Het Stuurplan van Defensie
nogmaals een sneuvelplan.
Op 3 december jongstleden kreeg de
commissie van landsverdediging een verrassing aangeboden. De premier, de
minister van landsverdediging, de CHOD en zijn medewerkers pakten al uit met een
sinterklaasgeschenk, het Stuurplan van
Defensie. De gepolitiseerde versie van
het plan, dat midden september door de CHOD aan zijn politieke baas werd
bezorgd, blijkt echter maar een mager afkooksel te zijn geworden.
Het moet gezegd dat het Strategisch plan 2000-2015 voor de modernisering van de
krijgsmacht, goedgekeurd door de regering in mei 2000, een opsteker was. De
krijgsmacht moest weliswaar wel inleveren maar tegenover stond een visie op
lange termijn. De getalsterkte van het leger zou bovendien tegen 2015 worden ingekrompen
tot 35000. De invoering van de eenheidsstructuur, de uitbouw van een kleiner
beter uitgerust en sneller inzetbaar leger met een verhoogde aëromobiliteit
waren zowat de hoofdaccenten.
Wie zegt strategisch plan zegt in één adem operationele behoeften, waaraan
natuurlijk een kostenplaatje hangt. Hier is het schoentje bijgevolg langzaam
maar zeker beginnen te wringen. De vorige CHOD, de admiraal Herteleer, heeft bij
herhaling gepleit voor een hoger budget voor landsverdediging om militaire
investeringen, als fundament van een geloofwaardige defensie, mogelijk te maken.
Vermits de boodschap in dovemansoren bleef terecht komen, wou zijn opvolger het
over een andere boeg gooien, namelijk diep in eigen vlees snijden om
investeringskredieten te kunnen vrijmaken. Begin 2003 was het strategisch plan
plus al een teken aan de wand. Tezelfdertijd bleken de militaire investeringen
van het lopende jaar tot een afzonderlijk laag niveau te zijn teruggeschroefd.
De nieuwe regering bracht natuurlijk ook al geen soelaas. Het regeerakkoord was
trouwens erg duidelijk. De getalsterkte van de krijgsmacht van 35000 zal niet
tegen 2015 maar zo snel mogelijk bereikt worden. Voor de CHOD en zijn staf was
er dus werk aan de winkel. Het werd dus in alle opzichten een bijzonder hete
zomer in de stafgebouwen aan de Everestraat te Brussel. Vermits het personeel
van de krijgsmacht verder met 12,5 % wordt afgeslankt, lijkt de sluiting van
kazernes en kwartieren onafwendbaar. Zelfs de defensiespecialist van de VLD
geeft in september te kennen dat sluitingen de enige manier zijn om geld vrij te
maken voor de hoognodige modernisering van het leger maar ook hij haalt bakzeil.
Het sneuvelplan van defensie van 3 december hakt voorspelbaar in het
personeelsbestand maar laat het aantal kwartieren en kazernes onaangeroerd. Men
moet echter wel zo snel mogelijk substantiële besparingen realiseren in de
werkingskosten van de krijgsmacht. Begrijpe wie begrijpen, gelove wie geloven
kan. Met gestadig wegsmeltende investeringsmiddelen moeten bijgevolg de operationele
behoeften worden bijgestuurd met soms verregaande, ja zelfs catastrofale
vooruitzichten. Deze tabel is misschien wel een
sprekende illustratie van deze laatste stelling. De landcomponent zal voortaan
enkel aan operaties met een beperkt risico kunnen deelnemen: de gevechtseenheden
worden patrouille-eenheden op wielen, het kanon van 90 mm levert niet echt de
vuurkracht van een modern pantserwapen en met de getrokken artillerie van 155 mm
devalueert de artillerie eerder naar veldartillerie. Met enige nieuwsgierigheid
kan bovendien worden uitgekeken naar de reactie van onze bondgenoten op deze
metamorfose van de landcomponent tot een patrouillemacht. En dit terwijl onze
toekomstige moderne mobiele strijdmacht, volgens het strategisch plan ook zou
moeten uitblinken door solidariteitszin met gedeelde verantwoordelijkheid,
lasten en risico. De politieke onwil om gedane beloftes te ondersteunen knaagt
deze doelstellingen echter wel grondig weg.
De volgende observaties over het Stuurplan van Defensie vragen bovendien om
enige commentaar. De landcomponent voortaan met een mediane capaciteit aan de
operaties laten deelnemen, is een modern concept dat alle steun verdient.
