|
De
hoofdgilde van Leuven overhandigde aan
Sint-Sebastiaan Vlimmeren een reglement of ''de
Caerte''. Hierin werden zowel het lidmaatschap,
het schieten naar de wip, als de kerkelijke
verplichtingen bij overlijden omschreven. De
oude ''Caerte'' van 1688 was op papier gedrukt,
en is verloren gegaan. Echter, het oude
gildenboek met een eerste inschrijving in 1698
is nog in ons bezit.
Niet iedereen kon zomaar toetreden tot een
gilde. Het was de traditie dat men eerst een
jaar op proef aan de aktiviteiten mocht meedoen.
Daarna werd men door al de gildebroeders
ingekozen. In het gildewezen is het een traditie
dat men hiervoor kan stemmen met erwten en
bonen. Immers, niet iedereen kon lezen of
schrijven, doch men kende wel het verschil
tussen erwten en bonen. Wanneer men vóór iemand
stemde, gaf men een boon, was men tegen iemand,
dan gaf men een erwt. Vandaar het gezegde: ''Ik
heb een boontje voor iemand.'' Niet zomaar
iedereen werd aangenomen, men lette er wel op
dat alle leden van goede afkomst waren,
christelijk, eerbaar en dienstbaar. Ook nu nog
stemmen de gildebroeders en gildezusters met
erwten en bonen. Hierdoor wil men de oude
tradities bewaren en in stand houden. Rond 1960
stierf de aktiviteit van de gilde in Vlimmeren
uit, nog slechts enkele leden werden steeds
ouder, tot in 1986 de gilde terug heropgericht
werd. Thans in 2001 heeft de vereniging 80 leden
in gildekledij. Het is de oude kempische
klederdracht, met een blauwe boerenkiel, de rode
zakdoek, en als hoofddeksel een faas. De
gildezusters dragen lange zwarte rokken, en de
witte kanten kempische muts is een overblijfsel
van onze voorouders.
In
de provincie Antwerpen zijn nog 71 gilden
actief, met samen 3800 gildeleden. In Brabant
tellen wij 18 gilden, en in Belgisch- en
Nederlands Limburg 173 gilden met ongeveer
10.000 leden.
In
Nederland, voornamelijk in Noord Brabant tellen
wij nog 125 gilden, hier in kleurrijke
klederdrachten. |