| HOME | Nederlands | Latijn | Eigenschappen | Kwalen | Recepten | Links | Bronnen |
Beschrijving :
|
Behandeling : Massage-Verstuiven-Stomen van http://www.life4u.nl Wat is astma? Astma is een ziekte die gekenmerkt wordt vernauwing (obstructie) van de luchtwegen. De luchtwegen zijn overgevoelig voor allerlei prikkels (bepaalde stoffen of omstandigheden). Hierdoor ontstaan klachten zoals: Hoesten; Kortademigheid; Een druk op de borst; Piepen op de borst. Het is nog niet precies duidelijk wat de oorzaak is van astma. Ook is het nog niet mogelijk om mensen met astma definitief te genezen. Toch zijn er tegenwoordig goede mogelijkheden om astma te behandelen. Hierdoor is het voor vrijwel iedere astmapatiënt mogelijk om een normaal leven te lijden. Astma begint meestal op de kinderleeftijd. Vaak nemen de klachten af wanneer het kind groter wordt. Astma kan echter op iedere leeftijd bestaan. Uitlokkende factoren Astma komt binnen families vaker voor. Mensen met astma hebben ook vaak allergieën. Eczeem en neusklachten zoals verstopping en poliepen, komen bij astmapatiënten vaker voor. De obstructie van de luchtwegen (astma-aanval) kan ontstaan bij de volgende omstandigheden: Een infectie van de luchtwegen, zoals een longontsteking maar ook een gewone verkoudheid; Stoffen waar de patiënt allergisch voor is (allergenen); Fysische prikkels zoals koude of mist; Chemische prikkels zoals sigarettenrook, verf dampen, bakluchten, stof of uitdroging van slijmvliezen; Bepaalde voedingsstoffen; Medicijnen; Inspanning, lachen, huilen. De binnenbekleding van de luchtwegen (bronchiën) bestaat uit slijmvlies met hierop een slijmlaagje. Om de bronchus bevindt zich een klein laagje spiercellen. Tijdens een astma-aanval trekken de spiercellen zich samen. Het slijmvlies raakt ontstoken waardoor het verdikt raakt en de hoeveelheid slijm toeneemt. Dit tezamen kan een forse belemmering geven van de luchtstroming, vooral bij het uitademen. Bij gezonde personen veroorzaken deze uitlokkende factoren geen of nauwelijks klachten. De diagnose Bij kinderen tot 4 jaar is het nog niet goed mogelijk om vast te stellen of het hoesten, “volzitten” en eventueel piepen duidt op astma. Bij meer dan een derde van de kinderen komt in de eerste drie levensjaren een periode voor van hoesten en piepen. Van deze kinderen heeft meer dan de helft geen klachten meer als zij zes jaar oud zijn. Bij kinderen vanaf 4 jaar maakt het verhaal dat de patiënt of diens ouder vertelt, in combinatie met lichamelijk onderzoek, de diagnose veelal duidelijk. Vaak echter wordt er aanvullend onderzoek gedaan om twijfel over de diagnose weg te nemen of om vast te stellen hoe de ziekte het beste kan worden behandeld. Dit aanvullend onderzoek kan bestaan uit: Allergietesten: huidtesten of met behulp van bloedonderzoek; Bloedonderzoek naar ontstekingsverschijnselen; Een longfoto; Longfunctieonderzoek. Hiermee kan ook de reactie op medicijnen worden getest. De behandeling Uitgangspunt hierbij is dat de astmapatiënt een zo normaal mogelijk leven moet kunnen leiden. Dit betekent dat het leven niet moet worden ingericht naar de ziekte. Ook iemand die astma-aanvallen krijgt tijdens inspanningen zal zonder problemen moeten kunnen sporten. Hiervoor is uiteraard wel een zorgvuldige behandeling nodig. De behandeling bestaat uit: Vermijden van prikkels die een aanval kunnen opwekken. Dit geldt vooral voor allergenen en chemische prikkels. Het geldt dus niet voor inspanning. In dit kader: saneringsmaatregelen in huis (vooral de slaapkamer), zoals zeil of laminaat op de vloer en hypoallergeen beddengoed. Er mag beslist niet in huis gerookt worden. Wees voorzichtig met huisdieren i.v.m. stof en allergieën. Medicijnen, tegenwoordig veelal per inhalatie. Vaak betekent dit een continue behandeling met een zogenaamd inhalatiesteroïde, zoals beclometason, pulmicort en flixotide. Daarnaast worden luchtwegverwijdende medicijnen gebruikt zoals de vrij kort werkende middelen ventolin (salbutamol), bricanyl of atrovent. Daarnaast zijn er ook