REISFILMS

MALI & DOGON

Meer info over Sicilië (filmbeelden en reisverslag) op :  http://home.tiscali.be/reisfilmsjpvl  

image015.jpg (13825 bytes)

zaterdag 28 februari februari 2004 om 11u

 

vertoning van film “Mali: 4 steden langs de Niger”

 

in NTG-gebouw bij Sint-Baafskathedraal en Belfort in Gent

 

Organisatie : Africa matters

Film maakt deel uit van de beurs op 28 en 29 februari die in het teken van Afrika staat

Meer info over beurs : http://www.africamatters.be/

 

 

reisfilms Mali

van Jean-Pierre Van Loocke

Op stap langs de mysterieuze Dogonfalaise (1u) 

4 steden langs de Niger : Bamako, Segou, Djenne en Mopti en piroguetocht op de Bani (1u02) 

Ziehier enkele momentopnames uit de films. 

 

We beginnen met de film over de Dogon :

info films :

Jean-Pierre Van Loocke,

tel. 050/31.68.92

email : jp.vanloocke@tiscali.be of

Jean-Pierre.Van.Loocke@brugge.be

 

op rand van berg.jpg (51324 bytes)

Dragers en een gids zijn langs de steile hellingen geen overbodige luxe.

 

 

huisjes in ireli als pepervaten.jpg

De talloze voorraadschuren die op de rotswand balanceren zien eruit als grote pepervaten

 

 

Nombori berg.jpg (17907 bytes)

Het woongebied van de Dogon situeert zich boven op, langs en onder een 300 m hoge rotswand.

 

 

image020.jpg (18482 bytes)

Slapen gebeurt bovenop de platte daken.

 

 

 

 

baobab.jpg (54536 bytes)

In de films besteden we aandacht aan alle aspecten van de Malinese maatschappij (zoals o.a. het onderwijs, aids, werkgelegenheid), maar aan de fauna en de flora.  Een boom die erg tot de verbeelding spreekt is de baobab of apebroodboom.  Alle onderdelen van de boom zijn nuttig.  Zo doet de buitenkant van de vrucht o.a. dienst als bh.

   

dirk doodmoe.jpg (43860 bytes)

In het Dogongebied zijn er geen auto's en gebeurt alles te voet.  Af en toe eist de verzengende hitte zijn tol.

   

Clip0004.jpg (40971 bytes)

De Dogon zijn een animistisch volk dat sterk gelooft in geesten en in de krachten van de natuurelementen.  In een land waar 8 of 9 maanden lang geen druppel regen valt, is een regendans geen ongewone gebeurtenis.

   

Clip0061.jpg (49602 bytes)

Bij de Dogon leven zowel animisten, moslims als christenen.   Zicht op de vrouwelijke vleugel van de kerk.

 

Clip0061.jpg (49602 bytes)

De Dogon leven in erg primitieve omstandigheden : zonder elektriciteit, Aldi, noch waterleiding.Elke dag halen de vrouwen water van bij de dorpsbron dat onder andere moet dienen voor de douche van de blanke toeristen.

 

zonsopgang op dak in Kundou.jpg (49602 bytes)

Uren na het eerste hanengekraai, hanengebalk en geitengemekker steekt om 6 uur eindelijk de zon zijn hoofd uit.

 

Uit de film “4 steden langs de Niger”

 

 

 

 

 

djenne stadspanorama.jpg (27214 bytes)

13 jaar eerder dan de Brugse binnenstad stond heel het stadje Djenne al op de Werelderfgoedlijst van de Unesco.Alle huizen zijn er in leem gebouwd.De leem houdt de huizen wonderbaarlijk koel.

 

 

 

 

moskee Djenne.jpg (27214 bytes)

Maar de bescherming gaat ook gepaard met ongemakken.Zo wil de Unesco dat er niets meer aan het straatbeeld wijzigt.Daartoe behoren ook de middeleeuwse open rioolgeulen in het midden van de straten.Ze zien er smerig uit en stinken.

 

 

 

 

moskee Djenne.jpg (27214 bytes)

Ook de moskee in Djenne is volledig in leem gebouwd. Het heiligdommoet elk jaar na het regenseizoen met verenigde krachten hersteld worden.  De houten stokken die uit de gevel steken dienen daarbij als platform.

 

 

 

 

markt met moskee.jpg (27214 bytes)

Dit wilden we voor geen eurocent missen : de maandagmarkt van Djenne, die een van de grootste is van Afrika.We bekijken de markt vanuit allerlei gezichtspunten en schuwen ons niet om met de camera in aanslag de kraampjes van dichtbij te aanschouwen.

 

 

 

 

moskee Djenne.jpg (27214 bytes)

De vrouw van op de affiche is een Peulvrouw.Typisch voor de vrouwen van herdersvolk de Peul is hun mondtatouage.Het is een teken van schoonheid en wordt als sensueel en prikkelend ervaren.En ?

 

 

 

 

moskee Djenne.jpg (27214 bytes)

Neen, dit is geen Peul, maar wel cameraman en cineast JP.

 

 

 

 

moskee Djenne.jpg (27214 bytes)

Mali is het 4de armste land ter wereld.Veel meer dan wat loslopend vee en een kookpot hebben de mensen niet.Deze mensen hebben zelfs de luxe over een keukenhut te beschikken.

 

 

 

 

moskee Djenne.jpg (27214 bytes)

Maar dat betekent niet dat ze ongelukkig zijn.Integendeel, hun prachtige en uiterst kleurrijke gewaden getuigen van grote trots en waardigheid.

 

 

 

 

moskee Djenne.jpg (27214 bytes)

Ook de vrouwen mogen er zijn !

 

 

 

 

mijn documenten/eigen website/carlo/meisje trouwfeest.jpg (27214 bytes)

’t Is sjiek, echt waar !

 

 

 

 

moskee Djenne.jpg (27214 bytes)

Je komt toch ook naar me kijken in de film, he ?

 

 

 

 

 

 

Info/reserveringen film

Jean-Pierre Van Loocke, Zandstraat 34, 8200 Brugge

tel. 050/44.80.03 (werk) en 050/31.68.92 (thuis)

email : jp.vanloocke@tiscali.be of
Jean-Pierre.Van.Loocke@brugge.be

Praktische info reis Mali

streek : 

gebied langs de Niger van Bamako tot Mopti en Dogonfalaise tussen Benigmatou en de 3 Youga’s

traject : Bamako, Sévaré, Bandiagara, Begnimato, Dourou, Nombori, Tireli, Ireli, Banani, Kundu-Ginna, Yougo-Na, Yougo-Piri, Yougo-Dourou, Banani, Sangha, Sévaré, Djenne, Sévaré, Mopti, piroguetocht op Bani (naar o.a. Djembe), Segou, Kalabougou, Segou, Bamako

periode 

van 22 oktober tot 5 november 2000

reisgezelschap

ik was er met 5 vrienden uit Brugge en een vrouw uit De Haan

we reisden niet-georganiseerd, maar bereidden onszelf wel goed voor via reisverslagen, gesprekken met mensen die al eens in Mali geweest waren, reisgidsen...

reisbureau :

- we boekten bij een reisbureau in Parijs alleen het vliegtuig heen en terug; het was enkele 1000 BEF goedkoper dan het toegepaste tarief in België en kostte ca. 21.000 BEF

- we vlogen met Sabena : bij de heenreis rechtstreeks vanuit Brussel naar Bamako (in totaal 5u30 vlucht) en bij de terugreis : van Bamako via tussenstop in Ouagadougou (Burkina Faso) naar Brussel

transport ter plaatse

- minibustaxi van luchthaven naar de Mission catholique in Bamako : 12.000 CFA (in totaal voor ons 7)

- jeeptaxi van Soeurs Blanches in Bamako naar busstation Sogoniko : 6.000 CFA (in totaal)

- taxi voor 3/4 personen in Bamako : 3500 CFA (busstation naar Soeurs Blanches), 2.500 CFA (restaurant naar Soeurs Blanches) 

- 20 min. wachtgeld (om ons tijd te geven om geld te wisselen in een bank, terwijl de volkswagentaxi staat te wachten) : 2000 CFA 

- rugzak in bagagedepot van bus (onderaan de bus) tijdens onze rit Bamako – Sévaré : 500 CFA per persoon 

- bus Bamako – Sévaré (634 km) met Bittar Trans : 7.000 CFA per persoon 

- taxi van busstation Sévaré naar Mission catholique Don Bosco : 1.500 CFA in totaal 

- tocht voor 6 dagen met vervoer (heen en terug Sévaré – Dogonfalaise), gids, dragers en 5 overnachtingen : 75.000 CFA per persoon (te betalen door elk van ons, dus in totaal : 425.000 CFA) 

- jeep van Sévaré tot aan rand van Dogonfalaise ter hoogte van dorp Benigmato 

- trekking te voet doorheen het Dogongebied 

- terugtocht per jeep vanuit Sangha naar Sévaré 

- taxi van Sévaré naar Djenne met vertrek om 15u. zondag en aankomst terug in Sévaré op maandag om 17u : 60.000 CFA voor ons allen samen 

- Volkswagentaxi Sévaré – Mopti : 2500 CFA in totaal 

- dagtocht per pirogue vanuit Mopti naar vissersdorpjes op de Bani : dorp Djennediaga (bozodorp), Capouloudaga, Djembe (peuldorp), campement touareg, samenvloeiing van de Bani in de Niger, Motiede : 52.500 CFA (in totaal voor ons 7) 

- bus Sévaré – Segou (Bittar Trans) : 5.000 CFA 

- tocht per pinasse van Segou naar Kalabougou (in totaal : 3 uur heen en terug) : 20.000 CFA + 2500 CFA taks per persoon voor bezoek aan Kalabougou 

- bus Sévaré – Bamako : 2.500 CFA per persoon 

- taks luchthaven (om terug te vliegen naar België) : 10.000 CFA 

Logies

we sliepen 1 keer in een hotel (Segou), 5 nachten in missieposten (Bamako en Sévaré) en voor de rest in open lucht op platte daken (1 nacht in Djenne en 5 nachten in dorpen langs de Dogonfalaise)

Alle overnachtingen vielen reuze goed mee.Alleen Kita Kourou vond ik niet zo’n goede keuze. 

Reizen kost 

eten en drank :

- dagmenu in restaurant : 1000-2000 CFA

- klein biertje : 500 CFA, maar 1200 CFA in Dogongebied 

- groot bier (66 cl) : 800 CFA, maar 1100 CFA in Dogongebied 

- 1,5 l water : varieert van 500 CFA (op bus) tot 1250 CFA of 1500 CFA (in Dogongebied en ook in Ségou) 

- 1 kg colanoten (in Bamako) : 4500 CFA 

- een kop koffie : 100 CFA (in drankstalletje langs de weg), 300 CFA (in restaurant) 

- frisdrank : 175 CFA (in stalletje op straat in Bamako), 200 CFA (in wegrestaurant Ségou), 250 CFA in winkeltje in Djenne, 300 CFA (restaurant Kita Kourou en café op 150 m van luchthaven) of 350 CFA (in restaurant), 600 CFA (in Dogongebied) 

- 1 oliebol op een markt in Dourou : 500 CFA 

- oliebol gekocht op bus : 250 CFA 

- 1 gebakken maniokfriet op markt Djenne : 25 CFA 

- zak snoep in Djembe : 2000 CFA 

- 6 maniokcakes voor 100 CFA 

- 1 banaan van 15 cm : 25 CFA 

- 20 frieten op straat in Ségou : 100 CFA 

zwemmen :

- toegang tot openluchtzwembad van hotel in Ségou : 2000 CFA 

- zelfde prijs voor openluchtzwembad hotel de l’Amitié Bamako 

telefoneren en faxen :

- 1min30sec telefoneren vanuit bushokje in Segou naar België : 2580 CFA 

- 3 min. bellen vanuit postkantoor in Djenne naar België : 5600 CFA 

- telefoonkaart : 7000 CFA voor 60 eenheden

- fax naar België : 17.800 (!!!) CFA, want duurt 4min05 om door te sturen; vanuit Bamako : 4.025 CFA 

souvenirs :

- houten katapult met afbeelding van man : 1500 CFA 

- fooi om iemand te mogen filmen : 100 CFA 

- djembe gekocht in Bamako : 25.000 CFA 

- houten hanger met mensenhoofd om rond de nek te dragen gekocht in Tireli : 1250 CFA 

- houten wandelstok met 4 hoofden boven elkaar gekerfd : 5000 CFA 

- bobo gekocht aan straatventer in Sangha : 8000 CFA 

- peulhoed gekocht aan straatventer : 3500 CFA 

- zilveren halsketting : 4500 CFA 

- 2 lichte lange broeken met Afrikaanse motieven : 7000 CFA in totaal (vraagprijs was 11500 CFA) (in kunstenaarscentrum in oude stad Mopti) (nadeel : zonder broekzakken opzij) 

- 1 lange broek op maat gemaakt in kleermakersatelier in Mopti : 4000 CFA (voordeel : met broekzakken opzij) 

- cd aangeboden door straatventer : 1200 CFA 

- zilveren armband : 3000 CFA 

- groot tafellaken met blauwe en witte tinten : 22.300 en 25.000 CFA 

stads- en wegentaks :

- taks te betalen aan wegcontrole tussen Sangha en Bandiagara : 1000 CFA per persoon 

- stadstaks Djenne (door iedereen te betalen aan stadspoorten), genoemd taxe de développement touristique région de Mopti commune urbaine de Djenne : 1000 CFA 

- taks voor bezoek aan Kalabougou : 2500 CFA 

diversen :

- gids in Djenne voor 2-tal uren : 7700 CFA in totaal voor 7 man 

- postzegel voor postkaartje naar België : 310 CFA 

- postkaartje : 150 CFA (in winkeltje in Mopti), 175 CFA (in winkeltje in Ségou) of 250 CFA (in postkantoor) 

- 10-tal balletjes voor voetbaltafel op straat : 100 CFA 

- cursus djembe : 3000 CFA per uur 

diensten in hotel l’Esplanade :

- auto met chauffeur : 20.000 CFA/dag + buiten de stad : 100 CFA/km 

- auto zonder chauffeur : 250.000-500.000 CFA/dag + 100 CFA/km buiten de stad 

En voor de was : 

- hemd : 500 CFA 

- slip : 250 CFA 

- lange broek : 600 CFA 

- zakdoek : 150 CFA 

- BH : 300 CFA 

- rok : 700 CFA 

- kleed : 850 CFA 

- kousen : 200 CFA 

Betalen deden we met lokale munt ter plaatse gewisseld voor Franse frank 

We gebruikten geen kredietkaart, maar konden wel vlot geld wisselen zonder commissie : in banken en op luchthaven 

wisselkoers : 100 CFA = 1 FF 

andere noodzakelijke kosten :

- inentingen voor gele koorts, hepatitis, tabletten tegen malaria (Lariam) 

- reisvisum van 1130 fr. + 2 pasfoto’s, af te halen bij ambassade van Mali, Louisalaan 487, 1000 Brussel 

reisliteratuur

Dominicus, Mali (Gottmer, 1998)

- zeer goede achtergrond informatie en ook goede praktische info

- weinig kaartjes, maar mooie foto’s 

Te gast in Mali (1998) 

- leuke eenvoudige verhalen 

Le Mali aujourd’hui (Les Editions j.a.) 

- zeer mooie foto’s 

- goede informatie over de geschiedenis van Mali, maar geen praktische informatie 

The Rough Guide West-Africa (1999) 

- goede informatie over overnachtingen, transport, restaurants 

- ook interessante informatie over de Dogoncultuur (p. 350-351), zoals bv. anatomie van een Dogondorp 

Lonely Planet West-Africa 

- 59 blz. over Mali : p. 551-610 

- plannetjes 

- uitstekende informatie met ook aanduiding van prijzen van overnachtingen, restaurants 

- interessante info over Dogoncultuur : bv. architectuur, systeem van 5- en 7-dagenweek, plan van marktdagen, maskers, religie, wereldvisie 

Le Guide du Routard, 1998/99 

- uitstekende basisinformatie met uitleg over wat je moet weten over de bezienswaardigheden 

Kaart Pays et villes du Monde : Mali, 1993 

- op schaal 1:2.000.000 

- beste kaart die we konden vinden, maar niet gedetailleerd genoeg voor de Dogonfalaise 

- aanduidingen van bezienswaardigheden, soorten wegen, afstanden tussen steden, rijstvelden, speciale moskeeën 

- op de kaart staat ook een gedetailleerde plattegrond van Bamako 

gegevens over mezelf

- Jean-Pierre Van Loocke

- geboren in december 1960

- beroep : redacteur Informatiedienst stad Brugge 

- adres : Zandstraat 34, 8200 Brugge 

- tel. 050/31.68.92 (thuis), 050/44.80.03 (kantoor) 

- email : jeanpierre.vanloocke@wanadoo.be

- wie wil mag me om het even wanneer contacteren 

Logies-info

 

 

image015.jpg (13825 bytes)

Centre d’Accueil des Soeurs Blanches

centrum Bamako, niet ver van de kathedraal

overnacht op 22/10 en 4/11/2000

- vanuit België per email geboekt : mafrmali@malinet.ml 

- prijs : 12.000 CFA voor een driepersoonskamer en eveneens 12.000 CFA voor een vierpersoonskamer 

- ingang langs traliehek dat telkens snel afgesloten dient te worden 

- geeft toegang tot een binnenhof omgeven door exotische planten, overdekte zitplaats, kapel (met in interieur djembe), slaapkamers op gelijkvloers 

- zusters slapen op eerste verdieping 

- missiepost is alleen toegankelijk op bepaalde uren 

- kamers beschikken over al het noodzakelijke comfort : bedden met muskietennet, ventilator (de ene draait al beter dan de andere), stopcontact, nachtkastje, 1 tafel en 1 stoel 

- afzonderlijke badkamer met douche, lavabo en toilet 

- nadeel is dat eens de warmte binnenzit, je die er nog moeilijk uitkrijgt 

mission sévaré.jpg (13825 bytes)

Mission catholique Jean Bosco in Sévaré

op ca. 1 km van de hoofdweg Sévaré - Mopti

overnacht op 23/10, 30/11 en 31/11/2000 : 

- katholieke missiepost van de paters 

- telefonisch gereserveerd (telefoonnummer gekregen bij de Soeurs Blanches in Bamako) 

- 5000 CFA voor een tweepersoonskamer met 2 bedden met muskietennet, douche, lavabo, tafel met 1 stoel, ventilator en stopcontact 

- 20.000 CFA in totaal voor ons 7 

- idyllisch gelegen temidden van weelderige begroeiing 

- in bungalows met in totaal 3 tot 4 kamers 

- heel het domein is omheind 

- toiletten bevinden zich in een ander gebouw dichtbij 

- in de missiepost wonen ook Malinese gezinnen in afzonderlijke bungalows 

- zeer rustig, maar het getsjielp van de wevers (vogelsoort die hele lange nesten maken) in de bomen moet je erbij nemen 

- pater Joseph was onze contactpersoon en kan helpen om een gids te vinden voor de Dogon 

- als verwelkoming krijg je er gratis water uit eigen waterput 

- 3 minpunten : 

- opletten voor de muggen : dit was zowat de enige plaats op onze reis waar ik 
gestoken werd door muggen 

- het is niet gemakkelijk om een verantwoordelijke te vinden die je naar de kamers kan 
brengen (we dienden meer dan 1 uur te wachten voordat père Joseph opdook). 

- ’s avonds is er alleen verlichting in de kamers, maar niet op het terrein rond de 
bungalows (als je naar het toilet wil, moet je dus je zaklamp meenemen) 

 

 

 

kita kourou2.jpg (13825 bytes)

Hotel-restaurant Kita Kourou

- slapen op dak van Kita Kourou Djenne : 1500 CFA per persoon

- je kan ook binnenslapen, maar dat gebeurt in kamers zonder raam, op een matras op de grond en een staande ventilator 

- douchen is op bepaalde momenten van de dag moeilijk, omdat ook het toilet zich in de doucheruimte bevindt 

- eigenlijk is deze ruimte maar een vieze bedoening 

- niet echt een aanrader 

- de campement, die zo’n 300 m verder ligt, zag er een beter alternatief uit, al zou het kunnen dat het daar drukker is en dus minder rustig ‘s nachts 

 

 

hotel esplanade.jpg (13825 bytes)

Hotel l’Esplanade, Segou

langs boord van de Niger, op ca. 200 m van de kade en ca. 600 m van busstation

tel. 223.320.127

- relatief nieuw hotel met kamers in allerlei categorieën 

- driepersoonskamer met ventilator (geen airconditioning) : 20.500 CFA (10 % korting voor meer dan 1 nacht) 

- buiten slapen op binnenplaats (in eigen tent) : 3000 CFA per persoon + 1000 CFA voor ontbijt 

beoordeling : 

- hotel ligt 30-tal m van de rivier; restaurant ligt tegenaan de rivier; tussenin is er een weg waar nauwelijks verkeer passeert 

- goede ligging, maar wel naast een sloppenwijk (maar je voelt je er niet bedreigd) 

- rustig (geen lawaai van bv. moskee of straat) 

- binnenplaats heeft nette stenen vloer en er staat exotische beplanting 

- restaurant is afgeschermd van de rivier met lelijke kippegaas 

- in het water drijven tientallen blikjes Nescafé 

- opletten met afspraak over te betalen prijs : hotelmanager geeft korting, maar vertelt dat niet door aan de receptionist waardoor je bij de eindafrekening toch de normale prijs voorgeschoteld krijgt

Restaurants

 

 

café des sports.jpg (13825 bytes)

Café du Sport

- pal rechtover de ingang van de Mission catholique

- geen terras

- klein interieur met plaats voor 3 tafels

- muren zijn prachtig beschilderd met figuratieve landschappen

- ontbijt voor 500 CFA : Frans brood, confituur, Nescafé of thee en gecondenseerde melk

- avondmaal voor 1000 CFA : rijst met lekkere groentensaus en water

- weinig keuze aan eten, zeer eenvoudig, maar gezellig, voor budgetreizigers

 

 

image015.jpg (13825 bytes)

Casa van Mamadou, Bamako 

- schuin rechtover de Mission catholique

- in de buurt steeds een samenhoping van gidsen die je lastigvallen 

- fruitsap : 350 CFA 

- ontbijt : half stokbrood met confituur en Nescafé : 500 CFA 

 

san toro.jpg (13825 bytes)

Le San Toro, Bamako

route de Koulikoro, BP 1511

tel. 22.30.82 

- Afrikaanse siervoorwerpen in de binnentuin en in het sfeervolle interieur 

- om binnen te kunnen zitten moet je op voorhand boeken, want snel volzet 

- hoofdschotel (om het even wat, bv. capitaine, frietjes en velletje sla, maar ook mogelijkheid om kip of konijn te nemen) : 4500 CFA 

- aperitief maison (drank op basis van kruiden en fruitsappen) : 500 CFA 

- vriendelijke en stijlvolle bediening (bv. schotels met deksel) 

 

 

dirk eet.jpg (13825 bytes)

wegrestaurant Ségou

- het enige wegrestaurant van Mali

- waar de bussen stoppen die van Bamako naar Mopti/Sévaré rijden

- steeds een drukke bedoening

- aan breed kruispunt tegenaan de asfaltbaan Bamako – Mopti

- zelfbediening door tralies

- zeer goedkoop maar bedenkelijk eten (vlees vol met zemelen)

- couscous met Arabische saus : 250 CFA

- frisdranken : 200 CFA

 

le golfe.jpg (13825 bytes)

Le Golfe, Ségou

Place Da Monzon

- we aten er op het terras dat uitgeeft op een breed kruispunt 

- ’s avonds is het er erg rustig 

- we bestelden de maaltijd vooraf, waardoor we ’s avonds onmiddellijk op uur konden eten 

- net zoals overal lekkere Nigerbaars (capitaine) 

- mogelijkheid om pannekoeken te eten als dessert 

 

soleil de minuit.jpg (13825 bytes)

Le Soleil de Minuit in Ségou

- biefstuk met frieten : 2000 CFA

- snelle bediening 

- je kan binnenzitten, maar er is ook veel plaats buiten op het beschaduwde terras 

 

restaur espanade.jpg (13825 bytes)

Hotel l’Esplanade in Ségou 

- capitaine met groene boontjes en frietjes, en als dessert pastiche (watermeloen) : 2950 CFA

- rustig 

- verhoogd overdekt houten terras 

 

 

Bar Bozo in Mopti

- op terras aan boord van de Niger naast de scheepswerf en de plaats waar de mannen zich ’s avonds naakt wassen in het water

- weinig keuze 

- indien je vis wil eten, best op voorhand bestellen, want op is op 

- onvriendelijke bediening 

- capitaine à la braise met frietjes of rijst : 2000 CFA 

- capitaine à la brochette met frietjes/rijst : 2500 CFA 

- om naar toilet te gaan moet je langs de plaats passeren waar de mannen zich in de rivier wassen

 

 

Le Bozo in Sévaré

- op 300-tal m van Centre Jean Bosco gelegen aan rand van een immens open plein (groter dan voetbalveld)

- tel. 43.02.46 

- gerechten : 

- omelet met frietjes : 1500 CFA 

- omelet met erwten en een sausje : 1500 CFA 

- couscous : 1750 CFA 

- biefstuk friet : 3000 CFA 

- mogelijkheid om binnen of buiten te zitten 

- binnen is de ruimte afgedekt met riet 

- er staat een tv en er is een bar 

- op de vensters zit het vol met hagedissen 

 

le régal.jpg (13825 bytes)

Le Régal in Mopti

- op hoek van rivier en straat die naar de post leidt

- restaurant zonder buitenterras 

- binnen is het koel 

- eenvoudig interieur met muren bepleisterd in azuurblauw 

- grappige ijskast : er steekt alleen water in, in plastieke zakjes 

- drank moet blijkbaar van elders gehaald worden 

- snelle bediening 

- ruime keuze aan eenvoudig, maar lekker eten : 

- buffet steak : 750 

- couscous arabe : 1250 

- brochette : 250 

- omelette : 500 

- riz à la sauce : 500 

- pomme de terre frite : 500 

- salade verte : 300 

- salade tomate : 300 

- café au lati : 300 

- poulet complet : 2400 

- eau awa : 750 

- yaourt : 200 

- lait caillé : 125 

- lait frais : 125 

- spaghetti : 500 

- café noir & lipton : 150 

 

kita kourou.jpg (13825 bytes)

Kita Kourou in Djenne

- naast het politiekantoor en op 150-tal m van de beroemde maandagmarkt

- lekker eten 

- vriendelijke eigenaar die erg begaan is met zijn klanten 

- bier is alleen in het geniep te verkrijgen (op voorwaarde dat je het drinkt zonder dat iemand anders het ziet, bv. op je kamer), want moslims mogen geen alcohol drinken en de sociale controle is er erg groot 

- biefstuk met groene boontjes : 2000 CFA 

- couscous : 1000 CFA 

- spaghetti : 2000 CFA 

- fles water : 750 CFA; frisdrank : 300 CFA 

- omdat terras aan de straat grenst, wordt je er lastiggevallen door gidsen die hun diensten willen aanbieden 

Enkele woordjes in Bambara

 

aniesokoma

goeiedag

aniekié

goedenamiddag

anie-oela

goedeavond

kanchi

goedenacht

initié

dank je

anitié

dank u (2 personen)

ekakinewa ?

hoe gaat het ?

somokonkakinewa

hoe gaat het met de familie ?

torosieté

goed

kanjerebé

smakelijk

agadi

lekker

leffara

ik heb genoeg

soko

vlees

chjekee

vis

dolo

bier

djie

water

keme

100

kélé

1

fila

2

saba

3

nani

4

dourou

5

woro

6

wolofla

7

cheikie (sjeikie)

8

kononto

9

ta(n)

10

Reisverslag Mali en Dogon

zondag 22 oktober 2000

24 kg bagage

Om 18u57 vertrekt de trein met ons 7-tal richting Brussel.We hebben onze fleece aan en daarbovenop onze rugzak.Het totale gewicht van mijn bagage baart me zorgen : 24,05 kg heb ik mee, verdeeld als volgt :

- rood rugzakje : 0,200 kg 

- slaapkussen, handdoek, Ecuadoriaans dagrugzakje : 1 kg 

- toiletzakje : 1,1 kg 

- zelf opblaasbaar slaapmatje : 2 kg 

- slaapzak : 1,8 kg 

- rugzak met reisinfo en fotoalbum : 2,7 kg 

- sandalen en stapschoenen Aigle : 1,7 kg 

- camera, statief en batterijen : 4,5 kg 

   - statief : 1,5 kg

   - camera zonder batterij : 1 kg 

   - tas : 0,4 kg 

   - 7 filmpjes in UV-zakje : 0,5 kg 

   - lader : 0,45 kg 

   - batterijen : 0,7 kg : 

         - 2 kleine : 0,25 kg 

         - tussenslag : 0,2 kg 

         - grootste : 0,25 kg 

- kleren : 4,9 kg 

   - 2 hemden met lange mouwen 

   - 2 sweaters : blauw en geel 

   - 3 lange broeken 

   - 2 korte broeken 

   - 5 t-shirts 

   - 1 fleece 

   - 6 onderbroeken 

   - 6 paar kousen 

- boek Mali Blues : 0,45 kg 

- dagboekschriftje : 0,2 kg 

- speelgoed om weg te geven, stylo’s en kleertjes : 2,5 kg 

- koeken, zout, kandijsuiker en witte suiker : 1 kg 

- 2 appels : 0,3 kg 

- 6000 FF 

In Brussel Zuid wisselen we van trein.Op het perron worden de benen losgegooid voor een sessie Afrikaanse dans.Een kwartier later rijden we naar Zaventem luchthaven. 

In Zaventem

We mogen 20 kg bagage inchecken.Geen nood, want al mijn cameramateriaal, het toiletzakje met de medicamenten, de belangrijkste kleren en schoenen... hou ik bij me op het vliegtuig in mijn rode tas.Daardoor check ik slechts 15 kg bagage in.Ik zorg voor nog een extra kg door mijn drinkbus te vullen met 1 liter kraantjeswater.

We hebben nog meer dan 2 uur tijd en gaan iets eten in het restaurant.De zon schijnt door het grote raam op de vliegtuigen van Sabena die tegen de pieren staan.Ik eet mijn boterhammetjes op met honing, confituur en choco en drink een fruitsapje dat ik heb meegebracht.De anderen drinken dure koffie en eten een prijzige boterkoek (50 fr.).We nemen onze lariampil. 

Na het eten flaneren we langs de taxfreeshops.Ze verkopen hier de camera van Sharp (PD4) die ik enkele maanden geleden wou kopen bij Steenweg in Utrecht.De verkoopprijs voor die digitale camera was 8000 fr. hoger dan in Utrecht.Lang blijf ik niet hangen bij de shops, want mijn handbagage begint zwaar door te wegen.Daarom begeef ik me maar meteen naar de wachtruimte voor het vliegtuig.Er was een vertraging aangekondigd van ca. 20 minuten.Ik begin Mali Blues te lezen.Nadien ga ik nog voor een laatste keer naar een deftig toilet. 

Rij x tot rij x mag opstappen, de mensen die achteraan zitten mochten eerst het vliegtuig op.De andere rijen worden niet meer afgeroepen.Hoewel we in groep reizen, zitten we op het vliegtuig niet allemaal bij elkaar.In het vliegtuig ziet het zwart van het volk : de blanken zijn duidelijk ondervertegenwoordigd. 

Het vliegtuig moet om 11 uur vertrekken, maar loopt wat vertraging op, omdat er diende te worden gewacht op passagiers die van een ander vliegtuig kwamen.Door de opgelopen vertraging staan er ondertussen meerdere vliegtuigen klaar om op te stijgen.We moeten onze beurt afwachten. 

In de lucht

Uiteindelijk stijgen we met ca. 45 minuten vertraging op.De piloot doet zijn best om de vertraging weg te werken en slaagt daar gedeeltelijk in.We vliegen op een hoogte van ca. 10.000 m en vliegen over Frankrijk en Marokko.Onder ons schuift de Sahara in het zuiden van Marokko aan ons voorbij.Ik film even door het bekraste raam en ga op zoek naar een ander raam om te filmen, maar het vliegtuig zit eivol, zodat ik geen ander filmraampje vind.

Op het Sabenavliegtuig heeft iedereen een eigen tv-schermpje voor zich op de rugleuning van de passagier voor zich.Met een afstandsbediening kan je kiezen wat je wil zien.Ik bekijk de laatste nieuwsjes, over o.a. de dreigende oorlog tussen Israël en de Palestijnen, de race voor het presidentschap in de VS en een busongeval in Peru. 

Mijn buurmanpassagier is een “artiste” uit Bamako.Doordat hij niet kon schrijven en ik in zijn plaats zijn registratiekaart invulde, kwam ik te weten dat hij 40 jaar oud was en geen kinderen had.Een precies adres had hij ook niet : het adres verwees naar een heuvel in Bamako.Hij deed een beetje vreemd op het vliegtuig.Toen ik de laatste koptelefoon die de hostess ronddeelde aan hem wou geven, wou hij ze niet krijgen.De hostess bracht er toen nog een, maar ook deze wou hij niet.Even later nam hij de koptelefoon van mij en zette hem op zijn hoofd.Toen nam hij ook nog mijn afstandsbediening en zocht naar een kanaal met muziek.Die liet hij op volle toeren afspelen en viel toen in slaap met de muziek aan.Af en toe maakte hij rare geluiden.Zowat 1 uur voor het landen, gaf hij de koptelefoon aan mij terug. 

