"Mathematics swims seductively just below the surface of Music"
Abstract:
1 Inleiding.....(inhoud)Met dit werkje wordt er gepoogd om een bijdrage te leveren voor een meer algemene verspreiding van kennis en technieken om een goede muzikale temperatuur in te stellen bij het stemmen van klassieke muziekinstrumenten bij middel van apparatuur waarmee op objectieve wijze toonhoogtes kunnen worden gemeten, en dit om volgende redenen:
. Twee aanhangsels gaan verder zeer bondig in op:
Voor de verklaring of het begrip van sommige termen of wetenswaardigheden wordt dus verwezen naar encyclopedies, of naar de talloze bestaande werken en werkjes over muziektheorie en notenleer. 2 Toonhoogtes.....(inhoud)2.1 Algemeen.....(inhoud)De toonhoogtes in een toonladder, hangen af van de gekozen muzikale temperatuur.De best gekende temperaturen en de eraan gepaarde toonhoogtes zijn: Tabel 1: Toonhoogtes in Hertz, van enkele muzikale temperaturen
Het ontstaan van de getallen in tabel 1 kan ten gronde worden bestudeerd in standaardwerken op gebied van muzikale temperaturen, zoals:
.
2.2 Meten van de toonhoogte.....(inhoud)Een toonhoogte kan gemeten worden in Hertz (of periodes per seconde), maar muzikale stem-instrumenten zijn dikwijls gekalibreerd volgens de gelijkzwevende temperatuur (zie Appendum 1, 1.3), waarbij een halve toon verder ingedeeld wordt in 100 cents of in komma’s (zie Appendum 1, 1.1).De tabellen 2.x hieronder geven de bovenbeschreven bijkomende gegevens, nuttig bij het stemmen. In deze tabellen zijn de Pythagorische en de natuurlijke temperatuur niet meer opgenomen, omdat ze niet gebruikelijk zijn. Tabel 2.1: Gelijkzwevende temperatuur
Tabel 2.2: Middentoon temperatuur
Tabel 2.3: Welgemtemperde selectiestemming, volgens Kellner
Tabel 2.4: Welgetemperde selectiestemming, volgens Kirnberger III
.. .. Aanbevelingen voor de keuze van de temperatuur:
. . Zie verder: prof. H. Kelletat, of appendix 1 . 2.3 Meetinstrumenten.....(inhoud)Het moet aan de hand van bovenstaande gegevens mogelijk zijn om te stemmen met de meeste gangbare steminstrumenten die op de markt beschikbaar zijn.Tegenwoordig is het ook mogelijk om te stemmen bij middel van een PC met geluidskaart en geschikte programma’s. Een zeer goed programma is bijvoorbeeld "Tunelab", te vinden op: Website http://www.tunelab-world.comDikwijls zal men bij het stemmen bij middel van meetapparatuur problemen ervaren bij een aantal "moeilijke" klanken zoals: de laagste en de hoogste noten van een pianoklavier, klanken met hoge harmonische inhoud, vibrato’s, klanken met zeer complexe samenstelling zoals dikwijls het geval is bij slaginstrumenten. Bij dikke snaren of luchtkolommen (dus bij lage noten) kan de klankkleur afwijken van een normale harmonische structuur, doordat de snaar of luchtkolom teveel afwijkt van het theoretisch ideaal model. Bij korte snaren (dus bij hoge noten) kan de klankkleur afwijken van een normale harmonische structuur, als gevolg van de stijfheid van de snaar; de snaar gedraagt zich voor een deel als een trillende staaf. Als gevolg van het bovenstaande heeft men bijvoorbeeld vastgesteld dat na het stemmen op het oor de grondtonen van de laagste en de hoogste noten van een piano lager, respectievelijk hoger, liggen dan normaal verwacht; de lagere en de hogere octaven zijn als het ware uitgerokken, zoals kan gezien worden in onderstaande figuur (overgenomen van "The Equal Tempered Scale and Pecularities of Piano Tuning", Jim Campbell, http://www.precisionstrobe.com/apps/pianotemp/temper.html). . ![]() Noot:Tenzij men beschikt over zeer complexe meetapparatuur, zal men voor complexe klanken kunstgrepen moeten toepassen, of in een uiterste geval toch bijkomend moeten overgaan naar een stemmen op het oor.
In appendum 2 wordt een meettechniek besproken, die gebaseerd is op autocorrelatietechnieken, en die zou moeten toelaten om ook voor zeer complexe klanken een zeer preciese toonhoogtemeting te kunnen uitvoeren.
