogon.Ze dienen om van de goden gunsten af te smeken, zoals
regen of een goede oogst.En ze dienen ook om in contact te komen met de
voorouders.De Dogon geloven dat een mens maar eenmaal leeft en nadien als geest
gaat leven in een andere wereld bij de geesten van de voorvaderen.Maar eerst
moeten ze opgenomen worden in het rijk van de voorouders.Enkele jaren na de
dood van iemand wordt er contact gemaakt met de voorouders door met de maskers
te dansen.Bedoeling is om dan dat de voorouders de ziel van de overledene bij
zich zouden toelaten. Om die reden mogen de vrouwen niet meedoen.De vrouwen
dragen de kinderen en moeten het leven voortzetten.Met de dood of overledenen
komen ze best niet in aanraking.
We genieten met volle teugen
van het optreden in het prachtige natuurdecor.En het had nog zoveel beter
gekund.Want steltenlopers waren er niet bij en ook niet het iminana masker, dat
tot 10 m hoog kan zijn.Dit masker wordt alleen bij begrafenissen gebruikt.Het
dient om de geest van een overledene tijdelijk onderdak te geven.Want de Dogon
geloven dat wanneer iemand sterft zijn geest in een nieuwgeborene kruipt.Als er
geen babys voorradig zijn, bieden de maskers een uitweg.Door de geest van de
overledene in zich op te nemen, zorgen ze ervoor dat de dwalende ziel niet
verloren loopt en per vergissing in een ander overleden lichaam of volwassene
kruipt.
Drie musici begeleiden de
dansers.Ze zijn gewoon gekleed.Een ervan heeft vergeten om de kam uit zijn haar
te halen.Of dient het als versiering ?
We wandelen nog wat verder tot
aan de rand van de falaise.Daar blikken we over de weidse vlakte, die uit dorre
aarde bestaat met hier en daar een struik of boom en heerlijke
kleurschakeringen in de bodem.Het beantwoordt aan het beeld dat we hadden over
de Sahel.De savanne strekt zich uit tot aan de horizon, tot in Burkina
Faso.Roofvogels cirkelen in de lucht.In de verte zien we wat mensen
rondlopen.Er is blijkbaar een markt aan de gang, maar details zijn nauwelijks
zichtbaar met het blote oog.
We nemen enkele groepsfoto’s met de
machtige rotsformaties als achtergrond.
Twee meisjes stampen gierst.Ze
hebben gescheurde t-shirts aan en stellen onze aanwezigheid en interesse op
prijs.Dat is eerder ongewoon, want het stampen van gierst is niet meteen iets
om trots op te zijn.Meestal gebeurt het stampen buiten het dorp.De twee meisjes
bonken elk om beurt op de gierst.Ze doen dat ritmisch en acrobatisch, want eens
de stok in de lucht gaat, laten ze die even los om dan weer met volle kracht de
stok richting gierst te duwen.
Gierst is een eenvoudige, maar
gezonde graansoort.Het is licht verteerbaar en bevat o.a. 15 % aan proteïnes,
vitamine B en E.Alleen mag het niet het enige bestanddeel zijn op het
dagelijkse menu, wat echter wel bij vele Malinezen het geval is.Door te weinig
af te wisselen met vis of vlees, geraak je ondervoed en gaat je buik
zwellen.Eigenaardig genoeg zien we niet veel kinderen met ondervoede buiken.
Gierst is het basisvoedsel van
1/3 van de wereldbevolking.In Afrika en Indië is dat al duizenden jaren het
geval.Ook in China behoorde het ooit tot het dagelijkse voedsel.Het werd er
gebruikt in 2700 voor Christus, lang voordat het uiteindelijk van plaats 1 zou
verdrongen worden door rijst.Gierst is eeuwenoud.Zelfs in de bijbel wordt het
vermeld als een geschikte graansoort om er brood mee te maken.Vandaag de dag
komt het nog vaak voor in China, Japan, Indië, de landen van de Sovjet-Unie en
Egypte.In Afrika wordt er brood, pap en oliebollen van gemaakt.Ook in de
Verenigde Staten wordt het vaak genuttigd, maar dan alleen door vee als voedsel
van het betere soort.
Gierst is uniek, omdat het zo
snel groeit.Slechts 65 dagen zijn nodig vanaf het moment van zaaien tot aan de
oogst.Bovendien groeit het op plaatsen waar rijst of tarwe niet gedijt.
De peul is erg hard.Het moet
daarom gestampt worden.Zo wordt het graan eruitgehaald.Na het stampen wordt het
goedje vanuit de hoogte neergelaten.De wind waait dan de peulschillen weg,
zodat alleen het meel overblijft.Gierst kan twee jaar lang bewaard worden, op
een koele plaats.De bloem wordt snel slecht nadat het gestampt is.Daarom wordt
het best gestampt vlak voordat je het in het eten gebruikt.Het stampen van
gierst is daarom een dagelijkse bezigheid.Het is een taak die alleen voor
vrouwen is weggelegd.Dat geldt ook voor het zorgen voor de kinderen, het
klaarmaken van het eten...
Om 17 uur trekken we naar een
natuurlijke bron tussen de rotsen.We mogen er ons wassen, maar we mogen geen
zeep gebruiken.Het is van hier dat de bewoners water halen.De waterval is niet
erg groot.In het grootste bekken kunnen twee tot drie volwassenen zitten en het
water op hun hoofd op rug laten borrelen, net zoals in een brobbelbad.Het
frisse water doet deugd, maar snel treedt de duisternis in.We moeten onze
tenten nog opzetten.
Snel haasten we ons terug naar
het dorp.In full speed zetten we de tenten op op 2 daken.Er vormen zich 2
groepjes : Op het ene dak slaapt Koen samen met mij in de tent, met ernaast
Dirk in een andere tent, en Veerle in de blote hemel onder een clambo.Dominique
en Lieve slapen op een ander dak samen met Daniël die ervoor kiest om onder de
blote hemel te slapen in zijn slaapzak.
Rond 18u45 eten we in het
licht van een klein olielampje en onze zaklampen couscous met een beetje kip.De
sterrenhemel is prachtig.De melkweg is heel goed zichtbaar.Om 20 uur ga ik al
slapen.De anderen blijven nog even zitten.Geleidelijk aan steekt de wind op.Om
20u45 moet ik een alarmkreet slaken, omdat de tent van Dirk half van het dak is
gewaaid en gedeeltelijk op het strooien dak is terechtgekomen.Ik heb wat pijn
in mijn rechteroor en slaap en steek er een oordopje in.’s Nachts krijgen we een
temperatuur van rond de 23 ° Celsius.Ondanks het verfrissend windje geraak ik
moeilijk in slaap.In de verte horen we stemmen die weergalmen tussen de
rotsen.Waarschijnlijk zijn het mensen die elkaar vertellen over hetgeen ze
zagen op de markt.
woensdag 25 oktober 2000
Wakkergeschud door het gekraai
van hanen en het gebalk van ezels sta ik om 5 uur op om naar het toilet te
gaan.Het wordt een hele expeditie.Eerst moet ik de rits van de tent zien open
te krijgen zonder de anderen te wekken.Dan in mijn sandalen kruipen en langs
een wiebelende trap naar beneden kruipen.De trap bestaat uit een balk waarin
treden zijn gekerfd.Ze is los tegen het dak geplant.Daarna gaat het over de
rotsen naar het gebouwtje met het WC.Het bevindt zich tussen enkele alleenstaande
muren dichtbij het gebouwtje waar Dominique, Lieve en Daniël slapen.Erbuiten
staat een kuip met water en een keteltje waarin je water kan meenemen tot in
het toilet om je achterste af te vegen.Het toilet is een simpel gat in de grond
met een deksel erop.
Ik slaag erin om zonder
kneuzingen terug mijn tent te bereiken.Van slapen komt niets meer in huis.‘k
hoor mensen bidden over Allah.Een meisje zegt zinnen op in het Frans : het
lijkt op een gedicht over een onweer.Ze herhaalt het minstens 10 keer.Misschien
heeft ze die dag examen.Af en toe hoor ik de vlugge passen van een
ezel.Nogmaals klinkt het indringend gebalk van een ezel in de verte.Het is al
de derde keer vannacht.
Van zodra het daglicht
voldoende licht werpt, kruip ik uit mijn tent om de taferelen onder me gade te
slaan.De chef du village geeft maïs aan de kippen, vrouwen komen met volle
waterketels op hun hoofd aangestapt, mannen en jongens dragen kuipen met leem
op hun hoofd.Een varkentje knort erop los, een koe ligt voluit uit te rusten op
de grond.Een vrouw wast haar baby met een kom water en knoopt het vast met een
doek op haar rug.De maan trekt snel weg over de rotsen.Vanaf 7 uur steken de
eerste zonnestralen over de rotswand uit.We haasten ons om klaar te zijn.Om
7u10 is alles opgeruimd.Ik heb een beetje last van een stijve nek en verstopte
neus.Mijn oor doet geen pijn meer.Nieken zit vol van de insectenbeten.
De plaats heeft iets
mysterieus.We lijken wel binnengestapt te zijn in een schilderij.Het is nog
maar sedert enkele decennia dat er toeristen door de Dogonstreek trokken.Pas
vanaf 1933 kwam de wereld iets over de Dogon te weten.In dat jaar ontdekte de
Franse antropoloog Marcel Griaule dit volk.Hij bleef er 33 dagen in het
gezelschap van een blinde jager die hem in uitvoerige gesprekken met de
geheimen van de wereld en cultuur van de Dogons vertrouwd maakte.
Rond 7u45 gaan we ontbijten :
Frans brood met aardbeienconfituur en 2 tassen koffie.Vooraleer verder te
trekken brengen we uit respect nog een bezoek aan de souvenirshop.Er zijn er
die 2 katapulten kopen voor 3000 CFA.De houten katapulten stellen een neger
voor.We geven wat kleertjes aan de dorpschef die ons ervoor bedankt met enkele
houten beeldjes.
Rond 8u30 zijn we op weg naar
Dourou voor een traject van 7 km.Er gaan 8 dragers mee : een voor elke rugzak
en een voor het restje van de 40 flessen water die we in de mission catholique
kochten.Jean-Baptiste draagt mijn bagage.Eerst gaat het door de vlakte waar
uien worden geteeld.Het is het seizoen van de uien : in oktober worden ze
gezaaid en in november geoogst.Ik wil er filmen, maar stuit op afwijzend
gemor.De uien zien eruit als sjalotten.Ze zijn verrassend frisgroen.Ze hebben
dagelijks water nodig.De mensen brengen het water in een kruik of kalabas dat
ze op hun hoofd dragen.Hele families helpen mee.Geen wonder dat de families
hier zoveel kinderen tellen.Iedereen moet zijn steentje bijdragen.Na de oogst
worden ze geplet, in de zon gedroogd, bevochtigd.Daarna rolt men er bolletjes
van die nogmaals gedroogd worden.Dit eindproduct dient om gerechten te
kruiden.De teelt is overvloedig.Er wordt zelfs uitgevoerd naar het buitenland.
We stappen over rotsformaties
die veel gelijkenis vertonen aan de sierra van Montserrat.Veel tijd om te
filmen is er niet.Het tempo ligt hoog.Vooral de dragers sleuren eraan.De
meesten dragen strandslippers die half uit elkaar hangen, een enkele drager
heeft sportschoenen aan.Mamadou, onze gids, draagt stevige stapschoenen.Na een
poosje bevinden we ons weer op het hoogplateau.
We stappen er langs uienplantages en langs
oases met witte waterlelies en paarse bloempjes.Af en toe houden we halte in de
schaduw van een boom.Bij een mangoboom hangen reusachtige mango’s.In de
vijvertjes en modderpoelen zit het vol kikkers.We stappen langs akkers waar
gierst op geteeld wordt.Gierst dient voor het maken van bier en voor gebak.Er
zijn ook sorghumvelden.Sorghum is een soort maïsplant die tot 5 meter hoog
wordt en resistent is tegen extreme droogte.De maïskorrels zijn geel en zeer
klein.
Rond 10 u. is het 35 ° Celsius.Regelmatig
drink ik van mijn plastic fles water dat ondertussen al warm geworden is.Vlak
voor onze aankomst in Dourou is de fles uit.Ik geef hem aan enkele kindjes die
erom komen vragen.Alles wordt hier blijkbaar herbruikt.Later op onze reis
zullen we kinderen nog zien vechten om een lege fles.Kinderen vragen ook heel
vaak om een stylo of een snoep.
In Dourou
Rond 10u30 komen we aan in
Dourou dat zich over verschillende heuvels uitstrekt.Bij camping Oasis nemen we
plaats op stoelen met plastieken linten onder een afdakje.De staanders van het
afdakje zijn gemaakt uit gestapelde stenen en de dragers bestaan uit dikke
takken die er los opliggen.Daarboven ligt riet dat ons beschermt voor de zon.We
verbroederen met de dragers en de eigenaar van de camping Souleymane Guido.Een
voor een tonen we hen ons fotoalbummetje over Brugge, onze familie, onze
groep.Zoals steeds krijgen we thee geserveerd : in 3 keer.Op het menu staat
spaghetti bolognaise met stukjes schapevlees.Om 12u35 is het eten klaar en
kunnen we aan de slag.We krijgen het niet allemaal op.De dragers eten de
restjes op in de bagageruimte.
Na het eten zingen we liedjes
en kijken we rond in de shop van Suleyman.In de lucht zijn er wolken te zien.Ik
koop een katapult voor 1250 CFA.
In Dourou is er vandaag
markt.De markt vindt elke 3de dag van de week plaats, maar bij de
Dogon zijn er maar 5 dagen in de week.Een Dogonjaar telt 1500 dagen.Het
hoogtepunt van de markt wordt verwacht om 14 uur.We zien de mensen van heinde
en ver komen.Er komen zelfs mensen uit Banani, dat 25 km verder gelegen is.
Souleymane spreekt goed Frans,
hij is ook wat verwesterd.Hij heeft misschien als de enige in het dorp een
antenne op zijn dak en draagt westerse kledij.Hij zegt dat de mensen hier een
zeer verscheiden godsdienstige overtuiging hebben.Het komt vaak voor in een
familie dat de vader naar de moskee gaat, de zoon naar de kerk en dat de andere
zoon fetisjist is.De Dogonhouden er een speciale huwelijkscultuur op na.Vroeger
werden de kinderen nog voor hun geboorte uitgehuwelijkt.Nu is dat niet meer het
geval.Op een bepaalde leeftijd gaat de jongen op zoek naar een meisje.Hij
draagt daarbij een herkenbare kledij.De moeder regelt het huwelijk.Wanneer je 3
kinderen hebt, mag je een tweede vrouw nemen.Maar voor elke vrouw moet dan wel
een aparte kamer gebouwd worden.Elk om beurt mogen de vrouwen dan bij hun man
slapen.
Om 14 uur gaan we naar de
markt.Het is een wemeling van kleuren.De meeste mensen hebben hun verkoopswaar
op de grond uitgestald.Voor de modernere producten zijn er stalletjes.Het decor
is oogstrelend mooi.De vrouwen zijn bijzonder kleurrijk gekleed.De gele tonen
overheersen en steken mooi af tegen de blauwe hemel en de grijswitte rotsen.We
bekijken de markt vanop de rotsen en begeven ons dan tussen de menigte.Het is
niet gemakkelijk om te filmen of te fotograferen.Bijna overal stuit je op
njets.Maar helemaal onmogelijk is het in de omgeving van de beenhouwers.Die
komen ons op voorhand al zeggen dat we niet mogen filmen.We haasten er ons
weg.Vanop de rots eromheen is het makkelijker om te filmen.We zien een vrouw
die zich klaarmaakt om oliebollen te bakken.Ze heeft er niets tegen dat er
gefilmd wordt, maar verandert dan van gedacht nadat anderen haar erop wijzen
dat ze in beeld is.
Bij de koopwaar zijn er mango’s,
guave en oliebollen.Ze worden tegen 50 CFA/stuk verkocht.Er is ook een
kleermaker.Wie bij Suleyman een katapult kocht, laat hier de elastieken
eraanzetten.Dirk demonstreert aan een meisje hoe ze welriekende crème aan haar
gezicht moet smeren.Hij wordt omringd door een menigte kinderen.Het meisje
krijgt de crème op haar hand gespoten en begint bijna te wenen van
schaamte.Uiteindelijk smeert ze toch de crème op haar gezicht.
We keren terug naar Suleymans
shop.Ik koop er nog een katapult.Van 14u50 tot 15u20 maken we een wandeling
doorheen het dorp.We trekken tot aan de moskee.
In een huis zitten vakjes in
de gevel.Het is het huis van de ginna.In de nissen staan medicijnen en worden
dagelijks offers gelegd voor de overledenen.Offers zijn gebruikelijke schakels
in het bestaan van elke dag.De Dogon schrijven vele situaties en gebeurtenissen
toe aan de geesten van de overledenen.De geesten dienen gepaaid te worden met
overgaves, zodat het leven van een leien dakje zou lopen.In de nissen liggen
ook graantjes voor de zwaluwen.
Op weg naar Nombori
Rond 15u30 trekken we naar
Nombori.Kinderen doen ons uitgeleide.Ze zingen het liedje dat we ze
aanleerden.Het eerste gedeelte van de tocht gaat over het plateau over goed
begaanbare paden.Ik heb mijn Aigles aan, maar begin last te krijgen van blaren
op mijn voeten.Er is nog een gids die dezelfde weg uitgaat.Het is Suleyman le
Magnifique.Hij heeft 2 Deense homo’s onder zijn hoede.
De afdaling naar Nombori is
spectaculair.We stappen door een steile en uiterst nauwe kloof.De vergezichten
over de vlakte zijn overgetelijk.In de verte ligt een riviertje waar een hele
kudde koeien zich baden.Daarrond ligt een bos met erachter, op het onderste
gedeelte van de rotswand het dorp Nombori.Boven het dorp bevinden zich holen
waar vroeger de doden begraven werden.Nu huizen er alleen nog vogels.Rechts van
ons zien we de oranje gekleurde vlakte die spectaculair gekleurd wordt door de
ondergaande zon.
Ik film met mijn statief en
geraak daardoor maar traag vooruit.De afdaling doe ik in ijltempo, waardoor ik
uiteindelijk de groep kan voorbijsteken en nog net op tijd ben om de
wegtrekkende immense kudde koeien te filmen.Koeien zijn een eerder ongewoon
beeld in Dogongebied.Vee houden is iets wat de Dogon verafschuwen.De Dogon zijn
akkerbouwers in hart en nieren.Daarom huren ze Peulherders in om voor de dieren
te zorgen.
We steken het stroompje
over.De groep poseert aan de overkant van het stroompje.Daarna stappen we het
dorp binnen.
Nombori
We arriveren er rond 17 uur,
net op tijd om onze tent op te zetten.We kunnen weeral niet samen op het dak.De
groep met Daniel, Nicken en Veerle kiest voor een dak waarover zich een
boomkruin uitspant.Om de tent te kunnen zetten worden enkele takken afgehakt.
Ons dak bevindt zich vlak
boven het koertje waar we zullen eten.Er staan kookpotten, een tafel met
stoelen en een bak met water en frisdranken daarin.Aan de andere kant van het
dakje bevindt zich de douche, die is omgeven door muren tot nekhoogte.In het
koertje daarachter zitten geiten, kippen en hanen.Het dorp, dat ca. 5000
inwoners telt, strekt zich uit over enkele heuvels.We krijgen daardoor vanop
ons dak niet het gehele dorp te zien.Er hangt een stank rond het
huisje.Misschien is het afkomstig van het WC dat verstopt is.We krijgen te
horen dat wie naar het toilet moet, dat moet doen in de wijde natuur, tussen de
grote rotsblokken die aan de rand van het dorpje liggen.
In de openlucht douche staat
een emmer met lauw water klaar.Je kan er net niet over het muurtje kijken, en
loopt er alleen maar gevaar om gezien te worden vanaf het plat dak.Ik neem met
een plastiek kopje voorzichtig enkele scheppen water uit de emmer om mijn haar
te wassen.Voor ’t eerst op de reis gebruik ik daartoe wat shampo.Ik merk dat er
blaren zitten op de onderkant van mijn hielen.Of het nu goed is of niet, ik
besluit mijn voeten wat te soigneren door ze aan tafel in een mijn meegebrachte
opvouwbare stoffen wasteil te stopppen.In de donkerte merkt niemand dat ik een
voetbadje neem totdat ik met mijn voeten begin te plenzen.De volgende dag zal
ik mijn sandalen aandoen.Mijn aigles hebben afgedaan voor de rest van de reis.
Het is erg donker.We zien niet
veel.De dranken zijn lauw.Cola kost 600 CFA en bier 1200 CFA.Koen haalt zijn
uit België meegebrachte Hoegaarden boven en elkeen van ons krijgt er 2 slokjes
van.We moeten lang wachten op eten.Mijn chronometer geeft ca. 1u40 kooktijd
aan.Pas rond 20 uur is het eindelijk klaar : couscous met schapevlees.De
vermoeidheid slaat toe.Amadou vertelt nog dat de vrouwen in Mali gemiddeld 7 kinderen
krijgen en dat er mannen zijn die tot 4 vrouwen hebben.Aids is volgens hem geen
probleem in de Dogon, alhoewel hij toch Malinezen kent die het zekere voor het
onzekere kiezen en bij het vrijen 2 condooms aandoen.Sex voor het huwelijk
blijkt een heel gewone zaak te zijn, ook na het huwelijk met een andere
partner.
Om 20u50 ga ik slapen.Net op
dat ogenblik bots ik in op Suleyman le Magnifique, de gids van de Denen.Hij
verklapte me eerder al dat hij in maart 2001 voor 3 maanden naar Brugge
komt.Hij maakte een fotoreportage over Mali en zal o.a. tentoonstellen in
Brussel en Brugge.Hij maakte o.a. foto’s van een begrafenisceremonie, van het
interieur van de moskee in Djenne en van de Dogon.Suleyman, die opvalt door
zijn perfect Frans accent, krijgt er onderdak bij de familie Renders uit de
Joost de Damhoudersstraat.Nu blijkt dat de andere mensen in de groep Wim en
Marleen Renders goed kennen.Er lijkt zich een wonder te voltrekken dat onze
groep Suleyman hier ontmoet.
Onder een mooie sterrenhemel
kruip ik in mijn tent.Van slapen komt er niet veel in huis.Ik kan alles horen
wat er verteld wordt.Even later zit ook ik mee te swingen met de djembemuziek
die Koen, Dirk en Nicken spelen op hun borden en op tafel.In de omgeving staan
vrouwen mee te dansen.Rond 22u gaan ook de anderen slapen, maar een Malinese
vrouw en man krijgen er niet van genoeg.Zij blijven praten op verschillende
toonhoogten en met korte of lange onderbrekingen tot rond 23 uur.Tenslotte hoor
ik ook nog slaan.Eerst denk ik dat ze elkaar slaan, maar neem later aan dat het
waarschijnlijk de hond was die ze sloegen.Ik krijg er een barstende hoofdpijn
van en mijn linkerneusgat geraakt verstopt.’s Nachts krijg ik ook last van een
droge mond.Om 2 u. ’s nachts koelt het af en zoek ik verwarming in mijn
slaapzak.
donderdag 26 oktober 2000
Om 4 u. gaat de eerste haan
aan het kraaien.Als een domino-effect weergalmt het gekraai van ook de andere
hanen over de vallei.Af en toe laat een ezel zich ook horen.Rond 5 uur klinken
mensenstemmen rondom.Voor de opkomende zon zitten we hier niet goed.Een toilet
is er niet.Voor een kak verwijzen de bewoners ons naar de rotsblokken vlak
buiten het dorp.Ongemerkt sluip ik erheen.
3 mensen stampen ritmisch
eten, maar filmen mag niet.Ons ontbijt bestaat uit Frans brood met confituur, 2
tassen Nescafé en 2 oliebollen gemaakt van gierst.De oliebollen zijn licht
verteerbaar en smaken heerlijk.Amadou vraagt ons om de rest van het geld te
betalen.In de shop kopen we voor elk een hanger met een negerkop voor 1000
CFA/stuk.Het wordt onze talisman.
Op weg naar Ireli
Om 8u30 trekken we weg uit
onze slaapplaats.Aan de rand van het dorp wachten we een kwartier totdat de
ossekar komt om onze bagage te vervoeren.Kinderen en verkopers van souvenirs
houden ons gezelschap.Ze volgen ons een hele tijd en proberen elk hand in hand
met ons te lopen.Een jongen vertelt dat ze naar school gaan in Nombori, maar
dat de school te klein is voor alle kinderen samen en dat ze daarom in 2
groepen worden opgesplitst die op afzonderlijke tijden les krijgen.De lessen
vinden ’s morgens en ’s avonds plaats, beurtelings om de week.Ik koop nog een
katapult voor 1000 CFA.Wat verder bied ik de helft af van de vraagprijs voor
een wandelstok waarop 4 negers boven elkaar gekerfd zijn.Ik betaal ervoor 5000
CFA.
