In de mistige nacht van de 22ste januari 1909 naderden twee schepen elkaar, terwijl ze langzaam hun weg zochten en zoals altijd vertrouwden op de uitgestrektheid van de oceaan en de onwaarschijnlijkheid dat meer dan één schip dezelfde plaats op hetzelfde moment zou innemen. Het was na middernacht toen Jack Binns, de marconist van de Republic van de White Star Line, gereed was met het versturen van de 'vaarwel' boodschappen en het ontvangen van de 'goede reis' boodschappen die hoorden bij de eerste dag na vertrek uit New York.
| De marconist van de Republic, Jack Binns . |
Aan boord waren 525 passagiers en 297 bemanningsleden op weg naar Genua en Alexandrie. Toen zijn werk erop zat, ging Binns rechtstreeks naar kooi. Hij sliep de rechtvaardige slaap van de zeeman die zijn plicht heeft gedaan tot ongeveer half zes, toen hij de scheepstoeter hoorde, gevolgd door de meest beklemmende stilte die zich op zee kan voordoen: de machines vielen stil. Geen bekend geluid, geen vertrouwde trilling; het was alsof het schip zijn adem inhield. Kort nadat de machines weer op gang gekomen waren, klonk er toen een geraas alsof de wereld verging. De Florida, een klein schip van de Lloyd Italiano Line dat met 830 emigranten uit Napels op weg was naar New York, had de bakboordzijde van de Republic vol geramd. Eén van de officieren van de Republic beschreef de aanvaring als volgt: "Om 5 .47 uur 's ochtend hoorden we een scheepsfluit op ongeveer drie of vier streken over bakboordsboeg". "Daarop", zo vertelt de officier, "werd het roer onmiddellijk aan bakboord gedraaid, de machines stop gezet en daarna volle kracht achteruit. De machines hadden twee minuten op volle kracht achteruit gelopen, toen ik een schip zag. Ik zag het toplicht aan onze bakboordzijde en kon aan de lichten zien dat het met grote snelheid naar stuurboord draaide. We werden recht in de machinekamer geramd. Toen ik zag hoe het schip steeds verder onze bakboordswand binnendrong, dacht ik dat we hooguit drie minuten drijvende zouden blijven, maar kennelijk was de Florida een zeer slecht gebouwd schip, want de voorsteven werd eenvoudig in elkaar gefrommeld". Op de voorsteven van de Florida, die als stormram fungeerde, waren twee zeelui op slag dood. Twee passagiers aan boord van de Republic werden in hun hut doodgedrukt; een derde raakte gewond en zou later overlijden. De Florida schuurde langs de flank van de Republic, kwam los en verdween in de mist. De voorsteven was over tien meter ingedeukt, maar het aanvaringsschot hield het. De machinekamer was onbeschadigd en het schip was nog bestuurbaar. De Republic was echter ten dode opgeschreven. De wand van de machinekamer was als door een botte blikopener opengereten. De stokersploeg rende in paniek naar de ladders toen het oceaanwater binnendrong. Eén man hield het hoofd koel. Als de ketels onder volle druk bleven tot het koude zeewater er tegenaan zou slaan, zouden ze zeker ontploffen en het schip opblazen. Vierde machinist J. G. Legg had de tegenwoordigheid van geest om de injector ventielen open te draaien voor hij een veilig heenkomen zocht, zodat geleidelijk koud water werd toegevoerd en de keteldruk verminderd werd. Terwijl Legg een ramp voorkwam, rende Binns naar de radiohut, die naast zijn hut lag. Het buitenste waterdichte schot was weggerukt. Verwrongen metaal hing boven Binns' hoofd. Als de Florida een paar meter meer naar rechts terecht was