HOME Nederlands Latijn Eigenschappen Kwalen Recepten Links Bronnen

Diabetes

Beschrijving :

Diabetes mellitus type 2

van http://www.life4u.nl

Inleiding
In Nederland heeft ongeveer ťťn op de vijftig mensen diabetes. Door de vergrijzing zal de hoeveelheid mensen met diabetes de komende jaren steeds groter worden. Dit omdat de vorm die het meeste voorkomt: diabetes type 2, vooral op oudere leeftijd ontstaat. Ook de opsporing en behandeling van diabetes verbetert steeds meer, wat de hoeveelheid diabetespatiŽnten zal doen toenemen. Die verbeterde opsporing is nodig omdat bij veel mensen met diabetes dit nog niet is vastgesteld. Deze mensen worden dus ook nog niet behandeld wat voor deze mensen het risico op gezondheidsproblemen als gevolg van de diabetes (complicaties) vergroot.

Wat is diabetes?
Diabetes is een ziekte die maakt dat het lichaam niet goed kan omgaan met de energierijke voedingsstoffen uit het voedsel. Deze ziekte kan voorkomen als:
De alvleesklier (een orgaan dat zich achter de maan bevindt) te weinig of geen insuline maakt;
De alvleesklier wel insuline maakt maar de insuline niet voldoende effect heeft. Dit wordt insulineresistentie genoemd.
Insuline is een hormoon dat zorgt dat glucose (suiker) vanuit het bloed in de lichaamscellen kan worden opgenomen.

Waarom is insuline belangrijk?
Om diabetes beter te begrijpen is het belangrijk om te weten hoe het lichaam met energie uit voedingsstoffen omgaat.
De brandstoffen die het lichaam uit de voeding haalt zijn koolhydraten, vetten en eiwitten.
Deze koolhydraten (suikers of zetmeel) worden in de darm omgezet in glucose. Via de darm komt dit glucose in het bloed terecht. Het bloed brengt de glucose naar de cellen in het lichaam waar het als brandstof wordt gebruikt.
Om het glucose in de cellen te kunnen opnemen, is insuline nodig.
Wanneer iemand gegeten heeft en er glucose in het bloed terechtkomt zal de alvleesklier insuline gaan maken zodat het glucose in de cellen van vooral de spieren en de lever kan worden opgenomen. Dit heeft ook als voordeel dat het gehalte aan glucose in het bloed vrij constant zal blijven. Wanneer de alvleesklier onvoldoende insuline maakt of de werking van de insuline niet voldoende is, zal de hoeveelheid glucose in het bloed vooral na de maaltijd sterk gaan stijgen.

Wat is het verschil tussen diabetes type 1 en type 2
Diabetes type 1 ontstaat op jongere leeftijd, voor het 40e levensjaar. Bij deze vorm van diabetes maakt de alvleesklier geen of te weinig insuline. Dit komt door beschadiging en verlies van bepaalde cellen in de alvleesklier (eilandjes van Langerhans). Hoe dit precies komt is nog niet duidelijk. Het vermoeden bestaat dat bepaalde virussen invloed hebben en dat mogelijk afweer van het lichaam tegen deze cellen een rol speelt. Hoewel diabetes type 1 vaak plotseling lijkt te ontstaan en veel problemen geeft, is het verlies van cellen toch een proces dat een aantal jaren kan duren.
Mensen met diabetes type 1 moeten zichzelf meerdere keren per dag insuline toedienen om te kunnen overleven. We noemen dit dan ook een insuline afhankelijke diabetes.
Diabetes type 2 ontstaat met het ouder worden. Voorheen werd deze aandoening daarom ook wel ouderdomsdiabetes genoemd.
Bij deze vorm van diabetes maakt de alvleesklier wel insuline. Het effect van insuline op de cellen is echter verminderd. Hierdoor stijgt het glucosegehalte van het bloed.

