Alarm, militaire investeringen naar dieptepunt.

Voorbeschouwingen.
De statistieken.
Andere gegevens.
Kostelijke ontsporingen.
   Trigat
   Mijnenveegsysteem en kustmijnenvegers
Het strategisch plan 2000-2015.
   A400M
   Strategisch transportschip
   Reccevoertuigen
   Mijnenjagers
   Helios 2
   Shorad
Enkele vaststellingen.
   Vervanging Seaking
   Verkoop legermateriaal
   Populariteit luchttransport
   NAVO-budgetten
   Defensie-industrie
De commissie van landsverdediging.
Het Stuurplan van Defensie.
Steun uit onverwachte hoek?
Eindbeschouwingen.

Voorbeschouwingen.

Een lege boodschappenkar voor militaire investeringen.Sedert Leo Delcroix in 1992 na een voorspel van Charlier vriend en vijand verraste met een grondige hervorming van het leger, ging het met defensie steeds maar bergaf. Niet alleen daalden de effectieven onder een kritisch niveau maar bovendien blijft een waardige budgettaire ondersteuning voor een moderne krijgsmacht uit. Het ziet er trouwens niet naar uit dat er een politieke wil bestaat die deze situatie kan ombuigen. Na de jongste begrotingscontrole springt de eentonige constante inlevering van landsverdediging al niet meer in het oog. De zittingen van de commissie van landsverdediging blijken evenzeer een weinig opbeurende parlementaire activiteit te zijn geworden van waaruit weinig heil te verwachten valt. En de media volgen soms gedwee de politieke apathie tegenover het leger of is er misschien beterschap op til?  Of het slaken van een alarmkreet, over het uitblijven van militaire investeringen terecht is, moge blijken uit het volgende relaas.

BEGIN PAGINA.

De statistieken.
We kunnen in eerste instantie trachten te antwoorden op de vraag of België binnen de NAVO of binnen een Europese Verdediging echt zo weinig besteedt aan defensie? Als we onze politieke excellenties mogen geloven, met minister Flahaut vaak als spreekbuis, doen we het allemaal nog niet zo slecht. De statistieken zijn immers een samenraapsel van onjuiste gegevens. Tijdens de persconferentie van 26 februari 2003 werd het strategisch plan voor de krijgsmacht en het strategisch plan-plus voorgesteld aan de van een brochure. Hierin kunnen we zelfs lezen dat onze defensie een toonbeeld is voor onze militaire partners. Misschien schets het volgende cijfermateriaal een ander beeld.
Voor de evolutie van de militaire inspanningen van de NAVO-landen, gerangschikt volgens militaire uitgaven, aandeel van het BNP (Bruto Nationaal Product), uitgaven per inwoner, uitgaven per categorie en getalsterkte kan je hier terecht. De cijfers zijn overduidelijk. Welk criterium men ook hanteert, ons land bengelt vanaf 1980 tot vandaag in de staart van het NAVO-peloton qua militaire in
spanning.
En helaas, driewerf helaas, deze tabellen met de militaire uitgaven van de NAVO-landen per categorie over de periode van 1993-2002 van SIPRI, het Zweedse vredesinstituut, herhalen dat België een erg slechte leerling is in de NAVO-klas. De defensie-uitgaven illustreren overduidelijk dat ons land qua investeringen in een diep dal is terecht gekomen. Steeds meer euro's worden besteed aan personeel, steeds minder aan uitrusting. De bewering, als zou het NAVO-gemiddelde, of de jongste tijd meer populair klinkend Europees militair investeringspatroon gehaald worden tegen 2015, datum voorop gesteld in het strategisch plan voor de krijgsmacht, komt totaal ongeloofwaardig over. Het is immers nog een zeer lange weg om het gemiddelde van de 15 Europese lidstaten te bereiken. De investeringen in materieel per militair liggen voor België op 5700 €. Voor Europa ligt dit cijfer op 18000 €. Het antwoord op de eerder gestelde vraag is dat België zich zonder meer profileert als een onwelvoeglijke partner wat militaire bestedingen betreft.

BEGIN PAGINA.

