ARTWORK

VERHALEN

Kinderboek Vogel

Bever en stekelvarken -Tlinglit
Bizon Broeder - Naar Craig Strete
Kleine Raaf en de Noorderwindreus

KINDERBOEK Vogel

Jan Celis





Cover VogelDit kinderboekje is geschilderd met aquarel. Alle knip- en plakwerk werd met "The Gimp 2.2" gedaan.
Het boekje is gedrukt op A5 formaat  en kan je als PDF downloaden.
Voor kinderen van 0,3 tot 333,3 jaar!
Hier kan je het kinderboekje Vogel downloaden

BEVER EN STEKELVARKEN

TLINGLIT indianen


Dit verhaal gaat over een bever en een stekelvarken. Heel vroeger had de bever een mooie, bolle staart. Dit verhaal verklaart waarom de bever nu een platte staart heeft.

Bever en Stekelvarken waren dikke vrienden. Op een dag nodigde Bever zijn vriend Stekeltje uit om met hem mee te gaan naar zijn zomerverblijf op een eiland in een groot meer. Stekeltje kon niet zwemmen en dus bood Bever aan hem over het water te dragen. Hij klom op de rug van Bever, die met hem naar de overzijde zwom. De vrienden zaten samen op het zomerverblijf op het eiland en ze speelden er maar op los. Op het einde van de dag viel Stekeltje in slaap, Bever liet hem achter en zwom naar huis.

Toen het bijna donker was werd Stekel wakker. Hij was erg bedroefd toen hij merkte dat zijn vriend hem in de steek gelaten had, en hij huilde. ‘s Nachts zat hij droevig voor zich uit te staren naar de andere kant van het meer en hij begon te zingen:

He was ik maar wijs
He kwam er maar ijs


Hij zong dat twee keer. Daarop wierp hij van verdriet een steen in het water. Toen die op het water kwam hoorde hij dat er een beetje ijs op lag. Hij zong het liedje nog eens en gooide een steen die weer door het ijs brak. Toen hij het liedje voor een vierde keer zong en een steen wierp, dan werd het ijs niet meer gebroken. Daarop ging Stekeltje over het ijs naar huis.

Na zes dagen nodigde Stekel zijn vriend bever uit. ‘Kom, laten we op een plaats gaan zitten waar ik graag zit!’ Ze gingen erheen en ze hielden halt aan de voet van een grote spar. Stekel zei:’ Laten we in de top van de boom gaan zitten, daar heb je echt een prachtig zicht.’ Omdat bever niet kon klimmen in de bomen droeg Stekel hem naar boven. Nadat ze een tijdje in de boom hadden gezeten viel Bever in slaap. Stekel kroop stiekem de boom uit en ging weg. Toen bever wakker werd begon hij op Stekeltje te roepen, maar die kon hem niet meer horen , want die was al ver weg. Na een tijd probeerde hij toch uit de boom te geraken. Hij trachtte om met zijn hoofd eerst naar beneden te klimmen. Oei, wat was dat diep. Dus ging hij maar eerst met zijn achterste naar beneden. Stilletjes en beetje bij beetje schoof hij naar beneden, maar na een tijdje ging het steeds sneller en hij schoof in één ruk naar beneden. Hij viel met zijn prachtige staart op de grond en daardoor hebben de bevers nu nog altijd een platte staart in plaats van een mooie, bolle staart.

BIZON BROEDER

naar Craig Strete


Dit verhaal gaat over oude tijden, en het gaat over een jongen die Jongen heette. Jongen, dat was zijn volledige naam. Jongen was triestig, want hij vond het maar een stomme naam. Hij vroeg aan zijn vader Grijze Aarde hoe hij een andere naam kon krijgen. Zijn vader zei: "Jongen, als je een andere naam wilt dan moet je die verdienen.." "En hoe verdien je dan een andere naam?" vroeg Jongen dan. "Om een andere naam te verdienen moet je laten zien dat je dapper bent, iets doen waardoor je zelf zeer trots zult zijn en waarvan de mensen naar je opkijken." "Wil je me daarbij helpen?"vroeg Jongen. Zijn vader dacht even na en zei toen:"Morgen is het bizonjacht,je bent oud genoeg om voor de eerste keer mee te gaan."

