Beoordeling van de Cantates van Bach


Het doel

Voor de argeloze Bach-liefhebber is het niet steeds even eenvoudig zich bij een beluistering van een cantate rekenschap te geven van de waarde ervan.
  1. Waarop moet men letten bij een beoordeling? Welke specifieke aspecten trekken de aandacht?
  2. Waar situeert een bepaalde cantate zich ten opzichte van de andere? Is ze maar matig mooi, buitengewoon aantrekkelijk of steekt ze ver boven het gemiddelde uit?



De criteria

Op deze twee vragen heb ik door middel van een systematische beluistering een antwoord trachten te geven. Met de volgende bijzondere evaluatiecriteria heb ik daarbij trachten rekening te houden:
  1. contrapunt (C);
  2. formele eigenaardigheid (F);
  3. harmonie (H);
  4. instrumentatie (I);
  5. melodie (M);
  6. tekst (T);
  7. virtuositeit (V);
  8. structuur (S).
De eerste zeven criteria hebben betrekking op afzonderlijke delen; het achtste slaat op de cantate in haar geheel.
 

Nadere uitleg bij de de gekozen criteria voor de evaluatie

  1. Contrapunt.

  2. Bijna alle muziek van Bach is wel op één of andere manier contrapuntisch geschreven. Dit wil zeggen dat alle afzonderlijke stemmen op zichzelf mooi klinken en een hoge graad van zelfstandigheid bezitten.
    Er wordt echter alleen een punt toegekend, wanneer in een bepaald deel voortdurend stemmen te onderscheiden zijn die zich gelijktijdig ten opzichte van elkaar aftekenen in een verschillend ritme.
  3. Formele eigenaardigheid.

  4. Meestal gebruikt Bach in zijn cantates geijkte muzikale vormen: Nu kan het zijn dat Bach afwijkt van de vaste vormen en experimenteert met nieuwe structuren, bijvoorbeeld een recitatief begeleid door meer dan alleen de BC, of een recitatief gezongen door 2 stemmen [BWV 130 (4)], of een mengvorm koraal-recitatief [BWV 138 (1, 3)]. Deze delen vallen in het oog door hun formele bijzonderheid.
  5. Harmonie.

  6. Een punt voor harmonische inventie wordt verkregen, wanneer er iets bijzonders aan de hand is in de begeleiding. Het kan bijvoorbeeld gaan om een ongewoon beweeglijke BC-partij. Of er kan zóveel afwisseling zitten in de soorten akkoorden of in de begeleidingsfiguren.
  7. Instrumentatie.

  8. Vooral in de aria's kan het gebruik van solo-instrumenten bijzonder geslaagd zijn. Maar ook aan de koorgedeelten kan een speciaal cachet verleend worden door de toevoeging van bijvoorbeeld pauken, trompet of hoorn.
  9. Melodie.

  10. Deze kan buitengewoon aantrekkelijk of meeslepend zijn. Laat ons afspreken dat gewoon mooi niet voldoende is om hiervoor een punt te behalen. Anders hadden we net zo goed dit criterium achterwege kunnen laten.
  11. Tekst.

  12. Dit is een bijzonder interessant kenmerk van de Cantates en het bepaalt voor een groot stuk de charme ervan. Er wordt inderdaad voortdurend tekst gezongen - dat is ook de betekenis van het woord CANTATE: een gezongen muziekstuk - en wel de meest uiteenlopende teksten, die - de ene al beter dan de andere - passen bij de gelegenheid waarvoor de cantate gecomponeerd is. Meestal wordt over de teksten die Bach gebruikte, nogal denigrerend gedaan. Heel vaak ziet de tekst er inderdaad niet buitengewoon poëtisch uit en hangt hij aaneen met karamellenrijmen en stoplappen. Het bijzondere aan Bach is nu dat hij dat niet scheen in te zien en bij die flutjesteksten de meest hemelse muziek schreef. Hij behandelde zijn teksten als waren ze het evangelie zelf. Soms lijken een paar woorden erin voldoende om hem tot de meest bevlogen muzikale uitbeelding te inspireren.
  13. Virtuositeit.

  14. Technisch meesterschap, zowel vocaal als instrumentaal.
  15. Structuur.

  16. Evenwichtige en uitgebalanceerde opbouw,
    bijvoorbeeld een zes-delige cantate van de vorm
    " koor - recitatief - aria - recitatief - aria - koraal ".

Voorbeelden

  1. Contrapunt.
  2. Formele eigenaardigheid.
  3. Harmonie.
  4. Instrumentatie.
  5. Melodie.
  6. Tekst.

  7. Het is opvallend hoe Bach door enkele woorden of door het algemene onderwerp van de tekst ertoe wordt aangezet zijn muziek een bepaald karakter mee te geven. Hierbij een overzicht van enkele thema's. Het zou interessant kunnen zijn delen uit verschillende cantates met elkaar te vergelijken. Met welke middelen is de componist er telkens in geslaagd de betekenis extra in de verf te zetten?
     
     

     Dood, sterven  106 (2a, 2b, 2c, 2d)
     Drie-eenheid  7 (4), 172 (3)
     Duivels dalende chromatiek  26 (4), 54 (3)
     Hemelse sferen  150 (6)
     Hoopvol stijgende chromatiek
     (verlossing, vergeving)
     131 (5)
     Jacht  88 (1)
     Lachen  166 (5)
     Pastorale sfeer  92 (8)
     Slaap  115 (2), 106 (3b)
     Storm  46 (3)
     Strijd  62 (4), 150 (7)
     Tijd / klok  8 (1), 73 (4), 166 (4), 198 (4)
     Vallende bergen  92 (2)
     Verdriet  103 (1)
     Vergankelijkheid / breken  26 (1), 92 (3)
     Vreugde  103 (1, 5), 150 (7)
     Waaien van de Geest  172 (4, 5)
     Water  7 (1, 2), 26 (2), 88 (1), 92 (2), 166 (4), 178 (3)
     Wind  92 (6), 150 (5)

     
  8. Virtuositeit.
  9. Structuur.




[ vervolg: De methode ]