Andere gegevens.
Laten we toch maar volharden in de boosheid en pogen met gedetailleerd cijfermateriaal de eventuele twijfelaar te overtuigen. Hierbij dient vooraf te worden opgemerkt, dat deze opdracht geen sinecure is. Vooreerst stellen we vast dat de krijgsmacht het laatste decennium constant in beweging was, of beter ononderbroken geherstructureerd werd. De militaire behoefte van vandaag was morgen al niet meer van toepassing omdat het operationele concept, de opdracht van de eenheid of de eenheid zelf gewijzigd werd of zelfs gewoon werd afgeschaft. Om het geheel nog wat doorzichtiger te maken werd de terminologie ook nog eens veranderd. Het Plan Middellange Termijn (PMT) en Plan Lange Termijn (PLT) werden omgedoopt tot het Plan voor Investeringen voor Defensie en Veiligheid (PIDV) en Doelstelling Investeringen voor Defensie en Veiligheid (DIDV). Dit laatste plan moet trouwens tegen 2015 gerealiseerd worden. Het is bijgevolg het ideaal instrument om beslissingen voor zich uit te schuiven of gewoon op het einde van de rit niet uit te voeren wegens het ontbreken van budgettaire middelen.
Dan is het nu tijd om de cijfers te laten spreken. De tabel met het PIDV 2000-2005 is een meer recente projectie van de militaire investeringen, waarvan er heel wat einde 2003 nog steeds niet onder contract zijn. De integrale tekst kan men hier raadplegen.
Het PIDV is inderdaad geheroriënteerd in functie van de kerncapaciteiten. Spijtig genoeg vinden we geen sporen terug van enige inspanning voor de realisatie van de aëromobiliteit. Tevens blijken de investeringsplannen tot een vrij aanzienlijke stilstand te zijn gekomen. Het volledige investeringspakket blijft bovendien een erg mager beestje dat zeker geen trendbreuk aankondigt. Ons oordeel blijft dan ook hard. België is een erg slechte leerling in de Europese en NAVO-klas. Het strategisch plan stelt weliswaar een verdeling van de uitgaven voorop in een 50/25/25 verhouding, respectievelijk voor personeel, werking en investeringen, maar voor 2003 bedraagt deze verhouding 62/27/11. Volgens verklaringen van de minister van defensie echter zal al vanaf 2007 25% van zijn budget gebruikt worden voor wederuitrusting. Vermits cijfers niet alles verduidelijken kunnen we ze pogen op te fleuren met wat bijkomende informatie, geplukt uit de actualiteit. Laten we hierbij chronologisch tewerk gaan en ons uitsluitend oriënteren op het strategisch plan, dat op 12 mei 2000 door de ministerraad werd goedgekeurd.

BEGIN PAGINA.

Kostelijke ontsporingen.
Trigat

Het antitankproject in het algemeen en Trigat in het bijzonder is een eerste interessante kluif. In totaal wilde deDe Trigat zoals hij in België zou gebruikt worden. toenmalige landmacht 6 miljard BFr besteden aan de Trigat. Het is een veelbelovend Europees programma met de deelname van het Verenigd Koninkrijk (VK), Nederland (NL), Duitsland (GE), Frankrijk (FR) en België. Het erg vernuftig electronisch stuurprogramma van het tuig is zelfs van Belgische makelij. De ontwikkeling sleept echter ettelijke jaren aan. Het antitankwapen is voor sommigen voorbijgestreefd door meer moderne technologie. De Belgische Trigat-testen op het oefenterrein van Meppen in GE zijn hoopgevend. Dit weerhoudt het VK er niet van haar Trigat-deelname op te zeggen in juli 2000, een week voor dat België te kennen geeft te blijven geloven in het programma. NL volgt het Britse voorbeeld en Trigat is op sterven na dood, of toch niet? GE blijft de langeafstandsversie (de zogenaamde fire and forget) ontwikkelen van de Trigat of PARS 3 LR, als basisbewapening voor de Tiger aanvalshelicopter. Spanje toont interesse en ook zou FR vanaf 2007 een beslissing nemen. België heeft inmiddels wel 1,2 miljard BFr besteed aan de ontwikkeling van de Trigat en zou deze De MRAV of Boxer. investering niet kunnen recupereren. Toch zou een vergelijkbare constructie wel voor een financiële compensatie in aanmerking komen. Het VK onderhandelt momenteel met NL en GE over een financiële tegemoetkoming, na haar eenzijdige opzegging van het tri-nationaal MRAV (Multi-Role Armoured Vehicle)-of Boxerprogramma.
Ondertussen gaat België haar antitankprogramma opsplitsen in 3 projecten namelijk voor de zeer korte dracht (tot 300 m), de korte dracht (tot 600 m) en de middellange dracht (tot 2000 m). Ingeschreven op de planning van 2003 zullen de hoeveelheden voor de zeer korte en korte dracht respectievelijk met 9 miljoen € en 8 miljoen € worden gereduceerd. In het programma van 2005 zal duidelijk worden of men voor de middellange dracht een nieuw fire-and-forget systeem aankoopt of de in gebruik zijnde Milan aanpast.

BEGIN PAGINA.

Mijnenveegsysteem en kustmijnenvegers
In de loop van 2000 valt het hakbijl over een ander niet zo prettig dossier van defensie. Twee projecten van de marine worden geschrapt namelijk het nieuw mijnveegsysteem en de bouw van de kustmijnenvegers. Het contract werd wel in 1994 toegekend aan het Antwerpse Scheepvaart en Konstruktie bedrijf (SKB). De motoren werden aangekocht, het prototype van het mijnenveegsysteem werd ontwikkeld, een proefplatform kreeg gestalte. Alleen de bouw van de mijnenvegers zelf ontbrak nog. Wanneer ruim drie jaar geleden het contract wordt opgezegd, heeft defensie al 28 miljoen € geïnvesteerd. SKB eist een schadevergoeding. Men spreekt over een mogelijke boeten van 37 miljoen €, te betalen door de Belgische staat. Het Rekenhof laat inmiddels weten dat "uit de aan het Rekenhof voorgelegde documenten niet blijkt dat aan de beslissing tot stopzetting van het project een kostenbaten analyse is voorafgegaan".

