| HOME | Nederlands | Latijn | Eigenschappen | Kwalen | Recepten | Links | Bronnen |
Beschrijving :
|
Zonnebrand van http://www.kring-apotheek.nl Zonlicht en UV-straling Zonlicht is een mengeling van straling van diverse golflengtes. In de regenboog is het zichtbare deel van de zonnestralen geordend naar de lengte van de golven. Van paars naar rood zijn de golven steeds langer. Het infrarood, met een golflengte groter dan die van het rood, is niet zichtbaar maar voelen we als (zonne) warmte. Het ultraviolet of UV heeft een golflengte kleiner dan die van het paars. Ook dit deel van de zonnestraling is niet zichtbaar. De meeste UV-straling krijgen we via zonlicht. Niet alle UV bereikt de aarde: een deel wordt tegengehouden door de ozonlaag. Er zijn 3 soorten UV-stralen. UV-A stralen dringen door in onze huid en worden bijna niet tegengehouden door de ozonlaag. UV-B stralen geven een natuurlijke bescherming tegen de zon door verkleuring en verdikking van de huid. UV-C stralen bereiken de aarde niet, ze worden vastgehouden in de ozonlaag. De kracht van de zon wordt wel uitgedrukt in de UV-index, die in Nederland kan variëren van 1 t/m 10. In landen dichter bij de evenaar en in de bergen kan een hogere UV-index voorkomen. De UV-index is mede bepalend voor adviezen over zonnebaden. Het KNMI geeft tussen eind april en eind september zon-krachtinformatie op teletekst pagina 708 of de internetsite www.knmi.nl. UV heeft in sommige gevallen een positieve uitwerking. Onder invloed van UV uit zonlicht of bruiningsapparatuur vormen pigmentcellen het bruine huidpigment dat een natuurlijke bescherming geeft tegen het zonlicht. Onder invloed van UV-B straling wordt vitamine D in ons lichaam aangemaakt. Ook bij sommige huidaandoeningen (bijvoorbeeld psoriasis) kan UV-straling een positieve uitwerking hebben. Risico's van UV-straling Zowel UV-A als UV-B kunnen cellen en erfelijk materiaal beschadigen waardoor huidkanker kan ontstaan. UV-B vormt hierbij het belangrijkste risico. Hoewel vroeger werd gedacht dat UV-A niet schadelijk was, blijkt UV-A 10 tot20% bij te dragen aan het kankerrisico. Om zich te beschermen tegen schade aan erfelijk materiaal probeert de huid zich te verdikken ( na UV-B straling). Pigmentcellen maken de stof melanine aan die de huid bruin kleurt. Dit betekent dus dat als de huid bruin wordt, er al schade is opgetreden. Omdat de ozonlaag door milieuvervuiling dunner wordt en minder UV-straling wordt geabsorbeerd, neemt het aantal gevallen van huidkanker toe. Daarnaast kan de huid onder invloed van UV-A en UV-B verbranden, ook onder de zonnebank. Verbranding gaat gepaard met roodheid en in ernstige gevallen rillingen, blaren, misselijkheid en koorts. Op lange termijn zal de huid haar elasticiteit verliezen, versneld verouderen (pigmentvlekken, rimpels, leerachtige droge huid) en gevoelig blijven voor jeuk, pukkeltjes etc. Een zonnesteek ontstaat door langdurig verblijf of lichamelijke arbeid in de zon (met name bij zon in de nek) en gaat gepaard met verwardheid, plotselinge spierzwakte, hoofdpijn en een algemeen hittegevoel. Een zonnesteek is het gevolg van zout en vochtverlies. Met de volgende maatregelen kunt u een zonnesteek voorkomen. Draag altijd een hoed of pet met zonneklep. Zoek regelmatig de schaduw op. Zorg voor voldoende vochtinname. Gebruik wat extra zout om een tekort te voorkomen. Zouttabletten worden vaak slecht verdragen, gewoon de zoutpot op tafel wat vaker gebruiken is ook voldoende. Als iemand toch een zonnesteek heeft opgelopen, moet die persoon half zittend in de schaduw worden neergelegd. Maak knellende kleding los en zorg voor afkoeling door natte doeken op het hoofd te leggen. Laat de patiënt veel drinken en waarschuw altijd een arts. Bij een zonneallergie ontstaan jeukende bultjes, blaasjes en schilfers op de lichaamsdelen die zijn blootgesteld aan de zon. Meestal verdwijnen de klachten binnen een paar