Oorzaken
Voor wat betreft type 1 bestaat hiervoor nog onvoldoende duidelijkheid.
Bij diabetes type 2 zijn er een aantal factoren die het ontstaan beÔnvloeden:
Erfelijkheid (ook etnische achtergrond) ;
Lichaamsgewicht (overgewicht);
Voeding: vooral het eten van veel vet;
Lichaamsbeweging: kan de behoefte aan insuline in het lichaam verlagen;
Leeftijd: de kans stijgt bij het ouder worden.
Het gebruik van bepaalde medicijnen, zoals prednison en zogenaamde thiazidediuretica;
Het drinken van veel alcohol.

De verschijnselen van diabetes
Die zijn voor beide typen:
Dorst, waardoor meer wordt gedronken;
Een toegenomen hongergevoel, vooral na de maaltijd;
Een droge mond;
Veelvuldig. Grote hoeveelheden plassen;
Gewichtsverlies ondanks eten;
Moeheid;
Wazig zien;
Tintelingen in handen en voeten;
In een zeldzaam geval: bewusteloosheid;
Slecht genezende wondjes;
Jeuk;
Schimmelinfecties.

De diagnose
Aanleiding voor verder onderzoek is meestal dat een aantal van de hierboven beschreven klachten voorkomen.
De diagnose wordt gesteld aan de hand van de waarden van glucose in het bloed. Heeft iemand bij herhaling een nuchtere glucosewaarde hoger dan 6,5 en een niet-nuchtere waarde hoger dan 8, dan kan de diagnose diabetes worden gesteld.
Ter ondersteuning van de diagnose kan een zogenaamde dagcurve worden gemaakt. Dan wordt op meerdere tijdstippen per dag de glucosewaarde bepaald. Dit geeft een idee van de schommelingen van de glucosewaarden in de loop van de dag.
Een zogenaamde Hba1c kan ook worden gemeten. Hierbij meet men het aan rode bloedcellen gebonden glucose. Dit vertelt iets over de gemiddelde glucosewaarde tijdens de afgelopen 1-2 maanden.

De behandeling
Mensen met diabetes type 1 worden verwezen naar een kinderarts of internist. In samenwerking met een diabetesverpleegkundige en een diŽtist zal de patiŽnt voorlichting krijgen over o.a.
Leefregels;
Voeding;
Het spuiten van insuline: tijdstippen, hoeveelheden, spuitplaatsen, spuittechniek en hoe de insulinehoeveelheid kan worden aangepast op kortdurende veranderingen als inspanning, een tussendoortje eten, griep en vakantie.
Het zelf controleren van de glucosewaarden in het bloed.
Mensen met diabetes type 1 moeten door de specialist regelmatig en nauwgezet worden gecontroleerd.
Bij diabetes type 2 kan de patiŽnt door de huisarts worden behandeld, in samenwerking met een wijkverpleegkundige en een diŽtist. De behandeling zal bestaan uit:
Een dieet;
Adviezen om af te vallen als dit nodig is;
Adviezen om meer te gaan bewegen;
Als dit onvoldoende resultaat geeft zal worden begonnen met het voorschrijven van medicijnen in de vorm van tabletten.
Wanneer de glucosewaarden hiermee niet voldoende omlaag kunnen worden gebracht, zal worden geadviseerd om over te gaan op het spuiten van insuline. Hiervoor is het nodig dat de patiŽnt leert om zelf de glucosewaarden in het bloed te gaan controleren.