Het traject loopt door de
vallei, zonder hoogten en laagten.We zien hoe de gierst gekapt wordt.Het wordt
eerst omgehakt en de vrouwen nemen er dan de gierstkolven af.De kinderen volgen
ons tot aan de rand van hun dorp, tot in een oase bij een beekje.
Aan de rand van het pad merk
ik vlinders op.Er zijn vlinders bij die met 3 op elkaar wegvliegen.De anderen
uit de groep hebben er geen oog voor.Al snel geraak ik zo achterop.Ik film een
kever met een rood-zwart lichaam en met oranje vleugels.In de schaduw van een
boabboom rusten we uit.De onderkant van de barst is afgereten voor het maken
van touwen om emmers water te halen uit de waterputten.Het is warm.Als je
stilstaat in de zon, begin je vanzelf te transpireren.Als je wandelt, krijg je
wat verfrissing en zweet je minder.Er is ook wat wind.We zien lichtblauwe
vogels.
Ireli
Om 11u30 komen we aan in het
hotel Femmes de Dogon in Ireli.Het dorp klampt zich vast aan de voet van de
rots.We kruipen er via een gevaarlijke stenen trap tot op het overdekte
terras.Koen en Dirk leggen zich te rusten op een matras.Ik schrijf in mijn
dagboek en drink een frisse fanta.De frisdrank komt uit een frigo.Ongelooflijk
! De frigo blijkt op batterijen te werken.Maar voor wat, hoort wat ! Af en toe
voel ik wat kramp in mijn buik.Mijn lippen zijn plakkerig, en hoewel ik
lippencrème meeheb kom ik er niet toe ze uit te halen.In de verte klinkt
klokkengelui.Ook hier leven dus blijkbaar katholieken.
Daniël speelt muziekcassettes
af.Even later staan de Malinezen te dansen.Ook de baas van het hotel danst mee
en zijn kleinste kinderen ook.Ondertussen vinden de theerituelen plaats.Een man
bereidt de thee en giet herhaaldelijk de thee in een glas en dan weer in zijn
theepot om de thee op smaak te brengen.We drinken allen uit hetzelfde glaasje.Driemaal
herhaalt zich het ritueel.De thee is heel lekker : het is thee van de roze
plantjes die we op onze weg tegenkwamen.Pas om 14 uur krijgen we te eten :
rijst, groentensaus zonder zichtbare groenten, met uien en een stukje kip en
varkensvlees.
Na het eten krijgen we opnieuw
thee.We vragen om het dorp te mogen bezoeken.Dat verloopt niet zonder
problemen.Amadou meldt dat de Denen in ruzie liggen met hun gids
Suleyman.Suleyman blijkt niet goed met hen te kunnen opschieten en wil geen
toegevingen doen.Amadou moet bemiddelen.
Uiteindelijk doen we toch nog
een kleine wandeling in het dorp Ireli.We zien er de gierst die te drogen ligt
op de daken en de schuren waarin de gierst ligt opgeborgen.Het wordt erin
gestopt van langs de bovenkant.Via de deur haalt men het er weer uit.Volgens
een reisgids blijken de schuren met ronde konische daken van de families en de
gemeenschap te zijn.Deze zonder konische vorm zijn persoonlijke
eigendom.Wanneer er twee openingen in zijn, is het eigendom van een man.Is er
maar een opening, dan behoort het toe aan een vrouw.
Ik mag lang niet overal
filmen.Er zijn hier nogal wat heilige plaatsen.De Dogon zijn een animistisch
volk.Zoals vele andere volkeren in Afrika geloven ze dat alles een ziel
heeft.Priesters zijn bij de Dogon erg belangrijk.Want ze kunnen alle geesten en
verschijningsvormen uitleggen.Voorspellingen doen ze aan de hand van stokjes
die ze op de grond leggen.Als er ’s nachts een wild dier, zoals een vos,
overheen loopt, kan de priester aan de hand van de verschoven stokjes
voorspellingen doen.
Naar Tireli
Om 15u30 begeven we ons op weg
en passeren langs Amani.In het meertje van Koo vol waterlelies zwemmen heilige
krokodillen.Het is er verboden om te filmen, maar het mag, zolang er geen
omwonenden komen opdagen.De krokodillen zijn ca. 3 meter lang en staan hoog in
eer bij de Dogon, omdat ze volgens de legende de weg aanduidden naar het
water.Een krokodil kan immers niet zonder water leven.Over de modderige grond
zweven insecten met doorzichtig en zwart gestreepte vleugels.We zien er ook
vlinders in tal van kleuren.Maar lang kunnen we niet blijven, want we zijn wat
achter op ons schema.
Onderweg zien we vele
vogels.Ik film met mijn statief o.a. een zwarte vogel met een lange rode
snavel, een zilverreiger, lichtblauwe vogels, duiven, een soort havik...We
passeren rijstvelden, een katoenplantage, een vijvertje waar jongens in
zwemmen, een schooltje...
Tireli
Om 17u50 komen we aan in
Tireli.Het dorp nestelt zich zoals Ireli op de voet van de helling.In de steile
rotswand zien we overal grotten.
Hoog in de rotsen woont de
hogon, de geestelijke leider van de omliggende dorpen.Hij woont er heel zijn
leven in een grot en komt alleen naar beneden voor religieuze ceremonieën,
begrafenissen en festivals.Hij besteedt een groot gedeelte van zijn tijd aan
het communiceren met de geesten en het brengen van offers.Niets of niemand mag
hem daarbij storen.Daarom mag het voedsel dat hij krijgt alleen verbouwd,
bereid en aangeraakt worden door seksueel niet-actieve dorpsgenoten.Bij hem liggen
de maskers en totems die het volk moeten beschermen.Er liggen ook beenderen,
kralen, planten en kalebassen.Het zijn allemaal magische voorwerpen.In de grot
leven ook slangen die de Dogon beschermen.Volgens de Dogon veranderde de eerste
hogon in een slang toen hij stierf.
In spoedtempo zetten we de
tenten op.De Denen zijn er al aangekomen en hebben zich al geïnstalleerd.Weeral
hebben we 2 daken nodig om allemaal te kunnen slapen.Nieken, Lieve en Daniël
kiezen er weer voor om samen te slapen.
Wij slapen op het dak van het
huis vlak naast de vallei.De erven zijn hier allemaal omrand door
muren.Ertussendoor lopen rotspaden.
We douchen met de zaklamp in
een huisje, dat gedeeltelijk uit rotsen bestaat en waar zich in dezelfde
ruimte, maar wat hoger gelegen, 2 toiletten bevinden.
Daarna wassen we onze kleren in de
duisternis.
Eten doen we op een wat hoger
gelegen gedeelte van het erf.Voor het eten zingen we tot lang in de avond
allerlei liedjes, vnl. in het Frans zodat ook onze Malinese gasten mee kunnen
zingen.Op ons repertoire staan ook Engelstalige liedjes zoals “If you’re going
to San Francisco” en “We will rock you”, en Vlaamse liedjes, zoals “het loze
visserke”, “zeg, kwezelke wilde gij dansen” en een triestig liedje over een
kikker.
In het begin voel ik me wat
onwennig bij al dat kabaal.Hoewel we ons in een dorp bevinden, horen we na het
invallen van de duisternis nauwelijks andere mensen praten.Wat moeten de
dorpelingen wel denken van ons zangtalent.Zouden ze aan het luisteren zijn of
zand in de oren stoppen ? De Dogon gaan normaal gezien vroeg slapen.Volgens hun
inzichten behoort de nacht toe aan de geesten en dan blijf je beter in je
huis.Alleen de hogon en zij die de totempalen maken mogen opblijven.Eenmaal per
maand mag iedereen opblijven, als het volle maan is en de hemel zo klaar is dat
de geesten wegblijven.Dan wordt er gedanst.Alle meisjes vormen dan een kring en
zingen en dansen op snelle ritmes door in de handen te klappen en met de voeten
te stampen.Ze zingen dan verleidingsliedjes.De jongens staan dan wat op afstand
te kijken naar de dansende meisjes.Wanneer een jongen een meisje graag ziet,
stapt de jongen in de cirkel en neemt hij het meisje bij de hand.Daarna trekken
ze weg en gaan met elkaar praten onder een baoabboom.
Onze keuze om liedjes te
zingen, blijkt een goede keuze te zijn, tenminste toch voor onszelf.Want er
moet weer urenlang op eten gewacht worden.De Denen, die aan een ander tafeltje
zitten, maken er zich druk om.Uiteindelijk arriveert het eten om 20u45 :
spaghetti met kip.
Na het eten wordt er nog
muziek gespeeld en gedanst.Ik blijf nog even, maar ga dan toch als eerste
slapen : om 22 uur.’s Nachts koelt het wat af.Het wordt naar schatting 20 °
Celsius, waarschijnlijk de laagste temperatuur op onze reis.
vrijdag 27 oktober 2000
Om 4 u. ’s nachts kraait de
haan die vlakbij ons huisje zit.Hij vergist zich van uur, want kraait 5
keer.Pas een halfuur later kraaien de andere hanen ook.Ik sta op om 6 u.De zon
verstopt zich achter een nevellaag.Ik film met mijn statief en maak dan snel
mijn bagage klaar.Voor het eten spoed ik me snel het dorp in om te filmen, want
ik wil niet opnieuw meemaken dat we het dorp waar we sliepen verlaten, zonder
het te zien, zoals in Nombori gebeurde.Het doet wat vreemd aan, zo alleen door
het dorp te lopen.Er zijn trouwens geen duidelijke paden.De rotspaden zijn zeer
oneffen en steil.Overal liggen er rotsen en hier en daar zijn er grotten.
Ik film met mijn statief tot
aan de Tellemwoningen in de rotswand.De Tellem woonden hier al van rond 1000,
nog voor de Dogon aankwamen.Ze leefden van de jacht en van wilde vruchten die
ze plukten.Toen De Dogon vestigden zich in de Bandiagarakloof vanaf de 16de
eeuw.Ze waren op de vlucht voor de verspreiders van de islam in het noorden.De
Dogon waren een heel ander type volk.Ze bewerkten de grond en hakten de bomen
om.Ze waren bijzonder nijverig, want ze deinsden er niet voor terug om van
elders vruchtbare aarde aan te voeren.Aanvankelijk leefden ze nog in harmonie
met elkaar, maar uiteindelijk moesten de Tellem het onderspit delven.Ze
verdwenen in de nevels van de geschiedenis, ergens in de 16de
eeuw.De Dogon bleven.Ze zijn nog met zo’n 260.000 en wonen verspreid in enkele
honderden dorpjes.Ze hebben een eigen taal en spreken tientallen dialecten.
De Tellem gebruikten de
grotten in de rots als graanopslagplaats.Later stopten ze er hun doden in.Ook
de Dogon deden dat, maar nu niet meer.Nu huizen vogels in de grotten.Alleen de
vogeljagers klimmen nog tot in de grotten.Ze verzamelen de vogeleieren en de uitwerpselen
(guano).Naar ’t schijnt zijn er in de huizen in de rotsen nog vele waar en nog
potten en juwelen liggen.
Je vraagt je af hoe de Tellem
in hun rotswoningen geraakten.De Tellem waren klein van gestalte, maar toch
slaagden ze erin om hun zwaluwnesten te bereiken.De moeilijk bereikbare
woningen beschermden hen tegen indringers.Ook de Dogon profiteerden van de
ongenaakbare ligging.Zij vonden er een veilig onderkomen in de 13de
eeuw, achternagezeten door oprukkende moslimlegers.Na een periode van vreemdzaam
naast elkaar leven werden de oorspronkelijke bewoners, de Tellem, uiteindelijk
toch verdreven.Ze vluchtten toen naar Kenya en Congo.Waarschijnlijk zijn ze de
voorouders van de huidige pigmeeën, die gekend zijn omwille van hun kleine
gestalte.
De Dogon hebben een heel
aparte cultuur.Hun visie op het heelal is anders dan de onze.Voor hen is het
heelal onderverdeeld in 14 zonnestelsels.Ze leven vooral van de tuinbouw en de
boomteelt.
Als ik terugkom is het ontbijt
klaar : oliebollen à volonté.Ze smaken lekker, ook zonder suiker erop.Ik drink
opnieuw 2 tassen Nescafé en trek dan, zoals gewoonlijk nog eens alle registers
open boven het toilet.Er is onduidelijkheid over de prijs voor de drank.’s
Avonds had men mij verteld dat het water 1000 CFA kostte en nu vraagt men 1500
CFA per fles.Na tussenkomst van Amadou geeft men toe dat het water maar 1000
CFA kost, maar rekent men meer geld aan voor de andere genuttigde dranken.
Om 8 uur brengen we toch
gezamenlijk een bezoek aan het dorp, dat 4000 inwoners telt.Tevergeefs probeer
ik in het dorp de vorm van een menselijk lichaam te herkennen.De dorpen blijken
in die vorm gebouwd te zijn, en dan nog wel van noord naar zuid.Vandaag de dag
zijn de vormen niet meer herkenbaar, omdat er lukraak huizen tussen gebouwd
zijn.
De togona vormde daarbij het
hoofd.Het is de ontmoetingsplaats van de Dogonmannen.De togona ziet eruit als
een laag afdak waaronder je kan zitten.De gierststengels die het dak vormen van
de toguna bieden niet enkel verfrissing, maar zijn evenzeer een
statussymbool.Hoe hoger de stapel op het dak, hoe hoger de toguna aangeschreven
staat.
Het dak is bewust laag
gehouden, opdat je er alleen maar onder zou kunnen zitten.De Dogon geloven dat
een persoon alleen al zittend wijze woorden spreekt.Op die manier kan hij zijn
woorden doordacht kiezen.Dat is nodig bij het regelen van conflicten en de
rechtspraak.Het lage dak zorgt ervoor dat heethoofden die in de soms hevig
oplaaiende discussies opspringen, meteen weer op hun plaats worden gezet.
Er blijken nogal wat toeristen
deze toguna te bezoeken, maar momenteel zijn wij de enigen.De palen zijn
versierd met afbeeldingen van de 8 mythologische stichters van de Dogon.Ze zijn
ook afgebeeld op de muur ernaast die met een veder beschilderd is.Onder de heilige
dieren herkennen we de vos, de olifant en de mythologische slang Lébé, die een
belangrijke figuur is.Hij verbindt de hogon met de wereld van de geesten en
offert zich net zoals Christus op om de mensheid te redden.Net zoals onze
planeet die een cirkelvorm heeft, draait ook de slang zich in een cirkel.In die
houding knabbelt hij aan zijn eigen staart.Eens de slang stopt met eten, zal de
cirkel verbroken worden en al het leven op onze planeet verdwijnen.Andere
afgebeelde figuren zijn de krokodil die de mensen leidde naar het water.Water
is heilig en van levensbelang.Om die reden is ook de slang heilig.
We zien sculpturen van vrouwen
met groteske genitaliën en panelen die de schepping van de Dogonwereld
voorstellen.De Dogon geloven dat de god Amma het heelal geschapen heeft.Hij
schiep de sterren en de zon en maan uit leem.Later creëerde hij ook de aarde
uit een stuk leem en besneed haar.Toen was het paringstijd.Uit hun geflikflooi
werd de mens geboren.De zwarten kwamen overdag ter wereld en de blanken ’s nachts
bij maneschijn.Nadien bracht Amma een tweeling ter wereld : de watergod Nommo
en de vos Pâle.Nommo is de heerser van het leven en symboliseert goddelijke
harmonie, water en vruchtbaarheid.De vos vertegenwoordigt de opstand, incest en
wanorde en de persoonlijke emancipatie los van alle sociale normen.Beiden
vullen elkaar aan.De tegenpolen komen overal terug : in leven-dood, dag-nacht,
man-vrouw, droogte-vochtigheid.De wereld is als de schors van een veel grotere
wereld die onzichtbaar is en waar goed en kwaad met elkaar strijd leveren.De
mens neemt deel aan dat spel, waarin positieve krachten het aan de stok hebben
met negatieve.De mens kan zelf kiezen voor wie hij het opneemt.Ofwel doet hij
mee met de negatieve krachten en probeert hij de orde in de wereld te
verstoren, ofwel past hij zich aan aan de orde van de dingen.God zelf is niet
fysisch vatbaar en verdeelde zijn macht onder ontelbare dingen die op hun beurt
immaterieel zijn, zoals bomen, beelden, maskers, bergen.De Dogon proberen ze
voor te stellen met fetisjen.
Onder de togona zitten 3
mannen, die maar al te blij zijn met de colanoten die we ze geven.In de Dogon
is het gebruikelijk dat je colanoten geeft aan de ouderen.Het is een teken van
respect.Zelf heb ik er niet van geproefd, maar ze blijken ongemeen smerig te
smaken.Als je erop kauwt, komt er een stof vrij die je high maakt.Colanoten
betekenen wat cocabladeren betekenen voor de inca’s.
We trekken verder langs de
steile paadjes op zoek naar de andere delen van het menselijk lichaam, zoals de
genitaliën die dienst doet als dorpsingang.De handen worden gevormd door de
menstruatiehutten.Die staan aan de kant van het dorp.Ze zijn voor de vrouwen
verplichte maandelijkse kost.Ze moeten er zich afzonderen tijdens hun
maandstonden.Bij de familie blijven zou ongeluk brengen, want hun onzuiverheid
zou het hele dorp kunnen besmetten.Bloed kan namelijk kwade geesten aantrekken,
waardoor de gebrachte offers in gevaar komen.De vrouwen malen er niet om.Want
ze hoeven zich gedurende een week niet druk te maken om het eten, de was en de
kinderen.
De woonerven vormen de zenuwen
en spieren van het lichaam en de aders en slagaders.Maar ze vormen ook een
menselijk lichaam op zich. De ronde keuken is het hoofd, het centrale gedeelte
is de torso, de slaapkamers aan beiden uiteinden zijn de armen en de ingang
vormen de genitaliën.
Op mijn verzoek brengen we nog
een bezoek aan de huisjes met konische daken in de verte.We moeten ervoor eerst
weer naar de vallei afdalen en krijgen dan via een boomgaard apenbroodbomen
(baobab) een betere kijk op de huisjes.Ze blijken bewoond te worden door
bejaarde mensen.
De trotse eeuwenoude baobabs
staan er schilderachtig bij.Ze zijn onderaan ontdaan van hun schors.Met die
schors worden touwen gemaakt die dienen om de rotsen te beklimmen of water uit
een drinkput te halen.De touwen kunnen niet rotten.Van de vezels worden ook
kleren gemaakt.Maar dit is niet het enige dat van de boom gebruikt wordt.De
bladeren en vruchten zijn eetbaar.De bladeren hebben veel vitamine A en worden
gebruikt in sauzen en in soep of om te eten als spinazie.De vruchtpulp dient om
pap en dranken op smaak te brengen.Er zit veel vitamine C in.Boeren gebruiken
de pulp en vermengen het met water als een middel tegen malaria.De zaden worden
geroosterd en opgegeten als aardnoten.De buitenkant van de vrucht wordt
gebruikt als muziek-instrument en als bh.
De baobab (Adansonia digitata)
is een boom die tot de verbeelding spreekt.Volgens een Arabische legende trok
de duivel de boom uit de grond en stak hem omgekeerd in de grond.Een andere
legende verhaalt dat de goden de baobabs plantten met de kruin in de grond en
de wortels naar de hemel gericht.
Het is een van de weinige
boomsoorten in de Afrikaanse savanne.Ze staan graag in warme, zanderige
grond.Baobabs kunnen 18 m hoog worden.Hun stam kan 9 meter in diameter
aannemen.Maar daartoe zijn vele jaren nodig.Om een omtrek van 5 meter te
hebben, moet de boom 1000 jaar oud zijn.Baobabbomen kunnen duizenden jaren oud
worden, maar groeien erg langzaam.De ontdekkingsreiziger Livingstone vond er
ooit een van 25 m in diameter.De wortels zijn soms 40 meter lang.Het zijn zeer
sterke bomen.Er zijn er die soms nog blijven groeien, terwijl ze omverliggen op
de grond.De bomen kunnen ontzettend veel water vasthouden : per boom 4500 liter.
De Dogon beschouwen de bomen
als heilig.Ze mogen de baobabs niet omhakken en zelfs niet verkopen.Als een
Dogon zijn land verkoopt, blijven de baobabs op het land hem en zijn erfgenamen
toebehoren.
Een andere boomsoort in
Dogongebied is de karitéboom (Vitellaria paradoxa) die 15 tot 20 meter hoog
wordt.Na 20 jaar begint de boom vruchten af te geven.In de vlezige vruchten zit
een witte vettige amandel die de karitéboter oplevert.Van deze boter wordt
huidcrème gemaakt.Het houdt de huid soepel en jong.De vrucht levert ook olie of
boter voor gebruik in de keuken.Zo kan je aardappelen bakken in karitéboter.
Dan is er nog de tamarin
(Tamarindus indica) en de néré (Frans) (dawa-dawa) (Parkia biglobosa).De
tamarin levert voedsel voor zowel mensen als dieren.Van de néré worden de
bruine zaden gestampt tot een pittig kruid voor sausen : soumbala.Het wordt
verkocht als bruine pasta in de vorm van een bal.
Om 9u40 gaan we op stap naar
Banani.Het is 38 ° Celsius.Onderweg stappen we langs sneeuwwit gras en langs
gierstvelden.Er zijn weinig bomen te zien.Pas bij Banani zijn er weer meer
bomen.Er stroomt ook een klein beekje.
In Banani
Om 10u40 zijn we er al.Op de
weg staan enkele landrovers, de eerste auto’s die we op ons traject
zagen.Souvenirverkopers bestormen ons, maar we geraken tot bij het afdakje in
stro op een betonnen platform.Het is er 36° C in de schaduw.We zijn niet de
enige toeristen.Er zijn ook Amerikanen die een rondreis door Mali maken en
maandag de markt in Djenne zullen aandoen.Rond onze zitplaats krioelt het van
de souvenirverkopers.Geen ogenblik laten ze ons gerust.Ze bieden sieraden,
beeldjes, ringen... aan.Ik besluit om niet weer urenlang te gaan zitten en trek
alleen op verkenning, maar meer dan een rij huizen met souvenirwinkeltjes is er
niet te zien.Bovendien vallen verkopers we constant lastig.In tegenstelling tot
het gros van de Dogon dat zich elders liever verstopt voor de toeristen,
proberen de Dogon in Banani een graantje mee te pikken van het
toerisme.Uiteindelijk koop ik voor 2500 CFA 5 souvenirs, waaronder 2 hangers in
de vorm van een krokodil (in brons) en 1 in de vorm van een masker (in hout) en
een armband.De frisdranken kosten 600 CFA.Ze zijn redelijk fris.
Ik vraag aan Amadou of we wat
fruit kunnen krijgen en even later serveert hij ons mango’s.Ze zijn wat
verdacht van smaak, maar dat komt omdat het nu niet het mangoseizoen is
(seizoen : mei-juni).Om 13 uur krijgen we couscous met kip en stukjes lever.Het
wordt de kip die vlak voordien geslacht werd en door kinderen gepluimd werd.Om
13 uur is het in de schaduw 38 ° Celsius.De Amerikanen zitten op een
binnenkoertje, buiten schot voor de verkopers van souvenirs.Ze zijn gekomen per
jeep.Banani is het enige dorp langs de falaise dat vrij vlot per jeep
bereikbaar is.
Naar Kundo
Om 14u35 gaan we op stap naar
Kundo. Een groot deel van het traject verloopt langs een zanderige weg.Af en
toe rijdt er een jeep voorbij.Naast de weg loopt een pad dat af en toe afwijkt
van de weg.Ook hier is het opgeblazen voor de stekkerige pluisjes van de witte
grashalmen die zich graag vastnestelen op kousen.Onderweg verkleurt de aarde
van geel naar rood.Aan onze linkerkant zien we de falaise die begroeid is met
witte grashalmen.Een 3-tal groene parkieten vliegt over ons heen.
Om 15u50 komen we aan in Kundo.We
nestelen ons neer op de binnenkoer en drinken een fanta voor 600 CFA.Daarna
maken we snel een wandeling door het dorp.Kundo is in de vlakte gelegen en is
bijna volledig vlak.We brengen eerst een bezoek aan het dorpshoofd.In het
midden van zijn erf staan houten beelden.Het zijn fetisjes die het dorp
beschermen.Er staat een grote graanschuur waarvan hij alleen de sleutel
heeft.Daarnaast staan nog drie kleinere graanschuren die erop wijzen dat de man
drie vrouwen heeft.De graanschuren van de vrouwen zijn onderverdeeld in
compartimenten waarin ze dingen bewaren van zichzelf en van de kinderen.