dagen. Indien u weet dat u last heeft van een zonneallergie is het raadzaam om uit de zon te blijven of het licht van de zon tegen te houden met een goede sunblock. Deze zijn verkrijgbaar bij uw Kring-apotheek. Eventueel kan een allergie veroorzaakt worden door een reactie op ingrediënten van het anti-zonnebrandmiddel. Het is raadzaam een ander product te proberen, om te bepalen of dit de oorzaak van de allergie is. Een aantal geneesmiddelen kan in combinatie met zonlicht een chemische reactie geven die lijkt op een heftige verbranding. De verbranding beperkt zich dan tot de delen van de huid die aan de zon zijn blootgesteld. Er bestaat ook een aantal geneesmiddelen dat, in combinatie met zonlicht, een allergische reactie kan geven die lijkt op eczeem. De kans daarop is veel kleiner en hierbij kan de uitslag ook voorkomen op delen van de huid die niet aan het zonlicht zijn blootgesteld. Wilt u meer weten of u met uw geneesmiddelen veilig in de zon kunt, raadpleeg dan de bijsluiter of vraag uw Kring-apotheek om advies. Huidtypen Niet elke huid is even gevoelig voor zonlicht. Over het algemeen worden 4 huidtypen onderscheiden: Huidtype 1 Heeft u een zeer lichte huid, blonde of rossige haren en sproeten of lichtblond haar met blauwe ogen dan heeft u weinig pigment en bent u derhalve gevoelig voor zonlicht. U verbrandt snel en wordt niet of nauwelijks bruin. Huidtype 2 Als u een lichte huid heeft met blond haar en lichte ogen, dan verbrandt u snel en wordt u langzaam bruin. Huidtype 3 Bezit u donkere tot bruine haren en donkere ogen, dan zult u niet gemakkelijk verbranden en wordt u gemakkelijk bruin. Huidtype 4 Heeft u een getinte huid, donker haar en ogen, dan verbrandt u bijna nooit en bruint u zeer goed. Uiterlijke kenmerken zijn niet altijd bepalend voor de zongevoeligheid. Door eigen ervaring weet u zelf vaak het beste hoe snel u verbrandt en bruin wordt. Ook de conditie van de huid, de tijd van het jaar en de weersomstandigheden spelen een rol bij hoe gevoelig u bent voor zonlicht. Wanneer de huid niet gewend is aan zonlicht kan bij te lange blootstelling een reactie optreden. Met behulp van de UV-index van het KNMI van die dag kunt u elke dag inschatten welke beschermende maatregelen u moet nemen. Kinderen De kinderhuid is een verhaal apart. Bij volwassenen bestaat een bepaalde laag van de huid uit dode De kinderhuid is extra gevoelig voor zonnestralen. Bij volwassenen bestaat een bepaalde laag van de huid uit dode huidcellen die een barrière vormen tegen straling, uitdroging en het binnendringen van vreemde stoffen. Bij baby's ontbreekt deze zogenaamde hoornlaag. Deze wordt pas in de loop der jaren gevormd.Tot ongeveer het vierde levensjaar is de hoornlaag onvoldoende ontwikkeld om als bescherming te dienen, zowel tegen UV-straling als tegen uitdroging. Een ander beschermingsmechanisme is de vorming van melanine (een bruine kleurstof) onder invloed van de zon. Kleine kinderen vormen bijna geen melanine waardoor er te weinig pigment ontstaat om afdoende bescherming te bieden. Baby's en kinderen tot 15 jaar zijn extra gevoelig voor UV-straling. Blootstelling aan overmatige UV-straling kan schade op de lange termijn teweeg brengen. Extra bescherming in de vorm van een anti-zonnebrandmiddel met een hoge beschermings-factor en het dragen van kleding is daarom noodzakelijk. Het gebruik van bruiningsapparatuur voor kinderen tot 15 jaar wordt ten sterkste afgeraden. De duur van het zonnebaden Over het algemeen denkt men dat de huid pas verbrand is als die rood is en pijn doet. Maar de huid is al verbrand als deze 8 tot 24 uur na het zonnen lichtrood kleurt. Uw huidtype en de UV-index bepalen hoelang u in de zon kunt liggen. Het is belangrijk om uw huid geleidelijk aan de zon te laten wennen. Een richtlijn voor de maand juli tussen 12.00 en 15.00 uur is huidtype x 10 minuten. Voor de maanden juni en augustus geldt huidtype x 15 minuten