lang werkende luchtwegverwijders zoals serevent en foradil. Bij een ernstige astma-aanval worden soms prednisontabletten gegeven of, in het ziekenhuis, prednison per infuus; Een jaarlijkse griepvaccinatie. Van belang is een goede controle van de astma. Dit geldt vooral ook voor de controle op de techniek van het inhaleren van medicijnen. Fouten hierbij kunnen de werkzaamheid van de medicijnen sterk doen verminderen en de kans op bijwerkingen doen toenemen. Een handig instrument om de ziekte te volgen en het effect van de behandeling te meten is een piekstroommeter. Hiermee wordt de maximale uitblaassnelheid gemeten. Een beginnende verslechtering kan zo tijdig worden vastgesteld zodat de medicatie kan worden aangepast voordat er grote problemen ontstaan. Astma en sport Bij duursporten met veel belasting voor de longen zoals schaatsen, wielrennen en hardlopen kunnen gemakkelijk klachten ontstaan. Vooral bij een droge lucht zorgt uitdroging van de slijmvliezen voor astmatische klachten. Het staat inmiddels vast dat veel drinken tijdens de inspanning de kans op luchtwegklachten kan verminderen. Medicijnen tegen astma staan vaak op de dopinglijst. Met een verklaring van een arts kunnen een aantal middelen echter toch worden gebruikt, zonder dat zich problemen zullen voordoen bij de dopingcontrole. Wanneer u aan topsport doet en soms astmatische klachten heeft dan is het belangrijk om u goed te laten informeren door een sportarts of een andere ter zake kundige arts. Die kan u een medicijn voorschrijven dat wel wordt geaccepteerd en u de benodigde verklaring meegeven. van http://www.e-gezondheid.be Astma Astma is een aandoening van de luchtwegen, gekarakteriseerd door aanvallen van ‘naar adem snakken’ vanwege een krampachtige afsluiting of vernauwing van de kleine luchtwegen (bronchiën, bronchiolen), dus diep in het longweefsel, vlak voor de longblaasjes, waar de eigenlijke ademhaling plaatsvindt. 1. Inleiding In het medische vakjargon spreekt men van asthma bronchiale, omdat de benauwdheid door een aandoening van de bronchiën wordt veroorzaakt, in tegenstelling tot asthma cardiale, waarbij de aanvallen van benauwdheid door hartzwakte worden veroorzaakt. Bij aandoeningen van de luchtwegen staan vaak kortademigheid, benauwdheid en pijnklachten op de voorgrond. Bij het vaststellen van de ziektegeschiedenis zal de arts een groot aantal vragen stellen (anamnese) teneinde een inzicht in het ziektebeeld te verkrijgen. 2. Verschijnselen Astma wordt gekenmerkt door aanvallen van beklemming in keel of borst met een gevoel van verstikking, moeizame piepende ademhaling, waarbij vooral de uitademing moeilijk is en hoestbuien optreden. De in aanvallen optredende vernauwing of afsluiting van de kleinste vertakkingen uit zich altijd in een bemoeilijkte uitademhaling. Bij astma kan men een drietal factoren verantwoordelijk stellen voor het ontstaan van de aanvallen van benauwdheid: kramp (spasme) in de kleine spieren van de kleinste luchtpijpvertakkingen (bronchospasmen); zwelling door stijging van vocht in de luchtwegen; toenemen van de hoeveelheid slijm in de luchtwegen. Een belangrijk kenmerk is het in aanvallen optreden van de benauwdheid. De ene aanval is van de andere gescheiden door een kortere of langere periode waarin het de volwassene of het kind heel goed gaat en waarbij ook objectief geen afwijkingen zijn te constateren. Natuurlijk zijn er patiënten bij wie de aanvallen elkaar zeer snel opvolgen; ook komt het voor dat de ziekte onafgebroken voortduurt, nu eens in lichtere dan weer in ergere mate. Men krijgt meestal plotseling, soms ook langzaam opkomend, het gevoel niet voldoende lucht te kunnen krijgen. Men moet zeer ingespannen ademhalen en doet dit, onbewust, door tevens gebruik te maken van andere spieren dan die welke gewoonlijk voor de ademhaling dienst doen, de zogenaamde hulpademhalingsspieren. Het kind of de oudere patiënt steunt daarbij vaak gemakshalve met handen en ellebogen op een stoel of tafel en fixeert zijn schoudergordel. De hulpademhalingsspieren, die