Toen de airhostess kwam, zei hij dat hij geen cola wou.Op het wagentje stond alleen cola en water.Toen de hostess vroeg wat hij wel wou, wees hij naar de colafles.De hostess nam de fles, maar hij protesteerde.Ze geraakte er nerveus van en vroeg hem wat hij dan wel wou.Hij bleef naar de colafles wijzen.Uiteindelijk kreeg hij dan toch cola.

Zijn dessert moest hij niet hebben.Hij wou het aan mij geven, maar ik bedankte ervoor.Net voor de landing wou hij perse nog een koffie drinken, maar we hadden onze gordel al aan en de hostess zei dat het te laat was.Hij leek verbitterd. 

Bamako airport

Rond 15u30 landen we in Bamako, waar in de verte wolken te zien zijn.Toch laat de hitte zich goed voelen, vooral doordat we, eens het vliegtuig uit, te voet moeten stappen over de landingsbaan.Er mag nergens gefilmd worden.Dat mocht ook niet tijdens het opstijgen en landen.

We stappen het luchthavengebouw binnen en moeten meteen langs de immigratiepost.Er staan twee rijen aan te schuiven.Een beamte controleert ons paspoort, visum en de inenting tegen gele koorts.Hij neemt ook onze verblijfkaart in ontvangst en slaat een stempel in ons paspoort. 

Wat verder is de enige loopband waarop de bagage wordt gelegd.Het duurt een hele poos voor de bagage er is.Dragers bieden hun diensten aan, tevergeefs, want niemand heeft al geld kunnen wisselen.We sleuren onze bagage tot bij de douane.Elke rugzak moet opengemaakt worden.Een vrouwelijke beamte doet teken naar het zakje waar mijn statief inzit.Het ziet er verdacht uit.Eens geopend, schudt ze haar hoofd.Wat die toeristen toch allemaal meebrengen, zeg ! 

We stappen naar buiten.Touroperatoren zwaaien bordjes met namen daarop.De onze staan er niet op, want we hebben niets vastgelegd.Alleen het logement voor de eerste nacht ligt vast : bij de Soeurs Blanches, via email. 

We banen ons een weg door de menigte en moeten ons verweren om niet meteen in een taxi terecht te komen.Eerst willen we onze vliegtuigticketten herbevestigen.Een jongen gaat met ons mee naar het bureautje van Sabena, op de verdieping in de vertrekhal.We hebben geluk, want de computer werkt.Ons ticket voor de terugreis is bevestigd.Nu snel naar de anderen.In de vertrekhal is de bank dicht.Toch kan ik geld wisselen in een krantenwinkeltje.Ik wissel 2000 FF en krijg er 200.000 CFA voor.De briefjes zijn aan elkaar geniet en zien er vuil uit.Maar er is geen commissie te betalen en het klopt. 

De luchthaven ligt 15 km van het stadscentrum.De enige manier om er te geraken is een taxi huren.We onderhandelen voor een taxi naar de Soeurs Blanches.Iemand van het hotel Amitié heeft een minibusje klaarstaan.We mogen mee als we willen.De andere taxichauffeurs vernemen echter dat we naar de Soeurs Blanches willen gaan en vinden het niet eerlijk dat we met het busje van hotel Amitié meegaan.We veinzen naar de Amitié te gaan en mogen vertrekken. 

Ons plan om via het busstation naar ons logement te gaan, mislukt.Dat kost extra, zo luidt het en het busstation ligt niet op de weg.Voor we kunnen reageren rijdt het busje voorbij de afslag naar het busstation en zitten we op de rechte baan naar een van de lange druk bereden bruggen over de brede Niger.We rijden over de Pont du Roi Fahd Ibn Abdullaziz, die aan de westkant van het centrum gelegen is.Ter hoogte van de andere brug, die naar het midden van de stad leidt staat het hotel de l’Amitié, dat samen met de BCEAO (West-Afrikaanse Centrale Bank) de enige hoogbouw is in Bamako.Het is snikheet, zoals altijd.De ramen van het busje staan open.Een ideale voedingsbodem om een sluimerende verkoudheid tot ontwikkeling te laten komen, zo blijkt. 

Bij de Soeur Blanches

We komen bij de Soeurs Blanches aan, even na 17 uur.Een perfecte timing, zo lijkt het, want op zondag zijn de tralies gesloten van 11 tot 17 uur (anders van 11 tot 16 uur).Een in het wit geklede zuster komt opendoen.Ze kijkt vreemd als we zeggen dat we geboekt hebben.Maar als we verwijzen naar de email dan is alles ok.We krijgen 2 kamers toegewezen : een voor de 3 vrouwen en een voor de 4 mannen.In de gang zijn er 2 ruimtes met een westers toilet en een douche met lavabo.Op de kamer draait een fan tegen een slakkentempo.De warmte heeft het interieur ingepalmd.We zweten spontaan, zonder inspanningen te doen.Ik zoek naar een stekker om mijn batterijen te kunnen opladen en bingo : er is er een naast de schakelaar voor de fan.

De zusters wijzen ons erop dat we ten allen tijde de poort moeten sluiten.We krijgen 2 sleutels : een voor de kamer en een voor de poort.Eens de poort achter ons gesloten, begrijpen we waarom.Iemand komt vragen of we een djembe willen kopen, een andere wil ons naar zijn restaurant lokken, en een derde wil ons rondgidsen in Mali.Met een vierde onderhandel ik over de prijs voor de busrit naar het busstation.Hij vraagt 7000 CFA, maar ik kan een overeenkomst sluiten voor 6000 CFA.Hij zal zelfs voor ons de busticketten kopen bij de beste busmaatschappij, Bittar. 

Hoe er ook wordt aangedrongen, we willen geen gids.We willen alleen maar een wandelingetje maken in de buurt.Tot onze verbazing lukt dat : we gaan op stap zonder gids, in de richting van de rivier.De hoofdstraten zijn geasfalteerd en het is er uitkijken voor het drukke veelal eenrichtingsverkeer.De zijstraten zijn onverhard, hobbelig, vol zand.Naast de hoofdweg liggen open rioleringen.Ze zijn smerig en stinken.Er ligt afval in.Een rat baant zich een weg door de riolering en kruipt een tunneltje door.Overal zijn mensen druk in de weer : vrouwen doen de was in grote wasteilen, anderen zitten tv te kijken of wassen zichzelf.We drinken een frisdrankje aan het stalletje op de hoek : voor slechts 175 CFA.Goedkoper zouden we niets vinden. 

Avondwandeling in Bamako

We wandelen bij valavond tot aan een rond punt met daarop een verlicht beeldhouwwerk. Wat het voorstelt, weten we niet, maar het valt wel op dat er op elke rotonde een beeldhouwwerk staat : zoals een olifant, een wereldbol, de eerste president van Ghana, een kaart van Mali...Op de grotere kruispunten staan verkeersagenten, ook als er verkeerslichten zijn.Wie foto’s neemt of filmt, moet opletten, want het is verboden om politieagenten op beeld vast te leggen.Ook regeringsgebouwen zijn verboden terrein voor de fotograaf of cineast, maar hoe moet je die in godsnaam herkennen ? Overal zitten de mensen buiten.We passeren een telefoonkotje en proberen te bellen naar een van de gidsen uit Sangha, maar het lukt niet.Er wordt niet opgenomen.We zien een tapijtenverkoper met een stapel tapijten op zijn hoofd.Lieve neemt een foto van hem aan de overkant van de weg en krijgt de man meteen op haar dak.Ze kan hem afwimpelen en hij laat ons gerust.We zien mensen thee drinken, passeren een chiquere winkel, waar meubelen en bloemen worden verkocht.Wat verder staan koelkasten op straat.We wandelen langs een parkje, maar we kunnen er niet in, want het is omheind met hekken.

Lekker en goedkoop eten in café du Sport

Na onze wandeling is het donker geworden.Dirk en ik gaan iets eten in het café du Sport, rechtover het foyer des Soeurs Blanches.We voelen ons tot dit etablissement aangetrokken vanwege de aanlokkelijke prijskaart die uithangt bij de Soeurs Blanches.De gerechten zijn spotgoedkoop.Lieve en Veerle zijn moe en gaan niet mee.Dirk en ik stappen het restaurantje binnen.Er staan twee tafels en de muren zijn beschilderd.Het meet slechts 4 x 4 m.De eigenaar begroet ons vriendelijk.We vragen de menukaart, maar die is er niet.Er is alleen wat de pot schaft : rijst met wortelen, aardappelen en nog wat andere groenten.De man gaat aan het werk in zijn piepklein keukentje.We betalen voor onze maaltijd voor 2 personen, inclusief 1,5 l water 1000 CFA (61,2 fr.).Het smaakt heerlijk.Vooral de patatjes smaken goed door.

Rond 20 uur komen Koen, Nieken en Daniël aan.Ze zijn onmiddellijk na onze aankomst bij de Witte Zusters per taxi naar Hamdallay gereden om er met Mamadou af te spreken voor de lessen djembe die ze willen volgen tijdens hun 3de week in Mali.Mamadou speelt bij de opera van Mali in Bamako.Hij trad al enkele keren met de opera op in het buitenland, zoals bv. in Helsinki, Frankrijk en de Verenigde Staten.Hij leek bereid te zijn om les te geven.Ondertussen bestelde Daniël al 7 djembes.Hoewel ik Nieken duidelijk had gezegd om er twee voor mij te bestellen, was Daniël verrast toen hij dat hoorde.Maar het kon.Hij gaf een voorschot voor de djembes die 25.000 CFA het stuk zouden kosten.Veerle wilde er ook twee hebben. 

Na het eten praten Dirk en ik nog wat met een Italiaanse zuster.Ze zegt dat de regen heel ongelijkmatig viel.In bepaalde regio’s viel er nauwelijks een druppel, op andere plaatsen viel er veel regen en zijn de wegen bijna onberijdbaar geworden.Ze verwacht een bijzonder warme droge tijd.Vooral in maart – april zal het verstikkend heet worden.We hebben het ook over de andere missieposten.Die zijn er ook in Segou, Sévaré, Mopti en Bandiagara.In Sévaré zou de missiepost redelijk zijn.De missiepost wordt er geleid door paters.Ik vraag naar een contactpersoon en even later bel ik vanuit een winkeltje in de staat met père Vincent, de verantwoordelijke pater uit Sévaré.Ik betaal voor ca. 1,5 minuten 2580 CFA.Er is nog plaats.Langs mijn neus weg vraag ik hem of hij soms een gids kent voor de Dogon.Wie weet, misschien kan hij al iemand contacteren ? 

De eerste slapeloze nacht

Om 21u10 lokale tijd (23u10 Belgische tijd) kruip ik in mijn bed, onder de clambo die met haakjes vasthangt aan de rechtopstaande staanders aan de beide uiteinden van het bed.De fan aan het plafond werkt niet naar behoren, waardoor de warmte blijft hangen.Ik steek de losstaande fan in de uitsprong van de kamer aan.Beide fans maken zodanig veel lawaai, dat ik de slaap niet kan vatten.Heel eventjes lijk ik me in dromenland te bevinden, maar toen krijg ik opeens het gevoel dat er een klauwerige hand mijn hand vastneemt.Instinctief sla ik herhaaldelijk naar het bewegende ding dat er wellicht nooit geweest is.Alhoewel, even later meen ik iets te horen onder de bedden...

Hoe ik ook probeer om in slaap te geraken, het wil maar niet lukken.Telkens weer krijg ik de indruk dat het buiten fel regende, maar het zijn de ventilatoren die lawaai maken.Ook de anderen hadden die valse indruk dat het regende.In de kamers blijft het de hele nacht saunawarm. 

We beslissen om om beurt de kassa bij te houden.Op zondag steken we elk 14.500 CFA in de pot. 

maandag 23 oktober 2000

Ontbijt in café du Sport

Om 7u30 ontbijten we in het café du Sport.Hoewel we het ontbijt van daags tevoren bestelden, blijkt het nog niet klaar te zijn.We krijgen de indruk dat het brood nog moet worden gehaald.We krijgen Frans brood en een pot confituur.Als drank kunnen we kiezen uit koffie of thee.6 van de 7 mensen kiezen, zoals steeds tijdens de reis, voor koffie.Zoals steeds krijgen we een hete kan water en Nescafé.Op andere plaatsen krijgen we soms Nescafézakjes.De melk zit in een grote blik en lijkt op een dikke blubberige saus.

Omdat de anderen geen CFA’s hebben, verdeel ik ze onder de anderen voor Frans geld.Elkeen krijgt 30.000 CFA in ruil voor Frans geld. 

Om 8u30 stipt vertrekken we met het minibusje dat voor de foyer staat, naar het busstation in Sogoniko, dat op 7 km van het stadscentrum ligt.We betalen 6000 CFA.Omdat de anderen geen geld gewisseld hebben op de luchthaven, zitten ze nu in geldnood.De chauffeur brengt ons naar een bank in Sogoniko.We wisselen er allemaal geld.In de banken wordt geen commissie aangerekend.Op de zwarte markt gebeurt dat soms wel.Ik wissel nog eens 2000 FF.Nadien rekent de chauffeur 2000 CFA extra aan, als wachtgeld. 

In het busstation van Sogoniko

Ondertussen heeft hij al de busticketten afgehaald : 7000 CFA per ticket naar Sévaré, dat op 634 km van Bamako ligt.Tot onze verbazing is dat de echte prijs en heeft hij er dus geen commissie voor aangerekend.Om 10 uur moet de bus vertrekken.Wij zijn er meer dan een half uur voordien, ruim op tijd dus.Na een poosje wachten in de felle zon, mogen we onze bagage afgeven.Tegen 1000(of 100 ?) per colli verdwijnt ze in de bagageruimte onderaan de bus.

We wachten op de ijzeren banken van het open busstation tot onze namen worden afgeroepen.Op de betonnen wanden zoeken hagedissen naar een prooi.In snelle schichten bewegen ze vooruit.Onmogelijk om hen van dicht te filmen.Ze zijn te mensenschuw. 

Malinezen vragen nieuwsgierig vanwaar we zijn.Een van hen vraagt of we colanoten willen kopen.Zijn oom verkoopt er en het is hier veel goedkoper dan verder in het binnenland.De colanoten zijn een importproduct.Ze moeten ingevoerd worden van de Ivoorkust en worden vanaf Bamako verder verspreid over het land.Hij vraagt 4500 CFA voor een kg.We zijn nog wat wantrouwig en gaan niet in op zijn voorstel.De man blijft evenwel vriendelijk. 

In de schaduw is het doenbaar.Erbuiten is het snikheet.Toch loop ik wat rond om te filmen.Enkele werklui van de busmaatschappij vragen om hun makkers die bananen zitten te eten te filmen.Dat doe ik, en uiteindelijk moet ik hen allemaal filmen.Een tijdje later vragen ze er geld voor.Ik geef 250 CFA.Ze zijn er dankbaar voor.Er komt een man in een rolwagentje geld schooien. 

Op weg naar Sevaré

Plots wordt Daniëls naam afgeroepen : “Daniël 7 places”, klinkt het.Langs een zijdeurtje van de bushalte stappen we naar de bus.Het is een Duitse bus.Er hangen nog Duitstalige affiches in.Het is snikheet op de bus.Om 10u30 rijdt de bus weg.Langs de openstaande bovenluiken waait wind naar binnen.Wat een deugd doet dat.De warmte wordt opeens draaglijker.De temperatuur wijst 34° C.De bus zit niet helemaal vol.We rijden langs een open terrein.Links van ons passeren we een voetbalstadion dat in aanbouw is.Nog voor we Bamako helemaal verlaten, stopt de bus.Van alle kanten van de weg komen mensen om eten en drank te verkopen.Ik koop 1,5 l water voor 500 CFA.Dat is al ietsje duurder dan in Bamako-centrum.Naarmate we van de hoofdstad wegrijden, stijgt de prijs : van 400 CFA in Bamako naar 1500 CFA in het Dogongebied.De verkopers, vnl. vrouwen en meisjes, sleuren van alles op hun hoofd mee : drankjes in doorzichtige plastic zakjes zonder reclame op (om ervan te drinken, moet je het tipje opensnijden), bananen, cakes, klaargemaakte thee, water in flessen en andere frisdranken.Er worden ook wortels verkocht.Het blijkt maniok te zijn.Het wordt gestampt gebruikt voor een bereiding met geitenmelk.Portugese zeelui introduceerden de plant rond 1600 in Afrika, waar het de banaan verdrong als basisvoedsel.

Eens de buitenwijken van Bamako voorbij, rijden we over de goede asfaltweg langs een glooiend landschap met spectaculaire rotsformaties aan de rechterkant van de weg.Het landschap is verrassend groen.Dat komt door de vele bomen en struiken en de enorme boababs die er staan.Hier en daar zijn er plantages met mango- en bananenboomgaarden en gierstakkers.We passeren ook een beschermd bos met een rijke variëteit aan bomen en struiken.Af en toe moet de bus zijn vaart wat verminderen, want bij elk dorp liggen snelheidsremmers.Vaak gaat het om een opeenvolging van ribbels : eerst 1 ribbel, dan wat verder 2 na elkaar, en nog wat verder 3 ribbels.De dorpjes zijn erg schilderachtig.De huizen zijn gemaakt uit leem en de daken gemaakt uit stro.Hier en daar zijn afdakjes gemaakt met pilaren in de vorm van kromme boomtakken.De mensen zoeken eronder wat beschutting tegen de zon.Veel activiteit is er niet te zien.Iedereen lijkt toe te zijn aan een siësta.Niet al het vee loopt vrij rond.Er zijn ook schuttingen gemaakt met takken.Op de grond staan soms vreemd gevormde heuveltjes.Het blijken termietenheuvels te zijn. 

Na 240 km rijden bereiken we Segou.Het is er vlak.We rijden de stad binnen langs een lange laan omzoomd met bomen en imponerende koloniale gebouwen.Even houdt de bus halte in het busstation, maar rijdt dan weer verder naar het wegrestaurant, waar we een halfuur halte houden.Het wemelt er van de mensen.Voor het restaurant zitten fruitverkoopsters.In het restaurant wemelt het van de vliegen.Achter tralies staan kookpotten te pruttelen.Er is van alles te koop.Ik eet een schotel met bouillonvlees voor 500 CFA.Het vlees zit vol zemelen en is bijna niet te eten.De frisdranken kosten 200 en 250 CFA.Op straat wemelt het van de ezelskarren.We bevinden ons op een splitsing van de weg.Er staan geen gebouwen tussen en het geheel is vrij open. 

Rond 13u15 rijden we verder.Rechts van ons zien we in de verte de rivier de Niger liggen.De Niger is met zijn 4200 km lengte de derde grootste rivier van Afrika.Wat de Nijl betekent voor Egypte, betekent de Niger voor Mali.Het is de levensader, niet alleen voor het water dat de akkers bevloeit, maar ook voor het transport van duizenden mensen.Tijdens het regenseizoen zijn de wegen tussen Djenne en Timboektoe omberijdbaar en kunnen de mensen enkel per goede 4 x 4 of per boot tot in Timboektoe geraken. 

We rijden over een brug over de Bani.In de verte duiken donkere wolken op en flitst een bliksemschicht.We krijgen regen.De korte stortbui tovert plassen op het landschap.Op de plaats waar Dirk, Nieken en Daniël zitten regent het binnen.Het water sijpelt door spleten in het plafond.We lachen ons een bult.De Malinezen vinden het ook grappig. 

Onderweg zien we katoenplantages.Grote groepen mensen zijn bezig met de witte katoen te plukken.Stilaan komen er meer mensen op de bus. 

In San (48.000 inwoners) volgt een busstop van een 25-tal minuten.De bus moet er tanken, een eindje voorbij de grote watertoren.Er heerst een drukte van jewelste, want het is marktdag.Hele rijen ezelskarren verlaten de stad.Mensen lopen rond met allerlei koopwaar : een man draagt splinternieuwe schoenen in zijn hand.De sfeer is los.De mensen zijn niet opdringerig.Kindjes komen zich nieuwsgierig rond ons verzamelen.Twee jongetjes slaan ons gade.Ze omhelzen elkaar.Het is een ontroerend gezicht. 

Langs de weg passeren we massa’s ezelskarren.Even voorbij San begint het nogmaals te regenen.Nieken gebruikt het gordijntje om de regen op te vangen.Om 19u25 komen we aan in Sévaré.Het is pikdonker.Straatverlichting is er niet.Wel brandt hier en daar een lichtje of reclamebord in de huizen.We stappen uit en worden onthaald door een jongen van de missiepost.Hij toont een brief met het adres van de missiepost Jean Bosco en biedt ons vervoer aan.Even dreigt het mis te lopen, want ook andere taxichauffeurs willen ons naar de missiepost brengen.De missiepost ligt zo’n 2 km van het busstation.We betalen 1500 CFA voor de rit.Onderweg vraagt de chauffeur of we een gids nodig hebben voor de Dogon.Hij zegt dat we net op het goede moment komen, omdat er de volgende dag een grote begrafenisceromonie is voor de overleden hogon.We kunnen onze oren niet geloven. 

In de missiepost Jean Bosco

In de missiepost worden we gedropt bij het gebouw aan de ingang.We maken er kennis met père Vincent.Het duurt ca. 45 minuten voor we de sleutel van onze kamer krijgen.We krijgen allemaal een fris glas water aangeboden.De kamers kosten 5000 CFA per kamer (voor 2 personen).In totaal nemen we 4 kamers.In de kamer is er een douche en lavabo en staan er 2 bedden en een tafel zonder stoel.Een fan aan het plafond brengt verfrissing.De toiletten bevinden zich in een ander gebouwtje.Net zoals in de foyer des Soeurs Blanches in Bamako drukt père Vincent ons op het hart om te deur goed te sluiten.Het is een dubbele deur.De binnendeur bestaat uit een hordeur waar een gat doorheen zit om de klink langs de binnenkant te kunnen openen.De bedden zijn van hetzelfde type als in Bamako.De clambo kan aan de staanders vlot opgehangen worden en de bedden zijn ideaal qua ligconfort.Want op de resorts ligt een grote plank die inzakken onmogelijk maakt.

Père Vincent beveelt de 20-jarige Amadou aan als gids.Amadou is enkele jaren geleden begonnen als gids.Hij trad daarmee in de voetsporen van zijn oom die jarenlang een gereputeerde gids was en nu een antiekzaak is begonnen.Op de trappen van het terras van het onthaalgebouw discussiëren we over de prijs.Amadou stelt 17.000 CFA voor per persoon, alles inbegrepen.We kunnen het bedrag terugbrengen tot 15.000 CFA per persoon, dragers en transport van Sévaré tot Sévaré inbegrepen.In totaal betalen we 75.000 CFA per persoon voor 5 nachten en 6 dagen.Dat lijkt een goede deal te zijn, want normaal gezien variëren de prijzen voor een Dogontrekking van 12.500 tot 20.000 CFA per persoon per dag, afhankelijk van de grootte van de groep.Bovendien hebben we het geluk dat we de begrafenisrituelen zullen kunnen bijwonen voor de overleden hogon.Het nemen van een gids voor het Dogongebied is een must.Want hij alleen weet waar de talrijke heilige plaatsen zich bevinden.Wie ze betreedt, zou zich de wrok van de voorouders op de hals halen en die zou zich kunnen keren tegen de dorpsbewoners.Als je in het Dogongebied niets vermoedend op zo’n heilige plaats stapt, kan het voorvallen dat de bewoners een offer moeten brengen.In het ergste geval moet dan een geit of rund voor de bijl.Wees er dan maar zeker van dat jij als overtreder voor de offergave zult moeten betalen. 

Avondmaal in bar Bozo

Moe, maar toch enthousiast over de gesloten deal trekken we te voet vergezeld door Amadou en père Vincent naar het restaurant Bozo in Sévaré.Ik kies er voor de biefstuk-frites.Het is de laatste biefstuk die ze hebben.Ik deel een biertje en drink water en fanta.Amadou mag ook iets meeëten, maar kiest alleen voor fanta.We hebben het over allerlei onderwerpen, zoals politiek, scholen...

dinsdag 24 oktober 2000

Gewekt door vogelgetsjielp

Ik slaag er weer niet in om goed in te slapen.Moe, word ik ’s morgens gewekt door de tientallen vogels die er vrolijk op losfluiten in de bomen rondom onze bungalow.Nu het klaar is merk ik hoe idyllisch de missiepost wel is.De kamers bevinden zich in een roos gebouwtje met een terrasje ervoor.Overal rondom ons staan lage gebouwtjes, waar Malinezen wonen.Een vrouw veegt het stof weg met een korte bezem.Een koe kijkt toe.Kippen lopen haastig rond.Een geit ligt rustig te knabbelen.Op het erf staan allerlei bomen.In een van de bomen hangen grote nesten.

Ik wil geen seconde van dit spektakel missen en stel uit om me aan te kleden.Blootsvoets in mijn sandalen trek ik erop los met mijn camera en statief.De zon komt op en zorgt voor een sprookjesachtig lichteffect.Ik positioneer mijn statief en richt mijn camera op een van de nesten.Het is de eerste maal dat ik het statief gebruik.Het is even wennen.Nog voor ik het goed besef prikt een mug in mijn voet.Shit, ik ben mijn kousen vergeten aan te doen.Een rilling overvalt me.Bestaan er ook niet-malariamuggen ? Ik hoop het.Af en toe moet ik zwaar hoesten.In België had ik blijkbaar al de kiemen voor de verkoudheid van mijn vrouw Anne overgeërfd en nu kwam ze tot ontwikkeling.De verkoudheid zou heel de reis me blijven vergezellen, al prijs ik me toch gelukkig dat ze niet gepaard ging met keel- of oorpijn. 

Om 8u15 meldt een jeep zich aan.Amadou is er ook bij.Geen onaangename verrassingen dus.Voor ons slaapgebouwtje zeeft een vrouw gierst.Het lijkt ons een mooi en typisch tafereeltje voor Mali, maar ze wil niet dat we filmen.We zoeken wat kleertjes die we cadeau kunnen doen en dan mag het. 

Enkele andere vrouwen kijken toe vanop hun erf.Ik vraag hen of ik hen ook mag filmen, op voorwaarde dat ook zij wat kleertjes krijgen.Het mag.Ik ga hun erf op tot bij de grote pruttelende kookpot.Een vrouw plet met een houten stok tomaten.Het sap spat tot op mijn kleren.Ik geef hen de kleertjes.Ze zijn er blij mee. 

Ondertussen ligt de bagage bovenop de jeep en kunnen we vertrekken.We rijden door de brede straten van Sévaré, waar overal aan de rand vuilnis ligt.Varkens wentelen zich in de modder.Aan het tankstation houden we halte.De chauffeur is op zoek naar remolie, maar ze hebben er geen. 

Ontbijt op een bananenplantage

We rijden naar zijn huis voor een ontbijt.Aan de achterkant van het huis nemen we plaats in een zandbak.Rondom ons staan weelderig bloeiende bananenbomen.Een man geeft ze rijkelijk water.De opa kijkt ons op een afstand toe.Een moeder geeft de borst aan haar kind.Het blijkt de tante te zijn van de chauffeur.Ze ziet er nog jong uit.De familie lijkt welstellend te zijn.De vader is chef bij de politie.Rondom ons springen vogeltjes met een rode kop op en neer.We krijgen een lekker vers Frans broodje voor ontbijt met de gebruikelijke pot confituur (abrikoos) en Nescafé.Het prijskaartje voor het ontbijt is niet gering : 1500 CFA per persoon.Een kindje speelt met een speelgoedje.Net op het ogenblik dat we zelf een speelgoedje willen geven aan het kindje, vertrappelt een man het speelgoedje van het kindje.Het kindje is eerst bang voor het cadeautje, maar volgt snel het voorbeeld van haar mama door voortdurend kusjes te geven aan het popje.

Op weg naar Bandiagara

We nemen afscheid en rijden opnieuw de stad in, op zoek naar remolie die uiteindelijk toch gevonden wordt.We rijden een zanderige zijstraat in en blijken plots op de weg te zitten naar Bandiagara, dat op 64 km van Sévaré ligt.De weg is in aanleg over een afstand van ca. 30 km.Geregeld moeten we dan ook de hoger gelegen hoofdweg verlaten om langs de lager gelegen zijbermen te rijden.Gelukkig zijn er niet veel tegenliggers, want ze maken nogal wat stof.De handdoek die ik meeheb komt goed van pas.Door ze voor mijn gezicht te houden, vermijd ik dat mijn neusgaten en mijn mond vol stof komen te zitten.

In de auto zitten we als sardienen op elkaar gedrukt.Daniël en Lieve zitten achterin in de laadbak en moeten hun hoofd wat bukken om niet tegen het plafond te zitten.Op de middenbank zitten ze met 4 en ikzelf zit vooraan naast de chauffeur en Amadou.Door mijn rugzakje aan mijn voeten, is er nauwelijks plaats om mijn voeten te verplaatsen. 

We stoppen aan een grenscontrole en moeten ons paspoort tonen.Amadou vraagt ons om te zeggen dat we ontwikkelingswerkers zijn uit de missiepost.Omdat alles in de prijs inbegrepen is, kan hij daardoor wellicht vermijden dat er taks moet worden betaald voor onze tocht naar de Dogon.Gelukkig vraagt niemand ons wat en kunnen we ongehinderd doorrijden. 

Voor een spotprijsje kopen we guavevruchten en bananen.Onderweg wordt enkele malen halte gehouden om nog wat bundels takken mee te nemen.Daardoor kan de baché die we met veel moeite en ten koste van heel wat stof voorbijstaken ons weer voorbijrijden.Even voor Bandiagara verlaten we de vlakte en wordt de weg nog slechter.De chauffeur laveert voortdurend van links naar rechts om de putten in het wegdek te mijden.Achter ons zien we de schilderachtige brede laagvlakte.In het onherbergzaam rotsachtig landschap staan minder bomen dan we gewoon zijn.Er zijn wel vele struiken en de aarde is rood.Er is nauwelijks bewoning.Toch zien we af en toe iemand uit de brousse opduiken. 

Zo’n 10 km voor Bandiagara passeren we de afslag naar Songo, een dorp waar er rotstekeningen te zien zijn die bij het besnijdenisritueel gemaakt worden.De jongens worden op 12-jarige leeftijd besneden.Eens besneden moeten ze zo vlug mogelijk geslachtsgemeenschap hebben met een meisje.Jongens mogen bij de besnijdenis niet huilen of zich bang tonen, want anders worden ze uitgelachen voor vrouw.Ze moeten zich moedig en sterk gedragen.Maar de vader zal vanaf dan niet meer toelaten dat de jongens nog vrouwenwerk doen, zoals helpen in het huishouden. Want anders zouden de jongens verwijfd worden. 

De meisjes moeten het ook op zeer jonge leeftijd “doen”.Ze moeten sex hebben voor hun eerste maandstonden, omdat het zuivere bloed moet vloeien voor het onzuivere.Net zoals de jongens worden ook de meisjes besneden.Dat gebeurt als ze 8 tot 10 jaar oud zijn.Daarbij wordt hun clitoris weggenomen.De besnijdenis is er gekomen door de islam.Hoewel er in de Koran niets staat over vrouwenbesnijdenis, schijnt de profeet Mohammed er wel iets over gezegd te hebben.Hij zou gezegd hebben : “Verklein, maar maak niet kapot.”.Door de besnijdenis worden de vrouwen gezien als volwaardige vrouwen.Voor hun toekomstige rol als vrouw, vereist de traditie dat het verschil tussen man en vrouw zo wordt aangegeven. De clitoris wordt gezien als de “mannelijke delen” van een vrouwenlichaam.In heel de wereld ondergaan zowat 135 miljoen meisjes en vrouwen de behandeling.In vele Afrikaanse landen en in sommige landen van het Midden-Oosten wordt het als de normaalste zaak van de wereld gezien.Ook komt het voor onder gemeenschappen van immigranten, in delen van Azië, Noord- en Zuid-Amerika en Europa. 

De Dogon mogen al trouwen met elkaar vanaf 12-jarige leeftijd.Kinderen krijgen en een familie starten is het belangrijkste in hun cultuur.Rijkdom wordt niet gemeten naar de hoeveelheid geld die je hebt, maar naar het aantal kinderen.Wanneer een vrouw haar eerste kind baart, schenkt ze het aan haar ouders.Zo worden die gecompenseerd voor het verlies van hunn dochter die het huis verlaat om met haar man elders een leven op te bouwen.De man moet zichzelf bewijzen door een kind te maken.Zolang dat niet gebeurd is, blijft de vrouw bij haar ouders wonen.Ondertussen moet de man ervoor zorgen dat ze een eigen huis hebben. 

Op de rotsen zijn ook schilderingen aangebracht om mensen de Dogoncultuur aan te leren, met bijvoorbeeld afbeeldingen van de kanaga en de heilige slang.Daarbij worden 3 kleuren gebruikt : zwart, wit en rood.Ze staan symbool voor de aarde, de hemel en het bloed (leven).We zien de bordjes die wijzen naar het dorp, maar we stoppen er niet.Om in Songo te geraken moet je trouwens nog 4 km rijden over een piste. 

In Bandiagara

Rond 12 uur komen we aan in Bandiagara.De straten zijn er breed en bar slecht.Een jongen komt voorbijgereden op een ezelskar.Zijn lading bestaat uit schoolbanken.Even later volgt er nog zo’n ezelskar.Bij de grenspost, die zoals steeds is afgezet met grote blikken tonnen,worden we bestookt door souvenirverkopers.Ik laat me verleiden om een bronzen beeldje te kopen met 2 figuurtjes die aan elkaar verbonden zijn.De vraagprijs is 3000 CFA.Ik toon weinig interesse, maar de verkoper wil kost wat kost verkopen.Hij gaat akkoord met 1500 CFA en een petje dat ik hem moet geven bij mijn terugkeer.Of ik hem mijn horloge wil geven als pand.Neen, natuurlijk niet !

