HOME Nederlands Latijn Eigenschappen Kwalen Recepten Links Bronnen

Klierkoorts

Beschrijving :

Ziekte van Pfeiffer

van http://www.e-gezondheid.be

Mononucleosis infectiosa of klierkoorts
Mononucleosis infectiosa (MNI) is een acute infectieziekte die wordt veroorzaakt door het Epstein-Barr-virus. De ziekte is goedaardig, maar veroorzaakt een uitgesproken vermoeidheid. MNI komt vooral voor bij adolescenten en jonge volwassenen.

Welke is de oorzaak ?
Het Epstein-Barr-virus (EPV) maakt deel uit van de familie van de herpesvirussen. In het lichaam vermenigvuldigt het virus zich in bepaalde witte bloedcellen, de lymfocyten. De incubatieperiode bedraagt 4 tot 6 weken. MNI is meestal asymptomatisch (veroorzaakt geen klinische tekenen). De overdracht gebeurt door speeksel, vandaar de naam kissing disease.

Praktische tips
De eerste maanden na een mononucleosis is de patiënt vaak erg moe. Vermijd dan ook zware inspanningen.
Tijdelijk stoppen met sporten (ongeveer 2 tot 3 maanden).

Wanneer een arts raadplegen ?
Geleidelijk optreden van min of meer intense tekenen van een griepachtig syndroom : hoofdpijn, malaise, rillingen, spierpijn, geen eetlust.
Koorts, zeer frequent, vaak vrij hoog.
Ernstige vermoeidheid.
Rode keelontsteking, ontsteking van de mond, wat het slikken kan bemoeilijken.
Klieren in de nek (kunnen ook het slikken bemoeilijken).
Minder vaak huiduitslag en lichte geelzucht.

Wat gebeurt er bij het onderzoek ?
Bij onderzoek van de keel noteert de arts een rode keelontsteking. Dat kan gepaard gaan met petechieën (bloedvlekjes) op het verhemelte. Bij onderzoek van de hals vindt hij lymfeklieren, die soms pijn doen bij palpatie. In bijna de helft van de gevallen is de milt vergroot (splenomegalie), maar dat veroorzaakt geen klinische tekenen. Ook de lever kan wat zwellen (hepatomegalie), wat soms gepaard gaat met een lichte geelzucht (icterus).
In geval van een dergelijk beeld wordt een bloedonderzoek uitgevoerd. De bloedtelling met differentiële formule toont een mononucleosesyndroom : talrijke lymfocyten, waarvan een aantal blauwe (door de kleuring op het objectglaasje) ; in de helft van de gevallen zijn de bloedplaatjes verminderd. De transaminasen (leverenzymen) zijn vaak verhoogd.
De diagnose wordt gesteld door het opsporen van antistoffen tegen EBV in het bloed. Dat gebeurt met een MNI-test : een snelle test die reeds de eerste dagen van de ziekte kan worden uitgevoerd. De test kan echter foutpositieve resultaten geven en moet dan ook worden aangevuld met een andere test, de reactie van Paul Bunnel-Davidson (PBD), waarmee de diagnose mononucleosis infectiosa dadelijk kan worden bevestigd. In ongeveer 20% van de gevallen blijft de PBD negatief. Er is dan maar één manier om de diagnose te bevestigen, nl. specifieke antistoffen opsporen : de aanwezigheid van anti-VCA IgM-antistoffen bevestigt de infectie.

Hoe mononucleosis infectiosa behandelen ?
De arts schrijft eerst bedrust voor. U mag analgetica (pijnstillers) en antipyretica (koortswerende middelen) nemen. Antibiotica hebben meestal geen zin aangezien het een virusinfectie betreft. Ze zijn enkel noodzakelijk bij een bacteriële surinfectie van de angina. Penicilline A en ampicilline mogen absoluut niet worden gebruikt, want ze veroorzaken een ernstige huiduitslag. In geval van uitgesproken last bij het spreken of het ademen kan de arts enkele dagen corticoïden voorschrijven ; de corticoïden moeten steeds geleidelijk worden stopgezet.

Mononucleosis infectiosa geneest na ongeveer 2 tot 3 weken, maar de vermoeidheid kan nog enkele maanden aanslepen.


van http://www.gezondheid.be

Kusjesziekte - klierkoorts- Mononucleose
Kusjesziekte, klierkoorts, mononucleosis infectiosa (infectiosa slaat op de besmettelijkheid ervan, mononucleosis op een toename van bepaalde witte bloedlichaampjes in het bloed) of Ziekte van Pfeiffer (naar de ontdekker van de ziekte), het zijn allemaal namen voor dezelfde ziekte die meestal wordt veroorzaakt door het Epstein-Barr-virus (EBV). Uitzonderlijk gaat het om een besmetting met een cytomegalovirus dat ongeveer dezelfde symptomen geeft.
Dit virus houdt zich onder andere op in de speekselklieren en wordt in veel gevallen verspreid door zoenen. Maar het EBV-virus wordt zeker niet alleen door kussen doorgegeven. Ook voorwerpen die bedekt zijn met speeksel (bv. fopspenen of speelgoed), het drinken uit een tas of een glas van iemand die besmet is, of een gewone niesbui kunnen de ziekte doorgeven.
Bijna alle volwassenen dragen het virus levenslang in hun lichaam. Maar gelukkig wordt niet iedereen die besmet raakt ook ziek.
Mensen die ooit besmet zijn geweest, ook als ze nooit ziek zijn geweest, kunnen de ziekte doorgeven. Maar het meest besmettelijk zijn mensen die pas besmet zijn of die de ziekte net hebben doorgemaakt.