gekomen, zou het schot naast zijn kooi vernield zijn. Binns schakelde zijn toestel in, drukte de seinsleutel neer en kreeg contact. De radio werkte. Nauwelijks had hij dat echter vastgesteld, of de elektriciteit viel uit; de Atlantische Oceaan had de generatoren al bereikt. Binns schakelde over op zijn noodaggregaat. Binns dacht dat de Republic aan de grond gelopen was en tegen een rots aan was geslingerd: "Ik had er geen idee van hoe erg het schip beschadigd was, of hoe lang het nog drijvende zou blijven. De telefoon met de brug was door de aanvaring vernield, zodat ik geen bijzonderheden over de toestand van het schip kon krijgen". Nu de machines stilstonden, waren de marconist en zijn radio het hart van het schip. De kapitein liet dan ook al spoedig poolshoogte nemen. Een steward kwam vragen hoe de zaken ervoor stonden en Binns besloot persoonlijk verslag uit te brengen. Toen hij zich een weg door het duister baande, stuitte hij op een vreemd tafereel. De passagiers hadden zich bij de brug verzameld sommigen op blote voeten en in nachtkleding. De stewards waren naar de donkere hutten gegaan om kleren te halen. In de verwarring was het niet altijd mogelijk de juiste kleding voor de juiste passagier te vinden. Iedereen had wel een kledingstuk van een ander aan. Vrij veel vrouwen droegen herenpantalons. Een oudere man had zich met alle waardigheid die hij nog ten toon kon spreiden in één van de reserve onderjurken van zijn vrouw gewikkeld. Koffie en boterhammen werden geserveerd, evenals vruchten en whisky. Er werden grappen gemaakt. Het door mist omhulde dek had de sfeer van een bizar gekostumeerd bal. Midden op de brug stond kapitein Sealby, met een megafoon in de hand en hij verzekerde de passagiers dat alles goed zou aflopen. Binns rapporteerde dat zijn radio nog werkte en rende naar zijn toestel terug om te gaan seinen: 'Republic geramd door onbekend stoomschip, 26 mijl ten zuidwesten Nantucket. Dringend assistentie nodig'. SOS - drie punten, drie strepen, drie punten in morsecode was net het jaar tevoren door de meeste grote landen officieel erkend als het radiosein voor noodgevallen. Hoewel SOS een eenvoudige code om over te seinen was, werd CQD - (Come Quick, Danger) 'Kom snel, gevaar', nog vrij algemeen gebruikt, vooral in de Verenigde Staten. Binns gebruikte het oudere noodsein.
De dienstdoende marconist in het dichtstbijzijnde kuststation, Siasconset, aan de oostelijke kust van Nantucket, had ook last van de kou. Hij had net wat kolen op het vuur geschept, toen hij uit zijn koptelefoon het CQD sein hoorde kraken. Op zijn noodaggregaat had Binns een zendbereik van niet meer dan 80 tot 100 km. Maar het was genoeg. Met zijn krachtige installatie zond de marconist van Siasconset het bericht van de Republic verder de ether in. Hij voegde er een eigen verzoek aan toe: 'Doe uiterste best het schip te bereiken!'. Het noodsein werd opgevangen door de Touraine van de Franse Lijn en de Baltic van de White Star Line. De Baltic was vlak bij Montauk Point, op Long Island - ongeveer 90 km van de Republic vandaan - toen het de doorgeseinde boodschap opving. De Baltic zette onmiddellijk koers naar de plaats van het ongeluk en had al gauw rechtstreeks contact. Binns meldde over de radio: 'Ben op mijn post, schip zinkende, maar blijf tot het eind'. De Baltic seinde terug: 'Maak je geen zorgen, kerel. We stoken onze ketels te barsten om je te bereiken'.