In Bandiagara stoppen we bij een winkeltje waar we een frisdrank nuttigen.Aan de overkant van de straat bevindt zich op de hoek een “moderne” beenhouwerij.Werklui zijn er bezig met het herstellen van het dak.We zien hoe ze het leem stampen tot soort metselbrij en dat naar de man op het dak gooien.Om te mogen filmen moet ik wat geld geven.Ik geef 100 CFA aan de man die de leem aanvoert.Hij is ermee tevreden, maar ook de andere man (op het dak) wil zijn deel.Ik heb niet meer kleingeld en krijg een vlaag woedende woorden over me heen.Het is bloedheet in Bandiagara en de straten zijn bezaaid met vuilnis en wit opwaaiend stof.Het stadje is weinig uitnodigend. 

Op weg naar Benigmato

Iets verderop ligt de schilderachtige rivier.We rijden erover.Ik wil er filmen, maar krijg er niet de gelegenheid toe.We moeten snel verder, zegt de chauffeur die eerst nog rijdt naar een winkeltje om de bundel takken af te geven.Het parcours wordt slechter en slechter.Het wegdek bestaat uit verharde lateriet : grond waaruit de stortregens alle mineralen hebben weggespoeld.Alleen het ijzer in de bodem is overgebleven en dat geeft de bodem een typische roestrode kleur.De omgeving is idyllisch mooi.Overal zien we rotsen met ertussen kleine akkers met vnl. uien.De kleur van de uienplantages is groenblauw.Hier en daar is er water met waterlelies en staan er palmbomen.Dit lijkt wel het paradijs.

Even later komen we in een brede kloof die een onvergetelijke indruk op me naliet.Over de zwarte stenen bodem vloeit water met een groenachtige schijn.Honderden geiten banen zich een weg door het water tot over de rotswand.Aan de andere kant van de kloof staat op een heuvelflank een groot schoolgebouw.Tientallen veelkleurig geklede kinderen staan voor het schoolgebouw en zwaaien ons toe.We komen ogen te kort om alles te bekijken.De chauffeur rijdt verder zonder te stoppen.Jammer. 

Wat verder verlaten we de rotsige hoofdweg en volgen we over het hoogplateau de bijna niet te volgen sporen van een piste.De weg wordt alsmaar moeilijker.We blijken aan de rand van het plateau gekomen te zijn.Rond 13u40 stappen we uit en laden de bagage uit. We bevinden ons ergens in de onderste helft van de 250 km lange falaise. 

Amadou stelt voor dat de mannen bij de bagage blijven.Hijzelf zal met de vrouwen naar het dorp op de falaise gaan om er dragers te zoeken.Ikzelf ga ook mee.We klauteren van het plateau en komen in een vlakte vol bomen.In de verte zien we spectaculaire rotsformaties.Maar nergens zijn mensen te zien.Zou er dan toch geen feest zijn ? Het geeft niet, want de omgeving is prachtig. 

In Benigmato

Na ca. 1 km komen we aan in het dorp Benigmato.Een peuter roept ons toe : “Ca va ?” Ik wil de kleine filmen, maar stuit op verzet van de moeder.We stappen door over de rotsen en houden halte in het christelijke kwartier.10 % van de Dogon zijn christen en 4 % evangelist.Het christendom heeft hier een grotere aanhang dan in de rest van Mali.In het dorp is er ook een animistisch en moslimkwartier.Dat is in vele andere dorpen niet anders.De Dogon zijn erg verdraagzaam tegenover andere godsdiensten.Gemengde huwelijken zijn er heel gewoon.De meesten trouwen 2 keer, een eerste keer uit plicht, omdat ze uitgehuwelijkt worden, en een tweede keer uit liefde. 

Daniël, de dorpschef, komt ons begroeten.Zijn vrouw Elise schaamt zich niet voor haar verlepte borsten.Daniël vraagt hoe we heten.Het blijkt dat er 3 Jean-Pierres zijn in het dorp en 1 Dominique, die een man is.Men vindt het vreemd dat onze Dominique een meisje is. 

We rusten er uit op gammele houten stoeltjes onder een afdakje voor een leeg gebouwtje in leem.De stoeltjes hebben een schuine rugleuning.Ze zitten niet erg confortabel, vooral niet als je wil schrijven, want je ligt te veel achterover.De bankjes hebben een rechte leuning in de vorm van enkele horizontale rietstengels.Ze zijn ook niet te vergelijken met een zetel van bij ons. 

De gebouwen staan verspreid op een onsteile helling op de rots.De deuren en luiken van de huisjes zijn versierd met mooie houtsnedes.Soms stellen ze de mythe voor van de stichting van de Dogonwereld.Maar meestal is het de vrouw die in beeld is.De vrouwen staan centraal, omdat ze de moeders als dragers van kinderen de moeders van de hele mensheid zijn. 

Ook de ladders die toegang geven tot de platte daken van de huisjes hebbeninkervingen. Verschillende hutten staan op stenen blokken en takken. De balken bieden bescherming tegen water en knaagdieren. 

Bij de toguna, dit is de plaats waar de mensen van het dorp samenzitten om te beraadslagen, wordt er een spel gespeeld met 6 vakjes aan 2 kanten waarin steentjes worden gelegd.Het spel heet wale.Het is hier en daar te koop voor toeristen.Uit een radio klinkt muziek : “La, lala, lala, la, lala, lalaa”.Dit is het deuntje van Club Brugge. 

Na een poosje arriveert de rest van de groep, voorafgegaan door de jonge dragers.Bij de dragers is een meisje met een babytje op haar rug.Over het algemeen worden kinderen op de rug gedragen tot ze 3 jaar oud zijn.Het meisje daalde van het rotsplateau af met de baby op haar rug en een grote rugzak op haar hoofd. 

Overal lopen kippen rond.Er zijn ook varkens die knorrend rondlopen op de rots. 

Als middagmaal krijgen we enkele stukken watermeloen.Het is betrekkelijk stil in het dorp.Dat er hier een begrafenisfeest zou zijn, lijkt steeds onwaarschijnlijker.In de verte horen we af en toe getrommel, maar van mensenstemmen is er geen sprake.Plots rond 15 uur vraagt onze gids Amadou om met hem mee te gaan naar het feest.Zou het dan toch waar zijn ? Heel even zijn we weer vol verwachting. 

Wat verderop staan we plots oog in oog met enkele gemaskerde dansers.Het is letterlijk en figuurlijk opgezet spel.De dansers treden een halfuur op.Ik film ze in actie met mijn statief.Op het einde dansen de mannen uit ons gezelschap mee. 

De maskers zijn de tussenpersonen tussen de doden en levenden.In de maskers zitten de geesten van de overledenen die hun levenskracht geven aan de achtergeblevenen.De maskers belichamen ook dieren, zoals bv. de antiloop.Elke danser kiest een dier uit die het beste bij zijn karakter past.Iets speciaal is het kanagamasker.De kanaga bestaat uit twee armen die naar de hemel wijzen en uit twee benen die naar de aarde wijzen.Het symboliseert daarmee de rol van de mens die de verbinding vormt tussen de hemel en de aarde.De Dogon geloven sterk in hemelse krachten en bewegen daarom het hoofd behendig van in de lucht tot op de grond in grote cirkelvormige bewegingen.Dat lukt vrij aardig.Gemakkelijk is het niet, want raken ze de grond, dan kan het masker breken. 

De dansen zijn erg belangrijk in het leven van de Dogon.Ze dienen om van de goden gunsten af te smeken, zoals regen of een goede oogst.En ze dienen ook om in contact te komen met de voorouders.De Dogon geloven dat een mens maar eenmaal leeft en nadien als geest gaat leven in een andere wereld bij de geesten van de voorvaderen.Maar eerst moeten ze opgenomen worden in het rijk van de voorouders.Enkele jaren na de dood van iemand wordt er contact gemaakt met de voorouders door met de maskers te dansen.Bedoeling is om dan dat de voorouders de ziel van de overledene bij zich zouden toelaten. Om die reden mogen de vrouwen niet meedoen.De vrouwen dragen de kinderen en moeten het leven voortzetten.Met de dood of overledenen komen ze best niet in aanraking. 

We genieten met volle teugen van het optreden in het prachtige natuurdecor.En het had nog zoveel beter gekund.Want steltenlopers waren er niet bij en ook niet het iminana masker, dat tot 10 m hoog kan zijn.Dit masker wordt alleen bij begrafenissen gebruikt.Het dient om de geest van een overledene tijdelijk onderdak te geven.Want de Dogon geloven dat wanneer iemand sterft zijn geest in een nieuwgeborene kruipt.Als er geen babys voorradig zijn, bieden de maskers een uitweg.Door de geest van de overledene in zich op te nemen, zorgen ze ervoor dat de dwalende ziel niet verloren loopt en per vergissing in een ander overleden lichaam of volwassene kruipt. 

Drie musici begeleiden de dansers.Ze zijn gewoon gekleed.Een ervan heeft vergeten om de kam uit zijn haar te halen.Of dient het als versiering ? 

We wandelen nog wat verder tot aan de rand van de falaise.Daar blikken we over de weidse vlakte, die uit dorre aarde bestaat met hier en daar een struik of boom en heerlijke kleurschakeringen in de bodem.Het beantwoordt aan het beeld dat we hadden over de Sahel.De savanne strekt zich uit tot aan de horizon, tot in Burkina Faso.Roofvogels cirkelen in de lucht.In de verte zien we wat mensen rondlopen.Er is blijkbaar een markt aan de gang, maar details zijn nauwelijks zichtbaar met het blote oog. 

We nemen enkele groepsfoto’s met de machtige rotsformaties als achtergrond. 

Twee meisjes stampen gierst.Ze hebben gescheurde t-shirts aan en stellen onze aanwezigheid en interesse op prijs.Dat is eerder ongewoon, want het stampen van gierst is niet meteen iets om trots op te zijn.Meestal gebeurt het stampen buiten het dorp.De twee meisjes bonken elk om beurt op de gierst.Ze doen dat ritmisch en acrobatisch, want eens de stok in de lucht gaat, laten ze die even los om dan weer met volle kracht de stok richting gierst te duwen. 

Gierst is een eenvoudige, maar gezonde graansoort.Het is licht verteerbaar en bevat o.a. 15 % aan proteïnes, vitamine B en E.Alleen mag het niet het enige bestanddeel zijn op het dagelijkse menu, wat echter wel bij vele Malinezen het geval is.Door te weinig af te wisselen met vis of vlees, geraak je ondervoed en gaat je buik zwellen.Eigenaardig genoeg zien we niet veel kinderen met ondervoede buiken. 

Gierst is het basisvoedsel van 1/3 van de wereldbevolking.In Afrika en Indië is dat al duizenden jaren het geval.Ook in China behoorde het ooit tot het dagelijkse voedsel.Het werd er gebruikt in 2700 voor Christus, lang voordat het uiteindelijk van plaats 1 zou verdrongen worden door rijst.Gierst is eeuwenoud.Zelfs in de bijbel wordt het vermeld als een geschikte graansoort om er brood mee te maken.Vandaag de dag komt het nog vaak voor in China, Japan, Indië, de landen van de Sovjet-Unie en Egypte.In Afrika wordt er brood, pap en oliebollen van gemaakt.Ook in de Verenigde Staten wordt het vaak genuttigd, maar dan alleen door vee als voedsel van het betere soort. 

Gierst is uniek, omdat het zo snel groeit.Slechts 65 dagen zijn nodig vanaf het moment van zaaien tot aan de oogst.Bovendien groeit het op plaatsen waar rijst of tarwe niet gedijt. 

De peul is erg hard.Het moet daarom gestampt worden.Zo wordt het graan eruitgehaald.Na het stampen wordt het goedje vanuit de hoogte neergelaten.De wind waait dan de peulschillen weg, zodat alleen het meel overblijft.Gierst kan twee jaar lang bewaard worden, op een koele plaats.De bloem wordt snel slecht nadat het gestampt is.Daarom wordt het best gestampt vlak voordat je het in het eten gebruikt.Het stampen van gierst is daarom een dagelijkse bezigheid.Het is een taak die alleen voor vrouwen is weggelegd.Dat geldt ook voor het zorgen voor de kinderen, het klaarmaken van het eten... 

Om 17 uur trekken we naar een natuurlijke bron tussen de rotsen.We mogen er ons wassen, maar we mogen geen zeep gebruiken.Het is van hier dat de bewoners water halen.De waterval is niet erg groot.In het grootste bekken kunnen twee tot drie volwassenen zitten en het water op hun hoofd op rug laten borrelen, net zoals in een brobbelbad.Het frisse water doet deugd, maar snel treedt de duisternis in.We moeten onze tenten nog opzetten. 

Snel haasten we ons terug naar het dorp.In full speed zetten we de tenten op op 2 daken.Er vormen zich 2 groepjes : Op het ene dak slaapt Koen samen met mij in de tent, met ernaast Dirk in een andere tent, en Veerle in de blote hemel onder een clambo.Dominique en Lieve slapen op een ander dak samen met Daniël die ervoor kiest om onder de blote hemel te slapen in zijn slaapzak. 

Rond 18u45 eten we in het licht van een klein olielampje en onze zaklampen couscous met een beetje kip.De sterrenhemel is prachtig.De melkweg is heel goed zichtbaar.Om 20 uur ga ik al slapen.De anderen blijven nog even zitten.Geleidelijk aan steekt de wind op.Om 20u45 moet ik een alarmkreet slaken, omdat de tent van Dirk half van het dak is gewaaid en gedeeltelijk op het strooien dak is terechtgekomen.Ik heb wat pijn in mijn rechteroor en slaap en steek er een oordopje in.’s Nachts krijgen we een temperatuur van rond de 23 ° Celsius.Ondanks het verfrissend windje geraak ik moeilijk in slaap.In de verte horen we stemmen die weergalmen tussen de rotsen.Waarschijnlijk zijn het mensen die elkaar vertellen over hetgeen ze zagen op de markt. 

woensdag 25 oktober 2000

Wakkergeschud door het gekraai van hanen en het gebalk van ezels sta ik om 5 uur op om naar het toilet te gaan.Het wordt een hele expeditie.Eerst moet ik de rits van de tent zien open te krijgen zonder de anderen te wekken.Dan in mijn sandalen kruipen en langs een wiebelende trap naar beneden kruipen.De trap bestaat uit een balk waarin treden zijn gekerfd.Ze is los tegen het dak geplant.Daarna gaat het over de rotsen naar het gebouwtje met het WC.Het bevindt zich tussen enkele alleenstaande muren dichtbij het gebouwtje waar Dominique, Lieve en Daniël slapen.Erbuiten staat een kuip met water en een keteltje waarin je water kan meenemen tot in het toilet om je achterste af te vegen.Het toilet is een simpel gat in de grond met een deksel erop.

Ik slaag erin om zonder kneuzingen terug mijn tent te bereiken.Van slapen komt niets meer in huis.‘k hoor mensen bidden over Allah.Een meisje zegt zinnen op in het Frans : het lijkt op een gedicht over een onweer.Ze herhaalt het minstens 10 keer.Misschien heeft ze die dag examen.Af en toe hoor ik de vlugge passen van een ezel.Nogmaals klinkt het indringend gebalk van een ezel in de verte.Het is al de derde keer vannacht. 

Van zodra het daglicht voldoende licht werpt, kruip ik uit mijn tent om de taferelen onder me gade te slaan.De chef du village geeft maïs aan de kippen, vrouwen komen met volle waterketels op hun hoofd aangestapt, mannen en jongens dragen kuipen met leem op hun hoofd.Een varkentje knort erop los, een koe ligt voluit uit te rusten op de grond.Een vrouw wast haar baby met een kom water en knoopt het vast met een doek op haar rug.De maan trekt snel weg over de rotsen.Vanaf 7 uur steken de eerste zonnestralen over de rotswand uit.We haasten ons om klaar te zijn.Om 7u10 is alles opgeruimd.Ik heb een beetje last van een stijve nek en verstopte neus.Mijn oor doet geen pijn meer.Nieken zit vol van de insectenbeten. 

De plaats heeft iets mysterieus.We lijken wel binnengestapt te zijn in een schilderij.Het is nog maar sedert enkele decennia dat er toeristen door de Dogonstreek trokken.Pas vanaf 1933 kwam de wereld iets over de Dogon te weten.In dat jaar ontdekte de Franse antropoloog Marcel Griaule dit volk.Hij bleef er 33 dagen in het gezelschap van een blinde jager die hem in uitvoerige gesprekken met de geheimen van de wereld en cultuur van de Dogons vertrouwd maakte. 

Rond 7u45 gaan we ontbijten : Frans brood met aardbeienconfituur en 2 tassen koffie.Vooraleer verder te trekken brengen we uit respect nog een bezoek aan de souvenirshop.Er zijn er die 2 katapulten kopen voor 3000 CFA.De houten katapulten stellen een neger voor.We geven wat kleertjes aan de dorpschef die ons ervoor bedankt met enkele houten beeldjes. 

Rond 8u30 zijn we op weg naar Dourou voor een traject van 7 km.Er gaan 8 dragers mee : een voor elke rugzak en een voor het restje van de 40 flessen water die we in de mission catholique kochten.Jean-Baptiste draagt mijn bagage.Eerst gaat het door de vlakte waar uien worden geteeld.Het is het seizoen van de uien : in oktober worden ze gezaaid en in november geoogst.Ik wil er filmen, maar stuit op afwijzend gemor.De uien zien eruit als sjalotten.Ze zijn verrassend frisgroen.Ze hebben dagelijks water nodig.De mensen brengen het water in een kruik of kalabas dat ze op hun hoofd dragen.Hele families helpen mee.Geen wonder dat de families hier zoveel kinderen tellen.Iedereen moet zijn steentje bijdragen.Na de oogst worden ze geplet, in de zon gedroogd, bevochtigd.Daarna rolt men er bolletjes van die nogmaals gedroogd worden.Dit eindproduct dient om gerechten te kruiden.De teelt is overvloedig.Er wordt zelfs uitgevoerd naar het buitenland. 

We stappen over rotsformaties die veel gelijkenis vertonen aan de sierra van Montserrat.Veel tijd om te filmen is er niet.Het tempo ligt hoog.Vooral de dragers sleuren eraan.De meesten dragen strandslippers die half uit elkaar hangen, een enkele drager heeft sportschoenen aan.Mamadou, onze gids, draagt stevige stapschoenen.Na een poosje bevinden we ons weer op het hoogplateau. 

We stappen er langs uienplantages en langs oases met witte waterlelies en paarse bloempjes.Af en toe houden we halte in de schaduw van een boom.Bij een mangoboom hangen reusachtige mango’s.In de vijvertjes en modderpoelen zit het vol kikkers.We stappen langs akkers waar gierst op geteeld wordt.Gierst dient voor het maken van bier en voor gebak.Er zijn ook sorghumvelden.Sorghum is een soort maïsplant die tot 5 meter hoog wordt en resistent is tegen extreme droogte.De maïskorrels zijn geel en zeer klein. 

Rond 10 u. is het 35 ° Celsius.Regelmatig drink ik van mijn plastic fles water dat ondertussen al warm geworden is.Vlak voor onze aankomst in Dourou is de fles uit.Ik geef hem aan enkele kindjes die erom komen vragen.Alles wordt hier blijkbaar herbruikt.Later op onze reis zullen we kinderen nog zien vechten om een lege fles.Kinderen vragen ook heel vaak om een stylo of een snoep. 

In Dourou

Rond 10u30 komen we aan in Dourou dat zich over verschillende heuvels uitstrekt.Bij camping Oasis nemen we plaats op stoelen met plastieken linten onder een afdakje.De staanders van het afdakje zijn gemaakt uit gestapelde stenen en de dragers bestaan uit dikke takken die er los opliggen.Daarboven ligt riet dat ons beschermt voor de zon.We verbroederen met de dragers en de eigenaar van de camping Souleymane Guido.Een voor een tonen we hen ons fotoalbummetje over Brugge, onze familie, onze groep.Zoals steeds krijgen we thee geserveerd : in 3 keer.Op het menu staat spaghetti bolognaise met stukjes schapevlees.Om 12u35 is het eten klaar en kunnen we aan de slag.We krijgen het niet allemaal op.De dragers eten de restjes op in de bagageruimte.

Na het eten zingen we liedjes en kijken we rond in de shop van Suleyman.In de lucht zijn er wolken te zien.Ik koop een katapult voor 1250 CFA. 

In Dourou is er vandaag markt.De markt vindt elke 3de dag van de week plaats, maar bij de Dogon zijn er maar 5 dagen in de week.Een Dogonjaar telt 1500 dagen.Het hoogtepunt van de markt wordt verwacht om 14 uur.We zien de mensen van heinde en ver komen.Er komen zelfs mensen uit Banani, dat 25 km verder gelegen is. 

Souleymane spreekt goed Frans, hij is ook wat verwesterd.Hij heeft misschien als de enige in het dorp een antenne op zijn dak en draagt westerse kledij.Hij zegt dat de mensen hier een zeer verscheiden godsdienstige overtuiging hebben.Het komt vaak voor in een familie dat de vader naar de moskee gaat, de zoon naar de kerk en dat de andere zoon fetisjist is.De Dogonhouden er een speciale huwelijkscultuur op na.Vroeger werden de kinderen nog voor hun geboorte uitgehuwelijkt.Nu is dat niet meer het geval.Op een bepaalde leeftijd gaat de jongen op zoek naar een meisje.Hij draagt daarbij een herkenbare kledij.De moeder regelt het huwelijk.Wanneer je 3 kinderen hebt, mag je een tweede vrouw nemen.Maar voor elke vrouw moet dan wel een aparte kamer gebouwd worden.Elk om beurt mogen de vrouwen dan bij hun man slapen. 

Om 14 uur gaan we naar de markt.Het is een wemeling van kleuren.De meeste mensen hebben hun verkoopswaar op de grond uitgestald.Voor de modernere producten zijn er stalletjes.Het decor is oogstrelend mooi.De vrouwen zijn bijzonder kleurrijk gekleed.De gele tonen overheersen en steken mooi af tegen de blauwe hemel en de grijswitte rotsen.We bekijken de markt vanop de rotsen en begeven ons dan tussen de menigte.Het is niet gemakkelijk om te filmen of te fotograferen.Bijna overal stuit je op njets.Maar helemaal onmogelijk is het in de omgeving van de beenhouwers.Die komen ons op voorhand al zeggen dat we niet mogen filmen.We haasten er ons weg.Vanop de rots eromheen is het makkelijker om te filmen.We zien een vrouw die zich klaarmaakt om oliebollen te bakken.Ze heeft er niets tegen dat er gefilmd wordt, maar verandert dan van gedacht nadat anderen haar erop wijzen dat ze in beeld is. 

Bij de koopwaar zijn er mango’s, guave en oliebollen.Ze worden tegen 50 CFA/stuk verkocht.Er is ook een kleermaker.Wie bij Suleyman een katapult kocht, laat hier de elastieken eraanzetten.Dirk demonstreert aan een meisje hoe ze welriekende crème aan haar gezicht moet smeren.Hij wordt omringd door een menigte kinderen.Het meisje krijgt de crème op haar hand gespoten en begint bijna te wenen van schaamte.Uiteindelijk smeert ze toch de crème op haar gezicht. 

We keren terug naar Suleymans shop.Ik koop er nog een katapult.Van 14u50 tot 15u20 maken we een wandeling doorheen het dorp.We trekken tot aan de moskee. 

In een huis zitten vakjes in de gevel.Het is het huis van de ginna.In de nissen staan medicijnen en worden dagelijks offers gelegd voor de overledenen.Offers zijn gebruikelijke schakels in het bestaan van elke dag.De Dogon schrijven vele situaties en gebeurtenissen toe aan de geesten van de overledenen.De geesten dienen gepaaid te worden met overgaves, zodat het leven van een leien dakje zou lopen.In de nissen liggen ook graantjes voor de zwaluwen. 

Op weg naar Nombori

Rond 15u30 trekken we naar Nombori.Kinderen doen ons uitgeleide.Ze zingen het liedje dat we ze aanleerden.Het eerste gedeelte van de tocht gaat over het plateau over goed begaanbare paden.Ik heb mijn Aigles aan, maar begin last te krijgen van blaren op mijn voeten.Er is nog een gids die dezelfde weg uitgaat.Het is Suleyman le Magnifique.Hij heeft 2 Deense homo’s onder zijn hoede.

De afdaling naar Nombori is spectaculair.We stappen door een steile en uiterst nauwe kloof.De vergezichten over de vlakte zijn overgetelijk.In de verte ligt een riviertje waar een hele kudde koeien zich baden.Daarrond ligt een bos met erachter, op het onderste gedeelte van de rotswand het dorp Nombori.Boven het dorp bevinden zich holen waar vroeger de doden begraven werden.Nu huizen er alleen nog vogels.Rechts van ons zien we de oranje gekleurde vlakte die spectaculair gekleurd wordt door de ondergaande zon. 

Ik film met mijn statief en geraak daardoor maar traag vooruit.De afdaling doe ik in ijltempo, waardoor ik uiteindelijk de groep kan voorbijsteken en nog net op tijd ben om de wegtrekkende immense kudde koeien te filmen.Koeien zijn een eerder ongewoon beeld in Dogongebied.Vee houden is iets wat de Dogon verafschuwen.De Dogon zijn akkerbouwers in hart en nieren.Daarom huren ze Peulherders in om voor de dieren te zorgen. 

We steken het stroompje over.De groep poseert aan de overkant van het stroompje.Daarna stappen we het dorp binnen. 

Nombori

We arriveren er rond 17 uur, net op tijd om onze tent op te zetten.We kunnen weeral niet samen op het dak.De groep met Daniel, Nicken en Veerle kiest voor een dak waarover zich een boomkruin uitspant.Om de tent te kunnen zetten worden enkele takken afgehakt.

Ons dak bevindt zich vlak boven het koertje waar we zullen eten.Er staan kookpotten, een tafel met stoelen en een bak met water en frisdranken daarin.Aan de andere kant van het dakje bevindt zich de douche, die is omgeven door muren tot nekhoogte.In het koertje daarachter zitten geiten, kippen en hanen.Het dorp, dat ca. 5000 inwoners telt, strekt zich uit over enkele heuvels.We krijgen daardoor vanop ons dak niet het gehele dorp te zien.Er hangt een stank rond het huisje.Misschien is het afkomstig van het WC dat verstopt is.We krijgen te horen dat wie naar het toilet moet, dat moet doen in de wijde natuur, tussen de grote rotsblokken die aan de rand van het dorpje liggen. 

In de openlucht douche staat een emmer met lauw water klaar.Je kan er net niet over het muurtje kijken, en loopt er alleen maar gevaar om gezien te worden vanaf het plat dak.Ik neem met een plastiek kopje voorzichtig enkele scheppen water uit de emmer om mijn haar te wassen.Voor ’t eerst op de reis gebruik ik daartoe wat shampo.Ik merk dat er blaren zitten op de onderkant van mijn hielen.Of het nu goed is of niet, ik besluit mijn voeten wat te soigneren door ze aan tafel in een mijn meegebrachte opvouwbare stoffen wasteil te stopppen.In de donkerte merkt niemand dat ik een voetbadje neem totdat ik met mijn voeten begin te plenzen.De volgende dag zal ik mijn sandalen aandoen.Mijn aigles hebben afgedaan voor de rest van de reis. 

Het is erg donker.We zien niet veel.De dranken zijn lauw.Cola kost 600 CFA en bier 1200 CFA.Koen haalt zijn uit België meegebrachte Hoegaarden boven en elkeen van ons krijgt er 2 slokjes van.We moeten lang wachten op eten.Mijn chronometer geeft ca. 1u40 kooktijd aan.Pas rond 20 uur is het eindelijk klaar : couscous met schapevlees.De vermoeidheid slaat toe.Amadou vertelt nog dat de vrouwen in Mali gemiddeld 7 kinderen krijgen en dat er mannen zijn die tot 4 vrouwen hebben.Aids is volgens hem geen probleem in de Dogon, alhoewel hij toch Malinezen kent die het zekere voor het onzekere kiezen en bij het vrijen 2 condooms aandoen.Sex voor het huwelijk blijkt een heel gewone zaak te zijn, ook na het huwelijk met een andere partner. 

Om 20u50 ga ik slapen.Net op dat ogenblik bots ik in op Suleyman le Magnifique, de gids van de Denen.Hij verklapte me eerder al dat hij in maart 2001 voor 3 maanden naar Brugge komt.Hij maakte een fotoreportage over Mali en zal o.a. tentoonstellen in Brussel en Brugge.Hij maakte o.a. foto’s van een begrafenisceremonie, van het interieur van de moskee in Djenne en van de Dogon.Suleyman, die opvalt door zijn perfect Frans accent, krijgt er onderdak bij de familie Renders uit de Joost de Damhoudersstraat.Nu blijkt dat de andere mensen in de groep Wim en Marleen Renders goed kennen.Er lijkt zich een wonder te voltrekken dat onze groep Suleyman hier ontmoet. 

Onder een mooie sterrenhemel kruip ik in mijn tent.Van slapen komt er niet veel in huis.Ik kan alles horen wat er verteld wordt.Even later zit ook ik mee te swingen met de djembemuziek die Koen, Dirk en Nicken spelen op hun borden en op tafel.In de omgeving staan vrouwen mee te dansen.Rond 22u gaan ook de anderen slapen, maar een Malinese vrouw en man krijgen er niet van genoeg.Zij blijven praten op verschillende toonhoogten en met korte of lange onderbrekingen tot rond 23 uur.Tenslotte hoor ik ook nog slaan.Eerst denk ik dat ze elkaar slaan, maar neem later aan dat het waarschijnlijk de hond was die ze sloegen.Ik krijg er een barstende hoofdpijn van en mijn linkerneusgat geraakt verstopt.’s Nachts krijg ik ook last van een droge mond.Om 2 u. ’s nachts koelt het af en zoek ik verwarming in mijn slaapzak.

donderdag 26 oktober 2000

Om 4 u. gaat de eerste haan aan het kraaien.Als een domino-effect weergalmt het gekraai van ook de andere hanen over de vallei.Af en toe laat een ezel zich ook horen.Rond 5 uur klinken mensenstemmen rondom.Voor de opkomende zon zitten we hier niet goed.Een toilet is er niet.Voor een kak verwijzen de bewoners ons naar de rotsblokken vlak buiten het dorp.Ongemerkt sluip ik erheen.

3 mensen stampen ritmisch eten, maar filmen mag niet.Ons ontbijt bestaat uit Frans brood met confituur, 2 tassen Nescafé en 2 oliebollen gemaakt van gierst.De oliebollen zijn licht verteerbaar en smaken heerlijk.Amadou vraagt ons om de rest van het geld te betalen.In de shop kopen we voor elk een hanger met een negerkop voor 1000 CFA/stuk.Het wordt onze talisman. 

Op weg naar Ireli

Om 8u30 trekken we weg uit onze slaapplaats.Aan de rand van het dorp wachten we een kwartier totdat de ossekar komt om onze bagage te vervoeren.Kinderen en verkopers van souvenirs houden ons gezelschap.Ze volgen ons een hele tijd en proberen elk hand in hand met ons te lopen.Een jongen vertelt dat ze naar school gaan in Nombori, maar dat de school te klein is voor alle kinderen samen en dat ze daarom in 2 groepen worden opgesplitst die op afzonderlijke tijden les krijgen.De lessen vinden ’s morgens en ’s avonds plaats, beurtelings om de week.Ik koop nog een katapult voor 1000 CFA.Wat verder bied ik de helft af van de vraagprijs voor een wandelstok waarop 4 negers boven elkaar gekerfd zijn.Ik betaal ervoor 5000 CFA.

Het traject loopt door de vallei, zonder hoogten en laagten.We zien hoe de gierst gekapt wordt.Het wordt eerst omgehakt en de vrouwen nemen er dan de gierstkolven af.De kinderen volgen ons tot aan de rand van hun dorp, tot in een oase bij een beekje. 

Aan de rand van het pad merk ik vlinders op.Er zijn vlinders bij die met 3 op elkaar wegvliegen.De anderen uit de groep hebben er geen oog voor.Al snel geraak ik zo achterop.Ik film een kever met een rood-zwart lichaam en met oranje vleugels.In de schaduw van een boabboom rusten we uit.De onderkant van de barst is afgereten voor het maken van touwen om emmers water te halen uit de waterputten.Het is warm.Als je stilstaat in de zon, begin je vanzelf te transpireren.Als je wandelt, krijg je wat verfrissing en zweet je minder.Er is ook wat wind.We zien lichtblauwe vogels. 

Ireli

Om 11u30 komen we aan in het hotel Femmes de Dogon in Ireli.Het dorp klampt zich vast aan de voet van de rots.We kruipen er via een gevaarlijke stenen trap tot op het overdekte terras.Koen en Dirk leggen zich te rusten op een matras.Ik schrijf in mijn dagboek en drink een frisse fanta.De frisdrank komt uit een frigo.Ongelooflijk ! De frigo blijkt op batterijen te werken.Maar voor wat, hoort wat ! Af en toe voel ik wat kramp in mijn buik.Mijn lippen zijn plakkerig, en hoewel ik lippencrème meeheb kom ik er niet toe ze uit te halen.In de verte klinkt klokkengelui.Ook hier leven dus blijkbaar katholieken.