De volgende morgen vertrokken ze op jacht. Jongen had zijn prachtige pijlekoker van herteleer meegenomen. Na een lange tocht kwamen ze aan een plaats waar iemand bizons had gezien. Ze klommen samen, zonder te spreken over een heuvel waarachter er bizons stonden te grazen. Er stonden een stuk of tien bizons bij een bronnetje te drinken. Grijze Aarde zei neem dat vrouwtje, ze staat het dichts bij ons. Jongen spande zijn boog en, omdat de vrouwtjesbizon zo dichtbij was, wist hij zeker dat hij haar kon raken. Net toen hij de pijl wou loslaten zag hij iets bewegen in het hoge gras achter de bizon. Een kleine babybizon krabbelde overeind in het gras en liep wankelend naar zijn moeder toe.De kleine bizon, met zijn donzig babyvachtje maakte hongerige geluidjes en zijn moeder likte hem vol liefde met haar tong. "Schiet" , fluisterde Grijze Aarde."Ik kan het niet ",zei Jongen"De babybizon zou doodgaan zonder zijn moeder."

Zwijgend liep hij met zijn vader terug naar huis. Jongen was zeer droevig want hij had gefaald in zijn opdracht.
Even later lag hij thuis triestig voor zich uit te kijken. Zijn vriend Sneeuw kwam binnen en vertelde hem dat hij een enorme bizon had geschoten. Sneeuw zei dat hij nu zeker een nieuwe naam verdiende aan het kampvuur. Dat maakte Jongen nog triestiger, want hij zou geen nieuwe naam krijgen. Grijze Aarde zei dat hij ook aan het kampvuur ging vertellen wat er met Jongen gebeurd was vandaag. Hoe kon vader hem nu ten schande maken bij de hele stam, vroeg Jongen zich af.
Iedereen zat rond het kampvuur en de trommen lieten zachte en ritmische klanken horen. Eerst kwam de vader van Sneeuw. "Mijn zoon was zeer moedig. Hij hield met sterke handen de boog vast en hij doodde de bizon. We hebben mijn zoon sneeuw genoemd omdat hij in de winter geboren was, maar hij noemt niet langer Sneeuw. Hij heeft met een krachtige en snelle pijl gedood. Nu noemt hij PIJL-DODER. Pijl doder danste nu rond het vuur. Toen zijn dans gedaan was kwam de vader van Jongen. Jongen stopte zichzelf al weg.

Grijze Aarde sprak:"Mijn zoon was zeer moedig. Hij hield met sterke hand de boog, maar hij doodde de bizon niet." Alle mensen keken verbaast. Sommigen stonden al op om het kampvuur te verlaten, want wie geen bizon dood, kan toch geen naam krijgen."Wacht", zei de vader"Ik heb nog niet gedaan met spreken". "Jongen is geen jager, hij heeft geen jagershart. Hij hield met sterke hand zijn boog op een groot moederdier gericht, maar hij doodde het dier niet. Zijn hart hield de pijl tegen. Hij zag haar hulpeloos bizonjong. Jongen heeft gekozen voor het pad van de wijsheid, hij wil het leven van andere schepselen sparen. Ik geef hem de naam BIZON-BROEDER, omdat hij zijn hart volgde. De mensen juichten en Bizon-Broeder danste zeer blij en leefde vanaf dan gelukkig samen met alle dieren van de schepping.

KLEINE RAAF EN DE NOORDENWIND-REUS

naar Craig Strete


Kleine Raaf was al zeer vroeg wakker die morgen. Hij had zijn harpoen al klaargelegd en wachte ongeduldig tot het niet meer donker was buiten en hij kon gaan vissen, want het was de maand dat er hopen zalmen in de rivier zaten. Hij kende een perfekt plekje om te gaan vissen.

