![]() |
|
Nadat de
Pieter Corneliszoon Hooft in brand raakte in Amsterdam, werd het schip
snel weggesleept van de kade.
|
Het Nederlandse passagiersschip Pieter Corneliszoon Hooft was voorbestemd om te beginnen en te eindigen met brand. Het schip had zijn eerste treffen met het ongeluk toen het op 25 december 1925 nog in een Franse scheepswerf lag, waar de Nederlandse rederij het besteld had. Het schip werd verwoest door een grote brand die de passagiersverblijven ruïneerde. De Franse bouwers konden niet aan de deadline voldoen en het schip zou in Amsterdam afgebouwd worden. Amsterdam zou een fataal thuis zijn voor de Pieter Corneliszoon Hooft. Uiteindelijk was het schip af en het werd afgeleverd in augustus 1926. Datzelfde jaar maakte het zijn eerste reis, van Amsterdam naar Nederlands-Indië. Het was een winstgevende route en de rederij besloot de prestaties van het schip te verbeteren. In 1930 werd het schip 3 meter verlengd en werd voorzien van dieselmotoren. In april 1931 was de eerste reis na de verbouwing. Het schip bestond daarna niet lang meer. Op 14 november 1932 werd het schip verwoest door brand terwijl het aan de Amsterdamse Sumatra Kade lag afgemeerd. De plaatselijke hulpdiensten reageerden snel om schade aan de haven te voorkomen. Ze sleepten de Pieter Corneliszoon Hooft naar veilige wateren, maar de brand was oncontroleerbaar en de Amsterdamse brandweer kon het schip niet redden. Het schip werd door de vlammenzee zwaar beschadigd en moest gesloopt worden.