Daniël speelt muziekcassettes af.Even later staan de Malinezen te dansen.Ook de baas van het hotel danst mee en zijn kleinste kinderen ook.Ondertussen vinden de theerituelen plaats.Een man bereidt de thee en giet herhaaldelijk de thee in een glas en dan weer in zijn theepot om de thee op smaak te brengen.We drinken allen uit hetzelfde glaasje.Driemaal herhaalt zich het ritueel.De thee is heel lekker : het is thee van de roze plantjes die we op onze weg tegenkwamen.Pas om 14 uur krijgen we te eten : rijst, groentensaus zonder zichtbare groenten, met uien en een stukje kip en varkensvlees. 

Na het eten krijgen we opnieuw thee.We vragen om het dorp te mogen bezoeken.Dat verloopt niet zonder problemen.Amadou meldt dat de Denen in ruzie liggen met hun gids Suleyman.Suleyman blijkt niet goed met hen te kunnen opschieten en wil geen toegevingen doen.Amadou moet bemiddelen. 

Uiteindelijk doen we toch nog een kleine wandeling in het dorp Ireli.We zien er de gierst die te drogen ligt op de daken en de schuren waarin de gierst ligt opgeborgen.Het wordt erin gestopt van langs de bovenkant.Via de deur haalt men het er weer uit.Volgens een reisgids blijken de schuren met ronde konische daken van de families en de gemeenschap te zijn.Deze zonder konische vorm zijn persoonlijke eigendom.Wanneer er twee openingen in zijn, is het eigendom van een man.Is er maar een opening, dan behoort het toe aan een vrouw. 

Ik mag lang niet overal filmen.Er zijn hier nogal wat heilige plaatsen.De Dogon zijn een animistisch volk.Zoals vele andere volkeren in Afrika geloven ze dat alles een ziel heeft.Priesters zijn bij de Dogon erg belangrijk.Want ze kunnen alle geesten en verschijningsvormen uitleggen.Voorspellingen doen ze aan de hand van stokjes die ze op de grond leggen.Als er ’s nachts een wild dier, zoals een vos, overheen loopt, kan de priester aan de hand van de verschoven stokjes voorspellingen doen. 

Naar Tireli

Om 15u30 begeven we ons op weg en passeren langs Amani.In het meertje van Koo vol waterlelies zwemmen heilige krokodillen.Het is er verboden om te filmen, maar het mag, zolang er geen omwonenden komen opdagen.De krokodillen zijn ca. 3 meter lang en staan hoog in eer bij de Dogon, omdat ze volgens de legende de weg aanduidden naar het water.Een krokodil kan immers niet zonder water leven.Over de modderige grond zweven insecten met doorzichtig en zwart gestreepte vleugels.We zien er ook vlinders in tal van kleuren.Maar lang kunnen we niet blijven, want we zijn wat achter op ons schema.

Onderweg zien we vele vogels.Ik film met mijn statief o.a. een zwarte vogel met een lange rode snavel, een zilverreiger, lichtblauwe vogels, duiven, een soort havik...We passeren rijstvelden, een katoenplantage, een vijvertje waar jongens in zwemmen, een schooltje... 

Tireli

Om 17u50 komen we aan in Tireli.Het dorp nestelt zich zoals Ireli op de voet van de helling.In de steile rotswand zien we overal grotten.

Hoog in de rotsen woont de hogon, de geestelijke leider van de omliggende dorpen.Hij woont er heel zijn leven in een grot en komt alleen naar beneden voor religieuze ceremonieën, begrafenissen en festivals.Hij besteedt een groot gedeelte van zijn tijd aan het communiceren met de geesten en het brengen van offers.Niets of niemand mag hem daarbij storen.Daarom mag het voedsel dat hij krijgt alleen verbouwd, bereid en aangeraakt worden door seksueel niet-actieve dorpsgenoten.Bij hem liggen de maskers en totems die het volk moeten beschermen.Er liggen ook beenderen, kralen, planten en kalebassen.Het zijn allemaal magische voorwerpen.In de grot leven ook slangen die de Dogon beschermen.Volgens de Dogon veranderde de eerste hogon in een slang toen hij stierf. 

In spoedtempo zetten we de tenten op.De Denen zijn er al aangekomen en hebben zich al geïnstalleerd.Weeral hebben we 2 daken nodig om allemaal te kunnen slapen.Nieken, Lieve en Daniël kiezen er weer voor om samen te slapen. 

Wij slapen op het dak van het huis vlak naast de vallei.De erven zijn hier allemaal omrand door muren.Ertussendoor lopen rotspaden. 

We douchen met de zaklamp in een huisje, dat gedeeltelijk uit rotsen bestaat en waar zich in dezelfde ruimte, maar wat hoger gelegen, 2 toiletten bevinden. 

Daarna wassen we onze kleren in de duisternis. 

Eten doen we op een wat hoger gelegen gedeelte van het erf.Voor het eten zingen we tot lang in de avond allerlei liedjes, vnl. in het Frans zodat ook onze Malinese gasten mee kunnen zingen.Op ons repertoire staan ook Engelstalige liedjes zoals “If you’re going to San Francisco” en “We will rock you”, en Vlaamse liedjes, zoals “het loze visserke”, “zeg, kwezelke wilde gij dansen” en een triestig liedje over een kikker. 

In het begin voel ik me wat onwennig bij al dat kabaal.Hoewel we ons in een dorp bevinden, horen we na het invallen van de duisternis nauwelijks andere mensen praten.Wat moeten de dorpelingen wel denken van ons zangtalent.Zouden ze aan het luisteren zijn of zand in de oren stoppen ? De Dogon gaan normaal gezien vroeg slapen.Volgens hun inzichten behoort de nacht toe aan de geesten en dan blijf je beter in je huis.Alleen de hogon en zij die de totempalen maken mogen opblijven.Eenmaal per maand mag iedereen opblijven, als het volle maan is en de hemel zo klaar is dat de geesten wegblijven.Dan wordt er gedanst.Alle meisjes vormen dan een kring en zingen en dansen op snelle ritmes door in de handen te klappen en met de voeten te stampen.Ze zingen dan verleidingsliedjes.De jongens staan dan wat op afstand te kijken naar de dansende meisjes.Wanneer een jongen een meisje graag ziet, stapt de jongen in de cirkel en neemt hij het meisje bij de hand.Daarna trekken ze weg en gaan met elkaar praten onder een baoabboom. 

Onze keuze om liedjes te zingen, blijkt een goede keuze te zijn, tenminste toch voor onszelf.Want er moet weer urenlang op eten gewacht worden.De Denen, die aan een ander tafeltje zitten, maken er zich druk om.Uiteindelijk arriveert het eten om 20u45 : spaghetti met kip. 

Na het eten wordt er nog muziek gespeeld en gedanst.Ik blijf nog even, maar ga dan toch als eerste slapen : om 22 uur.’s Nachts koelt het wat af.Het wordt naar schatting 20 ° Celsius, waarschijnlijk de laagste temperatuur op onze reis. 

vrijdag 27 oktober 2000

Om 4 u. ’s nachts kraait de haan die vlakbij ons huisje zit.Hij vergist zich van uur, want kraait 5 keer.Pas een halfuur later kraaien de andere hanen ook.Ik sta op om 6 u.De zon verstopt zich achter een nevellaag.Ik film met mijn statief en maak dan snel mijn bagage klaar.Voor het eten spoed ik me snel het dorp in om te filmen, want ik wil niet opnieuw meemaken dat we het dorp waar we sliepen verlaten, zonder het te zien, zoals in Nombori gebeurde.Het doet wat vreemd aan, zo alleen door het dorp te lopen.Er zijn trouwens geen duidelijke paden.De rotspaden zijn zeer oneffen en steil.Overal liggen er rotsen en hier en daar zijn er grotten.

Ik film met mijn statief tot aan de Tellemwoningen in de rotswand.De Tellem woonden hier al van rond 1000, nog voor de Dogon aankwamen.Ze leefden van de jacht en van wilde vruchten die ze plukten.Toen De Dogon vestigden zich in de Bandiagarakloof vanaf de 16de eeuw.Ze waren op de vlucht voor de verspreiders van de islam in het noorden.De Dogon waren een heel ander type volk.Ze bewerkten de grond en hakten de bomen om.Ze waren bijzonder nijverig, want ze deinsden er niet voor terug om van elders vruchtbare aarde aan te voeren.Aanvankelijk leefden ze nog in harmonie met elkaar, maar uiteindelijk moesten de Tellem het onderspit delven.Ze verdwenen in de nevels van de geschiedenis, ergens in de 16de eeuw.De Dogon bleven.Ze zijn nog met zo’n 260.000 en wonen verspreid in enkele honderden dorpjes.Ze hebben een eigen taal en spreken tientallen dialecten. 

De Tellem gebruikten de grotten in de rots als graanopslagplaats.Later stopten ze er hun doden in.Ook de Dogon deden dat, maar nu niet meer.Nu huizen vogels in de grotten.Alleen de vogeljagers klimmen nog tot in de grotten.Ze verzamelen de vogeleieren en de uitwerpselen (guano).Naar ’t schijnt zijn er in de huizen in de rotsen nog vele waar en nog potten en juwelen liggen. 

Je vraagt je af hoe de Tellem in hun rotswoningen geraakten.De Tellem waren klein van gestalte, maar toch slaagden ze erin om hun zwaluwnesten te bereiken.De moeilijk bereikbare woningen beschermden hen tegen indringers.Ook de Dogon profiteerden van de ongenaakbare ligging.Zij vonden er een veilig onderkomen in de 13de eeuw, achternagezeten door oprukkende moslimlegers.Na een periode van vreemdzaam naast elkaar leven werden de oorspronkelijke bewoners, de Tellem, uiteindelijk toch verdreven.Ze vluchtten toen naar Kenya en Congo.Waarschijnlijk zijn ze de voorouders van de huidige pigmeeën, die gekend zijn omwille van hun kleine gestalte. 

De Dogon hebben een heel aparte cultuur.Hun visie op het heelal is anders dan de onze.Voor hen is het heelal onderverdeeld in 14 zonnestelsels.Ze leven vooral van de tuinbouw en de boomteelt. 

Als ik terugkom is het ontbijt klaar : oliebollen à volonté.Ze smaken lekker, ook zonder suiker erop.Ik drink opnieuw 2 tassen Nescafé en trek dan, zoals gewoonlijk nog eens alle registers open boven het toilet.Er is onduidelijkheid over de prijs voor de drank.’s Avonds had men mij verteld dat het water 1000 CFA kostte en nu vraagt men 1500 CFA per fles.Na tussenkomst van Amadou geeft men toe dat het water maar 1000 CFA kost, maar rekent men meer geld aan voor de andere genuttigde dranken. 

Om 8 uur brengen we toch gezamenlijk een bezoek aan het dorp, dat 4000 inwoners telt.Tevergeefs probeer ik in het dorp de vorm van een menselijk lichaam te herkennen.De dorpen blijken in die vorm gebouwd te zijn, en dan nog wel van noord naar zuid.Vandaag de dag zijn de vormen niet meer herkenbaar, omdat er lukraak huizen tussen gebouwd zijn. 

De togona vormde daarbij het hoofd.Het is de ontmoetingsplaats van de Dogonmannen.De togona ziet eruit als een laag afdak waaronder je kan zitten.De gierststengels die het dak vormen van de toguna bieden niet enkel verfrissing, maar zijn evenzeer een statussymbool.Hoe hoger de stapel op het dak, hoe hoger de toguna aangeschreven staat. 

Het dak is bewust laag gehouden, opdat je er alleen maar onder zou kunnen zitten.De Dogon geloven dat een persoon alleen al zittend wijze woorden spreekt.Op die manier kan hij zijn woorden doordacht kiezen.Dat is nodig bij het regelen van conflicten en de rechtspraak.Het lage dak zorgt ervoor dat heethoofden die in de soms hevig oplaaiende discussies opspringen, meteen weer op hun plaats worden gezet. 

Er blijken nogal wat toeristen deze toguna te bezoeken, maar momenteel zijn wij de enigen.De palen zijn versierd met afbeeldingen van de 8 mythologische stichters van de Dogon.Ze zijn ook afgebeeld op de muur ernaast die met een veder beschilderd is.Onder de heilige dieren herkennen we de vos, de olifant en de mythologische slang Lébé, die een belangrijke figuur is.Hij verbindt de hogon met de wereld van de geesten en offert zich net zoals Christus op om de mensheid te redden.Net zoals onze planeet die een cirkelvorm heeft, draait ook de slang zich in een cirkel.In die houding knabbelt hij aan zijn eigen staart.Eens de slang stopt met eten, zal de cirkel verbroken worden en al het leven op onze planeet verdwijnen.Andere afgebeelde figuren zijn de krokodil die de mensen leidde naar het water.Water is heilig en van levensbelang.Om die reden is ook de slang heilig. 

We zien sculpturen van vrouwen met groteske genitaliën en panelen die de schepping van de Dogonwereld voorstellen.De Dogon geloven dat de god Amma het heelal geschapen heeft.Hij schiep de sterren en de zon en maan uit leem.Later creëerde hij ook de aarde uit een stuk leem en besneed haar.Toen was het paringstijd.Uit hun geflikflooi werd de mens geboren.De zwarten kwamen overdag ter wereld en de blanken ’s nachts bij maneschijn.Nadien bracht Amma een tweeling ter wereld : de watergod Nommo en de vos Pâle.Nommo is de heerser van het leven en symboliseert goddelijke harmonie, water en vruchtbaarheid.De vos vertegenwoordigt de opstand, incest en wanorde en de persoonlijke emancipatie los van alle sociale normen.Beiden vullen elkaar aan.De tegenpolen komen overal terug : in leven-dood, dag-nacht, man-vrouw, droogte-vochtigheid.De wereld is als de schors van een veel grotere wereld die onzichtbaar is en waar goed en kwaad met elkaar strijd leveren.De mens neemt deel aan dat spel, waarin positieve krachten het aan de stok hebben met negatieve.De mens kan zelf kiezen voor wie hij het opneemt.Ofwel doet hij mee met de negatieve krachten en probeert hij de orde in de wereld te verstoren, ofwel past hij zich aan aan de orde van de dingen.God zelf is niet fysisch vatbaar en verdeelde zijn macht onder ontelbare dingen die op hun beurt immaterieel zijn, zoals bomen, beelden, maskers, bergen.De Dogon proberen ze voor te stellen met fetisjen. 

Onder de togona zitten 3 mannen, die maar al te blij zijn met de colanoten die we ze geven.In de Dogon is het gebruikelijk dat je colanoten geeft aan de ouderen.Het is een teken van respect.Zelf heb ik er niet van geproefd, maar ze blijken ongemeen smerig te smaken.Als je erop kauwt, komt er een stof vrij die je high maakt.Colanoten betekenen wat cocabladeren betekenen voor de inca’s. 

We trekken verder langs de steile paadjes op zoek naar de andere delen van het menselijk lichaam, zoals de genitaliën die dienst doet als dorpsingang.De handen worden gevormd door de menstruatiehutten.Die staan aan de kant van het dorp.Ze zijn voor de vrouwen verplichte maandelijkse kost.Ze moeten er zich afzonderen tijdens hun maandstonden.Bij de familie blijven zou ongeluk brengen, want hun onzuiverheid zou het hele dorp kunnen besmetten.Bloed kan namelijk kwade geesten aantrekken, waardoor de gebrachte offers in gevaar komen.De vrouwen malen er niet om.Want ze hoeven zich gedurende een week niet druk te maken om het eten, de was en de kinderen. 

De woonerven vormen de zenuwen en spieren van het lichaam en de aders en slagaders.Maar ze vormen ook een menselijk lichaam op zich. De ronde keuken is het hoofd, het centrale gedeelte is de torso, de slaapkamers aan beiden uiteinden zijn de armen en de ingang vormen de genitaliën. 

Op mijn verzoek brengen we nog een bezoek aan de huisjes met konische daken in de verte.We moeten ervoor eerst weer naar de vallei afdalen en krijgen dan via een boomgaard apenbroodbomen (baobab) een betere kijk op de huisjes.Ze blijken bewoond te worden door bejaarde mensen. 

De trotse eeuwenoude baobabs staan er schilderachtig bij.Ze zijn onderaan ontdaan van hun schors.Met die schors worden touwen gemaakt die dienen om de rotsen te beklimmen of water uit een drinkput te halen.De touwen kunnen niet rotten.Van de vezels worden ook kleren gemaakt.Maar dit is niet het enige dat van de boom gebruikt wordt.De bladeren en vruchten zijn eetbaar.De bladeren hebben veel vitamine A en worden gebruikt in sauzen en in soep of om te eten als spinazie.De vruchtpulp dient om pap en dranken op smaak te brengen.Er zit veel vitamine C in.Boeren gebruiken de pulp en vermengen het met water als een middel tegen malaria.De zaden worden geroosterd en opgegeten als aardnoten.De buitenkant van de vrucht wordt gebruikt als muziek-instrument en als bh. 

De baobab (Adansonia digitata) is een boom die tot de verbeelding spreekt.Volgens een Arabische legende trok de duivel de boom uit de grond en stak hem omgekeerd in de grond.Een andere legende verhaalt dat de goden de baobabs plantten met de kruin in de grond en de wortels naar de hemel gericht. 

Het is een van de weinige boomsoorten in de Afrikaanse savanne.Ze staan graag in warme, zanderige grond.Baobabs kunnen 18 m hoog worden.Hun stam kan 9 meter in diameter aannemen.Maar daartoe zijn vele jaren nodig.Om een omtrek van 5 meter te hebben, moet de boom 1000 jaar oud zijn.Baobabbomen kunnen duizenden jaren oud worden, maar groeien erg langzaam.De ontdekkingsreiziger Livingstone vond er ooit een van 25 m in diameter.De wortels zijn soms 40 meter lang.Het zijn zeer sterke bomen.Er zijn er die soms nog blijven groeien, terwijl ze omverliggen op de grond.De bomen kunnen ontzettend veel water vasthouden : per boom 4500 liter. 

De Dogon beschouwen de bomen als heilig.Ze mogen de baobabs niet omhakken en zelfs niet verkopen.Als een Dogon zijn land verkoopt, blijven de baobabs op het land hem en zijn erfgenamen toebehoren. 

Een andere boomsoort in Dogongebied is de karitéboom (Vitellaria paradoxa) die 15 tot 20 meter hoog wordt.Na 20 jaar begint de boom vruchten af te geven.In de vlezige vruchten zit een witte vettige amandel die de karitéboter oplevert.Van deze boter wordt huidcrème gemaakt.Het houdt de huid soepel en jong.De vrucht levert ook olie of boter voor gebruik in de keuken.Zo kan je aardappelen bakken in karitéboter. 

Dan is er nog de tamarin (Tamarindus indica) en de néré (Frans) (dawa-dawa) (Parkia biglobosa).De tamarin levert voedsel voor zowel mensen als dieren.Van de néré worden de bruine zaden gestampt tot een pittig kruid voor sausen : soumbala.Het wordt verkocht als bruine pasta in de vorm van een bal. 

Om 9u40 gaan we op stap naar Banani.Het is 38 ° Celsius.Onderweg stappen we langs sneeuwwit gras en langs gierstvelden.Er zijn weinig bomen te zien.Pas bij Banani zijn er weer meer bomen.Er stroomt ook een klein beekje. 

In Banani

Om 10u40 zijn we er al.Op de weg staan enkele landrovers, de eerste auto’s die we op ons traject zagen.Souvenirverkopers bestormen ons, maar we geraken tot bij het afdakje in stro op een betonnen platform.Het is er 36° C in de schaduw.We zijn niet de enige toeristen.Er zijn ook Amerikanen die een rondreis door Mali maken en maandag de markt in Djenne zullen aandoen.Rond onze zitplaats krioelt het van de souvenirverkopers.Geen ogenblik laten ze ons gerust.Ze bieden sieraden, beeldjes, ringen... aan.Ik besluit om niet weer urenlang te gaan zitten en trek alleen op verkenning, maar meer dan een rij huizen met souvenirwinkeltjes is er niet te zien.Bovendien vallen verkopers we constant lastig.In tegenstelling tot het gros van de Dogon dat zich elders liever verstopt voor de toeristen, proberen de Dogon in Banani een graantje mee te pikken van het toerisme.Uiteindelijk koop ik voor 2500 CFA 5 souvenirs, waaronder 2 hangers in de vorm van een krokodil (in brons) en 1 in de vorm van een masker (in hout) en een armband.De frisdranken kosten 600 CFA.Ze zijn redelijk fris.

Ik vraag aan Amadou of we wat fruit kunnen krijgen en even later serveert hij ons mango’s.Ze zijn wat verdacht van smaak, maar dat komt omdat het nu niet het mangoseizoen is (seizoen : mei-juni).Om 13 uur krijgen we couscous met kip en stukjes lever.Het wordt de kip die vlak voordien geslacht werd en door kinderen gepluimd werd.Om 13 uur is het in de schaduw 38 ° Celsius.De Amerikanen zitten op een binnenkoertje, buiten schot voor de verkopers van souvenirs.Ze zijn gekomen per jeep.Banani is het enige dorp langs de falaise dat vrij vlot per jeep bereikbaar is. 

Naar Kundo

Om 14u35 gaan we op stap naar Kundo. Een groot deel van het traject verloopt langs een zanderige weg.Af en toe rijdt er een jeep voorbij.Naast de weg loopt een pad dat af en toe afwijkt van de weg.Ook hier is het opgeblazen voor de stekkerige pluisjes van de witte grashalmen die zich graag vastnestelen op kousen.Onderweg verkleurt de aarde van geel naar rood.Aan onze linkerkant zien we de falaise die begroeid is met witte grashalmen.Een 3-tal groene parkieten vliegt over ons heen.

Om 15u50 komen we aan in Kundo.We nestelen ons neer op de binnenkoer en drinken een fanta voor 600 CFA.Daarna maken we snel een wandeling door het dorp.Kundo is in de vlakte gelegen en is bijna volledig vlak.We brengen eerst een bezoek aan het dorpshoofd.In het midden van zijn erf staan houten beelden.Het zijn fetisjes die het dorp beschermen.Er staat een grote graanschuur waarvan hij alleen de sleutel heeft.Daarnaast staan nog drie kleinere graanschuren die erop wijzen dat de man drie vrouwen heeft.De graanschuren van de vrouwen zijn onderverdeeld in compartimenten waarin ze dingen bewaren van zichzelf en van de kinderen. 

We zien houtsculpteurs, ijzerbewerkers enmandenvlechters aan het werk.Hier en daar stampen vrouwen gierst.Een vrouw wrijft met een steen iets in gruis.Kinderen lopen met ons mee.Een meisje maakt een ploffend geluid door met haar benen gekruist op haar billen te slaan.Dirk en Veerle vormen een kring met de kinderen en zingen van “Kukuku Kundo, Kukundo Kukundo”. 

Kindjes vinden het grappig om zichzelf in de camera te zien. 

Op een open terrein liggen leemstenen te drogen.We zien veel vee : geiten, ezels, kippen en vooral honden.

Een hele meute jongeren probeert een kip te pakken die het op een lopen zet.We weten al meteen weer wat er op het menu staat.De anorexia-kip moet eraan geloven en ligt even later bruingebrand in het gezelschap van een grote hoop rijst naar ons te lonken. 

Slapen doen we allen op hetzelfde dak.De trap is er een uit steen.Ze bevindt zich aan de zijkant van het gebouw.Nog net voor valavond brengen we alles in gereedheid.Ik ben de enige die in een tent zal slapen.De anderen verkiezen om onder de blote hemel te slapen.Voor het eten kruip ik even in bed om mijn hoofdpijn kwijt te geraken. 

Iemand komt een zaklamp vragen.De stier die onze kar trekt met de bagage blijkt weggelopen te zijn.Het eten komt echter snel : al om 19u15.Het bestaat uit kip, rijst en een weinig saus.Een biertje van ½ l kost hier 1100 CFA en 1,5 l water 1250 CFA.Ik ga slapen om 21 uur.De anderen blijven nog wat spelletjes spelen : een Malinese versie van tikkertje.Rond 22 uur gaat iedereen slapen. 

’s Nachts koelt het af en kruipen de buitenslapers dichter bij elkaar.We horen allerlei geluiden : ezels, geiten, hanen, maar ook honden.’s Nachts rond 4 u. ga ik naar het toilet, die is afgezet met een gebeeldhouwde losse houten deur.Ik blijf nog liggen tot rond 5u30 en neem ook de geluiden op. 

zaterdag 28 oktober 2000 

Om 5u45 ontwaar ik dat de mensen al aan het werk zijn.Een man zit een mand te vlechten.De opkomende zon laat zich van zijn beste kant zien.Kinderen staan nieuwsgierig naar ons te kijken.Ik werp mijn lege fles water naar beneden naar een jongetje die erom wenkte.Even later gooit ook Dominique haar fles in de meute.Er volgt gewoel en gedrum, en er wordt getrokken en gesleurd aan de fles.Ik vraag me af wat ze daarmee nu in ’s hemelsnaam zullen doen.

We eten Frans brood en oliebollen voor ontbijt.Ik heb nog hoofdpijn en hou me afzijdig van de te koop aangeboden souvenirs. 

Om 8u40 gaan we op weg naar de 3 Youga’s.De bagage blijft veilig opgeborgen achter in Kundo.Toch zijn er twee ossekarren beschikbaar.We mogen erop plaatsnemen.Alleen Daniël verkiest ervoor om te stappen.De weg is bij momenten erg zanderig.De ossen worden flink aangepord om in elkaars voetspoor te blijven.Een zachte knijp in de rug doet wonderen om de dieren aan het hollen te zetten. 

Amidou, de jonge losbol, is ook mee.Hij maakt voortdurend grapjes.Halverwege jogt hij een eindje met Daniël.We rijden langs voornamelijk gierstplantages.Een uur later zijn we al in Youga-Na.Er staan slechts enkele huisjes rond een groot binnenplein.Er is ook een vijver en wat verderop een waterpomp van Japanse makelij.We verfrissen er ons gezicht. 

Een helse klim

Vervolgens trekken we geleidelijk aan de berg op, langs een vijver met waterplantjes waarop een hond ligt te slapen en langs een kudde geiten.Het is snikheet en we blijven maar stijgen.De klim wordt steeds steiler.Amadou neemt mijn rugzakje van me over.Ikzelf blijf het statief en de camera dragen en mijn drinkpul.Tegen de rand van de berg bereiken we het dorp Youga Dourou, dat in een enorme rotsspleet gedrongen ligt.De huisjes staan er als vastgekleefd op de rots.Ertussendoor loopt een steil bergpad.Aan de eerste huisjes houden we even halt.Enkele mensen moeten duidelijk op krachten komen.Koen legt zich puffend neer op een bundel stro in een grot.Wat hoger is er een effen pleintje, waar een grote boabboom voor verkoeling zorgt.Het is de enige vlakke plaats in het dorp.We blijven stijgen langs het steile pad en passeren langs de muurtjes van de bewoners.Aan de kant zien we een schildpad.Een hond begint luidkeels te blaffen.Boven gekomen wordt de rotsspleet nauwer.We moeten over een dammetje, waarachter een waterbekken ligt.Het rotspad ernaast is zeer smal.Je moet goed uitkijken om er niet af te glijden en zo in het water terecht te komen.Snel wip ik erlangs.In de kloof lijkt er minder lucht te zijn.Lieve krijgt een appelflauwte en moet zich op de grond leggen.Met een plastic zakje op haar mond proberen de anderen haar ademhaling te regelen.Ze verliest niet het bewustzijn, maar heeft het toch moeilijk.Uiteindelijk barst ze zelfs in tranen uit.

Enkele Belgische toeristen komen met de rugzak op hun rug voorbij.Vrouwen komen water scheppen uit het reservoir.Boven ons op de rotswand zien we verlaten Tellemwoningen met conische vormen.Kinderen kijken zwijgend toe. 

We stappen verder door de rotsopening en klauteren omhoog langs een trechtervormige opening.Het laatste klimgedeelte gebeurt langs een ladder.Naast de ladder liggen takkenboven de nauwe diepe kloof.Iedereen geraakt erop zonder ongelukken.Eens boven gekomen lijken we wel op de maan te zitten.Het zwarte rotsplateau met kleine hoogteverschillen lijkt op een kraterlandschap.Beneden ons zien we de grote vlakte, dat verscholen gaat achter het felle middaglicht.We vragen aan de gids om van ons een groepsfoto te nemen.Mijn water is op.Dominique geeft me een beetje van haar water. 

We zijn nog niet op onze eindbestemming.We trekken verder over het rotsplateau, nu eens omhoog, dan weer omlaag.Op een gegeven ogenblik geraken Amadou en de gids die meeging uit Youga-Na het met elkaar oneens over de te volgen weg.Amadou moet het onderspit delven.We volgen de lokale gids en stappen over een brugje met takken dat over een kloof is gelegd.Bij de plaats voor de afdaling naar het derde Yougadorp, Youga-Piri, komen we op adem in de schaduw van de rotsen.Ik kruip in een van de rotsspleten en eet er een koekje.Er waait een windje. 

Dan trekken we naar beneden over een pad dat niet echt op een pad lijkt, springend van steen tot steen.Hier en daar nestelen zich bomen tussen de rotsen. 

Youga-Piri blijkt nog bewoond te zijn.Boven ons zien we Tellemgraven en eronder zijn mensen aan het werk.Hun stemmen en bezigheden weergalmen tegen de rots en zijn in harmonie met de geluiden van de vogels die de grotten in de rots bewonen.We moeten opletten met fotograferen en filmen.Er blijken heel wat heilige plaatsen te zijn.In het dorp rusten we uit op een pleintje waar een reusachtige boom staat.Een vrouw verkoopt er souvenirs en frisdranken.Merkwaardig genoeg zijn de frisdranken echt fris.De prijs is redelijk : 600 CFA voor een coca.Rondom ons vliegen vogeltjes heen en weer.Vogeltjes met een rode kop pikken graantjes op.Het dorp dat tussen de rotsen is gelegen ziet er geheimzinnig uit.Ik had er graag wat meer rondgekeken, maar verneem plots dat we terug moeten keren. 

Tot mijn grote verbazing moeten we langs dezelfde weg terugkeren.De weg tot aan Youga-Na blijkt 4 km lang te zijn.Om 13u40 keren we terug naar boven.Ik rust er weer uit in dezelfde rotsspleet.Mijn water is op en ik besluit om mee voorop te gaan met de lokale gids en Amidou.Ze zullen in snel tempo naar Youga-Na gaan en daar water gaan halen voor de hele groep. 

In sneltempo keren we terug.Ik kan de twee Malinezen maar nipt volgen.In het besef dat ik toch zonder water zit en maar best zo snel mogelijk aan vers water geraak, volg ik het tweetal zonder af te haken.40 minuten tijd zullen we erover doen.De afdaling gebeurt bijna al lopend.Onderweg zie ik hoe gevaarlijk de weg wel is.Een misstap voor mij of voor de groep en wat dan ? Gelukkig komt het niet zover.Om even mijn dorst te vergeten eet ik vol smaak twee gesmolten spekken die ik nog in mijn cameratas meeheb.Om 14u25 kom ik aan in Youga-Na.Ik bestel er een fles water voor 1250 CFA die niet fris is maar toch deugd doet.Amidou en de lokale gids nemen elk 2 flessen mee en gaan de rest van de groep tegemoet.Dapper stijgen ze opnieuw omhoog.In het dorp Youga-Dourou komen ze de groep tegen.Ikzelf doe mijn sandalen uit en leg met languit op een bank om te rusten.De Belgische rugzaktoeristen zitten in de ruimte naast me te kaarten.Om 15u15 komt de groep aan.Het eten staat al klaar : rijst, kip en couscous.De meesten onder ons hebben weinig honger, ikzelf ook niet.Kinderen hangen rond ons.Ze vragen een stylo of bonbon.Een oudere man vraagt een colanoot.Een kindje draagt een babytje op haar rug. 

Langs duistere wegen naar Nelly

Om 16u10 brengt de ossekar ons terug naar Kundu.Ik beslis om een eind te stappen om zo nog wat te kunnen filmen.Om 17u10 zijn we in Kundu.Veel tijd om iets te drinken is er niet.Ik besluit trouwens om onmiddellijk door te gaan.Er gaat maar 1 ossekar mee en die dient voor de bagage.Iedereen moet daardoor te voet gaan.Onderweg zie ik vogels in de verte.Ik plant mijn statief neer en ga aan het filmen.Een voor een steken de anderen me voorbij.Ik slaag er echter in om de meesten terug in te halen.

Rond 18 uur arriveren we in het dorp met de moskee.Door de micro’s klinken gebeden voor Allah.Ik neem de gebeden op mijn camera op.Dit dorp is nog niet onze bestemming.De duisternis valt snel.Filmen wordt niet langer mogelijk.Ik probeer een vast staptempo te vinden en zing van “1,2,3,4,5,6,7. Zo gaat het goed, zo gaat het beter, nog een kilometer”.Maar tijd om veel te zingen is er niet.Voorbijgangers groeten ons voortdurend met “Ca va ?”Ik maak er een spelletje van door te proberen om zelf de eerste te zijn om “Ca va ?” te zeggen.Af en toe komt er iemand met de fiets voorbij.Een iemand vraagt of hij me moet helpen met het dragen van mijn bagage, maar ik bedank hem ervoor. 