Mobiele en gemakkelijk projecteerbare gevechtseenheden met bijhorende
steuneenheden inzetten in het kader van een NRF (NATO Response Force) is
lovenswaardig. Men mag hierbij echter niet uit het oog verliezen dat deze
operaties à la carte ook een doorgedreven training vereisen al was het maar om
de degelijkheid van een Commando-, Controle-, Communicatie- en Informatienetwerk
grondig uit te testen. De modules, de verzameling van eenheden moeten trouwens
in het kader van de NRF een bekwaamheidscertificaat behalen wat zonder een
doorgedreven gemeenschappelijke training een "mission impossible"
wordt. De nationale defensie moet echter niet alleen ernstig besparen op de
werkingsuitgaven maar ook specifieker materieel aankopen. Het mediane concept
bevindt zich bijgevolg nu reeds op een erg glibberige helling.
Wat de luchtcomponent betreft, bevestigt het Stuurplan van Defensie dat de
investeringen op een laag pitje worden gezet. Dit belet echter niet dat de F16
al onmiddellijk in internationaal verband inzetbaar is boven het
gedigitaliseerde slagveld, in alle weersomstandigheden, bij dag en bij nacht met
precisiemunities en met een trainingsniveau dat door de NAVO-specialisten
regelmatig als meer dan bevredigend wordt bestempeld. Het snoeimes zal echter al
in 2004 een ernstige hap uit de werkingskredieten wegsnijden. Onze Seaking zal
ruim 20 % van zijn vlieguren moeten inleveren. De vlieguren F16 met 16 %
verminderen betekent ook dat minstens 17 F16 piloten een omscholing zullen
volgen op transportvliegtuig of als vlieginstructeur. Voor deze laatste
categorie is de toestand echter niet erg duidelijk want ook de vlieguren Alfa
Jet worden gereduceerd. Het zou trouwens beter zijn, bij de start van een
nieuw opleidingsconcept van militaire piloten (sedert augustus 2003), niet met
te veel onzekerheden te worden opgezadeld. Vooraleer er een Europees
trainingsconcept (en investeringen) aanvaard wordt, kan men moeilijk jarenlang
in onzekerheid blijven. Voorlopig een gezamenlijke opleiding op Alfa Jet met de
Franse luchtmacht starten, met inbreng van onze gemoderniseerde exemplaren,
lijkt een aantrekkelijke oplossing.
De marinecomponent behoudt zijn capaciteiten en zal na recente tegenslagen in
het domein van investeringen toch over gemoderniseerd of goed tweedehands materieel
kunnen beschikken. Vermits ook onze noorderburen overtallig materieel
te koop aanbieden en onze marinecomponent zich kiplekker voelt bij haar
operationeel verbond met ABNL (Admiraal BENELUX), zou de aankoop van 2 recente
multifunctionele Nederlandse fregatten wel eens een ernstige kans kunnen maken
al of niet samen met de overname van transporthelikopters, die overtallig zijn
bij de Nederlandse landmacht en die trouwens als afzonderlijke prioritaire aankoop uit het
dossier van aëromobiliteit van het strategisch plan 2000-2015 zijn
verdwenen.
Vooraleer af te ronden zijn de volgende bedenkingen in verband met het Stuurplan
van Defensie niet onbelangrijk. Men verwacht nogmaals veel heil van de verkoop
van overtollig materieel. De verwachting dat de nieuwe NAVO-leden goede
klanten zullen worden en dus onze investeringspot met belangrijke inkomsten gaan
spijzen getuigt niet van veel realiteitszin. De jongste poging om 14 F16's met
MLU (Mid Life Update) te kunnen verkopen aan Tsjechië liep nogmaals uit op een
sisser. Met de uit gebruik name van de houwitser M109 wil men het schijnbaar over
een andere boeg gooien. Men kondigt eerst een MLU aan en koopt tijdens vier
fases de wisselstukken voor ongeveer 10 miljoen euro. Tenslotte beslist men de
M109 uit gebruik te nemen maar toch nog 5 miljoen euro te voorzien voor de
uitvoering van de laatste fase wat begrijpelijker wijze op een heftige reactie
van de inspectiediensten van het ministerie van financiën botst. De minister
van begroting ziet echter geen graten in deze constructie, die immers voor werk
zorgt. Dit betekent zoveel als dat de federale regering, namelijk defensie,
regionale tewerkstelling mag sponsoren in de veronderstelling dat het vernieuwde
militair materieel een gretige koper zal vinden.