  
Het strategisch plan 2000-2015.
A400M

Vermits de ministerraad in mei 2000 het groen licht gaf voor het strategisch plan, is een investeringsplan het logisch vervolg. De ministerraad van 16 november 2000 stemt dan ook in met het voorlopig investeringstraject, goed voor 80 miljard BFr verdeeld over 46 programma's.
Laten we misschien de belangrijkste programma's van naderbij bekijken, of beter een momentopname maken. Het programma dat ongetwijfeld in het oog springt, is de vervanging van de C130. De oogappel van de politieke wereld, hun troetelkind wordt met de best mogelijke aandacht en budgetten verwend. Zelfs in 1992 was de vervanging van de C130 tegen 2010 een prioritair programma met een grote Europese meerwaarde. Leo Delcroix was toen al eenDe TP400-D6 motor voor de A400M vurig pleitbezorger van de FLA (Future Large Aircraft). In 1997 voorspelt men dat de levensduur van de C130 bereikt zal worden tegen 2015 en de ministerraad beslist dan ook op 7 november 60 miljoen BFr vrij te maken voor de financiering van voorafgaande activiteiten. Markant is wel dat de stafchef van de luchtmacht enkele maanden voordien te kennen geeft dat de A400M, zoals de FLA voortaan genoemd wordt, geen operationele behoefte is. Het raderwerk van de planning en de unanieme steun voor de A400M is echter niet meer de stoppen. Wij zullen 7 A400M's aanschaffen en Luxemburg betaalt 1 bijkomend exemplaar. Tijdens de ministerraad van 16 november 2000 gaat men akkoord om 44 miljard BFr te investeren in een programma dat een toonbeeld moet worden van Europese samenwerking op het vlak van defensie. Toch durven we enige aandacht vragen voor enkele potentiële problemen, die inherent zijn aan het A400M-programma: de weinig vertrouwenwekkende reputatie van Europese militaire programma's, die vaak belangrijke vertragingen en meerkost tot gevolg hebben; de technische risico's die zich vooral toespitsen op de ontwikkeling van een turboprop motor met achtbladige propeller; de stijgende exploitatiekosten van de C130 en de waarschijnlijk kostelijke vervanging van de vleugels (innerwings) voor de ingebruikname van de A400M in 2019; de zeer beperkte rol van de kleintjes in OCCAR, de Europese organisatie die de ontwikkeling en de productie van de A400M tot een goed einde moet brengen. 

BEGIN PAGINA.

Strategisch transportschip
Maar ook voor de marine staat een groots project op stapel. Na de A400M wordt de aanschaf van een strategisch transportschip de belangrijkste investering. Er wordt 5,7 miljard voorzien voor een al of niet tweedehandsschip, al of niet militair van oorsprong, met ziekenhuis, met landingsplatform voor helikopter, in staat om logistieke steun te leveren en vluchtelingen te herbergen, inzetbaar voor humanitaire operaties en voor het vervoer van de eigen troepen naar een crisisgebied, ten dienste van eenieder zodat we ons imago wat kunnen oppoetsen, met andere woorden een schip dat onvindbaar blijft en bovendien erg kostelijk is geworden. In 2002 is de factuur al gestegen tot 225 miljoen € en de bijdrage van Luxemburg van 25 % is slechts een druppel op een hete plaat om deze budgettaire smart te verzachten. Indien nadien nog blijkt dat de marine moeilijk kan voorzien in de volledige bemanning van het strategisch schip met zijn toch al erg verschrompeld personeelsbestand, is het hek helemaal van de dam. Het strategisch schip is al tot zinken gebracht voor het kan uitvaren. Een spijtige vaststelling, die trouwens ook nog andere gemiste kansen, lees inkomsten aan onze al zo arme defensieneus ziet voorbijgaan. De EACC (European Airlift Coordination Cell) te Eindhoven zou niet alleen de voorloper zijn van een ruimere gecombineerde airlift-sealift pool  in de toekomst, maar tevens de dienstverlener voor het op stapel staande Allied Movement Coordination Centre van SHAPE. We zullen bijgevolg alleen een graantje kunnen meepikken met ons luchttransport. De broodnodige langetermijninvestering valt dus uit de boot.

BEGIN PAGINA.

Reccevoertuigen
De Scarab als reccevoertuig nog niet aangekocht. De nummer 3 in de hitparade van de ministerraad van 16 november 2000 is de aankoop van een gepantserd reccevoertuig voor de landmacht. Voor 139 exemplaren wil men 5,5 miljard BFr besteden maar ook hier kunnen we nogmaals gewagen van veel kommer en kwel. Na een mislukte lancering in 2000 kent een nieuwe lancering van het dossier in 2001 evenmin succes. Het risico op procedurele problemen is te groot om het programma als zodanig verder te zetten. Omwille van fouten binnen en buiten de administratie dient één van de mededingende firma's klacht in. Minister Flahaut geeft in de commissie van landsverdediging te kennen dat we uiterst voorzichtig moeten zijn voor procedurele valstrikken en gedingen bij de rechtbanken en merkt op dat sinds geruime tijd ontploffingsmechanismen worden aangebracht op de defensiedossiers. Er werken dus blijkbaar duistere krachten om de al zo schaarse militaire investeringsdossiers de dieperik in te boren. Uit het Stuurplan van Defensie van 3 december 2003 blijkt dat de reccevoertuigen uit de aankooplijst zijn verdwenen. De Pandur zal de verkenningsopdracht op zich nemen. We zijn dus naar alle waarschijnlijkheid terug vertrokken voor een soap van klachten tegen defensie omdat een dossier, dat al jarenlang aansleept en waarin de industrie al veel heeft geïnvesteerd, geschrapt wordt.