De weg wordt steeds duisterder.Op een gegeven ogenblik splitst de weg zich en kies ik voor de linkerkant, maar het blijkt een misrekening te zijn.Wat verder herken ik de plaats waar we zijn.Dit is Nelly, de plaats waar we zullen overnachten.En ja hoor, in de verte hoor ik mensen die Dirk en Koen, de eersten in de groep, verwelkomen. 

Laatste nacht in de Dogon

In de donkerte schudden we met een aantal mensen goedendag en vleien ons dan neer op de klaargezette stoelen.Er blijken nauwelijks frisdranken te zijn.Fris zijn ze helemaal niet.Men legt ze snel in een bak met water.Ik drink een lauwe Tonic voor 600 CFA.Een man springt op zijn brommer om bier te halen in Banani.Kennelijk is men op onze komst niet voorbereid, want het dak waar we mogen slapen blijkt vol te liggen met gierst en noten.Met man en macht maken de vrouwen het dak schoon.Het duurt een hele poos, maar uiteindelijk geraakt alles toch opgekuist en kunnen we allemaal op hetzelfde dak slapen.Voor het eten rust ik wat uit.

In de omgeving zien we geen andere gebouwen.Er is maar 1 erf waar we ons bevinden.Het gelijkt op een hacienda, want tussen 2 gebouwen door is er een grote ingang.Daarachter ligt een grote binnenplaats omgeven door enkele gebouwtjes aan weerszijden en een muur aan de achterkant.Op de binnenplaats staat een afdak, waaronder een man zit met souvenirs. 

Om ons te wassen kunnen we kiezen tussen de oude en nieuwe douche.De nieuwe douche lijkt ons geschikter.Het is een klein plaatsje met muren rond.Veel water om ons te wassen is er niet. 

Voor het eten rust ik uit.Op het menu staat weer spaghetti.Om 22u20 ga ik slapen.Dirk slaapt samen met mij in de tent.Hij begint ook al wat te snotteren. 

’s Nachts ga ik op zoek naar de ster Sirius en haar maan Sirius B, die niet met het blote oog waarneembaar is, maar waarvan de Dogon het bestaan al zo lang kennen.Wetenschappers ontdekten pas een 30-tal jaar geleden met hun apparatuur dat de twee sterren wel degelijk bestaan.De Dogon geloven dat er van Sirius amfibische wezens (Nommos) naar de aarde zijn gekomen om de mensen te helpen.Ze zagen eruit als vissen en leefden in het water.Het waren engelbewaarders.De mensen konden van hun lichaam eten en drinken.De Nommo werd uiteindelijk gerkuisigd, maar verrees en zal later opnieuw de aarde bezoeken, maar dit keer in de gedaante van een mens.De ontdekking van Sirius en Sirius B leidde tot wilde speculaties en tot het aanbrengen van de Dogonvallei op elke wereldkaart.De Dogon wisten zelfs dat Sirius B er 50 jaar over doet om rond Sirius te draaien.Ze beweren dat er nog een derde ster is (Emme Ya) die tot vandaag de dag niet waargenomen is. 

zondag 29 oktober 2000 

Na een redelijke nachtrust word ik om 5u30 wakker door het gepraat van de anderen die weer onder de blote sterrenhemel sliepen.Om 6 uur kijk ik naar de zonsopgang.Om heel de dag op mijn gemak te zijn, trek ik ’s morgens zoveel mogelijk naar het toilet.Tweemaal volstaan om er alles uit te krijgen.

We eten oliebollen en drinken 2 tassen koffie.Tussendoor nemen we onze lariam. 

Om 8u10 gaan we op weg naar Sangha.In Banani houden we even halte.Ik hou me afzijdig van de souvenirverkopers en zet me wat aan de kant.Het pad naar Sangha is mooi en steil.Achter de bomen zien we tegen de 300 m hoge rotswand een waterval van de berg kletteren.Een jongetje vergezelt me en draagt mijn rugzakje voor mij. 

Eens boven gekomen merk ik dat Daniël het moeilijk heeft.Hij jammert omdat we de Dogon verlaten en uit dat bijna in tranen.Boven ons cirkelen tientallen zwarte en blauwe vogels.Het laatste stuk van de klim verloopt door een nauwe spleet en een grot. 

Dominique neemt de camera van me over en filmt wat.In de verte zie ik de silhouetten van 3 vrouwen die met een emmer op hun hoofd op de rand van het rotsplateau stappen. 

Om 10u10 komen we aan in Sangha.Het dorp is niet indrukwekkend.Het ligt uitgestrekt over het rotsplateau.We stappen tot bij het hotel Femme de Dogon.Ik neem er snel afscheid van het 14-jarig jongetje dat mijn rugzak en statief droeg.Hij wou me een ring verkopen.Ik gaf hem een spek, schaartje, tekenvormen, t-shirt, broekje en postkaartje van de markt in Brugge. 

Dan trek ik mijn lange broek aan en spoed ik me samen met Dirk naar de kerk, waar een mis aan de gang is.We waren er bij onze aankomst in Sangha langs gelopen en hadden gezang gehoord.Om 10u45 stappen we het gebouwtje binnen.De mannen zitten aan de rechterkant en de vrouwen aan de linkerkant.Ze zijn allemaal opgesmukt.Hoopvol wachten we op de gezangen, maar er wordt alleen maar gepredikt en gesproken.Vooraan staan een 6-tal mensen in gewone kleren.Wie de priester is, is niet meteen duidelijk.Een vrouw in het publiek komt aan het woord.Ze doet wellicht een getuigenis of schuldbekentenis.Af en toe wordt er ook iets in het Frans gezegd.Alle mensen houden hun hoofd naar beneden.Alleen de kinderen kijken onwennig om zich heen.Er komt iemand rond om geld in te zamelen.En dan wordt er toch gezongen, in het Malinees.Het blijkt de Malinese versie te zijn van “Ik zeg je geen vaarwel, mijn vriend”.Nog voor de tweede geldomhaling verlaten we de kerk.De jeep blijkt al klaar te staan. 

In het hotel Femmes de Dogon drink ik nog snel een fanta voor 500 CFA.Het drankje is fris, het komt uit de frigo.De anderen kopen nog wat souvenirs.Ik toon belangstelling voor een bobo, maar de jeep staat vertrekkensklaar.Een man gaat nog een bobo halen, maar ik kan niet wachten.Om 11u15 vertrekt de jeep naar het ca. 115 km verder gelegen Sévaré.Al rijdend komt de man toch aan met een zwart-gele bobo. Ik bied 8000 CFA aan en in een mum van tijd is de deal gesloten. 

Bij het verlaten van Sangha geraakt Amadou in problemen met de te betalen taks.We moeten onze paspoorten tonen en de chauffeur maakt zich boos omdat Amadou niet meteen de taks betaalt.Het zou gaan om 1000 CFA de man.Maar de afspraak was dat alles inbegrepen was in het contract en blijkbaar lukt het om gratis door te mogen. 

Na een korte tussenstop in Bandiagara arriveren we om 14u15 in Sévaré.Onderweg zien we een camion die in de gracht ligt.Volgens de chauffeur ligt de camion er nu al 2 dagen.Onder een boom zie ik iemand zitten, wellicht de chauffeur.Tijdens de rit zit ik in het midden aan de zijkant.De zijramen staan volledig open, zodat het stof dat binnenwaait er langs de andere kant weer kan uitwaaien.Dominique en Daniël zitten in de achterbak.Bij hen zijn er geen ramen en kan het stof dus niet weg.

De chauffeur waarvan geen van ons wil weten door zijn arrogant gedrag, blijft nog een tijdlang bij ons.Elke minuut dat hij blijft is er te veel aan.Want Amadou wil voor de goede vrede met de man niet loslaten dat we naar Djenne verder willen rijden.Veerle heeft echter even voordien in de jeep laten lossen dat we naar Djenne willen.Nu de man rond ons blijft rondhangen, kan Amadou niet meteen een taxi voor ons bestellen om verder door te trekken naar Djenne.Bovendien dringt de chauffeur al de hele tijd aan om een cadeautje te krijgen.Heel de weg hield hij de bril van Koen op, maar Koen was erin geslaagd om de bril terug te krijgen.Terwijl ik onder 4 ogen met Amadou overleg over wat er nu zal gebeuren, komt hij erbij en lokt hij me mee naar zijn jeep.Daar toont hij enkele houten beeldjes die hij wil verkopen.Ik krijg het op de heupen en stap onmiddellijk uit de wagen.Wanneer hij blijft aandringen op een cadeautje en me volgt, vlieg ik tegen hem uit.De anderen bemiddelen en geven hem een zeepje, waarop hij uiteindelijk toch vertrekt. 

Amadou heeft ondertussen een chauffeur gecontacteerd die ook een Dogon blijkt te zijn.We onderhandelen over de prijs voor de heen-en-terugrit naar Djenne.Hij stelt 70.000 CFA voor, maar ik kan de prijs terugbrengen tot 55.000 CFA.Ondertussen is de bestelde quick lunch klaar : ommelet met groentjes.Voor mij en 4 anderen worden het geen groene boontjes zoals aangekondigd, maar wel erwtjes.De laatste 2 die bediend worden krijgen toch groene boontjes.Blijkbaar waren er niet voldoende voor iedereen.Ondanks mijn afkeer voor erwtjes smaakt de maaltijd toch lekker. 

Naar Djenne

Om 16u10 verlaten we Sévaré in een oude Peugeot die opgelapt is met rode antiroestverf.Aan de auto staan souvenirverkopers.Een man stelt voor om een peulhoed te kopen.Ik bied slechts 3500 CFA aan en de auto rijdt weg.Maar de man snelt de auto achterna en aanvaardt het geld voor de hoed.De chauffeur komt sympathiek over.Hij vertelt dat hij 12 jaar lang voor artsen zonder grenzen heeft gewerkt.Hij vraagt of hij mag roken en als wij laten merken dat we dat niet wensen, steekt hij een tak in zijn mond waarop hij kauwt.De tak blijkt je fysieke kracht en sexuele potentie te verhogen.Dan biedt hij aan om op onze wens te stoppen voor het nemen van foto’s.

Enkele kilometer voorbij Sévaré moeten we een controlepost voorbij.We moeten onze paspoorten tonen.De gendarm merkt dat er nog geen stempel in staat van de politie in Mopti.Dat is verplicht voor al wie naar Mopti reist.Maar wij zijn nog niet in Mopti geweest.Toch vindt hij het ongeoorloofd.Even lijkt hij de chauffeur aan te manen om rechtsomkeer te maken en om eerst de stempel te gaan halen, maar de chauffeur verzekert hem dat hij ons na onze terugreis uit Djenne naar het politiebureau in Mopti zal voeren om er de noodzakelijke stempel te halen.Daniël voelt er zich niet gemakkelijk bij en stelt voor om nu al de stempel te halen, maar de anderen protesteren.Want dan komen we nooit meer op tijd in Djenne. 

In het dorp Somadougou houdt de chauffeur zelf halte..Elke zondag houden de Peul hier markt.De dag zit er bijna op en vele mensen maken zich klaar om naar huis te gaan.De meesten zijn met ezel en kar gekomen.Maar er zijn er ook die de bus verkiezen : op het dak van een autobus zitten wel 100 mensen op elkaar samengedrukt. 

Na dit dorp zien we nog nauwelijks huizen.De aarde kleurt rood en in de verte liggen rotspartijen.Af en toe zien we een kudde geiten of koeien.In de voorruit van de auto zit een grote barst en ik hou mijn hart vast dat die niet opensplijt.Spiegels zijn er niet en de snelheidsmeter werkt niet.Na ongeveer 1 uur rijden horen we plots een klap en een hels kabaal uit de chargebuis.De uitlaatklep heeft het blijkbaar begeven.Doordat alle ramen openstaan, is het lawaai zeer goed te horen.We lijken wel een vliegtuig dat over de weg raast. 

Aan de rechterkant zien we in de verte rijstvelden die zich uitstrekken van Mopti tot in Djenne.Naarmate we vorderen komen de rijstvelden steeds dichter bij.Op een gegeven ogenblik rijden we op een weg die als een dam in ligt tussen de rijstvelden.Aan de kant van de weg zien we talloze viskooien.Er zijn ook vele vogels te zien.Maar vragen om te stoppen durven we niet.Want de zon wacht niet om te gaan slapen en het stokje tikt voorbij 18 uur.Bij de Bani, een zijrivier van de Niger, moeten we de veer op.Tijdens de eerste maanden na het regenseizoen staat de Bani onder water, waardoor je alleen met de veer aan de overkant geraakt.Tijdens het droge seizoen is al het water opgedroogd en kan je met de auto door de bedding van de Bani rijden.Dat lijkt ongelooflijk, want de Bani lijkt nu wel kilometers breed.

Op de veer is er plaats voor een 4-tal auto’s.Onze Peugeot mag ook mee, maar geraakt bijna niet op het hellend vlak.Na herhaalde pogingen lukt het dan toch en varen we in de duisternis de brede Bani rivier over.We ontmoeten er een familie van 9 Gentenaars.Ze blijken nog geen goed besef te hebben van de waarde van de CFA’s.In Sévaré logeerden ze ook in de mission catholique die volgens hen waardeloos was. 

Eens de veer af, moet de auto nog een tijdje langsheen een hobbelig en zandig parcours.Wat verderop ligt dan weer een asfaltweg die ons naar de stadspoorten van Djenne voert.We moeten er stadstaks betalen : 1000 CFA de man.In de duisternis rijden we langs de verlichte straten naar het logement dat de chauffeur ons aanraadde : Kita Kourou, vlakbij de markt, op een 100-tal meter van de post en een 150-tal meter van de Campement.Alle kamers zijn er volzet, maar we krijgen toestemming om op het dak te slapen.De eigenaar is een vriendelijke en behulpzame man.We mogen onze bagage de volgende dag in een van de kamers zetten.Om op het dak te slapen dienen we 1500 CFA per persoon te betalen. 

Enkele jongens die gids willen spelen, helpen ons met het dragen van de bagage.Een van hen houdt de zaklamp vast, terwijl ik de tent opzet.Nadien blijft hij hardnekkig aandringen om te mogen gidsen.Ik durf er niet op in te gaan, omdat de groep liever zonder gids in Djenne wil rondlopen.De warmte is minder draaglijk dan in de Dogon.Er zit meer vocht in de lucht.Vermoedelijk komt dat door de nabijheid van de Niger.Ondanks de hoge temperaturen is de warmte in Mali door de lage luchtvochtigheid meestal te verdragen, maar hier is de luchtvochtigheid merkelijk hoger. 

Nog voor het eten verken ik de zijstraten, waar de mensen in groepjes zitten te kijken naar de televisie.Tv kijken kan alleen in de stad en dan nog alleen bij de meer begoeden.In Mali zijn er 4 tv’s per 1000 personen (cijfers uit 1997) en 55 radio’s per 1000 mensen. 

De voetbalwedstrijd waarnaar ze zaten te kijken toen we Djenne binnenreden is blijkbaar gedaan.Een gids loopt met me mee tot bij de taxichauffeur.Die legt uit dat de taxichauffeur hem aanbeveelt als gids.Ik vertel het aan de groep, maar die reageert afwijzend.Geen gidsen is het verdict.Ik neem een douche in de onverlichte ruimte waar zich wat hoger het toilet bevindt.Veel water is er niet.Ik moet het stellen met ¼ van een emmer.Zo blijft er geen water meer over om mijn voeten te wassen.Ik merk dan er van in het toilet een stroompje loopt tot in de douche en voel mezelf vies. 

Op het terras beneden tegen de straatkant eet ik biefstuk met groene boontjes voor 2000 CFA.Het vlees is weeral zemelvrij en zeer lekker van smaak.In totaal drink ik 3 frisdranken voor elk 300 CFA.We vullen het gastenboek in en stellen vast dat er nog 3 Vlamingen logeren in Kita Kourou, naast 1 Amerikaan en 2 Fransen.Om 22u20 ga ik slapen.Mijn grote batterij mag ik opladen in het stopcontact naast de frigo.De eigenaar vertelt me dat er in Djenne straatverlichting is sedert 1993. 

maandag 30 oktober 2000 

’s Nachts trek ik tweemaal naar de put in de grond : om 3 u. en om 6 u.Om 5 uur word ik wakker door het gezang van de moskeegangers.Ze zingen in groep.Een micro komt er niet aan te pas.De zon komt op over de daken en er is overal vogelgetsjielp.Ik film de omgeving en laat dan mijn camera staan op het statief.Zonder het te weten is het ding gericht in de richting van de gendarmerie, die onze buren blijken te zijn.In het donker had ik nog gedacht dat het een gebouw was met Belgische sympathisanten, want ik had de vlag met groen-geel-rood verkeerdelijk aanzien als zwart-geel-rood.Een gendarm had het in de mot en bekeek ons de hele tijd met argusogen.

2 x strijd om water

Ik wil me gaan verfrissen, maar de douche en toiletruimte zijn bezet.Ervoor staat een emmer met water.Ik schep er met mijn lege fles water uit, maar hoor eensklaps luidkeels protest.Het water blijkt toe te behoren aan een Malinees die staat te wachten om een douche te nemen.Ik gebaar van kromme aas en trek met het beetje water in de fles naar het dak om mijn gezicht te wassen.Water is in Djenne geen gemeengoed.Het is er alleen aan de pomp.Het kost 4 of 5 CFA per emmer te betalen aan de gardien die de sleutel heeft van de pomp.Het water komt uit onderliggende aders in de bodem.Het wordt opgepompt met een Canadese motorpomp in een watertoren met een reservoir van 30 m³ en van daar verdergeleid via ondergrondse buizen naar de waterkranen in de stad.Om het water drinkbaar te krijgen doet men er chloortabletten in.

Van 7 uur tot 7u30 doe ik in mijn eentje een toertje naar de moskee.Er zijn nog niet veel marktgangers en het is mogelijk om de moskee in zijn geheel te filmen vanop de marktplaats.Er lopen nog wat andere toeristen rond. 

Terug in het hotel plaatsen we de bagage in de kamer waar een Amerikaan slaapt.In de kamer staat geen bed : alleen een matras op de grond en ernaast een ventilator.De Amerikaan is in een ernstige ruzie verwikkeld met een Malinees.Het blijkt de buurman te zijn van de hoteleigenaar.Omdat de doucheruimte bezet was, heeft de Amerikaan zich van geen kwaad bewust gewassen op het dak van de buren.Het water was door het plafond gesijpeld in de ruimte waar de buurman stond te koken.De buurman is woedend en dreigt ermee de politie erbij te halen.De Amerikaan verstaat geen Frans en ik kom tussenbeide om te vertalen.Hijwil geen herrie en wenst zich graag te verontschuldigen.De hoteleigenaar zegt dat het niet de eerste keer is dat de buurman zijn ongenoegen laat blijken.Daarom moet hij ook zo goed opletten met het serveren van drank.Moslims mogen geen bier drinken, maar toeristen vragen er zo vaak om.Om niet scheef bekeken te worden, schenkt hij dus geen bier, tenzij het bier ongezien, op de kamer of op het dak, uitgedronken wordt.Hij vraagt mij om aan de Amerikaan te vragen om aan zich aan de buurman en de politie te verontschuldigen.De Amerikaan is bereid om dat te doen.De gemoederen bedaren en de buurman verlaat de kamer richting politiekantoor. 

Pas om 8u15 krijgen we ontbijt in het hotel.We dienden een hele poos te wachten, omdat het brood nog moest gehaald worden.De eigenaar wenkte ons toe dat hij om vers brood ging.Op de tafel stond alleen oud brood.Dat is voor de andere hotelgangers, liet hij doorschemeren.Maar geen van hen waagde het zijn tanden in het harde brood te zetten.Er heerst twijfel in de groep of we nu al dan niet een gids zullen nemen.Er wordt een deal gesloten met de gids van de chauffeur die zijn prijs laat zakken van 2500 CFA tot 1100 CFA de man.Maar ondertussen heeft iemand gevraagd waar ze mooie bogolans verkopen en heeft de hoteleigenaar ook zijn mannetje naar voor geschoven om ons naar een atelier kan meenemen.We beslissen om elkeen een stuk van de koek te geven. 

Ik voel een drang om naar huis te bellen.Dat kan in het nabije postkantoor naast de gendarmerie.De tarieven hangen aan de muur, per land, telkens voor een tijdsduur van 3 minuten.Voor 5600 CFA mag ik in het kantoor van de postbeamte 3 minuten lang naar België bellen.De postbeamte houdt de klok in het oog.Ik verneem dat Jonas een week in het ziekenhuis heeft gelegen door een astma-aanval.Hij is blijkbaar opgenomen de dag na mijn vertrek uit België.Maar nu stelt hij het goed.Maite is bij de buren gaan spelen, maar Jonas is thuis.Ik kan hem snel iets zeggen.Nog in het postkantoor koop ik 15 postzegels voor elk 310 CFA. 

Op bezoek in Djenne

De gids van de hoteleigenaar leidt ons voor 500 CFA naar een bogolanatelier.Het is er aangenaam fris.We krijgen enkele afgewerkte bogolans te zien.De aardkleurige modderdoeken die gemaakt zijn van klei, boomschors en bladeren, zijn met geometrische figuren beschilderd.Enkele stoffen tonen ook taferelen met mensen die aan het werk zijn en o.a. gierst stampen.De gids legt uit hoe de kleuren gemaakt worden.Dat gebeurt met echte natuurkleuren en met slijk.De witte kleur ontstaat door javel te gebruiken.Koen waagt het om de prijs te vragen en sleurt ons mee in een eindeloos afdingingsverhaal.

Voor eeuwig open riolen

Onderweg moeten we voortdurend over de open riolen stappen.Ze bevinden zich in het midden van de weg en maken de smalle zijstraatjes nog smaller.In vele van die straatjes is er aan elke kant van de riool maar plaats voor 1 persoon.Telkens wanneer een voorbijganger komt, moeten we over de riolering wippen naar de overkant van de straat.De rioleringen zien er smerig uit en ze stinken.Maar ze zijn er om te blijven.Ze genieten de bescherming van de Unesco.Sinds 1988 staan ze samen met het stadje en zijn lemen huizen op de Werelderfgoedlijst.In 2001 zal waarschijnlijk heel de Brugse binnenstad ook op die lijst komen te staan.De Unesco verbiedt het om ook maar iets aan het straatbeeld te wijzigen.Ook de vervallen huizen aan de rand van de binnenstad moeten in verval blijven.De hoofdstraten zijn onverhard en steken vol putten en bulten.

Warenverhuis

Na ons korte bezoek aan het bogolanatelier, gaan we met de andere gids op stap.We trekken eerst naar de rivier waar de Bozovissers met hun waren aankomen.Ze leggen aan aan een dam midden in het water.Op de dam heerst een drukte van jewelste.De waren worden op karretjes met wielen gelegd en naar de markt gebracht.Aan verscheidenheid is er geen gebrek.Een greep uit het aanbod : kruiden, zout, katoen, huishoudproducten, potten, kleren, voedsel (groenten, graan en gesneden vlees), schapemest dat dienst doet als brandstof.Ook Peulherders gebruiken de dam als toegangspoort tot de stad.

Ik stel mijn camera met statief in werking en kan ongenegeerd filmen.De brandende zon en de plaats waar ik sta (midden op een vuilnisbelt), neem ik er graag bij.Het spektakel is bijzonder kleurrijk.De vrouwen dragen de waren op hun hoofd, de mannen niet.Jongens duwen de karretjes voort op de helling die leidt naar de markt.Mannen wassen zich in de rivier.Jongens houden kippen vast aan hun poten.Twee jongens komen de camera inspecteren en doen net alsof ze een interview geven voor de televisie.Ze stellen zich voor als mannen van 20 jaar oud.Ik had hier de hele morgen willen blijven staan, maar de anderen vragen me om verder te gaan.Het spektakel maakt zodanig veel indruk dat ik vergeet om over de dam naar de overkant te gaan vanwaar het uitzicht op de stad en de moskee die zich spiegelen in het water nog indrukwekkender schijnt te zijn. 

We trekken naar de markt en begeven er ons tussen de verkopers.Er is zodanig veel volk dat we niet snel vooruitgeraken.Steeds weer zijn er opstoppingen. 

Omdat er zoveel te zien is, verliezen we elkaar al snel uit het oog.Veerle krijgt van een Peulvrouw die rond haar mond gekleurd is toelating om een foto te nemen.Ik film ook.De mondtatouage is een teken van schoonheid en wordt als sensueel en prikkelend ervaren.Veerle geeft aan de vrouw een speelgoedcadeautje.Ik geloof dat het een paardje is, maar de vrouw aanvaardt het niet, mompelt iets en geeft het terug.Misschien wil ze alleen maar geld, maar ze kan het niet overbrengen.We stappen verder langs iemand die een grote berg boter liggen heeft.Ik mag hem niet filmen en de boter ook niet.Het blijkt karitéboter te zijn. 

Bleek is de mode

Karitéboter is een speciaal product in het rijtje verkoopsartikelen.Het wordt niet in potjes of vlootjes aangeboden, maar wel los in een reuzebrok.Van karitéboter worden schoonheidscrèmes gemaakt.De rijkere Malinese vrouwen maken er dankbaar gebruik van om hun huid bleker te maken, want bleker zijn staat synoniem voor mooier zijn.Er bleker uit geldt als een na te streven schoonheidsideaal.Ook armere Malinese vrouwen proberen hun huid bleker te krijgen.Ze doen dat met goedkope schoonheidscrèmes die kankerverwekkend zijn en pijn veroorzaken of blaren op de huid.Deze crèmes komen uit Marokko, Nigeria, de Verenigde Staten en Saoudie-Arabië.Wie niet bleker is in zijn gelaat, wordt soms verstoten op feestjes en krijgt geen stoel om op te zitten of mag niet op de foto staan.

Stad met een rijk verleden

Djenne telt slechts 8.000 inwoners.Het werd in de 8ste eeuw gesticht, toen het koninkrijk Ghana waartoe Mali behoorde, nog bekend stond als een koninkrijk van goud.Het was de machtigste staat van Zwart-Afrika.De gouden periode duurde tot in 1200 toen almoraviden uit Marokko het land binnenvielen.Maar dat betekende nog niet meteen het einde van de rijkdom.Tussen 1230 en 1240 begonnen de Mandingo onder leiding van de legendarische koning Sundjata Keita aan een reeks van grote veroveringen.De Mandingo kwamen oorspronkelijk van een klein vorstendom aan de bovenloop van de Niger, stroomopwaarts van Bamako.Geleidelijk aan breidden ze hun rijk dat de naam Mali kreeg uit.Het bestond uit een confederatie van verschillende volkeren, onder leiding van een vorst (de mansa).Het rijk strekte zich uit van de Atlantische kust in Senegal/Gambia tot aan de bocht van de Niger, oostelijk van Gao.Belangrijke steden waren Timboektoe, Oualata en Djenne.Uit die periode dateert de extravagante pelgrimstocht van mansa Moussa naar Mekka.Op zijn tocht door de woestijn liet hij zich vergezellen van 300 slaven die elk 1 kg goud meezeulden en daardoor de prijs van het goud op de wereldmarkt kelderden.

Maar Djenne heeft ook een voorganger : Djenné-Djeno, op enkele kilometer van het huidige Djenne gelegen.Archeologische vondsten wezen erop dat de plaats al in de 3de eeuw voor Christus bewoond was.Wellicht is het daardoor de oudste stad ten zuiden van de Sahara.Vanaf de 4de eeuw was het ommuurd. 

De stad ligt op het kruispunt van oude karavaanroutes vanuit de Sahara naar de kust.Eens droegen de kamelen goud en zout.De huidige stad werd in de 15de eeuw gebouwd.Er zijn nog delen van de oude stadsmuren te zien, maar het grootste deel is gesloopt. 

De wereldberoemde moskee

We komen bij de moskee die eruitziet als een indrukwekkende bruine reuzentaart.De gids leidt ons naar de straatjes rond de moskee.Hij vertelt dat geen enkele niet-moslim nog in de moskee mag komen.Enkele Italiaanse en Spaanse toeristen zouden er een paar jaar geleden in korte broek zijn binnengegaan en zo heiligschennis gepleegd hebben.Het verbod geldt blijkbaar ook voor de trappen die leiden naar de moskee.Wanneer we ons op de onderste 2 trappen stellen om een groepsfoto te laten nemen, worden we zenuwachtig aangemaand om er niet op te gaan staan.Want ook dat is verboden voor niet-moslims. 

De moskee is de derde moskee op rij.Eerder al, in de 13de en 18de eeuw, stond er ook al een moskee.In 1906 liet de Franse bestuurder Bleu de moskee herbouwen.De moskee is op een 3 m hoog plateau gelegen en meet 75 x 75 m.Aan 2 kanten zijn er portalen.Het portaal aan de zuidzijde is eenvoudig.Aan deze kant woonden vroeger de arme inwoners van de stad.De noordzijde is mooi versierd voor inwoners van het rijke oostelijke stadsdeel die aan deze kant woonden.Aan de oostkant (de kant gericht naar Mekka) zijn 3 spitse torens te zien met op de top een struisvogelei uit Saoudi-Arabië.Struisvogels hebben iets weg van mensen.Ze leggen ’s morgens en ’s avonds hun kop neer, net zoals de moslims die zich vijfmaal per dag buigen voor het gebed. 

Bundels palmhout steken uit de muren.Ze zijn een opvallend aspect van de Soudanese leembouw en hebben niet alleen een decoratieve maar vooral ook een praktische functie.Ze dienen als permanente steigers voor onderhoudswerken.Arbeiders kunnen erop staan bij het uitvoeren van herstellingen, maar het blijft een hachelijk karwei.Naar verluidt heeft het lemen gebouw elk jaar hard te lijden onder de overvloedige regenbuien in het regenseizoen dat te situeren is tussen juli en september.Er dienen dan ook elk jaar herstellingswerken te gebeuren.Heel de bevolking moet daarbij helpen.Vreemd genoeg gebeurt dat pas in mei, vlak voor het regenseizoen dus.De jonge meisjes brengen dan emmers modder en water uit de rivierbedding, terwijl de oudere vrouwen gierst stampen en pannekoeken maken. 

De moskee herinnert aan het rijk dat 5 eeuwen geleden uiteenviel.Toen behoorde Djenne samen met het legendarische Timbouktoe tot een roemvol imperium dat rijk geworden was door de karavaanhandel door de Sahara.Toen de Portugezen de Golf van Guinea per schip bereikten, geraakten de karavaanroutes in onbruik en kwam een einde aan de glorie. 

Marokkaanse pasja’s, Touaregs, Peul en Fransen

We komen in een stadsdeel terecht met mooie koopmanshuizen.In tegenstelling tot vele van de andere huizen hebben ze een verdieping.Voor de kleurrijk omrande vensters zitten tralies.Het zijn huizen van het Marokkaanse type.Ze dateren uit de 16de en 17de eeuw toen Marokkaanse pasja’s hun stempel op het land drukten.Ze werden voorgegaan door het Songhai-volk die in de 15de eeuw het oude rijk Mali veroverden en zich vestigden in de Nigerbocht tussen Djenne, Timboektoe en Gao.In 1591 maakten Marokkanen met vuurwapens een einde aan het rijk van de Songhai.Ze brachten de handelscentra Gao en Timboektoe voor bijna 2 eeuwen onder hun controle.Ondertussen versplinterde de rest van het oude koninkrijk, waarvan de grote moskee van Djenne en de Djindjerei-ber-moskee in Timboektoe enkele van de laatste overblijfselen zijn.Maar de reden voor het verval dient niet enkel te worden gezocht in oorlogen.Het materiaal waaruit de gebouwen toen en nu nog steeds opgetrokken zijn, treft even veel schuld.De karakteristieke leemarchitectuur is nu eenmaal minder geschikt om de eeuwen te doorstaan dan kathedralen en burchten.Zelfs de huidige monumenten zijn niet langer oorspronkelijk.Ze zijn het resultaat van aanpassingen, verval en herstel met hulp van de Unesco.

Tussen de 17de en 19de eeuw kwam de genadeslag voor de bewoners.Nomadengroepen zoals de Touareg, overvielen geregeld de karavanen die door de sahara trokken, zodat werd uitgekeken naar een alternatief.Dat diende zich aan in de 19deeeuw, toen Europeanen handelsposten vestigden aan de kust, waardoor de handel door de sahara de doodsteek kreeg. 

In de 19de eeuw stichtten nomaden (Fulbe) in en rond de binnendelta van de Niger een eigen Peulstaat Massina genaamd.Hun leider Cheiku Ahmadu vormde in 1810 het rijk om tot een strikte moslimstaat : de Dina.Ook de Bamana hadden een eigen rijk.In de jaren 1860 smolten beide rijken samen tot een streng-islamitisch rijk met El Hadj Omar, een Toucouleur (volk verwant aan de Peul) als leider.Maar zoals ook elders in Afrika kon ook hij niet op tegen de Europese kolonisatoren die elk voor zich een stukje van de grote taart Afrika voor zich opeisten.Mali had het genoegen de Fransen te mogen ontvangen als nieuwe heersers.De Fransen wilden een spoorwegverbinding tot aan de Niger en stuurde in 1883 generaal Borgnis-Desbordes naar de streek.De generaal sloeg zijn tenten op in Bamako, waar spoedig het eerste Franse fort aan de Niger verrees.Borgnis-Desbordes legde daartoe zelf de eerste steen en kreeg hiervoor een standbeeld op het pleintje naast de kathedraal.Tussen 1890 en 1893 kwam heel de bovenloop van de rivier tot aan Segou onder Frans gezag.In 1898 annexeerden de Fransen Sikasso (met hulp van de Méharistes, kameelkorps).In 1908 vestigde het bestuur van de kolonie Haute-Sénégal et Niger zich definitief in Bamako. 