![]() |
| Met een zeildoek over de opengescheurde boeg vaart de Florida kort na de aanvaring met de Republic moeizaam de haven van New York binnen. Ondanks de zware averij keerde het schip op eigen kracht terug - de vlaggen halfstok ter nagedachtenis aan de twee bemanningsleden van de Florida en de drie passagiers van de Republic die bij het tragische ongeluk om het leven kwamen. |
Inmiddels had de beschadigde, maar nog zeewaardige Florida de weg terug gevonden naar de plaats van de aanvaring. Kapitein Angelo Ruspini, de jonge schipper van de Florida, bood aan de passagiers van het zwaar getroffen schip over te nemen. Binnen twee uur waren de passagiers van de Republic en op 45 man na, alle bemanningsleden met kleine sloepen overgebracht. Maar nu was het ene schip, met een lap zeildoek over wat eens de voorsteven was geweest, gevaarlijk overbelast, terwijl het andere geleidelijk zonk. Tegen het middaguur was de reddingsactie van de Florida voltooid. Op dat moment was de Baltic, vertelt Binns, "ons tot op 15 km genaderd; dat kon ik opmaken uit de duidelijkheid van zijn radioseinen". Zes wanhopige uren lang cirkelde de Baltic rond in een poging de Republic te vinden. De twee schepen lieten hun misthoorns klinken, schoten vuurpijlen af en brachten signaalbommen tot ontploffing. Binns seinde boodschappen door. De handgreep van zijn sleutel was afgebroken; hij moest nu met één hand contact maken, terwijl hij met de andere seinde. Het enige wat hij vanuit zijn vernielde hut kon zien, waren de met zeildoek overdekte lijken van de slachtoffers op het sloependek van de Republic. Om de kou tegen te gaan en om te voorkomen dat hij het idee kreeg dat hij de laatste, eenzame mens op aarde was, bracht Binns een boodschap zelf naar de brug. "Mijn tanden klapperden en ik kon nauwelijks praten", herinnerde hij zich later. Kapitein Sealby, die koude voor angst aanzag, voelde zich gedwongen zijn marconist te verzekeren dat "alles goed zou aflopen". Om zes uur 's avonds betekenden die woorden niet veel meer. Het schip was zinkende. De duisternis viel in. De Baltic was ergens in de mist aan het rondvaren en nu had de Republic ook de Florida uit het zicht verloren. Alle vuurpijlen van de Republic en de Baltic waren afgeschoten. De schepen hadden ieder nog één signaalbom. De twee vaartuigen zetten via de radio hun klokken gelijk. Op een afgesproken tijdstip bracht de Republic zijn laatste bom tot ontploffing. De Baltic hoorde niets. Nu was de beurt aan de Baltic; de laatste kans. Op de brug van de Republic stond de kwartiermeester bij de chronometer paraat om het exacte moment aan te geven waarop de Baltic volgens afspraak zijn laatste bom zou ontsteken. De 44 overige bemanningsleden die aan boord van het zinkende schip waren gebleven, stonden in een kring, bewegingloos, alle richtingen van het kompas uitkijkend, als was het een oud gebedsritueel. De kwartiermeester gaf het sein 'Nu!' - en de mannen in de kring luisterden zoals ze nog nooit geluisterd hadden. Binns en de derde stuurman, die naast hem stond, hoorden iets, of dachten iets te horen - een heel zachte knal. Binns rende terug naar zijn radio om de richting door te seinen. Een kwartier later hoorden de mannen op de Republic een misthoorn. Binns begon de Baltic naar zich toe te dirigeren: "Jullie zijn nu aan bakboord - nu liggen jullie recht voor ons - jullie komen te dichtbij. Terug, anders rammen jullie ons". Tien minuten later hoorde Binns een luid gejuich uit honderden