Besmetting
De meeste mensen worden als kind besmet, tussen 1 en 4 jaar. De infectie verloopt dan over het algemeen zonder symptomen - kinderen worden hoogstens een beetje hangerig. Wie als kind besmet is, is in de regel voor de rest van zijn leven beschermd tegen de ziekte. Als men tijdens of na de puberteit besmet wordt, kan men wel behoorlijk ziek worden. Men heeft er dus alle voordeel bij om als kind besmet te worden.
Een infectie tijdens de zwangerschap kan ook de baby ziek maken, waardoor het kindje aangeboren afwijkingen kan krijgen. Als er geen antistoffen bij moeder zijn, dan is het gevaarlijk voor moeder om in intiem contact te zijn met degene die Pfeiffer heeft.
In een vermoeiende of stresserende periode is men vatbaarder voor het EBV-virus.

Symptomen
Besmetting met het virus maakt niet altijd ziek. In zowat de helft van de gevallen - vooral bij jongere kinderen - is er geen enkel symptoom. Ook bij ouderen (boven 60 jaar) zijn de symptomen dikwijls nauwelijks te merken: wat keelpijn en eventueel aanslepende koorts.
De incubatietijd (de tijd tussen de besmetting en de eerste ziektetekenen) varieert tussen tien dagen en zes weken.
Bij pubers en jongvolwassenen zijn de eerste tekenen vaak heel vaag: rillingen, gezwollen oogleden, lichte koorts, zich niet lekker voelen, hoofdpijn, gebrek aan eetlust… Dan verschijnen de meer specifieke symptomen zoals moeheid, koorts, keelpijn (soms heel erg, met gezwollen amandelen waardoor het slikken bemoeilijkt wordt), en gezwollen klieren in de hals en soms ook in de liezen en de oksels (vandaar de naam klierkoorts). De geringste inspanning kan volstaan om zich doodmoe te voelen (vandaar dat soms wel eens ten onrechte een verband wordt gelegd tussen het Epstein-Barr virus en het chronisch-vermoeidheidssyndroom).
Bij zowat de helft van de mensen die ziek worden is de milt en soms ook de lever gezwollen.

Complicaties
De ziekte is op zich niet gevaarlijk, maar complicaties zijn nooit uitgesloten. De voornaamste complicatie is een gescheurde milt. Pijn ter hoogte van de milt, een snelle en luide hartslag, plotse daling van de bloeddruk en een moeilijke ademhaling, zijn in dat verband alarmsignalen. Dan moet onmiddellijk een arts worden geraadpleegd.
De ziekte is voor de arts meestal vrij gemakkelijk te herkennen, vooral bij pubers en jongvolwassenen. Toch is het altijd raadzaam om altijd een bloedonderzoek uit te voeren om vergissingen te vermijden.

Diagnose
Er worden meestal twee soorten antistoffen bepaald in het bloed. Type M en Type G. Heb je geen van beide, dan ben je nog nooit met het virus in contact geweest. Heb je M, dan ben je kort geleden in aanraking geweest en ben je meestal nog ziek. Deze antistoffen verdwijnen weer na een poosje. Heb je G, dan zegt dat niet zoveel; je bent in ieder geval ooit met dat virus in aanraking gekomen. Deze antistoffen hou je altijd in je bloed.

Behandeling
De ziekte kan - zoals elke virusziekte - niet behandeld worden met geneesmiddelen. Men kan alleen proberen de symptomen te verzachten.
De ziekteduur varieert tussen de twee weken en de twee maanden. Op een gegeven moment gaat ze vanzelf over. De acute symptomen duren meestal een tweetal weken, maar vooral de vermoeidheid kan soms maandenlang aanslepen.
Belangrijk is vooral dat u, zoals bij een griep, voldoende rust. Meestal zal de arts trouwens een tot twee weken verplicht 'huisarrest' voorschrijven. Bedrust is niet noodzakelijk, tenzij u zich natuurlijk te ziek voelt. Maar dat hangt af van persoon tot persoon.
In geval van koorts moet u voldoende drinken (minstens 1,5 tot 2l per dag) en elke zware inspanning vermijden.
In de eerste twee maanden te rekenen vanaf de besmetting mag u geen zware inspanningen doen en ook geen sporten beoefenen waarbij u een stamp of een stomp in de buik riskeert. Dit zou namelijk tot een scheur van de milt kunnen leiden.
De keelpijn kan eventueel verzacht worden met warme dranken of ijsjes, soms kunnen keelpastilles helpen of gorgelen met zout warm water (1 koffielepel per kop).
Tegen koorts en pijn kan een koortswerend middel zoals paracetamol worden genomen.
In uitzonderlijke gevallen, bv. wanneer de gezwollen keel de ademhaling zou bemoeilijken of bij mensen met een verminderde afweer, zal de arts nog andere geneesmiddelen voorschrijven.
Antibiotica hebben, zoals bij elke virusinfectie, geen enkele zin. Antibiotica kunnen bij klierkoorts zelfs uitslag en jeuk veroorzaken, waardoor men op het eerste gezicht zou denken dat hem om een allergische reactie op het antibioticum gaat.

Aroma tegen deze ziekte of klacht :

HOME Nederlands Latijn Eigenschappen Kwalen Recepten Links Bronnen