De huidige grenzen van Mali kwamen grotendeels tot stand in 1920.De Franse bezittingen in West-Afrika werden toen gereorganiseerd en land kreeg de naam Soudan.Het was een van de 8 deelkoloniën van Frans-West-Afrika, geregeerd vanuit Dakar (daarnaast was er ook nog Frans-Equatoriaal-Afrika).De grenzen werden lukraak gekozen, met als gevolg dat vele volkeren vandaag de dag verdeeld leven over verschillende landen.Alleen de Bamana leven volledig in Mali.Ze zijn de grootste bevolkingsgroep en maken ruim 1/3 van de bevolking uit. 

Koranscholen bij de vleet

De koranschool is ook mooi qua architectuur.Voor de ingang hangt een doek.Erachter horen we kinderen les volgen.We mogen echter niet binnenkijken.Ze leren de koranverzen uit het hoofd en schrijven ze op op houten schrijfplankjes.Dat gebeurt in het Arabisch, een taal die ze niet kennen.De lessen vinden 7 dagen op 7 plaats.Jongens en meisjes zitten apart.In Djenne zijn er meer koranscholen dan waar ook in Mali.

Iets verderop ligt een kruidentuin.Op deze plaats was vroeger het kerkhof, toen Djenne nog klein was.Het kerkhof lag bij de stad, maar werd tijdens de stadsuitbreiding ingepalmd.In de omgeving staan vervallen huizen.Niemand woont er nog.Ze moeten blijven omwille van de Unesco.Op het dak van een huis kijken we uit op de omgeving.We zien een brug over de rivier die blijkbaar buiten zijn normale oevers is getreden, want in het water steekt een van de voetbaldoelen omhoog. 

Lemen stad

Heel de stad ziet er dof okerkleurig uit.De huizen, moskee en de straten lijken allemaal wat op elkaar.Ze bestaan in wezen uit slijk of leem om het met een neutraler woord te zeggen.Doordat er nergens rotsen zijn in de omgeving, kunnen de bewoners niet terugvallen op stenen voor de bouw van hun huizen.Bomen zijn maar beperkt aanwezig.Gelukkig zien de Malinezen in dat het vellen van de bomen voor hout ten koste zou gaan van het milieu.Als je voor hout bomen omhakt, werk je de erosie in de hand, want bomen kunnen goed het regenwater vasthouden.Als er geen bomen staan, dan spoelt alle vruchtbare grond weg naar de rivieren, die er bovendien door bevuild geraken.

In de plaats gebruiken ze een bouwmateriaal dat in overvloed aanwezig is en erg goedkoop is, nl. slijk uit de rivierbedding die ze met de hand kneden tot grote bollen of stenen.Het slib vermengen ze met zand en rijstpeulen.Die moeten de termieten weghouden.Na een nacht rusten gieten ze de leem in een gietvorm.Vier dagen later mag het uit de moule.Soms soms voegen ze er bourgou bij.Dat is een plant die ervoor zorgt dat de gedroogde leemblokken niet se fissure au soleil.Nieuwe huizen worden ook met de traditionele bouwmaterialen gebouwd.Dat was o.a. het geval voor het onlangs gebouwde ziekenhuis. 

We passeren ateliers waar zilversmeden aan het werk zijn.Wat verder zit een man voor te lezen uit de koran.Misschien is het een maraboet.Ik vraag toelating om te mogen filmen en biedt cadeautjes aan in de vorm van potloden.De man neemt ze aan, maar wil ook stylo’s en geld.Ik vind dat wat te veel van het goede en stel voor om alleen stylo’s te geven.Maar het stelt de man niet tevreden.Hij wil niet meer voorlezen.Ik hou de stylo’s bij me en film alleen de koran die hij in zijn hand houdt in close-up. 

Naar het frietkraam

Terug aan de markt gekomen biedt de gids aan om op een dakterras te gaan om foto’s te nemen van de moskee.Het kost geld.Ik ga een kijkje nemen, maar vind het gezicht niet zo speciaal en betaal niets.De groep splitst zich.Er zijn er die iets willen gaan eten en daarna nog bogolans willen kopen.Dirk, Koen en ik blijven nog wat rondhangen op de markt en drinken eerst een frisse cola voor 250 CFA.We krijgen er gratis kleine visjes bij.We besluiten om nog wat visjes te kopen en om aan een “friet”kraam maniokfrieten te kopen.Ze kosten 25 CFA per friet.We kopen er voor 700 CFA en nestelen ons tussen de marktkramers neer.Ondanks de reclame die we maken voor de lekkere frieten, komt niemand anders er kopen.De mensen vinden het wel grappig dat we zo tussen de Malinezen in gaan zitten.

De markt in close-up

Dirk en Koen besluiten vervolgens om naar de juwelier te gaan om er zilveren sieraden te kopen.Ikzelf trek naar Chez Baba, waar de anderen zitten te eten.Er circuleren postkaarten rond die je kan kopen, maar daar heb ik nu geen tijd voor.Toch zouden het de mooiste geweest zijn die we tijdens onze reis tegenkwamen.Langs een boomstamladder klim ik op het dak en stel er mijn statief op om te filmen.Ik heb er een schitterend zicht op de markt en de moskee in de verte.

De mensen staan per bevolkingsgroep op de markt.In Mali is er een veelheid van bevolkingsgroepen die elk hun eigen taal spreken en hun eigen gewoontes en gebruiken hebben.Er zijn er een 20-tal.In het noorden rond Timboektoe wonen de Touaregs, een trots nomadenvolk dat vroeger met karavanen de Sahara beheersten.Een andere groep zijn de Peul, de herders die met grote kuddes koeien over eindeloze, kale vlaktes trekken.De Bozo zijn een volk van vissers dat van de visvangst en de scheepvaart leeft.Dan zijn er nog de Dogon die geïsoleerd leven in het onherbergzame rotsgebied en hun eeuwenoude cultuur behouden hebben.De grootste bevolkingsgroep zijn de Bambara die voornamelijk wonen in de hoofdstad en in en rond Segou, die in de 18de eeuw de hoofdstad was van het legendarische Bambararijk. 

Daarna begeef ik me nog een laatste keer tussen de marktkramers.Daarbij passeer ik voorbij de kleermakers die allen druk bezig met het stekken van kleren.Er zijn erbij die stekmachines gebruiken uit mijn kindertijd.Onophoudelijk snorren de machines lange banen stugge stof aan elkaar.Iets verder verschijnt een groep Italiaanse toeristen.Ze zijn met een gids die eerder al in ons hotel was en ons probeerde te overtuigen om met hem een excursie te maken.Bij de toeristen zijn er nog die een filmcamera bij hebben.De sfeer is ontspannen.Geen enkele Malinees lijkt zich te storen aan het gefilm.Is het omdat de toeristen zo talrijk zijn ? 

Geuren van kruiden en zeep kriebelen mijn neus.Hoewel de verscheidenheid aan waren enorm is, zijn er niet veel marktkramers bij die meerdere waren aanbieden.De meesten bieden maar een artikel aan.Het lijkt afgesproken spel.Zo heb je de peperventer, de karitéman, verkoopsters van 1 welbepaalde soort vis, de puimsteenverkoper, de oliebolverkoopster, de fuikmaker...Alleen de fietsherstellers zijn met meer dan een. 

Balen katoen worden op een truck geladen.Katoen is een exportproduct.In Afrika is Mali de 2de grootste producent van katoen met 500.000 ton per jaar.Het is sterk afhankelijk van de wereldprijs.Ook kleine uitjes die het zo goed doen in het Dogongebied worden uitgevoerd.Andere uitvoerartikelen zijn gedroogde en gerookte vis dat vnl. naar Ghana en Ivoorkust wordt geëxporteerd, goud, katoen, mango’s en vee.Importgoederen zijn chemicaliën, petroleum, machines, motoren en voertuigen. 

Tegen 14 uur ben ik terug bij Kita Kouro.Een per een komen de anderen uit de groep aan.Ik ga nog snel wat postkaartjes kopen.In het Campement heb ik geen kleingeld en kan men geen geld teruggeven.In een winkeltje moet ik een hele tijd wachten om te kunnen betalen, omdat de twee verkopers aan het bidden zijn.De ene doet dat ostentatief op een tapijtje.De andere steekt met een paternoster in de hand voortdurend zijn hoofd in de frigobox, alsof hij veinst aan het werken te zijn op zoek naar dat ene flesje frisdrank.Ik koop uiteindelijk 5 postkaartjes voor elk 250 CFA. 

Terug naar Sevaré

Om 14u40 rijden we weg.De auto bolt op en neer door de drukke straten.We hebben veel bekijks.Misschien ligt dat wel aan onze auto.Want in Djenne zijn er maar een handvol auto’s die dan nog meestal toebehoren aan ambtenaren van niet-gouvernemente organisaties.

We passeren kraampjes die we nog niet zagen.De markt blijkt zich over een groot deel van de stad te verspreiden.We zien kraampjes met fetisjen of gris-gris en een hele straat vol stapels hakhout. 

Aan de overzet hebben we geluk : onze chauffeur mag als 5de en laatste mee op de pont achter 2 vrachtwagens die milimeters naast elkaar op de pont geparkeerd staan.Ik verlies er mijn klein handdoekje.Tot mijn grote ontstentenis stopt de chauffeur onderweg slechts 2 keer, telkens na lang aandringen.Eenmaal gebeurt dat bij de rijstvelden.In het water zie ik een school kleine visjes.Maar vissers zijn er niet.Die zijn blijkbaar allemaal nog op de markt te vertoeven.Bij een dorpje maan ik de chauffeur tot stoppen aan.Er staat een mooie lemen moskee die is gebouwd naar het voorbeeld van de befaamde moskee van Djenne.Het blijkt lang niet de enige moskee te zijn die lijkt op de moskee van Djenne.Naar ’t schijnt gebeurt het imiteren zonder plan, zonder meter, zonder loodjes en zonder aanduidingen op de grond, zomaar uit het hoofd. 

Onderweg zien we mooie taferelen, zoals een massa koeien en een dromedaris.Maar de chauffeur heeft blijkbaar haast.Overal waar we mensen zien, zwaaien we ze toe.Niemand laat na om terug te wuiven.Bij de controlepost voor Sévaré houden we ons hart vast dat we niet opnieuw een berisping krijgen over de ontbrekende stempel op ons paspoort.Maar het is gelukkig een andere man die de controle doet.We moeten zelfs niet eens ons paspoort tonen.Aan de overkant van de weg merken we de gendarm van de vorige dag op.Hij rust er uit op een stoel. 

Net zoals bij onze andere stops komen ook hier kinderen maar al te graag onze hand schudden.Een meisje durft het zelfs al onze namen te vragen.Koen vraagt ook haar naam (Shava) en haar... telefoonnummer.Ze moet erom lachen en vertelt het snel aan haar vriendinnen die ons verleidelijk uitwuiven. 

Tijdverlies

Bij onze aankomst in Sévaré passeren we langs een lutheriaanse missiepost.In de brede straat die naar de mission leidt, op amper 200 m van onze eindbestemming, krijgt de chauffeur een lekke band.Daniël helpt een nieuwe band opleggen.Er lopen bijzonder veel kinderen op straat.De school is net gedaan.Ik loop rond met mijn camera en krijg van een voorbijgaande militair te horen dat ik onder geen bedingingen mag filmen.Hij wacht om voort te gaan totdat ik mijn camera in mijn tas gestopt heb.Enkele jongens bewegen een ringel vooruit met een stokje.Op het grote open terrein spelen kinderen voetbal.Varkens, kalkoenen, geiten, kippen hebben overal vrij spel in de straten.

Om 17u40 arriveren we in de missiepost.Daniël en Dominique gaan de bewaker opzoeken om te zien of ons logement gereserveerd is en om te vragen of het toegelaten is om buiten te slapen.Onder de blote hemel slapen mag niet volgens het reglement.Père Vincent is er niet en we moeten wachten, een heel uur lang.Een vrouw biedt ons gratis water aan.Ik ga me binnen zetten en vul er mijn dagboek aan en schrijf enkele postkaartjes.Een priester uit Burkina Faso komt ons groeten.Hij is hier om tot priester te worden gewijd door de bisschop.Ondertussen is onze Dogongids Amadou komen opdagen.Hij verneemt dat père Vincent er niet is en gaat hem zoeken.Om 18u45 daagt de pater eindelijk op.Hij neemt ons mee in de richting van het gebouw waar we vorige week sliepen, maar wijst ons een ander logement toe.Hij vraagt waarom we op hem hebben gewacht.De bewaker had ons even goed de sleutel kunnen geven. 

We testen de ventilatoren uit.Ze blijken het op het eerste gezicht niet goed te doen, maar komen mits wat gepruts aan de schakelaar uiteindelijk tot volle toerenkracht.We nemen snel een verfrissende douche en gaan dan eten naar restaurant Teranga op de hoofdweg naar Mopti.Het wordt een heel eind wandelen.Amadou, père Vincent en nog een 3de Malinees gaan met ons mee.De onbekende ziet eruit als een zeeman, wat later blijkt te kloppen.Het is de kapitein van de pirogue waarmee we de volgende dag een bootexcursie zullen maken. 

In restaurant Teranga

De tuin bij restaurant Teranga lijkt gezellig, maar Amadou leidt ons meteen naar het terras op de verdieping.Aan de muur hangen twee lichten : een groene en een rode.Het lijkt wel een hoerekotje.We schuiven aan tafel en bestellen.Ik neem capitaine à la braise met puree.De capitaine is een soort baars die in de Niger leeft.Hij kan wel 1,5 m lang worden en lijkt wat op kabeljauw qua uitzicht.Op de menu staat vers fruitsap.Dat wil ik niet missen.Maar dan blijkt er alleen ananassap te zijn in blik.Veerle verliest haar geduld.Verveeld vraagt ze me om nu eindelijk te bestellen.Ik verschiet van haar reactie en bestel dan toch maar het fruitsap.

Ik vraag aan Amadou welke excursie hij voorstelt voor de volgende dag.Hij stelt voor om alles uit te leggen na het eten, maar zolang wensen we niet te wachten.Amadou stelt ons voor aan de kapitein : Amadou Magia.Zijn vrouw heeft een reisagentschap en hij toont ons een foldertje.Amadou Magia is afkomstig van het 500 km verder gelegen Timbouktou. 

Amadou vraagt of we akkoord gaan met een piroguetocht.Een tocht met een pinasse zou veel duurder uitvallen.De prijs bedraagt 7.500 CFA per persoon, samen 52.500 CFA.Hij stelt voor om ons om 8u30 op te halen voor een boottochtje.Dat is niet naar mijn zin, want we waren eerder al overeengekomen om vroeg op te staan om te gaan kijken naar de vogels en de zonsopgang.Ik denk voor heel de groep te mogen spreken, maar hoor een afwijzende opmerking van Daniël.Toch komen we uiteindelijk overeen om om 6 uur aan de missiepost te vertrekken en om de boottocht te beëindigen tegen zonsondergang.Een moeilijk punt blijven de paspoorten.We moeten nog een stempel halen bij de politie van Mopti en die openen hun kantoor pas om 8u30.Misschien is het daar dat het schoentje wringt bij Daniël.Eerder al liet hij herhaaldelijk verstaan dat hij hier niet in de bak wil verzeilen.Amadou stelt ons gerust.Hij zal morgen zelf naar de politie gaan om de stempel te halen.Ik stel een contract op en betaal 37.500 CFA als voorschot.Amadou Magia dikteert de bezienswaardigheden van de tocht : 1) het dorp Djennediaga (bozodorp), 2) Capouloudaga, 3) Djembe (peuldorp), 4) campement touareg, 5) samenvloeiing van de Bani in de Niger, 6) Motiede.Hij verzekert ons dat we veel vogels zullen zien en zegt dat er zelfs nijlpaarden zitten in de rivier, maar dan wel op 2 dagen varen. 

Ondertussen is het eten op de tafel beland.De pureepatatjes heeft men vergeten.Na een poosje komt men ze toch brengen.De pureepatatjes smaken lekker, maar lijken ook een doos te komen.De vis is evenwel overheerlijk.Ze lijkt op kabeljauw, maar heeft meer smaak. 

dinsdag 31 oktober 2000 

Geduld 

’s Morgens zijn we al om 5u05 wakker.Ik eet een sultanakoekje en wacht.Een half uur later dan afgesproken komt de wagen.We betalen 2500 CFA voor het vervoer naar Mopti en 6000 CFA voor 12 flessen water.

De auto rijdt langs de stofferige brede weg naar de asfaltbaan die Sevaré met Mopti verbindt.Amadou komt op zijn bromfiets achter.De weg tot Mopti is kaarsrecht en 7 km lang.Ze is omgeven door moerassen, waar in de eerste maanden na de regentijd rijst verbouwd wordt.Volgens een reisgids zou de weg op een dijk liggen die 12 km lang is, maar dat lijkt me wat overdreven.Bij het binnenrijden van Mopti staan aan beide kanten van de weg bomen.Ze zijn aan de onderkant van de stam in het wit geschilderd. 

We stappen uit bij de halte van de minibusjes, vlakbij de gendarmerie.De zon kruipt vanachter de wolken tevoorschijn.Mijn camera is er getuige van.Blijkbaar kan je hier fietsen huren, want een toerist rijdt van zijn hotel weg met een mountainbike.We wandelen door de straten naar de steigers.De boot is er nog niet.Ook het water en proviand ontbreken.We vernemen dat de bananen waarvoor we geld gegeven hebben nog niet aangekomen zijn.Dan duikt onze kapitein op.Hij moet de pirogue, een lange prauw, nog halen.Uiteindelijk is het 7u45 als we wegvaren. 

Piroguetocht op de Bani

We varen in de richting van bar Bozo, langs de scheepswerf waar boten worden gemaakt.Iets verderop meert de boot aan om vis te kopen.Een man wast zich in het water met onnoemelijk veel zeep.Aan de oever staat een vrouw haar kind te wassen.Ook daar geen gebrek aan schuim.Het lijkt geen gewone zeep te zijn, maar een product dat in een rekbaar netje zit.

We steken de brede Bani over vlakbij de kruising met de Niger.Aan de overkant staan enkele bomen in het water.Net zoals bij de Niger treedt ook de Bani ver buiten zijn oevers tijdens het regenseizoen.Het hele gebied verandert zich dan in een groot meer van 40.000 km², dat is groter dan de oppervlakte van België.Op de stukken ondergelopen grond verbouwen de Songhai rijst. 

Even later varen we langs en vervolgens dwars door de rijstvelden.De rijst staat al meer dan 1 meter boven het water en lijkt plukrijp.De aren strelen onze boot.Tussen de rijstvelden door drijven massa’s witte waterlelies.Af en toe zien we een vogel overvliegen.Doorgaans gaat het om zilverreigers en zwarte wouwen.De zwarte wouw is een donkerbruine roofvogel met een gele snavel en gevorkte staart.Enkele keren merken we ook gele vogeltjes op die op de rijstaren proberen te zitten. 

Te gast bij de Bozo

Onze eerste halte is het dorp Yennedaga, waar Bozo en Somono samenleven.De straatjes zijn er zeer netjes en fris uit.Daarna volgt Kakolodaga, eveneens een Bozodorp.Er staat een schitterende lemen moskee.Van filmen komt niet veel in huis, omdat de mensen allemaal om geld vragen.Voor hen zijn we een bron van inkomsten.Een toerist wordt verondersteld veel geld te hebben en daar een flink stuk van mee te hebben.In heel Mali geldt dan ook hetzelfde liedje : De mensen vragen geld of proberen iets te verdienen door te gidsen of door iets te verkopen.Ofwel vragen ze snoepjes, pennen, t-shirts, schoenen.Zelfs mijn horloge en cameratas staan op iemands verlanglijstje.

Hier en daar ligt vis te drogen.Een man herstelt een visnet, kinderen kneden bollen, zo groot als hun hand.Het is lokaas voor de vissen.We geven wat kleertjes aan het dorpshoofd, die er dankbaar voor is en ons hartelijk begroet. 

De bozovissers wonen op langgerekte terpen.Als het water zo hoog stijgt dat hun dorp onder water dreigt te lopen, pakken ze al hun huisraad bijeen en verhuizen naar een hoger gelegen plaats. 

Te gast bij de Peul

In het volgende dorp Djembe staat een mooie moskee.Het wordt bewoond door Peul.In heel Mali zijn ze met meer dan 1 miljoen.Het zijn veehouders in hart en nieren.Ze kijken neer op akkerbouw, tuinbouw en visserij en zullen zich dan ook nooit aan dat soort agrarische activiteiten bezondigen.De vrouwen zijn vooral bekend voor hun kostbare grote oorbellen, die soms zwaarder wegen dan een boek.Helaas zie je ze nauwelijks meer.Dat komt doordat vele Peul na de droogtes van de afgelopen decennia (grote droogtes 1968-1973 en 1980-1984) hun sieraden hebben moeten van de hand doen om nieuw vee te kunnen kopen.De Peulmannen zijn te herkennen aan hun typische punthoed van riet en leer.

De Peul zorgen voor de 6 miljoen koeien in Mali.Ze geven 2 liter melk per dag, dat is 15 maal minder dan een koe in ons land.Ze hoeden ook voor een groot deel van de 6 miljoen schapen en 8 miljoen geiten.Alleen voor de 25 miljoen kippen hoeven ze niet zelf alleen te zorgen. 

De mensen zijn er lastig en opdringerig.Kapitein Amadou verzekert me echter dat ik mag filmen.We gaan zelfs enkele huizen binnen.Het meest merkwaardige is dat van de chef du village, waar er geweefd wordt.De geweven stof is meer dan 10 meter lang en hangt languit opgespannen doorheen een luik waarachter de wever zit.De wever gebruikt daarbij zowel zijn handen als zijn voeten.We stappen binnen in het atelier.Een massa kinderen volgt ons en kijkt toe hoe we op de tonen van “1,2,3,4 hoedje van, hoedje van” hoedjes van papier maken.We krijgen enkele afgewerkte producten te zien, zoals een prachtig groot tafellaken vol motieven.Daniël vraagt hoelang eraan gewerkt is en de man antwoordt : 40.000 CFA.Uit vrees wellicht dat daarmee het onderhandelen begonnen is, corrigeert Daniël snel door te zeggen dat hij alleen wil weten hoelang eraan gewerkt is.Amadou komt tussenbeide en we vernemen dat er 1 volle maand aan gewerkt is.Het tafellaken ziet eruit als een juweeltje.Maar of die 40.000 CFA de beginprijs is of de te nemen of te laten prijs komen we niet te weten.De rest van de reis zal ik me beklagen dat ik erop geen bod heb gedaan, want het was een prachtig stuk vakmanswerk.Bij de gedachte dat dit het dorp Djembe is kunnen Dominique en Daniël er niet aan weerstaan om elk een smal lang stuk stof te kopen.De deal is snel gesloten en we trekken verder. 

Zwarte piet

Kinderen blijven aandringen om snoep te krijgen.Amadou koopt een zak snoep, kruipt even in de huid van zwarte piet en gooit de begeerde lekkernij net voor ons vertrek in de menigte.Er wordt geduwd en getrokken om een spek te pakken te krijgen.De vrouwen houden zich niet afzijdig, maar vechten evengoed mee.Amadou amuseert er zich mee om, terwijl de boot wegvaart, ook nog snoepjes in het water te gooien.Jongetjes die nauwelijks hun hoofd boven het water kunnen houden, zwemmen er naartoe alsof hun leven op het spel staat.We vinden het allemaal wat overdreven en besluiten om voortaan de snoep alleen nog uit te delen aan de ouders.

De theeceremonie

Kapitein Amadou Magia start met de theeceremonie, die altijd uit 3 rondes bestaat.De eerste ronde wordt de thee zuiver en dus bitter opgediend.Het symboliseert de dood voor.De tweede ronde wordt er een beetje suiker doorheen gemengd.De thee wordt er zoeter door zoals het leven.De derde en laatste ronde komt er nog wat suiker bij en wordt de thee zo aangenaam als de liefde.

Overal kinderen 

We varen verder naar het dorp Tibetaga waar kinderen nagels smeden.De nagels dienen voor het maken van boten.We bezoeken er ook een smid en pottenbakster.De mensen zijn er afstandelijker en niet opdringerig.Het dorpshoofd is oud en moe.Hij vindt het niet erg dat we geen colanoten hebben meegebracht.

Opvallend in al de dorpen zijn de vele kinderen.Het is een normale weekdag en dus zouden ze normaal gezien op school moeten zitten.Op platteland is er alleen lager onderwijs.Voro hoger onderwijs moet je naar de stad gaan.Het vervoer naar de scholen is zeer gebrekkig.De kinderen moeten meestal te voet gaan, soms meer dan 10 km ver.Vandaar dat er velen niet gaan.Op het platteland gaat slechts 10 % van de meisjes naar school.Ze blijven thuis om hun ouders te helpen met het stampen van gierst en het werk op het land.Vele vrouwen zijn daardoor ongeletterd.In heel Mali kan slechts 48 % van de mannen en 33 % van de vrouwen lezen en schrijven.Op het platteland is dat cijfer bedroevend lager. 

Picknick op de Bani

’s Middags houdt onze boot halt temidden van de rijstvelden.De kapitein heeft even moeite om de juiste weg te vinden tussen de rijstvelden.Een enkele keer waren we bijna vastgelopen op een zandbank.Op het menu staat rijst met tomatensaus en vis, klaargemaakt op een houtskoolvuurtje.Maar o wee, de kapitein is de borden vergeten.Er zit niets anders op dan de lege flessen water open te snijden om als bord te gebruiken.De kok heeft er de hele vis ingedraaid, tot en met de kop.Na de vis, krijgen we een zoete, sappige watermeloen.

Geen nijlpaarden, gelukkig maar !

Langzaam varen we verder.Stilaan wordt het ons duidelijk dat de historie over mogelijke nijlpaarden verzonnen was, want hippo’s zijn nergens te bespeuren op onze trip.Maar in een krantenartikel lees ik nadien dat er toch vele in de Niger en de Bani wonen.Misschien is het maar goed dat we er vandaag geen zien, want ze kunnen ook agressief voor de dag komen.In Enkele dagen voordien werd de streek opgeschrikt door een plaag van agressieve nijlpaarden die 12 vissersboten vernielden en ook mensen en vee te lijf gingen.

Bij de Touaregs

Langzaam varen we verder.Er staat nog 1 dorp op de agenda.Het is er een met een touaregkamp.Op de nok van een strodak zit vredig een hele rij kalkoenen.Net als ik wil filmen springen ze er allemaal af.Het filmen verloopt hier vrij chaotisch.De kinderen vertrappelen elkaar bijna om voor de camera te kunnen staan, maar de touaregvrouw die in een rieten stoel zit toe te kijken, wil niet in beeld komen.Ik film toch ongemerkt.Wat later laat ik de mensen meekijken via het LCD-scherm.Het wordt onthaald op algemene hilariteit.Zelfs vrouwen dringen zich tot bij de camera.Een vrouw houdt haar hand niet voor de lens, maar wel voor het LCD-scherm.Daardoor ziet ze haar hand niet in beeld.Ze blijft de arm op en neer bewegen voor het schermpje, maar tevergeefs.

Het is ietwat ongewoon om hier Touaregs te zien, want hun leefgebied situeert zich eigenlijk in de woestijn.Daar wonen ze nog met zo’n 300.000 verspreid over verschillende landen.Ze hebben geen eigen land en leiden een trekkersbestaan, wat hen een gevoel van onafhankelijkheid geeft van de volkeren die in hun land domineren.Om gemakkelijk te kunnen rondtrekken wonen ze in hutten van hout en stro die gemakkelijk te demonteren zijn.Om zich te beschermen tegen de woestijnwind en het zand dragen ze lange katoenen kledij, die ze rond hun hoofd en mond draaien.Dirk, Koen en Daniël kopen in de shop elk een tulband.Een vrouw demonstreert hoe je de tulband moet aandoen en ik film het voor alle zekerheid.Ik koop een zilveren halsketting voor 4500 CFA. 

Bij de Touareg zijn het de vrouwen die de zaken leiden.Hun voorouders controleerden ooit de trans-Sahara-karavaanroutes waarlangs de slaven naar het noorden werden geleid.

In en rond bar Bozo

We steken de rivier over en arriveren rond 18 uur in Mopti.Bij de aanlegkade wassen vrouwen zich met bloot bovenlijf in het water.We varen verder tot aan bar Bozo.Daar zijn het de mannen die zich wassen en wel helemaal naakt.Maar het is al donker.Op de tast stappen we over de rotsen en steken het poortje open dat naar bar Bozo leidt.Zoals de meesten bestel ik een capitaine.Er is keuze tussen capitaine à la braise (2000 CFA) en à la brochette (2500 CFA).Als garnituur bestellen de meesten frietjes.Daniël bestelt samen met Veerle groene boontjes, maar de opdienster vergeet het te brengen.De twee Mamadous eten kip.

Om 20u30 brengt een gammele dieseltaxi ons terug naar Sévaré.De vastgeroeste deuren geraken bijna niet open.En ook de motor lijkt het einde nabij.Traagjes geraken we op weg.De uitlaatgassen lijken ons te willen overmeesteren.Alleen de radio lijkt nog in topconditie en stuurt opgewekte reggaemuziek op ons af.Op de plaats van het ontbrekende achteruitkijkspiegeltje, hangt een bal, bijna zo groot als een voetbal.Kapitein Mamadou mist zijn bed.Hij verliest de controle over zijn hoofd en laat het voortdurend zijdelings vallen op mij.Na een verfrissende douche in de kamer, kruip ik om 22 uur onder mijn clambo. 

woensdag 1 november 2000

Ik blijf in bed liggen tot 7 uur, ga dan naar het toilet, neem een douche en schrijf in mijn dagboek.Dirk is van plan om een fax te sturen naar het thuisfront en ik schrijf ook enkele regels.Ook de anderen zouden dat doen, zodat we uiteindelijk 1 volledig blad zouden krijgen.’s Avonds zou Dirk de fax versturen voor de gigantische som van meer dan 1100 fr.

Om 7u40 zet een bestelwagentje zich in gang richting busstation Sévaré.De goede staat van de auto staat in schril contrast tot de auto’s waar we tot nog toe in meereden.Ik ben benieuwd over hoeveel kilometers de auto nog maar gedaan heeft, maar de kilometerteller werkt maar tot 9999.We kopen busticketten naar Segou voor 5000 CFA per persoon.Van zodra we uitstappen worden we belaagd door souvenirverkopers.De meesten bieden sieraden aan.Ik laat me verleiden om 2 halskettingen te kopen voor 3500 CFA en 2000 CFA. 

Bezoek aan Mopti

In Mopti lopen we rond langs de vele kraampjes.Eerst nemen we een kijkje in de scheepswerf, waar prauwen worden gebouwd.Dat gebeurt met nagels die eerst moeten worden gemaakt.Een man zit op een plank die hij tussen zijn benen in met grote kracht doormidden zaagt.Dan gaat het langs de viskraampjes waar vrouwen van bozovissers eindeloze stapels zwartgerookte visjes proberen te verpatsen.Vervolgens belanden we bij een ontbijtstalletje.We vleien ons op de bank neer en kijken toe hoe de man koffie voor ons klaarmaakt.Het is een goddelijk gezicht hoe hij minutieus de poederkoffie met melk al roerend met elkaar vermengt.Een glas koffie kost 100 CFA.Een toekijkende man vertelt over politiek, over de rol van Frankrijk.Frankrijk veroverde Mali op het einde van de 19de eeuw en noemde het land Soedan.In 1960 werd het land onafhankelijk.Maar Mali kan niet zonder Frankrijk, luidt zijn opinie.Ondertussen horen we nogmaals dat er in de Ivoorkust ferm gevochten wordt.

Mopti is de derde grootste stad van Mali en telt ca. 90.000 inwoners.De stad is gelegen op de samenstroming van de Niger en de Bani.Het is een belangrijk visserijcentrum.Er wordt vis uitgevoerd naar Burkina Faso, Ghana en Ivoorkust. 

We wandelen over de dijk naar de oude stad.Langs de kant van de weg zitten verkopers van allerlei waren.Achter hen in de diepte strekken zich moerassen uit waar rijst geteeld wordt.We mogen de moskee niet binnen.Een gids geeft uitleg vanop het dak van het huis dat paalt aan de moskee uitleg.De moskee is blijkbaar niet al te groot.Vandaar dat alleen mannen erbinnen mogen.De vrouwen dienen vrede te nemen met een plaatsje in het gebouw aan de overkant van de straat.De moskee in roodkleurige aarde dateert uit de jaren ’30.Het is een stenen gebouw met een laag leem eroverheen.Qua stijl lijkt het op de Soudanese bouwstijl. 

In de straten heerst een grote drukte.Taxichauffeurs houden tegen het stof een doek voor de mond.Hun gele auto’s zien er allemaal geabimeerd uit.Het stratenpatroon is niet middeleeuws, maar lijkt op een dambordpatroon.De Fransen hebben er duidelijk hun stempel op gedrukt.De ezels staan op straat voor het huis.Op elk binnenplein leven kippen en geiten in harmonie met kookpotten. 

Op de vismarkt

Bij de vismarkt leidt een trap naar de Artisanat.Op die trap staan toeristen foto’s te nemen van de markt.Ik vervoeg hen met mijn camera en kan vrijwel ongestoord tewerkgaan.Het is een boeiend spektakel vol kleur.De vrouwen hebben hun beste pak aangetrokken.Hun kleren zijn bijzonder kleurrijk, maar toch harmonieus.Het zijn panes met batiktekeningen.Mannen zijn zo goed als volledig afwezig.