BEGIN PAGINA.

Mijnenjagers   
Op de vierde plaats vinden we de modernisering van de mijnenjagers terug voor 3,2 miljard BFr. Hopelijk kent de uitvoering van dit programma een beter verloop dan de recente mislukkingen voor de marine. Nochtans blijkt dit programma niet echt onder een gunstig economisch gesternte van start te zijn gegaan omdat einde 2000 elke vorm van economische compensaties voor onze militaire bestellingen wordt geweerd, beslissing waarmee de Nederlanders als co-uitvoerder erg in de wolken zijn. Einde november 2003 blijkt dat België zijn rol van economische Samaritaan opgeeft. Economische compensaties bij militaire programma's zijn terug mogelijk. De nieuwe spelregels kan je hier raadplegen.  


Helios 2
Op een gedeelde vijfde plaats vinden we de aanpassing van de SHORAD (Short Range Air Defence) terug en de De Franse satelliet Helios 2. Bierset geobserveerd door satelliet. Belgische bijdrage tot de Franse satelliet, de Helios 2, beiden goed voor 2,9 miljard BFr. Samen met Spanje en FR vormt ons land een trio dat de aardobservatie via satelliet, zowel voor militaire als voor burgerlijke toepassingen, een Europese dimensie wil geven. Na de lancering van de eerste Helios 2 in 2004 zal België met de uitbouw van een eigen beeldinterpretatiecentrum, goedgekeurd door de ministerraad van 25 juli 2003, tegen de winter van 2004 met de beelden van Helios 2 kunnen werken. Teleurstellend is wel de vaststelling dat de laattijdige ondertekening van het contract einde 2001 met FR onze industrie niet toelaat deel te nemen aan de ontwikkeling en de productie van het systeem. Evenmin is er een industrieel luik voorzien voor toekomstige deelnames, dit alles ongetwijfeld een gevolg van onze destijds puriteinse houding aangaande economische compensaties.

BEGIN PAGINA.

Shorad
Wat de aanpassing van de SHORAD betreft worstelt men ook al geruime tijd met aanzienlijke vertragingen. Nadat het dossier in 2001 opnieuw werd ingediend, zou een nieuwe offerte van de leverancier in juni 2002 moeten beschikbaar zijn.
Uit de ministerraad van 28 maart 2003 onthouden we dat de opdracht voor 11 systemen (in plaats van 13) via een algemene offerteaanvraag gelanceerd wordt. 


Enkele vaststellingen.
Vervanging Seaking

Tijdens het uitpluizen van de verslagen van de commissie van landsverdediging komen toch wel interessante vaststellingen aan het licht. Met de regelmaat van een klok wordt de vervanging van de Seaking helikopter en de eventuele sluiting van haar moederbasis Koksijde besproken. Waar men in 1998 nog pleitte voor de aankoop van één bijkomend toestel zou men momenteel eerder de voorkeur hebben om op korte termijn één Seaking uit gebruik te nemen. Men kan echter moeilijk ontkennen dat de oude tante van 27 jaar dringend aan vervanging toe is. Hoe ouder een intensief gebruikt toestel wordt, hoe hoger de kostprijs voor onderhoud, en zeker voor een helikopter die vooral boven zee wordt ingezet. Hopelijk worden wij nooit geconfronteerd met een Belgische versie van een bericht, dat onlangs in de Canadese pers verscheen: " Canada's aging fleet of 28 Sea Kings is plagued by parts shortages and frequent mechanical breakdowns that keep them in the shop 30 hours for every one hour of flight. Over the years, there have been four fatal crashes that killed 10 people." Noordzee Helikopters Vlaanderen te Oostende. Volgens verklaringen van minister Flahaut eerder dit jaar zou in 2003 met de procedure gestart worden voor de vervanging van de Seaking. 4 COTS (Commercial Off The Shelf)-exemplaren zouden worden aangekocht al hoewel hierover terug enige twijfel bestaat omdat minister Flahaut einde november verklaarde dat de Seaking nog tot het einde van dit decennium kan vliegen. De discussie over de al of niet sluiting van Koksijde  kent blijkbaar momenteel een vrij dynamische fase. Hierbij valt een recente verklaring van officiële origine enigszins op. De reddingsoperaties op zee zouden moeten verdeeld worden over andere departementen. De vraag die hier onmiddellijk uit voortvloeit is welke rol de minister van de Noordzee speelt in dit dossier, wetende dat hij niets onverlet laat om Oostende International Airport uit te bouwen en dat hij er misschien wel niet voor terugdeinst om de opdracht van NHV (Noordzee Helikopters Vlaanderen), die al instaat voor de beloodsing van schepen, in belangrijke mate uit te breiden. 

BEGIN PAGINA.