Te laag bloedsuiker (hypoglycaemie)
Door omstandigheden kan de bloedsuiker soms te laag zijn. Redenen kunnen zijn:
Een te hoge dosering van medicijnen of insuline of spuiten op een verkeerd tijdstip;
Te weinig gegeten;
Lichamelijke inspanning;
Alcohol;
Problemen samenhangend met het spuiten van insuline.
Vaak heeft dit te maken met een te hoge dosering van medicijnen of insuline. Ook de voeding of lichamelijke inspanning kunnen de reden zijn. Verschijnselen zijn:
Hongergevoel;
Transpireren, een bleke huid;
Hartkloppingen;
Wazig zien;
Beven;
Snel geÔrriteerd zijn;
Gelukkig vrij zelden: bewusteloosheid.
Doet zich een hypoglycaemie voor, neem dan snel wat druivensuiker, witbrood met jam of een ander suikerrijk voedingsmiddel (of drank).
Pas op bij het gebruik van medicijnen die de verschijnselen van een hypo kunnen maskeren (zogenaamde bŤtablokkers).
Bij het gebruik van lang werkende bloedsuikerverlagende medicijnen (zoals glibenclamide) kan na het succesvol bestrijden van de hypoglycaemie deze weer terugkomen als gevolg van de lange werkingsduur van het medicijn.
Bel bij bewusteloosheid van iemand met diabetes uiteraard meteen een arts.
De huisarts zal voorstellen om ten minste iedere drie maanden een aantal controles uit te voeren.
Naast een gesprek over het algehele welbevinden, de voeding en de aan diabetes gekoppelde klachten wordt de nuchtere glucose bepaald, de bloeddruk en het gewicht gemeten en de urine gecontroleerd. Zo nodig kan de behandeling met medicijnen worden aangepast.
Jaarlijks worden de nieren en het cholesterol met bloedonderzoek getest. Bij zoín groot onderzoek wordt ook gekeken naar bloedvaten, zenuwstelsel en huid (voeten). Ter controle van de ogen moet regelmatig een afspraak worden gemaakt met een oogarts.

Complicaties
Door het behandelen van diabetes wordt geprobeerd om complicaties te voorkomen. Op den duur kunnen echter toch problemen ontstaan. Deze complicaties zijn:
Hart en vaatziekten;
Nierfunctiestoornissen;
Problemen met het netvlies van de ogen (retinopathie);
Problemen met het zenuwstelsel (neuropathie) zoals gevoelstoornissen, zenuwpijnen, impotentie

Uitgangspunten voor voeding
Algemene richtlijnen:
Verdeel maaltijden over de dag met 4 tot 5 uur ertussen;
Eet voldoende gevarieerd om alle voedingsstoffen binnen te krijgen;
Eet niet meer dan je gewend bent;
Gebruik veel vezels in de voeding (25-35 gram per dag);
Wees matig met vet en beperk cholesterol (in eieren, lever, garnalen, mosselen)
Vermijd teveel suiker;
Neem niet meer dan twee glazen alcoholhoudende drank per dag;
Wees matig met zout;
Sla geen maaltijden over;
Eet maaltijden en tussendoortjes op regelmatige tijden;
Sla om af te vallen geen maaltijden over maar neem per maaltijd iets minder;

Leefregels en adviezen:
Eet regelmatig en verantwoord;
Let goed op uw lichaamsgewicht;
Rook niet;
Zorg voor voldoende lichaamsbeweging;
Controleer dagelijks uw voeten op wondjes;
Neem uw medicijnen op regelmatige tijden in;
Gebruik medicijnen of insuline ook bij koorts en griep, controleer uw glucose dan vaker;
Controleer dagelijks de injectieplaatsen op ontstekingen;
Draag een medic alert bij u zodat anderen begrijpen wat er met u aan de hand is als u zich niet goed voelt of eventueel bewusteloos raakt.


van http://www.gezondheid.be

Een normaal leven met diabetes
Diabetes of suikerziekte voorkomen of genezen kan nog niet. Maar men kan wel de invaliderende complicaties proberen te vermijden.

Oorzaak
Diabetes of suikerziekte is een aandoening waarbij het glucose- of suikergehalte in het bloed chronisch verhoogd is. Daarom spreekt men ook wel van 'suiker' of suikerziekte.
Glucose is de voornaamste energiebron van de cellen. Om deze op te kunnen nemen, hebben de cellen insuline nodig. Insuline is als het ware de sleutel die de cel opent voor glucose. Wanneer er geen of onvoldoende insuline wordt geproduceerd of wanneer de insuline om ťťn of andere reden minder werkzaam is, raakt de glucose niet in de cel en stijgt het suikergehalte in het bloed. Dit is wat er bij diabetes gebeurt.
Insuline is een hormoon en dat hormoon wordt aangemaakt in de alvleesklier (pancreas).

