BWV 166

Wo gehest du hin?

[ bestemming: Cantate (4de zondag na Pasen) (07.05.1724)]

( bezetting: sopraan, alt, tenor, bas; hobo, viool; koor, strijkers & BC)



 

Overzicht

1. Aria Basso: Wo gehest du hin?
2. Aria Tenore: Ich will an den Himmel denken
3. Corale Soprano: Ich bitte dich, Herr Jesu Christ
4. Recitativo Basso: Gleichwie die Regenwasser bald verfließen
5. Aria Alto: Man nehme sich in acht
6. Corale: Wer weiß, wie nahe mir mein Ende!


Schriftlezingen

-------------------------------------------------------------
Jakobus 1.17-21: Elke goede gave komt van boven
-------------------------------------------------------------
17 Elke goede gave, elk volmaakt geschenk daalt neer van boven, van de Vader der hemellichten, bij wie geen verandering is of verduistering door omwenteling.
18 Uit vrije wil heeft Hij ons het leven geschonken door het woord der waarheid, zodat wij in zekere zin de eerstelingen onder zijn schepselen zijn.
19 Weet dit wel, geliefde broeders: ieder mens moet vlug zijn om te luisteren, maar langzaam om te spreken, langzaam ook om toornig te worden;
20 want de toorn van een man leidt niet tot gerechtigheid voor God.
21 Verwijdert daarom elke smet, elk restant van slechtheid, en neemt met zachtmoedigheid het woord van God aan, dat in u werd geplant en de kracht bezit uw zielen te redden.
--------------------------------------------------------
Johannes 16.5-15: Het oordeel over de wereld
--------------------------------------------------------
5 Thans ga Ik naar Hem die Mij gezonden heeft, en toch vraagt niemand van u Mij: Waar gaat Gij heen?
6 Omdat Ik u dit gezegd heb, is uw hart vol droefheid.
7 Toch zeg Ik u de waarheid: het is goed voor u dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot u zenden.
8 Eenmaal gekomen zal Hij de wereld het overtuigend bewijs leveren van wat zonde, gerechtigheid en oordeel is:
9 van wat zonde is, omdat zij niet in Mij geloven;
10 van wat gerechtigheid is, omdat Ik naar de Vader ga, zodat gij Mij niet meer ziet;
11 van wat oordeel is, omdat de vorst dezer wereld geoordeeld is.
12 Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu niet verdragen.
13 Wanneer Hij echter komt, de Geest der waarheid, zal Hij u tot de volle waarheid brengen; Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar spreken al wat Hij hoort en u de komende dingen aankondigen.
14 Hij zal Mij verheerlijken, omdat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft.
15 Ik zei dat Hij aan u zal verkondigen wat Hij van Mij ontvangen heeft, omdat al wat de Vader heeft het mijne is.


Commentaar

1. Aria Basso: Wo gehest du hin? [him]

Boven een rustig voortschrijdende baslijn wordt de titelvraag door de zangstem op allerlei verschillende manieren gesteld. Zo wil Bach blijkbaar beter doen dan de leerlingen, tot wie Jezus in het evangelie zich verwonderd richt met de vaststelling dat niemand Hem naar zijn bestemming vraagt.


2. Aria Tenore:  Ich will an den Himmel denken [himt+]

Tenor, hobo en viool voeren een heerlijk hemelse dialoog en roepen een paradijselijke sfeer op: het antwoord op de vraag, gesteld in het vorige deel, lijkt zo gegeven.
De betekenis van Denn ich gehe wordt onderstreept door een trapsgewijs opstijgend motief, die van oder stehe door een lang aangehouden toon op stehe.


3. Corale Soprano: Ich bitte dich, Herr Jesu Christ [chmt]

Boven een beweeglijke partij voor de hoge strijkers all' unisono, stijgt in lange notenwaarden van een koraalmelodie het gebed van de sopraan ten hemel op.
De stevige grond van de basso continuo en het besliste unisono van de overige strijkers illustreren treffend de regels:

[Ich bitte dich, Herr Jesu Christ,
Halt mich bei den Gedanken]
Und laß mich ja zu keiner Frist
Von dieser Meinung wanken,
Sondern dabei verharren fest,
[Bis daß die Seel aus ihrem Nest
Wird in den Himmel kommen.]


4. Recitativo Basso: Gleichwie die Regenwasser bald verfließen [t]

Gleichwie die Regenwasser bald verfließen: op de onderstreepte lettergrepen horen we een volledige dalende toonladder, uitbeelding van het wegstromende regenwater.

Het gewone melisme op Freude.

[So kann doch wohl in besten Tagen / Ganz unvermut'] die letzte Stunde schlagen. Opvallend bescheiden klinkt de laatste klokslag: bim - bam, eigenlijk een te verwachten einde van zo menig recitatief; de tekst geeft er hier een diepere zin aan.


5. Aria Alto: Man nehme sich in acht [himt+]

Het lachende geluk wordt hier uitgebeeld door motieven van telkens tweemaal herhaalde stijgende secunden en door lange melismen op [Wenn das Gelücke] lacht.


6. Corale: Wer weiß, wie nahe mir mein Ende! [m]



Ter vergelijking


 
11 mei 2001
( 3 juli 2001 )
Johan De Wael