BWV 92

Ich hab' in Gottes Herz und Sinn ...

[ bestemming: Septuagesima (3de zondag vóór de vasten) (28.01.1725)]

( bezetting: sopraan, alt, tenor, bas; 2 hobo's, cello; koor, strijkers & BC)



 

Overzicht

1. Coro: Ich hab' in Gottes Herz und Sinn
2. Recitativo & Corale Basso: Es kann mir fehlen nimmermehr!
3. Aria Tenore: Seht, seht! wie reißt, wie bricht, wie fällt
4. Corale Alto: Zudem ist Weisheit und Verstand
5. Recitativo Tenore: Wir wollen nun nicht länger zagen
6. Aria Basso: Das Brausen von den rauhen Winden
7. Corale & Recitativo Soprano - Alto - Tenore - Basso: Ei nun, mein Gott, so fall ich dir
8. Aria Soprano: Meinem Hirten bleib ich treu
9. Corale: Soll ich denn auch des Todes Weg


Schriftlezingen

---------------------------------------------------------------------------------
1 Korintiërs 9.24-10.5: Het leven als race - Israël als waarschuwend voorbeeld
---------------------------------------------------------------------------------
24 Gij weet het: de hardlopers in het stadion lopen allen, maar slechts één wint de race. Loop zo dat ge wint!
25 En de atleten ontzeggen zich bij de training allerlei dingen. Zij doen dat om een vergankelijke krans, wij om een onvergankelijke.
26 Ik loop dan ook niet in den blinde, ik boks niet als een die in de lucht slaat.
27 Ik beuk mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, zelf te worden verworpen.
10:1 Gij moet goed weten, broeders, dat onze vaderen wel allen onder de wolk zijn geweest en allen door de Zee zijn getrokken;
2 en allen zijn zij door wolk en zee in Mozes gedoopt,
3 en allen aten zij hetzelfde geestelijk voedsel
4 en allen dronken dezelfde geestelijke drank – want zij dronken uit een geestelijke rots die met hen meeging, en die rots was de Christus –
5 maar in de meesten van hen heeft God geen welbehagen gehad; immers, zij werden neergeveld in de woestijn.
--------------------------------------------------------
Matteüs 20.1-16: De arbeiders in de wijngaard
--------------------------------------------------------
1 ‘Met het Rijk der hemelen is het als met een landeigenaar die vroeg in de morgen uitging om arbeiders te huren voor zijn wijngaard.
2 Hij werd het met de arbeiders eens voor een denarie per dag en stuurde ze naar zijn wijngaard.
3 Rond het derde uur ging hij er weer op uit en zag nog anderen werkloos op de markt staan
4 tot wie hij zei: Gaat ook naar mijn wijngaard en ik zal u geven wat billijk is.
5 En zij gingen. Rond het zesde en negende uur ging hij nog eens uit en deed hetzelfde.
6 Rond het elfde uur ging hij opnieuw uit en vond er weer anderen staan. Hij zei tot hen: Wat staat ge heel de dag werkloos?
7 Ze antwoordden hem: Niemand heeft ons gehuurd. Daarop zei hij tot hen: Gaat ook gij naar mijn wijngaard.
8 Bij het vallen van de avond sprak de eigenaar van de wijngaard tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders en betaal hun uit, te beginnen met de laatsten en zo tot de eersten.
9 Toen de arbeiders van het elfde uur kwamen, kregen zij elk een denarie;
10 toen nu ook de eersten kwamen, meenden dezen dat zij meer zouden krijgen, maar ook zij kregen ieder de overeengekomen denarie.
11 Ze namen hem wel aan, maar begonnen tegen de landeigenaar te morren
12 en zeiden: Dezen hier, die het laatst gekomen zijn, hebben maar één uur gewerkt en gij stelt ze gelijk met ons die de last van de dag en de brandende hitte hebben gedragen.
13 Maar hij antwoordde een van hen: Vriend, ik doe u toch geen onrecht? Zijt gij niet met mij overeengekomen voor een denarie?
14 Neem wat u toekomt en ga heen. Ik wil aan degene die het laatst gekomen is evenveel geven als aan u.
15 Mag ik soms met het mijne niet doen wat ik verkies of zijt ge kwaad, omdat ik goed ben?
16 Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn.’


Commentaar

1. Coro: Ich hab' in Gottes Herz und Sinn [chim]

Het begint simpel met een dialoog tussen twee hobo's en strijkers. Maar het vervolg is werkelijk grandioos. En bovenop de orkestbegeleiding en de rest van het koor is in de sopranen dan nog eens als cantus firmus de koraalmelodie Was mein Gott will, das g'scheh' allzeit te horen. Gelaagde muziek. Van begeleiding is hier echter nauwelijks te spreken, want zoals zo dikwijls bij Bach is die minstens zo mooi als de zangpartijen.


2. Recitativo & Corale Basso: Es kann mir fehlen nimmermehr! [ft+]

Zeer mooie voorbeelden van Bachs illustratieve techniek bij de woorden Mit Prasseln und mit grausem Knallen / Die Berge und die Hügel fallen: dalende toonladderfiguren als vallende bergen.
En golvende begeleidingsfiguren suggereren de deining van het water.
Merk ook de diepe tonen op Meer, ersäufen en mit mir zum Abgrund eilt: het diepe van de zee.


3. Aria Tenore: Seht, seht! wie reißt, wie bricht, wie fällt [hmtv]

Zeer suggestief werken de rusteloze, virtuoze raketfiguurtjes in de violen als illustratie van wie reißt, wie bricht, wie fällt... Ook de motieven in de bas maken een zeer onbestendige indruk.


4. Corale Alto: Zudem ist Weisheit und Verstand [chimt]

Merk op hoe de hobo's net op de valreep voor een treurige noot zorgen [Ob's noch so traurig schiene].


5. Recitativo Tenore: Wir wollen nun nicht länger zagen [t]

Let op toonzetting van:



6. Aria Basso: Das Brausen von den rauhen Winden [mtv+]

De onstuimige cellopartij en virtuoze melismen van de bas illustreren uitstekend het gieren van de gure winden.


7. Corale & Recitativo Soprano - Alto - Tenore - Basso: Ei nun, mein Gott, so fall ich dir [cfmt]

Een schitterende vondst als aanloop naar de volgende sopraanaria: de 4 zinnen van het vierstemmig gezongen koraal (waarvan de eerste helft homofoon, de tweede polyfoon) worden telkens gevolgd door een recitatief gezongen door respectievelijk - van laag naar hoog - bas, tenor, alt en sopraan! De sopraan mag dan verdergaan met de volgende hemelse aria.
Merk ook de hemelhoge toon op Himmelreich in het recitatief van de alt.


8. Aria Soprano: Meinem Hirten bleib ich treu [himt+]

Prachtige pastorale sfeer: hobo met pizzicato begeleiding van de strijkers. Dit wordt dus bedoeld met bei gedämpften Saiten uit het voorafgaande recitatief! Dit alles als teken van eenvoud en nederigheid, onderwerping aan en vertrouwen op de hemelse Herder. Schitterend evenwicht tussen beheerste (d. w. z. geen zotte) en toch volmaakte vreugde.


9. Corale: Soll ich denn auch des Todes Weg [m]



Ter vergelijking


 
23 maart 2001
Johan De Wael