De ramp met de 'Dresden'


20 juni 1934, Noordzee

De gekapseisde Dresden. Het schip liep op een rots toen het op weg was met een groot aantal jonge Duitsers die een plezierreis maakten. Het aantal slachtoffers raakte nooit bekend.

Het vergaan van de Dresden tijdens een plezierreis laat zien hoe snel een onbezorgd tochtje kan veranderen in een vreselijke tijd. Veel van de jonge opvarenden konden niet zwemmen en verdronken toen het schip op een klip liep. Het Duitse passagiersschip Dresden kende een afwisselende geschiedenis. Het schip werd in 1915 gebouwd en gedoopt als Zeppelin, maar tijdens de rest van WO I uit de vaart gehouden. De Zeppelin ging na de Duitse nederlaag over in Britse handen als deel van de herstelbetalingen. Ze werd in 1920 doorverkocht aan de Orient Line, opnieuw opgetuigd en herdoopt tot Ormuz. Zo voer het schip op de lijn Londen - Australië. In april 1927 eindigde de loopbaan van de Ormuz op de Australië-route toen een aanbod van de North German Lloyd Line werd geaccepteerd. Het schip werd nogmaals verbouwd en herdoopt tot Dresden en begon te varen tussen Bremerhaven en New York. Gedurende enige tijd werd de Dresden gebruikt als plezierjacht voor arme Duitsers uit naam van een campagne van de Nazi-partij: 'Kracht Door Vreugde". In 1934 was de Dresden op zo'n soort trip, toen de ramp gebeurde. Op 20 juni om 19.30 uur raakte het schip een blinde klip voor de kust van het eiland Karmoe. De schok klonk door het hele schip en de passagiers, van wie velen nog nooit op zee geweest waren, raakten in paniek. Sommigen sprongen overboord. Uiteindelijk strandde het schip, maar met zoveel binnenstromend water door drie gaten in de romp was het niet te redden. De Dresden maakte slagzij en sloeg de volgende dag om. De overlevenden werden naar verschillende Noorse plaatsen gebracht. Het aantal slachtoffers bleef onbekend.

Volgende pagina