Het Franse passagiersschip Georges Philippar was bekend met brand. Het schip welk hij verving, de Paul Lacat, brandde in december 1928 uit in de haven van Marseille en de Georges Philippar zelf werd op 29 november 1930 verwoest door brand, drie weken voor zijn tewaterlating. Het interieur werd zwaar beschadigd, maar gelukkig moesten de luxe gedeelten nog worden aangebracht. Het schip was in januari 1932 klaar. De eerste reis van het schip begon onder verdachte omstandigheden - de Franse politie waarschuwde de eigenaars, Messageries Maritimes, dat er dreigementen waren geuit om het schip op 26 februari te vernietigen. Op de heenreis naar Yokohama gebeurde er niets. Het schip keerde snel om en zette koers naar huis, men deed eerst Sjanghai en Colombo aan. Vanuit Colombo zette het schip koers over de Indische Oceaan met 518 passagiers en 347 bemanningsleden aan boord. Twee keer ging het brandalarm af in een opslagruimte met een lading goud. Beide keren was het loos alarm. In de morgen van 15 mei brak er wel brand uit in een hut. Het gevaar werd pas aan kapitein Vieg gerapporteerd toen het vuur al was verspreid. Hij besloot op volle snelheid naar Aden te varen om het schip daar te doen stranden, helaas wakkerde de hoge snelheid de vlammen aan. Vieg realiseerde zich dat de brand uit de hand was gelopen en besloot het schip te verlaten. Drie schepen reageerden op de noodsignalen van de Georges Philippar en redden meer dan 650 van de opvarenden. Schattingen over het aantal slachtoffers liepen uiteen van 40 tot 90. Het schip dreef vier dagen brandend rond voordat het op 19 mei zonk.
![]() |
| De Franse lijnboot George Philippar was een aantrekkelijk uitziend lijnschip. Haar maidentrip naar Yokohama en terug maakte ze echter niet af. Het schip raakte in brand in de Golf van Aden en zonk. |