Verkoop legermateriaal
Een discussie die in verband met militaire investeringen ook regelmatig opduikt is de verkoop van afgedankt legermateriaal in het algemeen, van de F16 in het bijzonder. De opbrengsten vloeien immers terug naar de kas van FA38 wacht sedert 1994 op een koper te Weelde. defensie. Sedert 1997 zou de verkoop 7 miljard BFr hebben opgebracht. Deze verkopen zouden echter wel een nuloperatie betekenen omdat de minister van begroting zeer ijverig evenredige budgettaire coupures oplegt aan zijn collega van defensie. Toch wachten sedert
1994 al een 40-tal F16's in de loodsen op het reservevliegveld van Weelde op een koper. Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Jordanië en Pakistan toonden al interesse. Minister Flahaut is echter van mening dat in de sector van de tweedehandsmarkt oneerlijke concurrentie speelt. Daarom gooit hij de verkoop van overtollige F16's nu over een andere boeg. De ministerraad van 26 september jongstleden laat immers het departement van landsverdediging toe om 14 gemoderniseerde MLU (Mid Life Update) F16's, samen met logistieke steun, wisselstukken, opleiding en uitrusting te leveren aan Tsjechië. De concurrentie is echter weer bikkelhard. Naast België nemen ook Nederland, de Verenigde Staten, Canada (met F18) en Zweden (met JAS-39 Gripen) aan de competitie deel. Het zou om een contract gaan van 300 miljoen $ waarbij België misschien wel eens zou kunnen opteren voor een al of niet volledige gesloten beursoperatie, en dit wel om gegronde redenen.  Amerika heeft trouwens onlangs zijn F16's ook aan Polen weg gegeven. De opbrengst zou bovendien wel eens hetzelfde traject kunnen volgen als het pensioenfonds van Belgacom. Ten slotte beschikt Tsjechië nog over een luchtruim en oefenterreinen, die minder gebruikslimieten kennen voor trainingsvluchten dan bij ons in toenemende mate het geval is. Het is bijgevolg een geschikte gelegenheid om niet zo ver van huis met F16's to train as we are supposed to fight.

BEGIN PAGINA.

Populariteit luchttransport
Een andere belangrijke vaststelling is de populariteit van het luchttransport. Niet alleen staat de aankoop van de A400M al sedert geruime tijd aan de top van de hitparade van militaire investeringen omdat het ondermeer een Europees programma is met een zeer hoge symboolwaarde. Andere luchttransportbehoeften worden bovendien zeer snel ingevuld. De vervanging van de 3 HS748's en de 5 Merlins krijgt van de ministerraad van 5 april 2000 groen licht. 4 regionale Embrear jets van Braziliaanse makelij worden aangekocht voor een kostprijs van 3,5 miljard BFr, zonder economische compensaties. Het eerste toestel landt te Melsbroek op 4 juni 2001 en zal op het einde van het jaar al nagenoeg 400 vlieguren op zijn actief hebben. Het Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie vaart er wel bij. Een ander verbindingsvliegtuig, de Falcon 20, is ook aan vervanging toe. Toch blijkt dit tijdens de periode van verschrompelde investeringsmiddelen voor defensie ietwat te hoog gegrepen. De ministerraad van 29 november 2002 stemt echter wel in met de modernisering van beide toestellen voor een totale kostprijs van 20 miljoen €. Het is wel merkwaardig te moeten vaststellen dat van de 33 geplande aankoopdossiers voor 2003 er initieel 4 worden weerhouden, dat het contract voor de modernisering van de Falcon 20's voor 15,5 miljoen € wordt toegewezen aan Dassault met de wetenschap dat een gemoderniseerde tweedehands Falcon 20 slechts 6 miljoen € kost, dat dit contract het enige is dat voorlopig (?) in 2003 in uitvoering is en dat dit programma zeker voor de krijgsmacht geen prioriteit is. Onze politieke excellenties zullen bijgevolg nog 10 à 15 jaar gebruik kunnen maken van hun gemoderniseerde zakenjet voor hun verplaatsingen. We beginnen ons echter stilaan wel af te vragen wat het acroniem TAF nu uiteindelijk betekent. Staat het voor Tactical Air Force, voor Transport Air Force of voor Taxi Air Force

BEGIN PAGINA.

NAVO-budgetten
We dienen ook enige aandacht te vragen voor de indrukwekkende budgetten die aan de NAVO worden besteed. Het eigenlijke NAVO-budget, de bouw van een nieuw hoofdkwartier, de modernisering van de AWACS-vloot, de Een kandidaat voor de Alliance Ground Surveillance. ontwikkeling van ACCS (Allied Command and Control System), de eventuele deelname aan het AGS (Alliance Ground Surveillance)- en het TMD (Theatre Missile Defense)-programma, de eventuele uitbouw van network centric solutions voor de NAVO, de eventuele instap in het dossier bevoorradingsvliegtuigen. Wat dit laatste programma betreft is het misschien wel vermeldenswaardig dat de Nederlandse luchtmacht ambitieuze plannen smeedt in het kader van de NATO Response Force, waar er effectief plaats is voor een European Expeditionary Air Wing, met inbreng van alle Europese F16 gebruikers. In deze Air Wing is er een markante behoefte aan bevoorradingsvliegtuigen, waartoe België en waarom ook niet Luxemburg zouden kunnen bijdragen, nu er toch wat BELUX-kredieten vrijkomen na de mislukking van het programma voor een strategisch transportschip. Toch hebben we met de aanwezigheid van de NAVO ook een tikkeltje geluk. Nieuwe infrastructuur die in onbruik was geraakt, veranderde natuurlijk met grote gretigheid van eigenaar. Zo kan defensie immers kosteloos beschikken over de enorme opslagcapaciteit te Zutendaal, Weelde, Grobbendonk en Bertrix en heeft de 2de Tactische Wing en de TLP (Tactical Leadership Programme) zijn intrek kunnen nemen in de moderne gebouwen van de voormalige eenheid voor kruisraketten te Florennes. Het is een welgekomen compensatie voor alle recente investeringen in nieuwe infrastructuur, die nadien verlaten wordt of van eigenaar verandert of noodzakelijk is omdat de eenheid met andere eenheden samensmelt of nog eens van taak verandert.