in hals en nek lopen en schoudergordel met borstkas verbinden, trekken zich bij elke inademing samen en tillen de borstkas op tot een hoger niveau; een niveau waarop de astmapatiënt door zijn ademnood is gedwongen adem te halen. In boven geschetste houding worden de longen ruimer en de doorgang van de luchtpijpen vergroot, hetgeen de patiënt in deze toestand nodig heeft. Dit ingespannen ademhalen gaat meestal gepaard met een piepend, zagend geluid, soms ook met hoestbuien, die de patiënt nog benauwder maken. Veel aanvallen verlopen lichter en duren slechts kort; heel vaak treedt een aanval ‘s ochtends bij het ontwaken op om na enige minuten, soms enige uren, vanzelf op de houden. De rest van de dag is men dan aanvalsvrij. Zo is het ook met kortere aanvallen die ‘s avonds plegen op te treden, vlak voor het naar bed gaan of even daarna. Het komt voor dat men tijdens de slaap door een hevige aanval wordt getroffen. Men kan niet doorslapen, maar moet rechtop gaan zitten of uit bed gaan. Langdurige astma-aanvallen kunnen invloed hebben op de algemene gezondheidstoestand van de patiënt. Algemene slapte, vermagering, moeheid en lusteloosheid kunnen het gevolg ervan zijn. Zelfs kan astma op den duur leiden tot star worden van de borstkas en blijvende uitrekking van de longblaasjes, het zogenoemde emfyseem. Gelukkig komen deze laatste blijvende veranderingen bij een tijdige en adequate behandeling slechts zelden voor. Als ze voorkomen, bemoeilijken zij de ademhaling nog meer en leiden ze tot een voortdurende kortademigheid. Kortademigheid en aanvallen van benauwdheid zijn in het algemeen de belangrijkste klachten. Toch kunnen bijvoorbeeld klachten van kortademigheid de arts op een dwaalspoor brengen. Zo komt kortademigheid ook voor bij hartklachten en het hyperventilatiesyndroom. Dit laatste ziektebeeld berust meestal op een psychisch probleem. De kenmerken van kortademigheid bij dit syndroom zijn: - nauwelijks enige relatie met inspanning; - uitgelokt door emotie; - in rust optredend; - beschreven als moeite de lucht naar binnen te krijgen; - duidelijk wisselend in tijd, zelfs binnen minuten; - verbetert niet door met roken te stoppen; - treedt vaak op tijdens een gesprek; - verbetert door kalmeringsmiddelen en alcohol; - verbetert niet door sputum op te hoesten. De aard van deze klachten is geheel anders dan die welke voorkomen bij aandoeningen van de luchtwegen; toch is bij beide kortademigheid of benauwdheid de voornaamste klacht. Alleen door zorgvuldig vragen te stellen kan de arts hier achter komen. 3. Bijkomende verschijnselen De astma-aanval wordt dikwijls voorafgegaan of begeleid door stoornissen in andere lichaamsdelen, weliswaar veel lichter en dikwijls voor de patiënt niet erg opvallend. Deze verschijnselen zijn echter van betekenis, omdat zij erop wijzen dat niet alleen de luchtwegen tijdens de aanval in een abnormale conditie verkeren. Integendeel, ook elders in het lichaam kunnen stoornissen optreden in het natuurlijk, dynamisch evenwicht van de werking van orgaansystemen. De astma-aanval is het hoofdverschijnsel. Zo zijn er patiënten bij wie de aanval begint en wordt begeleid met braken en maag-darmstoornissen. Ook kunnen neusverstoppingen en hevig niezen en snuiten aan de aanval voorafgaan of deze begeleiden. Weer andere patiënten hebben last van koude, blauwrode handen en voeten, hetgeen zou duiden op een stoornis in de bloedaanvoer of vaatvernauwing in armen of benen. Weer anderen hebben een gloeiend rood oor of moeten herhaaldelijk plassen; soms gaat de aanval samen met een sterk verbleken en transpireren, soms met een aanzienlijke stijging of daling van de bloeddruk en versnelling of vertraging van de polsslag. Ook zijn er mensen die voor of tijdens de aanval een sterk opgezet gevoel in de maagstreek ondervinden. Bij onderzoek blijkt dat zich veel gas in de maag heeft verzameld, doordat het ledigen van de maag wordt bemoeilijkt door een kramp van de maagportier (pylorus). Astma kan optreden op de meest verschillende leeftijden, op