3 Besluit.....(inhoud)Het is mijn hoop dat deze tekst op termijn zou kunnen bijdragen tot het doel dat hier wordt gesteld:Ook in het geval van zeer complexe klanken."Het stemmen van klassieke muziekinstrumenten bij middel van objectieve toonhoogtemeting" Een kwalitatief goede en gebruikersgeoriënteerde oplossing voor
meetapparatuur die ten volle voldoet aan de verwachtingen, ook voor complexe
klanken, is nog niet beschikbaar.
Commentaar op deze tekst is steeds welkom.
Ir. Johan Broekaert
tel 32 - 3 - 455.09.85
Volgende personen leverden in de voorbije jaren een sterk gewaardeerde bijdrage tot het tot stand komen van deze tekst: Mijn echtgenote Rosette Devriendt, en onze kinderen, met wie het steeds interessant was om van gedachte te kunnen wisselen over dit onderwerp. Mevr. J. Jacobs-Waayeret, pianiste, zangeres, lerares notenleer en piano aan de muziekacademie te Mortsel, die mij het eerst met meer gespecialiseerde literatuur in contact bracht. F. Cuypers, dirigent, directeur van de muziekacademie te Mortsel. Mevr. C. Vandervelden, lerares notenleer aan de muziekacademie te Mortsel. Ing. W. Palmans, Ir. M. Boets en andere collega's in mijn werkomgeving Agfa-Gevaert N.V., waarbij ik het risico om verdere namen te vernoemen niet wil nemen gezien de kans dat ik er zou kunnen vergeten. De heer J. Mestdagh, componist, dirigent en ereleraar contrapunt en fuga aan de muziekconservatoria van Gent en Brussel, en ir. M. Van Cauwenberghe die mij met hem in contact heeft gebracht. Mevr. M. Dejonghe-Roberts en Ir. J.J. Caufriez, die mij bijstonden in de vertaling van deze tekst naar het Engels en het Frans, hun respectievelijke moedertalen. Noot: Ondergetekende is reeds sinds 1983 sterk geïnteresseerd in dit onderwerp. Het onderwerp van deze internet publicatie werd reeds besproken in een papieren documentje met zeer beperkte verspreiding: "Het Muzikaal Stemmen (het temperen) van Klassieke Muziekinstrumenten op basis van Elektronische Toonhoogtemetingen" Opgesteld door J. Broekaert, op 26 november 1990 te Mortsel. In de gerefereerde tekst werd reeds een eerste maal aangetoond dat autocorrelatietechnieken
kunnen worden toegepast, toen evenals nu bij middel van de publicatie van
de resultaten van een simulatie op een rekenblad.
INHOUD Het stemmen van klassieke muziekinstrumenten bij middel van objectieve toonhoogtemeting 1 Inleiding...
Appendum 1 Kenmerken van de muzikale temperaturen.... 1 Elementaire muzikale kenmerken 1.1 De Pythagorische temperatuur 1.2 De natuurlijke (reine) temperatuur 1.3 De gelijkzwevende temperatuur 1.4 De middentoon-temperatuur 1.5 Selectiestemmingen 1.6 De "Welgetemperde Stemwijze" 1.7 Verdere studie 2 Muziek-technische analyse 2.1 Basisgegevens 2.2 Karakteristieken van de tweeklanken in functie van de temperatuur: overzicht 2.3 Karakteristieken van de tweeklanken: kwintencirkel 2.4 Karakteristieken van de tweeklanken: Grafische vergelijking Appendum 2 Toonhoogte-meettechnieken....
|
| Vertaling van het VOORWOORD en de INLEIDING tot "Zur Musikalischen
Temparatur"
Voorwoord
Het werk dat hier wordt voorgelegd, heeft een lange voorgeschiedenis.
Als student aan de universiteit van Köningsberg werd Herbert Kelletat
reeds vroeg vertrouwd met muzikale uitvoeringsproblemen op orgels, door
het nieuw orgel in de aula van de universiteit waarvan het orgelwerk door
Christhard Mahrenholz werd ontworpen, en door het onderwijs van ondergetekende
die als assistent van Wilibald Gurlitts in Freiburg het ontstaan en de
baanbrekende werking van het Praetorius-orgel had kunnen meemaken. Hij
werkte zich op tot een bekwaam en ervaren orgelkenner en -historicus. Zijn
dissertatie "Geschiedenis van de Duitse orgelmuziek in de vroege Klassiek"
("Zur Geschichte der deutschen Orgelmusik in der Frühklassik"; Königsberger
Studien zur Muzikwissenschaft, Bd. 15, 1933) behandelt met grote vakkennis
een moeilijk evolutiegebied van orgelbouw en orgelcompositie. Men stelt
vast dat de auteur ondertussen ook een rijke ervaring als organist verworven
heeft, vooral als orgelpedagoog (aan het Instituut voor Kerk- en Schoolmuziek
van de universiteit van Königsberg) en door zijn studies bij Karl
Matthei. Door improvisaties op het orgel bekwam hij de Gerkard Schwarz
onderscheiding. Zijn verdere loopbaan, tijdens dewelke hij onder andere
ambtshalve als orgeldeskundige en later als leraar voor liturgisch orgelspel
en improvisatie aan de Berlijnse Hogeschool voor Muziek werkzaam was, liet
hem toe uitgebreid te reizen voor kennismaking met de belangrijkste nieuwe
en oude orgels. Daarbij stelde zich onvermijdelijk het probleem van de
juiste temperatuur voor orgels; hij legde er zich op toe dit door een jarenlange
studie te doorgronden. Het resultaat van deze arbeid is het voorliggend
boek; het orgel in Wiehl (Rheinland) is het instrument waarop hij de uitgewerkte
theorieën praktisch kon toetsen. Dit door elkaar en tegensprekelijk
bevruchten van praktijk en theoretische bezinning zijn kenmerkend voor
het voorliggend werk. Ik beken hierbij, dat de praktische demonstraties
van een door hem en volgens zijn principes omgestemd orgel mij werkelijk
overtuigden.
