BWV 182
Himmelskönig, sei willkommen
[ bestemming: Palmzondag (25.03.1714)]
( bezetting: alt, tenor, bas; blokfluit, viool, cello; koor, strijkers
& BC)
Overzicht
2. Coro: Himmelskönig, sei willkommen
5. Aria Alto: Leget euch dem Heiland
unter
6. Aria Tenore: Jesu, laß durch
Wohl und Weh
7. Corale: Jesu, deine Passion
8. Coro: So lasset uns gehen in Salem der
Freuden
|
Schriftlezingen
-----------------------------------------------------------------------------
Filippenzen 2.5-11: Deemoedige
liefde naar Christus' voorbeeld
-----------------------------------------------------------------------------
5 Die gezindheid moet onder u heersen
welke ook Christus Jezus bezielde:
6 Hij die bestond in goddelijke majesteit
heeft zich niet willen vastklampen
aan de gelijkheid met God:
7 Hij heeft zich van zichzelf ontdaan
en het bestaan van een slaaf aangenomen.
Hij is aan de mensen gelijk geworden.
En als mens verschenen
8 heeft Hij zich vernederd,
Hij werd gehoorzaam tot de dood,
tot de dood aan een kruis.
9 Daarom heeft God Hem hoog verheven
en Hem de naam verleend
die boven alle namen is,
10 opdat bij het noemen van zijn
naam
zich iedere knie zou buigen
in de hemel, op aarde en onder de
aarde,
11 en iedere tong zou belijden
tot eer van God, de Vader:
Jezus Christus is de Heer. |
------------------------------------------------------
Matteüs 26.1-27.66:
Passie volgens Matteüs
------------------------------------------------------
http://www.mattheuspassion.nl/mt26-27.html
|
Commentaar
1. Sonata [him+]
Hierin wordt een hemelse sfeer opgeroepen: viool, dan blokfluit, begeleid
door pizzicato strijkers en continuo kondigen de komst van de hemelse Koning
aan. Pas helemaal op het eind worden de bogen gebruikt.
2. Coro: Himmelskönig, sei willkommen
[chim]
Dan barst het koor los in een lieflijk welkomstlied, dat echter niet overdreven
monumentaal klinkt.
Nog steeds spelen de viool en de blokfluit erbovenuit.
3. Recitativo Basso: Siehe, ich
komme [ht]
De bas zingt zoals zo vaak de rol van Christus.
Dit recitatief neemt al gauw het karakter van een arioso aan.
De beweeglijke basso continuo zinspeelt misschien op de komst
van de Heer: Siehe, ich komme.
4. Aria Basso: Starkes Lieben [imt]
De charmante vioolsolo en de robuuste bassen (zowel de solistische zangstem
als de begeleiding in octaven), die opvallend met elkaar contrasteren,
drukken samen perfect de titelwoorden uit: Starkes Lieben.
5. Aria Alto: Leget euch dem Heiland
unter [himt+]
Met blokfluit als solo-instrument.
Dit is de meest innige aria van deze cantate.
In de telkens weer dalende melodiecurves zie ik een symbolisering van
de gehoorzaamheid of onderdanigheid aan de Koning, waartoe de alt de christenharten
uitnodigt: Leget euch dem Heiland unter , / Herzen,
die ihr christlich seid!
Het middendeel biedt een mooi contrast: het is opgewekter van karakter,
want de onderdanigheid van het geloof maakt hier plaats voor de pure vreugde
dankzij dit geloof zijn leven aan de hemelse Koning te kunnen wijden.
6. Aria Tenore: Jesu, laß durch
Wohl und Weh [himt]
Met cello als solo-instrument.
De herhaaldelijk voorkomende lichte, maar onmiskenbaar duidelijke aarzelingen,
zowel in de tenor (na mit dir [ziehen] en na So
laß mich nicht [fliehen]) als in de cello, wijzen erop dat
de navolging van Christus niet eenvoudig is.
De melismen op "Kreuzige!", de tweede keer nog nadrukkelijker en indrukwekkender,
onderstrepen heel goed het lelijke karakter van dat woord, dat de wereld
schreeuwt.
De onrustige cellopartij beeldt het vluchten van de anderen uit: Jezus
werd door zijn leerlingen in de steek gelaten, toen Hij zou gekruisigd
worden. So laß mich nicht fliehen.
De laatste keer wordt het woord Weh sterk benadrukt door
een lang aangehouden dissonant akkoord.
7. Corale: Jesu, deine Passion [cht]
Het melisme op Freude beeldt de vreugde uit.
Zeer contrapuntisch geschreven, met verschillende notenwaarden in verschillende
stemmen: de sopranen zingen bijvoorbeeld voortdurend de langste, meest
gedragen hemelse tonen over alles heen...
8. Coro: So lasset uns gehen in Salem der
Freuden [chimt+]
Dit koor is één en al vreugde.
De onbekommerde sfeer wordt slechts eventjes verduisterd bij het woord
Leiden,
maar verder is er geen wolkje aan de hemel te bekennen.
Let op de heerlijke solopartijen voor blokfluit, viool en cello, de
solo-instrumenten uit de vorige aria's.
De flink voortschrijdende baslijn alludeert weer eens op de woorden
"gaan" en "baan", waarvan sprake:
So lasset uns gehen in Salem der Freuden,
Begleitet den König in Lieben und Leiden.
Er gehet voran
Und öffnet die Bahn.
[Opmerking. Het Hebreeuwse adjectief sjalem
[,lw]
betekent "volledig, ongeschonden, vreedzaam". Het is van dezelfde stam
als sjalom [,Olw], het Hebreeuwse woord
voor "vrede". In de bijbel komt het als plaatsnaam op drie plaatsen voor:
Gen.
14.18,
Ps.
76.3
en Hebr. 7.1-2.
"Melchisedek, de koning van Salem, bood hem (= Abram)
brood
en wijn aan. Daar hij priester was van God de Allerhoogste,
zegende
hij hem met deze woorden:" (Gen. 14.18-19a). Melchisedek wordt dan
ook als een voorafbeelding van Christus gezien in diens hogepriesterlijke
hoedanigheid. Paulus vertaalt "koning van Salem" als "vredevorst" (Hebr.
7.2).
Als eigennaam wordt het niet alleen voor steden gebruikt
[o. a. verschillende steden in de V. S. heten Salem (in Massachusetts,
New Hampshire, Oregon, Virginia)], maar ook voor de vredevolle plaats bij
uitstek, het paradijs. Zo sluit dit koor weer aan bij de hemelse sfeer
van de openingssonata: de cirkel is compleet.]
Ter vergelijking
-
Bespreking: Simon
Crouch (A Listener's Guide to the Cantatas of J. S. Bach)
-
Duitse tekst: Walter
F. Bischof (Bach Cantata Page)
-
Bespreking van opnamen: Aryeh
Oron e. a. (Bach Cantatas Recordings Review and Mailing List
Archive)
7 april 2001
( 3 juli 2001 )