BEGIN PAGINA.

Defensie-industrie
We kunnen het ontbreken van militaire investeringen nog in een ander perspectief bekijken. In de jongste beleidsverklaring van de regering staat de slogan werk, werk, werk terecht centraal. Hier moeten we misschien de reden zoeken van het recent bezoek van minister Flahaut aan de Vlaamse, Waalse en Brusselse bedrijven die actief zijn op het vlak van ontwikkeling en productie van defensiemateriaal. Nochtans ziet het er voor onze defensie-industrie niet erg rooskleurig uit. De studie van het GRIP, L'industrie belge et la défense, is vrij duidelijk. Zo lezen we ondermeer dat er van de 30000 arbeidsplaatsen in 1980 nu in België nog nauwelijks 7000 overblijven. De cijfers over het legercontingent zijn al even indrukwekkend. De 107000 militairen in 1984 smolten weg tot 40000 eenheden vandaag. Met de jongste regeringsbeslissing (of mogen we het al een Sinterklaas geschenk noemen), zal dit aantal weldra gereduceerd worden tot 35000, een aantal volgens het strategisch plan van mei 2000 pas in 2015 moest bereikt worden. Er doen trouwens in sommige partijmiddens al cijfers de ronde van een krijgsmacht van 30000 militairen. Op dat moment zullen we afstevenen op een politiestaat vermits het aantal politiemensen het aantal militairen in België zal overtreffen, een weinig benijdenswaardige première in Europa. 
Laten we echter terugkeren naar onze defensie-industrie. Alhoewel met het bijgestuurde strategisch plan van december 2003 nieuwe legeraankopen voor de landmacht worden aangekondigd, zal onze industrie niet veel graantjes kunnen meepikken. De toekomstige mobiliteit van de grondtroepen betekent immers de aankoop van wielvoertuigen en dan nog liefst COTS-materieel. Dit betekent dat defensie zich oriënteert naar het aankopen van materiaal dat reeds op de markt is. Een ultieme kans zag onze industrie aan haar neus voorbij vliegen wanneer onze regering besliste begin 2002 niet aan het JSF-programma deel te nemen en dit in weerwil van het feit dat de commissie Legeraankopen er een andere mening op nahield. Of de beslissing voor de vervanging van de overblijvende 60 F16's omstreeks 2015 zal genomen worden, valt nog te bezien. Een feit is wel dat Nederland, Denemarken en Noorwegen het afhaken van België betreuren en dat wij een JSF omstreeks 2015 peperduur zullen betalen zonder dat onze defensie-industrie een echte technologische meerwaarde zal kunnen realiseren. De ondernemingen van de BDIG (Belgian Defence and security Industry Group) verdienen beter.

BEGIN PAGINA.

De commissie van landsverdediging.
Het hele verhaal over de dramatische evolutie van de militaire investeringen wordt uiteindelijk vrij somber. We moeten ons dan ook met enige bezorgdheid afvragen of er geen beterschap valt te verwachten. Elke geïrriteerde lezer moet ik spijtig genoeg teleurstellen. Het doorsnuffelen van de verslagen van de commissie van landsverdediging levert een weinig opbeurend resultaat op. Over het algemeen houden vele onderwerpen rechtstreeks verband met lokale problemen zoals het al of niet sluiten van een kwartier of eenheid, het inperken van geluidsoverlast veroorzaakt door straaljagers en zelfs het al of niet voortbestaan van muziekkapellen. Alhoewel de commissieleden de kans hebben zich tijdig en uitvoerig te documenteren, blijkt de kwaal van de vertraging in de toekenning van aankoopdossiers hen nauwelijks te deren. Een krantenartikel stimuleert vaak een interventie, zoals bij de toekenning van het contract voor de modernisering van de Falcon 20 onlangs nog het geval was. De grond van de zaak, de teloorgang en het failliet van het leger, komt nauwelijks aan bod. Minister Flahaut getuigt dat hij zijn collega van begroting wel eens wijst op de onrustwekkende verlaging van het budget van landsverdediging maar deze laatste reageert dan laconiek dat zijn motto, "de koers aanhouden", blijft gelden en snoeit bijgevolg als toemaatje voor honderden miljoenen in de werkingskredieten en in de begroting van defensie. Dat de opdracht van een minister van landsverdediging in België bijna de kunst wordt van het onmogelijke, moge blijken uit de volgende schets. "De gedelegeerde bestuurder van de N.V. Belgische Krijgsmacht wordt belast zijn onderneming fundamenteel te herstructureren. Hij stelt voor verschillende bedrijfszetels te sluiten, een nieuwe oriëntering voor de activiteiten vast te leggen, bepaalde werktuigen af te stoten, overtollig personeel te laten afvloeien. Tezelfdertijd nochtans ijveren de aandeelhouders om zijn investeringsmiddelen te beperken. Zij beletten hem de overtollige personeelsleden te laten afvloeien en weigeren hem onverschillig elk financieringsmiddel toe te wijzen om een eventueel sociaal plan uit te werken. In om het even welk bedrijf zou de sanctie onmiddellijk volgen: algemene staking, lock out, solidariteitsbetogingen, bezetting van de installaties en zelfs gijzeling zouden niet uitblijven. Men zou zelfs beroep moeten doen op het leger om orde en rust te herstellen". In plaats van de minister af te schilderen als een boeman, denk ik echter dat hij meer de stroman is van de regering, die onverbiddelijk soms zonder raadpleging, uitvoert wat de coalitie-politiek beveelt. Befehl ist Befehl. Een stroman, die echter af en toe in vuur en vlam schiet en als voorman zijn troepen kost wat kost verdedigt, geniet echter onze voorkeur.  De leden van de meerderheid geven weliswaar ootmoedig toe dat het departement van landsverdediging, méér dan andere departementen, onderworpen is aan een aanzienlijke controle vanwege het parlement en dit wat betreft het beleid, de begroting én de militaire aankopen. Deze bekentenis brengt echter weinig aarde aan de dijk want het leger is nagenoeg vleugellam. De leden van de oppositie stellen deze onverkwikkelijke toestand weliswaar regelmatig aan de kaak maar hun oproep om over de partijgrenzen heen unaniem voor meer geld te pleiten of met 25 % van het Belgacom-pensioenfonds het leger uit het slop te halen, vangt natuurlijk bot.