Deze handelswijze is de zoveelste kaakslag voor diegenen die binnen de gepluimde
defensiebegroting elke euro nuttig willen besteden. Laten we ook hopen dat de
aanklacht van de oppositie in dit dossier, en meer bepaald van de CD&V, de
aanloop mag betekenen naar een situatie waar budgettaire frivoliteiten
onmiddellijk worden getorpedeerd en waar er eindelijk enige vrije marge wordt
gecreëerd voor de financiële ondersteuning van een geloofwaardige krijgsmacht.
Volgens het nieuwe Stuurplan zal men voor nieuwe militaire aankopen voortaan
beroep doen op bestaande series, beschikbaar op de markt of COTS (Commercial Off
The Shelf). Hopelijk besteedt men hierbij voldoende aandacht aan het feit dat er
zich best niet te veel jaren situeren tussen de datum van bestelling en de datum
van levering. Elke leverancier zal zich trouwens verplicht zien zijn factuur op
een evenredige manier aan te passen. Het fenomeen van DMS (Diminishing
Manufacturing Sources), of het niet meer beschikbaar zijn van vitale
COTS-onderdelen naarmate de ouderdom van het product toeneemt, betekent tevens
een niet te onderschatten risico. Ook kan er enige verwarring ontstaan omtrent
het aanvaarden van een product als COTS. Is het materiaal al ergens ter wereld
operationeel of bestaat het in een vereenvoudigde versie of bestaat het enkel op
plan al of niet met degelijke computersimulaties die bijvoorbeeld de
beveiliging, de levensduur en de vuurkracht illustreren?
Ook onze C130's eisen hun deel op in het Stuurplan van Defensie. Zij zullen
eindelijk worden uitgerust met een zelfbescherming tegen de aanvallen met
radargeleide raketten. Hierbij zou de voorkeur wel eens kunnen uitgaan naar een
goedkope oplossing namelijk de installatie van het passieve Carapace-systeem en
de actieve storingsgondel ALQ131, systemen die beiden tot ieders voldoening onze
F16's beveiligen.
Of men met het Stuurplan van Defensie echt kan gewagen van een koophonger valt
in twijfel te trekken. Iemand die al jaren is uitgehongerd heeft nu eenmaal meer
appetijt dan gewoonlijk. De weg naar de realisatie van het plan is, zoals we de
laatste jaren gewoon zijn geworden, geplaveid met goede voornemens zonder dat er
echter budgettair beterschap in zicht is. Men kan weliswaar de nodige
investeringskredieten laten stemmen en de bestellingen lanceren maar met een
lege defensiekas betekent dit dus zoveel als zijn betalings- of
ordonnanceringskredieten niet kunnen vereffenen of de volgende legislatuur met
reuzenhoge onbetaalde bestellingen of schulden opzadelen. Dergelijke situatie
leidt bijgevolg naar een failliet, het failliet van defensie zoals onlangs een
generaal zich liet ontvallen.
Met het Stuurplan van Defensie maakt de term herstructurering plaats voor een
nieuw fundamenteel begrip namelijk transformatie of gedaanteverandering. Er valt
echter te vrezen dat deze oude wijn in nieuwe zakken de langetermijnvisie, die het
strategisch plan aanvankelijk was, degenereert tot een pingpongvisie zonder
budgettair fundament en zonder politieke goodwill. Elke militair
fronst de wenkbrauwen bij het klaroen- en trompetgeschal als zou de Belgische
Defensie de voorbije vier jaar een sprong van meer dan twintig jaar hebben
gemaakt en heeft beangstigende gevoelens bij de slogan dat te voet, op de
golven, op wielen of op vleugels het leger er resoluut op vooruitgaat, zoals we
eerder dit jaar in een brochure van defensie konden lezen.
Bij de jaarwisseling heeft elke militair wel nood aan een duidelijk en eerlijk
antwoord op de vraag wat er van hem zal geworden en hoe hij in de toekomst in
niet te voorspellen maar veeleisende conflictsituaties al of niet goed getraind
en al of niet goed uitgerust aan de zijde van een NAVO-collega zal worden
ingezet. Met dit sneuvelplan van Defensie gaat het echter niet de goede richting
uit. Misschien mogen we eindelijk ook nog eens enige toelichting verwachten van
een militaire autoriteit en waarom niet van de CHOD, die ons vrank en vrij
informeert of is dit bij het begin van 2004 een wens die onuitvoerbaar is omdat
ondertussen de vrije meningsuiting ook al gesneuveld is?