kelen in het donker en de mist: "Ik wist natuurlijk dat het niet van onze bemanning kon komen, want we waren maar met 45 man". Hij keek door de deur van zijn hut naar buiten: "Daar was de Baltic, langszij. Het schip zag er prachtig en fantastisch uit met licht uit al zijn patrijspoorten; alle passagiers stonden juichend langs de reling". Plotseling trok de mist op en viel er een harde, koude regen. De Florida kwam weer in zicht. De Republic werd ontruimd, maar de hoop dat het schip behouden kon worden, werd niet opgegeven. Alles scheen nu weer mogelijk. Alsof hij de wacht hield, voer kapitein Sealby met een sloep bemanning de gehele nacht rond het schip, terwijl een tweede reddingsoperatie werd uitgevoerd. De kapiteins hadden besloten dat alle passagiers van de Republic en de Florida samen met het grootste deel van de bemanning van de Republic uit de beschadigde en overvolle Florida naar de Baltic moesten worden overgebracht. Het was de grootste operatie in zijn soort op open zee in de geschiedenis. Ongeveer 1.650 mannen, vrouwen en kinderen waren erbij betrokken. De vrouwen en kinderen gingen eerst. Daarna de mannelijke eersteklaspassagiers van de Republic. De emigranten van de Florida protesteerden. "Er zijn geen klassen hier. We zijn allemaal gelijk". Hun protest was niet besteed aan de officieren van de Republic en de Baltic, die zo geconditioneerd waren dat ze zelfs in een kleine boot op een ziedende oceaan maatschappelijke privileges erkenden. De laatste sloep bereikte de Baltic om ongeveer zeven uur ochtends. Bij daglicht bleek een hele vloot redders door Binns' CQD naar de plaats van het ongeluk te zijn geleid: passagiersschepen, gracieuze kustwacht kotters en stoere vrachtschepen. Ten aanschouwen van dit nautische gezelschap keerden kapitein Sealby en een minimale bemanning, onder wie de onvermoeibare Binns, terug naar de nog steeds zinkende Republic. Sealby, die zijn post op de brug opnieuw innam, hoopte dat hij het schip kon redden door het in ondiep water aan de grond te zetten. Toen de Baltic langs de Republic voer, om koers te zetten naar New York, ging er een hoera op voor de bemanningsleden die nog aan boord van het schip waren. De Florida ploeterde langzaam achter de Baltic aan, een zeildoek over zijn ingedrukte voorsteven. Daarna bevestigde de kustwacht kotter Gresham een stalen tros aan de Republic om het schip op sleeptouw te nemen, terwijl de Furnessia van de Anchor Line zich aan de achtersteven vastmaakte om als roer te dienen. Maar de Gresham vorderde slechts langzaam - ook toen de marine torpedobootjager Seneca bij het slepen hielp. 's Avonds siepelde het water Binns' hut binnen. Tenslotte gaf de kapitein opdracht het schip te verlaten. Binns' laatste boodschap luidde: "Bemanning van boord, radioverkeer nu gesloten". Allen vertrokken in de sloep van de kapitein en roeiden naar de Gresham - behalve kapitein Sealby, die weigerde zijn zinkende schip te verlaten zolang het nog dreef, en tweede stuurman Williams, die de riskante eer kreeg bij de kapitein te blijven, omdat hij de hoogste in rang van de ongetrouwde bemanningsleden was. De stalen sleeptros werd nu door een kabel van touw vervangen, en op de achtersteven van de Gresham stond een matroos met een bijl gereed om de tros te kappen als de Republic onder de golven verdween. Van de schepen die 's ochtends rond de Republic samengekomen waren, bleven er nog vier of vijf over. In hun zoeklicht speelde zich de laatste akte van het drama af.