BEGIN PAGINA.

Het Stuurplan van Defensie.
Nochtans wil ik elke optimistische lezer niet in de kou laten staan. De toelichting van de premier voor de commissie van landsverdediging van 3 december 2003 doet misschien elke mopperaar verstommen. De landmacht wordt immers grondig hervormd tot afzonderlijke mobiele onmiddellijk inzetbare modules. Echter, nog van modulaire gevechtseenheden spreken is misschien niet meer gepast want grondtroepen die zich voortaan in wielvoertuigen zullen verplaatsen kan men eerder als patrouille-eenheden bestempelen, eerder inzetbaar in de achterhoede met minder risico dan hun Europese en NAVO-strijdmakkers, die met hun rupsvoertuigen inzetbaar blijven in de hitte van de strijd. Men spreekt immers voortaan niet meer van een AIFV (Armoured Infantry Fighting Vehicle) maar van een AIV. Trouwens in de toekomst een tegenstrever bekampen met een kanon van 90 mm is evenmin aantrekkelijk, wetende dat 105 mm (zoals bij de Leopard) nog geruime tijd als geloofwaardige vuurkracht zal primeren. De reductie van de F16's met 30 % naar 60 toestellen in 2015 zal ongetwijfeld de werkingsuitgaven verminderen. Toch schept deze beslissing enige verwondering omdat de F16's, op en top gemoderniseerd, bewezen hebben onmiddellijk voor alle taken op het moderne slagveld inzetbaar te zijn. Maar vermits de verdeling van militaire investeringen tussen de machten meestal een golvend verloop kennen, krijgt dus nu de landmacht alle aandacht. Of de vermindering van 5000 militairen echter voldoende loonmassa zal vrijmaken om de modernisering te financieren is onwaarschijnlijk. Het sluiten van militaire kwartieren is bijgevolg onvermijdelijk, zoals duidelijk gedocumenteerd werd in de studie die de CHOD (Chief Of Defence) half september aan zijn chef overhandigde. Deze onpopulaire maatregel is onafwendbaar behalve indien defensie een significante budgetverhoging ontvangt, wat een eerder utopische verwachting is. Van de geplande 80 miljard in 2000, bij het begin van de uitvoering van het strategisch plan, is tot in 2003 weinig terecht gekomen. Met de derde versie van dit plan, dat we nu het Stuurplan van Defensie noemen, wordt voor de modernisering 1,9 miljard € voorzien. In 2005 zou het budget van landsverdediging in reële cijfers mogen stijgen van 0,5 % 't is te zeggen in een jaar dat wij allen van een belangrijke belastingsvermindering gaan genieten en op een moment dat begrotingsspecialisten nu al voorspellen dat een economische groei van nagenoeg 4% nodig is om een begroting in evenwicht te houden.   

BEGIN PAGINA.

Steun uit onverwachte hoek?
We beseffen dat alle factoren, die meespelen bij militaire investeringen, nog niet werden ontrafeld. De begroting bevriezen in nominale termen, de betaling van Copernicus en van humanitaire opdrachten in het buitenland zonder extra middelen, de weerslag van de herstructurering waarbij de militaire aankopen verlopen via de algemene directie material ressources , ze wegen elk op hun beurt door op de begroting van defensie. 
Misschien is er dan toch wat heil te verwachten vanuit een eerder onverwachte hoek. We vangen immers signalen op dat de media ook de hypocrisie, van enerzijds hoog van de toren te blazen in het kader van de Europese defensie, maar anderzijds als een militaire lilliputter wegkwijnen, af en toe aan de kaak stelt. De journalistieke vergissing na de ministerraad van 16 november 2000, als zou het leger al in 2001 voor 80 miljard mogen aankopen waar het in feite ging om een plan gespreid over 15 jaar, weze vergeven. Dezelfde benedictie verlenen we aan de opsteller van de krantenkop als zou de luchtverdediging geen vliegtuigen kunnen herkennen als vijandig of vriendelijk, een eerder uit zijn verband gerukte bewering, die enkel van toepassing is op de nabije luchtverdediging door middel van de Mistral. Deze schoonheidsfoutjes verzinken echter in het niets, indien we de volgende zinsneden, de voorbije jaren gesprokkeld uit diverse kranten, even aan mekaar rijgen tot een waardevolle bloemlezing van ongenoegen en oproep tot verantwoordelijkheidszin van de regering. 

