In de vroege cantates is de permutatie-fuga wellicht het meest opzienbarende
en het meest consistente teken van Bachs hand. We vinden het herhaaldelijk
in koren zowel uit Mühlhausen ('Dein Alter sei wie deine Jugend' en
'Muß täglich von Neunen' uit cantate BWV 71 of 'Und er wird
Israel' uit cantate BWV 131) als uit Weimar ('Daß er meines Angesichtes
Hülfe' en 'Lob, und Ehre, und Preis, und Gewalt' uit cantate BWV 21
of 'So lasset uns gehen in Salem der Freuden' uit de cantate 'Himmelskönig,
sei willkommen' BWV 182).
In deze concerterende werken kwam Bach vaak tot de permutatie-fuga
door partijen toe te voegen, omdat hij de eerste expositie voor stemmen
en continuo alleen schreef en vervolgens de instrumenten één
voor één introduceerde in een tweede grote expositie.
Gedurende de jaren vóór Leipzig gebruikte hij opvallend
vaak de permutatie-fuga om zijn vocale composities met een climax te besluiten
(onder andere cantates BWV 21, 71, 131, 182). Op die manier raakte hij
niet alleen vertrouwd met de techniek maar ook met het ontwerp van de grote
orgelpreludes en -fuga's die hem beroemd zouden maken."
[George B. Stauffer in: Wolff, WBC
1, pp. 100-101]