Vormen
Er bestaan verschillende vormen van suikerziekte. De twee belangrijkste zijn diabetes type 1, soms ook nog 'insuline-afhankelijke diabetes' of juveniele diabetes genoemd, en diabetes type 2, ook 'niet-insuline-afhankelijke diabetes' of ouderdomsdiabetes genoemd. Deze twee vormen verschillen zo sterk van elkaar, zowel in symptomen, ontstaansmechanismen en behandeling als in een aantal belangrijke gevolgen, dat het bijna twee verschillende ziekten zijn. Ongeveer 6 op 100 volwassenen lijden aan een van beide vormen van suikerziekten, vooral dan type 2. Boven de 65 jaar zou dit aantal zelfs oplopen tot 16 op 100. Men vermoedt bovendien dat veel mensen zelfs niet weten dat ze diabetes hebben.
Bij type 1 diabetes maakt de alvleesklier nauwelijks insuline. Deze vorm komt vanaf de kinderleeftijd voor.
Bij type 2 diabetes maakt de alvleesklier te weinig insuline en/of zijn de lichaamscellen minder gevoelig voor insuline. Deze vorm komt voor vanaf het veertigste jaar en wordt ook ouderdomsdiabetes genoemd.

Complicaties
Geen van beide vormen van diabetes is momenteel te genezen, maar men kan de ziekte wel proberen te controleren door het suikergehalte in het bloed, de glycemiewaarden, zo dicht mogelijk bij de normale waarden te krijgen en te houden. Op die manier kunnen zowel acute complicaties (een plotse daling of verhoging van de bloedsuiker wat ondermeer kan leiden tot coma en hersenletsel) als verwikkelingen op lange termijn (zoals blindheid, nierproblemen, amputaties van ledematen) worden vermeden of uitgesteld.

Controle bij diabetes type 1
Bij diabetes type 1 gebeurt dat op de eerste plaats door het dagelijks meermaals inspuiten van insuline. Er bestaan verschillende types van insuline naargelang van hun werkingsduur. De opname en werkingsduur van insuline verschilt bovendien van persoon tot persoon en kan zelfs bij ťťn individu verschillen naargelang de omstandigheden. Daarom is het belangrijk dat diabetespatiŽnten hun suikerspiegel verschillende keren per dag meten en in functie daarvan een aangepaste dosis insuline inspuiten. Het aantal controles dat men dagelijks moet uitvoeren, is afhankelijk van de behandeling, het type insuline, de maaltijden en tussendoortjes, de fysieke inspanning, enz. Om een dagcurve van de suikerspiegel te kunnen bepalen, zijn 3 tot 4 controles per dag nodig, zeker bij een intensieve behandeling. Sommige mensen controleren zich vaker, b.v. omdat ze intensieve fysieke inspanningen moeten leveren.
De zelfcontrole wordt gelukkig steeds gemakkelijker dank zij de technische verbeteringen aan de apparaatjes om de bloedsuikerspiegel te bepalen en aan de injectiestiften en -pennen om de insuline toe te dienen.
Een geregeld onderzoek door een arts, meestal om de twee ŗ drie maanden, vult de zelfcontrole aan. Daarbij wordt onder meer gelet op symptomen, klachten of letsels die op het ontstaan van verwikkelingen kunnen wijzen, zoals zenuw- en doorbloedingsstoornissen of een gezichtsvermindering.
Het hoofddoel van de behandeling is het normaliseren van de bloedsuiker.
Dus het bijregelen van de glycemie :
type 1: tussen 60-150 mg/dl
type 2: tussen 140-180 mg/dl
Daar de risico's verbonden aan hypoglycemie voor oudere personen verhogen, liggen de glycemiewaarden voor diabetici boven de 65 jaar, iets hoger, namelijk tussen 140 en 180 mg/dl.