jeugdige, middelbare of hogere leeftijd. De aandoening kan het hele leven duren, soms onderbroken door maanden- en jarenlang durende tussenpozen, waarin men er hoegenaamd geen last van heeft. Aanvallen van kortademigheid kunnen kort duren of dagen aanhouden. In het laatste geval zal ziekenhuisopname vrijwel altijd noodzakelijk zijn. Angst De beroemde filosoof Seneca schreef omstreeks het begin van onze jaartelling in een brief aan zijn vriend Gaius: ‘Mijn astma blijft me kwellen. Het meest opmerkelijke van dit ongemak is, dat je bij elke aanval denkt het te begeven. De training is zo heilzaam voor een filosoof dat ik deze eigenaardige ziekte de bijnaam meditatio mortis (meditatie van de dood) heb gegeven. Als je, na lange tijd in hevige angst te hebben gezeten, een zweempje lucht in je longen krijgt, is het of je weer tot leven komt. Je voelt je meer dan ooit los van de ijle woeling van de wereld. Het is in feite een excellente leerschool.’ Inderdaad kan er reden voor angst zijn. Mensen zijn bang benauwd te worden, bijvoorbeeld bij inspanning. De basale vraag is of hiervoor daadwerkelijk reden is. Echt benauwd worden is zo’n levensbedreigend gevoel en doet zo’n aanspraak op het overlevingsmechanisme van de mens, dat verzet een bijna automatische reactie is. Het is verstandig te pogen te weten te komen wanneer bij een astma-aanval benauwdheid opkomt en wanneer niet. Men maakt deze hanteerbaarder als men heeft geleerd zich te ontspannen. Astma-patiënten hebben in het algemeen zelden de kracht zich in volledige ontspanning te laten gaan. Niet alleen kost dit veel energie en voelt men zich erna uitgeput, men moet ook de tijd en geestelijke rust ervoor hebben. Volwassen astma-patiënten trachten soms door meditatie de benauwdheid en angst te onderdrukken. De meest voor de hand liggende methode is de oorzaak weg te halen en bij inspanningsbenauwdheid lijkt dat de inspanning te zijn. De eigenlijke oorzaak is het anders reageren van het lichaam. De inspanning is slechts de katalysator. Ook nu zal men proefondervindelijk moeten zoeken naar die mate van inspanning die net geen benauwdheid en angst veroorzaakt. 4. Oorzakelijke factoren De juiste toedracht van het ontstaan van astma is niet met zekerheid bekend. Wel weten we dat een groot aantal factoren van verschillende aard een rol kunnen spelen bij het ontstaan of verergeren van de aandoening, zoals overgevoeligheid (allergie), ontstekingsprocessen, luchtverontreiniging, psychische en hormonale factoren, klimaatsinvloeden en sociale factoren. Erfelijke factoren Erfelijkheid op zichzelf is geen belangrijke factor in het ontstaan van astma en verwante ziektebeelden. Wel speelt aanleg een rol. Kinderen uit een huwelijk waarvan de man of vrouw astma heeft, kunnen eveneens aanleg voor de ziekte hebben. Maar dit wil nog niet zeggen dat deze kinderen ook werkelijk astma-aanvallen zullen krijgen. De ziekte is niet erfelijk, maar de aanleg tot de ziekte wel. Allergie Allergie of overgevoeligheid is een veranderd reactievermogen dat van ouders op kinderen zou overgaan en waarbij men op voor anderen onschuldige stoffen reageert: - de inhalatie- en voedingsallergenen; - bepaalde contactstoffen; - bacteriën, gisten, schimmels, enz. Tegen dierenharen, mensenhuidschilfers, pollen, stuifmeel, huisstof, mijten enzovoort worden zogenaamde antilichamen gevormd. Een hernieuwd contact (allergeen + antilichaam) kan tot het uitbreken van een allergische reactie leiden. Een allergische reactie wordt gekenmerkt door: - hoofdpijn; - benauwdheid; - huidveranderingen. Waarom deze aanleg familiair is, maar het orgaan waarin de reacties tot uiting komen verschillend zijn is onbekend. Waarom heeft een kind eerst dauwworm, dan van het derde of vierde jaar astma, dat schijnt te verdwijnen met het ouder worden, maar later weer aanleiding kan geven tot niessalvo’s? Een verklaring zou kunnen zijn dat een of ander letsel (bijvoorbeeld een infectie) een of ander orgaan ‘geschikt’ maakt, dus predisponerend werkt. In een orgaan in minder goede