BWV 26

Ach wie flüchtig, ach wie nichtig

[ bestemming: 24ste zondag na Drievuldigheidszondag (19.11.1724)]

( bezetting: sopraan, alt, tenor, bas; hoorn, traverso, 3 hobo's, viool; koor, strijkers & BC)



 

Overzicht

1. Coro: Ach wie flüchtig, ach wie nichtig
2. Aria Tenore: So schnell ein rauschend Wasser schießt
3. Recitativo Alto: Die Freude wird zur Traurigkeit
4. Aria Basso: An irdische Schätze das Herze zu hängen
5. Recitativo Soprano: Die höchste Herrlichkeit und Pracht
6. Corale:  Ach wie flüchtig, ach wie nichtig


Schriftlezingen

------------------------------------------------------
Kolossenzen 1.9-14: Gebed om Gods genade
------------------------------------------------------
9 Vanaf het ogenblik dat wij dit hebben gehoord, houden wij dan ook niet op voor u te bidden. Wij smeken God u alle wijsheid en geestelijk inzicht te schenken, zodat gij zijn wil volledig verstaat
10 en een leven leidt dat de Heer waardig is en Hem in alles behaagt. Moogt gij vruchten voortbrengen van actieve goedheid op allerlei gebied en tevens toenemen in de waarachtige kennis van God.
11 Moge Hij u in zijn heerlijke kracht machtig sterken om alles uit te houden en alles te verdragen.
12 Zegt met blijdschap dank aan de Vader, die u in staat stelde te delen in de erfenis van de heiligen in het licht.
13 Hij heeft ons ontrukt aan het domein van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van zijn geliefde Zoon,
14 in wie onze bevrijding verzekerd is en onze zonden vergeven zijn.
---------------------------------------------------------------
Matteüs 9.18-26: Opwekking van Jaïrus' dochtertje
---------------------------------------------------------------
18 Terwijl Hij zo tot hen sprak, kwam er een overste naar Hem toe, wierp zich voor Hem neer en zei: “Mijn dochter is zo juist gestorven: maar kom haar de hand opleggen, dan zal zij weer levend worden.”
19 Jezus stond op en ging met hem mee, vergezeld van zijn leerlingen.
20 Plotseling naderde Hem van achteren een vrouw die al twaalf jaar lang aan vloeiingen leed, en raakte de zoom van zijn mantel aan.
21 Want ze zei bij zichzelf: “Als ik alleen maar zijn mantel kan aanraken, zal ik al genezen zijn.”
22 Maar Jezus keerde zich om, en toen Hij haar zag sprak Hij: “Heb goede moed, dochter, uw geloof heeft u genezen.” En vanaf dat ogenblik was de vrouw gezond.
23 Toen Jezus in het huis van de overste kwam en de fluitspelers en het misbaar makende volk zag, sprak Hij:
24 “Gaat heen, want het meisje is niet gestorven maar slaapt.” Doch ze lachten Hem uit.
25 Toen al dat volk buitengezet was, trad Hij naderbij, greep haar hand en het meisje stond op.
26 Het verhaal hiervan deed de ronde door heel die streek.


Commentaar

1. Coro: Ach wie flüchtig, ach wie nichtig [chimt+]

De snelle (vooral stijgende toonladder)loopjes in alle stemmen en de abrupte stops symboliseren de vluchtigheid en vergankelijkheid van het menselijk leven:
Ach wie flüchtig, ach wie nichtig
Ist der Menschen Leben!
Wie ein Nebel bald entstehet
Und auch wieder bald vergehet,
So ist unser Leben, sehet!
Na een instrumentale inleiding zetten de zangstemmen in. Boven concerterende hobo's, hoorn, traverso, violen en de andere zangstemmen uit zingen de sopranen als engelen hemelhoog de koraalmelodie.
Dit heerlijke koor is veel te snel voorbij ... net als het leven waarover het het heeft.