en voor mei en september huidtype x 25 minuten. Voorbeeld: u hebt huidtype 2, u bruint wel maar vlot gaat het niet. In juli zou u dan tussen 12 en 3 uur maximaal 2 x 10 minuten (=20 minuten) onbeschermd in de zon kunnen doorbrengen. U kunt er overigens ook voor kiezen om vóór twaalven en ná drieën te zonnen. Op deze manier kan de huid zich aanpassen waardoor u een kleinere kans heeft op verbrandingsverschijnselen. Gun uw huid af en toe rust en blijf ook eens een dag uit de zon. Anti-zonnebrandmiddelen Anti-zonnebrandmiddelen beschermen de huid tegen verbranden en uitdrogen. Deze middelen bevatten een beschermingsfactor. In Nederland wordt beschermingsfactor 15 aanbevolen. Anti-zonnebrandmiddelen met een beschermingsfactor vanaf 25 zijn de zogenaamde sunblocks. Voor personen met huidtype 1 of bij sommige huidafwijkingen kan een sunblock zinvol zijn. Bedenk echter dat ook een sunblock niet alle UV-straling kan tegenhouden. Wanneer u bij gebruik van bruiningsapparatuur verbrandt, kunt u beter de tijdsduur per keer beperken dan anti-zonnebrandmiddelen gebruiken. Als u een anti-zonnebrandmiddel gebruikt, kunt u deze het beste een half tot één uur voor u in de zon gaat opbrengen. De werkzaamheid van deze middelen loopt terug, daarom moeten ze na twee uur opnieuw worden aangebracht. Dit geldt ook voor de zogeheten waterproofmiddelen. Breng de middelen eveneens opnieuw op na het zwemmen of bij sterke transpiratie. Houd er rekening mee dat anti-zonnebrandmiddelen nog wel UV-stralen doorlaten. Als u langere tijd in de zon verblijft, kunt u ondanks zo'n middel toch verbranden. Opnieuw insmeren kan verbranding dan niet meer voorkomen. Er zijn veel anti-zonnebrandmiddelen met verschillende beschermingsfactoren verkrijgbaar. Let bij de keuze op de beschermingsfactor, uw huidtype, de waterbestendigheid en vorm van het middel (bijvoorbeeld lotion, gelof crème). Uw Kring-apotheek adviseert u graag bij het maken van een keuze. Naast de anti-zonnebrandmiddelen zijn er ook bruiningsproducten en snelbruiners verkrijgbaar. Bruiningsproducten bespoedigen het bruin worden in de zon. Ze zijn echter niet geschikt voor een langdurig verblijf in de zon. Als u dit soort middelen gebruikt, dient u zich daarnaast ook nog te beschermen tegen UV-straling. Snelbruiners zijn producten die uw huid bruinen zonder zon. Zij bieden geen enkele bescherming tegen UV. Hoe is zonnebrand te voorkomen Om zonnebrand te voorkomen, moet u ervoor zorgen dat uw huid goed beschermd is. Een goede bescherming van de huid betekent een goede bescherming tegen UV-A en UV-B-stralen. Een aantal belangrijke adviezen zijn: Gebruik een anti-zonnebrandmiddel met een goede beschermingsfactor (BF) of Sun Protection Factor (SPF) tegen zowel UV-A als UV-B (zie ook anti-zonnebrandmiddelen). Tussen 12.00 en 15.00 uur is de zon het felst. Deze periode kunt u beter niet zonnebaden. Laat de huid geleidelijk aan de zon wennen Draag beschermende kleding zoals een hoed of pet met zonneklep, een shirt met lange mouwen, een lange broek en een zonnebril. Natte kleding laat trouwens meer straling door dan droge kleding. Bij een heldere lucht, sneeuw, water of zand wordt straling gereflecteerd, waardoor deze sterker op de huid werkt. Parasols en bewolking laten UV-stralen door, dus ook dan kan bescherming nodig zijn. Gun uw huid rust en blijf eens een dag uit de zon. De hoeveelheid UV hangt niet af van de temperatuur. Hoog in de bergen is er veel meer UV dan op zeeniveau omdat de straling een minder lange weg door de dampkring hoeft af te leggen. Voor mensen die houden van berg- en/of wintersport is het zeer belangrijk om te zorgen voor een goede bescherming. Cosmetica kan onder invloed van UV vervelende huidreacties opleveren. Verwijder daarom alle cosmetica (oogschaduw, lippenstift, deodorant enz.) voor u gaat zonnen. Doe datook als u bruiningsapparatuur gaat gebruiken. Zon en alcohol gaan slecht