We zien houtsculpteurs,
ijzerbewerkers enmandenvlechters aan het werk.Hier en daar stampen vrouwen gierst.Een
vrouw wrijft met een steen iets in gruis.Kinderen lopen met ons mee.Een meisje
maakt een ploffend geluid door met haar benen gekruist op haar billen te
slaan.Dirk en Veerle vormen een kring met de kinderen en zingen van “Kukuku
Kundo, Kukundo Kukundo”.
Kindjes vinden het grappig om
zichzelf in de camera te zien.
Op een open terrein liggen
leemstenen te drogen.We zien veel vee : geiten, ezels, kippen en vooral honden.
Een hele meute jongeren
probeert een kip te pakken die het op een lopen zet.We weten al meteen weer wat
er op het menu staat.De anorexia-kip moet eraan geloven en ligt even later
bruingebrand in het gezelschap van een grote hoop rijst naar ons te lonken.
Slapen doen we allen op
hetzelfde dak.De trap is er een uit steen.Ze bevindt zich aan de zijkant van
het gebouw.Nog net voor valavond brengen we alles in gereedheid.Ik ben de enige
die in een tent zal slapen.De anderen verkiezen om onder de blote hemel te
slapen.Voor het eten kruip ik even in bed om mijn hoofdpijn kwijt te geraken.
Iemand komt een zaklamp
vragen.De stier die onze kar trekt met de bagage blijkt weggelopen te zijn.Het
eten komt echter snel : al om 19u15.Het bestaat uit kip, rijst en een weinig
saus.Een biertje van ½ l kost hier 1100 CFA en 1,5 l water 1250 CFA.Ik ga
slapen om 21 uur.De anderen blijven nog wat spelletjes spelen : een Malinese
versie van tikkertje.Rond 22 uur gaat iedereen slapen.
’s Nachts koelt het af en
kruipen de buitenslapers dichter bij elkaar.We horen allerlei geluiden : ezels,
geiten, hanen, maar ook honden.’s Nachts rond 4 u. ga ik naar het toilet, die
is afgezet met een gebeeldhouwde losse houten deur.Ik blijf nog liggen tot rond
5u30 en neem ook de geluiden op.
zaterdag 28 oktober 2000
Om 5u45 ontwaar ik dat de
mensen al aan het werk zijn.Een man zit een mand te vlechten.De opkomende zon
laat zich van zijn beste kant zien.Kinderen staan nieuwsgierig naar ons te
kijken.Ik werp mijn lege fles water naar beneden naar een jongetje die erom
wenkte.Even later gooit ook Dominique haar fles in de meute.Er volgt gewoel en
gedrum, en er wordt getrokken en gesleurd aan de fles.Ik vraag me af wat ze
daarmee nu in ’s hemelsnaam zullen doen.
We eten Frans brood en
oliebollen voor ontbijt.Ik heb nog hoofdpijn en hou me afzijdig van de te koop
aangeboden souvenirs.
Om 8u40 gaan we op weg naar de
3 Youga’s.De bagage blijft veilig opgeborgen achter in Kundo.Toch zijn er twee
ossekarren beschikbaar.We mogen erop plaatsnemen.Alleen Daniël verkiest ervoor
om te stappen.De weg is bij momenten erg zanderig.De ossen worden flink
aangepord om in elkaars voetspoor te blijven.Een zachte knijp in de rug doet
wonderen om de dieren aan het hollen te zetten.
Amidou, de jonge losbol, is
ook mee.Hij maakt voortdurend grapjes.Halverwege jogt hij een eindje met
Daniël.We rijden langs voornamelijk gierstplantages.Een uur later zijn we al in
Youga-Na.Er staan slechts enkele huisjes rond een groot binnenplein.Er is ook
een vijver en wat verderop een waterpomp van Japanse makelij.We verfrissen er
ons gezicht.
Een helse klim
Vervolgens trekken we
geleidelijk aan de berg op, langs een vijver met waterplantjes waarop een hond
ligt te slapen en langs een kudde geiten.Het is snikheet en we blijven maar
stijgen.De klim wordt steeds steiler.Amadou neemt mijn rugzakje van me over.Ikzelf
blijf het statief en de camera dragen en mijn drinkpul.Tegen de rand van de
berg bereiken we het dorp Youga Dourou, dat in een enorme rotsspleet gedrongen
ligt.De huisjes staan er als vastgekleefd op de rots.Ertussendoor loopt een
steil bergpad.Aan de eerste huisjes houden we even halt.Enkele mensen moeten
duidelijk op krachten komen.Koen legt zich puffend neer op een bundel stro in
een grot.Wat hoger is er een effen pleintje, waar een grote boabboom voor
verkoeling zorgt.Het is de enige vlakke plaats in het dorp.We blijven stijgen
langs het steile pad en passeren langs de muurtjes van de bewoners.Aan de kant
zien we een schildpad.Een hond begint luidkeels te blaffen.Boven gekomen wordt
de rotsspleet nauwer.We moeten over een dammetje, waarachter een waterbekken
ligt.Het rotspad ernaast is zeer smal.Je moet goed uitkijken om er niet af te
glijden en zo in het water terecht te komen.Snel wip ik erlangs.In de kloof
lijkt er minder lucht te zijn.Lieve krijgt een appelflauwte en moet zich op de
grond leggen.Met een plastic zakje op haar mond proberen de anderen haar
ademhaling te regelen.Ze verliest niet het bewustzijn, maar heeft het toch
moeilijk.Uiteindelijk barst ze zelfs in tranen uit.
Enkele Belgische toeristen
komen met de rugzak op hun rug voorbij.Vrouwen komen water scheppen uit het
reservoir.Boven ons op de rotswand zien we verlaten Tellemwoningen met conische
vormen.Kinderen kijken zwijgend toe.
We stappen verder door de
rotsopening en klauteren omhoog langs een trechtervormige opening.Het laatste
klimgedeelte gebeurt langs een ladder.Naast de ladder liggen takkenboven de
nauwe diepe kloof.Iedereen geraakt erop zonder ongelukken.Eens boven gekomen
lijken we wel op de maan te zitten.Het zwarte rotsplateau met kleine
hoogteverschillen lijkt op een kraterlandschap.Beneden ons zien we de grote
vlakte, dat verscholen gaat achter het felle middaglicht.We vragen aan de gids
om van ons een groepsfoto te nemen.Mijn water is op.Dominique geeft me een
beetje van haar water.
We zijn nog niet op onze
eindbestemming.We trekken verder over het rotsplateau, nu eens omhoog, dan weer
omlaag.Op een gegeven ogenblik geraken Amadou en de gids die meeging uit
Youga-Na het met elkaar oneens over de te volgen weg.Amadou moet het onderspit
delven.We volgen de lokale gids en stappen over een brugje met takken dat over
een kloof is gelegd.Bij de plaats voor de afdaling naar het derde Yougadorp,
Youga-Piri, komen we op adem in de schaduw van de rotsen.Ik kruip in een van de
rotsspleten en eet er een koekje.Er waait een windje.
Dan trekken we naar beneden
over een pad dat niet echt op een pad lijkt, springend van steen tot steen.Hier
en daar nestelen zich bomen tussen de rotsen.
Youga-Piri blijkt nog bewoond
te zijn.Boven ons zien we Tellemgraven en eronder zijn mensen aan het werk.Hun
stemmen en bezigheden weergalmen tegen de rots en zijn in harmonie met de
geluiden van de vogels die de grotten in de rots bewonen.We moeten opletten met
fotograferen en filmen.Er blijken heel wat heilige plaatsen te zijn.In het dorp
rusten we uit op een pleintje waar een reusachtige boom staat.Een vrouw
verkoopt er souvenirs en frisdranken.Merkwaardig genoeg zijn de frisdranken
echt fris.De prijs is redelijk : 600 CFA voor een coca.Rondom ons vliegen
vogeltjes heen en weer.Vogeltjes met een rode kop pikken graantjes op.Het dorp
dat tussen de rotsen is gelegen ziet er geheimzinnig uit.Ik had er graag wat
meer rondgekeken, maar verneem plots dat we terug moeten keren.
Tot mijn grote verbazing
moeten we langs dezelfde weg terugkeren.De weg tot aan Youga-Na blijkt 4 km
lang te zijn.Om 13u40 keren we terug naar boven.Ik rust er weer uit in dezelfde
rotsspleet.Mijn water is op en ik besluit om mee voorop te gaan met de lokale
gids en Amidou.Ze zullen in snel tempo naar Youga-Na gaan en daar water gaan
halen voor de hele groep.
In sneltempo keren we terug.Ik
kan de twee Malinezen maar nipt volgen.In het besef dat ik toch zonder water
zit en maar best zo snel mogelijk aan vers water geraak, volg ik het tweetal
zonder af te haken.40 minuten tijd zullen we erover doen.De afdaling gebeurt
bijna al lopend.Onderweg zie ik hoe gevaarlijk de weg wel is.Een misstap voor
mij of voor de groep en wat dan ? Gelukkig komt het niet zover.Om even mijn
dorst te vergeten eet ik vol smaak twee gesmolten spekken die ik nog in mijn
cameratas meeheb.Om 14u25 kom ik aan in Youga-Na.Ik bestel er een fles water
voor 1250 CFA die niet fris is maar toch deugd doet.Amidou en de lokale gids
nemen elk 2 flessen mee en gaan de rest van de groep tegemoet.Dapper stijgen ze
opnieuw omhoog.In het dorp Youga-Dourou komen ze de groep tegen.Ikzelf doe mijn
sandalen uit en leg met languit op een bank om te rusten.De Belgische
rugzaktoeristen zitten in de ruimte naast me te kaarten.Om 15u15 komt de groep
aan.Het eten staat al klaar : rijst, kip en couscous.De meesten onder ons
hebben weinig honger, ikzelf ook niet.Kinderen hangen rond ons.Ze vragen een
stylo of bonbon.Een oudere man vraagt een colanoot.Een kindje draagt een
babytje op haar rug.
Langs duistere wegen naar Nelly
Om 16u10 brengt de ossekar ons
terug naar Kundu.Ik beslis om een eind te stappen om zo nog wat te kunnen
filmen.Om 17u10 zijn we in Kundu.Veel tijd om iets te drinken is er niet.Ik
besluit trouwens om onmiddellijk door te gaan.Er gaat maar 1 ossekar mee en die
dient voor de bagage.Iedereen moet daardoor te voet gaan.Onderweg zie ik vogels
in de verte.Ik plant mijn statief neer en ga aan het filmen.Een voor een steken
de anderen me voorbij.Ik slaag er echter in om de meesten terug in te halen.
Rond 18 uur arriveren we in
het dorp met de moskee.Door de micro’s klinken gebeden voor Allah.Ik neem de
gebeden op mijn camera op.Dit dorp is nog niet onze bestemming.De duisternis
valt snel.Filmen wordt niet langer mogelijk.Ik probeer een vast staptempo te
vinden en zing van “1,2,3,4,5,6,7. Zo gaat het goed, zo gaat het beter, nog een
kilometer”.Maar tijd om veel te zingen is er niet.Voorbijgangers groeten ons
voortdurend met “Ca va ?”Ik maak er een spelletje van door te proberen om zelf
de eerste te zijn om “Ca va ?” te zeggen.Af en toe komt er iemand met de fiets
voorbij.Een iemand vraagt of hij me moet helpen met het dragen van mijn bagage,
maar ik bedank hem ervoor.
De weg wordt steeds
duisterder.Op een gegeven ogenblik splitst de weg zich en kies ik voor de
linkerkant, maar het blijkt een misrekening te zijn.Wat verder herken ik de
plaats waar we zijn.Dit is Nelly, de plaats waar we zullen overnachten.En ja
hoor, in de verte hoor ik mensen die Dirk en Koen, de eersten in de groep,
verwelkomen.
Laatste nacht in de Dogon
In de donkerte schudden we met
een aantal mensen goedendag en vleien ons dan neer op de klaargezette
stoelen.Er blijken nauwelijks frisdranken te zijn.Fris zijn ze helemaal
niet.Men legt ze snel in een bak met water.Ik drink een lauwe Tonic voor 600
CFA.Een man springt op zijn brommer om bier te halen in Banani.Kennelijk is men
op onze komst niet voorbereid, want het dak waar we mogen slapen blijkt vol te
liggen met gierst en noten.Met man en macht maken de vrouwen het dak schoon.Het
duurt een hele poos, maar uiteindelijk geraakt alles toch opgekuist en kunnen
we allemaal op hetzelfde dak slapen.Voor het eten rust ik wat uit.
In de omgeving zien we geen
andere gebouwen.Er is maar 1 erf waar we ons bevinden.Het gelijkt op een
hacienda, want tussen 2 gebouwen door is er een grote ingang.Daarachter ligt
een grote binnenplaats omgeven door enkele gebouwtjes aan weerszijden en een
muur aan de achterkant.Op de binnenplaats staat een afdak, waaronder een man
zit met souvenirs.
Om ons te wassen kunnen we
kiezen tussen de oude en nieuwe douche.De nieuwe douche lijkt ons
geschikter.Het is een klein plaatsje met muren rond.Veel water om ons te wassen
is er niet.
Voor het eten rust ik uit.Op
het menu staat weer spaghetti.Om 22u20 ga ik slapen.Dirk slaapt samen met mij in
de tent.Hij begint ook al wat te snotteren.
’s Nachts ga ik op zoek naar
de ster Sirius en haar maan Sirius B, die niet met het blote oog waarneembaar
is, maar waarvan de Dogon het bestaan al zo lang kennen.Wetenschappers
ontdekten pas een 30-tal jaar geleden met hun apparatuur dat de twee sterren
wel degelijk bestaan.De Dogon geloven dat er van Sirius amfibische wezens
(Nommos) naar de aarde zijn gekomen om de mensen te helpen.Ze zagen eruit als
vissen en leefden in het water.Het waren engelbewaarders.De mensen konden van
hun lichaam eten en drinken.De Nommo werd uiteindelijk gerkuisigd, maar verrees
en zal later opnieuw de aarde bezoeken, maar dit keer in de gedaante van een
mens.De ontdekking van Sirius en Sirius B leidde tot wilde speculaties en tot
het aanbrengen van de Dogonvallei op elke wereldkaart.De Dogon wisten zelfs dat
Sirius B er 50 jaar over doet om rond Sirius te draaien.Ze beweren dat er nog
een derde ster is (Emme Ya) die tot vandaag de dag niet waargenomen is.
zondag 29 oktober 2000
Na een redelijke nachtrust
word ik om 5u30 wakker door het gepraat van de anderen die weer onder de blote
sterrenhemel sliepen.Om 6 uur kijk ik naar de zonsopgang.Om heel de dag op mijn
gemak te zijn, trek ik ’s morgens zoveel mogelijk naar het toilet.Tweemaal
volstaan om er alles uit te krijgen.
We eten oliebollen en drinken
2 tassen koffie.Tussendoor nemen we onze lariam.
Om 8u10 gaan we op weg naar
Sangha.In Banani houden we even halte.Ik hou me afzijdig van de
souvenirverkopers en zet me wat aan de kant.Het pad naar Sangha is mooi en
steil.Achter de bomen zien we tegen de 300 m hoge rotswand een waterval van de
berg kletteren.Een jongetje vergezelt me en draagt mijn rugzakje voor mij.
Eens boven gekomen merk ik dat
Daniël het moeilijk heeft.Hij jammert omdat we de Dogon verlaten en uit dat
bijna in tranen.Boven ons cirkelen tientallen zwarte en blauwe vogels.Het
laatste stuk van de klim verloopt door een nauwe spleet en een grot.
Dominique neemt de camera van
me over en filmt wat.In de verte zie ik de silhouetten van 3 vrouwen die met
een emmer op hun hoofd op de rand van het rotsplateau stappen.
Om 10u10 komen we aan in
Sangha.Het dorp is niet indrukwekkend.Het ligt uitgestrekt over het
rotsplateau.We stappen tot bij het hotel Femme de Dogon.Ik neem er snel
afscheid van het 14-jarig jongetje dat mijn rugzak en statief droeg.Hij wou me
een ring verkopen.Ik gaf hem een spek, schaartje, tekenvormen, t-shirt, broekje
en postkaartje van de markt in Brugge.
Dan trek ik mijn lange broek
aan en spoed ik me samen met Dirk naar de kerk, waar een mis aan de gang is.We
waren er bij onze aankomst in Sangha langs gelopen en hadden gezang gehoord.Om
10u45 stappen we het gebouwtje binnen.De mannen zitten aan de rechterkant en de
vrouwen aan de linkerkant.Ze zijn allemaal opgesmukt.Hoopvol wachten we op de
gezangen, maar er wordt alleen maar gepredikt en gesproken.Vooraan staan een
6-tal mensen in gewone kleren.Wie de priester is, is niet meteen duidelijk.Een
vrouw in het publiek komt aan het woord.Ze doet wellicht een getuigenis of
schuldbekentenis.Af en toe wordt er ook iets in het Frans gezegd.Alle mensen
houden hun hoofd naar beneden.Alleen de kinderen kijken onwennig om zich
heen.Er komt iemand rond om geld in te zamelen.En dan wordt er toch gezongen,
in het Malinees.Het blijkt de Malinese versie te zijn van “Ik zeg je geen
vaarwel, mijn vriend”.Nog voor de tweede geldomhaling verlaten we de kerk.De
jeep blijkt al klaar te staan.
In het hotel Femmes de Dogon
drink ik nog snel een fanta voor 500 CFA.Het drankje is fris, het komt uit de
frigo.De anderen kopen nog wat souvenirs.Ik toon belangstelling voor een bobo,
maar de jeep staat vertrekkensklaar.Een man gaat nog een bobo halen, maar ik
kan niet wachten.Om 11u15 vertrekt de jeep naar het ca. 115 km verder gelegen
Sévaré.Al rijdend komt de man toch aan met een zwart-gele bobo. Ik bied 8000
CFA aan en in een mum van tijd is de deal gesloten.
Bij het verlaten van Sangha
geraakt Amadou in problemen met de te betalen taks.We moeten onze paspoorten
tonen en de chauffeur maakt zich boos omdat Amadou niet meteen de taks
betaalt.Het zou gaan om 1000 CFA de man.Maar de afspraak was dat alles
inbegrepen was in het contract en blijkbaar lukt het om gratis door te mogen.
Na een korte tussenstop in
Bandiagara arriveren we om 14u15 in Sévaré.Onderweg zien we een camion die in
de gracht ligt.Volgens de chauffeur ligt de camion er nu al 2 dagen.Onder een
boom zie ik iemand zitten, wellicht de chauffeur.Tijdens de rit zit ik in het
midden aan de zijkant.De zijramen staan volledig open, zodat het stof dat
binnenwaait er langs de andere kant weer kan uitwaaien.Dominique en Daniël
zitten in de achterbak.Bij hen zijn er geen ramen en kan het stof dus niet weg.
De chauffeur waarvan geen van
ons wil weten door zijn arrogant gedrag, blijft nog een tijdlang bij ons.Elke
minuut dat hij blijft is er te veel aan.Want Amadou wil voor de goede vrede met
de man niet loslaten dat we naar Djenne verder willen rijden.Veerle heeft
echter even voordien in de jeep laten lossen dat we naar Djenne willen.Nu de
man rond ons blijft rondhangen, kan Amadou niet meteen een taxi voor ons
bestellen om verder door te trekken naar Djenne.Bovendien dringt de chauffeur
al de hele tijd aan om een cadeautje te krijgen.Heel de weg hield hij de bril
van Koen op, maar Koen was erin geslaagd om de bril terug te krijgen.Terwijl ik
onder 4 ogen met Amadou overleg over wat er nu zal gebeuren, komt hij erbij en
lokt hij me mee naar zijn jeep.Daar toont hij enkele houten beeldjes die hij
wil verkopen.Ik krijg het op de heupen en stap onmiddellijk uit de
wagen.Wanneer hij blijft aandringen op een cadeautje en me volgt, vlieg ik
tegen hem uit.De anderen bemiddelen en geven hem een zeepje, waarop hij
uiteindelijk toch vertrekt.
Amadou heeft ondertussen een
chauffeur gecontacteerd die ook een Dogon blijkt te zijn.We onderhandelen over
de prijs voor de heen-en-terugrit naar Djenne.Hij stelt 70.000 CFA voor, maar
ik kan de prijs terugbrengen tot 55.000 CFA.Ondertussen is de bestelde quick
lunch klaar : ommelet met groentjes.Voor mij en 4 anderen worden het geen
groene boontjes zoals aangekondigd, maar wel erwtjes.De laatste 2 die bediend
worden krijgen toch groene boontjes.Blijkbaar waren er niet voldoende voor
iedereen.Ondanks mijn afkeer voor erwtjes smaakt de maaltijd toch lekker.
Naar Djenne
Om 16u10 verlaten we Sévaré in
een oude Peugeot die opgelapt is met rode antiroestverf.Aan de auto staan
souvenirverkopers.Een man stelt voor om een peulhoed te kopen.Ik bied slechts
3500 CFA aan en de auto rijdt weg.Maar de man snelt de auto achterna en
aanvaardt het geld voor de hoed.De chauffeur komt sympathiek over.Hij vertelt
dat hij 12 jaar lang voor artsen zonder grenzen heeft gewerkt.Hij vraagt of hij
mag roken en als wij laten merken dat we dat niet wensen, steekt hij een tak in
zijn mond waarop hij kauwt.De tak blijkt je fysieke kracht en sexuele potentie
te verhogen.Dan biedt hij aan om op onze wens te stoppen voor het nemen van
foto’s.
Enkele kilometer voorbij
Sévaré moeten we een controlepost voorbij.We moeten onze paspoorten tonen.De
gendarm merkt dat er nog geen stempel in staat van de politie in Mopti.Dat is
verplicht voor al wie naar Mopti reist.Maar wij zijn nog niet in Mopti
geweest.Toch vindt hij het ongeoorloofd.Even lijkt hij de chauffeur aan te
manen om rechtsomkeer te maken en om eerst de stempel te gaan halen, maar de
chauffeur verzekert hem dat hij ons na onze terugreis uit Djenne naar het
politiebureau in Mopti zal voeren om er de noodzakelijke stempel te
halen.Daniël voelt er zich niet gemakkelijk bij en stelt voor om nu al de
stempel te halen, maar de anderen protesteren.Want dan komen we nooit meer op
tijd in Djenne.
In het dorp Somadougou houdt
de chauffeur zelf halte..Elke zondag houden de Peul hier markt.De dag zit er
bijna op en vele mensen maken zich klaar om naar huis te gaan.De meesten zijn
met ezel en kar gekomen.Maar er zijn er ook die de bus verkiezen : op het dak
van een autobus zitten wel 100 mensen op elkaar samengedrukt.
Na dit dorp zien we nog
nauwelijks huizen.De aarde kleurt rood en in de verte liggen rotspartijen.Af en
toe zien we een kudde geiten of koeien.In de voorruit van de auto zit een grote
barst en ik hou mijn hart vast dat die niet opensplijt.Spiegels zijn er niet en
de snelheidsmeter werkt niet.Na ongeveer 1 uur rijden horen we plots een klap
en een hels kabaal uit de chargebuis.De uitlaatklep heeft het blijkbaar
begeven.Doordat alle ramen openstaan, is het lawaai zeer goed te horen.We
lijken wel een vliegtuig dat over de weg raast.
Aan de rechterkant zien we in
de verte rijstvelden die zich uitstrekken van Mopti tot in Djenne.Naarmate we
vorderen komen de rijstvelden steeds dichter bij.Op een gegeven ogenblik rijden
we op een weg die als een dam in ligt tussen de rijstvelden.Aan de kant van de
weg zien we talloze viskooien.Er zijn ook vele vogels te zien.Maar vragen om te
stoppen durven we niet.Want de zon wacht niet om te gaan slapen en het stokje
tikt voorbij 18 uur.Bij de Bani, een zijrivier van de Niger, moeten we de veer
op.Tijdens de eerste maanden na het regenseizoen staat de Bani onder water,
waardoor je alleen met de veer aan de overkant geraakt.Tijdens het droge
seizoen is al het water opgedroogd en kan je met de auto door de bedding van de
Bani rijden.Dat lijkt ongelooflijk, want de Bani lijkt nu wel kilometers breed.
Op de veer is er plaats voor
een 4-tal auto’s.Onze Peugeot mag ook mee, maar geraakt bijna niet op het
hellend vlak.Na herhaalde pogingen lukt het dan toch en varen we in de
duisternis de brede Bani rivier over.We ontmoeten er een familie van 9
Gentenaars.Ze blijken nog geen goed besef te hebben van de waarde van de
CFA’s.In Sévaré logeerden ze ook in de mission catholique die volgens hen
waardeloos was.
