|
Koninklijke Sint-Sebastiaansgilde
Vlimmeren…
Van slapende gilde tot winnaar 16e
Landjuweel 2005.
Een Landjuweel
komt echt niet uit de lucht vallen. Het is het
resultaat van regelmatig presteren, jarenlang, in
alle disciplines, door al de leden van je
gilde.
Na een diepe
slaap van 30 jaar, werd Sint-Sebastiaan Vlimmeren
terug wakker in 1985. Zaal ’t Paradijs bij Louis
Roefs werd ons lokaal, en onze eerste activiteit in
1986 was een dansoptreden voor het oude cafe lokaal
bij de smid Vosters. Diezelfde dag volgde de eerste
koningsschieting, maar daar hadden de nieuwe
gildenbroeders helemaal geen kaas van gegeten, ze
deden er twee dagen over om de vogel neer te halen.
Vlimmeren
nam een trage start. Op de zolder bij de smid vonden
wij een oude vlag einde 19e eeuw, de
zilveren schildjes van de breuk uit 1688, een
Napoleontrommel van 1814, en de flarden van wat het
gildenregister was uit 1702. Zonder financiële
middelen, maar met veel energie was onze eerste
opdracht een representatief roerend
gildenpatrimonium aan te schaffen. Reeds in
1989 maakten de zusters Trappistinnen van Brecht
onze nieuwe gildenvlag. In 1991 werd een nieuwe
gildentrom aangeschaft, en in 1993 maakte
beeldhouwer J. Wijckmans uit Putte een nieuw beeld
dat thans in de kerk van Vlimmeren staat. In 1994
werd een nieuwe vendelvlag aangeschaft, naar het
wapenschild van Vlimmeren en in 1995 creëerde
beeldhouwer Wijckmans een prachtblazoen. En nog
waren we niet uit de kosten, want Koning Jozef Snels
schoot zich tot keizer, en in 1998 kreeg hij zijn
zilveren keizersbreuk. Ondertussen was al het
oude gildenbezit opgeknapt, de Napoleontrom in
Nederland gerestaureerd, de oude gildenvlag
ingekaderd tussen glasplaten, de zilveren schildjes
op een rode kazuifel gehangen voorzien van de
zilveren kettingen, en het oude gildenboek terug
ingebonden. Dit alles kon gelukkig financieel
volbracht worden door de inzet van alle
gildenleden, tijdens de toen nog succesvolle
kaartprijskampen, de deelneming aan diverse
jaarmarkten met de verkoop tot op heden van
een streekdrank het ‘ Beers Vlierke’. Vergeten we
ook niet onze gildenmoeder Mevr.
Voordeckers-Willems, burgemeestersvrouw die op
102-jarige leeftijd zou overlijden, maar voorzag in
een belangrijke financiële tussenkomst bij de
aanschaf van het gildenpatrimonium.
Ondertussen
trokken onze dansers alle 26 naar de diverse
cursussen in Wuustwezel en Merksplas. Muzikaal
waren wij bevoordeeld met de uitmuntende inbreng van
speelman Roger Rens, en speelvrouw Marina Bickx.
Tijdens de beginjaren was het August Jordens,
hoofdman van St. Joris Oostmalle die 7 jaar de
dansleiding op zich nam. Sinds 1993 en tot op heden
is het echter de onvolprezen Andrea Sterck die
Vlimmeren leerde dansen, al konden wij daar
nooit een hoofdprijs mee winnen. Dansoptredens
in rusthuizen, Culturele Centra, Kon. Elisabethzaal
Antwerpen, Bokrijk, diverse kloosters als bij de
Clarissen in Turnhout, de zusters van Vorselaar,
Geel, Heverlee, Antwerpen,Zandhoven, enz.
teveel om op te noemen, allemaal goede herinneringen
aan een zeer succesrijk dansend gildenleven.
Maar ook de
schutters bleven niet achter. Hier kreeg de jeugd
alle kansen om zich te ontplooien, en dat zou de
laatste tien jaar zijn vruchten afwerpen. Op
gildenfeesten en schietspelen was
Vlimmeren een te duchten ploeg.
Met een 4e
plaats op het landjuweel te Loenhout in 1995,
en een 3e plaats in Essen in 2000, mogen
wij stellen dat de overwinning in 2005 te Meer geen
gelukstreffer was. Vermeldde uitslagen
bewijzen dat Sint-Sebastiaan Vlimmeren reeds 15 jaar
lang op hoog niveau en intens aan gildenleven doet.
Wat
is nu de succesformule van een goed draaiende
gilde? Een goede bericht- en verslaggeving naar de
leden toe is ongetwijfeld een drijfveer tot deelname
aan de diverse activiteiten. Niet iedereen is een
danser of een schutter in zijn gilde. Voorzie dan
dat er geen zwart gat ontstaat voor de zogenaamde
niet-actieve leden. De tradities en de folklore
komen hier best van toepassing, en worden ten volle
in ere gehouden. Denken we maar aan de viering van
vrouwkensdag, erwten en bonen bij de
verkiezing van nieuwe leden, patatten uit doen bij
de eerste deken met zijn pannenkoekenbak,
peperkoek en borrels uitdelen met oudjaar, de haan
loslaten bij het koningsschieten, wandelen, fietsen,
enz. Niemand in de gilde mag in de kou blijven
staan, niet de ouderen, zeker niet de jongeren.
Terugblikken op
20 jaar gildenleven in Vlimmeren is plezierig
indrukwekkend. Vooruitkijken is één enorme
uitdaging.
De tijden zijn
veranderd, en daaraan ontsnapt ook een gilde als
Sint-Sebastiaan Vlimmeren niet. Het komt er op aan
een antwoord te bieden aan de nieuwe levensstijl die
zich opdringt, groepswerk laten primeren boven
individualisme. Tot overmaat van ramp verloren wij
tijdens het laatste jaar zelfs tweemaal ons lokaal:
Zaal ’t Paradijs maakte plaats voor nieuwe
appartementen, en het Vlimmershof waar wij tijdelijk
met veel succes gingen dansen sloot zijn deuren. De
parochiezaal was onze laatste redding, doch wij
beseffen ook dat dit niet ideaal is voor de verdere
uitbreiding van ons ledenaantal. Voorlopig is het
hier overleven, met een prachtig visitekaartje op
zak, het landjuweel. Nog even willen wij genieten
van een overwinning die kan tellen, en wensen wij al
onze leden te feliciteren voor hun enorme inzet
gedurende zovele jaren. Realistisch als we zijn
blijven alle voetjes op de grond, zonder te
panikeren over wat ons in 2010 te wachten
staat, de inrichting van het landjuweel.
Sint-Sebastiaan Vlimmeren, het ga je goed. |