samen. Als u gaat zonnen kunt u beter geen alcohol gebruiken. Alcohol verwijdt de bloedvaten nog eens extra. Dit kan zonnebrand verergeren. Blijf uzelf ook beschermen als u eenmaal bruin bent. Een bruine huid beschermt namelijk niet volledig tegen de negatieve effecten op lange termijn. Wat kunt u er zelf aan doen Na het zonnen is de huid erg gevoelig. Daarom kunt u het beste voorzichtig douchen en daarbij geen zeep gebruiken, want dit is te prikkelend voor de huid. Een after sun product kalmeert, verzacht en ontspant de huid. In de serie huis-tuin-en-keukenmiddeltjes kunnen nog genoemd worden de verkoelende werking van komkommer (in plakjes of de schillen) en yoghurt (opbrengen en na een kwartiertje weer afspoelen). Na het zonnen kunt u beter geen bodymilk gebruiken. Dit heeft alleen een verzorgende en geen verkoelende werking. Als uw huid erg verbrand is, kan afkoelen door middel van natte kompressen verlichting bieden. Bij erge pijn kunt u eventueel paracetamol gebruiken. van : http://www.huidinfo.nl/zon&huid.htm Zon & Huid Wat is zonlicht? De zon is het centrum van ons zonnestelsel, de centrale ster in 'ons' stukje van het universum. De zon zendt verschillende soorten straling uit die in 3 groepen kan worden verdeeld: infrarood: dit is onzichtbare straling die warmte geeft. zichtbaar licht: het soort licht ('de kleuren van de regenboog') die voor onze ogen de wereld om ons heen zichtbaar maakt. ultraviolet: dit is, net als infrarood, onzichtbare straling. Ultraviolette straling Ultraviolette straling (UV-straling) wordt op zijn beurt weer ingedeeld in 3 soorten: UV-A, UV-B en UV-C. Normaal gesproken houdt de dampkring om de aarde het grootste deel van de UV-straling tegen. Vooral de ozonlaag speelt hierin een belangrijke rol. De dampkring werkt dus als een UV-schild en dat is maar goed ook, aangezien UV-straling de huid ernstig kan beschadigen. UV-C is de krachtigste vorm van UV-straling, doch deze bereikt het aardoppervlak niet. UV-B wordt grotendeels door de dampkring tegengehouden, maar mij een wolkenloze hemel dringt er toch nog vrij veel door tot aan het aardoppervlak. UV-B is de belangrijkste veroorzaker van zonnebrand en huidkanker. UV-A dringt vrij makkelijk door tot het aardoppervlak en is de minst schadelijke van de drie UV-soorten. Toch kan ook UV-A in hogere dosis leiden tot zonnebrand en huidkanker. De goede kant van UV Toch heeft UV-straling ook goede kanten: zo is het essentieel voor de aanmaak van Vitamine D in het menselijk lichaam. Een tekort hieraan veroorzaakt bij kinderen ontwikkelingsstoornissen van de botten. Tijdens de industriele revolutie in Europa werkten veel kinderen in fabrieken en kwamen slechts zeer weinig in de zon. Het gevolg was dat de beenderen niet goed tot ontwikkeling kwamen. Omdat dit fenomeen vooral veel in Engeland werd gezien (weinig zon én vroege industriele ontwikkeling) werd het de 'Engelse Ziekte' genoemd. De medische term hiervoor is Rachitis. Bij normale blootstelling aan de zon is er ruim voldoende aanmaak van Vitamine D. UV-straling heeft, mits goed gedoseerd, een ontstekingsremmende werking op de huid. Bij eczeem en psoriasis kan door de dermatoloog UV-lichttherapie worden toegepast. De slechte kant van UV De energie van UV-straling wordt in de huid opgenomen door eiwitten. Een belangrijke structuur in de huidcellen is het erfelijk materiaal, het DNA. Door de absorptie van de energie kan het DNA veranderen. Wanneer dit een kleine verandering in de DNA-structuur betreft kan deze fout door speciale andere eiwitten door de cel weer worden gerepareerd. Bij uitgebreide schade van het DNA zal de huidcel sterven. Wanneer er echter door de UV-straling een beschading van het DNA optreedt die niet door de cel wordt opgemerkt of verkeerd wordt gerepareerd, kan de verandering aan het DNA blijvend zijn. In sommige gevallen kan de beschadiging zodanig zijn dat de cel zich ongeremd en ongecontroleerd