Eens de veer af, moet de auto
nog een tijdje langsheen een hobbelig en zandig parcours.Wat verderop ligt dan
weer een asfaltweg die ons naar de stadspoorten van Djenne voert.We moeten er
stadstaks betalen : 1000 CFA de man.In de duisternis rijden we langs de
verlichte straten naar het logement dat de chauffeur ons aanraadde : Kita
Kourou, vlakbij de markt, op een 100-tal meter van de post en een 150-tal meter
van de Campement.Alle kamers zijn er volzet, maar we krijgen toestemming om op
het dak te slapen.De eigenaar is een vriendelijke en behulpzame man.We mogen
onze bagage de volgende dag in een van de kamers zetten.Om op het dak te slapen
dienen we 1500 CFA per persoon te betalen.
Enkele jongens die gids willen
spelen, helpen ons met het dragen van de bagage.Een van hen houdt de zaklamp
vast, terwijl ik de tent opzet.Nadien blijft hij hardnekkig aandringen om te
mogen gidsen.Ik durf er niet op in te gaan, omdat de groep liever zonder gids
in Djenne wil rondlopen.De warmte is minder draaglijk dan in de Dogon.Er zit
meer vocht in de lucht.Vermoedelijk komt dat door de nabijheid van de
Niger.Ondanks de hoge temperaturen is de warmte in Mali door de lage
luchtvochtigheid meestal te verdragen, maar hier is de luchtvochtigheid
merkelijk hoger.
Nog voor het eten verken ik de
zijstraten, waar de mensen in groepjes zitten te kijken naar de televisie.Tv
kijken kan alleen in de stad en dan nog alleen bij de meer begoeden.In Mali
zijn er 4 tv’s per 1000 personen (cijfers uit 1997) en 55 radio’s per 1000
mensen.
De voetbalwedstrijd waarnaar
ze zaten te kijken toen we Djenne binnenreden is blijkbaar gedaan.Een gids loopt
met me mee tot bij de taxichauffeur.Die legt uit dat de taxichauffeur hem
aanbeveelt als gids.Ik vertel het aan de groep, maar die reageert
afwijzend.Geen gidsen is het verdict.Ik neem een douche in de onverlichte
ruimte waar zich wat hoger het toilet bevindt.Veel water is er niet.Ik moet het
stellen met ¼ van een emmer.Zo blijft er geen water meer over om mijn voeten te
wassen.Ik merk dan er van in het toilet een stroompje loopt tot in de douche en
voel mezelf vies.
Op het terras beneden tegen de
straatkant eet ik biefstuk met groene boontjes voor 2000 CFA.Het vlees is
weeral zemelvrij en zeer lekker van smaak.In totaal drink ik 3 frisdranken voor
elk 300 CFA.We vullen het gastenboek in en stellen vast dat er nog 3 Vlamingen
logeren in Kita Kourou, naast 1 Amerikaan en 2 Fransen.Om 22u20 ga ik
slapen.Mijn grote batterij mag ik opladen in het stopcontact naast de frigo.De
eigenaar vertelt me dat er in Djenne straatverlichting is sedert 1993.
maandag 30 oktober 2000
’s Nachts trek ik tweemaal
naar de put in de grond : om 3 u. en om 6 u.Om 5 uur word ik wakker door het
gezang van de moskeegangers.Ze zingen in groep.Een micro komt er niet aan te
pas.De zon komt op over de daken en er is overal vogelgetsjielp.Ik film de
omgeving en laat dan mijn camera staan op het statief.Zonder het te weten is
het ding gericht in de richting van de gendarmerie, die onze buren blijken te
zijn.In het donker had ik nog gedacht dat het een gebouw was met Belgische
sympathisanten, want ik had de vlag met groen-geel-rood verkeerdelijk aanzien
als zwart-geel-rood.Een gendarm had het in de mot en bekeek ons de hele tijd
met argusogen.
2 x strijd om water
Ik wil me gaan verfrissen,
maar de douche en toiletruimte zijn bezet.Ervoor staat een emmer met water.Ik schep
er met mijn lege fles water uit, maar hoor eensklaps luidkeels protest.Het
water blijkt toe te behoren aan een Malinees die staat te wachten om een douche
te nemen.Ik gebaar van kromme aas en trek met het beetje water in de fles naar
het dak om mijn gezicht te wassen.Water is in Djenne geen gemeengoed.Het is er
alleen aan de pomp.Het kost 4 of 5 CFA per emmer te betalen aan de gardien die
de sleutel heeft van de pomp.Het water komt uit onderliggende aders in de
bodem.Het wordt opgepompt met een Canadese motorpomp in een watertoren met een
reservoir van 30 m³ en van daar verdergeleid via ondergrondse buizen naar de
waterkranen in de stad.Om het water drinkbaar te krijgen doet men er
chloortabletten in.
Van 7 uur tot 7u30 doe ik in
mijn eentje een toertje naar de moskee.Er zijn nog niet veel marktgangers en
het is mogelijk om de moskee in zijn geheel te filmen vanop de marktplaats.Er
lopen nog wat andere toeristen rond.
Terug in het hotel plaatsen we
de bagage in de kamer waar een Amerikaan slaapt.In de kamer staat geen bed :
alleen een matras op de grond en ernaast een ventilator.De Amerikaan is in een
ernstige ruzie verwikkeld met een Malinees.Het blijkt de buurman te zijn van de
hoteleigenaar.Omdat de doucheruimte bezet was, heeft de Amerikaan zich van geen
kwaad bewust gewassen op het dak van de buren.Het water was door het plafond
gesijpeld in de ruimte waar de buurman stond te koken.De buurman is woedend en
dreigt ermee de politie erbij te halen.De Amerikaan verstaat geen Frans en ik
kom tussenbeide om te vertalen.Hijwil geen herrie en wenst zich graag te
verontschuldigen.De hoteleigenaar zegt dat het niet de eerste keer is dat de
buurman zijn ongenoegen laat blijken.Daarom moet hij ook zo goed opletten met
het serveren van drank.Moslims mogen geen bier drinken, maar toeristen vragen
er zo vaak om.Om niet scheef bekeken te worden, schenkt hij dus geen bier,
tenzij het bier ongezien, op de kamer of op het dak, uitgedronken wordt.Hij
vraagt mij om aan de Amerikaan te vragen om aan zich aan de buurman en de
politie te verontschuldigen.De Amerikaan is bereid om dat te doen.De gemoederen
bedaren en de buurman verlaat de kamer richting politiekantoor.
Pas om 8u15 krijgen we ontbijt
in het hotel.We dienden een hele poos te wachten, omdat het brood nog moest
gehaald worden.De eigenaar wenkte ons toe dat hij om vers brood ging.Op de
tafel stond alleen oud brood.Dat is voor de andere hotelgangers, liet hij
doorschemeren.Maar geen van hen waagde het zijn tanden in het harde brood te
zetten.Er heerst twijfel in de groep of we nu al dan niet een gids zullen
nemen.Er wordt een deal gesloten met de gids van de chauffeur die zijn prijs
laat zakken van 2500 CFA tot 1100 CFA de man.Maar ondertussen heeft iemand
gevraagd waar ze mooie bogolans verkopen en heeft de hoteleigenaar ook zijn
mannetje naar voor geschoven om ons naar een atelier kan meenemen.We beslissen
om elkeen een stuk van de koek te geven.
Ik voel een drang om naar huis
te bellen.Dat kan in het nabije postkantoor naast de gendarmerie.De tarieven
hangen aan de muur, per land, telkens voor een tijdsduur van 3 minuten.Voor
5600 CFA mag ik in het kantoor van de postbeamte 3 minuten lang naar België
bellen.De postbeamte houdt de klok in het oog.Ik verneem dat Jonas een week in
het ziekenhuis heeft gelegen door een astma-aanval.Hij is blijkbaar opgenomen
de dag na mijn vertrek uit België.Maar nu stelt hij het goed.Maite is bij de
buren gaan spelen, maar Jonas is thuis.Ik kan hem snel iets zeggen.Nog in het
postkantoor koop ik 15 postzegels voor elk 310 CFA.
Op bezoek in Djenne
De gids van de hoteleigenaar
leidt ons voor 500 CFA naar een bogolanatelier.Het is er aangenaam fris.We
krijgen enkele afgewerkte bogolans te zien.De aardkleurige modderdoeken die
gemaakt zijn van klei, boomschors en bladeren, zijn met geometrische figuren
beschilderd.Enkele stoffen tonen ook taferelen met mensen die aan het werk zijn
en o.a. gierst stampen.De gids legt uit hoe de kleuren gemaakt worden.Dat
gebeurt met echte natuurkleuren en met slijk.De witte kleur ontstaat door javel
te gebruiken.Koen waagt het om de prijs te vragen en sleurt ons mee in een
eindeloos afdingingsverhaal.
Voor
eeuwig open riolen
Onderweg moeten we voortdurend
over de open riolen stappen.Ze bevinden zich in het midden van de weg en maken
de smalle zijstraatjes nog smaller.In vele van die straatjes is er aan elke
kant van de riool maar plaats voor 1 persoon.Telkens wanneer een voorbijganger
komt, moeten we over de riolering wippen naar de overkant van de straat.De
rioleringen zien er smerig uit en ze stinken.Maar ze zijn er om te blijven.Ze
genieten de bescherming van de Unesco.Sinds 1988 staan ze samen met het stadje
en zijn lemen huizen op de Werelderfgoedlijst.In 2001 zal waarschijnlijk heel
de Brugse binnenstad ook op die lijst komen te staan.De Unesco verbiedt het om
ook maar iets aan het straatbeeld te wijzigen.Ook de vervallen huizen aan de
rand van de binnenstad moeten in verval blijven.De hoofdstraten zijn onverhard
en steken vol putten en bulten.
Warenverhuis
Na ons korte bezoek aan het
bogolanatelier, gaan we met de andere gids op stap.We trekken eerst naar de
rivier waar de Bozovissers met hun waren aankomen.Ze leggen aan aan een dam
midden in het water.Op de dam heerst een drukte van jewelste.De waren worden op
karretjes met wielen gelegd en naar de markt gebracht.Aan verscheidenheid is er
geen gebrek.Een greep uit het aanbod : kruiden, zout, katoen,
huishoudproducten, potten, kleren, voedsel (groenten, graan en gesneden vlees),
schapemest dat dienst doet als brandstof.Ook Peulherders gebruiken de dam als
toegangspoort tot de stad.
Ik stel mijn camera met
statief in werking en kan ongenegeerd filmen.De brandende zon en de plaats waar
ik sta (midden op een vuilnisbelt), neem ik er graag bij.Het spektakel is
bijzonder kleurrijk.De vrouwen dragen de waren op hun hoofd, de mannen
niet.Jongens duwen de karretjes voort op de helling die leidt naar de
markt.Mannen wassen zich in de rivier.Jongens houden kippen vast aan hun
poten.Twee jongens komen de camera inspecteren en doen net alsof ze een
interview geven voor de televisie.Ze stellen zich voor als mannen van 20 jaar
oud.Ik had hier de hele morgen willen blijven staan, maar de anderen vragen me
om verder te gaan.Het spektakel maakt zodanig veel indruk dat ik vergeet om
over de dam naar de overkant te gaan vanwaar het uitzicht op de stad en de
moskee die zich spiegelen in het water nog indrukwekkender schijnt te zijn.
We trekken naar de markt en
begeven er ons tussen de verkopers.Er is zodanig veel volk dat we niet snel
vooruitgeraken.Steeds weer zijn er opstoppingen.
Omdat er zoveel
te zien is, verliezen we elkaar al snel uit het oog.Veerle krijgt van een
Peulvrouw die rond haar mond gekleurd is toelating om een foto te nemen.Ik film
ook.De mondtatouage is een teken van schoonheid en wordt als sensueel en prikkelend
ervaren.Veerle geeft aan de vrouw een speelgoedcadeautje.Ik geloof dat het een
paardje is, maar de vrouw aanvaardt het niet, mompelt iets en geeft het
terug.Misschien wil ze alleen maar geld, maar ze kan het niet overbrengen.We
stappen verder langs iemand die een grote berg boter liggen heeft.Ik mag hem
niet filmen en de boter ook niet.Het blijkt karitéboter te zijn.
Bleek is
de mode
Karitéboter is een speciaal
product in het rijtje verkoopsartikelen.Het wordt niet in potjes of vlootjes
aangeboden, maar wel los in een reuzebrok.Van karitéboter worden
schoonheidscrèmes gemaakt.De rijkere Malinese vrouwen maken er dankbaar gebruik
van om hun huid bleker te maken, want bleker zijn staat synoniem voor mooier
zijn.Er bleker uit geldt als een na te streven schoonheidsideaal.Ook armere
Malinese vrouwen proberen hun huid bleker te krijgen.Ze doen dat met goedkope
schoonheidscrèmes die kankerverwekkend zijn en pijn veroorzaken of blaren op de
huid.Deze crèmes komen uit Marokko, Nigeria, de Verenigde Staten en
Saoudie-Arabië.Wie niet bleker is in zijn gelaat, wordt soms verstoten op
feestjes en krijgt geen stoel om op te zitten of mag niet op de foto staan.
Stad met
een rijk verleden
Djenne telt slechts 8.000
inwoners.Het werd in de 8ste eeuw gesticht, toen het koninkrijk
Ghana waartoe Mali behoorde, nog bekend stond als een koninkrijk van goud.Het
was de machtigste staat van Zwart-Afrika.De gouden periode duurde tot in 1200
toen almoraviden uit Marokko het land binnenvielen.Maar dat betekende nog niet
meteen het einde van de rijkdom.Tussen 1230 en 1240 begonnen de Mandingo onder
leiding van de legendarische koning Sundjata Keita aan een reeks van grote
veroveringen.De Mandingo kwamen oorspronkelijk van een klein vorstendom aan de
bovenloop van de Niger, stroomopwaarts van Bamako.Geleidelijk aan breidden ze
hun rijk dat de naam Mali kreeg uit.Het bestond uit een confederatie van
verschillende volkeren, onder leiding van een vorst (de mansa).Het rijk strekte
zich uit van de Atlantische kust in Senegal/Gambia tot aan de bocht van de
Niger, oostelijk van Gao.Belangrijke steden waren Timboektoe, Oualata en
Djenne.Uit die periode dateert de extravagante pelgrimstocht van mansa Moussa
naar Mekka.Op zijn tocht door de woestijn liet hij zich vergezellen van 300
slaven die elk 1 kg goud meezeulden en daardoor de prijs van het goud op de
wereldmarkt kelderden.
Maar Djenne heeft ook een
voorganger : Djenné-Djeno, op enkele kilometer van het huidige Djenne
gelegen.Archeologische vondsten wezen erop dat de plaats al in de 3de
eeuw voor Christus bewoond was.Wellicht is het daardoor de oudste stad ten
zuiden van de Sahara.Vanaf de 4de eeuw was het ommuurd.
De stad ligt op het kruispunt
van oude karavaanroutes vanuit de Sahara naar de kust.Eens droegen de kamelen
goud en zout.De huidige stad werd in de 15de eeuw gebouwd.Er zijn
nog delen van de oude stadsmuren te zien, maar het grootste deel is gesloopt.
De
wereldberoemde moskee
We komen bij de moskee die
eruitziet als een indrukwekkende bruine reuzentaart.De gids leidt ons naar de
straatjes rond de moskee.Hij vertelt dat geen enkele niet-moslim nog in de
moskee mag komen.Enkele Italiaanse en Spaanse toeristen zouden er een paar jaar
geleden in korte broek zijn binnengegaan en zo heiligschennis gepleegd
hebben.Het verbod geldt blijkbaar ook voor de trappen die leiden naar de
moskee.Wanneer we ons op de onderste 2 trappen stellen om een groepsfoto te
laten nemen, worden we zenuwachtig aangemaand om er niet op te gaan staan.Want
ook dat is verboden voor niet-moslims.
De moskee is de derde moskee
op rij.Eerder al, in de 13de en 18de eeuw, stond er ook
al een moskee.In 1906 liet de Franse bestuurder Bleu de moskee herbouwen.De
moskee is op een 3 m hoog plateau gelegen en meet 75 x 75 m.Aan 2 kanten zijn
er portalen.Het portaal aan de zuidzijde is eenvoudig.Aan deze kant woonden
vroeger de arme inwoners van de stad.De noordzijde is mooi versierd voor
inwoners van het rijke oostelijke stadsdeel die aan deze kant woonden.Aan de
oostkant (de kant gericht naar Mekka) zijn 3 spitse torens te zien met op de
top een struisvogelei uit Saoudi-Arabië.Struisvogels hebben iets weg van
mensen.Ze leggen ’s morgens en ’s avonds hun kop neer, net zoals de moslims die
zich vijfmaal per dag buigen voor het gebed.
Bundels palmhout steken uit de
muren.Ze zijn een opvallend aspect van de Soudanese leembouw en hebben niet
alleen een decoratieve maar vooral ook een praktische functie.Ze dienen als
permanente steigers voor onderhoudswerken.Arbeiders kunnen erop staan bij het
uitvoeren van herstellingen, maar het blijft een hachelijk karwei.Naar verluidt
heeft het lemen gebouw elk jaar hard te lijden onder de overvloedige regenbuien
in het regenseizoen dat te situeren is tussen juli en september.Er dienen dan
ook elk jaar herstellingswerken te gebeuren.Heel de bevolking moet daarbij
helpen.Vreemd genoeg gebeurt dat pas in mei, vlak voor het regenseizoen dus.De
jonge meisjes brengen dan emmers modder en water uit de rivierbedding, terwijl
de oudere vrouwen gierst stampen en pannekoeken maken.
De moskee herinnert aan het
rijk dat 5 eeuwen geleden uiteenviel.Toen behoorde Djenne samen met het
legendarische Timbouktoe tot een roemvol imperium dat rijk geworden was door de
karavaanhandel door de Sahara.Toen de Portugezen de Golf van Guinea per schip
bereikten, geraakten de karavaanroutes in onbruik en kwam een einde aan de
glorie.
Marokkaanse
pasja’s, Touaregs, Peul en Fransen
We komen in een stadsdeel
terecht met mooie koopmanshuizen.In tegenstelling tot vele van de andere huizen
hebben ze een verdieping.Voor de kleurrijk omrande vensters zitten tralies.Het
zijn huizen van het Marokkaanse type.Ze dateren uit de 16de en 17de
eeuw toen Marokkaanse pasja’s hun stempel op het land drukten.Ze werden
voorgegaan door het Songhai-volk die in de 15de eeuw het oude rijk
Mali veroverden en zich vestigden in de Nigerbocht tussen Djenne, Timboektoe en
Gao.In 1591 maakten Marokkanen met vuurwapens een einde aan het rijk van de
Songhai.Ze brachten de handelscentra Gao en Timboektoe voor bijna 2 eeuwen
onder hun controle.Ondertussen versplinterde de rest van het oude koninkrijk,
waarvan de grote moskee van Djenne en de Djindjerei-ber-moskee in Timboektoe
enkele van de laatste overblijfselen zijn.Maar de reden voor het verval dient
niet enkel te worden gezocht in oorlogen.Het materiaal waaruit de gebouwen toen
en nu nog steeds opgetrokken zijn, treft even veel schuld.De karakteristieke
leemarchitectuur is nu eenmaal minder geschikt om de eeuwen te doorstaan dan
kathedralen en burchten.Zelfs de huidige monumenten zijn niet langer oorspronkelijk.Ze
zijn het resultaat van aanpassingen, verval en herstel met hulp van de Unesco.
Tussen de 17de en
19de eeuw kwam de genadeslag voor de bewoners.Nomadengroepen zoals
de Touareg, overvielen geregeld de karavanen die door de sahara trokken, zodat werd
uitgekeken naar een alternatief.Dat diende zich aan in de 19deeeuw,
toen Europeanen handelsposten vestigden aan de kust, waardoor de handel door de
sahara de doodsteek kreeg.
In de 19de eeuw
stichtten nomaden (Fulbe) in en rond de binnendelta van de Niger een eigen
Peulstaat Massina genaamd.Hun leider Cheiku Ahmadu vormde in 1810 het rijk om
tot een strikte moslimstaat : de Dina.Ook de Bamana hadden een eigen rijk.In de
jaren 1860 smolten beide rijken samen tot een streng-islamitisch rijk met El
Hadj Omar, een Toucouleur (volk verwant aan de Peul) als leider.Maar zoals ook
elders in Afrika kon ook hij niet op tegen de Europese kolonisatoren die elk
voor zich een stukje van de grote taart Afrika voor zich opeisten.Mali had het
genoegen de Fransen te mogen ontvangen als nieuwe heersers.De Fransen wilden
een spoorwegverbinding tot aan de Niger en stuurde in 1883 generaal
Borgnis-Desbordes naar de streek.De generaal sloeg zijn tenten op in Bamako,
waar spoedig het eerste Franse fort aan de Niger verrees.Borgnis-Desbordes
legde daartoe zelf de eerste steen en kreeg hiervoor een standbeeld op het
pleintje naast de kathedraal.Tussen 1890 en 1893 kwam heel de bovenloop van de
rivier tot aan Segou onder Frans gezag.In 1898 annexeerden de Fransen Sikasso
(met hulp van de Méharistes, kameelkorps).In 1908 vestigde het bestuur van de
kolonie Haute-Sénégal et Niger zich definitief in Bamako.
De huidige grenzen van Mali
kwamen grotendeels tot stand in 1920.De Franse bezittingen in West-Afrika
werden toen gereorganiseerd en land kreeg de naam Soudan.Het was een van de 8
deelkoloniën van Frans-West-Afrika, geregeerd vanuit Dakar (daarnaast was er
ook nog Frans-Equatoriaal-Afrika).De grenzen werden lukraak gekozen, met als gevolg
dat vele volkeren vandaag de dag verdeeld leven over verschillende
landen.Alleen de Bamana leven volledig in Mali.Ze zijn de grootste
bevolkingsgroep en maken ruim 1/3 van de bevolking uit.
Koranscholen
bij de vleet
De koranschool is ook mooi qua
architectuur.Voor de ingang hangt een doek.Erachter horen we kinderen les
volgen.We mogen echter niet binnenkijken.Ze leren de koranverzen uit het hoofd
en schrijven ze op op houten schrijfplankjes.Dat gebeurt in het Arabisch, een
taal die ze niet kennen.De lessen vinden 7 dagen op 7 plaats.Jongens en meisjes
zitten apart.In Djenne zijn er meer koranscholen dan waar ook in Mali.
Iets verderop ligt een
kruidentuin.Op deze plaats was vroeger het kerkhof, toen Djenne nog klein
was.Het kerkhof lag bij de stad, maar werd tijdens de stadsuitbreiding
ingepalmd.In de omgeving staan vervallen huizen.Niemand woont er nog.Ze moeten
blijven omwille van de Unesco.Op het dak van een huis kijken we uit op de
omgeving.We zien een brug over de rivier die blijkbaar buiten zijn normale
oevers is getreden, want in het water steekt een van de voetbaldoelen omhoog.
Lemen stad
Heel de stad ziet er dof
okerkleurig uit.De huizen, moskee en de straten lijken allemaal wat op
elkaar.Ze bestaan in wezen uit slijk of leem om het met een neutraler woord te
zeggen.Doordat er nergens rotsen zijn in de omgeving, kunnen de bewoners niet
terugvallen op stenen voor de bouw van hun huizen.Bomen zijn maar beperkt
aanwezig.Gelukkig zien de Malinezen in dat het vellen van de bomen voor hout
ten koste zou gaan van het milieu.Als je voor hout bomen omhakt, werk je de
erosie in de hand, want bomen kunnen goed het regenwater vasthouden.Als er geen
bomen staan, dan spoelt alle vruchtbare grond weg naar de rivieren, die er
bovendien door bevuild geraken.
In de plaats gebruiken ze een
bouwmateriaal dat in overvloed aanwezig is en erg goedkoop is, nl. slijk uit de
rivierbedding die ze met de hand kneden tot grote bollen of stenen.Het slib
vermengen ze met zand en rijstpeulen.Die moeten de termieten weghouden.Na een
nacht rusten gieten ze de leem in een gietvorm.Vier dagen later mag het uit de
moule.Soms soms voegen ze er bourgou bij.Dat is een plant die ervoor zorgt dat
de gedroogde leemblokken niet se fissure au soleil.Nieuwe huizen worden ook met
de traditionele bouwmaterialen gebouwd.Dat was o.a. het geval voor het onlangs
gebouwde ziekenhuis.
We passeren ateliers waar
zilversmeden aan het werk zijn.Wat verder zit een man voor te lezen uit de
koran.Misschien is het een maraboet.Ik vraag toelating om te mogen filmen en
biedt cadeautjes aan in de vorm van potloden.De man neemt ze aan, maar wil ook
stylo’s en geld.Ik vind dat wat te veel van het goede en stel voor om alleen
stylo’s te geven.Maar het stelt de man niet tevreden.Hij wil niet meer
voorlezen.Ik hou de stylo’s bij me en film alleen de koran die hij in zijn hand
houdt in close-up.