In de Artisanat zijn kleermakers aan het werk.In een kleerwinkeltje koop ik 2 Afrikaans getinte broeken voor 7000 CFA (vraagprijs was 11500 CFA).Er is ook een shop met muziekinstrumenten en met djembes. 

Naast de vismarkt is er ook een groentenmarkt.Er zijn ook Peulvrouwen aanwezig.Ze hebben een duidelijk afwijkende fysionomie, reuzegrote oorbellen, vaak met een neusring en met de typische blauwe schaduw rond de lippen.De mensen zijn een voor een prachtig gekleed.Het typeert hun mentaliteit.Hoewel velen onder hen nauwelijks eigen bezittingen hebben, gedragen ze zich als modale of zelfs rijke burgers.Vermoedelijk beseffen ze dat hun voorvaders in de Middeleeuwen een hoogstaande cultuur hadden die niet moest onderdoen voor hun tijdgenoten in Europa.Misschien maakt dit besef hen trots. 

Het typeert ook het beeld dat ik meedraag van de Malinezen.Mali is het 4de armste land ter wereld.Het gemiddelde maandsalaris bedraagt slechts 1365 fr.Veel meer dan enkele kookpotten en wat loslopend vee lijken de mensen niet te hebben.Maar hoe arm de mensen ook zijn, toch geven ze niet de indruk arm te zijn.Het middel bij uitstek om zich welstellend voor te doen, is hun kledij, met de meest uiteenlopende kleuren, soms vloekend, dan weer bijzonder harmonieus. 

Vanuit de hoogte heb ik een prachtig zicht op de haartooi van de vrouwen.Velen onder hen dragen geen hoofddoek en hebben ingewikkelde patronen in hun haar.Variatie is er genoeg.Er is zelfs een bij met haar gevlochten in de vorm van slakken.Je vraagt je af waar ze de tijd vinden om het haar te vlechten.Voor sommige vlechtwerken ben je snel enkele uren bezig.Het haar van je vriendin, dochter of van een kennis vlechten blijkt iets heel normaal te zijn.Het geduld dat je ervoor opbrengt, geldt als een teken van ware vriendschap. 

Terug op straat zie ik twee kleine meisjes vrolijk met elkaar omgaan.Het ene meisje draagt een paarse plastieken pop op haar rug.Ze zien er zo spontaan uit.Ik wens hen een cadeautje te geven en dan wat te filmen, maar dat loopt niet van een leien dakje.Plots is alle spontaniëteit weg en verandert de vrolijkheid in angst.Ik geef hen een uiltje en een openklapbare obelix.De mensen errond proberen de kindjes op te vrolijken, maar het lukt niet.Wat verder in de straat spelen kinderen met de voetbaltafel.Eerst willen ze niet dat ik film, maar als ik vraag wie er aan het winnen is, mag het toch en doen ze hun best om te winnen.In de zijstraatjes worden huizen gebouwd of gerestaureerd.Arbeiders voeren kruiwagens met lemen bakstenen aan.Samen met Koen stappen we door de zijstraatjes die er quasi verlaten bijliggen.Vele huizen zijn in fraaie kleuren geschilderd.Aan een balkon hangt een dierenvel te drogen.Hier wonen misschien huidenvetters ? 

Terug op de dijk aanbeland probeert een man ons kruidenpoeder te verkopen.Koen en Dirk nemen er een puntmesje van, maar de man vraagt 1500 CFA voor het kleine bokaaltje en we bedanken hem ervoor.De rest van de groep loopt ondertussen al een heel eind voorop.We stappen naar het andere stadsgedeelte.In een winkeltje snuister ik naar postkaartjes.Het rek met de kaartjes staat bovenop allerlei waren en ik kan er niet bij.Daarom bied de verkoper me een lade aan vol postkaartjes.Ze zitten allemaal door elkaar, maar de meeste zijn dezelfde.Er zijn er enkele bij van vrouwen die waren op hun hoofd dragen.Maar de andere zijn bijna allemaal dezelfde die ik al zag in Djenne.Veel keuze is er uiteindelijk niet, maar ze kosten slechts 150 CFA.In het postkantoor is de prijs 250 CFA voor een postkaartje.Ze zijn er uitgestald in een rekje op de toonbank. 

Middagmaal in Le Regal

Om 13u45 stappen we binnen in Le Regal, een klein restaurant op de hoek van de weg bij de rivier.In het lokaal staan een 3-tal tafels met stoelen en een frigo.Aan de muur hangt het menu (zie reisverslag over prijzen).Rustig eten kunnen we niet.Een man wil cd’s verkopen.Hij vraagt 1200 CFA per cd.Er zijn er bij van Youssou N’Dour, Baaba Maal, Sekouba Bambino Diambate en Ali Farka Touré.Een andere biedt halskettingen aan en een meisje heeft er ook enkele veil.Ik moet nog altijd zwaar hoesten.De biefstuk is in stukjes gesneden en de frietjes zijn kleiner dan in België.In de frigo steekt alleen water, meestal in plastic zakjes.Frisdrank moeten ze blijkbaar van elders halen.Ook hier het bekende oude liedje : de coca cola is op en even later de tonic ook.Wie wil er nog fanta ?

Textiel op maat

Om 14u25 trekken we verder.In het wirwar van straatjes verzeilen we in het naaiatelier.Stoffen kosten hier een peulschil.Mali is in Afrika de 2de grootste producent van katoen.Maar het kleuren van de stof gebeurt niet in Mali.Want op de etiketten staat overal “made in Holland”.De kraampjes waar ze met hun naaimachines werken, zijn overdekt.Een meester-kleermaker begeleidt ons in onze zoektocht naar stof voor een lange broek.We doen nogal wat stalletjes aan.Eens onze keuze gemaakt neemt hij onze maten en laat dan het gepaste stuk stof afsnijden.Ik laat twee broeken maken voor elk 4000 CFA : een witte met geometrische decoraties en een met visjes.Andere verkopers doen hun uiterste best om ons naar hun winkeltje mee te lokken.

Er zijn ook stalletjes met tafelkleden.De motieven variëren : de Dogontafelkleden bestaan uit 2 kleuren in ruitvorm, die van de Peul hebben geometrische en architecturale tekens en die van de Songhai meerkleurige ruiten.Voor 15000 CFA koop ik snel een in hoofdzaak wit gekleurd tafelkleed in wol en katoen.Ik koop ook een zilveren armband voor 3000 CFA. 

Zonsondergang zonder vis

Om 16u30 komen we aan bij Bar Bozo, “the place to be” volgens onze reisgids.Komt het door het fabelachtig uitzicht op de rivier, of door wat er zich afspeelt in het water ? De Malinese mannen van de naburige scheepswerf kleden er zich min of meer ongeneerd uit en slaan dan duchtig aan het schrobben.Als ze uit het water komen, bedekken ze zich min of meer zedig tegen de onzedige blikken van de blanke vrouwen op het terras.Ik film hen ongemerkt door in mijn opengeklapt LCD-scherm te kijken vanachter een paaltje en zie dat ze ook hun tanden poetsen, zonder tandpasta en tandenborstel.Ik merk ook dat het geen fabel is dat zwarte mannen zwaar geschapen zijn.We zijn niet de enige toeschouwers.Vlak naast de plaats waar ze zich wassen, meren geregeld allerlei bootjes aan.De passagiers in de bootjes zetten niet bepaald grote ogen op.Zij zijn dit schouwspel natuurlijk al lang gewoon.

De zonsondergang oogt mooi, maar ik kan er niet volop van genieten.Want de man die me hetzelfde blauw-paars getinte tafelkleed als Koen wil verkopen is ondertussen aangekomen met een exemplaar voor mij.Ik vergelijk het met dat van Koen en merk dat het niet hetzelfde is en veel paarser is.De man begrijpt mijn visie en gaat er een andere halen.Een 20-tal minuten later komt hij met een nieuw tafellaken af.Ik moet het bekijken met mijn zaklamp.Het ziet er hetzelfde uit als dat van Koen.Ik betaal 22300 CFA, 2700 CFA minder dan Koen en geef de man nog een speelgoedje : een tekenvorm van een aapje. 

De lome opdienster van Bar Bozo meldt ons dat er geen vis meer is.Er rest alleen nog kip.Niemand wil kip, maar we kunnen niet eerder weg dan om 20 uur, omdat de taxi voor dat uur besproken is.Rond 19u20 krijgt een Frans koppel met hun dochter toch vis.Er bleven kennelijk maar 3 porties meer over.Ik haal uit naar de opdienster. 

Even voor 20 uur verlaten we met een lege maag Bar Bozo.Op een van de aangemeerde boten staat een televisie opgesteld.Tientallen mensen kijken naar ernaar.Ze zitten in een kring die zich uitstrekt vanop de oever tot over de boten die ernaast liggen.Op het scherm is een roeiwedstrijd te zien.Er wordt gelachen. 

De comfortabele nieuw uitziende Volkswagentaxi brengt ons naar Bar Bozo in Sévaré.Op het terras neem ik ommelet voor 1500 CFA.Ook Dirk en Koen eten iets.De rest heeft geen honger meer.We nemen afscheid van Amadou.Voor cadeau geven we hem een omslag met daarin 7000 CFA en een t-shirt met onze beide voornamen erop (Dogonnaam en echte naam).Amadou vertelt ons dat hij het soms moeilijk heeft, omdat zijn grootmoeder die hem opvoedde zwaar ziek is.Hijzelf werd geboren in Segou, waar zijn ouders woonden, maar werd opgevoed door zijn grootouders in Djigidombo (Dogon).Om 22 uur rijden we met dezelfde Volkswagentaxi terug naar de missie.We gaan onmiddellijk slapen. 

donderdag 2 november 2000 

Benzine is op

Om 6 uur spartel ik uit mijn bed en ben ik getuige van een nieuwe mooie zonsopgang.Hier en daar zijn wolkjes te zien.De Volkswagentaxi is op tijd : om 6u25 staat hij er al.We betalen 60.000 CFA voor 3 overnachtingen en rijden om 6u50 weg.Amadou is ook mee.Enkele honderden meter voorbij het centre Jean Bosco valt de auto in panne.Onnodig om te proberen de auto te herstarten, want er is geen benzine meer.Een jerrykan wordt leeggegoten en een jongen die mee is met de taxichauffeur vertrekt te voet naar het tankstation.Het geeft me de tijd om het dierenleven in de roodgetinte straten te filmen.

Om 7u25 is het kleinood verholpen en rijden we verder.Even breekt paniek uit, wanneer de auto niet wil starten en dreigt te “versmoren”.Bij het busstation koop ik nog 2 halskettingen voor slechts 3000 CFA.We drinken koffie en eten een homp stokbrood. 

Busrit naar Segou

Om 8 uur stipt vertrekt de bus.Lieve verkeert in grote paniek, want ze is haar geldbeugel kwijt.Ze denkt dat er 18.000 CFA inzat.Even nog verlaat ze de bus om samen met enkele andere mensen te gaan zoeken, maar het haalt niets uit.Enkele dagen geleden had ik meer geluk.Toen verloor ik bij bar Bozo in Sévaré mijn buikzakje, maar gaf een van de souvenirverkopers het aan mij.

Ik installeer me op de achterste rij achter de verdwenen zijvensterruit.Onderweg film ik af en toe het leven langs de weg.Een leuke scène is het vangen van een 8-tal kippen.Een man wil mee met de bus, maar niet vooraleer het hele dorp hem meegeholpen heeft om de kippen nog eerst te vangen.Op de bus houdt hij de 8 kippen omgekeerd vast aan de poten.Gelukkig voor hem was er niemand van Gaia mee. 

Om 11u15 arriveren we in San.We kopen er oliebollen tegen 25 CFA/stuk.Een auto met een 20-tal geiten als bagage vastgebonden op het dak, steekt ons voorbij.Geleidelijk aan stappen meer mensen op de bus.Tijdens het laatste traject zit de bus helemaal vol.Ook de kapotte zetels worden gebruikt en in de middenrij gaan de opklapbare stoeltjes open. 

Zoeken naar een kamer in Segou

Om 13u45 zijn we in Segou, met 100.000 inwoners de tweede grootste stad van Mali.We blijven nog een halfuurtje bij het wegrestaurant staan en rijden vervolgens naar het busstation, dat ca. 1,5 km verder gelegen is.Alsof het afgesproken is, staat een jongen ons op te wachten met een ezelskar.Alle rugzakken kunnen er net op.De jongen leidt ons naar de Auberge, een hotel gerund door een Libanees.Een dubbele kamer kost er 17.000 CFA, maar er is geen plaats.Alles is bezet, ook voor de volgende dag.Zelfs het zwembad is vandaag bezet.Het kost 2000 CFA de man.

Ik spreek af met de anderen om niet allemaal samen te gaan zoeken naar een ander hotel.Een jongen leidt me tot bij hotel l’Esplanade, gelegen aan de oever van de Niger.Het hotel bezit kamers met airconditioning en met fan.Een kamer met fan voor 3 personen kost 20.500 CFA, inclusief ontbijt.We mogen ook buiten slapen voor 3000 CFA per persoon.Op het dak slapen, kan niet.Maar op het binnenkoertje kan het wel.Enkele exotische bomen en beelden geven het koertje een speciale sfeer.Ik vraag of we korting kunnen krijgen indien we twee nachten blijven.De hotelbaas belooft 10 % korting te zullen geven. 

Ik stel voor aan de groep om eventueel nog een ander hotel te gaan bekijken, maar dat vinden ze niet meer nodig.Ze zijn ondertussen op adem gekomen door een frisdrankje te drinken.Jammer genoeg laten ze na om fietsen te bestellen om Segou per fiets te gaan verkennen.Op enkele meter van het hotel was er nochtans een reisbureau dat ongetwijfeld had kunnen bemiddelen.Even later vraag ik dan maar zelf om fietsen te huren.De vraagprijs is 2000 CFA per fiets, maar omdat we zo talrijk zijn, vraagt men een uurtje tijd om aan voldoende fietsen te kunnen geraken.Gezien het al gevorderde uur (ca. 15u30) laten we die mogelijkheid schieten. 

Wandeling tot in het koloniale kwartier

Uiteindelijk wandelen we dan maar te voet onder begeleiding van de lokale gids Bali naar het koloniale kwartier.Vooraleer erheen te gaan, stappen we tot bij het restaurant Le Golfe.Om niet onnodig lang te moeten wachten op eten, reserveren we er onze maaltijd al voor 19 uur vanavond.Dan gaat het door de zanderige straten in de richting van het koloniale kwartier.De meeste huizen zijn kleurrijk geschilderd, in provençaalse kleuren.Je ziet duidelijk duidelijk de Franse invloed.

Wat verderop staat de moskee.De oorspronkelijke bewoners die Bambara waren, gaven zich in 1861 over aan de marabout van de Peul (El Hadj Omar) en bekeerden zich tot de islam.Op vrijdag is het hier om 15u30 verzamelen geblazen voor de eredienst.Maar ik voel me er als een vreemde eend in de buit.Wanneer ik mijn statief neerzet om het gebouw te filmen, bekijven enkele mannen me afkeurend.Waarom wil ik dat gebouw filmen, vragen ze.Waarom denken jullie, antwoord ik.Omdat het een mooi gebouw is, ga ik verder.Meteen zet ik het uit mijn hoofd om hier morgen tijdens het gebed te komen filmen.Als het filmen van het gebouw op zich ook al reden is tot aanstoot, wat zouden ze dan wel denken als ik hier morgen mijn statief kom neerpoten ? 

We belanden op de oevers van de rivier, niet zonder eerst een kijkje te nemen in een tent waar twee mannen een ritmisch klopgeluid voortbrengen.Ze blijken was in de kleren te kloppen.Die moet de kleren meer glans geven.Zonder elkaars stok te raken, slaan ze daarbij elk om beurt op dezelfde plaats op de kledij.Ze hebben geen bezwaar tegen het filmen. 

Op de oevers van de rivier ligt een hele verzameling aardewerk : potten, pannen, kruiken.Ernaast ligt een perceel tuingrond.Rond een omheining staan bomen en planten.Een volkstuintje ? Op het water drijven soms kleine eilandjes planten of grasstroken.Prauwen varen voorbij.Vrouwen en meisjes baden zich in de rivier of doen de was. 

We zijn aan de rand van de oude koloniale wijk aanbeland.Wandelen langs de oever, kan hier niet meer, want de eigendommen strekken zich uit tot tegen de oever.Het eerste gebouw dat we zien, is het postgebouw.Het is schilderachtig.In de koloniale wijk blijken voornamelijk militairen en hoge ambtenaren te wonen.De ambtenaren werken voor het Office du Niger, dat een belangrijk irrigatieproject realiseerde. 

Onze gids Bali verzekert ons dat ze het niet op prijs stellen als er foto’s genomen worden of gefilmd wordt.Ik berg mijn statief wijselijk op.Af en toe van in de verte filmen, liefst wat weggestoken tussen de bomen, mag wel.Maar zo lijken we helemaal op indringers.Bomen zijn er genoeg.De weg die doorheen het kwartier leidt, is omzoomd door bomen.Op de percelen zelf staan ook overal bomen.Het zijn statige exemplaren.Ze blijken geplant te zijn door de Fransen in de jaren 1930-1933. 

Elk huis lijkt zijn eigen stijl te hebben, nu eens met zuiltjes, dan met speciale vensters of rondingen.Er zijn er zelfs bij die gelijken op paleizen.Vele huizen behoren tot het Office du Niger.Merkwaardig genoeg lijken er velen niet of slecht onderhouden te zijn.Daar zit de manier van koloniseren voor een groot deel tussen.De Franse kolonisatoren gebruikten het land alleen om hun eigen maag te vullen met de rijst en katoen die er verbouwd werd.Alleen zij die een job in de administratie hadden gingen er wonen.Niemand vond het blijkbaar belangrijk om het land leefbaar te maken en te investeren in onderwijs, wegeninfrastructuur en sanitaire voorzieningen.Toen het land in 1960 onafhankelijk werd en de weinige Franse kolonisatoren het land verlieten, lieten ze een onderontwikkeld land achter. 

We slaan linksaf en wandelen tot aan de hoofdstraat in asfalt.Ook aan de andere kant van de hoofdweg staan imposante gebouwen.Een ervan is het “Hotel de Ville”.In de verte meen ik het bord van nog een ander hotel te zien.Even uit het vizier van de gids steek ik de straat over en film dit toch wel erg mooie gebouw, dat natuurlijk geen hotel is, maar wel het stadhuis.De gids krijgt het in de mot en geeft me een uitbrander, maar ik veins gedacht te hebben dat het een hotel was, en dat mocht ik toch filmen, of niet ? 

We steken opnieuw de hoofdweg over en trekken het binnenland in tot aan de katholieke missiepost.De hoofdactiviteit in de katholieke huizen blijkt het maken van diabolo, een biersoort gemaakt van sorghum.Er hangt een kwalijke geur.We nemen een kijkje op een van de binnenplaatsen.Reuzegrote potten staan er te pruttelen.Een man drinkt van het gierstbier en wil absoluut niet in beeld komen.Dat is begrijpelijk, want muzelmannen mogen geen alcohol nuttigen.De duisternis valt en we moeten ons reppen om nog voor complete duisternis terug te zijn aan ons hotel.Onderweg passeren we nog langs de kerk.Naast de kerk ligt een grote tuin die is ingesloten tussen muren. 

Restaurant Le Golfe

We frissen ons op en trekken dan naar het restaurant Le Golfe.Buiten het hotel staat een jongetje me op te wachten.Hij heeft het al een paar keer gevraagd.Hij zou graag geld willen krijgen om een voetbalploeg te kunnen oprichten.Voetbalkleren zijn ook gegeerd.Ik geef de jongen 500 CFA en teken in een boekje met mijn naam en handtekening.Heb ik nu een goede daad verricht ? De volgende dag zou weer iemand om geld vragen voor zijn voetbalclub.Blijkbaar zou dat de jongen zijn die het me al verschillende keren vroeg en zou ik het geld aan een andere jongen gegeven hebben.Ik argumenteer dat het toch allemaal voor hetzelfde goede doel dient, voor de voetbalploeg zelf, dus voor iedereen.Maar de jongen is het daarmee niet eens.Het blijkt om een andere voetbalploeg te gaan.Rivaliteit?

Aan het restaurant staan nog mensen klaar om hun verhaal te doen of om ons iets te vragen.Niemand van de groep is bereid om een gesprek aan te gaan en Daniël stuurt hen kordaat weg.Ik vind het zelfs een beetje zielig.Voor hen zijn we een interessante gesprekspartner.Als ze steeds weggestuurd worden, wat moeten ze dan wel van ons denken ? Ik voel een beetje medelijden met hen, maar houd me op de vlakte. 

We zetten ons neer op het terras van Le Golfe dat uitziet over een breed kruispunt.De straten liggen er rustig bij.Hoogstens een kar passeert ons.Het eten is snel klaar.De capitaine met bananen, puree en groene boontjes is lekker.Toch smaakt het me niet echt.Ik denk voortdurend aan thuis en voel een drang om naar huis te bellen.Veerle had de eerste dag van de reis een telefoonkaart gekocht, maar had die nog niet gebruikt.Ik hoopte hem eens te mogen uittesten om te zien of je er vlot mee naar het buitenland kon bellen, maar ze wilde me de kaart niet geven.In het hotel l’Esplanade vroeg ik dan maar om zelf een telefoonkaart te kopen, maar ze hadden er alleen telefoonkaarten met een heel beperkt aantal gesprekseenheden, goed voor gesprekken in Mali zelf.In het hotel Oasis kreeg ik hetzelfde verhaal te horen.Een telefoonkaart met 60 eenheden had ik nodig en die zouden ze alleen maar bij de plaatselijke RTT verkopen, langs de asfaltweg. 

Ik bedank voor een dessert (de anderen eten yoghurt of pannenkoek) en trek alleen naar het telefoongebouw.Er is wel hier en daar verlichting, maar toch doet het maar raar aan om zo alleen in de nacht te stappen.Even krijg ik zelfs het gevoel achtervolgd te worden, maar steek dan snel de hoofdweg over langs het grote paneel met reclame voor Nescafé en het bord dat oproept om samen te vechten tegen aids.Aids is ver doorgedrongen in Mali.De 150.000 Malinezen die aids hebben, zijn een vogel voor de kat.De kans op uitbreiding van de ziekte is groot, want meer dan 5 % van de bevolking en zelfs 55 % van de prostituees zijn besmet met het HIV-virus.Medische hulp is alleen voor de rijken weggelegd, in een land waar er slechts 1 dokter is per 23.000 mensen.In oktober 1999 was het tekort aan elementaire verpleegmiddelen aanleiding tot een grote staking, de eerste soortgelijke in de geschiedenis van het land. 

Op de plaats van het telefoongebouw aangekomen, zie ik enkel 2 telefoonkabines staan.Ervoor staat een man die telefoonkaarten verkoopt.Hij heeft niet eens een kraampje, maar houdt ze gewoon in zijn handen vast.Ik ben wat achterdochtig, maar koop er toch een : 7000 CFA voor 60 eenheden is de prijs.Ik sluit de vensterdeur achter me aan en krijg snel verbinding met het thuisfront.Tot mijn grote voldoening krijg ik zowel mijn vrouw Anne als de 2 kinderen te horen.Ze zitten waarschijnlijk samen in bed.Jonas vindt het geweldig dat ik in de tent slaap.Thuis heeft het fel geregend en hard gewaaid.Er zou zelfs een boom omgewaaid zijn aan de gracht, of is het alleen maar een zware tak die afgekraakt is ? Ik keer terug naar het restaurant en vertel er over de storm in België.Ondertussen hebben de medereizigers de desserts, waaronder pannekoeken, naar binnen gespeeld.Het is 22u15 als we naar het hotel terugkeren. 

In een bureautje van het hotel schrijf ik nog enkele postkaartjes : naar Patrick en Carolien en naar Dirk en Claudine.Zoals gewoonlijk probeer ik zo klein mogelijk te schrijven, want er valt zoveel te vertellen.De warmte in het gebouw weerhoudt me om nog meer kaartjes te schrijven.Om 23 uur beslis ik dan ook om te gaan slapen in mijn tent.De mannen slapen buiten, de vrouwen binnen.’s Nachts voel ik iets springen tegen mijn tent. 

vrijdag 3 november 2000 

De levensader van Mali 

Om 6 uur kruip ik de tent uit en zie ik de ooilijkerd, een pad, wegspringen.Ik trek naar de oevers van de rivier.De kleine bootjes in het midden van de rivier liggen er onbeweeglijk bij.Mensen halen netten op.Ze blijken echter niet aan het vissen te zijn, maar wel slijk uit de rivier boven te halen.Het slijk wordt gebracht naar een plaats vlak naast de enige steiger die wat verder ter hoogte van l’Auberge in de rivier gebouwd is.Naast de steiger heerst een grote drukte.Mensen zijn overal bezig met hun dagelijkse wasrituelen.Ik laat me door niemand afleiden en stel op de steiger mijn statief op om de zonsopgang te filmen.Boven de minaret op de oever zie ik de zon zo opkomen.

De rivier is hier honderden meter breed.Het is de levensader voor de Malinezen.Voor de West-Afrikanen betekent de rivier evenveel als de Nijl voor de Egyptenaren.Ongeveer de helft van heel de Malinese bevolking leeft langs de rivier.Met zijn 4200 km lengte is het de 3de langste rivier van Afrika, na de Nijl en de Congo.De Niger ontspringt in de heuvels van Guinea en kronkelt van daar noordwaarts via een grote bocht door Mali om uiteindelijk via Niger en Nigeria uit te monden in de zee.De rivier is stroomopwaarts vanaf Bamako alleen bevaarbaar tussen augustus en november. 

Midden in de ijzig rustige rivier liggen pirogues met mensen die iets uit het water te lijken halen.Op het eerste gezicht zou je denken dat ze aan het vissen zijn, maar wie haalt nu in godsnaam vis uit het water met een emmer.Bij de aanlegpier wordt alles duidelijk.Er liggen bootjes aangemeerd die volbeladen zijn met aarde.Het is slijk dat ze uit de rivier halen en dat moet dienen als bouwmateriaal.Alleen is me niet duidelijk wat ze er uitgerekend hier in Segou mee zullen aanvangen.Want het stadsbestuur van Segou verbiedt de bewoners om huizen in leem te bouwen.Misschien mag een lemen pleisterlaag wel of dient het voor de omliggende dorpen ? Leem is niet het enige waarvoor de Niger gebruikt wordt.De genereuze rivier dient ook voor transport, toilet voor mens en dier, bad, drinkwaterbekken, visgrond, irrigatiekanaal, afwasbekken, zwembad.Gezien het veelvoudig gebruik is vooral laatstgenoemde functie niet aan te bevelen.In de rivier krioelen ontelbare microscopisch kleine zuigwormpjes die in een mum van tijd door de huid kruipen en daar eitjes leggen die in de huid blijven steken.Daar leggen ze gedurende een periode van 7 tot 30 jaar eitjes, die verwondingen veroorzaken die tot gezwellen kunnen leiden.De ziekte, bilharziosis genoemd, komt voor bij honderden miljoenen mensen op onze wereld. 

Een veilig land ?

Ik zet door met mijn briefwisseling.De geadresseerden zijn Lieve en Lieven, peter Hugo, Hubert, Marc en Sylvie, Guy en Annemie, Luc en Sabien.Om 8 u.10 ontbijten we op het overdekte terras van het hotel l’Esplanade : Frans brood met confituur en koffie.In de rivier drijven talloze Nescaféblikjes.Het zicht op de rivier wordt verstoord door omheiningsdraad dat aan de kant van de oever gespannen is.Het had net zo goed aan de kant naar de buren toe kunnen gespannen zijn.Want naast het hotel staan armzalige rieten Bozohutten.Maar hier is geen omheining nodig.We moeten erdoor iedere keer dat we naar een restaurant of naar het centrum moeten.Het voelt wat raar aan, maar niemand kijkt ons bedreigend aan.Mali is een veilig land.Alleen rond het station in de hoofdstad Bamako en in de woestijn moet je op je quivive zijn.In maart 2000 nog vermoordden bandieten 3 Nederlandse toeristen.Ze waren Mali binnengereden vanuit Algerije.Een andere gevaarlijke streek is de woestijn tussen Gao en Kidal.Daar vielen in oktober 1999 verschillende doden tijdens gevechten tussen de Kidastam en Arabieren.Oorzaken voor het conflict waren het tekort aan bestaansmiddelen en het wispelturig regenseizoen.Momenteel zijn de verhoudingen met de Tuaregs wat beter.In 1991-1994 leverden Touaregs en het Malinese leger gevechten.Duizenden Touaregs en Moorse burgers sloegen erdoor op de vlucht naar buurlanden.

Verdeeldheid in de groep

Op het terras van het hotel discussiëren we of we in Bamako in de missiepost zullen logeren of naar een ander logement zullen gaan.Er blijkt grote verdeeldheid te heersen.De meerderheid lijkt gewonnen te zijn om direct te gaan naar het logement waar de groep de hele volgende week kan blijven slapen.Maar er is er een die kost wat kost naar de missiepost wil gaan : Veerle.Zij vindt het onverantwoord om de overnachting af te zeggen.Ze herhaalt het met een zodanige heisa dat ook anderen opeens niet meer goed weten wat er moet gebeuren.Uiteindelijk stelt Koen voor om te stemmen.De meerderheid wil liever meteen naar het nieuwe logement gaan om zo niet gedwongen te zijn om de zondag te moeten verhuizen.Er wordt beslist om eerst te bellen of er nog wel plaats is om te overnachten.

Ondertussen discussiëert Veerle met een Malinees over de prijs voor een piroguetocht naar het pottenbakkersdorp.In het programma zitten blijkbaar nog een aantal dorpen die hij met ons wil bezoeken, zoals het dorp aan de overkant van de rivier.Ze kan de prijs drukken tot 17.000 CFA, maar schrikt ervan terug wanneer ze verneemt dat we ook nog elk 2500 CFA taks moeten betalen en wat geld voor de gids.In de overtuiging dat er toch voldoende boten op de oever liggen te wachten op toeristen die een tochtje willen maken (zo staat het toch in de reisverslagen), springen de onderhandelingen af. 

Ik trek ondertussen naar de kamer om mijn tanden te poetsen en nog eens naar het sanitair te gaan.Even later komen Koen en Dirk binnen met de mededeling dat de groep zich opgesplitst heeft in groepjes van twee.Daniël en Lieve zijn gaan informeren voor logement in Bamako.Nieken en Veerle zijn naar het busstation om plaats te reserveren voor de bus naar Bamako.Dirk en Koen moeten onderhandelen over een pirogue om naar het pottenbakkersdorp te gaan.Ik sta er versteld van en vraag me af waarom Veerle niet verder zoekt naar vervoer naar het pottenbakkersdorp.Ik vraag aan Koen en Dirk wat mijn taak is.Als ik hoor dat ik niets hoef te doen, besluit ik om nu maar meteen naar een bank te trekken om geld te wisselen.Ik herinner me nog dat ik gisteren toen ik ging telefoneren een spaarkas was voorbijgestapt.Koen en Dirk vragen me of ik ook voor hen geld kan wisselen en geladen met Frans geld stap ik naar de bank.In de bank wissel ik mijn geld, niet met de bankbediende, maar wel met een klant die met een hele pak CFA’s in zijn handen klaar staat en blijkbaar zijn CFA’s niet kwijt kan aan de bank.Blijkbaar heeft de bank zelf geen voldoende Frans geld om hem terug te geven.De man wil naar Europa en wil zijn CFA’s wisselen.Hij vraagt me of ik niet nog meer wil wisselen, maar dat hoeft niet. 

Ik rep me terug en verneem dan dat alles verkeerd aan het lopen is.Dirk en Koen zijn geen boot gaan zoeken langs de oever, maar hebben het aan de hotelbaas gevraagd die hen een boot beloofd heeft voor 20.000 CFA + taks.Maar in die prijs zit alleen het vervoer van en naar Kalabagou.Andere dorpen zijn er niet bij.Trouwens die willen we ook niet meer bezoeken, want het is ondertussen al bijna 11 uur en we staan nog nergens.De boot is er nog niet, en als hij er even later wel is, moet er nog benzine gehaald worden.Het wachten lijkt eindeloos.Ik kan het niet langer aanzien en de bom ontploft. 

Koen en Dirk hadden gisteren een aanlokkelijk voorstel voor de dagindeling gedaan : ’s morgens 4boottocht, ’s middags zwemmen en relaxen in Oasis en ’s namiddags fietstochtje.Maar dat was niet langer mogelijk.Ik uit openlijk mijn ontgoocheling over de groep.De groep heeft nog steeds zijn les niet geleerd uit het organiseren van tochten met gidsen.Er lijkt een gebrek aan vertrouwen te zijn in de Malinese gidsen ? Nochtans hebben we er altijd al wel bij gevaren.Ze zijn er steeds als de kippen bij om voorstellen te doen, maar steeds wordt er gedraald uit vrees wellicht dat ze ons in de maling zullen nemen.Indien we niet in groep zouden reizen, zou ik deze houding kunnen begrijpen.Dan is een gids in verhouding tot het aantal mensen dat ervoor betaalt, misschien nogal duur.Maar doordat wij telkens de kosten in 7 kunnen delen, hoefde ik er geen twee keer over na te denken.Iedereen heeft de mond vol over respect voor de Malinezen, maar niemand durft het aan om met hen iets te onderhandelen. 