kan gaan delen. Er is huidkanker ontstaan... Er zijn verschillende soorten huidkanker en voorlopers van huidkanker die door UV-beschadiging kunnen ontstaan, zoals actinische keratosen, basaalcelcarcinoom, plaveiselcelcarcinoom en melanoom. Bovendien breekt UV-straling de elastinevezels, die de huid soepelheid en veerkracht geven, af. Het is vergelijkbaar met wat er met een gewoon elastiekje gebeurt dat in de zon ligt: binnen enkele dagen is het elastine kapot en verkruimelt het elastiekje. Weliswaar wordt er in de huid steeds nieuwe elastine aangemaakt om de afgebroken elastine te vervangen, maar dit aanmaakproces neemt af bij het ouder worden. Wanneer de afbraak groter is dan de aanmaak wordt de huid slap en ontstaan rimpels. Dit noemt men in het Engels 'photoageing'. UV-straling veroorzaakt soms vlekkerige pigmentafwijkingen van de huid. Melasma (zwangerschapsmasker) is een voorbeeld hiervan. Bruinen De huid probeert zich zelf ook te beschermen tegen de UV-straling. Dit gebeurt door het aanmaken van pigment dat in de cellen van de opperhuid wordt gelegd. Zo ontstaat een 'parasol' van pigment (melanine) die de cellen in de basis van de opperhuid afschermt tegen de UV-straling. Hierdoor wordt de kans op het onstaan van schade aan het DNA sterk verminderd. Dit proces kennen wij als 'bruinen'. Mensen die moeilijk pigment aanmaken (zeer blonde mensen of mensen met rood haar) zijn dus nauwelijks in staat die beschermende pigment-paraplu te vormen en hebben dus een veel groter risico op het krijgen van huidkanker dan mensen die wel makkelijk bruin worden, of die van nature al een donkere huid hebben. Hoeveel UV-straling zit er in zonlicht? De kracht van het UV is van verschillende factoren afhankelijk: jaargetijde: in de zomer is de hoeveelheid zonlicht veel groter dan in de winter, dit heeft te maken met de baan van de aarde om de zon. tijdstip van de dag: midden op de dag staat de zon loodrecht boven het aardoppervlak en hoeft maar een relatief korte afstand door de dampkring te worden afgelegd. De hoeveelheid UV-straling is dan het grootst. breedtegraad: hoe dichter bij de evenaar, hoe meer UV-straling. hoogte: hoog in de bergen is er minder UV uit het licht gefilterd dan op zeeniveau. weerkaatsing: wanneer UV wordt weerkaatst zoor sneeuw, water of zand is er sprake van sterke verhoging van UV: de straling komt nu immers uit meerdere richtingen. extra filters: bij zware bewolking dringt er maar weinig UV door naar het aardoppervlak. Bescherming tegen UV-straling. Gezien het risico op huidverbranding, ontwikkeling van huidkanker, en vervroegde veroudering van de huid is het belangrijk om de huid niet te veel bloot te stellen aan UV-straling. Wanneer U toch langere tijd aan de zon wordt blootgesteld (bijvoorbeeld tijdens vakanties) is een goede bescherming noodzakelijk. Speciaal voor jongere kinderen (tot 16 jaar) is optimale bescherming van belang, omdat bekend is dat zonneschade aan de jonge huid een extra groot risico op huidkanker op latere leeftijd veroorzaakt. Beschermingsmaatregelen: Kleding textiel kan een belangrijk deel van het UV tegenhouden. Het dragen van T-shirts of blouses op zomerdagen is dus nuttig. Wanneer men langdurig in de zon blijft is het wel verstandig om de huid ònder de kleding toch in te smeren met zonnebrandcreme. Er zijn speciale textielsoorten ontwikkeld die de huid zeer goed afschermen tegen UV-straling. Van deze stoffen wordt o.a. werkkleding en sportkleding gemaakt. Hoeden en petten Hoe breder de rand van de hoed, hoe meer schaduw in het gelaat valt, hoe beter dus de bescherming. Het nadeel van petten is dat ze maar aan één kant schaduw geven. Afhankelijk van hoe de pet gedragen wordt is het gezicht of de nek beschermd. Bij mensen met een (deels) kalend hoofd of een zeer korte haardracht, is het dragen van een hoed of pet van extra groot belang om de hoofdhuid te beschermen. Mijdt felle zon De