2. Aria Tenore: So schnell ein rauschend Wasser schießt [chimtv]

Het snel vlietend water  - als beeld voor onze voortijlende levensdagen - wordt treffend geïllustreerd door de indrukwekkend lange melismen van de zangstem en de stijgende en dalende loopjes in de instrumentale stemmen (traverso, viool en basso continuo).
De melodie is ronduit verrukkelijk, speels en waardig tegelijkertijd, Bach op zijn best.
Het middendeel van deze da-capo-aria biedt enkele zeer mooie muzikale beelden.
Na Die Zeit vergeht schieten de ijle fluittonen fluks de hoogte in om dan abrupt op te houden - de cello imiteert terstond; zo ook na die Stunden eilen.
Op de woorden Wie sich die Tropfen plötzlich teilen wordt het vallen van de waterdruppels, de plotseling uiteenspattende waterval, uitgebeeld door herhaalde staccato fluittonen. Het motief doet sterk denken aan het slotkoor van het eerste deel van de Matteüspassie (O Mensch, bewein dein Sünde groß), waar de vallende tranen op vergelijkbare wijze worden uitgebeeld.
Merk het "gehakte" melisme op Teilen (de tweede keer nog langer en duidelijker).
Let ook op de dalende toonladders bij de woorden Wenn alles in den Abgrund schießt.
Dit schijnt Bachs langste tenoraria te zijn, maar hij lijkt in een oogwenk voorbij: zoveel boeiends valt erin te horen!


3. Recitativo Alto: Die Freude wird zur Traurigkeit [t+]

Een vreugdevol dalend en stijgend melisme op Freude, dan één treurig herhaalde toon op Traurigkeit.
De dalende melodie op Die Schönheit fällt als eine Blume beeldt het verval van de schoonheid uit.
Bemerk ook het contrast in toonhoogte op de woorden Die größte Stärke wird geschwächt.
En tot slot enkele dramatische akkoorden ter ondersteuning van Wird endlich durch das Grab vernichtet. ___ ___


4. Aria Basso: An irdische Schätze das Herze zu hängen [himtv]

De verleiding van de aardse schatten van de dwaze wereld - helemaal op het eind van de aria wordt het kwalijke karakter hiervan onderstreept door dalende chromatiek op der richten Welt - wordt wellicht uitgebeeld door de verlokkende klanken van de houtblazers (3 hobo's en fagot), die doen denken aan een slangenbezweerder.
Het middendeel van de da-capo-aria biedt een verbluffend virtuoze baspartij (te vertolken door de fagot!) die op schitterende wijze de alles verterende vuurgloed, de kolkende watervloed en het in puin uiteenvallen van alles (vooral) met dalende toonladders uitbeeldt, terwijl de hobo's met syncopen en repeteernoten de dramatische sfeer van de eindtijd oproepen.


5. Recitativo Soprano: Die höchste Herrlichkeit und Pracht [t+]

Opvallend is weerom een contrast in toonhoogte:
Die höchste Herrlichkeit und Pracht
Umhüllt zuletzt des Todes Nacht.
Hoge tonen ook op Gott en Hoheit.
Ook de laatste hoge tonen van [Und wenn die letzte Stunde] schläget klinken als een klok.
Dalende toonladder op de woorden Daß man ihn zu der Erde träget.
Diep dramatisch dissonant akkoord op [Und seiner Hoheit Grund] zerbricht.
De twee bescheiden slotakkoorden na Wird seiner ganz vergessen illustreren de vluchtigheid van de aardse roem.


6. Corale:  Ach wie flüchtig, ach wie nichtig [him]

Een zeer mooie, volle zetting van de koraalmelodie met omspelingen in alle stemmen.


De hele cantate is een wonder van compactheid en staat volledig in het teken van de vergankelijkheid van het menselijk leven: kort en krachtig, veel te rap voorbij, maar rijkelijk gevuld.


Ter vergelijking


 
26 november 2001
Johan De Wael