Beoordeling van de Cantates van Bach
Het doel
Voor de argeloze Bach-liefhebber is het niet steeds even eenvoudig zich
bij een beluistering van een cantate rekenschap te geven van de waarde
ervan.
-
Waarop moet men letten bij een beoordeling? Welke specifieke aspecten trekken
de aandacht?
-
Waar situeert een bepaalde cantate zich ten opzichte van de andere? Is
ze maar matig mooi, buitengewoon aantrekkelijk of steekt ze ver boven het
gemiddelde uit?
De criteria
Op deze twee vragen heb ik door middel van een systematische beluistering
een antwoord trachten te geven. Met de volgende bijzondere evaluatiecriteria
heb ik daarbij trachten rekening te houden:
-
contrapunt (C);
-
formele eigenaardigheid (F);
-
harmonie (H);
-
instrumentatie (I);
-
melodie (M);
-
tekst (T);
-
virtuositeit (V);
-
structuur (S).
De eerste zeven criteria hebben betrekking op afzonderlijke delen; het
achtste slaat op de cantate in haar geheel.
Nadere uitleg bij de de gekozen criteria voor de evaluatie
-
Contrapunt.
Bijna alle muziek van Bach is wel op één of andere manier
contrapuntisch geschreven. Dit wil zeggen dat alle afzonderlijke stemmen
op zichzelf mooi klinken en een hoge graad van zelfstandigheid bezitten.
Er wordt echter alleen een punt toegekend, wanneer in een bepaald deel
voortdurend stemmen te onderscheiden zijn die zich gelijktijdig ten opzichte
van elkaar aftekenen in een verschillend ritme.
-
Formele eigenaardigheid.
Meestal gebruikt Bach in zijn cantates geijkte muzikale vormen:
-
recitatief: gedeclameerde tekst door één zangstem, begeleid
door basso continuo;
-
aria: meestal van de vorm ABA (da-capo-aria: het begin wordt herhaald),
gezongen en gespeeld door één of meer solistische zangers
en / of instrumentalisten, begeleid door basso continuo;
-
koraal: homofone zetting van de tekst van een kerklied, waarbij de stemmen
van het koor kunnen gedubbeld worden door de instrumenten van het orkest.
Nu kan het zijn dat Bach afwijkt van de vaste vormen en experimenteert
met nieuwe structuren, bijvoorbeeld een recitatief begeleid door meer dan
alleen de BC, of een recitatief gezongen door 2 stemmen [BWV 130 (4)],
of een mengvorm koraal-recitatief [BWV 138 (1, 3)]. Deze delen vallen in
het oog door hun formele bijzonderheid.
-
Harmonie.
Een punt voor harmonische inventie wordt verkregen, wanneer er iets
bijzonders aan de hand is in de begeleiding. Het kan bijvoorbeeld gaan
om een ongewoon beweeglijke BC-partij. Of er kan zóveel afwisseling
zitten in de soorten akkoorden of in de begeleidingsfiguren.
-
Instrumentatie.
Vooral in de aria's kan het gebruik van solo-instrumenten bijzonder
geslaagd zijn. Maar ook aan de koorgedeelten kan een speciaal cachet verleend
worden door de toevoeging van bijvoorbeeld pauken, trompet of hoorn.
-
Melodie.
Deze kan buitengewoon aantrekkelijk of meeslepend zijn. Laat ons afspreken
dat gewoon mooi niet voldoende is om hiervoor een punt te behalen. Anders
hadden we net zo goed dit criterium achterwege kunnen laten.
-
Tekst.
Dit is een bijzonder interessant kenmerk van de Cantates en het bepaalt
voor een groot stuk de charme ervan. Er wordt inderdaad voortdurend tekst
gezongen - dat is ook de betekenis van het woord CANTATE: een gezongen
muziekstuk - en wel de meest uiteenlopende teksten, die - de ene al beter
dan de andere - passen bij de gelegenheid waarvoor de cantate gecomponeerd
is. Meestal wordt over de teksten die Bach gebruikte, nogal denigrerend
gedaan. Heel vaak ziet de tekst er inderdaad niet buitengewoon poëtisch
uit en hangt hij aaneen met karamellenrijmen en stoplappen. Het bijzondere
aan Bach is nu dat hij dat niet scheen in te zien en bij die flutjesteksten
de meest hemelse muziek schreef. Hij behandelde zijn teksten als waren
ze het evangelie zelf. Soms lijken een paar woorden erin voldoende om hem
tot de meest bevlogen muzikale uitbeelding te inspireren.