Naar het
frietkraam
Terug aan de markt gekomen
biedt de gids aan om op een dakterras te gaan om foto’s te nemen van de
moskee.Het kost geld.Ik ga een kijkje nemen, maar vind het gezicht niet zo
speciaal en betaal niets.De groep splitst zich.Er zijn er die iets willen gaan
eten en daarna nog bogolans willen kopen.Dirk, Koen en ik blijven nog wat
rondhangen op de markt en drinken eerst een frisse cola voor 250 CFA.We krijgen
er gratis kleine visjes bij.We besluiten om nog wat visjes te kopen en om aan
een “friet”kraam maniokfrieten te kopen.Ze kosten 25 CFA per friet.We kopen er
voor 700 CFA en nestelen ons tussen de marktkramers neer.Ondanks de reclame die
we maken voor de lekkere frieten, komt niemand anders er kopen.De mensen vinden
het wel grappig dat we zo tussen de Malinezen in gaan zitten.
De markt
in close-up
Dirk en Koen besluiten
vervolgens om naar de juwelier te gaan om er zilveren sieraden te kopen.Ikzelf
trek naar Chez Baba, waar de anderen zitten te eten.Er circuleren postkaarten
rond die je kan kopen, maar daar heb ik nu geen tijd voor.Toch zouden het de
mooiste geweest zijn die we tijdens onze reis tegenkwamen.Langs een
boomstamladder klim ik op het dak en stel er mijn statief op om te filmen.Ik
heb er een schitterend zicht op de markt en de moskee in de verte.
De mensen staan per
bevolkingsgroep op de markt.In Mali is er een veelheid van bevolkingsgroepen
die elk hun eigen taal spreken en hun eigen gewoontes en gebruiken hebben.Er
zijn er een 20-tal.In het noorden rond Timboektoe wonen de Touaregs, een trots
nomadenvolk dat vroeger met karavanen de Sahara beheersten.Een andere groep
zijn de Peul, de herders die met grote kuddes koeien over eindeloze, kale vlaktes
trekken.De Bozo zijn een volk van vissers dat van de visvangst en de
scheepvaart leeft.Dan zijn er nog de Dogon die geïsoleerd leven in het
onherbergzame rotsgebied en hun eeuwenoude cultuur behouden hebben.De grootste
bevolkingsgroep zijn de Bambara die voornamelijk wonen in de hoofdstad en in en
rond Segou, die in de 18de eeuw de hoofdstad was van het
legendarische Bambararijk.
Daarna begeef ik me nog een
laatste keer tussen de marktkramers.Daarbij passeer ik voorbij de kleermakers
die allen druk bezig met het stekken van kleren.Er zijn erbij die stekmachines
gebruiken uit mijn kindertijd.Onophoudelijk snorren de machines lange banen
stugge stof aan elkaar.Iets verder verschijnt een groep Italiaanse toeristen.Ze
zijn met een gids die eerder al in ons hotel was en ons probeerde te overtuigen
om met hem een excursie te maken.Bij de toeristen zijn er nog die een
filmcamera bij hebben.De sfeer is ontspannen.Geen enkele Malinees lijkt zich te
storen aan het gefilm.Is het omdat de toeristen zo talrijk zijn ?
Geuren van kruiden en zeep
kriebelen mijn neus.Hoewel de verscheidenheid aan waren enorm is, zijn er niet
veel marktkramers bij die meerdere waren aanbieden.De meesten bieden maar een
artikel aan.Het lijkt afgesproken spel.Zo heb je de peperventer, de karitéman,
verkoopsters van 1 welbepaalde soort vis, de puimsteenverkoper, de
oliebolverkoopster, de fuikmaker...Alleen de fietsherstellers zijn met meer dan
een.
Balen katoen worden op een
truck geladen.Katoen is een exportproduct.In Afrika is Mali de 2de grootste
producent van katoen met 500.000 ton per jaar.Het is sterk afhankelijk van de
wereldprijs.Ook kleine uitjes die het zo goed doen in het Dogongebied worden
uitgevoerd.Andere uitvoerartikelen zijn gedroogde en gerookte vis dat vnl. naar
Ghana en Ivoorkust wordt geëxporteerd, goud, katoen, mango’s en
vee.Importgoederen zijn chemicaliën, petroleum, machines, motoren en
voertuigen.
Tegen 14 uur ben ik terug bij
Kita Kouro.Een per een komen de anderen uit de groep aan.Ik ga nog snel wat
postkaartjes kopen.In het Campement heb ik geen kleingeld en kan men geen geld
teruggeven.In een winkeltje moet ik een hele tijd wachten om te kunnen betalen,
omdat de twee verkopers aan het bidden zijn.De ene doet dat ostentatief op een
tapijtje.De andere steekt met een paternoster in de hand voortdurend zijn hoofd
in de frigobox, alsof hij veinst aan het werken te zijn op zoek naar dat ene
flesje frisdrank.Ik koop uiteindelijk 5 postkaartjes voor elk 250 CFA.
Terug naar Sevaré
Om 14u40 rijden we weg.De auto
bolt op en neer door de drukke straten.We hebben veel bekijks.Misschien ligt
dat wel aan onze auto.Want in Djenne zijn er maar een handvol auto’s die dan
nog meestal toebehoren aan ambtenaren van niet-gouvernemente organisaties.
We passeren kraampjes die we
nog niet zagen.De markt blijkt zich over een groot deel van de stad te
verspreiden.We zien kraampjes met fetisjen of gris-gris en een hele straat vol
stapels hakhout.
Aan de overzet hebben we geluk
: onze chauffeur mag als 5de en laatste mee op de pont achter 2 vrachtwagens
die milimeters naast elkaar op de pont geparkeerd staan.Ik verlies er mijn
klein handdoekje.Tot mijn grote ontstentenis stopt de chauffeur onderweg
slechts 2 keer, telkens na lang aandringen.Eenmaal gebeurt dat bij de
rijstvelden.In het water zie ik een school kleine visjes.Maar vissers zijn er
niet.Die zijn blijkbaar allemaal nog op de markt te vertoeven.Bij een dorpje
maan ik de chauffeur tot stoppen aan.Er staat een mooie lemen moskee die is
gebouwd naar het voorbeeld van de befaamde moskee van Djenne.Het blijkt lang
niet de enige moskee te zijn die lijkt op de moskee van Djenne.Naar ’t schijnt
gebeurt het imiteren zonder plan, zonder meter, zonder loodjes en zonder
aanduidingen op de grond, zomaar uit het hoofd.
Onderweg zien we mooie taferelen,
zoals een massa koeien en een dromedaris.Maar de chauffeur heeft blijkbaar
haast.Overal waar we mensen zien, zwaaien we ze toe.Niemand laat na om terug te
wuiven.Bij de controlepost voor Sévaré houden we ons hart vast dat we niet
opnieuw een berisping krijgen over de ontbrekende stempel op ons paspoort.Maar
het is gelukkig een andere man die de controle doet.We moeten zelfs niet eens
ons paspoort tonen.Aan de overkant van de weg merken we de gendarm van de
vorige dag op.Hij rust er uit op een stoel.
Net zoals bij onze andere
stops komen ook hier kinderen maar al te graag onze hand schudden.Een meisje
durft het zelfs al onze namen te vragen.Koen vraagt ook haar naam (Shava) en
haar... telefoonnummer.Ze moet erom lachen en vertelt het snel aan haar vriendinnen
die ons verleidelijk uitwuiven.
Tijdverlies
Bij onze aankomst in Sévaré
passeren we langs een lutheriaanse missiepost.In de brede straat die naar de
mission leidt, op amper 200 m van onze eindbestemming, krijgt de chauffeur een
lekke band.Daniël helpt een nieuwe band opleggen.Er lopen bijzonder veel
kinderen op straat.De school is net gedaan.Ik loop rond met mijn camera en
krijg van een voorbijgaande militair te horen dat ik onder geen bedingingen mag
filmen.Hij wacht om voort te gaan totdat ik mijn camera in mijn tas gestopt
heb.Enkele jongens bewegen een ringel vooruit met een stokje.Op het grote open
terrein spelen kinderen voetbal.Varkens, kalkoenen, geiten, kippen hebben
overal vrij spel in de straten.
Om 17u40 arriveren we in de
missiepost.Daniël en Dominique gaan de bewaker opzoeken om te zien of ons
logement gereserveerd is en om te vragen of het toegelaten is om buiten te
slapen.Onder de blote hemel slapen mag niet volgens het reglement.Père Vincent
is er niet en we moeten wachten, een heel uur lang.Een vrouw biedt ons gratis
water aan.Ik ga me binnen zetten en vul er mijn dagboek aan en schrijf enkele
postkaartjes.Een priester uit Burkina Faso komt ons groeten.Hij is hier om tot
priester te worden gewijd door de bisschop.Ondertussen is onze Dogongids Amadou
komen opdagen.Hij verneemt dat père Vincent er niet is en gaat hem zoeken.Om
18u45 daagt de pater eindelijk op.Hij neemt ons mee in de richting van het
gebouw waar we vorige week sliepen, maar wijst ons een ander logement toe.Hij
vraagt waarom we op hem hebben gewacht.De bewaker had ons even goed de sleutel
kunnen geven.
We testen de ventilatoren
uit.Ze blijken het op het eerste gezicht niet goed te doen, maar komen mits wat
gepruts aan de schakelaar uiteindelijk tot volle toerenkracht.We nemen snel een
verfrissende douche en gaan dan eten naar restaurant Teranga op de hoofdweg
naar Mopti.Het wordt een heel eind wandelen.Amadou, père Vincent en nog een 3de
Malinees gaan met ons mee.De onbekende ziet eruit als een zeeman, wat later
blijkt te kloppen.Het is de kapitein van de pirogue waarmee we de volgende dag
een bootexcursie zullen maken.
In restaurant Teranga
De tuin bij restaurant Teranga
lijkt gezellig, maar Amadou leidt ons meteen naar het terras op de verdieping.Aan
de muur hangen twee lichten : een groene en een rode.Het lijkt wel een
hoerekotje.We schuiven aan tafel en bestellen.Ik neem capitaine à la braise met
puree.De capitaine is een soort baars die in de Niger leeft.Hij kan wel 1,5 m
lang worden en lijkt wat op kabeljauw qua uitzicht.Op de menu staat vers
fruitsap.Dat wil ik niet missen.Maar dan blijkt er alleen ananassap te zijn in
blik.Veerle verliest haar geduld.Verveeld vraagt ze me om nu eindelijk te
bestellen.Ik verschiet van haar reactie en bestel dan toch maar het fruitsap.
Ik vraag aan Amadou welke
excursie hij voorstelt voor de volgende dag.Hij stelt voor om alles uit te
leggen na het eten, maar zolang wensen we niet te wachten.Amadou stelt ons voor
aan de kapitein : Amadou Magia.Zijn vrouw heeft een reisagentschap en hij toont
ons een foldertje.Amadou Magia is afkomstig van het 500 km verder gelegen
Timbouktou.
Amadou vraagt of we akkoord
gaan met een piroguetocht.Een tocht met een pinasse zou veel duurder
uitvallen.De prijs bedraagt 7.500 CFA per persoon, samen 52.500 CFA.Hij stelt
voor om ons om 8u30 op te halen voor een boottochtje.Dat is niet naar mijn zin,
want we waren eerder al overeengekomen om vroeg op te staan om te gaan kijken
naar de vogels en de zonsopgang.Ik denk voor heel de groep te mogen spreken,
maar hoor een afwijzende opmerking van Daniël.Toch komen we uiteindelijk
overeen om om 6 uur aan de missiepost te vertrekken en om de boottocht te
beëindigen tegen zonsondergang.Een moeilijk punt blijven de paspoorten.We
moeten nog een stempel halen bij de politie van Mopti en die openen hun kantoor
pas om 8u30.Misschien is het daar dat het schoentje wringt bij Daniël.Eerder al
liet hij herhaaldelijk verstaan dat hij hier niet in de bak wil
verzeilen.Amadou stelt ons gerust.Hij zal morgen zelf naar de politie gaan om
de stempel te halen.Ik stel een contract op en betaal 37.500 CFA als
voorschot.Amadou Magia dikteert de bezienswaardigheden van de tocht : 1) het
dorp Djennediaga (bozodorp), 2) Capouloudaga, 3) Djembe (peuldorp), 4) campement
touareg, 5) samenvloeiing van de Bani in de Niger, 6) Motiede.Hij verzekert ons
dat we veel vogels zullen zien en zegt dat er zelfs nijlpaarden zitten in de
rivier, maar dan wel op 2 dagen varen.
Ondertussen is het eten op de
tafel beland.De pureepatatjes heeft men vergeten.Na een poosje komt men ze toch
brengen.De pureepatatjes smaken lekker, maar lijken ook een doos te komen.De
vis is evenwel overheerlijk.Ze lijkt op kabeljauw, maar heeft meer smaak.
dinsdag 31 oktober
2000
Geduld
’s Morgens zijn we al om 5u05
wakker.Ik eet een sultanakoekje en wacht.Een half uur later dan afgesproken
komt de wagen.We betalen 2500 CFA voor het vervoer naar Mopti en 6000 CFA voor
12 flessen water.
De auto rijdt langs de
stofferige brede weg naar de asfaltbaan die Sevaré met Mopti verbindt.Amadou
komt op zijn bromfiets achter.De weg tot Mopti is kaarsrecht en 7 km lang.Ze is
omgeven door moerassen, waar in de eerste maanden na de regentijd rijst
verbouwd wordt.Volgens een reisgids zou de weg op een dijk liggen die 12 km
lang is, maar dat lijkt me wat overdreven.Bij het binnenrijden van Mopti staan
aan beide kanten van de weg bomen.Ze zijn aan de onderkant van de stam in het
wit geschilderd.
We stappen uit bij de halte
van de minibusjes, vlakbij de gendarmerie.De zon kruipt vanachter de wolken
tevoorschijn.Mijn camera is er getuige van.Blijkbaar kan je hier fietsen huren,
want een toerist rijdt van zijn hotel weg met een mountainbike.We wandelen door
de straten naar de steigers.De boot is er nog niet.Ook het water en proviand
ontbreken.We vernemen dat de bananen waarvoor we geld gegeven hebben nog niet
aangekomen zijn.Dan duikt onze kapitein op.Hij moet de pirogue, een lange
prauw, nog halen.Uiteindelijk is het 7u45 als we wegvaren.
Piroguetocht op de Bani
We varen in de richting van
bar Bozo, langs de scheepswerf waar boten worden gemaakt.Iets verderop meert de
boot aan om vis te kopen.Een man wast zich in het water met onnoemelijk veel
zeep.Aan de oever staat een vrouw haar kind te wassen.Ook daar geen gebrek aan
schuim.Het lijkt geen gewone zeep te zijn, maar een product dat in een rekbaar
netje zit.
We steken de brede Bani over
vlakbij de kruising met de Niger.Aan de overkant staan enkele bomen in het
water.Net zoals bij de Niger treedt ook de Bani ver buiten zijn oevers tijdens
het regenseizoen.Het hele gebied verandert zich dan in een groot meer van
40.000 km², dat is groter dan de oppervlakte van België.Op de stukken
ondergelopen grond verbouwen de Songhai rijst.
Even later varen we langs en
vervolgens dwars door de rijstvelden.De rijst staat al meer dan 1 meter boven
het water en lijkt plukrijp.De aren strelen onze boot.Tussen de rijstvelden
door drijven massa’s witte waterlelies.Af en toe zien we een vogel
overvliegen.Doorgaans gaat het om zilverreigers en zwarte wouwen.De zwarte wouw
is een donkerbruine roofvogel met een gele snavel en gevorkte staart.Enkele
keren merken we ook gele vogeltjes op die op de rijstaren proberen te zitten.
Te gast
bij de Bozo
Onze eerste halte is het dorp
Yennedaga, waar Bozo en Somono samenleven.De straatjes zijn er zeer netjes en
fris uit.Daarna volgt Kakolodaga, eveneens een Bozodorp.Er staat een
schitterende lemen moskee.Van filmen komt niet veel in huis, omdat de mensen
allemaal om geld vragen.Voor hen zijn we een bron van inkomsten.Een toerist
wordt verondersteld veel geld te hebben en daar een flink stuk van mee te
hebben.In heel Mali geldt dan ook hetzelfde liedje : De mensen vragen geld of
proberen iets te verdienen door te gidsen of door iets te verkopen.Ofwel vragen
ze snoepjes, pennen, t-shirts, schoenen.Zelfs mijn horloge en cameratas staan
op iemands verlanglijstje.
Hier en daar ligt vis te
drogen.Een man herstelt een visnet, kinderen kneden bollen, zo groot als hun
hand.Het is lokaas voor de vissen.We geven wat kleertjes aan het dorpshoofd,
die er dankbaar voor is en ons hartelijk begroet.
De bozovissers wonen op
langgerekte terpen.Als het water zo hoog stijgt dat hun dorp onder water dreigt
te lopen, pakken ze al hun huisraad bijeen en verhuizen naar een hoger gelegen
plaats.
Te gast
bij de Peul
In het volgende dorp Djembe
staat een mooie moskee.Het wordt bewoond door Peul.In heel Mali zijn ze met
meer dan 1 miljoen.Het zijn veehouders in hart en nieren.Ze kijken neer op
akkerbouw, tuinbouw en visserij en zullen zich dan ook nooit aan dat soort
agrarische activiteiten bezondigen.De vrouwen zijn vooral bekend voor hun
kostbare grote oorbellen, die soms zwaarder wegen dan een boek.Helaas zie je ze
nauwelijks meer.Dat komt doordat vele Peul na de droogtes van de afgelopen
decennia (grote droogtes 1968-1973 en 1980-1984) hun sieraden hebben moeten van
de hand doen om nieuw vee te kunnen kopen.De Peulmannen zijn te herkennen aan
hun typische punthoed van riet en leer.
De Peul zorgen voor de 6
miljoen koeien in Mali.Ze geven 2 liter melk per dag, dat is 15 maal minder dan
een koe in ons land.Ze hoeden ook voor een groot deel van de 6 miljoen schapen
en 8 miljoen geiten.Alleen voor de 25 miljoen kippen hoeven ze niet zelf alleen
te zorgen.
De mensen zijn er lastig en
opdringerig.Kapitein Amadou verzekert me echter dat ik mag filmen.We gaan zelfs
enkele huizen binnen.Het meest merkwaardige is dat van de chef du village, waar
er geweefd wordt.De geweven stof is meer dan 10 meter lang en hangt languit
opgespannen doorheen een luik waarachter de wever zit.De wever gebruikt daarbij
zowel zijn handen als zijn voeten.We stappen binnen in het atelier.Een massa
kinderen volgt ons en kijkt toe hoe we op de tonen van “1,2,3,4 hoedje van,
hoedje van” hoedjes van papier maken.We krijgen enkele afgewerkte producten te
zien, zoals een prachtig groot tafellaken vol motieven.Daniël vraagt hoelang
eraan gewerkt is en de man antwoordt : 40.000 CFA.Uit vrees wellicht dat
daarmee het onderhandelen begonnen is, corrigeert Daniël snel door te zeggen
dat hij alleen wil weten hoelang eraan gewerkt is.Amadou komt tussenbeide en we
vernemen dat er 1 volle maand aan gewerkt is.Het tafellaken ziet eruit als een
juweeltje.Maar of die 40.000 CFA de beginprijs is of de te nemen of te laten
prijs komen we niet te weten.De rest van de reis zal ik me beklagen dat ik erop
geen bod heb gedaan, want het was een prachtig stuk vakmanswerk.Bij de gedachte
dat dit het dorp Djembe is kunnen Dominique en Daniël er niet aan weerstaan om
elk een smal lang stuk stof te kopen.De deal is snel gesloten en we trekken
verder.
Zwarte piet
Kinderen blijven aandringen om
snoep te krijgen.Amadou koopt een zak snoep, kruipt even in de huid van zwarte
piet en gooit de begeerde lekkernij net voor ons vertrek in de menigte.Er wordt
geduwd en getrokken om een spek te pakken te krijgen.De vrouwen houden zich
niet afzijdig, maar vechten evengoed mee.Amadou amuseert er zich mee om,
terwijl de boot wegvaart, ook nog snoepjes in het water te gooien.Jongetjes die
nauwelijks hun hoofd boven het water kunnen houden, zwemmen er naartoe alsof
hun leven op het spel staat.We vinden het allemaal wat overdreven en besluiten
om voortaan de snoep alleen nog uit te delen aan de ouders.
De
theeceremonie
Kapitein Amadou Magia start
met de theeceremonie, die altijd uit 3 rondes bestaat.De eerste ronde wordt de
thee zuiver en dus bitter opgediend.Het symboliseert de dood voor.De tweede
ronde wordt er een beetje suiker doorheen gemengd.De thee wordt er zoeter door
zoals het leven.De derde en laatste ronde komt er nog wat suiker bij en wordt
de thee zo aangenaam als de liefde.
Overal
kinderen
We varen verder naar het dorp
Tibetaga waar kinderen nagels smeden.De nagels dienen voor het maken van
boten.We bezoeken er ook een smid en pottenbakster.De mensen zijn er
afstandelijker en niet opdringerig.Het dorpshoofd is oud en moe.Hij vindt het
niet erg dat we geen colanoten hebben meegebracht.
Opvallend in al de dorpen zijn
de vele kinderen.Het is een normale weekdag en dus zouden ze normaal gezien op
school moeten zitten.Op platteland is er alleen lager onderwijs.Voro hoger
onderwijs moet je naar de stad gaan.Het vervoer naar de scholen is zeer
gebrekkig.De kinderen moeten meestal te voet gaan, soms meer dan 10 km
ver.Vandaar dat er velen niet gaan.Op het platteland gaat slechts 10 % van de
meisjes naar school.Ze blijven thuis om hun ouders te helpen met het stampen
van gierst en het werk op het land.Vele vrouwen zijn daardoor ongeletterd.In
heel Mali kan slechts 48 % van de mannen en 33 % van de vrouwen lezen en schrijven.Op
het platteland is dat cijfer bedroevend lager.
Picknick op de Bani
’s Middags houdt onze boot
halt temidden van de rijstvelden.De kapitein heeft even moeite om de juiste weg
te vinden tussen de rijstvelden.Een enkele keer waren we bijna vastgelopen op
een zandbank.Op het menu staat rijst met tomatensaus en vis, klaargemaakt op
een houtskoolvuurtje.Maar o wee, de kapitein is de borden vergeten.Er zit niets
anders op dan de lege flessen water open te snijden om als bord te gebruiken.De
kok heeft er de hele vis ingedraaid, tot en met de kop.Na de vis, krijgen we
een zoete, sappige watermeloen.
Geen
nijlpaarden, gelukkig maar !
Langzaam varen we
verder.Stilaan wordt het ons duidelijk dat de historie over mogelijke
nijlpaarden verzonnen was, want hippo’s zijn nergens te bespeuren op onze
trip.Maar in een krantenartikel lees ik nadien dat er toch vele in de Niger en
de Bani wonen.Misschien is het maar goed dat we er vandaag geen zien, want ze
kunnen ook agressief voor de dag komen.In Enkele dagen voordien werd de streek
opgeschrikt door een plaag van agressieve nijlpaarden die 12 vissersboten
vernielden en ook mensen en vee te lijf gingen.
Bij de Touaregs
Langzaam varen we verder.Er staat
nog 1 dorp op de agenda.Het is er een met een touaregkamp.Op de nok van een
strodak zit vredig een hele rij kalkoenen.Net als ik wil filmen springen ze er
allemaal af.Het filmen verloopt hier vrij chaotisch.De kinderen vertrappelen
elkaar bijna om voor de camera te kunnen staan, maar de touaregvrouw die in een
rieten stoel zit toe te kijken, wil niet in beeld komen.Ik film toch
ongemerkt.Wat later laat ik de mensen meekijken via het LCD-scherm.Het wordt
onthaald op algemene hilariteit.Zelfs vrouwen dringen zich tot bij de
camera.Een vrouw houdt haar hand niet voor de lens, maar wel voor het
LCD-scherm.Daardoor ziet ze haar hand niet in beeld.Ze blijft de arm op en neer
bewegen voor het schermpje, maar tevergeefs.
Het is ietwat ongewoon om hier
Touaregs te zien, want hun leefgebied situeert zich eigenlijk in de
woestijn.Daar wonen ze nog met zo’n 300.000 verspreid over verschillende
landen.Ze hebben geen eigen land en leiden een trekkersbestaan, wat hen een
gevoel van onafhankelijkheid geeft van de volkeren die in hun land domineren.Om
gemakkelijk te kunnen rondtrekken wonen ze in hutten van hout en stro die
gemakkelijk te demonteren zijn.Om zich te beschermen tegen de woestijnwind en
het zand dragen ze lange katoenen kledij, die ze rond hun hoofd en mond draaien.Dirk,
Koen en Daniël kopen in de shop elk een tulband.Een vrouw demonstreert hoe je
de tulband moet aandoen en ik film het voor alle zekerheid.Ik koop een zilveren
halsketting voor 4500 CFA.