Controle bij diabetes type 2
Bij diabetes type 2 komen geneesmiddelen - insuline en medicamenten die via de mond moeten worden ingenomen - op de tweede plaats. Een gewichtsvermindering door een aangepast dieet is de hoeksteen van de behandeling van deze patiŽnten die meestal ook zwaarlijvig zijn. Zelfs een beperkt gewichtsverlies zorgt vaak reeds voor een belangrijke verbetering van de suikerspiegel. Soms verdwijnt de aandoening zelfs volledig zolang men het lagere gewicht kan handhaven en komt ze terug als men opnieuw aan gewicht wint. Het gewichtsverlies heeft ook een gunstig effect op de vetspiegel, de bloeddruk, enz. waardoor het risico op van hart- en vaatziekten daalt.
Een 'op het lijf geschreven' voedingsvoorschrift
Ook voor diabetes type 1 vormt een aangepaste voeding een essentiŽel onderdeel van de behandeling. Het dieet moet worden afgestemd op de individuele behoeften van de patiŽnt en rekening houden met leeftijd, gewicht, lichamelijke activiteit, medicamenteuse behandeling, enz. en vooral realistisch zijn. Elk individu moet dus een 'op zijn lijf geschreven' voedingsvoorschrift krijgen.
"Het is hoogst belangrijk dat het dieet niet te sterk verschilt van wat de familie en omgeving van de diabeticus eten," zegt dr. Raoul Rottiers, diabetesspecialist aan het UZ Gent. "Tenzij het vroegere voedingspatroon echt verkeerd is op gebied van kwaliteit, verdient het de voorkeur dat de diabeticus zelf zijn dieetschema kan kiezen dat zo nauw mogelijk aansluit bij zijn of haar vroegere voedingsgewoonten." "Een goede behandeling berust niet op dogma's, op autoritaire stellingen, op de fatwa's van ayatollah's in de diabetologie," zo beaamt dr. H. Dorchy, diabetoloog aan het universitaire kinderziekenhuis Kon. Fabiola in Brussel. "Ze is niet verzoenbaar met dieet-totalitarisme, evenmin als met dieet-anarchie."

Gestructureerd voedingspatroon
De voeding moet vooral gezond en evenwichtig zijn. Voor een diabeet gelden in grote lijnen dezelfde adviezen voor een gezonde en evenwichtige voeding die voor iedereen gelden.
Dit betekent dat de dagelijkse energie-aanbreng (het totaal aantal calorieŽn) moet bestaan uit : 50 ŗ 55 % koolhydraten, 30 ŗ 35 % vetten (waarvan tweederde van het onverzadigde type) en 10 ŗ 15 % eiwitten.
Daarnaast moet ook worden gezorgd voor een voldoende aanbreng van vitamines, mineralen en voedingsvezels (ong. 30 ŗ 40 g per dag).
Concreet betekent dit dat elke Vlaming, en niet alleen de diabetici, minder vetten zouden moeten verbruiken, en dan vooral minder verzadigde vetten (die men vooral in vlees en zuivelprodukten aantreft, maar ook in cocos- en palmolie), meer koolhydraten en minder eiwitten.
De vermindering van het vetverbruik is voor diabetici des te belangrijker daar zij een groter risico lopen op slagaderverkalking (atherosclerose). Een dieet rijk aan (verzadigde) vetten en cholesterol is een belangrijke risicofactor voor atherosclerose.
De suikerspiegel wordt vooral beÔnvloed door het aandeel koolhydraten van een maaltijd. De snelheid waarmee dit gebeurt, hangt af van de snelheid waarmee de koolhydraten uit de voeding in glucose omgezet worden. Dit verschilt naargelang de aard van de koolhydraten en of ze samen met vezels, eiwitten en vetten worden gegeten. Om de suikerspiegel zo stabiel mogelijk te houden, moet de inname van alle soorten koolhydraten alleszins zo goed mogelijk over de dag verspreid worden.
Om de invloed van de voeding op de suikerspiegel te kunnen inschatten, wordt aangeraden om zoveel mogelijk op vaste tijdstippen te eten. Het aantal maaltijden, b.v. 3 hoofd- en 3 tussenmaaltijden, moet overeenstemmen met het insulineschema dat men volgt.
Gewone tafelsuiker mag gebruikt worden, maar liefst zoveel mogelijk tijdens de maaltijden. De speciale diabetes dieetprodukten zijn nutteloos en overbodig. Ze zorgen ook vaak voor verwarring.

