![]() |
|
Het Duitse
schip Saale, lag afgemeerd in Hoboken, New York, toen een brand op de
kade oversloeg op het schip. De gevolgen waren vreselijk; er vielen 99
doden.
|
Havens bieden veiligheid en bescherming voor schepen, maar zoals het lot van de Saale toont, is dat niet altijd het geval. Dit schip vatte vlam door een grote brand op de pier waar het "veilig" was afgemeerd. De tweepijper Saale was eigendom van de Noordduitse Lloyd-Lijn en z'n thuishaven was Bremen. Het schip kon meer dan 1200 passagiers herbergen, van wie 150 in de eerste klasse. De Saale voer tussen Bremen, Southampton en New York. In juni 1900 lag de Saale in Hoboken, New Jersey samen met drie andere schepen van de Noordduitse Lloyd-Lijn - de Bremen, de Kaiser Wilhelm der Grosse en de Main. Op de aangrenzende pier, naast een stapel balen katoen, brak brand uit die oversloeg op nabij opgeslagen vaten olie en terpentine. Een sterke wind zorgde voor de verspreiding van het vuur en de afgemeerde schepen liepen gevaar. De Kaiser Wilhelm der Grosse ging onder stoom en voer weg van de groeiende vuurzee, maar de beide andere schepen vatten vlam. De mensen op het bovendek konden ontsnappen door in de Hudson rivier te springen. De mensen benedendeks zaten in de val. Sommigen probeerden door patrijspoorten te ontsnappen, maar die waren te klein om door weg te vluchten. De uitgebrande Saale zonk langzaam naar de bodem van de haven. Toen men het wrak onderzocht, ontdekte men dat het bloedbad benedendeks vreselijk was. De verkoolde resten van 99 passagiers en bemanningsleden werden geborgen. Eén positief resultaat van de ramp was, dat schepen voortaan patrijspoorten moesten hebben die groot genoeg waren om in geval van nood door te kunnen ontsnappen. De Saale werd hersteld en bleef nog 24 jaar in de vaart, maar niet meer als passagiersschip. In 1924 werd het schip, herdoopt tot Madison, in Italië gesloopt.