Bij de Touareg zijn het de
vrouwen die de zaken leiden.Hun voorouders controleerden ooit de
trans-Sahara-karavaanroutes waarlangs de slaven naar het noorden werden geleid.
In en rond bar Bozo
We steken de rivier over en
arriveren rond 18 uur in Mopti.Bij de aanlegkade wassen vrouwen zich met bloot
bovenlijf in het water.We varen verder tot aan bar Bozo.Daar zijn het de mannen
die zich wassen en wel helemaal naakt.Maar het is al donker.Op de tast stappen
we over de rotsen en steken het poortje open dat naar bar Bozo leidt.Zoals de
meesten bestel ik een capitaine.Er is keuze tussen capitaine à la braise (2000
CFA) en à la brochette (2500 CFA).Als garnituur bestellen de meesten
frietjes.Daniël bestelt samen met Veerle groene boontjes, maar de opdienster
vergeet het te brengen.De twee Mamadous eten kip.
Om 20u30 brengt een gammele
dieseltaxi ons terug naar Sévaré.De vastgeroeste deuren geraken bijna niet
open.En ook de motor lijkt het einde nabij.Traagjes geraken we op weg.De
uitlaatgassen lijken ons te willen overmeesteren.Alleen de radio lijkt nog in
topconditie en stuurt opgewekte reggaemuziek op ons af.Op de plaats van het
ontbrekende achteruitkijkspiegeltje, hangt een bal, bijna zo groot als een
voetbal.Kapitein Mamadou mist zijn bed.Hij verliest de controle over zijn hoofd
en laat het voortdurend zijdelings vallen op mij.Na een verfrissende douche in
de kamer, kruip ik om 22 uur onder mijn clambo.
woensdag 1 november 2000
Ik blijf in bed liggen tot 7
uur, ga dan naar het toilet, neem een douche en schrijf in mijn dagboek.Dirk is
van plan om een fax te sturen naar het thuisfront en ik schrijf ook enkele
regels.Ook de anderen zouden dat doen, zodat we uiteindelijk 1 volledig blad
zouden krijgen.’s Avonds zou Dirk de fax versturen voor de gigantische som van
meer dan 1100 fr.
Om 7u40 zet een bestelwagentje
zich in gang richting busstation Sévaré.De goede staat van de auto staat in
schril contrast tot de auto’s waar we tot nog toe in meereden.Ik ben benieuwd
over hoeveel kilometers de auto nog maar gedaan heeft, maar de kilometerteller
werkt maar tot 9999.We kopen busticketten naar Segou voor 5000 CFA per
persoon.Van zodra we uitstappen worden we belaagd door souvenirverkopers.De
meesten bieden sieraden aan.Ik laat me verleiden om 2 halskettingen te kopen
voor 3500 CFA en 2000 CFA.
Bezoek aan Mopti
In Mopti lopen we rond langs
de vele kraampjes.Eerst nemen we een kijkje in de scheepswerf, waar prauwen
worden gebouwd.Dat gebeurt met nagels die eerst moeten worden gemaakt.Een man
zit op een plank die hij tussen zijn benen in met grote kracht doormidden
zaagt.Dan gaat het langs de viskraampjes waar vrouwen van bozovissers eindeloze
stapels zwartgerookte visjes proberen te verpatsen.Vervolgens belanden we bij
een ontbijtstalletje.We vleien ons op de bank neer en kijken toe hoe de man
koffie voor ons klaarmaakt.Het is een goddelijk gezicht hoe hij minutieus de
poederkoffie met melk al roerend met elkaar vermengt.Een glas koffie kost 100
CFA.Een toekijkende man vertelt over politiek, over de rol van
Frankrijk.Frankrijk veroverde Mali op het einde van de 19de eeuw en
noemde het land Soedan.In 1960 werd het land onafhankelijk.Maar Mali kan niet
zonder Frankrijk, luidt zijn opinie.Ondertussen horen we nogmaals dat er in de
Ivoorkust ferm gevochten wordt.
Mopti is de derde grootste
stad van Mali en telt ca. 90.000 inwoners.De stad is gelegen op de
samenstroming van de Niger en de Bani.Het is een belangrijk visserijcentrum.Er
wordt vis uitgevoerd naar Burkina Faso, Ghana en Ivoorkust.
We wandelen over de dijk naar
de oude stad.Langs de kant van de weg zitten verkopers van allerlei
waren.Achter hen in de diepte strekken zich moerassen uit waar rijst geteeld
wordt.We mogen de moskee niet binnen.Een gids geeft uitleg vanop het dak van
het huis dat paalt aan de moskee uitleg.De moskee is blijkbaar niet al te
groot.Vandaar dat alleen mannen erbinnen mogen.De vrouwen dienen vrede te nemen
met een plaatsje in het gebouw aan de overkant van de straat.De moskee in
roodkleurige aarde dateert uit de jaren ’30.Het is een stenen gebouw met een
laag leem eroverheen.Qua stijl lijkt het op de Soudanese bouwstijl.
In de straten
heerst een grote drukte.Taxichauffeurs houden tegen het stof een doek voor de
mond.Hun gele auto’s zien er allemaal geabimeerd uit.Het stratenpatroon is niet
middeleeuws, maar lijkt op een dambordpatroon.De Fransen hebben er duidelijk
hun stempel op gedrukt.De ezels staan op straat voor het huis.Op elk
binnenplein leven kippen en geiten in harmonie met kookpotten.
Op de vismarkt
Bij de vismarkt leidt een trap
naar de Artisanat.Op die trap staan toeristen foto’s te nemen van de markt.Ik
vervoeg hen met mijn camera en kan vrijwel ongestoord tewerkgaan.Het is een
boeiend spektakel vol kleur.De vrouwen hebben hun beste pak aangetrokken.Hun
kleren zijn bijzonder kleurrijk, maar toch harmonieus.Het zijn panes met
batiktekeningen.Mannen zijn zo goed als volledig afwezig.
In de Artisanat zijn
kleermakers aan het werk.In een kleerwinkeltje koop ik 2 Afrikaans getinte
broeken voor 7000 CFA (vraagprijs was 11500 CFA).Er is ook een shop met
muziekinstrumenten en met djembes.
Naast de vismarkt is er ook
een groentenmarkt.Er zijn ook Peulvrouwen aanwezig.Ze hebben een duidelijk
afwijkende fysionomie, reuzegrote oorbellen, vaak met een neusring en met de
typische blauwe schaduw rond de lippen.De mensen zijn een voor een prachtig
gekleed.Het typeert hun mentaliteit.Hoewel velen onder hen nauwelijks eigen
bezittingen hebben, gedragen ze zich als modale of zelfs rijke
burgers.Vermoedelijk beseffen ze dat hun voorvaders in de Middeleeuwen een
hoogstaande cultuur hadden die niet moest onderdoen voor hun tijdgenoten in
Europa.Misschien maakt dit besef hen trots.
Het typeert ook het beeld dat
ik meedraag van de Malinezen.Mali is het 4de armste land ter
wereld.Het gemiddelde maandsalaris bedraagt slechts 1365 fr.Veel meer dan
enkele kookpotten en wat loslopend vee lijken de mensen niet te hebben.Maar hoe
arm de mensen ook zijn, toch geven ze niet de indruk arm te zijn.Het middel bij
uitstek om zich welstellend voor te doen, is hun kledij, met de meest
uiteenlopende kleuren, soms vloekend, dan weer bijzonder harmonieus.
Vanuit de hoogte heb ik een
prachtig zicht op de haartooi van de vrouwen.Velen onder hen dragen geen
hoofddoek en hebben ingewikkelde patronen in hun haar.Variatie is er genoeg.Er
is zelfs een bij met haar gevlochten in de vorm van slakken.Je vraagt je af
waar ze de tijd vinden om het haar te vlechten.Voor sommige vlechtwerken ben je
snel enkele uren bezig.Het haar van je vriendin, dochter of van een kennis
vlechten blijkt iets heel normaal te zijn.Het geduld dat je ervoor opbrengt,
geldt als een teken van ware vriendschap.
Terug op straat zie ik twee
kleine meisjes vrolijk met elkaar omgaan.Het ene meisje draagt een paarse
plastieken pop op haar rug.Ze zien er zo spontaan uit.Ik wens hen een cadeautje
te geven en dan wat te filmen, maar dat loopt niet van een leien dakje.Plots is
alle spontaniëteit weg en verandert de vrolijkheid in angst.Ik geef hen een
uiltje en een openklapbare obelix.De mensen errond proberen de kindjes op te
vrolijken, maar het lukt niet.Wat verder in de straat spelen kinderen met de
voetbaltafel.Eerst willen ze niet dat ik film, maar als ik vraag wie er aan het
winnen is, mag het toch en doen ze hun best om te winnen.In de zijstraatjes
worden huizen gebouwd of gerestaureerd.Arbeiders voeren kruiwagens met lemen
bakstenen aan.Samen met Koen stappen we door de zijstraatjes die er quasi
verlaten bijliggen.Vele huizen zijn in fraaie kleuren geschilderd.Aan een
balkon hangt een dierenvel te drogen.Hier wonen misschien huidenvetters ?
Terug op de dijk aanbeland probeert
een man ons kruidenpoeder te verkopen.Koen en Dirk nemen er een puntmesje van,
maar de man vraagt 1500 CFA voor het kleine bokaaltje en we bedanken hem
ervoor.De rest van de groep loopt ondertussen al een heel eind voorop.We
stappen naar het andere stadsgedeelte.In een winkeltje snuister ik naar
postkaartjes.Het rek met de kaartjes staat bovenop allerlei waren en ik kan er
niet bij.Daarom bied de verkoper me een lade aan vol postkaartjes.Ze zitten
allemaal door elkaar, maar de meeste zijn dezelfde.Er zijn er enkele bij van
vrouwen die waren op hun hoofd dragen.Maar de andere zijn bijna allemaal
dezelfde die ik al zag in Djenne.Veel keuze is er uiteindelijk niet, maar ze
kosten slechts 150 CFA.In het postkantoor is de prijs 250 CFA voor een
postkaartje.Ze zijn er uitgestald in een rekje op de toonbank.
Middagmaal in Le Regal
Om 13u45 stappen we binnen in
Le Regal, een klein restaurant op de hoek van de weg bij de rivier.In het
lokaal staan een 3-tal tafels met stoelen en een frigo.Aan de muur hangt het
menu (zie reisverslag over prijzen).Rustig eten kunnen we niet.Een man wil cd’s
verkopen.Hij vraagt 1200 CFA per cd.Er zijn er bij van Youssou N’Dour, Baaba
Maal, Sekouba Bambino Diambate en Ali Farka Touré.Een andere biedt
halskettingen aan en een meisje heeft er ook enkele veil.Ik moet nog altijd
zwaar hoesten.De biefstuk is in stukjes gesneden en de frietjes zijn kleiner
dan in België.In de frigo steekt alleen water, meestal in plastic
zakjes.Frisdrank moeten ze blijkbaar van elders halen.Ook hier het bekende oude
liedje : de coca cola is op en even later de tonic ook.Wie wil er nog fanta ?
Textiel op maat
Om 14u25 trekken we verder.In
het wirwar van straatjes verzeilen we in het naaiatelier.Stoffen kosten hier
een peulschil.Mali is in Afrika de 2de grootste producent van
katoen.Maar het kleuren van de stof gebeurt niet in Mali.Want op de etiketten
staat overal “made in Holland”.De kraampjes waar ze met hun naaimachines
werken, zijn overdekt.Een meester-kleermaker begeleidt ons in onze zoektocht
naar stof voor een lange broek.We doen nogal wat stalletjes aan.Eens onze keuze
gemaakt neemt hij onze maten en laat dan het gepaste stuk stof afsnijden.Ik
laat twee broeken maken voor elk 4000 CFA : een witte met geometrische
decoraties en een met visjes.Andere verkopers doen hun uiterste best om ons
naar hun winkeltje mee te lokken.
Er zijn ook stalletjes met
tafelkleden.De motieven variëren : de Dogontafelkleden bestaan uit 2 kleuren in
ruitvorm, die van de Peul hebben geometrische en architecturale tekens en die
van de Songhai meerkleurige ruiten.Voor 15000 CFA koop ik snel een in hoofdzaak
wit gekleurd tafelkleed in wol en katoen.Ik koop ook een zilveren armband voor
3000 CFA.
Zonsondergang zonder vis
Om 16u30 komen we aan bij Bar
Bozo, “the place to be” volgens onze reisgids.Komt het door het fabelachtig
uitzicht op de rivier, of door wat er zich afspeelt in het water ? De Malinese
mannen van de naburige scheepswerf kleden er zich min of meer ongeneerd uit en
slaan dan duchtig aan het schrobben.Als ze uit het water komen, bedekken ze
zich min of meer zedig tegen de onzedige blikken van de blanke vrouwen op het
terras.Ik film hen ongemerkt door in mijn opengeklapt LCD-scherm te kijken
vanachter een paaltje en zie dat ze ook hun tanden poetsen, zonder tandpasta en
tandenborstel.Ik merk ook dat het geen fabel is dat zwarte mannen zwaar
geschapen zijn.We zijn niet de enige toeschouwers.Vlak naast de plaats waar ze
zich wassen, meren geregeld allerlei bootjes aan.De passagiers in de bootjes
zetten niet bepaald grote ogen op.Zij zijn dit schouwspel natuurlijk al lang
gewoon.
De zonsondergang oogt mooi,
maar ik kan er niet volop van genieten.Want de man die me hetzelfde blauw-paars
getinte tafelkleed als Koen wil verkopen is ondertussen aangekomen met een
exemplaar voor mij.Ik vergelijk het met dat van Koen en merk dat het niet
hetzelfde is en veel paarser is.De man begrijpt mijn visie en gaat er een
andere halen.Een 20-tal minuten later komt hij met een nieuw tafellaken af.Ik
moet het bekijken met mijn zaklamp.Het ziet er hetzelfde uit als dat van
Koen.Ik betaal 22300 CFA, 2700 CFA minder dan Koen en geef de man nog een
speelgoedje : een tekenvorm van een aapje.
De lome opdienster van Bar
Bozo meldt ons dat er geen vis meer is.Er rest alleen nog kip.Niemand wil kip,
maar we kunnen niet eerder weg dan om 20 uur, omdat de taxi voor dat uur
besproken is.Rond 19u20 krijgt een Frans koppel met hun dochter toch vis.Er
bleven kennelijk maar 3 porties meer over.Ik haal uit naar de opdienster.
Even voor 20 uur verlaten we met
een lege maag Bar Bozo.Op een van de aangemeerde boten staat een televisie
opgesteld.Tientallen mensen kijken naar ernaar.Ze zitten in een kring die zich
uitstrekt vanop de oever tot over de boten die ernaast liggen.Op het scherm is
een roeiwedstrijd te zien.Er wordt gelachen.
De comfortabele nieuw
uitziende Volkswagentaxi brengt ons naar Bar Bozo in Sévaré.Op het terras neem
ik ommelet voor 1500 CFA.Ook Dirk en Koen eten iets.De rest heeft geen honger
meer.We nemen afscheid van Amadou.Voor cadeau geven we hem een omslag met
daarin 7000 CFA en een t-shirt met onze beide voornamen erop (Dogonnaam en
echte naam).Amadou vertelt ons dat hij het soms moeilijk heeft, omdat zijn
grootmoeder die hem opvoedde zwaar ziek is.Hijzelf werd geboren in Segou, waar zijn
ouders woonden, maar werd opgevoed door zijn grootouders in Djigidombo
(Dogon).Om 22 uur rijden we met dezelfde Volkswagentaxi terug naar de missie.We
gaan onmiddellijk slapen.
donderdag 2 november 2000
Benzine is op
Om 6 uur spartel ik uit mijn
bed en ben ik getuige van een nieuwe mooie zonsopgang.Hier en daar zijn wolkjes
te zien.De Volkswagentaxi is op tijd : om 6u25 staat hij er al.We betalen
60.000 CFA voor 3 overnachtingen en rijden om 6u50 weg.Amadou is ook mee.Enkele
honderden meter voorbij het centre Jean Bosco valt de auto in panne.Onnodig om
te proberen de auto te herstarten, want er is geen benzine meer.Een jerrykan
wordt leeggegoten en een jongen die mee is met de taxichauffeur vertrekt te
voet naar het tankstation.Het geeft me de tijd om het dierenleven in de
roodgetinte straten te filmen.
Om 7u25 is het kleinood
verholpen en rijden we verder.Even breekt paniek uit, wanneer de auto niet wil
starten en dreigt te “versmoren”.Bij het busstation koop ik nog 2 halskettingen
voor slechts 3000 CFA.We drinken koffie en eten een homp stokbrood.
Busrit naar Segou
Om 8 uur stipt vertrekt de
bus.Lieve verkeert in grote paniek, want ze is haar geldbeugel kwijt.Ze denkt
dat er 18.000 CFA inzat.Even nog verlaat ze de bus om samen met enkele andere
mensen te gaan zoeken, maar het haalt niets uit.Enkele dagen geleden had ik
meer geluk.Toen verloor ik bij bar Bozo in Sévaré mijn buikzakje, maar gaf een
van de souvenirverkopers het aan mij.
Ik installeer me op de
achterste rij achter de verdwenen zijvensterruit.Onderweg film ik af en toe het
leven langs de weg.Een leuke scène is het vangen van een 8-tal kippen.Een man
wil mee met de bus, maar niet vooraleer het hele dorp hem meegeholpen heeft om
de kippen nog eerst te vangen.Op de bus houdt hij de 8 kippen omgekeerd vast
aan de poten.Gelukkig voor hem was er niemand van Gaia mee.
Om 11u15 arriveren we in
San.We kopen er oliebollen tegen 25 CFA/stuk.Een auto met een 20-tal geiten als
bagage vastgebonden op het dak, steekt ons voorbij.Geleidelijk aan stappen meer
mensen op de bus.Tijdens het laatste traject zit de bus helemaal vol.Ook de
kapotte zetels worden gebruikt en in de middenrij gaan de opklapbare stoeltjes
open.
Zoeken naar een kamer in Segou
Om 13u45 zijn we in Segou, met
100.000 inwoners de tweede grootste stad van Mali.We blijven nog een halfuurtje
bij het wegrestaurant staan en rijden vervolgens naar het busstation, dat ca.
1,5 km verder gelegen is.Alsof het afgesproken is, staat een jongen ons op te
wachten met een ezelskar.Alle rugzakken kunnen er net op.De jongen leidt ons
naar de Auberge, een hotel gerund door een Libanees.Een dubbele kamer kost er
17.000 CFA, maar er is geen plaats.Alles is bezet, ook voor de volgende
dag.Zelfs het zwembad is vandaag bezet.Het kost 2000 CFA de man.
Ik spreek af met de anderen om
niet allemaal samen te gaan zoeken naar een ander hotel.Een jongen leidt me tot
bij hotel l’Esplanade, gelegen aan de oever van de Niger.Het hotel bezit kamers
met airconditioning en met fan.Een kamer met fan voor 3 personen kost 20.500
CFA, inclusief ontbijt.We mogen ook buiten slapen voor 3000 CFA per persoon.Op
het dak slapen, kan niet.Maar op het binnenkoertje kan het wel.Enkele exotische
bomen en beelden geven het koertje een speciale sfeer.Ik vraag of we korting
kunnen krijgen indien we twee nachten blijven.De hotelbaas belooft 10 % korting
te zullen geven.
Ik stel voor aan de groep om
eventueel nog een ander hotel te gaan bekijken, maar dat vinden ze niet meer
nodig.Ze zijn ondertussen op adem gekomen door een frisdrankje te drinken.Jammer
genoeg laten ze na om fietsen te bestellen om Segou per fiets te gaan
verkennen.Op enkele meter van het hotel was er nochtans een reisbureau dat
ongetwijfeld had kunnen bemiddelen.Even later vraag ik dan maar zelf om fietsen
te huren.De vraagprijs is 2000 CFA per fiets, maar omdat we zo talrijk zijn,
vraagt men een uurtje tijd om aan voldoende fietsen te kunnen geraken.Gezien
het al gevorderde uur (ca. 15u30) laten we die mogelijkheid schieten.
Wandeling tot in het koloniale kwartier
Uiteindelijk wandelen we dan
maar te voet onder begeleiding van de lokale gids Bali naar het koloniale
kwartier.Vooraleer erheen te gaan, stappen we tot bij het restaurant Le
Golfe.Om niet onnodig lang te moeten wachten op eten, reserveren we er onze
maaltijd al voor 19 uur vanavond.Dan gaat het door de zanderige straten in de
richting van het koloniale kwartier.De meeste huizen zijn kleurrijk
geschilderd, in provençaalse kleuren.Je ziet duidelijk duidelijk de Franse
invloed.
Wat verderop staat de
moskee.De oorspronkelijke bewoners die Bambara waren, gaven zich in 1861 over
aan de marabout van de Peul (El Hadj Omar) en bekeerden zich tot de islam.Op
vrijdag is het hier om 15u30 verzamelen geblazen voor de eredienst.Maar ik voel
me er als een vreemde eend in de buit.Wanneer ik mijn statief neerzet om het
gebouw te filmen, bekijven enkele mannen me afkeurend.Waarom wil ik dat gebouw
filmen, vragen ze.Waarom denken jullie, antwoord ik.Omdat het een mooi gebouw
is, ga ik verder.Meteen zet ik het uit mijn hoofd om hier morgen tijdens het
gebed te komen filmen.Als het filmen van het gebouw op zich ook al reden is tot
aanstoot, wat zouden ze dan wel denken als ik hier morgen mijn statief kom
neerpoten ?
We belanden op de oevers van
de rivier, niet zonder eerst een kijkje te nemen in een tent waar twee mannen
een ritmisch klopgeluid voortbrengen.Ze blijken was in de kleren te kloppen.Die
moet de kleren meer glans geven.Zonder elkaars stok te raken, slaan ze daarbij
elk om beurt op dezelfde plaats op de kledij.Ze hebben geen bezwaar tegen het
filmen.
Op de oevers van de rivier
ligt een hele verzameling aardewerk : potten, pannen, kruiken.Ernaast ligt een
perceel tuingrond.Rond een omheining staan bomen en planten.Een volkstuintje ?
Op het water drijven soms kleine eilandjes planten of grasstroken.Prauwen varen
voorbij.Vrouwen en meisjes baden zich in de rivier of doen de was.
We zijn aan de rand van de
oude koloniale wijk aanbeland.Wandelen langs de oever, kan hier niet meer, want
de eigendommen strekken zich uit tot tegen de oever.Het eerste gebouw dat we
zien, is het postgebouw.Het is schilderachtig.In de koloniale wijk blijken
voornamelijk militairen en hoge ambtenaren te wonen.De ambtenaren werken voor
het Office du Niger, dat een belangrijk irrigatieproject realiseerde.
Onze gids Bali verzekert ons
dat ze het niet op prijs stellen als er foto’s genomen worden of gefilmd
wordt.Ik berg mijn statief wijselijk op.Af en toe van in de verte filmen,
liefst wat weggestoken tussen de bomen, mag wel.Maar zo lijken we helemaal op indringers.Bomen
zijn er genoeg.De weg die doorheen het kwartier leidt, is omzoomd door bomen.Op
de percelen zelf staan ook overal bomen.Het zijn statige exemplaren.Ze blijken
geplant te zijn door de Fransen in de jaren 1930-1933.
Elk huis lijkt zijn eigen
stijl te hebben, nu eens met zuiltjes, dan met speciale vensters of
rondingen.Er zijn er zelfs bij die gelijken op paleizen.Vele huizen behoren tot
het Office du Niger.Merkwaardig genoeg lijken er velen niet of slecht
onderhouden te zijn.Daar zit de manier van koloniseren voor een groot deel
tussen.De Franse kolonisatoren gebruikten het land alleen om hun eigen maag te
vullen met de rijst en katoen die er verbouwd werd.Alleen zij die een job in de
administratie hadden gingen er wonen.Niemand vond het blijkbaar belangrijk om
het land leefbaar te maken en te investeren in onderwijs, wegeninfrastructuur
en sanitaire voorzieningen.Toen het land in 1960 onafhankelijk werd en de
weinige Franse kolonisatoren het land verlieten, lieten ze een onderontwikkeld
land achter.
We slaan linksaf en wandelen
tot aan de hoofdstraat in asfalt.Ook aan de andere kant van de hoofdweg staan
imposante gebouwen.Een ervan is het “Hotel de Ville”.In de verte meen ik het
bord van nog een ander hotel te zien.Even uit het vizier van de gids steek ik
de straat over en film dit toch wel erg mooie gebouw, dat natuurlijk geen hotel
is, maar wel het stadhuis.De gids krijgt het in de mot en geeft me een
uitbrander, maar ik veins gedacht te hebben dat het een hotel was, en dat mocht
ik toch filmen, of niet ?