zonkracht is rond het middaguur altijd het sterkst. Probeer daarom op die momenten de zon te mijden. In Noord Europa is dat ‘szomers tussen 12.00 hr en 15.00 hr. In (sub-)tropische gebieden is deze periode vaak aanmerkelijk langer. Bedenk dat door weerkaatsing van de (onzichtbare) UV-straling door bijvoorbeeld zand of water ook UV kan doordringen in de schaduw onder parasols etc. Gebruik bij zonnig weer dan ook altijd een zonnebrandcreme, zelfs als U in de schaduw zit. Zonnebrillen Ook de ogen kunnen door UV-straling worden beschadigd. Draag daarom zonnebrillen met een goed UV-filter. Koop voor kinderen nooit speelgoedzonnebrillen zonder goed UV-filter. Deze zijn schadelijker dan helemaal geen zonnebril dragen, omdat de iris door het wegvangen van het zichtbare licht extra open gaan staan zodat het UV, dat dwars door de glazen (of het plastic) heen gaat, extra eenvoudig tot in het oog kan doordringen. Zonnebrandcreme Zonnebrandcreme is een effectieve manier om de huid te beschermen tegen UV-straling. Elke zonnebrandcreme geeft een bepaalde graad van bescherming. Dit staat altijd op de verpakking vermeldt en wordt de Sun Protection Factor (SPF) genoemd. Sun Protection Factor (SPF) De SPF of beschermingsfactor, in het Nederlands meestal kortweg ‘de factor’ genoemd, geeft aan welke mate van bescherming de zonnebrand geeft. Een voorbeeld maakt het beste duidelijk wat de factor betekent: Iemand met huidtype 2 verbrandt in de middagzon na ongeveer 20 minuten. Wanneer een zonnebrandcreme wordt gebruikt met een SPF van 12 treedt de zonverbranding pas op na 12 x 20 minuten, dus na 4 uur. Deze persoon zal dus met deze zonnebrandcreme na 4 uur verbranden, ook al heeft hij zich goed ingesmeerd. Kiezen van een zonnebrandcreme De beschermingsfactor van de zonnebrandcreme moet dus met zorg worden gekozen. Wanneer het gaat om optimale bescherming en verder niets, is een crème met een zeer hoge SPF de beste keus. Is het doel echter om op een zo veilig mogelijke manier bruin te worden moet een crème met een lagere factor gekozen worden. Wanneer de blootstelling aan de zon slechts kort zal zijn kan een relatief lage SPF gekozen worden, bij langere blootstelling moet weer voor een crème met een hogere SPF gekozen worden. Omdat de huid van kinderen extra makkelijk beschadigd kan worden door UV-straling moeten kinderen altijd optimaal beschermd worden met een hoge factor. De onderstaande tabel geeft een indicatie welke crème voor welke huid het meest geschikt is: Huidtype 1 (zeer licht huidtype, verbrandt snel, bruint nooit) factor 30 Huidtype 2 (licht huidtype, verbrandt vrij snel, bruint langzaam) factor 15-20 Huidtype 3 (vrij licht huidtype, verbrandt niet snel, wordt makkelijk bruin) factor 10-15 Huidtype 4 (iets getint huidtype, verbrandt (vrijwel) nooit, bruint snel) factor 5-10 Kinderen tot 16 jaar ongeacht het huidtype factor 30 ! Hoeveel moet ik smeren? Om de bescherming te krijgen die de zonnebrandcrème belooft te geven moet de crème vrij dik op de huid worden aangebracht. Zuinig smeren geeft een veel lagere protectiefactor dan op de verpakking vermeld staat. Precieze richtlijnen over hoeveelheden toe te passen crème zijn niet te geven maar een 'hand vol' voor elke insmeerbeurt van de gehele huid is niet overdreven. Hoe vaak moet ik smeren? De kwaliteit van zonnebrandcremes is de laatste jaren sterk verbeterd. Toch slijt de beschermende zonnebrandcrème laag in een aantal uur. Dit wordt versneld door het dragen van kleding, liggen in het zand en zwemmen. De ‘waterproof’ cremes blijven weliswaar beter op de huid zitten na watercontact, maar toch blijft het zaak om de huid regelmatig opnieuw in te smeren. Omdat zonnebrandcreme vaak pas na ca. 30 minuten optimaal werkt is het verstandig de crème steeds tijdig aan te brengen. |
Aroma tegen deze ziekte of klacht :
| HOME | Nederlands | Latijn | Eigenschappen | Kwalen | Recepten | Links | Bronnen |