"Met verbazing kijken gespecialiseerde Europese diplomaten toe bij de politieke onmacht in België om de verwaarlozing van het leger te keren. België, al jaren een van de slechte leerlingen in de Navo-klas, zal iets op tafel moeten leggen als het zijn traditionele rol van Europese motor voor de militaire integratie wil waarmaken". "Als je erop uitgestuurd wordt voor taken van oorlogvoering of vredeshandhaving, is het bijzonder geruststellend als je links en rechts van je, mensen hebt met wie je samen getraind hebt, met wie je dezelfde codes en procedures deelt''. "Defensie-begrotingen hangen niet van de Navo-planners maar van de publieke opinies af. Dat betekent dat ze gedeeltelijk ook bepaald worden door het respect dat de strijdkrachten genieten in eigen land. Dat helpt verklaren waarom België zijn defensie stiefmoederlijk behandelt". "Ze hebben het voor een groot deel aan zichzelf te wijten, de heren en dames van paars-groen, dat defensie geregeld in de actualiteit komt, ook al is het hun stokpaardje niet. Liefst van al zouden ze defensie doodzwijgen, misschien zelfs afschaffen; ware het niet dat we internationale verplichtingen hebben aangegaan die door velen van paars-groen als een blok aan het been worden ervaren".
"Strijdkrachten moeten inzetbaar zijn in zowel peace enforcement, peace keeping als humanitaire en andere operaties, om war fighting niet te vergeten. Deelname aan diverse vredesoperaties heeft uitgewezen dat er een grote diversiteit aan materiaal, aan mensen en aan doctrine nodig is". "Miljarden worden gespendeerd om mensenlevens, dikwijls onnodig lang, te rekken; maar onze eigen soldaten, onze zonen en dochters, kinderen en kleinkinderen naar levensbedreigende situaties sturen zonder degelijk materiaal daar draait een politicus de hand niet voor om". "Maar ons geluk zal niet blijven duren. De tien doden in Ruanda waren een waarschuwing". "Jonge mannen en vrouwen die hun leven riskeren voor het welzijn van anderen, verdienen beter. Ze verdienen het beste materiaal, de beste voorbereiding en de beste leiders". "Europa zal de eerste tien of twintig jaar zeker de oplossing niet aanbrengen. Wie daarin gelooft, maakt zichzelf iets wijs en draait de bevolking een rad voor de ogen. We zullen het zelf moeten doen, en de eerste stap daarvoor is een minister van Landsverdediging die in staat is een langetermijnvisie te ontwikkelen". 
 
Geef toe dat de echte boodschap en de ganse problematiek hier kernachtig en correct wordt weergegeven. En onze hoop blijft groeien namelijk de hoop dat de media de onhoudbare situatie van het leger blijven aankaarten. De mediarel tussen de premier en zijn minister van buitenlandse zaken van begin december 2003 is daarvan nogmaals een indicatie. Indien men een rol wil spelen van betekenis in een EU-defensie, dan mag men de daad bij het woord voegen. Hoog van de toren blazen maar qua militaire inspanning beschamend achterop lopen, wordt uiteindelijk gepast bestraft. Het finale overleg over de EU-defensie had plaats tussen Chirac, Schröder en Blair, die trouwens tot groot Belgisch ongenoegen de NAVO bevestigden als fundament van de EU-defensie. Minister Michel reageerde hierop erg explosief tegenover de media als zouden zij de regeringstop "belachelijk" maken door de Belgische rol in de EU te minimaliseren. Ja, wie wind zaait zal storm oogsten. Als slechtste patriot van de alliantie ook nog allemaal grootsprakerig uitgelaten samenspannen tegen Amerika kan trouwens ook niet zonder kwalijke gevolgen blijven.

BEGIN PAGINA.

Eindbeschouwingen.
Zal de Belgische shoppingcar ooit gevuld geraken? Ter afronding kunnen we bondig zijn. Wanneer men het geluk heeft van deel uit te maken van één van de rijkste landen ter wereld, dat een opmerkelijk levensniveau biedt, en te kunnen genieten van een geprivilegieerde geopolitieke positie, is het dan fatsoenlijk van de slechtste leerling van de klas te zijn en te blijven of de clandestiene passagier zoals op alle grafieken in het oog springt die de defensie-inspanningen van België evalueren. De regering kan het roer omgooien maar daarvoor is moed, eensgezindheid en een diepgaande mentaliteitswijziging nodig. Het nagelnieuwe Stuurplan van Defensie is zeker nog niet die metamorfose die geloofwaardigheid uitstraalt. De uitspraak van een kamerlid in 1939 blijft meer dan ooit actueel: "De slagkracht van het leger is het resultaat van het gevoerde beleid, dat op zijn beurt niet veel voorstelt zonder een sterk leger". 

 


 

Update 16 februari 2004.