Sealby en Williams, die op de brug heen en weer liepen, waren duidelijk te zien. Al gauw kwam de zee over het achterboord, waar slechts de vlaggenstok en de Britse koopvaardijvlag nog boven water uitstaken. Om halfnegen 's avonds, bijna 39 uur na de aanvaring, ontstaken Sealby en Williams blauwe vuurpijlen. Om nog meer de aandacht te trekken, loste Sealby vijf schoten met zijn revolver. Daarna klommen beide mannen langs de ladder van de brug naar het salondek. "Het dek", vertelde Sealby later, "was nat en glibberig en de slagzij van 30° maakte het ons onmogelijk op de been te blijven. Daarom grepen we ons vast aan de reling en klauterden verder. De explosies van door het water samengeperste lucht en het bezwijken van de balken midscheeps maakten ons duidelijk dat de achtersteven al onder water was. Ik slaagde erin de voormast te bereiken en klom in het want tot het toplicht, ongeveer 30 meter hoog. Onder me was nog maar de helft van het schip, dat als een schommelstoel op en neer bewoog, zichtbaar. Mijn blauwe licht wilde niet branden, omdat het nat was. Daarom vuurde ik het laatste schot van mijn revolver af. Toen viel alles en lag ik in het water, terwijl de voormast naast me als een lifttouw naar beneden schoot. Er was een kokende, ziedende watermassa om me heen en een hard donderend lawaai. Ik verdween onder water, maar kwam als een dobber weer naar boven omdat de lucht onder mijn lange jas me deed drijven". De Republic zonk om 8.40 uur. Kapitein Sealby slaagde erin een ra te pakken te krijgen en later een luik. Overal om hem heen dreef wrakhout. Hij hees zich gedeeltelijk op het luik, om het rondslingerende wrakhout te ontwijken. Toch waren slechts zijn hoofd en zijn schouders boven water. De zee was ijzig koud, hij kon de lichten van de Gresham over het water zien zwaaien. Verstijfd wurmde hij een nieuwe patroon in zijn revolver en haalde de trekker over. Tot zijn eigen verbazing ging het wapen af. Een reddingsboot hoorde het schot en pikte de kapitein op. Williams werd vlakbij gevonden. Beide mannen waren aan het einde van hun krachten. In New York kreeg Sealby een overweldigende ovatie van de menigte van meer dan 3.000 mensen die de schipbreukelingen bij de pier van de White Star Line stonden op te wachten. Jack Binns ontdekte tot zijn grote schrik dat hij de onofficiële held van het drama was geworden. Hij werd door de mensenmenigte op de schouders genomen, en in het kantoor van de White Star Line door het vrouwelijk personeel gekust. Verschillende vaudeville theaters wilden hem contracteren. De volgende avond werd een diner te zijner ere gegeven. Daarna werd de niets vermoedende Binns door een slimme persagent naar het Hippodrome gelokt om een waterballet te zien. Na de voorstelling werden de schijnwerpers op Binns in zijn loge gericht en maakte de directeur van het Hippodrome met luide stem bekend: 'CQD Binns is in de zaal'. De verwarde en boze Binns werd naar het toneel getroond en gedwongen een staande ovatie in ontvangst te nemen. Toen het doek viel, stormde een groep van meer dan 50 waterballerina's op hem af om hem te zoenen. Binns vluchtte naar de kelder en verborg zich in de olifantenstal van het oude circusgebouw. Terug in Engeland was de bewondering van het publiek even hinderlijk. In Binns' geboortestad, Peterborough verwelkomden de burgemeester, de plaatselijke hoogwaardigheidsbekleders in staatsiegewaad en het merendeel van zijn stadgenoten hem bij zijn aankomst.
De verheffing van Binns tot volksheld was begrijpelijk. De radio was het nieuwe tovermiddel, en de man die ermee om kon gaan, de nieuwe tovenaar. Het zogenaamde 'draadloos' was tien jaar tevoren aan boord van de Kaiser Wilhem der Grosse voor het eerst op een koopvaardijschip geïnstalleerd. De redding van de passagiers van de Republic en de Florida - waarbij Binns' radio als een magneet schepen aantrok - was de eerste demonstratie van dit nieuwe, levens reddende apparaat. Wie kon er in de voortgaande strijd van de eeuw der technologie na dit ongeluk dat net geen ramp werd nog aan twijfelen dat de wetenschap de natuur aan het overwinnen was?