Hij kwam blijgezind aan de rivier en wat zag hij? Er was geen rivier meer. Iemand had het prachtige water en de mooie vissen afgenomen. Er bleef alleen nog maar een vieze modderbrij over. Kleine raaf stormde terug naar het dorp. Hij riep:" Iemand heeft de rivier gestolen!" De vader van Kleine Raaf kwam naar buiten en vroeg:"Je maakt zo’n kabaal, heb je een grote vis gevangen? Eerst geloofde niemand hem maar tenslotte kon iedereen met hun eigen ogen zien dat de rivier gestolen was. We moeten de dief vinden,besloot het opperhoofd. De vader van Kleine Raaf werd als dapperste krijger erop uitgestuurd om de dief te vangen.

Hij volgde de rivier een ganse dag en net toen hij even wou uitrusten hoorde hij het gespetter van water achter een hoge heuvel. Even later was hij over de heuvel geklommen en zag de dief zitten. Het was de gevreesde Noordenwind-reus die een portie verse zalmen aan het binnenspelen was. "He!",riep de vader,"Geef onze rivier terug.".De Noordenwind-reus lachte eens en zei nadat hij even had nagedacht:"Je krijgt de rivier terug als je een opdracht kunt volbrengen, maar als je faalt, dan moet je voor eeuwig mijn slaaf zijn." De vader van kleine raaf legde zich hierbij neer. "Je moet voor het terug ochtend wordt de maan aanraken." De vader klom op de hoogste berg, klom in de hoogste boom maar kon de maan niet aanraken. De Noordenwind-reus beval hem om alle zand van een reusachtige berg te keren.

In het dorp waren ze intussen ongerust geworden. Waar bleef hun dapperste krijger? De moeder van Kleine Raaf besloot om zelf eens de dief en haar man te gaan zoeken. Na een dag wandelen bereikte ze ook de Noordenwind-reus. Ze kreeg dezelfde moeilijke opdracht om de maan aan te raken. Ze probeerde zo hoog mogelijk te komen maar faalde ook. Ze kreeg van Noordenwind-reus een kommetje en moest hiermee telkens een hoopje zand op dezelfde berg als haar man gooien. Haar opdracht was pas geslaagd als de berg helemaal met zand bedekt was. De Noordenwind-reus lachte met zijn prachtig idee.

Kleine Raaf wachtte in het dorp en zei dat hij zijn ouders en de rivier ging terughalen. Het werd hem verboden , maar toch ging hij op weg. Hij kwam bij de Noordenwind-reus en zag dat die enorm groot was en hopen vissen aan het eten was. Hij sloop tot bij de reus en riep zo hard hij kon:"Geef onze rivier terug." De reus schrok en zag hem eerst niet staan. Toen hij tenslotte het klein indiaantje naast zich zag staan begon hij bulderend te lachen. "En jij wil van mij de rivier afnemen",gierde hij. Kleine Raaf keek zeer kwaad en riep er nog dapper achter:"en je moet mijn ouders teruggeven. "Goed " ,zei de Noordenwind-reus, "maar dan moet je eerst een Noordenwind-reusopdracht uitvoeren. Als je verliest, dan eet ik je op.""De opdracht is dat je de maan moet aanraken. Kleine Raaf dacht en dacht. Hoe zou hij dat kunnen. Toen de avond viel zat hij nog steeds aan de rand van het water na te denken. Opeens kreeg hij een idee. "Noordenwind-reus, wat is dat gele monster daar op het water?" De reus lachte, wat een stom indiaantje was dit nu. Hij zei:"dat monster van jou is gewoon de maan op het water." "Goed" zei het jongetje en hij sprong in het water en zwom naar de gele vlek. "Dan heb ik nu de maan aangeraakt." De reus dacht ‘Hoe kon ik nu toch zo stom zijn?’.
"De indianen krijgen hun rivier terug",maar ik ga je toch opeten. Hij pakte Kleine Raaf en deed zijn mond al open.

"Wacht",sprak het jongetje met bevende stem, "Als je me wil opeten moet je eerst een kleine-jongen opdracht uitvoeren" "Komt niets van in huis, ik eet je zo wel op." "Je durft zelfs nog geen kleine-jongensopdracht uitvoeren." "Ik durf alles,"zei de reus."Wat moet ik doen?" "Kan je jezelf voor altijd laten verdwijnen?" De Noordenwind-reus was zo dom dat hij het nog deed ook en verdween in alle windrichtingen.