conditie zou zo’n sensibilisatie kansen krijgen. Het omgekeerde lijkt echter ook het geval te zijn. In een orgaan waarin veel allergische reacties optreden, hebben ziektekiemen een betere kans. Vandaar dat men bij astmatische kinderen vaak tussen de aanvallen van benauwdheid luchtweginfecties vindt: hoesten, slijm, rochelen, piepen. Er zijn ten minste drie factoren die de toestand van de luchtwegen van een astmapatiënt bepalen: (1) de astma-aanval (heviger of lichter); (2) de infectie van het slijmvlies; (3) de overgevoeligheid of de voortdurende bereidheid om op prikkels te reageren. De basis van de overgevoeligheid ligt in een overerfelijke constitutie. Deze maakt het mogelijk dat bij een of ander contact (schimmels, mensvreemde eiwitten, stofmijten, haren van dieren enz.) antistoffen gevormd worden. Men zou dit enigszins kunnen veýgelijken met de zogenaamde immuniteit bij allerlei infectieziekten of met preventieve inentingen, waarbij ook speciale antilichamen gevormd worden. Deze immuniteitslichamen zorgen ervoor dat bij een nieuw contact met dezelfde ziektekiemen geen ziekteverschijnselen optreden. Met de zogenaamde overgevoeligheids-antilichamen is dat anders. Hier leidt een nieuw contact tot een keten van processen waarbij de vorming van histamine alom bekend is. Daarom treden er in een of ander orgaan ziekteverschijnselen op. Waarom dat bij de een de neus (loopneus, verstopte neus) is, bij een ander een deel van de luchtwegen (astma), bij weer een ander de huid (eczeem), is vooralsnog niet bekend. Het spreekt wel haast vanzelf dat men bij de behandeling zal trachten te voorkomen dat een of ander orgaan zo gaat reageren, of dat het veranderd reactievermogen-mechanisme in werking treedt. Ontstekingsprocessen In de mond-, keel- en neusholte, die in open verbinding staan met de buitenwereld, wordt een groot aantal bacteriën aangetroffen. Bij patiënten met astma worden in de bovenste luchtwegen dezelfde micro-organismen gevonden als bij gezonden. In de lagere luchtwegen van patiënten met astma zijn, evenals die van gezonden, in de regel steriel. Waarschijnlijk zijn micro-organismen niet primair verantwoordelijk voor het ontstaan van astma, maar het is een vaststaand feit dat bij vele patiënten een verergering van astma optreedt tijdens een luchtweginfectie. Luchtverontreiniging Men zou hier in de eerste plaats het roken kunnen noemen. Dit is een vorm van luchtverontreiniging die de patiënt direct treft en die hij zichzelf ook aandoet, maar ook indien in zijn omgeving gerookt wordt kan hij hiervan ernstige hinder ondervinden (hij is dan een passieve roker). Het betreft niet alleen de schadelijke stoffen in de rook, maar ook de geringe kolendampvergiftiging die ontstaat door een relatief tekort aan zuurstof. Veel stoffen in de lucht kunnen de slijmvliezen van de luchtwegen prikkelen en deze veroorzaken waarschijnlijk in eerste instantie bronchitis en bij daarvoor gevoelige patiënten aanvallen van astma. Psychische en sociale factoren Er zijn veel aanwijzingen dat psychische belasting en stress, maar ook de sociale omstandigheden een invloed hebben op astma-aanvallen. Wederom geldt dat astma niet primair door een psychische of sociale factor wordt veroorzaakt, maar wel dat iemand met aanleg voor astma sneller reageert op een psychische of sociale beïnvloeding en vooral dat psychische en sociale factoren het ziektebeeld kunnen verergeren. Psychische factoren spelen ook een grotere rol bij de interactie tussen kinderen en ouders in een gezin. Het astmatische kind heeft ouders nodig die best mogen laten blijken dat naast andere problemen in het gezin, dit probleem voor hen zwaar weegt, maar ze mogen het niet de kans geven het vertrouwen in elkaar te ondermijnen. Zij moeten het astmatische kind laten voelen dat het niet ongelukkig hoeft te zijn, of dat het door zijn handicap geen mogelijkheden zou bezitten zichzelf en anderen gelukkig te maken. Ouders moeten dit voor astmatische kinderen zichtbaar maken, zodat ze steeds antwoorden op vragen kunnen krijgen