-
Virtuositeit.
Technisch meesterschap, zowel vocaal als instrumentaal.
-
Structuur.
Evenwichtige en uitgebalanceerde opbouw,
bijvoorbeeld een zes-delige cantate van de vorm
" koor - recitatief - aria - recitatief - aria - koraal ".
Voorbeelden
-
Contrapunt.
-
BWV 45 (1. Coro).
-
BWV 102 (1. Coro): hoe heerlijk zetten de zangstemmen, strijkers
en 2 hobo's na elkaar in, vermengen zich met en onderscheiden zich tegelijkertijd
toch van elkaar.
-
Formele eigenaardigheid.
-
BWV 46 (1. Coro): een preludium en fuga.
-
BWV 103 (1. Coro e Arioso Basso).
-
BWV 130 (4): een recitatief gezongen door 2 stemmen (duet).
-
BWV 138 (1, 3): een mengvorm koraal-recitatief.
-
BWV 179 (1. Coro): een fuga.
-
Harmonie.
-
BWV 154 (4) zonder en 154 (6) met fundament [cf. ook 62 (1) en 154 (7)].
-
Instrumentatie.
-
BWV 46 (3. Aria Basso): trompet! Deze aria vertoont m. i. een treffende
gelijkenis met " The trumpet shall sound " (uit Händels Messiah)!
-
BWV 96 (1): flauto piccolo.
-
BWV 103 (3. Aria Alto): flauto piccolo.
-
BWV 107 (4): cello.
-
BWV 130 (1, 3): pauken, trompetten.
-
BWV 149 (6. Aria Alto - Tenore): fagot als solo-instrument!
-
Melodie.
-
BWV 161 (5. Coro): een menuet vol heerlijke berusting.
-
Tekst.
-
BWV 7
-
(1. Coro): de gebroken
akkoorden in de baslijn symboliseren de golven. Cf. het voorspel van Wagners
Das
Rheingold. Rijzende en dalende motiefjes duiden op de deining van het
water. In een stijgende ritmische figuur kunnen we opspattend water horen.
-
(2. Aria Basso):
een virtuoos dalende baslijn schildert het plonzen in het doopwater.
-
(4. Aria Tenore):
zeer bijzonder voor wie er gevoelig voor is, is de symboliek van de drievuldigheid
(die Dreifaltigkeit), die in deze aria verscholen zit. Ze staat
namelijk in 9 / 8, een maat samengesteld uit 3 3-ledige tijden. Deze drieledigheid
wordt trouwens opvallend beklemtoond: bijna elke achtste noot wordt inderdaad
gespeeld. Bovendien zijn er drie solistische stemmen aan het woord: de
tenor en 2 violen.
-
BWV 62 (4. Aria Basso): het unisono van de begeleiding [zowel hoge
als diepe strijkers] wijst op kracht / heldhaftigheid in overeenstemming
met de woorden
Streite, siege, starker Held !
Sei vor uns im Fleische kräftig !
Sei geschäftig,
Das Vermögen in uns Schwachen
Stark zu machen !
-
BWV 102 (5. Aria Tenore): violino piccolo en tenor beelden met paniekerige,
grillige stijgende en dalende motiefjes de betekenis van de woorden Erschrecke
doch [, du allzu sichre Seele!] uit. De lang aangehouden
toon drukt de duurzaamheid van [Der Sünden] Joch uit.
De stijgende en dalende lijn op [damit der Zorn hernach dir desto]
schwerer
[sei] geeft iets aan van die hard te verduren toorn.
