Overzicht1. Coro: Ich hab' in Gottes Herz und Sinn2. Recitativo & Corale Basso: Es kann mir fehlen nimmermehr!3. Aria Tenore: Seht, seht! wie reißt, wie bricht, wie fällt4. Corale Alto: Zudem ist Weisheit und Verstand5. Recitativo Tenore: Wir wollen nun nicht länger zagen6. Aria Basso: Das Brausen von den rauhen Winden7. Corale & Recitativo Soprano - Alto - Tenore - Basso: Ei nun, mein Gott, so fall ich dir8. Aria Soprano: Meinem Hirten bleib ich treu9. Corale: Soll ich denn auch des Todes Weg |
|
1 Korintiërs 9.24-10.5: Het leven als race - Israël als waarschuwend voorbeeld --------------------------------------------------------------------------------- 25 En de atleten ontzeggen zich bij de training allerlei dingen. Zij doen dat om een vergankelijke krans, wij om een onvergankelijke. 26 Ik loop dan ook niet in den blinde, ik boks niet als een die in de lucht slaat. 27 Ik beuk mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, zelf te worden verworpen. 10:1 Gij moet goed weten, broeders, dat onze vaderen wel allen onder de wolk zijn geweest en allen door de Zee zijn getrokken; 2 en allen zijn zij door wolk en zee in Mozes gedoopt, 3 en allen aten zij hetzelfde geestelijk voedsel 4 en allen dronken dezelfde geestelijke drank want zij dronken uit een geestelijke rots die met hen meeging, en die rots was de Christus 5 maar in de meesten van hen heeft God geen welbehagen gehad; immers, zij werden neergeveld in de woestijn. |
|
Matteüs 20.1-16: De arbeiders in de wijngaard -------------------------------------------------------- 2 Hij werd het met de arbeiders eens voor een denarie per dag en stuurde ze naar zijn wijngaard. 3 Rond het derde uur ging hij er weer op uit en zag nog anderen werkloos op de markt staan 4 tot wie hij zei: Gaat ook naar mijn wijngaard en ik zal u geven wat billijk is. 5 En zij gingen. Rond het zesde en negende uur ging hij nog eens uit en deed hetzelfde. 6 Rond het elfde uur ging hij opnieuw uit en vond er weer anderen staan. Hij zei tot hen: Wat staat ge heel de dag werkloos? 7 Ze antwoordden hem: Niemand heeft ons gehuurd. Daarop zei hij tot hen: Gaat ook gij naar mijn wijngaard. 8 Bij het vallen van de avond sprak de eigenaar van de wijngaard tot zijn rentmeester: Roep de arbeiders en betaal hun uit, te beginnen met de laatsten en zo tot de eersten. 9 Toen de arbeiders van het elfde uur kwamen, kregen zij elk een denarie; 10 toen nu ook de eersten kwamen, meenden dezen dat zij meer zouden krijgen, maar ook zij kregen ieder de overeengekomen denarie. 11 Ze namen hem wel aan, maar begonnen tegen de landeigenaar te morren 12 en zeiden: Dezen hier, die het laatst gekomen zijn, hebben maar één uur gewerkt en gij stelt ze gelijk met ons die de last van de dag en de brandende hitte hebben gedragen. 13 Maar hij antwoordde een van hen: Vriend, ik doe u toch geen onrecht? Zijt gij niet met mij overeengekomen voor een denarie? 14 Neem wat u toekomt en ga heen. Ik wil aan degene die het laatst gekomen is evenveel geven als aan u. 15 Mag ik soms met het mijne niet doen wat ik verkies of zijt ge kwaad, omdat ik goed ben? 16 Zo zullen de laatsten de eersten en de eersten de laatsten zijn. |