Pinassetocht naar Kalabougou

Uiteindelijk, tegen 11u30 geraakt de pinasse toch nog klaar.We bestellen nog wat water tegen de hoge prijs van 1500 CFA per fles.De boot heeft een afdakje.Ik heb eigenlijk geen zin meer om mee te gaan, maar zet me toch in de boot, vooraan.Het water is zeer kalm.Vanaf de overkant van de Niger zien we vele watervogels en vooral zilverreigers.Maar ook grote reigers, bonte ijsvogels en sternen dagen op.Het duurt een hele tijd voor we Kalabougou bereiken.Het ligt op 15 km van Segou.Onderweg zien we geen andere dorpen.

In Kalabougou bezoeken we de huisjes waar klei wordt gekneed tot potten.De sfeer is er los.Er zijn geen kinderen die ons overrompelen.Het dorp ziet er uitgestrekt uit.Tussen de huizen in liggen er twee grote vijvers met kikkers en eenden.Er staat een bord met daarop de prijs van de dorpstaks.De kapitein van de boot lijkt hier geacht te zijn.De mensen spreken hem aan met papa.In het midden van het dorp is een open hobbelige vlakte waar het aardewerk verbrand wordt.Dat is nodig om het hard te krijgen.Het aardewerk wordt op een hoop gelegd en afgedekt met stro, dat vervolgens in brand wordt gestoken.Jammer genoeg krijgen we dit spektakel niet te zien.Al wat we zien is as. 

Eten in Le Soleil de Minuit

Om 14 uur zijn we terug.We gaan eten in Le Soleil de Minuit.Ik bestel biefstuk met frietjes voor 2000 CFA.In afwachting dat het eten komt, trek ik naar een winkel aan de overkant om er postkaartjes te kopen.Ik koop er 2 voor elk 175 CFA en schrijf kaartjes naar Dirk en Nancy, en naar Yvan en Liesbeth.

Zwemmen in l’Auberge

Om 15u30 arriveren we in l’Auberge.We hebben geluk, er is plaats om te zwemmen.We betalen 2000 CFA en gaan aan de (school)slag. Het wat is aangenaam warm, maar eens uit het water, is het minder aangenaam.De lucht is betrokken, de zon schijnt niet meer zoals we het gewoon zijn.Een ondergaande zon zal er niet inzitten.Het zwembad meet ca. 15 x 5 m.Ik zwem 2 x 5 x 2 lengtes. Kleurrijke duiven houden ons gezelschap.Rond het zwembad staan exotische bomen met kleurrijke bloemen.Op de muren rond het hotel zijn glasscherven aangebracht om indringers te weren.

Rond 17 uur hou ik het voor bekeken en trek ik hoopvol op zoek naar de ondergaande zon in de Niger.Maar die komt er niet.Een man in een rolstoel die zegt rechten te studeren probeert met me een gesprek aan te gaan, in de hoop dat ik hem 1000 CFA zal geven om zijn karretje te herstellen.Maar ik merk dat het karretje nog zeer goed functioneert en zeg hem erover te zullen nadenken. 

Om 18 uur verzamelen we aan het hotel.Om 19u15 is het eten klaar dat we ’s morgens besteld hebben : capitaine met groene boontjes en frietjes, en als dessert pastiche (watermeloen).Prijskaartje : 2950 CFA. 

Om 20u45 ga ik weer buiten in de tent slapen.Ik reken even uit en stel vast dat dit al de 8ste nacht is in de tent (op een totaal van 12). 

zaterdag 4 november 2000

Opgestaan om 6u25.Ik werp mijn postkaartjes in de brievenbus aan het hotel.De gele bus is van Ieperse makelij, gemaakt door metaalconstructie Vancoillie uit Zillebeke.België blijkt na Frankrijk met 23 % de grootste Europese handelspartner te zijn met 9,5 %.Eveneens beter dan België scoren de Afrikaanse landen Ivoorkust met 28,8 % en Senegal met 15 %.

We ontbijten op het overdekt terras van ons hotel.De zon is er, maar er is ook wind.De machtig brede Niger ligt er echter rimpelloos bij.Zoals gebruikelijk is er Frans brood en confituur en drink ik 2 potjes koffie.Ongebruikelijk is de bruine suiker die ik uit mijn rugzak op tafel tover.Ik had ze meegebracht van thuis om te gebruiken bij de oliebollen, maar bleek die niet nodig te hebben omdat er al voldoende smaak in zat.De homp brood met boter en kandijsuiker smaakte voortreffelijk.We vragen om te mogen afrekenen voor de twee overnachtingen en krijgen een rekening gepresenteerd zonder de vooraf afgesproken korting van 10 %.De receptionist wil niet toegeven en ik ook niet.De baas blijkt er niet te zijn.Uiteindelijk na lang gepalaver geeft hij toch toe en probeert dan toch nog eens of hij er geen cadeautje kan voor in de plaats krijgen.Een tent vindt hij een prima idee voor een cadeau, maar we geven niet toe. 

De bootsman krijgt een t-shirt. Het komt goed van pas, want hij gebruikt het om zijn sjieke auto ermee af te wassen. 

Om 8 uur trekken we naar de bushalte.Onze bagage gaat mee op de ezelskar.Wij stappen mee in karavaan.De bushalte van Bitar is gelegen rond een groot plein waarrond winkelkraampjes en marktkramers onordentelijk verzameld zijn.Er staan voetbaltafels.We stoppen 100 CFA in de automaat en spelen een match tegen elkaar.Er is veel belangstelling.Na ons spelen Malinese jongeren tegen elkaar.Tot mijn verbazing mag ik niet filmen.De busrit kost 2500 CFA per persoon. 

Busrit naar Bamako

Om 8u40 stappen we op de bus.Hij is wat ruimer dan de andere bussen die we tot dusver namen.Het is een Duitse bus.Er hangt nog een affiche in uit Duitsland.Erop staat “Der Bundesbus ist freundlich”.Onze gids van de eerste dag, Bali, zwaait ons uit.Stipt om 9 uur rijden we weg.

De bus houdt opvallend veel halte onderweg.Voortdurend stappen er mensen op en komen mensen eetwaren verkopen aan de ramen.We slaan wat voorraad in : cakes, bananen en guave.Op de bus zitten ook kippen.Een sprinkhaan geraakt niet meer naar buiten. 

Djembes voor 2500 CFA

Rond 12u15 arriveren we in Bamako.De groep splitst zich : de enen gaan voor 3500 CFA per taxi naar de Mission Catholique, de anderen (Veerle, Daniël en ik) rijden mee naar Amadou om te vragen of de djembes klaar zijn.We maken kennis met de grote familie van Amadou en rijden dan naar het Centre culturel français, waar in een berghok twee djembes klaarstaan.Een derde moet nog gemaakt worden, want Daniël had niet voldoende geld als voorschot gegeven.De twee andere krijgen we morgen op het trouwfeest, waarvoor we bij deze uitgenodigd zijn.Ze kosten slechts 2500 CFA het stuk.

We rijden terug naar de missiepost en schuiven om 14u15 mee aan tafel voor een spaghetti.Lokatie ditmaal is het terrasje van café Mohamed a la Casa.Een Malinees toont ons een thesis van een Belgisch meisje over een bouwwerk in Mali. 

Wandeling in Bamako

Veerle, Daniël, Lieve en Do beslissen na het eten om verder te gaan zoeken naar een plaats om de volgende dagen te kunnen slapen.Ik informeer naar de huurprijs van een fiets, maar haak af bij het horen van de vraagprijs : 10.000 CFA.Samen met Koen en Dirk besluit ik een wandeling te maken door de stad.Ik stippel een traject uit : langs de kathedraal, het station en het hotel l’Amitié en dan eventueel nog naar de Niger.Hoewel we zeggen dat we geen gids nodig hebben, gaat Ernest toch met ons mee.

Om 15u30 gaan we op stap.We passeren langs de kathedraal.Binnenin wordt alles in gereedheid gebracht voor de mis van morgen.De kerk is sober ingericht.Alleen de zuilen zijn wat versierd en er hangt welgeteld 1 schilderij.Glasramen zijn er ook, maar het zijn er zeer eenvoudige : met monotome kleurvakken. 

Naast de kerk ligt een parkje met in het midden een beeld van een …Het is een fontein, maar er is geen water, zoals het grootste deel van het jaar, want volgens onze gids wordt de fontein toch soms in werking gesteld. 

Het station heeft een mooie koloniale façade.Binnenin is er slechts 1 grote hall.Om op het perron te geraken moet je voorbij een draaiend traliehek.Dat kan alleen als je een ticket hebt.Er komt een trein voorbij, maar die mag ik niet filmen.Een man komt zelfs letterlijk zeggen dat als ik film hij mijn camera zal afpakken.Ik voel me er minder op mijn gemak.De reisgidsen raden af om hier alleen te komen, vooral ’s avonds.Er zouden al vaker mensen overvallen zijn.Vooral toeristen zouden een geviseerd doelwit zijn voor bendes. 

We wandelen verder in de richting van de grote moskee.Langs de weg passeren we tientallen autobusjes.In de laadbak zitten geen vensters.Wel zijn er cirkelvormige openingen gemaakt in de zijkanten.Die moeten als vensters dienen, maar er steekt geen glas in.We zien ook een busje met op de achteruit een Belgische sticker.De kraampjes die we in de zijstraatjes zien spreken tot de verbeelding.Er zijn er die paternosters verkopen of plastieken poppen in 1 kleur en er zijn ook kappers bij.Bij de grote moskee zitten er wel een 15-tal.Ze zijn allemaal aan het werk.We zien ook kraampjes met fetisjen of gris-gris.Dat zijn schedels van apen of andere dierlijke resten die worden gebruikt voor de geneeskunde, religie of voor magie. Er liggen ook kralen en andere bijgeloofsvoorwerpen.Koen neemt een ketting schelpjes vast die eindeloos lang is.Ik durf het niet om hier te filmen.In Bamako wordt filmen of fotograferen niet op prijs gesteld en hoogstens getolereerd tegen een geldgifte.Ook al film je geen mensen, wordt er gevraagd om te dokken.We passeren een stand met honderden grote, vaak reuzegrote zilveren potten.Ik kan het niet laten om dat te filmen, tot grote ergernis van de verkoper.Kappers doen hun werk zomaar op straat.Ik hou de camera voor me uit, druk op aan en veins niet te filmen. 

Voor de moskee staat een lange rij gele taxi’s.Ze zijn leeg en geen enkele lijkt nog zonder deuken te zijn.Ik vind het niet meer zo opvallend dat de taxi’s er zo gehavend uitzien.Het is representatief voor alle taxi’s in Mali.Ik besluit er een zwaar geval uit te nemen en film een ingedeukte carrosserie.De chauffeur die ergens in de buurt is, protesteert, maar ik stoor me er niet aan.Want wie protesteert er nu niet als je een foto neemt of filmt ? Maar niet iedereen reageert op dezelfde manier.Ik stap gewoon verder, maar hij pakt me bij de arm vast en vraagt me om hem de negatieven te geven.Hij kent duidelijk het verschil niet tussen een fototoestel en een camera.In een mum van tijd ben ik omringd door een schare taxichauffeurs.De man wil mijn arm niet loslaten en ik roep Dirk en Koen ter hulp.Onze gids komt ook tussenbeide.Hij vraagt aan de chauffeur wat het probleem is en ik leg uit dat ik toch alleen maar de auto filmde en geen slechte bedoelingen heb.De man wil me niet loslaten en eist dat ik hetgeen ik gefilmd heb uitwis.Ik wil dat wel doen en spoel mijn bandje terug.Van zodra dat gebeurd is, laat hij me los.Ik spoel weer verder en wis niets uit.De man laat ons gaan. 

We stappen weer verder tot aan de voorkant van de Grote Moskee.Het moderne gebedsgebouw is net zoals de brug van koning Fahd Ibn Abdullaziz een gift van Saoudi-Arabië.Met zijn witgeschilderde muren vloekt het met de huizen in de stad die meestal roodbruin van kleur zijn.Aan de ingang hangt een bord dat Allah niet-gelovigen niet verwelkomt. 

Turen over Bamako

Om bij het hotel l’Amitié te geraken stappen we door een opening in een muur, waarachter voetbal wordt gespeeld.Het Hôtel de l’Amitié telt 15 verdiepingen is een Russisch maaksel dat herinnert aan de tijd dat Mali nog een planeconomie had.Vandaag de dag houdt president Alpha Oumar Konare de touwtjes in handen.Hij wordt daarbij geassisteerd door Mande sidibe, die hij in februari 2000 tot eerste minister aanduidde.

Binnenin het hotel gonst het van de activiteit.De airconditioning maakt het lekker fris, ietwat te fris zelfs.We willen op het dak geraken, want naar ’t schijnt is het uitzicht de moeite waard.Onze gids stelt voor om aan een van de receptionisten te vragen of we naar boven mogen.Ik kan hem echter overtuigen om dat niet te doen, want wie weet hoeveel we anders hadden moeten betalen.Trouwens, de bovenverdieping blijkt in een ruïne te zijn herschapen.Er zitten gaten in de vensters en overal liggen glasscherven.Om op het terras te geraken, moeten we door een kapotte deuropening stappen en overal allerlei bouwpuin stappen.Maar we wagen het erop en het loont.Het uitzicht is adembenemend.De huizen zien eruit als speelgoeddoosjes.Tegen de voet van het hotel ligt de ronde vorm van het zwembad.Je kan er zwemmen tegen betaling van 2000 CFA.Een mooiere zwemlocatie schijnt echter het hotel Mandé & Tennesse te zijn. 

Naast het golfterrein van het hotel staan bidonvilles.Ook dit is Afrika.Er is betrekkelijk veel groen te zien.Het centrum is gebouwd rond 7 heuvels.Ze dragen elk een letter van het alfabet, van A tot G.Een ervan is het beroemde point G, waar het musée nationale gelegen is.Het uitzicht over Bamako schijnt een echte aanrader te zijn, maar wordt vaak verstoord door nevel.Van die nevel is nu niet veel te merken.Alleen het zicht op de Niger is wazig, maar dat komt door het tegenlicht van de ondergaande zon.In oosten ligt wijk Niaréla : hier wonen de rijken van de stad en de westerlingen; hier liggen de ambassades, luxe hotels, restaurants en uitgaansgelegenheden. 

In de katholieke wijk wacht ons een verrassing, want plots horen we gezang en djembegeluiden.Het blijkt om een repetitie te gaan van katholieken.We vragen toestemming om te mogen filmen en krijgen het licht op groen.De ambiance is opperbest.Er wordt luidkeels gezongen en tussendoor steeds weer gegiecheld.Tijdens het zingen bewegen de vrouwen nu eens heen en weer en dan naar voren. 

Om 18 uur zijn we zoals afgesproken met de rest van de groep terug.Aan het kraampje op de hoek drink ik een cola voor 175 CFA.Het meisje dat me bedient, kan niet teruggeven op 5000 CFA en moet elders wisselgeld halen.Zonder het te weten geeft ze me te veel terug.Ik sla er geen acht op, maar even later valt haar “franc” en komt ze het herstellen.Ze blijft daarbij even vriendelijk als voorheen. 

Eten in San Toro

Ik neem nog snel een douche en dan gaan we met 2 taxi’s naar een sjiek restaurant San Toro.Langs de weg zien we aardig verlichte beeldhouwwerken en boomperken.Er is nog veel verkeer en de marktkramers zijn nog niet naar huis.Straatvegers zijn in volle doen bezig.Mamadou staat ons op te wachten.We stappen doorheen een nauwelijks verlichte tuin.Binnenin is het restaurant gezellig versierd.Er staan beeldjes als versiering en aan de muren hangen maskers en andere souvenirs.Maar er zitten nog meer mensen en geen enkele van de tafels is groot genoeg om met zijn allen rond te kunnen gaan rondzitten.Dus worden we noodgedwongen “verbannen” naar het terras buiten.Er staat een lage salontafel met daarrond lange banken.In een hoek staat een grote tafel met een glazen bovenblad en met confortabele rieten stoelen.Tegen een wand zijn decoraties aangebracht.

Op de menu staan zeer uiteenlopende gerechten.Er is keuze tussen vis, vlees en gevogelte.Er is zelfs konijn.Alleen de prijs ervoor valt nogal duur uit : 4500 CFA voor om het even welke hoofdschotel.Ik kies voor capitaine met frietjes en een velletje sla.We besluiten om eerst een aperitief te drinken.Een glaasje kost slechts 500 CFA en er is een ruime keuze.Alle drankjes zijn zonder alcohol, op basis van kruiden en fruitsappen.We kiezen allemaal voor het aperitief maison.Er zit gember in en dat maakt het nogal straf, bijna ondrinkbaar zelfs. 

Aan tafel is er eigenlijk maar een gespreksthema : de cursus djembe.Mamadou zegt dat djembes in Mali niet erg geliefd zijn.Andere muziekinstrumenten zijn dat wel.Djembemuziek wordt alleen in het buitenland gewaardeerd.Het is niet duidelijk in welk land de djembe ontstond.Verschillende landen strijden om de eer : Mali, Guinea, Senegal en de Ivoorkust. 

Mamadou zit aan het uiteinde van de tafel en alleen zijn naaste tafelgenoten, Veerle, Daniël en Do, zijn goed gepositioneerd om met hem te kunnen praten.De anderen zitten er wat belabberd bij. 

Na het eten staan de twee taxi’s er nog.De enen willen eerst nog eens naar de Carrefour, de anderen willen direct gaan slapen.Ik zit bij de tweede groep, maar de taxichauffeur weet de missiepost niet zijn.We rijden een stuk verkeerd en de chauffeur stapt meteen uit om de weg te vragen aan een politieman.Maar de politieman is blijkbaar niet op zijn post en het duurt een hele poos.Op het voetpad staan meisjes te dansen.Ik ben doodmoe, mijn hoofd doet pijn en hier staan we dan, naast dansende en zingende meisjes.Ik herken ondertussen waar we zijn, maar kan het niet aan de chauffeur zeggen omdat hij weg is.Uiteindelijk vindt de chauffeur geen politieman en moet ik hem vertellen waar hij moet rijden.Maar gemakkelijk is dat niet, want ik ken alleen de weg langs de asfaltwegen en weet dat er bij zijn met eenrichtingsverkeer.Toch lukt het om de missiepost te bereiken, via een zijstraatje.We betalen 2500 CFA voor de rit.Om 22u40 ga ik slapen, volkomen uitgeteld.De fan waait wind toe, maar maakt ook veel lawaai.Toch geraak ik in slaap. 

Maar om 3u45 word ik toch wakker, gewekt door de ingebeelde regen veroorzaakt door het lawaai van de fan.Ik wil naar het toilet gaan, maar mijn zaklamp is zoek.In de gang vind ik na lang tasten op de muur uiteindelijk toch de schakelaar die me de weg toont naar het toilet.’s Morgens merk ik bij het poetsen van mijn tanden dat de weggespoelde tandpasta in de douchebak ligt.De afvoerbuis van de lavabo komt blijkbaar in de douchebak uit.Gelukkig heb ik mijn bekertje bij en kan ik de douchebak proper spoelen. 

zondag, 5 november 2000

Laatste ontbijt

We ontbijten in de Casa van Mamadou.De eigenaar van het restaurant is een Malinees die getrouwd met een Belgische en woont in Brussel.We krijgen fruitsap (350 CFA) en een half stokbrood met Nescafé (500 CFA).Dirk en Koen vertellen over hun ervaringen gisteren in een cafeetje aan de Carrefour.Daar zat aan de ene kant een rij vrouwen en aan de andere kant een rij mannen.Af en toe verliet een gevormd koppel de ruimte, wellicht om iets samen te gaan doen.

Om 8u45 rijden we weg naar het logement waar de rest van de groep de volgende week zal verblijven.Het is voor hen zeer goed gelegen, aan de overkant van de rivier dichtbij het centre culturel waar de lessen djembe plaatsvinden.Ze zullen er elke dag cursus volgen van 15 tot 17u tegen 3000 CFA per uur.Ze mogen er op het dak van een reisbureau hun tent opzetten voor 3000 CFA per persoon.De straten zijn er zanderig.Niet ver daar vandaan staat een mooie moskee.In een bureau staat een computer. 

Ze bergen er hun bagage op.Even later zijn we en route naar het trouwfeest.Iemand bekijkt de djembes en zegt dat de djembe met het beschadigde vel niet deugt en zal barsten als er te hard op geklopt wordt.Onderweg stoppen we om een mand en fruit te kopen als cadeau voor de trouwers.Op een 150-tal meter van de plaats van de receptie stopt de wagen.Enkele mensen gaan op zoek naar een mand en kopen er allerlei fruitsoorten bij : sinaasappelen, meloen, citroenen.De verkoopster van de mand vindt het onpassend dat Daniël de mand draagt en maant Veerle aan om de mand op haar hoofd te dragen. 

Op het trouwfeest

Om 9u50 zijn we ter plaatse op het feest.We spreken af dat het busje van Mande Tours ons om 17 uur komt halen en dat het tarief naar de luchthaven voor de hele groep 7500 CFA bedraagt.De chauffeur maant ons aan om zeker op tijd te zijn, want hij moet op tijd zijn om een Belgische groep op te halen aan de luchthaven.

We worden naar het binnenkoertje van het huis van de vader van de bruid geleid.De vrouwen zitten er buiten op een stoel.Tussen de muren is een zeil gespannen dat voor beschutting tegen de zon zorgt.De vrouwen hebben kleurrijke feestkledij aan en hun haar is opgetut met ingewikkeld vlechtwerk.De jongere vrouwen zijn moderner gekleed en hebben modernere kapsels.De mannen zitten binnen.We geven aan iedereen een hand.Onze rugzakken worden binnengezet in een lege ruimte die veilig wordt afgesloten.We zetten ons neer op een stoel bij de vrouwen.Een vrouw staat op en heft met vele gebaren een verwelkomingslied aan.Daniël geeft er haar 1000 CFA voor.Een andere vrouw vraagt ook geld, maar daar gaan we niet op in. 

p het feest wacht ik met filmen.Op de koer is er ook een waterput, waarover een autoband ligt.De vrouwen komen er af en toe water halen.Een vrouw poetst haar schoenen op.Er is nog een blanke aanwezig.Het blijkt iemand te zijn die een cursus djembe gevolgd heeft en nu komt meespelen. 

Er komt nog een vrouw zingen.Ze vraagt ook geld, van iedereen dan nog.Ik doe alsof ik er geen bij me heb, want waar eindigt dat ? Daarna zouden ze ons echter geen geld meer vragen.Iedereen stapt naar buiten.De vrouwen nemen plaats onder het tentzeil dat is gespannen over de straat.Er wordt muziek gespeeld en gezongen.Wij zitten op een stoel naast de tent.Een fotograaf neemt foto’s van het trouwkoppel.Ik vraag aan de vader van de bruid of ik mag filmen.Het mag.Ik ben nog net op tijd om het trouwkoppel te filmen.Ze zitten al in de auto dat hen zal brengen naar de familie van de bruidegom.In de late namiddag zullen ze dan naar hier terugkomen. 

We nemen ook plaats in de tent.Het optreden begint.Een vrouw zingt in een micro.Een voor een dansen de vrouwen.We worden niet gespaard en moeten ook elk om beurt optreden.Een Italiaans meisje in een nauw sluitend pak dat lijkt op dat van een Indiaanse prinses, danst ook geregeld mee.Ze blijkt een danslerares te zijn die hier ideeën komt opdoen.Ze blijft enkele maanden bij de lokale bevolking wonen.Ondertussen zien we de andere djembes.De vellen zien er gehavend uit.Ze blijken jarenlang intensief bespeeld te zijn. 

Rond 12u40 komt de pot met eten.Het is een reusachtige rijstschotel met allerlei andere onidentificeerbare groenten en vlees.We eten zoals de Malinezen, met onze vingers.Elk scharrelt aan zijn kant van de pot wat rijst op met 3 vingers, kneedt dat wat met de overige vingers en steekt dat dan met de handpalm naar beneden in de mond.Onvermijdelijk valt er heel wat rijst van tussen onze vingers.Zonde van het eten.Het eten smaakt lekker.We krijgen ook cake en een banaan. 

De keuken bevindt zich op de binnenkoer.Met reusachtige pollepels schept de feestelijk aangeklede kokkin het eten in grote teilen.Enkele van die reuzeschotels worden naar in een auto ingeladen. 

Na het eten barst het dansfeest pas echt los.Mamadou is komen opdagen en speelt samen met zijn companen erop los, alsof hun leven ervan afhangt. 

En dan ga ik op verkenning naar het toilet.Gelukkig moet ik geen grote boodschap doen, want in het gat heerst een drukte van jewelste.Duizenden wormpjes snakken naar nieuw voedsel om te verteren.Ik knijp alle moed uit mijn vingers en richt mijn camera op het gat en zoem in.Gelukkig komt er ondertussen niemand af, want wat zou die wel gedacht hebben. 

Ik heb nog een leuke babbel met Mamadou, maar dan moet hij naar de moskee.Om 15 uur gaat hij bidden.Het duurt maar een tiental minuten.Hij bidt vijf maal per dag.Het gebed dat de mensen opzeggen varieert van persoon tot persoon.Vrijdag is gebedsdag.Dan wordt er maar gewerkt tot 12 uur en wordt het werk hervat om 15 uur.Op andere dagen zijn de werkuren van 8 tot 16 uur.Hij vertelt over de ramadan.Dan mogen de moslims overdag niet eten.Ze eten dan om 3-4 uur ’s nachts en na zonsondergang.

Naar de luchthaven

Om 16u35 vertrekken we naar de luchthaven.We mogen vanaf 18u30 inchecken en 35 kg meenemen.Het is nog te vroeg en we drinken nog een cola op het terras van een verderafgelegen restaurant.Het is er merkelijk goedkoper dan in de luchthaven.Een cola kost er 300 CFA.Op de tafel wemelt het van de vliegen.Koen legt zich te rusten in een hangmat.Ik prepareer mijn bagage voor het inchecken.Een djembe zal ik afgeven, de andere hou ik als handbagage.Die stop ik onderaan vol met al de gekochte kleren en tafellakens.Daarna film ik de ondergaande zon.

Om 18u30 gaan we onze bagage inchecken.We nemen af van de groep met enkele omhelzingen.Lieve krijgt het even moeilijk.Ik geef mijn laatste 6800 CFA’s aan Nieken.Een security man van Sabena die ons zag op het trouwfeest wil ons helpen, maar het duurt nogal lang.Uiteindelijk checken we onze vijf collis in.Ik hou een djembe bij mij.De taks van 10.000 CFA of 100 FF moet aan een ander loket betaald worden. 

We melden ons aan bij de douane.Hij laat ons eerst een fiche invullen en doet er dan moeilijk over dat er op onze visa oktober staat.Hij begrijpt het niet, want we zijn toch al november ? We moeten het met handen en voeten uitleggen en arriveren uiteindelijk rond 19u35 in de ruimte voor de laatste controlepost.Het vliegtuig van Sabena staat al klaar voor vertrek.Het zal een tussenlanding maken in Ougadougou (Burkina Faso). 

Als boarding time staat 20u15 op de kaart, maar in werkelijkheid wordt het 20u45.We stappen over de landingsbaan naar het vliegtuig, langs een vlieger van Air Ethiopië.Aan de trap naar het vliegtuig, staat een controlepost.We moeten onze bagage nog eens tonen.De zak met het statief lijkt verdacht.De zak met de djembe wordt alleen eens geschud.Vlak voor de instaptrap moet ik nog eens stoppen om mijn paspoort te tonen.Om 20u55 zit ik aan boord, op rij 45. 

In het vliegtuig zit een jongetje van nog geen 10 jaar oud, helemaal alleen.Hij reist naar Parijs.Veerle verneemt van een van de stewards dat het vliegtuig bij de heenreis ongeveer 1 dag vertraging had en dat de passagiers zeer vervelend begonnen te doen.Een en ander klopt niet met de zeteltoewijzing.Zo zit een Italiaanse familie volledig gescheiden.De stewards vragen om te wachten om bij elkaar te gaan zitten. 

Ik lees de laatste bladzijden uit het boek Mali Blues van Lieve Joris.Op p. 288 lees ik over een uitstap in de Dogon : Nu leeft alleen de hogon (dorpsoudste) nog in de rotswand. 

De doden werden vroeger met touwen van boomschors naar boven gehesen.In de “Maison des règles” trekken vrouwen zich terug tijdens hun ongesteldheid en leven er 5 dagen lang in volledige afzondering.Het doet me plezier dit te kunnen lezen.Ik heb dus niet gedroomd.Alles wat we de laatste 14 dagen meemaakten was geen fictie, maar realiteit.De Dogon en hun onwaarschijnlijke zeden en gewoonten bestaan echt, want ook Lieve Joris schrijft erover. 

De commandant verwelkomt ons in drie talen (Frans, Nederlands en Engels) en vertelt dat er vertraging is, omdat er een ingeschreven passagier niet was komen opdagen.Er was ook een probleem met het vervoer van de bagage.De vlucht zal 1 uur duren en is fully non smoking. 

Om 21u50 stijgen we op.We vliegen op 9600 m hoogte en krijgen in snelheid een sesambroodje met kaas aangeboden.De afstand naar Ouagadougou bedraagt ca. 700 km.De lokale temperatuur is 28 ° Celsius.De tijd is dezelfde als in Bamako. 

Tussenlanding in Ouagadougou

Om 22u45 raken we de grond aan.De vlieger maakt een kleine hobbeling.Hier wordt er bijgetankt.Er komt ook nieuwe bevoorrading.Ik leg me neer op een 4-tal lege zetels, maar niet voor lang, want al snel geraakt het hele vliegtuig volzet.Er is een hele klas Franse meisjes bij.Ze hebben allemaal hun haar gevlochten à la Africaine.De afstand tot Brussel is 4324 km.

Met 1 uur vertraging naar Brussel

De commandant legt uit dat er vertraging is.Er zijn blijkbaar overboekingen gebeurd.De vlucht zal 5u45 duren.In België is het al 1 uur later.Ik verzet mijn uurwerk en lees “Het Laatste Nieuws” dat wordt rondgebracht.De weersvoorspelling voor de kust is regen en max. 10 ° Celsius overdag en nachttemperaturen tot 6 ° Celsius.Ik zoek naar de resultaten van Club Brugge.Ze blijken nog steeds het maximum van de punten te hebben en naar ik kan opmaken uit de resultaten wellicht met 2-0 tegen Sankt Gallen (in werkelijkheid was het 2-1) in de heenronde van de UEFA-cup.Er staan ook reportages in over Big Brother.Blijkbaar is er een nieuwe bewoonster bijgekomen, Isabelle, en is Nathalie afgevallen. 

We krijgen om 2u15 Belgische tijd (1u15 lokale tijd) een warme maaltijd voorgeschoteld.Er is keuze tussen vis en vlees.Ik kies voor vis met spinazie.Het voorgerecht is feta met tomaten en er is ook een broodje met kaas.Na het eten start de film Autumn in New York met in de hoofdrollen Richard Gere en Wyona Ryder.De film duurt 104 minuten. 

We vliegen op 1130 m hoogte.De buitentemperatuur is - 51° Celsius (- 59 ° Fahrenheit).De film is gedaan om 3u10 lokale tijd.’t Werd tijd, want mijn ogen vielen dicht.Om 5u10 krijgen we koffie en 2 kleine boterkoekjes.De commandant zegt dat het 8 ° Celsius zal zijn in Brussel, winderig en met wat regen.We zullen bij de afdaling turbulenties krijgen.Om 5u25 start de afdaling en om 5u43 raken we de grond.Het wordt een zachte landing.We hebben 1 uur vertraging. 

Om 7 u. lokale tijd staan we al te wachten op de bagage van de loopband, maar het zou lang wachten worden, want de bagage kwam pas om 8 uur aangerold.We stappen naar buiten, waar we worden opgewacht door de ouders van Veerle.Pa Callens heeft een groene legertrui aan.Hij gaat vandaag gaan hengelen in zijn privé-visput in Dendermonde.Dus rijden we eerst naar Dendermonde langs voor mij volkomen onbekende wegen.Bij ma Callens krijgen we een potje koffie en enkele boterhammen met kaas.’t Is raar maar we hadden alweer honger.Tegen 11 uur komen we aan in Brugge.Anne en zoonlief Jonas zijn thuis.’s Middags haal ik dochterlief Maite af aan school.Het is juffrouw Mariola die me eerst ziet staan op ’t Zand, aan de voorkant van de school.Even later komt ook Maite koekeloeren.Ze lijkt verrast te zijn.Ja, ik ben terug, doe ik teken, terug van een onvergetelijke reis naar een land met onverwacht vele bezienswaardigheden, waar geen geld hebben niet noodzakelijk ongelukkig maakt.Of ik er iets uit geleerd heb ? 

email :

Jean-Pierre.Van.Loocke@brugge.be

Ook interesse in film over Sicilië ??

 

Vorig jaar reisden we in juli met ons 4-koppig gezinnetje (man, vrouw, 2 kinderen van 5 en 7 jaar) per huurwagen door Sicilië.We trokken het hele vasteland van Sicilië rond, tegen de klok in.Hieronder is onze reisroute te zien.

 

sicilië met pijltjes reismarkt.jpg

 

 

 

 

Interesse in film Sicilië ? Mail dan uw naam door.

jp.vanloocke@tiscali.be
of
Jean-Pierre.Van.Loocke@brugge.be