Bewegen
Een derde pijler in de diabetesbehandeling is lichamelijke inspanning, vooral dan bij type 2-patiŽnten. Een regelmatige sportbeoefening heeft bij deze groep een langdurig gunstig effect op de suikerspiegel waardoor soms het gebruik van geneesmiddelen kan worden verminderd. Regelmatige lichaamsbeweging draagt bovendien bij tot gewichtsverlies.
Bij type 1 diabetes maakt sportbeoefening geen deel uit van de behandeling op zich, al kan het natuurlijk wel bijdragen tot het algemeen fysiek welbevinden. In principe kunnen deze diabetespatiŽnten alle sporten beoefenen - denk maar aan stervoetballer Pšr Zetterberg - met uitzondering van die sporten die een gevaar kunnen opleveren wanneer hun bloedspiegel plots zakt (zoals diepzeeduiken, alpinisme, solozeilen, enz.). Belangrijke voorwaarde is echter een goede glycemiecontrole. Aanpassingen in de insulinetherapie en de voeding zijn meestal noodzakelijk als men veilig aan sport wil doen.

Diabetes en overgewicht
Diabetes type 2, die gewoonlijk pas op oudere leeftijd optreedt en daarom ook als een typische ouderdomsaandoening werd beschouwd, wordt de laatste tijd op steeds jongere leeftijd en zelfs bij kinderen vastgesteld. Volgens dr. Rita Craen van de dienst pediatrie van het UZ Gent gaat het daarbij om erg zwaarlijvige kinderen, heel dikwijls met ouders die ook zwaarlijvig zijn en/of diabetes hebben.
Voor wie familiaal belast is voor diabetes type 2 en/of zwaarlijvigheid geldt zeker dat het nastreven van een Ďnormaalí lichaamsgewicht de beste preventie is, zo zegt diabetesspecialist dr. Raoul Rottiers van het UZ Gent. "Dit geldt niet alleen om diabetes op latere leeftijd te vermijden, maar ook om de andere afwijkingen van de stofwisseling en het daaruit voortvloeiend hart- en vaatrisico te verminderen." Bovendien hebben orale diabetesgeneesmiddelen zowel als insuline vaak veel minder effect bij zwaarlijvige patiĎnten.
Vooral de consumptie van vetten moet worden beperkt want die leveren de meeste energie, en zijn bovendien - zeker de dierlijke - het schadelijkst voor hart en bloedvaten. Energiebronnen zoals suiker en alcohol - die zg. lege calorieĎn opleveren, omdat ze geen vitamines en mineralen bevatten - moeten natuurlijk ook worden vermeden. Ook suikerhoudende frisdranken en snoep zijn een niet te onderschatten bron van nutteloze energie.
Naast het vermageringsdieet moet de zwaarlijvige overtuigd worden om meer te bewegen. Spieren die niet bewegen zijn insuline-ongevoeliger. Omgekeerd hebben actief gebruikte spieren heel wat minder insuline nodig, en bovendien werkt die insuline er stukken beter. De energie die men bij lichaamsbeweging verbruikt, hoe gering ook, laat toe de vetreserves af te bouwen. De voorkeur gaat uit naar matig intensieve sportbeoefening, minstens driemaal per week gedurende 20 ŗ 30 minuten. Stevig wandelen, fietsen en zwemmen zijn favoriet.

Aroma tegen deze ziekte of klacht :

HOME Nederlands Latijn Eigenschappen Kwalen Recepten Links Bronnen