-
BWV 153 (6. Aria Tenore): een stormachtige begeleiding zet de tenor
op het goede spoor, wanneer die even heftig en onrustwekkend inzet met
de woorden Stürmt nur, stürmt, ihr Trübsalswetter
;
slechts één woord klinkt rustig: het lang aangehouden
Ruh.
-
BWV 154 (1. Aria Tenore): merk de muzikale markering van de woorden
Verzweiflung,
Schwert
en Donnerwort.
-
BWV 161 (4. Recitativo Alto): dit recitatief begint zoals zoals
zovele (hoewel: de aanwezigheid van de blokfluiten en strijkers op de woorden
Welt,
gute nacht! laat al iets vermoeden van wat er te gebeuren staat),
maar dan komen enkele ronduit verbijsterende muzikale schilderingen van
de betekenis van de tekst.
-
Op het woord [in Jesu armen bald zu] sterben horen
we een dalende toonladder in de baslijn.
-
Op de woorden Er ist mein sanfter Schlaf. zetten zang en
overige instrumenten na elkaar in met hetzelfde motiefje, waarbij de blokfluiten
tegen elkaar wrijven en daarbij de deugddoende rust van de slaap suggereren.
En daarbij dan die lang aangehouden toon van de alt op Schlaf (de
eerste keer)!
-
Vanaf [bis Jesus mich wird] auferwecken verandert
de stemming inderdaad door de opgewekte en opwekkende begeleiding.
-
Hoe dikwijls vindt men niet in Bachs muziek een vreugdevol uitzien naar
de dood? Dat wordt hier eens te meer geïllustreerd door het vrolijk
klinkende So brich herein, du froher Todestag, so schlage doch, schlage
doch, du letzter Stundenschlag!, de laatste zinssnede op de begeleidende
tonen van een heuse koekoeksklok. Fascinerend en verbijsterend!
-
BWV 168: zie de commentaar in het licht
van de tekst.
Het is opvallend hoe Bach door enkele woorden of door het algemene
onderwerp van de tekst ertoe wordt aangezet zijn muziek een bepaald karakter
mee te geven. Hierbij een overzicht van enkele thema's. Het zou interessant
kunnen zijn delen uit verschillende cantates met elkaar te vergelijken.
Met welke middelen is de componist er telkens in geslaagd de betekenis
extra in de verf te zetten?
| Dood,
sterven |
106
(2a, 2b,
2c, 2d) |
| Drie-eenheid |
7
(4), 172 (3) |
| Duivels
dalende chromatiek |
26
(4), 54 (3) |
| Hemelse
sferen |
150
(6) |
Hoopvol
stijgende chromatiek
(verlossing,
vergeving) |
131
(5) |
| Jacht |
88
(1) |
| Lachen |
166
(5) |
| Pastorale
sfeer |
92
(8) |
| Slaap |
115
(2), 106 (3b) |
| Storm |
46
(3) |
| Strijd |
62 (4),
150
(7) |
| Tijd
/ klok |
8 (1),
73 (4), 166 (4),
198 (4) |
| Vallende
bergen |
92
(2) |
| Verdriet |
103
(1) |
| Vergankelijkheid
/ breken |
26
(1), 92 (3) |
| Vreugde |
103
(1, 5), 150 (7) |
| Waaien
van de Geest |
172
(4, 5) |
| Water |
7
(1, 2), 26 (2), 88
(1),
92
(2), 166 (4),
178 (3) |
| Wind |
92
(6), 150
(5) |
-
Virtuositeit.
-
BWV 62 (4): bas (stem).
-
BWV 138 (7): violen.
-
BWV 154 (1): viool.
-
BWV 169 (1): orgel.
-
Structuur.
-
BWV 9: 1. Coro - 2. Recitativo Basso - 3. Aria Tenore
- 4. Recitativo Basso - 5. Aria Soprano Alto - 6. Recitativo
Basso - 7. Corale. Kunstig opgebouwd: begin- en slotdeel voor
het koor, daartussen twee aria's, de ene voor solo-stem, de tweede een
duet; aria's en koren telkens van elkaar gescheiden door een bas-recitatief.