die ze nodig hebben. Speciaal deze ouders moeten zich afvragen wat de consequenties zijn voor elkaar, voor dit kind en al de kinderen, als zij deze overwinning niet bereiken, en ze moeten oog krijgen voor de mogelijkheden die er zijn als zij er wel in slagen. Dit laatste zal hen mogelijk het meest helpen alles in te zetten. Hormonale factoren Astmatische aandoeningen zouden bij mannen meer voorkomen dan bij vrouwen. Kinderen met astma krijgen vaak tijdens de puberteit minder klachten. Overigens manifesteert astma zich bij een aantal patiënten pas na de puberteit. Bij vrouwelijke astmapatiënten bestaat dikwijls een verergering vlak voor de menstruatie; bij sommige vrouwelijke patiënten ontstaan astmatische klachten steeds op hetzelfde moment van de menstruele cyclus. In de zwangerschap openbaart zich soms astma; ook ontstaat soms astma in de overgangsjaren van de vrouw. Klimaatinvloeden Het klimaat en ook de grondsoort kunnen soms van invloed zijn. Veel astmapatiënten zijn in het hooggebergte vrij van klachten. Ook de regeling van temperatuur en vochtigheid in de woning - het microklimaat - is belangrijk voor vrijwel iedere astmapatiënt. 5. Astma op jeugdige leeftijd Een (hevige) aanval van benauwdheid bij een kind kan ouders in paniek brengen. Dit is een begrijpelijke reactie, maar het kind heeft er geen baat bij. Men moet proberen rustig te blijven en alle maatregelen nemen waarvan men weet dat die een gunstige invloed hebben. Aanvallen van benauwdheid bij kinderen en andere verschijnselen die met astma gepaard gaan, betekenen voor de ouders een extra zorg. Het kind draagt ook een psychische en lichamelijke last. Belangrijk voor de ouders of verzorgers - in verband met de opvoeding - is met name de eigenaardigheden van de ziekte goed te kennen. De ouders of verzorgers dienen te zijn bedacht op de wisselvalligheid van de aandoening, het plotseling optreden van kortademigheid, bijvoorbeeld als er feestelijke, leuke, onverwachte of moeilijke en vervelende dingen gebeuren. Onbekendheid kan extra moeilijkheden meebrengen; ouders of verzorgers kunnen door het kind en zijn aandoening geïrriteerd reageren en het kind zal hierop weer reageren met een aanval. Maar de patiënt, ouders of verzorgers kunnen ook veel doen. Men kan veel aandacht besteden aan het saneren van het huis, de conditie opbouwen en ontspanningsoefeningen uitvoeren die van wezenlijke invloed kunnen zijn op het genezingsproces. Er bestaat een zekere angst, vaak ook weerstand, voor antibiotica (ter bestrijding van ontstekingsprocessen) en andere medicamenten (bijvoorbeeld ter verwijding van de luchtpijpvertakkingen) voor langere tijd. Antibiotica werken dikwijls preventief, dat wil zeggen om bepaalde ziekteverschijnselen te voorkomen. Zolang het innemen van deze middelen onder regelmatige controle blijft, is er geen reden om ongerust te zijn. Speciale antibioticakuren moeten altijd geheel worden afgemaakt. Men mag niet halverwege ophouden. Het is heel begrijpelijk dat men zich ongerust maakt over al die geneesmiddelen en de gevolgen. Blijf niet rondlopen met uw twijfels, maar bespreek ze met uw huisarts. Natuurlijk moet u het waarom van de therapie (dit geldt ook voor ademhalingstherapie en ontspanningsoefeningen) weten en de aard en werking van de verschillende medicijnen. Ook moet u weten hoe en waarom de geneesmiddelen regelmatig moeten worden gebruikt en welke de bijwerkingen zijn. Mocht de arts u dit niet vertellen of in zijn uitleg niet helemaal duidelijk zijn, maak dan een vervolgafspraak met hem en praat alles rustig door. Onderzoekingen bij een grote groep (4500) astma-patiënten hebben overigens geleerd dat een relatief hoog percentage (24 procent) goed reageerde op een aantal alternatieve geneesmethoden, zoals acupunctuur, acupressuur, autogene training, homeopathische geneesmiddelen, kruidenmiddelen. In vele gevallen is psychologische begeleiding van belang. |
Aroma tegen deze ziekte of klacht :
| HOME | Nederlands | Latijn | Eigenschappen | Kwalen | Recepten | Links | Bronnen |