Overzicht1. Aria Basso: Wahrlich, wahrlich, ich sage euch2. Aria Alto: Ich will doch wohl Rosen brechen3. Corale Soprano: Und was der ewig gütig' Gott4. Recitativo Tenore: Gott macht es nicht gleichwie die Welt5. Aria Tenore: Gott hilft gewiß6. Corale: Die Hoffnung wart' der rechten Zeit |
|
Jakobus 1.22-27: Weest uitvoerders van het woord ------------------------------------------------------------- 23 Wie het woord hoort maar niet volbrengt, lijkt op iemand die het gelaat waarmee hij geboren is, in een spiegel beschouwt. 24 Nauwelijks heeft hij zich bekeken, of hij gaat heen en is vergeten hoe hij er uitzag. 25 Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, de wet van de vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtig toehoorder, maar als een uitvoerder metterdaad, die zal zalig zijn door zijn doen. 26 Als iemand meent vroom te zijn, terwijl hij zijn tong niet beteugelt en zijn hart misleidt, diens vroomheid is waardeloos. 27 Zuivere en onbevlekte vroomheid in de ogen van onze God en Vader is dit: wezen en weduwen opzoeken in hun nood, en zichzelf vrijwaren voor de besmetting van de wereld. |
|
Johannes 16.23-30: Vraagt in mijn Naam en gij zult verkrijgen ---------------------------------------------------------------------------- 24 Tot nu toe hebt gij niets gevraagd in mijn Naam. Vraagt en gij zult verkrijgen, opdat uw vreugde volkomen zij. 25 In beelden heb Ik hierover tot u gesproken; er komt een uur, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar Mij onomwonden tegenover u zal uiten omtrent de Vader. 26 Op die dag zult gij bidden in mijn Naam; het is niet nodig te zeggen dat Ik bij de Vader uw voorspreker zal zijn, 27 want de Vader zelf heeft u lief omdat gij Mij liefhebt en gelooft dat Ik van God ben uitgegaan. 28 Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen; weer verlaat ik de wereld en ga naar de Vader.’ 29 Toen zeiden zijn leerlingen: ‘Kijk, nu spreekt Gij onomwonden en gebruikt geen enkel beeld. 30 Nu zien wij dat Gij alles weet. Het is voor U niet nodig dat iemand U ondervraagt. Wij geloven daarom dat Gij van God zijt uitgegaan.’ |