Dr. Joseph Müller-Blateau
Voorwoord bij de tweede editie Sinds het verschijnen van de eerste editie, 20 jaar terug, is de wetenschappelijke
discussie betreffende de "juiste temperatuur" gestaag toegenomen en ze
is, over het geheel gezien, gespaard gebleven van een steriele twist betreffende
de toe te passen stemmethode. Enkele mathematische spitsvondigheidjes en
historisch niet geverifieerde constructies voor muzikale temperaturen hebben
de visie op het wezenlijke van het probleem eerder verscherpt, zodat ook
de muzikale praktijk de experimentele stadia doorstaan heeft. De indertijd
geformuleerde theses en voorstellen voor de muzikale praktijk zijn duidelijk
actueel gebleven. De tweede editie diende daardoor noch veranderd noch
aangevuld te worden. Een brief van Albert Schweitzer werd toegevoegd, in
zekere zin als nawoord.
Herbert Kelletat. Terug naar noot over vertaling
Aanhangsel Vertaling van het facsimilé van een brief van Albert Schweitzer aan de schrijver (verkleind in het oorspronkelijk Duitstalig boek mede afgedrukt, vertaling slechts naar beste vermogen mogelijk omwille van de moeilijke leesbaarheid). Hernn Professor
Dr. Albert Schweitzer
Lieve heer professor, laat U mij arme kerel toe, om U uit te leggen,
waarom het antwoord op de toezending van uw zo interessant manuscript zo
laat komt. Mijn leven in Lambarene is zo sterk gevuld en zo ingewikkeld,
dat ik niet tot schrijven ben kunnen komen, zoals ik het wenste. Ook belemmeringen
door mijn "levensingespannen" ogen geven mij moeilijkheden.
Met de beste dank
Wat komt er als orgel in de Kaiser-Wilhelm Gedächtniskirche? In
de zomer van 1899 heb ik daar Prof Reinmann als organist vervangen, wanneer
hij wegens ziekte afwezig was (naar een kuuroord). Dat Sanerorgel was geen
meesterinstrument.
. Opmerking bij de vertaling: uit
het boek "J. S. Bach" van Yvonne Tiénot, uitg. H. Lemoine, 1951
lezen we op p. 31: "Pour commencer, tout semble devoir bien aller. Le recteur
Ernesti, homme intelligent -bien que trop faible pour maintenir dans son
institution l' ordre et la discipline- fait à son égard preuve
de bienveillance, Schweitzer, dans son ouvrage "Bach, le musicien-poète",
parle de lui comme d' un veillard sans energie." Blijkbaar zou Kelletat
Schweitzer aangeschreven hebben om zijn oordeel en steun als Bach-kenner
te bekomen, betreffende de uitgave van zijn werk, en zou de bij deze gepubliceerde
brief van Schweitzer een antwoord zijn op zijn verzoek.
Terug naar noot over vertaling
INHOUD Voorwoord door Joseph Müller-Blatteau De welgetemperde temperatuur De welgetemperde temperatuur volgens Werckmeister, Neidhardt, Mattheson,
Kirnberger
De middentoon Hoofdkenmerken van het systeem met middentoon
Temperaturen in de 18-de eeuw Temperatuur-categorieën
De "Kunst der reinen Satzes" van Kirnberger als compositie-leer van
Joh. Seb. Bach.
Stemproblemen Stemaanwijzingen van Kirnberger
Eigenschappen van de verschillende toonaarden Standpunten van Kirnberger over de eigenschappen van de toonaarden 38
Pythagoriek Hoofdkenmerken van het Pythagorisch systeem
Temperatuur-problemen bij orgels Klankstructuur en toonordening van het klassiek (middentoon) orge
Aanhangsel: Brief van Dr. Albert Schweitzer
|