Overzicht1. Aria Tenore: Es reißet euch ein schrecklich Ende2. Recitativo Alto: Des Höchsten Güte wird von Tag zu Tage neu3. Aria Basso: So löschet im Eifer der rächende Richter4. Recitativo Tenore: Doch Gottes Auge sieht auf uns als Auserwählte5. Corale: Leit uns mit deiner rechten Hand |
|
1 Tessalonicenzen 4.13-18: Afgestorvenen en levenden bij de wederkomst ---------------------------------------------------------------------------------------- 14 Wij geloven immers dat Jezus is gestorven en weer opgestaan; evenzo zal God hen die in Jezus zijn ontslapen levend met Hem meevoeren. 15 En dit kunnen wij u meedelen volgens een woord van de Heer: wij die in leven blijven tot de komst van de Heer, wij zullen de doden in geen geval vóórgaan. 16 Want wanneer het bevel gegeven wordt, als de stem van de aartsengel weerklinkt en de bazuin van God, dan zal de Heer zelf van de hemel neerdalen, en eerst zullen de doden die in Christus zijn verrijzen; 17 daarna zullen wij die nog in leven zijn tegelijk met hen in een oogwenk op de wolken in de lucht worden weggevoerd, de Heer tegemoet. En zo zullen wij voor altijd samen zijn met de Heer. 18 Troost elkander dan met deze woorden. |
|
Matteüs 24.15-28: Ondergang van tempel en stad - einde van de wereld -------------------------------------------------------------------------------------- 16 laten dan de mensen in Judea naar de bergen vluchten; 17 laat hij die zich op het dak bevindt niet naar beneden komen om te halen wat hij in huis heeft, 18 en die op het land is niet terugkeren om zijn mantel te halen. 19 Wee de zwangeren en zogenden in die dagen! 20 Bidt dat uw vlucht niet valt in de winter of op een sabbat! 21 Want zo verschrikkelijk zal die tijd zijn als er vanaf het begin van de wereld tot nu toe nooit een geweest is, noch komen zal. 22 Als die dagen niet verkort werden, zou geen mens gespaard blijven; maar zij zullen verkort worden omwille van de uitverkorenen. 23 Wanneer dan iemand u zegt: Hier is de Christus of daar, gelooft het niet. 24 Want er zullen schijnchristussen en schijnprofeten opstaan die grote tekenen en wonderen zullen doen, zodat zij, als dat mogelijk was, zelfs de uitverkorenen zouden misleiden. 25 Ziet, Ik heb het u voorspeld. 26 Als men u dus zegt: Hij is in de woestijn, loopt dan niet uit; of: Hij is binnenshuis, gelooft het niet. 27 Want zoals de bliksem uitschiet van het oosten en licht tot in het westen, zo zal het zijn met de komst van de Mensenzoon. 28 Overal waar aas ligt zullen gieren zich verzamelen. |
Van deze aria krijg ik telkens opnieuw weer een ongelooflijke kick! Wanneer zijn teksten over de eindtijd gaan, kent Bachs verbeelding werkelijk geen grenzen!
"Aldus blust de wrekende Rechter in zijn ijver
de kandelaar van het Woord uit met het oog op de straf."
De forse begeleiding suggereert de onwrikbaarheid van het besluit van
de Rechter.
De virtuoze trompetpartij verwijst natuurlijk naar het laatste oordeel
(Tuba mirum spargens sonum. The trumpet shall sound. "De bazuin van
God" (cf. supra, 1 Tess. 4.16)).
Maar de tekst gaat eigenaardig genoeg niet over verbranden, maar - net het tegenovergestelde - over uitblussen. Misschien kan men het blussen uitgebeeld zien in de opvallend veel voorkomende dalende toonladders in de strijkers. Ook het melisme van de bas als een dalende spiraal op aus kan hierop wijzen. Zelfs in de tekst zonder meer is het uitblazen van de kandelaar goed te horen, in de vele fricatieven (of wrijfklanken): So löschet im Eifer der rächende Richter / Den Leuchter des Wortes zur Strafe doch aus.
De vervloeking van de zondaars wordt weergegeven door een fors akkoord
op Sünder.
Zeer "mooie" of liever "gruwelijk gepaste" melodische accenten ook
op Greuel en mörderisch.