De ramp met de 'Lavia'


7 januari 1989, Hong Kong

De Lavia ligt in de haven van Hong Kong met een blusboot langszij.
Het opnieuw uitrusten van een schip kan een gevaarlijke aangelegenheid zijn. Net als op de Reina del Mar brak de brand die het einde betekende van de Lavia, uit terwijl het schip in de haven verbleef om verbouwd te worden. De Lavia (voorheen de Media) werd in 1947 door John Brown and Company uit Glasgow gebouwd voor de Cunard Line. Uitgerust met dubbele schroeven en stoomturbines, was de Media het eerste schip dat na WO II voor de transatlantische route gebouwd werd. Cunard wilde het eigenlijk als vrachtschip gebruiken, maar veranderde van mening. De Media werd uitgerust met hutten voor 250 eerste klasse passagiers. In augustus 1947 was de Media gereed om tussen Liverpool en New York te pendelen. De opkomst van de luchtvaart in de jaren vijftig maakte echter een einde aan het tijdperk van de grote transatlantische passagiersschepen. Ook was de Media te langzaam om te kunnen concurreren met nieuwe vrachtschepen. In het begin van de jaren zestig werd de Media verkocht aan de Italiaanse Codegar Line en in Genua geschikt gemaakt om 1.320 passagiers in een toeristenklasse te kunnen vervoeren.
De enorme hoeveelheid bluswater die gerbuikt werd om de brand op de Lavia te bestrijden, lieten haar uiteindelijk kapseizen. Ze werd later als schroot verkocht.

Herdoopt tot Flavia voer het schip op de aantrekkende markt van 'rond de wereld cruises' en zat in de lucratieve handel van emigrantenvervoer naar Australië, maar deze opleving duurde niet lang. Nadat de Codegar Line in 1968 werd overgenomen door de Costa Line, voer de Flavia tot 1982 tussen Miami en verschillende eilanden in het Caribische gebied. Na bijna 35 jaar trouwe dienst rond de hele wereld raakte de Flavia verouderd en z'n turbines werden steeds minder efficiënt. De Virtue Shipping Company, een Chinese maatschappij met haar basis in Hong Kong, nam de Flavia over om het schip om te bouwen tot een casinocruiseschip. Het schip werd herdoopt tot Flavian, maar bleek niet erg populair en bleef het grootste gedeelte van de tijd op z'n ligplaats in de haven van Hong Kong. De Virtue Shipping Company herdoopte het schip in 1986 in Lavia en liet het opnieuw uitrusten. Het werk begon, maar kwam nooit af. In januari 1989 liep een vuur gebruikt door de arbeiders uit de hand en de vlammen verspreidden zich over de hutten. Omdat de Lavia in de haven lag, waren hulpdiensten snel ter plekke. Vier blusboten en meer dan 250 brandweerlui uit Hong Kong bestreden de brand, maar het schip was zwaar beschadigd en de enorme hoeveelheid water die op het schip gespoten werd veroorzaakte slagzij en het schip kapseisde. Geen van de 35 arbeiders of 9 bemanningsleden raakten gewond, maar de Lavia's dagen waren geteld. Het schip werd weer vlot gebracht, naar Taiwan gesleept en gesloopt.

Volgende pagina