We steken opnieuw de hoofdweg
over en trekken het binnenland in tot aan de katholieke missiepost.De
hoofdactiviteit in de katholieke huizen blijkt het maken van diabolo, een
biersoort gemaakt van sorghum.Er hangt een kwalijke geur.We nemen een kijkje op
een van de binnenplaatsen.Reuzegrote potten staan er te pruttelen.Een man
drinkt van het gierstbier en wil absoluut niet in beeld komen.Dat is
begrijpelijk, want muzelmannen mogen geen alcohol nuttigen.De duisternis valt
en we moeten ons reppen om nog voor complete duisternis terug te zijn aan ons
hotel.Onderweg passeren we nog langs de kerk.Naast de kerk ligt een grote tuin
die is ingesloten tussen muren.
Restaurant Le Golfe
We frissen ons op en trekken
dan naar het restaurant Le Golfe.Buiten het hotel staat een jongetje me op te
wachten.Hij heeft het al een paar keer gevraagd.Hij zou graag geld willen
krijgen om een voetbalploeg te kunnen oprichten.Voetbalkleren zijn ook
gegeerd.Ik geef de jongen 500 CFA en teken in een boekje met mijn naam en
handtekening.Heb ik nu een goede daad verricht ? De volgende dag zou weer
iemand om geld vragen voor zijn voetbalclub.Blijkbaar zou dat de jongen zijn
die het me al verschillende keren vroeg en zou ik het geld aan een andere
jongen gegeven hebben.Ik argumenteer dat het toch allemaal voor hetzelfde goede
doel dient, voor de voetbalploeg zelf, dus voor iedereen.Maar de jongen is het
daarmee niet eens.Het blijkt om een andere voetbalploeg te gaan.Rivaliteit?
Aan het restaurant staan nog
mensen klaar om hun verhaal te doen of om ons iets te vragen.Niemand van de
groep is bereid om een gesprek aan te gaan en Daniël stuurt hen kordaat weg.Ik
vind het zelfs een beetje zielig.Voor hen zijn we een interessante
gesprekspartner.Als ze steeds weggestuurd worden, wat moeten ze dan wel van ons
denken ? Ik voel een beetje medelijden met hen, maar houd me op de vlakte.
We zetten ons neer op het
terras van Le Golfe dat uitziet over een breed kruispunt.De straten liggen er
rustig bij.Hoogstens een kar passeert ons.Het eten is snel klaar.De capitaine
met bananen, puree en groene boontjes is lekker.Toch smaakt het me niet echt.Ik
denk voortdurend aan thuis en voel een drang om naar huis te bellen.Veerle had
de eerste dag van de reis een telefoonkaart gekocht, maar had die nog niet
gebruikt.Ik hoopte hem eens te mogen uittesten om te zien of je er vlot mee
naar het buitenland kon bellen, maar ze wilde me de kaart niet geven.In het
hotel l’Esplanade vroeg ik dan maar om zelf een telefoonkaart te kopen, maar ze
hadden er alleen telefoonkaarten met een heel beperkt aantal gesprekseenheden,
goed voor gesprekken in Mali zelf.In het hotel Oasis kreeg ik hetzelfde verhaal
te horen.Een telefoonkaart met 60 eenheden had ik nodig en die zouden ze alleen
maar bij de plaatselijke RTT verkopen, langs de asfaltweg.
Ik bedank voor een dessert (de
anderen eten yoghurt of pannenkoek) en trek alleen naar het telefoongebouw.Er
is wel hier en daar verlichting, maar toch doet het maar raar aan om zo alleen
in de nacht te stappen.Even krijg ik zelfs het gevoel achtervolgd te worden,
maar steek dan snel de hoofdweg over langs het grote paneel met reclame voor
Nescafé en het bord dat oproept om samen te vechten tegen aids.Aids is ver
doorgedrongen in Mali.De 150.000 Malinezen die aids hebben, zijn een vogel voor
de kat.De kans op uitbreiding van de ziekte is groot, want meer dan 5 % van de
bevolking en zelfs 55 % van de prostituees zijn besmet met het
HIV-virus.Medische hulp is alleen voor de rijken weggelegd, in een land waar er
slechts 1 dokter is per 23.000 mensen.In oktober 1999 was het tekort aan
elementaire verpleegmiddelen aanleiding tot een grote staking, de eerste
soortgelijke in de geschiedenis van het land.
Op de plaats van het telefoongebouw
aangekomen, zie ik enkel 2 telefoonkabines staan.Ervoor staat een man die
telefoonkaarten verkoopt.Hij heeft niet eens een kraampje, maar houdt ze gewoon
in zijn handen vast.Ik ben wat achterdochtig, maar koop er toch een : 7000 CFA
voor 60 eenheden is de prijs.Ik sluit de vensterdeur achter me aan en krijg
snel verbinding met het thuisfront.Tot mijn grote voldoening krijg ik zowel
mijn vrouw Anne als de 2 kinderen te horen.Ze zitten waarschijnlijk samen in
bed.Jonas vindt het geweldig dat ik in de tent slaap.Thuis heeft het fel
geregend en hard gewaaid.Er zou zelfs een boom omgewaaid zijn aan de gracht, of
is het alleen maar een zware tak die afgekraakt is ? Ik keer terug naar het
restaurant en vertel er over de storm in België.Ondertussen hebben de
medereizigers de desserts, waaronder pannekoeken, naar binnen gespeeld.Het is
22u15 als we naar het hotel terugkeren.
In een bureautje van het hotel
schrijf ik nog enkele postkaartjes : naar Patrick en Carolien en naar Dirk en
Claudine.Zoals gewoonlijk probeer ik zo klein mogelijk te schrijven, want er
valt zoveel te vertellen.De warmte in het gebouw weerhoudt me om nog meer
kaartjes te schrijven.Om 23 uur beslis ik dan ook om te gaan slapen in mijn
tent.De mannen slapen buiten, de vrouwen binnen.’s Nachts voel ik iets springen
tegen mijn tent.
vrijdag 3 november 2000
De levensader van Mali
Om 6 uur kruip ik de tent uit
en zie ik de ooilijkerd, een pad, wegspringen.Ik trek naar de oevers van de
rivier.De kleine bootjes in het midden van de rivier liggen er onbeweeglijk
bij.Mensen halen netten op.Ze blijken echter niet aan het vissen te zijn, maar
wel slijk uit de rivier boven te halen.Het slijk wordt gebracht naar een plaats
vlak naast de enige steiger die wat verder ter hoogte van l’Auberge in de rivier
gebouwd is.Naast de steiger heerst een grote drukte.Mensen zijn overal bezig
met hun dagelijkse wasrituelen.Ik laat me door niemand afleiden en stel op de
steiger mijn statief op om de zonsopgang te filmen.Boven de minaret op de oever
zie ik de zon zo opkomen.
De rivier is hier honderden
meter breed.Het is de levensader voor de Malinezen.Voor de West-Afrikanen
betekent de rivier evenveel als de Nijl voor de Egyptenaren.Ongeveer de helft
van heel de Malinese bevolking leeft langs de rivier.Met zijn 4200 km lengte is
het de 3de langste rivier van Afrika, na de Nijl en de Congo.De
Niger ontspringt in de heuvels van Guinea en kronkelt van daar noordwaarts via
een grote bocht door Mali om uiteindelijk via Niger en Nigeria uit te monden in
de zee.De rivier is stroomopwaarts vanaf Bamako alleen bevaarbaar tussen
augustus en november.
Midden in de ijzig rustige
rivier liggen pirogues met mensen die iets uit het water te lijken halen.Op het
eerste gezicht zou je denken dat ze aan het vissen zijn, maar wie haalt nu in
godsnaam vis uit het water met een emmer.Bij de aanlegpier wordt alles
duidelijk.Er liggen bootjes aangemeerd die volbeladen zijn met aarde.Het is
slijk dat ze uit de rivier halen en dat moet dienen als bouwmateriaal.Alleen is
me niet duidelijk wat ze er uitgerekend hier in Segou mee zullen aanvangen.Want
het stadsbestuur van Segou verbiedt de bewoners om huizen in leem te
bouwen.Misschien mag een lemen pleisterlaag wel of dient het voor de omliggende
dorpen ? Leem is niet het enige waarvoor de Niger gebruikt wordt.De genereuze
rivier dient ook voor transport, toilet voor mens en dier, bad,
drinkwaterbekken, visgrond, irrigatiekanaal, afwasbekken, zwembad.Gezien het
veelvoudig gebruik is vooral laatstgenoemde functie niet aan te bevelen.In de
rivier krioelen ontelbare microscopisch kleine zuigwormpjes die in een mum van
tijd door de huid kruipen en daar eitjes leggen die in de huid blijven
steken.Daar leggen ze gedurende een periode van 7 tot 30 jaar eitjes, die
verwondingen veroorzaken die tot gezwellen kunnen leiden.De ziekte,
bilharziosis genoemd, komt voor bij honderden miljoenen mensen op onze wereld.
Een veilig
land ?
Ik zet door met mijn
briefwisseling.De geadresseerden zijn Lieve en Lieven, peter Hugo, Hubert, Marc
en Sylvie, Guy en Annemie, Luc en Sabien.Om 8 u.10 ontbijten we op het
overdekte terras van het hotel l’Esplanade : Frans brood met confituur en
koffie.In de rivier drijven talloze Nescaféblikjes.Het zicht op de rivier wordt
verstoord door omheiningsdraad dat aan de kant van de oever gespannen is.Het
had net zo goed aan de kant naar de buren toe kunnen gespannen zijn.Want naast
het hotel staan armzalige rieten Bozohutten.Maar hier is geen omheining
nodig.We moeten erdoor iedere keer dat we naar een restaurant of naar het
centrum moeten.Het voelt wat raar aan, maar niemand kijkt ons bedreigend
aan.Mali is een veilig land.Alleen rond het station in de hoofdstad Bamako en
in de woestijn moet je op je quivive zijn.In maart 2000 nog vermoordden
bandieten 3 Nederlandse toeristen.Ze waren Mali binnengereden vanuit
Algerije.Een andere gevaarlijke streek is de woestijn tussen Gao en Kidal.Daar
vielen in oktober 1999 verschillende doden tijdens gevechten tussen de Kidastam
en Arabieren.Oorzaken voor het conflict waren het tekort aan bestaansmiddelen
en het wispelturig regenseizoen.Momenteel zijn de verhoudingen met de Tuaregs
wat beter.In 1991-1994 leverden Touaregs en het Malinese leger
gevechten.Duizenden Touaregs en Moorse burgers sloegen erdoor op de vlucht naar
buurlanden.
Verdeeldheid in de groep
Op het terras van het hotel
discussiëren we of we in Bamako in de missiepost zullen logeren of naar een
ander logement zullen gaan.Er blijkt grote verdeeldheid te heersen.De
meerderheid lijkt gewonnen te zijn om direct te gaan naar het logement waar de
groep de hele volgende week kan blijven slapen.Maar er is er een die kost wat
kost naar de missiepost wil gaan : Veerle.Zij vindt het onverantwoord om de
overnachting af te zeggen.Ze herhaalt het met een zodanige heisa dat ook
anderen opeens niet meer goed weten wat er moet gebeuren.Uiteindelijk stelt
Koen voor om te stemmen.De meerderheid wil liever meteen naar het nieuwe
logement gaan om zo niet gedwongen te zijn om de zondag te moeten verhuizen.Er
wordt beslist om eerst te bellen of er nog wel plaats is om te overnachten.
Ondertussen discussiëert
Veerle met een Malinees over de prijs voor een piroguetocht naar het
pottenbakkersdorp.In het programma zitten blijkbaar nog een aantal dorpen die
hij met ons wil bezoeken, zoals het dorp aan de overkant van de rivier.Ze kan
de prijs drukken tot 17.000 CFA, maar schrikt ervan terug wanneer ze verneemt
dat we ook nog elk 2500 CFA taks moeten betalen en wat geld voor de gids.In de
overtuiging dat er toch voldoende boten op de oever liggen te wachten op
toeristen die een tochtje willen maken (zo staat het toch in de reisverslagen),
springen de onderhandelingen af.
Ik trek ondertussen naar de
kamer om mijn tanden te poetsen en nog eens naar het sanitair te gaan.Even
later komen Koen en Dirk binnen met de mededeling dat de groep zich opgesplitst
heeft in groepjes van twee.Daniël en Lieve zijn gaan informeren voor logement
in Bamako.Nieken en Veerle zijn naar het busstation om plaats te reserveren
voor de bus naar Bamako.Dirk en Koen moeten onderhandelen over een pirogue om
naar het pottenbakkersdorp te gaan.Ik sta er versteld van en vraag me af waarom
Veerle niet verder zoekt naar vervoer naar het pottenbakkersdorp.Ik vraag aan
Koen en Dirk wat mijn taak is.Als ik hoor dat ik niets hoef te doen, besluit ik
om nu maar meteen naar een bank te trekken om geld te wisselen.Ik herinner me
nog dat ik gisteren toen ik ging telefoneren een spaarkas was
voorbijgestapt.Koen en Dirk vragen me of ik ook voor hen geld kan wisselen en
geladen met Frans geld stap ik naar de bank.In de bank wissel ik mijn geld,
niet met de bankbediende, maar wel met een klant die met een hele pak CFA’s in
zijn handen klaar staat en blijkbaar zijn CFA’s niet kwijt kan aan de
bank.Blijkbaar heeft de bank zelf geen voldoende Frans geld om hem terug te geven.De
man wil naar Europa en wil zijn CFA’s wisselen.Hij vraagt me of ik niet nog
meer wil wisselen, maar dat hoeft niet.
Ik rep me terug en verneem dan
dat alles verkeerd aan het lopen is.Dirk en Koen zijn geen boot gaan zoeken
langs de oever, maar hebben het aan de hotelbaas gevraagd die hen een boot
beloofd heeft voor 20.000 CFA + taks.Maar in die prijs zit alleen het vervoer
van en naar Kalabagou.Andere dorpen zijn er niet bij.Trouwens die willen we ook
niet meer bezoeken, want het is ondertussen al bijna 11 uur en we staan nog
nergens.De boot is er nog niet, en als hij er even later wel is, moet er nog
benzine gehaald worden.Het wachten lijkt eindeloos.Ik kan het niet langer
aanzien en de bom ontploft.
Koen en Dirk hadden gisteren
een aanlokkelijk voorstel voor de dagindeling gedaan : ’s morgens 4boottocht,
’s middags zwemmen en relaxen in Oasis en ’s namiddags fietstochtje.Maar dat
was niet langer mogelijk.Ik uit openlijk mijn ontgoocheling over de groep.De
groep heeft nog steeds zijn les niet geleerd uit het organiseren van tochten
met gidsen.Er lijkt een gebrek aan vertrouwen te zijn in de Malinese gidsen ?
Nochtans hebben we er altijd al wel bij gevaren.Ze zijn er steeds als de kippen
bij om voorstellen te doen, maar steeds wordt er gedraald uit vrees wellicht
dat ze ons in de maling zullen nemen.Indien we niet in groep zouden reizen, zou
ik deze houding kunnen begrijpen.Dan is een gids in verhouding tot het aantal
mensen dat ervoor betaalt, misschien nogal duur.Maar doordat wij telkens de
kosten in 7 kunnen delen, hoefde ik er geen twee keer over na te
denken.Iedereen heeft de mond vol over respect voor de Malinezen, maar niemand
durft het aan om met hen iets te onderhandelen.
Pinassetocht naar Kalabougou
Uiteindelijk, tegen 11u30
geraakt de pinasse toch nog klaar.We bestellen nog wat water tegen de hoge
prijs van 1500 CFA per fles.De boot heeft een afdakje.Ik heb eigenlijk geen zin
meer om mee te gaan, maar zet me toch in de boot, vooraan.Het water is zeer
kalm.Vanaf de overkant van de Niger zien we vele watervogels en vooral
zilverreigers.Maar ook grote reigers, bonte ijsvogels en sternen dagen op.Het
duurt een hele tijd voor we Kalabougou bereiken.Het ligt op 15 km van
Segou.Onderweg zien we geen andere dorpen.
In Kalabougou bezoeken we de
huisjes waar klei wordt gekneed tot potten.De sfeer is er los.Er zijn geen
kinderen die ons overrompelen.Het dorp ziet er uitgestrekt uit.Tussen de huizen
in liggen er twee grote vijvers met kikkers en eenden.Er staat een bord met
daarop de prijs van de dorpstaks.De kapitein van de boot lijkt hier geacht te
zijn.De mensen spreken hem aan met papa.In het midden van het dorp is een open
hobbelige vlakte waar het aardewerk verbrand wordt.Dat is nodig om het hard te
krijgen.Het aardewerk wordt op een hoop gelegd en afgedekt met stro, dat
vervolgens in brand wordt gestoken.Jammer genoeg krijgen we dit spektakel niet
te zien.Al wat we zien is as.
Eten in Le Soleil de Minuit
Om 14 uur zijn we terug.We
gaan eten in Le Soleil de Minuit.Ik bestel biefstuk met frietjes voor 2000
CFA.In afwachting dat het eten komt, trek ik naar een winkel aan de overkant om
er postkaartjes te kopen.Ik koop er 2 voor elk 175 CFA en schrijf kaartjes naar
Dirk en Nancy, en naar Yvan en Liesbeth.
Zwemmen in l’Auberge
Om 15u30 arriveren we in l’Auberge.We
hebben geluk, er is plaats om te zwemmen.We betalen 2000 CFA en gaan aan de
(school)slag. Het wat is aangenaam warm, maar eens uit het water, is het minder
aangenaam.De lucht is betrokken, de zon schijnt niet meer zoals we het gewoon
zijn.Een ondergaande zon zal er niet inzitten.Het zwembad meet ca. 15 x 5 m.Ik
zwem 2 x 5 x 2 lengtes. Kleurrijke duiven houden ons gezelschap.Rond het
zwembad staan exotische bomen met kleurrijke bloemen.Op de muren rond het hotel
zijn glasscherven aangebracht om indringers te weren.
Rond 17 uur hou ik het voor
bekeken en trek ik hoopvol op zoek naar de ondergaande zon in de Niger.Maar die
komt er niet.Een man in een rolstoel die zegt rechten te studeren probeert met
me een gesprek aan te gaan, in de hoop dat ik hem 1000 CFA zal geven om zijn
karretje te herstellen.Maar ik merk dat het karretje nog zeer goed functioneert
en zeg hem erover te zullen nadenken.
Om 18 uur verzamelen we aan
het hotel.Om 19u15 is het eten klaar dat we ’s morgens besteld hebben : capitaine
met groene boontjes en frietjes, en als dessert pastiche
(watermeloen).Prijskaartje : 2950 CFA.
Om 20u45 ga ik weer buiten in
de tent slapen.Ik reken even uit en stel vast dat dit al de 8ste
nacht is in de tent (op een totaal van 12).
zaterdag 4 november 2000
Opgestaan om 6u25.Ik werp mijn
postkaartjes in de brievenbus aan het hotel.De gele bus is van Ieperse makelij,
gemaakt door metaalconstructie Vancoillie uit Zillebeke.België blijkt na
Frankrijk met 23 % de grootste Europese handelspartner te zijn met 9,5
%.Eveneens beter dan België scoren de Afrikaanse landen Ivoorkust met 28,8 % en
Senegal met 15 %.
We ontbijten op het overdekt
terras van ons hotel.De zon is er, maar er is ook wind.De machtig brede Niger
ligt er echter rimpelloos bij.Zoals gebruikelijk is er Frans brood en confituur
en drink ik 2 potjes koffie.Ongebruikelijk is de bruine suiker die ik uit mijn
rugzak op tafel tover.Ik had ze meegebracht van thuis om te gebruiken bij de
oliebollen, maar bleek die niet nodig te hebben omdat er al voldoende smaak in
zat.De homp brood met boter en kandijsuiker smaakte voortreffelijk.We vragen om
te mogen afrekenen voor de twee overnachtingen en krijgen een rekening
gepresenteerd zonder de vooraf afgesproken korting van 10 %.De receptionist wil
niet toegeven en ik ook niet.De baas blijkt er niet te zijn.Uiteindelijk na
lang gepalaver geeft hij toch toe en probeert dan toch nog eens of hij er geen
cadeautje kan voor in de plaats krijgen.Een tent vindt hij een prima idee voor
een cadeau, maar we geven niet toe.
De bootsman krijgt een
t-shirt. Het komt goed van pas, want hij gebruikt het om zijn sjieke auto ermee
af te wassen.
Om 8 uur trekken we naar de
bushalte.Onze bagage gaat mee op de ezelskar.Wij stappen mee in karavaan.De
bushalte van Bitar is gelegen rond een groot plein waarrond winkelkraampjes en
marktkramers onordentelijk verzameld zijn.Er staan voetbaltafels.We stoppen 100
CFA in de automaat en spelen een match tegen elkaar.Er is veel
belangstelling.Na ons spelen Malinese jongeren tegen elkaar.Tot mijn verbazing
mag ik niet filmen.De busrit kost 2500 CFA per persoon.
Busrit naar Bamako
Om 8u40 stappen we op de
bus.Hij is wat ruimer dan de andere bussen die we tot dusver namen.Het is een
Duitse bus.Er hangt nog een affiche in uit Duitsland.Erop staat “Der Bundesbus
ist freundlich”.Onze gids van de eerste dag, Bali, zwaait ons uit.Stipt om 9
uur rijden we weg.
De bus houdt opvallend veel
halte onderweg.Voortdurend stappen er mensen op en komen mensen eetwaren
verkopen aan de ramen.We slaan wat voorraad in : cakes, bananen en guave.Op de
bus zitten ook kippen.Een sprinkhaan geraakt niet meer naar buiten.
Djembes voor 2500 CFA
Rond 12u15 arriveren we in
Bamako.De groep splitst zich : de enen gaan voor 3500 CFA per taxi naar de
Mission Catholique, de anderen (Veerle, Daniël en ik) rijden mee naar Amadou om
te vragen of de djembes klaar zijn.We maken kennis met de grote familie van
Amadou en rijden dan naar het Centre culturel français, waar in een berghok
twee djembes klaarstaan.Een derde moet nog gemaakt worden, want Daniël had niet
voldoende geld als voorschot gegeven.De twee andere krijgen we morgen op het
trouwfeest, waarvoor we bij deze uitgenodigd zijn.Ze kosten slechts 2500 CFA
het stuk.
We rijden terug naar de
missiepost en schuiven om 14u15 mee aan tafel voor een spaghetti.Lokatie
ditmaal is het terrasje van café Mohamed a la Casa.Een Malinees toont ons een
thesis van een Belgisch meisje over een bouwwerk in Mali.
Wandeling in Bamako
Veerle, Daniël, Lieve en Do
beslissen na het eten om verder te gaan zoeken naar een plaats om de volgende
dagen te kunnen slapen.Ik informeer naar de huurprijs van een fiets, maar haak
af bij het horen van de vraagprijs : 10.000 CFA.Samen met Koen en Dirk besluit
ik een wandeling te maken door de stad.Ik stippel een traject uit : langs de
kathedraal, het station en het hotel l’Amitié en dan eventueel nog naar de
Niger.Hoewel we zeggen dat we geen gids nodig hebben, gaat Ernest toch met ons
mee.
Om 15u30 gaan we op stap.We
passeren langs de kathedraal.Binnenin wordt alles in gereedheid gebracht voor
de mis van morgen.De kerk is sober ingericht.Alleen de zuilen zijn wat versierd
en er hangt welgeteld 1 schilderij.Glasramen zijn er ook, maar het zijn er zeer
eenvoudige : met monotome kleurvakken.
Naast de kerk ligt een parkje
met in het midden een beeld van een …Het is een fontein, maar er is geen water,
zoals het grootste deel van het jaar, want volgens onze gids wordt de fontein
toch soms in werking gesteld.
Het station heeft een mooie
koloniale façade.Binnenin is er slechts 1 grote hall.Om op het perron te
geraken moet je voorbij een draaiend traliehek.Dat kan alleen als je een ticket
hebt.Er komt een trein voorbij, maar die mag ik niet filmen.Een man komt zelfs
letterlijk zeggen dat als ik film hij mijn camera zal afpakken.Ik voel me er
minder op mijn gemak.De reisgidsen raden af om hier alleen te komen, vooral ’s
avonds.Er zouden al vaker mensen overvallen zijn.Vooral toeristen zouden een
geviseerd doelwit zijn voor bendes.
We wandelen verder in de richting
van de grote moskee.Langs de weg passeren we tientallen autobusjes.In de
laadbak zitten geen vensters.Wel zijn er cirkelvormige openingen gemaakt in de
zijkanten.Die moeten als vensters dienen, maar er steekt geen glas in.We zien
ook een busje met op de achteruit een Belgische sticker.De kraampjes die we in
de zijstraatjes zien spreken tot de verbeelding.Er zijn er die paternosters
verkopen of plastieken poppen in 1 kleur en er zijn ook kappers bij.Bij de
grote moskee zitten er wel een 15-tal.Ze zijn allemaal aan het werk.We zien ook
kraampjes met fetisjen of gris-gris.Dat zijn schedels van apen of andere
dierlijke resten die worden gebruikt voor de geneeskunde, religie of voor
magie. Er liggen ook kralen en andere bijgeloofsvoorwerpen.Koen neemt een
ketting schelpjes vast die eindeloos lang is.Ik durf het niet om hier te
filmen.In Bamako wordt filmen of fotograferen niet op prijs gesteld en
hoogstens getolereerd tegen een geldgifte.Ook al film je geen mensen, wordt er
gevraagd om te dokken.We passeren een stand met honderden grote, vaak
reuzegrote zilveren potten.Ik kan het niet laten om dat te filmen, tot grote
ergernis van de verkoper.Kappers doen hun werk zomaar op straat.Ik hou de
camera voor me uit, druk op aan en veins niet te filmen.
Voor de moskee staat een lange
rij gele taxi’s.Ze zijn leeg en geen enkele lijkt nog zonder deuken te zijn.Ik
vind het niet meer zo opvallend dat de taxi’s er zo gehavend uitzien.Het is
representatief voor alle taxi’s in Mali.Ik besluit er een zwaar geval uit te nemen
en film een ingedeukte carrosserie.De chauffeur die ergens in de buurt is,
protesteert, maar ik stoor me er niet aan.Want wie protesteert er nu niet als
je een foto neemt of filmt ? Maar niet iedereen reageert op dezelfde manier.Ik
stap gewoon verder, maar hij pakt me bij de arm vast en vraagt me om hem de
negatieven te geven.Hij kent duidelijk het verschil niet tussen een fototoestel
en een camera.In een mum van tijd ben ik omringd door een schare
taxichauffeurs.De man wil mijn arm niet loslaten en ik roep Dirk en Koen ter
hulp.Onze gids komt ook tussenbeide.Hij vraagt aan de chauffeur wat het
probleem is en ik leg uit dat ik toch alleen maar de auto filmde en geen
slechte bedoelingen heb.De man wil me niet loslaten en eist dat ik hetgeen ik
gefilmd heb uitwis.Ik wil dat wel doen en spoel mijn bandje terug.Van zodra dat
gebeurd is, laat hij me los.Ik spoel weer verder en wis niets uit.De man laat
ons gaan.
We stappen weer verder tot aan
de voorkant van de Grote Moskee.Het moderne gebedsgebouw is net zoals de brug
van koning Fahd Ibn Abdullaziz een gift van Saoudi-Arabië.Met zijn
witgeschilderde muren vloekt het met de huizen in de stad die meestal roodbruin
van kleur zijn.Aan de ingang hangt een bord dat Allah niet-gelovigen niet
verwelkomt.
Turen over Bamako
Om bij het hotel l’Amitié te
geraken stappen we door een opening in een muur, waarachter voetbal wordt
gespeeld.Het Hôtel de l’Amitié telt 15 verdiepingen is een Russisch maaksel dat
herinnert aan de tijd dat Mali nog een planeconomie had.Vandaag de dag houdt
president Alpha Oumar Konare de touwtjes in handen.Hij wordt daarbij
geassisteerd door Mande sidibe, die hij in februari 2000 tot eerste minister
aanduidde.
Binnenin het hotel gonst het
van de activiteit.De airconditioning maakt het lekker fris, ietwat te fris
zelfs.We willen op het dak geraken, want naar ’t schijnt is het uitzicht de
moeite waard.Onze gids stelt voor om aan een van de receptionisten te vragen of
we naar boven mogen.Ik kan hem echter overtuigen om dat niet te doen, want wie weet
hoeveel we anders hadden moeten betalen.Trouwens, de bovenverdieping blijkt in
een ruïne te zijn herschapen.Er zitten gaten in de vensters en overal liggen
glasscherven.Om op het terras te geraken, moeten we door een kapotte
deuropening stappen en overal allerlei bouwpuin stappen.Maar we wagen het erop
en het loont.Het uitzicht is adembenemend.De huizen zien eruit als
speelgoeddoosjes.Tegen de voet van het hotel ligt de ronde vorm van het
zwembad.Je kan er zwemmen tegen betaling van 2000 CFA.Een mooiere zwemlocatie
schijnt echter het hotel Mandé & Tennesse te zijn.
Naast het golfterrein van het
hotel staan bidonvilles.Ook dit is Afrika.Er is betrekkelijk veel groen te
zien.Het centrum is gebouwd rond 7 heuvels.Ze dragen elk een letter van het
alfabet, van A tot G.Een ervan is het beroemde point G, waar het musée
nationale gelegen is.Het uitzicht over Bamako schijnt een echte aanrader te
zijn, maar wordt vaak verstoord door nevel.Van die nevel is nu niet veel te
merken.Alleen het zicht op de Niger is wazig, maar dat komt door het tegenlicht
van de ondergaande zon.In oosten ligt wijk Niaréla : hier wonen de rijken van
de stad en de westerlingen; hier liggen de ambassades, luxe hotels, restaurants
en uitgaansgelegenheden.
In de katholieke wijk wacht
ons een verrassing, want plots horen we gezang en djembegeluiden.Het blijkt om
een repetitie te gaan van katholieken.We vragen toestemming om te mogen filmen
en krijgen het licht op groen.De ambiance is opperbest.Er wordt luidkeels
gezongen en tussendoor steeds weer gegiecheld.Tijdens het zingen bewegen de
vrouwen nu eens heen en weer en dan naar voren.
Om 18 uur zijn we zoals
afgesproken met de rest van de groep terug.Aan het kraampje op de hoek drink ik
een cola voor 175 CFA.Het meisje dat me bedient, kan niet teruggeven op 5000
CFA en moet elders wisselgeld halen.Zonder het te weten geeft ze me te veel
terug.Ik sla er geen acht op, maar even later valt haar “franc” en komt ze het
herstellen.Ze blijft daarbij even vriendelijk als voorheen.
Eten in San Toro
Ik neem nog snel een douche en
dan gaan we met 2 taxi’s naar een sjiek restaurant San Toro.Langs de weg zien
we aardig verlichte beeldhouwwerken en boomperken.Er is nog veel verkeer en de
marktkramers zijn nog niet naar huis.Straatvegers zijn in volle doen bezig.Mamadou
staat ons op te wachten.We stappen doorheen een nauwelijks verlichte
tuin.Binnenin is het restaurant gezellig versierd.Er staan beeldjes als
versiering en aan de muren hangen maskers en andere souvenirs.Maar er zitten
nog meer mensen en geen enkele van de tafels is groot genoeg om met zijn allen
rond te kunnen gaan rondzitten.Dus worden we noodgedwongen “verbannen” naar het
terras buiten.Er staat een lage salontafel met daarrond lange banken.In een
hoek staat een grote tafel met een glazen bovenblad en met confortabele rieten
stoelen.Tegen een wand zijn decoraties aangebracht.
Op de menu staan zeer
uiteenlopende gerechten.Er is keuze tussen vis, vlees en gevogelte.Er is zelfs
konijn.Alleen de prijs ervoor valt nogal duur uit : 4500 CFA voor om het even
welke hoofdschotel.Ik kies voor capitaine met frietjes en een velletje sla.We
besluiten om eerst een aperitief te drinken.Een glaasje kost slechts 500 CFA en
er is een ruime keuze.Alle drankjes zijn zonder alcohol, op basis van kruiden
en fruitsappen.We kiezen allemaal voor het aperitief maison.Er zit gember in en
dat maakt het nogal straf, bijna ondrinkbaar zelfs.
Aan tafel is er eigenlijk maar
een gespreksthema : de cursus djembe.Mamadou zegt dat djembes in Mali niet erg
geliefd zijn.Andere muziekinstrumenten zijn dat wel.Djembemuziek wordt alleen
in het buitenland gewaardeerd.Het is niet duidelijk in welk land de djembe
ontstond.Verschillende landen strijden om de eer : Mali, Guinea, Senegal en de
Ivoorkust.
Mamadou zit aan het uiteinde
van de tafel en alleen zijn naaste tafelgenoten, Veerle, Daniël en Do, zijn
goed gepositioneerd om met hem te kunnen praten.De anderen zitten er wat
belabberd bij.
Na het eten staan de twee
taxi’s er nog.De enen willen eerst nog eens naar de Carrefour, de anderen
willen direct gaan slapen.Ik zit bij de tweede groep, maar de taxichauffeur
weet de missiepost niet zijn.We rijden een stuk verkeerd en de chauffeur stapt
meteen uit om de weg te vragen aan een politieman.Maar de politieman is
blijkbaar niet op zijn post en het duurt een hele poos.Op het voetpad staan
meisjes te dansen.Ik ben doodmoe, mijn hoofd doet pijn en hier staan we dan,
naast dansende en zingende meisjes.Ik herken ondertussen waar we zijn, maar kan
het niet aan de chauffeur zeggen omdat hij weg is.Uiteindelijk vindt de
chauffeur geen politieman en moet ik hem vertellen waar hij moet rijden.Maar
gemakkelijk is dat niet, want ik ken alleen de weg langs de asfaltwegen en weet
dat er bij zijn met eenrichtingsverkeer.Toch lukt het om de missiepost te
bereiken, via een zijstraatje.We betalen 2500 CFA voor de rit.Om 22u40 ga ik
slapen, volkomen uitgeteld.De fan waait wind toe, maar maakt ook veel
lawaai.Toch geraak ik in slaap.
Maar om 3u45 word ik toch
wakker, gewekt door de ingebeelde regen veroorzaakt door het lawaai van de
fan.Ik wil naar het toilet gaan, maar mijn zaklamp is zoek.In de gang vind ik
na lang tasten op de muur uiteindelijk toch de schakelaar die me de weg toont
naar het toilet.’s Morgens merk ik bij het poetsen van mijn tanden dat de
weggespoelde tandpasta in de douchebak ligt.De afvoerbuis van de lavabo komt
blijkbaar in de douchebak uit.Gelukkig heb ik mijn bekertje bij en kan ik de
douchebak proper spoelen.
zondag, 5 november 2000
Laatste ontbijt
We ontbijten in de Casa van
Mamadou.De eigenaar van het restaurant is een Malinees die getrouwd met een
Belgische en woont in Brussel.We krijgen fruitsap (350 CFA) en een half
stokbrood met Nescafé (500 CFA).Dirk en Koen vertellen over hun ervaringen
gisteren in een cafeetje aan de Carrefour.Daar zat aan de ene kant een rij
vrouwen en aan de andere kant een rij mannen.Af en toe verliet een gevormd
koppel de ruimte, wellicht om iets samen te gaan doen.
Om 8u45 rijden we weg naar het
logement waar de rest van de groep de volgende week zal verblijven.Het is voor
hen zeer goed gelegen, aan de overkant van de rivier dichtbij het centre
culturel waar de lessen djembe plaatsvinden.Ze zullen er elke dag cursus volgen
van 15 tot 17u tegen 3000 CFA per uur.Ze mogen er op het dak van een reisbureau
hun tent opzetten voor 3000 CFA per persoon.De straten zijn er zanderig.Niet
ver daar vandaan staat een mooie moskee.In een bureau staat een computer.
Ze bergen er hun bagage
op.Even later zijn we en route naar het trouwfeest.Iemand bekijkt de djembes en
zegt dat de djembe met het beschadigde vel niet deugt en zal barsten als er te
hard op geklopt wordt.Onderweg stoppen we om een mand en fruit te kopen als
cadeau voor de trouwers.Op een 150-tal meter van de plaats van de receptie
stopt de wagen.Enkele mensen gaan op zoek naar een mand en kopen er allerlei
fruitsoorten bij : sinaasappelen, meloen, citroenen.De verkoopster van de mand
vindt het onpassend dat Daniël de mand draagt en maant Veerle aan om de mand op
haar hoofd te dragen.
Op het trouwfeest
Om 9u50 zijn we ter plaatse op
het feest.We spreken af dat het busje van Mande Tours ons om 17 uur komt halen
en dat het tarief naar de luchthaven voor de hele groep 7500 CFA bedraagt.De
chauffeur maant ons aan om zeker op tijd te zijn, want hij moet op tijd zijn om
een Belgische groep op te halen aan de luchthaven.
We worden naar het
binnenkoertje van het huis van de vader van de bruid geleid.De vrouwen zitten
er buiten op een stoel.Tussen de muren is een zeil gespannen dat voor
beschutting tegen de zon zorgt.De vrouwen hebben kleurrijke feestkledij aan en
hun haar is opgetut met ingewikkeld vlechtwerk.De jongere vrouwen zijn moderner
gekleed en hebben modernere kapsels.De mannen zitten binnen.We geven aan iedereen
een hand.Onze rugzakken worden binnengezet in een lege ruimte die veilig wordt
afgesloten.We zetten ons neer op een stoel bij de vrouwen.Een vrouw staat op en
heft met vele gebaren een verwelkomingslied aan.Daniël geeft er haar 1000 CFA
voor.Een andere vrouw vraagt ook geld, maar daar gaan we niet op in.
p het feest wacht ik met
filmen.Op de koer is er ook een waterput, waarover een autoband ligt.De vrouwen
komen er af en toe water halen.Een vrouw poetst haar schoenen op.Er is nog een
blanke aanwezig.Het blijkt iemand te zijn die een cursus djembe gevolgd heeft
en nu komt meespelen.
Er komt nog een vrouw
zingen.Ze vraagt ook geld, van iedereen dan nog.Ik doe alsof ik er geen bij me
heb, want waar eindigt dat ? Daarna zouden ze ons echter geen geld meer
vragen.Iedereen stapt naar buiten.De vrouwen nemen plaats onder het tentzeil
dat is gespannen over de straat.Er wordt muziek gespeeld en gezongen.Wij zitten
op een stoel naast de tent.Een fotograaf neemt foto’s van het trouwkoppel.Ik
vraag aan de vader van de bruid of ik mag filmen.Het mag.Ik ben nog net op tijd
om het trouwkoppel te filmen.Ze zitten al in de auto dat hen zal brengen naar
de familie van de bruidegom.In de late namiddag zullen ze dan naar hier
terugkomen.
We nemen ook plaats in de tent.Het
optreden begint.Een vrouw zingt in een micro.Een voor een dansen de vrouwen.We
worden niet gespaard en moeten ook elk om beurt optreden.Een Italiaans meisje
in een nauw sluitend pak dat lijkt op dat van een Indiaanse prinses, danst ook
geregeld mee.Ze blijkt een danslerares te zijn die hier ideeën komt opdoen.Ze
blijft enkele maanden bij de lokale bevolking wonen.Ondertussen zien we de
andere djembes.De vellen zien er gehavend uit.Ze blijken jarenlang intensief
bespeeld te zijn.
Rond 12u40 komt de pot met
eten.Het is een reusachtige rijstschotel met allerlei andere onidentificeerbare
groenten en vlees.We eten zoals de Malinezen, met onze vingers.Elk scharrelt
aan zijn kant van de pot wat rijst op met 3 vingers, kneedt dat wat met de
overige vingers en steekt dat dan met de handpalm naar beneden in de
mond.Onvermijdelijk valt er heel wat rijst van tussen onze vingers.Zonde van
het eten.Het eten smaakt lekker.We krijgen ook cake en een banaan.
De keuken bevindt zich op de
binnenkoer.Met reusachtige pollepels schept de feestelijk aangeklede kokkin het
eten in grote teilen.Enkele van die reuzeschotels worden naar in een auto
ingeladen.
Na het eten barst het
dansfeest pas echt los.Mamadou is komen opdagen en speelt samen met zijn
companen erop los, alsof hun leven ervan afhangt.
En dan ga ik op verkenning
naar het toilet.Gelukkig moet ik geen grote boodschap doen, want in het gat
heerst een drukte van jewelste.Duizenden wormpjes snakken naar nieuw voedsel om
te verteren.Ik knijp alle moed uit mijn vingers en richt mijn camera op het gat
en zoem in.Gelukkig komt er ondertussen niemand af, want wat zou die wel
gedacht hebben.
Ik heb nog een leuke babbel
met Mamadou, maar dan moet hij naar de moskee.Om 15 uur gaat hij bidden.Het
duurt maar een tiental minuten.Hij bidt vijf maal per dag.Het gebed dat de
mensen opzeggen varieert van persoon tot persoon.Vrijdag is gebedsdag.Dan wordt
er maar gewerkt tot 12 uur en wordt het werk hervat om 15 uur.Op andere dagen
zijn de werkuren van 8 tot 16 uur.Hij vertelt over de ramadan.Dan mogen de
moslims overdag niet eten.Ze eten dan om 3-4 uur ’s nachts en na zonsondergang.
Naar de luchthaven
Om 16u35 vertrekken we naar de
luchthaven.We mogen vanaf 18u30 inchecken en 35 kg meenemen.Het is nog te vroeg
en we drinken nog een cola op het terras van een verderafgelegen restaurant.Het
is er merkelijk goedkoper dan in de luchthaven.Een cola kost er 300 CFA.Op de
tafel wemelt het van de vliegen.Koen legt zich te rusten in een hangmat.Ik
prepareer mijn bagage voor het inchecken.Een djembe zal ik afgeven, de andere
hou ik als handbagage.Die stop ik onderaan vol met al de gekochte kleren en
tafellakens.Daarna film ik de ondergaande zon.
Om 18u30 gaan we onze bagage
inchecken.We nemen af van de groep met enkele omhelzingen.Lieve krijgt het even
moeilijk.Ik geef mijn laatste 6800 CFA’s aan Nieken.Een security man van Sabena
die ons zag op het trouwfeest wil ons helpen, maar het duurt nogal
lang.Uiteindelijk checken we onze vijf collis in.Ik hou een djembe bij mij.De
taks van 10.000 CFA of 100 FF moet aan een ander loket betaald worden.
We melden ons aan bij de
douane.Hij laat ons eerst een fiche invullen en doet er dan moeilijk over dat
er op onze visa oktober staat.Hij begrijpt het niet, want we zijn toch al
november ? We moeten het met handen en voeten uitleggen en arriveren
uiteindelijk rond 19u35 in de ruimte voor de laatste controlepost.Het vliegtuig
van Sabena staat al klaar voor vertrek.Het zal een tussenlanding maken in
Ougadougou (Burkina Faso).
Als boarding time staat 20u15
op de kaart, maar in werkelijkheid wordt het 20u45.We stappen over de
landingsbaan naar het vliegtuig, langs een vlieger van Air Ethiopië.Aan de trap
naar het vliegtuig, staat een controlepost.We moeten onze bagage nog eens
tonen.De zak met het statief lijkt verdacht.De zak met de djembe wordt alleen
eens geschud.Vlak voor de instaptrap moet ik nog eens stoppen om mijn paspoort
te tonen.Om 20u55 zit ik aan boord, op rij 45.
In het vliegtuig zit een
jongetje van nog geen 10 jaar oud, helemaal alleen.Hij reist naar Parijs.Veerle
verneemt van een van de stewards dat het vliegtuig bij de heenreis ongeveer 1
dag vertraging had en dat de passagiers zeer vervelend begonnen te doen.Een en
ander klopt niet met de zeteltoewijzing.Zo zit een Italiaanse familie volledig
gescheiden.De stewards vragen om te wachten om bij elkaar te gaan zitten.
Ik lees de laatste bladzijden
uit het boek Mali Blues van Lieve Joris.Op p. 288 lees ik over een uitstap in
de Dogon : Nu leeft alleen de hogon (dorpsoudste) nog in de rotswand.
De doden werden vroeger met touwen van
boomschors naar boven gehesen.In de “Maison des règles” trekken vrouwen zich
terug tijdens hun ongesteldheid en leven er 5 dagen lang in volledige
afzondering.Het doet me plezier dit te kunnen lezen.Ik heb dus niet
gedroomd.Alles wat we de laatste 14 dagen meemaakten was geen fictie, maar
realiteit.De Dogon en hun onwaarschijnlijke zeden en gewoonten bestaan echt,
want ook Lieve Joris schrijft erover.
De commandant verwelkomt ons in
drie talen (Frans, Nederlands en Engels) en vertelt dat er vertraging is, omdat
er een ingeschreven passagier niet was komen opdagen.Er was ook een probleem
met het vervoer van de bagage.De vlucht zal 1 uur duren en is fully non
smoking.
Om 21u50 stijgen we op.We
vliegen op 9600 m hoogte en krijgen in snelheid een sesambroodje met kaas
aangeboden.De afstand naar Ouagadougou bedraagt ca. 700 km.De lokale
temperatuur is 28 ° Celsius.De tijd is dezelfde als in Bamako.
Tussenlanding in Ouagadougou
Om 22u45 raken we de grond
aan.De vlieger maakt een kleine hobbeling.Hier wordt er bijgetankt.Er komt ook
nieuwe bevoorrading.Ik leg me neer op een 4-tal lege zetels, maar niet voor
lang, want al snel geraakt het hele vliegtuig volzet.Er is een hele klas Franse
meisjes bij.Ze hebben allemaal hun haar gevlochten à la Africaine.De afstand
tot Brussel is 4324 km.
Met 1 uur vertraging naar Brussel
De commandant legt uit dat er
vertraging is.Er zijn blijkbaar overboekingen gebeurd.De vlucht zal 5u45
duren.In België is het al 1 uur later.Ik verzet mijn uurwerk en lees “Het
Laatste Nieuws” dat wordt rondgebracht.De weersvoorspelling voor de kust is
regen en max. 10 ° Celsius overdag en nachttemperaturen tot 6 ° Celsius.Ik zoek
naar de resultaten van Club Brugge.Ze blijken nog steeds het maximum van de
punten te hebben en naar ik kan opmaken uit de resultaten wellicht met 2-0
tegen Sankt Gallen (in werkelijkheid was het 2-1) in de heenronde van de
UEFA-cup.Er staan ook reportages in over Big Brother.Blijkbaar is er een nieuwe
bewoonster bijgekomen, Isabelle, en is Nathalie afgevallen.
We krijgen om 2u15 Belgische
tijd (1u15 lokale tijd) een warme maaltijd voorgeschoteld.Er is keuze tussen
vis en vlees.Ik kies voor vis met spinazie.Het voorgerecht is feta met tomaten
en er is ook een broodje met kaas.Na het eten start de film Autumn in New York
met in de hoofdrollen Richard Gere en Wyona Ryder.De film duurt 104 minuten.
We vliegen op 1130 m hoogte.De
buitentemperatuur is - 51° Celsius (- 59 ° Fahrenheit).De film is gedaan om
3u10 lokale tijd.’t Werd tijd, want mijn ogen vielen dicht.Om 5u10 krijgen we
koffie en 2 kleine boterkoekjes.De commandant zegt dat het 8 ° Celsius zal zijn
in Brussel, winderig en met wat regen.We zullen bij de afdaling turbulenties
krijgen.Om 5u25 start de afdaling en om 5u43 raken we de grond.Het wordt een
zachte landing.We hebben 1 uur vertraging.
Om 7 u. lokale tijd staan we
al te wachten op de bagage van de loopband, maar het zou lang wachten worden,
want de bagage kwam pas om 8 uur aangerold.We stappen naar buiten, waar we
worden opgewacht door de ouders van Veerle.Pa Callens heeft een groene
legertrui aan.Hij gaat vandaag gaan hengelen in zijn privé-visput in
Dendermonde.Dus rijden we eerst naar Dendermonde langs voor mij volkomen
onbekende wegen.Bij ma Callens krijgen we een potje koffie en enkele
boterhammen met kaas.’t Is raar maar we hadden alweer honger.Tegen 11 uur komen
we aan in Brugge.Anne en zoonlief Jonas zijn thuis.’s Middags haal ik
dochterlief Maite af aan school.Het is juffrouw Mariola die me eerst ziet staan
op ’t Zand, aan de voorkant van de school.Even later komt ook Maite
koekeloeren.Ze lijkt verrast te zijn.Ja, ik ben terug, doe ik teken, terug van
een onvergetelijke reis naar een land met onverwacht vele bezienswaardigheden, waar
geen geld hebben niet noodzakelijk ongelukkig maakt.Of ik er iets uit geleerd
heb ?
email :
Jean-Pierre.Van.Loocke@brugge.be
Ook interesse in film over Sicilië ??
|
Vorig jaar reisden
we in juli met ons 4-koppig gezinnetje (man, vrouw, 2 kinderen van 5 en 7
jaar) per huurwagen door Sicilië.We trokken het hele vasteland van Sicilië
rond, tegen de klok in.Hieronder is onze reisroute te zien.
|
|
|

|
|
|
|
|
|
Interesse
in film Sicilië ? Mail dan uw naam door.
jp.vanloocke@tiscali.be
of Jean-Pierre.Van.Loocke@brugge.be